r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Begrotingstekort en staatsschuld Griekenland

parlement in athene, griekenland

Griekenland kampt al jaren met een extreem begrotingstekort en een enorme staatsschuld. Eind 2009 werd duidelijk dat de situatie erger was dan werd aangenomen en ontstond de angst dat de euro in gevaar zou komen als Griekenland failliet zou gaan. De overige eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schoten Griekenland in 2010 te hulp met een pakket noodleningen, om de stabiliteit van de eurozone te herstellen. Na dit eerste pakket volgden een tweede steunpakket in 2011 en een derde in juli 2015. 

De voorwaarden voor de steunpakketten betekenden dat er hard moest word ingegrepen in de Griekse overheidsuitgaven en dus in sociale voorzieningen. De Europese maatregelen waren en zijn dan ook zeer impopulair bij de Griekse bevolking. Nadat premier Alexis Tsipras in 2015 met tegenzin akkoord was gegaan met het steunpakket, schreef hij verkiezingen uit. Zijn radicaal-linkse partij Syriza won de verkiezingen en vormt nu samen met rechtse partij Onafhankelijke Grieken opnieuw een kabinet.

In mei 2016 kwam de Eurogroep overeen dat Griekenland de komende maanden, in delen, 10,3 miljard euro uitgekeerd krijgt uit het vorig jaar gesloten driejarige steunpakket van maximaal 86 miljard euro. In ruil hiervoor voert Griekenland nieuwe hervormingen en bezuinigingen door. Op de langere termijn wordt ook gekeken naar langere looptijden voor het terugbetalen of lagere rentes voor de Griekse schulden.  

Delen

Inhoud

1.

Start van de Griekse crisis

Net na het aantreden van een nieuwe Griekse regering in oktober 2009 onthulde de minister van Financiën dat zijn voorgangers stelselmatig valse, veel te rooskleurige cijfers over het Griekse begrotingstekort hadden gepresenteerd. Het begrotingstekort van Griekenland zou in 2009 12,7 procent van het bbp hebben bedragen, in plaats van 3,7 procent, zoals tot dan toe werd aangenomen. 

Uit cijfers die Eurostat in november 2010 publiceerde bleek dat het begrotingstekort over 2009 nog hoger was, namelijk 15,6 procent. De ministers van Financiën van andere eurolanden en de Europese Commissie reageerden woedend toen bleek dat de Grieken jarenlang hadden gelogen over hun financiële positie.

Door onzekerheid over de financiële positie van het land, nam de rente op Griekse staatsobligaties toe. Zo werd het voor de Griekse overheid lastiger om geld te lenen op de kapitaalmarkten. De steeds hogere rente die Griekenland op staatsleningen moest betalen, vergrootte het risico dat Griekenland de schuld niet meer kon terugbetalen. Herfinanciering van de Griekse staatsschuld werd zo steeds moeilijker. 

Speculatieve beleggers zetten daarbij in op een faillissement van Griekenland. Zij kochten op grote schaal zogenoemde credit default swaps: een soort verzekeringen die veel geld opleveren als Griekenland zijn staatsleningen niet meer zou kunnen aflossen.

De Griekse crisis schaadde het algemene vertrouwen in de euro, met een koersdaling van de munt als gevolg. Zo bedreigden de Griekse problemen de stabiliteit van de gezamenlijke munt en werd er gevreesd voor een bredere eurocrisis door een domino-effect, als de crisis zou overslaan naar andere eurolanden.  

Het Griekse bruto nationaal product levert weliswaar slechts een kleine bijdrage aan de totale economie van de EU, maar wanneer meer zwakke eurolanden zoals Portugal, Ierland en Letland achter elkaar zouden omvallen, of wanneer één grote economie als de Spaanse zou gaan wankelen, zou dit grote problemen kunnen veroorzaken.

2.

Reddingsplan

Om te voorkomen dat meerdere zwakke eurolanden in de problemen zouden komen, besloten de eurolanden en het IMF om Griekenland te hulp te schieten. Eind maart 2010 werden de eurolanden het eens over de opzet van een reddingsplan voor Griekenland. De hulp zou bestaan uit een combinatie van leningen van het IMF en van de eurolanden.

Griekenland vroeg op 23 april 2010 daadwerkelijk financiële steun aan. Op 2 mei 2010 maakten de eurolanden en het IMF bekend Griekenland te willen steunen met een lening van 110 miljard euro, verspreid over drie jaar. Hiervan kwam 80 miljard voor rekening van de eurolanden en 30 miljard voor het IMF. Nederland droeg in totaal 4,7 miljard euro bij. Alleen Slowakije weigerde bij te dragen aan het hulppakket voor Griekenland.

Naar aanleiding van de Griekse problemen werd het tijdelijke noodfonds EFSF voor eurolanden en uiteindelijk ook een permanent noodfonds opgericht. De lening van 110 miljard euro aan Griekenland kwam echter nog niet uit die fondsen.

Voorwaarden voor steun en controle

In ruil voor de steun eisten de Europese Commissie, de ECB en het IMF (tezamen de trojka genoemd) stevige maatregelen van Griekenland om het begrotingstekort terug te dringen. Overheidsuitgaven moesten worden teruggedrongen, belastinginkomsten verhoogd en de economie moest efficiënter worden.

Vier keer per jaar rapporteren de Europese Commissie, de ECB en het IMF over de voortgang van de afgesproken hervormingen. Op basis van dat rapport beslissen de lidstaten van de eurozone of ze een volgend deel van de noodlening beschikbaar stellen en of aanvullende maatregelen nodig zijn. Alle eurolanden moesten daarover unaniem beslissen. In totaal werd de noodlening in 13 delen verstrekt.

3.

Tweede pakket noodleningen

Begin mei 2011 werd duidelijk dat de EU en Griekenland in gesprek waren over een aanvullende lening. Er volgden enkele maanden van harde onderhandelingen. Inzet waren de voorwaarden voor het gebruik van het Europese Noodfonds EFSF én de vraag of de private sector wel of niet, en zo ja verplicht of vrijwillig, een bijdrage moest leveren aan de nieuwe lening aan Griekenland.

Op de eurotop van 21 juli 2011 was men eruit. Griekenland werd een langlopende lening van 109 miljard euro toegezegd, tegen een lage rente van 3,5 procent. Dit geld was afkomstig van het EFSF. Ook werden de leningen uit het eerste pakket verlengd en werd de rente op die leningen verlaagd. Daarnaast zou de private sector (banken) een vrijwillige bijdrage moeten leveren; een deel van de schulden van Griekenland werd door de banken uiteindelijk kwijtgescholden.

4.

Politieke onrust in Griekenland

Met de bereikte overeenkomst van 26 en 27 oktober 2011 leek het acute gevaar van de eurocrisis geweken, totdat de toenmalige Griekse premier Papandreou eind oktober zei een referendum te willen houden over het afgesproken hulppakket van de Europese Unie en het IMF. 

Na de opluchting over het besluit tot een Europees hulppakket, veroorzaakte het voornemen van Papandreou opnieuw veel onrust in binnen- en buitenland. Het referendum ging uiteindelijk niet door, en Papandreou trad 4 november 2011 af. Voormalig vicepresident van de Europese Centrale Bank Lucas Papademos leidde een nieuwe regering van nationale eenheid.

Die regering moest verder ingrijpen om aan de voorwaarden voor steun te voldoen, en geld te krijgen van private schuldeisers. In februari 2012 bereikte de Griekse regering een akkoord over de vereiste bezuinigingen. Het Griekse parlement stemde op 12 februari, onlangs felle betogingen in Athene, in met de bezuinigingsvoorstellen. En op 24 februari was er een akkoord met de private schuldeisers; bijna alle obligaties werden ingeruild voor obligaties die meer dan 50 procent minder waard waren.

5.

Gevolgen voor de Griekse bevolking

De bezuinigingsmaatregelen waren een klap voor de economie van Griekenland en de Griekse bevolking. In 2010 daalden de lonen in de publieke sector met gemiddeld 15 procent. Bij staatsbedrijven was dat zelfs 30 procent. De pensioenen werden met 10 procent gekort. Er kwam maar geen einde aan de stijgende werkloosheid in Griekenland. In november 2014 lag de werkloosheid op 28 procent van de beroepsbevolking en de jeugdwerkloosheid zelfs op 61,4 procent. De bezuinigingsmaatregelen van de Griekse regering leidden daardoor tot heftige protesten onder de bevolking.

6.

Syriza aan de macht

Uit protest tegen de bezuinigingen koos de Griekse bevolking op 25 januari 2015 tijdens nieuwe (vervroegde) parlementsverkiezingen massaal voor de links-radicale partij Syriza. Die partij van Alexis Tsipras beloofde de bezuinigingen terug te draaien, belastingen te verlagen en uitkeringen te verhogen. 

Tevens beloofde ze zich hard te maken voor kwijtschelding van een flink deel van de schulden die de Griekse overheid had opgebouwd. Een herstructurering moest de Griekse schuldenlast verkleinen, waardoor de overheid minder hard zou hoeven te bezuinigen en er meer ruimte voor economische ontwikkeling zou zijn.

Private schuldeisers gingen in 2012 al akkoord met herstructurering. Het grootste gedeelte van de Griekse staatsschuld is echter in handen van andere eurolanden en instellingen als het IMF, ECB en diverse noodfondsen. Het kwijtschelden van schulden lag bij hen erg gevoelig. De nieuwe Griekse Syriza-regering zette hard in op kwijtschelding van schulden, maar kreeg nul op het rekest. De verhouding tussen Griekenland en de andere lidstaten verslechterde aanzienlijk.

De overige eurolanden wilden niet instemmen met versoepeling van de strikte voorwaarden die aan de noodleningen waren verbonden. Ondertussen verslechterde de financiële positie van de Griekse overheid. 

De Eurogroep besloot in februari 2015 om het hulpprogramma dat in maart af zou lopen, te verlengen tot juni. In ruil voor het laatste deel van de noodleningen eisten de eurolanden, het IMF en de ECB concrete hervormingsplannen van de Grieken: de nieuwe Griekse regering moest belastingontduiking en corruptie aanpakken en het pensioensysteem hervormen.

Zonder verstrekking van het laatste deel van de noodkredieten kon Griekenland niet voldoen aan de betalingsverplichtingen, zoals aflossing van schulden bij de Europese partners en het IMF. In juni 2015 slaagde de Griekse staat er niet in een totaalbedrag van 1,5 miljard euro aan het IMF terug te betalen. De dreiging van een Grieks bankroet en een vertrek van Griekenland uit de eurozone ('Grexit') werd steeds groter.

Referendum

Op 30 juni 2015 liep het leningenprogramma aan Griekenland af, zonder dat een akkoord was bereikt over uitbetaling van het laatste deel van het programma. Daar kon Griekenland geen aanspraak meer op maken. Onderhandelingen binnen de Europese Raad waren een aantal dagen eerder stuk gelopen en ook in de Eurogroep weigerde Griekenland in te stemmen met voorstellen van de financiers. Tsipras kondigde daarop een referendum aan over die voorstellen waarmee hij zelf niet had ingestemd. De onderhandelingspartners van Griekenland waren daardoor onaangenaam verrast.

Op 5 juli 2015 werd het referendum gehouden over de vraag: ‘Moet het voorstel dat is voorgelegd door de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds tijdens de eurogroep van 25 juni 2015, dat bestaat uit twee delen die samen hun allesomvattende voorstel vormen, worden geaccepteerd?’

De Griekse regering adviseerde de bevolking 'nee' te stemmen. Een ruime meerderheid van 61 procent van de bevolking volgde dit advies op en stemde in het referendum tegen de voorstellen van de geldschieters.

7.

Derde steunpakket Griekenland

Na het 'nee' van de Griekse bevolking volgden extra bijeenkomsten van de eurogroep en Eurotop. Veel Europese leiders zeiden openlijk het vertrouwen in de Griekse regering te hebben verloren. Nadat de Griekse regering op 8 juli 2015 een verzoek indiende voor een nieuw steunprogramma via het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), werd tijdens de extra Eurotop op 13 juli 2015 na urenlang overleg toch een voorlopig akkoord bereikt over een nieuw, derde leningenpakket.

Om de tijd tot de inwerkingtreding van dat derde pakket te overbruggen, ontving Griekenland bovendien – op voorwaarde van bezuinigingsmaatregelen - een overbruggingskrediet van 7,16 miljard euro uit het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM). Dit noodkrediet was noodzakelijk voor een afbetaling aan de ECB en het IMF en om de Griekse bankensector draaiende te houden.

In augustus 2015 werd vervolgens overeenstemming bereikt over een derde pakket van maximaal 86 miljard euro aan leningen, afkomstig uit het noodfonds ESM, voor Griekenland. In ruil daarvoor moet verder bezuinigd en hervormd worden. Zo moeten de btw en de pensioenleeftijd verhoogd, de arbeidsmarkt gemoderniseerd, en het juridische en bancaire systeem moeten worden gemoderniseerd. Een zeer omstreden punt was de oprichting van een Europees fonds dat staatsbezittingen gaat verkopen en staatsbedrijven gaat exploiteren.

Op 14 augustus stemde het Griekse parlement in met de maatregelen. Later die dag zette de eurogroep het licht op groen voor het nieuwe programma. Er was weinig tijd voor de onderhandelingen omdat Griekenland op 20 augustus weer een betaling van circa 5 miljard euro moest doen aan de ECB. Zo moest ook Syriza uiteindelijk instemmen met de harde bezuinigingsmaatregelen waar het zich zo tegen had verzet.

Akkoord bereikt, nieuwe verkiezingen

Nadat Griekenland op 20 augustus aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan, werden vervroegde verkiezingen uitgeschreven. Die vonden plaats op 20 september 2015 en werden opnieuw gewonnen door Syriza. De Europese leiders feliciteerden Syriza-leider Tsipras met zijn herverkiezing, maar riepen hem tegelijkertijd op om de in Europa gemaakte afspraken na te komen.

Mogelijke schuldverlichting

De eurolanden wilden graag dat het IMF deel zou nemen aan het derde steunpakket, maar IMF-president Christine Lagarde meende dat een financieel reddingsplan niet levensvatbaar was zonder schuldverlichting. Ondanks eerdere uitsluiting van enige vorm van schuldenverlichting voor Griekenland, zette eurocommissaris Dombrovskis de deur toch op een kier voor kwijtschelding van schulden in de toekomst, om zo het IMF bij de onderhandelingen te houden. Het IMF beslist later of het alsnog deelneemt aan het steunprogramma.

In januari 2016 startte de eerste evaluatie van de hervormingsmaatregelen die in ruil voor het derde steunpakket gedaan moeten worden. Na deze evaluatie kan er volgens een verklaring van de eurogroep mogelijk gesproken worden over schuldverlichting. Na een bijeenkomst van de eurogroep in maart 2016, zei eurogroepvoorzitter Dijsselbloem dat de eurolanden 'in de nabije toekomst' zouden gaan praten over mogelijke schuldenverlichting voor Griekenland. 

Griekenland nam in mei 2016 aanvullende maatregelen, om te voldoen aan de eisen van het hulppakket. De ministers van financiën van de eurozone verwelkomden deze maatregelen en besloten na te denken over maatregelen om de schuldenlast voor Griekenland te verlichten. Op 24 mei 2016 beloofden de ministers verdere schuldverlichting aan het einde van het programma, in 2018, als dat ook daadwerkelijk nodig blijkt te zijn en Griekenland zich heeft gehouden aan de afgesproken doelstellingen. Dan kan er bijvoorbeeld worden gekeken naar langere looptijden of lagere rentes. Kwijtschelding is geen optie.

8.

Evaluatie aanpak Griekse crisis

Evaluatie door IMF

Op 5 juni 2013 publiceerde het IMF een eigen evaluatie van de aanpak van de crisis in Griekenland. Het IMF was opvallend kritisch over de voorwaarden die het zelf had opgelegd en concludeerde dat Griekenland eigenlijk niet in aanmerking had mogen komen voor steun. 

De evaluatie stelde verder dat de Europese Commissie op veel fronten niet slaagde vooruitgang te boeken. Ook zou de Commissie niet in staat zijn de reddingsoperatie goed te managen. Het komt zelden voor dat een instelling zo hard oordeelt over het eigen optreden of dat van partners.

De Commissie reageerde afwijzend op het rapport. De Commissie benadrukte dat de keuze om Griekenland te redden mede was ingegeven door de situatie in de rest van de eurozone; zonder hulp aan Griekenland hadden banken in de hele eurozone miljarden moeten afschrijven, met alle gevolgen van dien. 

Onderzoek van Europees Parlement naar trojka

Drie jaar na de totstandkoming van de trojka van ECB, Europese Commissie en het IMF begon het Europees Parlement in november 2013 een onderzoek naar het functioneren van de trojka. Dat liep tot de eerste maanden van 2014. Het Europees Parlement concludeerde dat de werkwijze van de trojka intransparant en ondemocratisch was.

Taskforce for Greece

In januari 2016 publiceerde de Europese Rekenkamer een evaluatie van de Task Force for Greece (TFGR) die in juli 2011 door de Europese Commissie werd opgezet. De groep van ongeveer vijfenzestig Europese experts adviseerde de Grieken over hervorming van het openbaar bestuur, belastingstelsel en herstel van de economische groei, maar had beperkte invloed.

9.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven