COM(2001)272 - Strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de EG

 
Deze Richtlijn is opgesteld door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) van de Europese Commissie en op 23 mei 2001 voorgelegd aan de Raad van de Europese Unie en ter medebeslissing aan het Europees Parlement.
Op 16 oktober 2002 is het voorstel na wijzigingen naar het Europees Parlement gestuurd.
 
 

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Toelichting

1. Algemene opmerkingen

Krachtens artikel 280 van het EG-Verdrag, dat werd ingevoerd door het Verdrag van Amsterdam, is de Gemeenschap bevoegd maatregelen te nemen om de communautaire financiële belangen in alle lidstaten op doeltreffende en gelijkwaardige wijze te beschermen. Aangezien door de internationale economische en financiële fraude en criminaliteit aanzienlijke schade wordt toegebracht aan de communautaire financiële belangen , moet het huidige rechtskader, vooral ingevolge de vertraging die door de lidstaten bij de ratificatie van de overeenkomst en de protocollen aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen is opgelopen, onverwijld worden versterkt. Omdat ook concrete maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van de algemene strategische aanpak die op het gebied van de fraudebestrijding is vastgesteld, stelt de Commissie daarom een richtlijn voor, die is gebaseerd op artikel 280 van het EG-Verdrag.

1.1. Stand van de ratificaties van de instrumenten voor de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen en noodzaak op te treden

De overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1995, alsmede de aanvullende protocollen van 27 september 1996, 29 november 1996 en 19 juni 1997 (hierna 'instrumenten voor de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen' of 'BFB-instrumenten'), die door de lidstaten in het kader van de 'derde pijler' van het Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht) zijn goedgekeurd en ondertekend, vormen de eerste belangrijke elementen van een gemeenschappelijke basis voor de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Unie, voorzover deze van toepassing zijn op bepaalde aspecten van het materiële strafrecht en de justitiële samenwerking op dit gebied. De harmonisatie van de definities en de strafmaatregelen voor bepaalde inbreuken waarin de verschillende nationale strafrechtelijke bepalingen voorzien, met name fraude en corruptie, alsmede de verplichtingen van de lidstaten op het gebied van de bevoegdheid, de wederzijdse rechtshulp, de uitlevering en de overdracht en centralisatie van strafvervolgingen - om enkel de punten te noemen die in het kader van deze instrumenten de belangrijkste zijn - zullen in aanzienlijke mate bijdragen tot de verbetering van de bescherming van de communautaire financiële belangen, die sterk wordt bemoeilijkt door de versnippering van de Europese strafrechtelijke ruimte.

(...)


lees meer

2.

Initieel standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse regering is voorstander van een krachtige en effectieve bestrijding van EU-fraude. Op dit punt valt nog het nodige te verbeteren. Nederland erkent dat elke lidstaat daarin ook een eigen verantwoordelijkheid heeft.

Nederland onderschrijft dan ook het belang dat de Commissie hecht aan de ratificatie van de onder a) genoemde derde pijler-instrumenten, waarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan een gelijkwaardige strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen, in het bijzonder ook met het oog op een adequate strafrechtelijke samenwerking. Nu de Eerste Kamer der Staten-Generaal op 19 juni jl. het laatste goedkeuringswetsvoorstel (27 509) heeft aanvaard, zal Nederland op korte termijn de ratificatie-procedures betreffende de overeenkomst en de drie protocollen kunnen afronden.

Het is nu van belang dat ook die lidstaten die het ratificatieproces nog niet hebben afgerond, dit proces op korte termijn voltooien. Mocht dit ratificatieproces verdere vertraging oplopen, dan kan de totstandkoming van de onderhavige richtlijn worden gezien als een andere, naar verwachting snellere, weg om het gewenste doel te bereiken.

 

3.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 280 lid 4.

4.

Kerngegevens

COM-nummer COM(2001)272pdf icoon
extra com nummer COM(2001)272;COM(2002)577;COM(2010)147;COM(2009)665
raadsdocument 2001/22
interinstitutioneel nummer 2001/0115(COD)
bnc fiche Strafrechtelijke bescherming financiële belangen Gemeenschap
BNC-kamerstuknummer 22112, 207, 10
officiële titel Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap
officiële Engelstalige titel Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on the criminal-law protection of the Community's financial interests
besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
datum online publicatie 23-05-2001
Publicatieblad voorstel PB C 240E, 28.8.2001, blz. 125-129pdf icoon
europees parlement dossier status In eerste lezing bij de Raad
directoraat-generaal Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)
beleidsterrein Beleid begroting Europese Unie
Samenwerking justitie, vrijheid en veiligheid
 
 

5.

Relevante documenten

(24 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

6.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: communautaire financiering, financieel beleid, marktbescherming, toegang tot de rechter.

7.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen:


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.