COM(2005)507 - Uitvoering van het gemeenschappelijke Lissabon-programma: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verbetering van de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 9 oktober 2007 is het voorstel na wijzigingen naar het Europees Parlement gestuurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Uitvoering van het communautaire Lissabon-programma: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verbetering van de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on improving the portability of supplementary pension rights
 
COM-nummer COM(2005)507
extra com nummer COM(2005)507;SEC(2005)1293;COM(2007)603;COM(2009)665
raadsdocument 2005/86
interinstitutioneel nummer 2005/0214(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

(1) Het vrije verkeer van personen is een van de fundamentele vrijheden van de Gemeenschap; artikel 42 van het Verdrag bepaalt dat de Raad volgens de procedure van artikel 251 de maatregelen vaststelt welke op het gebied van de sociale zekerheid noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van het vrije verkeer van werknemers.

(2) De sociale bescherming van de werknemers inzake pensioenen wordt verzekerd door wettelijke socialezekerheidsregelingen, aangevuld door aanvullende socialezekerheidsregelingen die gekoppeld zijn aan de arbeidsovereenkomst en die een steeds belangrijkere rol spelen in de lidstaten.

(3) De Raad beschikt over een ruime beoordelingsvrijheid wat betreft de keuze van de meest passende maatregelen om de doelstelling van artikel 42 van het Verdrag te verwezenlijken; het coördinatiesysteem dat is voorzien in Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen[13] en in Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71[14], en in het bijzonder ook de geldende regels voor samentelling, hebben geen betrekking op de aanvullende pensioenregelingen, met uitzondering van de regelingen die onder de term 'wetgeving' als gedefinieerd in de eerste alinea van artikel 1, punt j), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 vallen, of die in een verklaring van een lidstaat uit hoofde van dit artikel als zodanig zijn aangemerkt. De aanvullende pensioenregelingen zouden daarom onderwerp moeten zijn van specifieke maatregelen, om rekening te houden met hun aard en bijzondere kenmerken, en ook met de verscheidenheid van regelingen binnen lidstaten en de verschillen tussen lidstaten onderling, en met name met de rol van de sociale partners bij de tenuitvoerlegging van die regelingen.


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse belangen zijn:

  • · 
    Verbetering van de arbeidsmobiliteit in Europa conform de Lissabondoelstellingen inzake de Europese arbeidsmarkt. Nederland zal elke bepaling van de richtlijn in dat licht beoordelen. In dat verband is het van belang dat concrete vooruitgang wordt geboekt bij de overdraagbaarheid van pensioenrechten in Europa. Hiertoe is het nodig dat in ieder land ­ ongeacht het gehanteerde financieringsstelsel- overschrijving van pensioenrechten mogelijk wordt, zónder dat het ontvangende land meer pensioenrechten hoeft toe te kennen dan op grond van haar eigen rekenregels gerechtvaardigd is.
  • · 
    Handhaving van de hoofdkenmerken van het Nederlandse pensioenstelsel, d.w.z.:

­ Behoud van de verantwoordelijkheid van sociale partners voor de inrichting van pensioenregelingen; ­ Behoud van het daarin verankerde stelsel van waardeoverdracht (Nederland wenst niet dat een transfersom tot hogere aanspraken kan leiden dan op grond van de eigen actuariële rekenregels gerechtvaardigd zou kunnen zijn);

­ Het moet niet mogelijk zijn dat op grond van EU-regelgeving de rechten van slapers beter behandeld worden/beschermd worden dan die van actieve deelnemers en van gepensioneerden (De nu in Nederland wettelijk verplichte gelijke behandeling van slaperrechten aan die van gepensioneerden is het maximum). In verband met de subsidiariteit is het niet wenselijk dat door de EU regels worden opgelegd die de toetreding tot aanvullende pensioenregelingen betreffen. Hoewel de invloed op het Nederlandse stelsel van deze bepalingen naar verwachting niet zo groot zal zijn, dient er toch vanuit subsidiariteitoogpunt en de eventuele precedentwerking ervan tegen geageerd te worden.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 42 en 94.

- Artikel 42 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Vrij verkeer van werknemers' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling op het gebied van de sociale zekerheid van de maatregelen welke nodig zijn voor de totstandkoming van het vrije verkeer van werknemers.

- Artikel 94 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Aanpassing van de wetgevingen' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op richtlijnen voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke rechtstreeks van invloed zijn op de gemeenschappelijke markt.

6.

Procedure

7.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: communautaire werknemer, ouderdomsverzekering, overdracht van pensioenrechten, sociaal recht, sociale zekerheid, vrij verkeer van werknemers.

8.

Betrokkenen

9.

Relevante documenten

(67 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

10.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.