RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
Brussel, 21 januari 2010 (26.01) (OR. en)
Interinstitutioneel dossier: 2009/0140(COD)
5554/10
NOTA
van: aan:
Betreft:
het secretariaat de delegaties
EF 9
ECOFIN 38 SURE 7 CODEC 34
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's - Gewijzigde tekst om te voldoen aan het VWEU
Hierbij gaat voor de delegaties de tekst van de algemene oriëntatie betreffende bovengenoemde verordening zoals die door de Raad ECOFIN is overeengekomen en is gewijzigd om te voldoen aan het VWEU.
5554/10
oms/GRA/mv
DGG I
1
NL
2009/0140(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 114,
Gezien het voorstel van de Commissie1,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank2,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité3,
Handelend volgens de procedure van artikel 294 van het Verdrag4,
Overwegende hetgeen volgt:
PB C […] van […], blz. […]. Besluit XXXX PB C […] van […], blz. […]. PB C […] van […], blz. […].
5554/10
oms/GRA/mv
DGG I
2
NL
(1) De financiële crisis heeft grote tekortkomingen aan het licht gebracht in het financieel toezicht, dat er niet in geslaagd is de ongunstige macroprudentiële ontwikkelingen te voorzien en de accumulatie van buitensporige risico’s in de financiële sector te voorkomen, en heeft in het bijzonder de zwakke punten van het bestaande macroprudentiële toezicht aangetoond.
(2) In november 2008 heeft de Commissie een groep op hoog niveau onder voorzitterschap van de heer Jacques de Larosière (de "groep de Larosière") opdracht gegeven aanbevelingen te doen over de wijze waarop de Europese toezichtregelingen kunnen worden versterkt teneinde EU-burgers beter te beschermen en het vertrouwen in het financiële stelsel te herstellen.
(3) In zijn op 25 februari 2009 gepresenteerde eindrapport heeft de groep de Larosière onder meer aanbevolen een orgaan op het niveau van de Europese Unie op te richten dat belast is met het toezicht op het risico in het financiële stelsel als geheel.
(4) In haar mededeling met als titel "Op weg naar Europees herstel" van 4 maart 20091 heeft de Commissie zich verheugd getoond over deze aanbevelingen van de groep de Larosière en de strekking ervan grotendeels onderschreven. Op zijn bijeenkomst van 19 en 20 maart 2009 heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over de noodzaak de regulering van en het toezicht op financiële instellingen binnen de EU te verbeteren en het rapport van de groep de Larosière als uitgangspunt voor te nemen maatregelen te hanteren.
(5) In haar mededeling met als titel "Europees financieel toezicht" van 27 mei 20092 beschrijft de Commissie een reeks hervormingen van de huidige regelingen voor het waarborgen van de financiële stabiliteit op EU-niveau, met name de oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (ECSR), dat verantwoordelijk is voor macroprudentieel toezicht.
5554/10 oms/GRA/mv 3
DGG I NL
De Raad van 9 juni 2009 en de Europese Raad van 18 en 19 juni hebben het standpunt van de Commissie onderschreven en hebben zich verheugd getoond over het voornemen van de Commissie om met wetsvoorstellen te komen zodat het nieuwe kader in de loop van 2010 in werking kan treden. In overeenstemming met het standpunt van de Commissie concludeerde de Raad onder meer dat "de ECB de ESRB analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning dient te verlenen en daarbij ook dient te putten uit technisch advies van de nationale centrale banken en toezichthouders".
(6) In de huidige regelingen van de Europese Unie wordt te weinig aandacht besteed aan macroprudentieel toezicht en aan verbanden tussen ontwikkelingen in de bredere macro-economische context en het financiële stelsel. De verantwoordelijkheid voor macroprudentiële analyse blijft versnipperd en berust bij diverse instanties op verschillende niveaus, zonder dat er een mechanisme bestaat dat ervoor zorgt dat macroprudentiële risico’s op afdoende wijze in kaart worden gebracht, en dat er duidelijke waarschuwingen en aanbevelingen worden gegeven, die niet zonder gevolg blijven en in maatregelen worden omgezet.
(7) De Europese Unie heeft behoefte aan een specifiek orgaan dat verantwoordelijk is voor macroprudentieel toezicht op het Europese financiële stelsel als geheel, dat de risico's voor financiële stabiliteit in kaart brengt en dat, indien nodig, risicowaarschuwingen laat uitgaan en maatregelen voor de aanpak van die risico's aanbeveelt. Daarom moet een Europees Comité voor systeemrisico’s worden opgericht als een nieuw, onafhankelijk orgaan dat alle financiële sectoren en garantiestelsels bestrijkt. Het dient verantwoordelijk te zijn voor macroprudentieel toezicht op Europees niveau, en dient geen rechtspersoonlijkheid te bezitten.
(7 bis) Het ECSR dient uit een algemene raad, een stuurcomité, een secretariaat en een raadgevend technisch comité te bestaan. Bij de oprichting van het raadgevend technisch comité dient rekening te worden gehouden met de bestaande structuren, teneinde doublures te vermijden.
5554/10 oms/GRA/mv 4
DGG I NL
(8) Het ECSR moet waarschuwingen geven en, indien het zulks nodig acht, aanbevelingen doen die van algemene aard zijn en op de Europese Unie als geheel, individuele lidstaten of groepen van lidstaten betrekking hebben, met een welbepaalde termijn voor een beleidsreactie.
(9) Om het gewicht en de legitimiteit ervan te vergroten, moeten dergelijke waarschuwingen en aanbevelingen ook worden gedaan aan de Raad en, indien nodig, aan de bij Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad1 opgerichte Europese Bankautoriteit, aan de bij Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad2 opgerichte Europese Autoriteit voor effecten en markten en aan de bij Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad3 opgerichte Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen. De beraadslagingen van de Raad moeten worden voorbereid door het Economisch en Financieel Comité (EFC), overeenkomstig zijn in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) omschreven rol. Om de besprekingen van de Raad voor te bereiden en tijdig beleidsadvies aan de Raad te verstrekken, moet het EFC regelmatig en in een vroeg stadium worden geïnformeerd, en moet het de teksten van waarschuwingen en aanbevelingen ontvangen zodra die zijn aangenomen.
(10) Om ervoor te zorgen dat daadwerkelijk gevolg wordt gegeven aan zijn waarschuwingen en aanbevelingen, moet het ECSR tevens toezicht houden op de naleving van zijn aanbevelingen, op basis van verslagen van degenen tot wie zijn aanbevelingen zijn gericht. Deze moeten daaraan gevolg geven, en een passende motivering verstrekken ingeval geen actie wordt ondernomen (het "pas toe of leg uit"-mechanisme). Indien het ECSR de reactie ontoereikend vindt, stelt het degenen tot wie aanbevelingen zijn gericht, de Raad en, in voorkomend geval, de betrokken Europese toezichthoudende autoriteiten daarvan in kennis. Bij het praktische verloop van deze processen dient de rol van het EFC ten volle in aanmerking te worden genomen.
PB L […] van […], blz. […]. PB L […] van […], blz. […]. PB L […] van […], blz. […].
5554/10
oms/GRA/mv
DGG I
5
NL
(11) Het ECSR moet per geval, en na de Raad te hebben geraadpleegd, uitmaken of een aanbeveling vertrouwelijk moet blijven dan wel openbaar moet worden gemaakt, rekening houdende met het feit dat openbaarmaking in bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot het opvolgen van de aanbevelingen.
(12) Het ECSR brengt ten minste tweemaal per jaar verslag uit aan het Europees Parlement en aan de Raad, en vaker in geval van wijdverbreide financiële onrust. Waar passend zou de Raad het ECSR kunnen verzoeken specifieke kwesties betreffende financiële stabiliteit te onderzoeken.
(13) Vanwege hun expertise en hun bestaande verantwoordelijkheden op het gebied van financiële stabiliteit moeten de ECB en de nationale centrale banken een hoofdrol spelen in het macroprudentiële toezicht. Nationale toezichthouders moeten hun specifieke deskundigheid inbrengen. Het is van essentieel belang dat de microprudentiële toezichthouders deelnemen aan de werkzaamheden van het ECSR om ervoor te zorgen dat de beoordeling van het macroprudentiële risico gebaseerd is op volledige en accurate informatie over ontwikkelingen in het financiële stelsel. Daarom moeten de voorzitters van de Europese toezichthoudende autoriteiten stemgerechtigde leden zijn, terwijl één nationale toezichthouder per lidstaat moet deelnemen als niet-stemgerechtigd lid.
(14) De deelname van een lid van de Commissie zal helpen een verband te leggen met het macro-economische en financiële toezicht van de Europese Unie, terwijl de aanwezigheid van de voorzitter van het EFC de rol zal weerspiegelen die ministeries van Financiën en de Raad spelen bij het handhaven van de financiële stabiliteit en bij het uitoefenen van economisch en financieel toezicht.
(15) Het is van essentieel belang dat de leden van het ECSR hun taken op onpartijdige wijze vervullen en alleen de financiële stabiliteit van de Europese Unie als geheel voor ogen hebben. Stemmingen over waarschuwingen en aanbevelingen binnen het ECSR mogen niet worden gewogen en besluiten moeten in de regel met een gewone meerderheid worden genomen.
5554/10 oms/GRA/mv 6
DGG I NL
(16) De onderlinge vervlechting van financiële instellingen en markten houdt in dat bij het opsporen en beoordelen van mogelijke systeemrisico's moet worden uitgegaan van een uitgebreide reeks relevante macro-economische en microfinanciële gegevens en indicatoren. Het ECSR moet daarom toegang hebben tot alle nodige informatie voor het vervullen van zijn taken, waarbij de vereiste vertrouwelijkheid van deze gegevens in acht wordt genomen.
(16 bis) De in deze verordening vervatte maatregelen voor het vergaren van informatie zijn nodig voor het vervullen van de taken van het ECSR, en mogen geen afbreuk doen aan het wettelijk kader van het Europees statistisch systeem (ESS) en het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) op het gebied van statistieken. Deze verordening laat derhalve Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese Statistiek en Verordening (EG) nr. 2533/1998 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank onverlet.
(17) Marktdeelnemers kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het inzicht in de ontwikkelingen in het financiële stelsel. In voorkomend geval moet het ECSR daarom belanghebbenden uit de particuliere sector, zoals vertegenwoordigers van de financiële sector, consumentenorganisaties en door de Commissie of op grond van wetgeving van de Europese Unie opgerichte gebruikersgroepen op het gebied van financiële diensten raadplegen en hun een eerlijke kans geven om hun standpunt te vertolken.
(18) Gelet op de integratie van de internationale financiële markten op internationaal niveau en het besmettingsrisico van financiële crises moet het ECSR voor coördinatie zorgen met het Internationaal Monetair Fonds en de recent opgerichte Raad voor financiële stabiliteit, die geacht worden vroegtijdige waarschuwingen te geven in verband met macroprudentiële risico's op mondiaal niveau.
5554/10 oms/GRA/mv 7
DGG I NL
(19) De oprichting van het ECSR moet rechtstreeks bijdragen tot het verwezenlijken van de
doelstellingen van de interne markt. Het macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel zou integrerend deel moeten uitmaken van de overwegend nieuwe toezichtsregelingen in de Europese Unie, aangezien het macroprudentiële aspect nauw verbonden is met de aan de Europese toezichthoudende autoriteiten toegewezen microprudentiële toezichthoudende taken. Alleen regelingen die recht doen aan de onderlinge samenhang tussen micro- en macroprudentiële risico's kunnen ervoor zorgen dat alle belanghebbenden voldoende vertrouwen hebben om grensoverschrijdende financiële activiteiten te ontplooien. Het ECSR wordt belast met het toezicht op en de beoordeling van risico's voor de financiële stabiliteit die voortvloeien uit ontwikkelingen waarvan effecten kunnen uitgaan op het niveau van de sector of op het niveau van het financiële stelsel in zijn geheel. Door dergelijke risico’s aan te pakken moet het ECSR rechtstreeks bijdragen tot een geïntegreerde toezichtstructuur van de Europese Unie, die noodzakelijk is om tijdige en consistente beleidsreacties van de lidstaten in de hand te werken en op die manier uiteenlopende benaderingen te voorkomen en aldus de werking van de interne markt te verbeteren.
(19 bis) Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in zijn arrest van 2 mei 2006 in zaak C-217/04 (Verenigd Koninkrijk/Europees Parlement en Raad)1 erkend dat artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (dat artikel 114 van het VWEU is geworden) betreffende de vaststelling van maatregelen inzake de onderlinge aanpassing van wetgeving met betrekking tot de instelling en de werking van de interne markt een juiste rechtsgrondslag biedt voor de oprichting van een orgaan van de Europese Unie om bij te dragen aan de verwezenlijking van een harmonisatieproces, wanneer de aan een dergelijk orgaan toevertrouwde taken nauw aanknopen bij de materies die voorwerp zijn van handelingen van onderlinge aanpassing van nationale wetgevingen. Het ECSR draagt bij tot de financiële stabiliteit die nodig is voor de verdere financiële integratie op de interne markt door toezicht uit te oefenen op systeemrisico's en, waar passend, waarschuwingen en aanbevelingen te geven. Deze taken hangen nauw samen met de doelstellingen van de wetgeving van de Europese Unie betreffende de interne markt voor financiële diensten. Het ECSR dient derhalve te worden opgericht op basis van artikel 114 van het VWEU.
Punt 44, nog niet bekendgemaakt.
5554/10 oms/GRA/mv 8
DGG I NL
1
(20) Aangezien vanwege de integratie van de Europese financiële markten een effectief
macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel van de Europese Unie niet op toereikende wijze door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, kan de Europese Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) vastgelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
5554/10 oms/GRA/mv 9
DGG I NL
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Hoofdstuk I Algemene Bepalingen
Artikel 1 Oprichting
Er wordt een Europees Comité voor systeemrisico's opgericht, hierna het "ECSR" genoemd. Het ECSR is een onafhankelijk orgaan zonder rechtspersoonlijkheid.
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
-
a)"financiële instelling": een onderneming die wordt beheerst door de wetgeving bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening [(EG) nr. xx/2009 (EBA)], Verordening [(EG) nr. xx/2009 (EAEM)], en Verordening [(EG) nr. xx/2009 (EAVB)], alsook elke andere onderneming of entiteit in de Europese Unie met een soortgelijke hoofdactiviteit;
-
b)"financieel stelsel": alle financiële instellingen, financiële markten en financiële marktinfrastructuren.
5554/10 oms/GRA/mv 10
DGG I NL
Artikel 3 Opdracht, doelstellingen en taken
-
1.Het ECSR is verantwoordelijk voor het macroprudentiële toezicht op het financiële stelsel in de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het voorkomen of beperken van systeemrisico’s voor de financiële stabiliteit in de EU die voortvloeien uit ontwikkelingen binnen het financiële stelsel, waarbij rekening moet worden gehouden met macro-economische ontwikkelingen, zodat perioden van wijdverbreide financiële onrust worden voorkomen en wordt bijgedragen tot een soepele werking van de interne markt.
-
2.Voor de toepassing van lid 1 vervult het ECSR, zonder afbreuk te doen aan de rol en de verantwoordelijkheden van bestaande organen, de volgende taken:
-
a)bepalen en/of vergaren, en analyseren van alle informatie die van belang en nodig is voor de in lid 1 beschreven opdracht;
-
b)in kaart brengen en prioriteren van de in lid 1 beschreven systeemrisico's;
c)
waarschuwingen geven ingeval dergelijke systeemrisico's significant lijken;
-
d)aanbevelingen doen voor het nemen van corrigerende maatregelen in reactie op onderkende risico's;
e)
monitoren van de follow-up van waarschuwingen en aanbevelingen;
5554/10
oms/GRA/mv
DGG I
11
NL
-
f)nauw samenwerken met het Europees Systeem van Financiële Toezichthouders, en de Europese toezichthoudende autoriteiten voorzien van de informatie over risico’s die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken;
-
g)voor coördinatie zorgen met internationale instellingen, in het bijzonder het Internationaal Monetair fonds en de Raad voor financiële stabiliteit, alsook met de bevoegde organen in derde landen, in aangelegenheden die verband houden met macroprudentieel toezicht;
-
h)andere daarmee verband houdende taken uitvoeren, zoals bepaald in de wetgeving van de Europese Unie.
Hoofdstuk II Organisatie
Artikel 4 Structuur
-
1.Het ECSR bestaat uit een algemene raad, een stuurcomité, een secretariaat en een raadgevend technisch comité.
-
2.De algemene raad neemt de besluiten die nodig zijn om te garanderen dat de aan het ECSR toevertrouwde taken worden vervuld.
-
3.Het stuurcomité ondersteunt het besluitvormingsproces van het ECSR door de vergaderingen van de algemene raad voor te bereiden en de te bespreken documenten door te nemen, en de voortgang van de lopende werkzaamheden van het ECSR te volgen.
5554/10
oms/GRA/mv
DGG I
12
NL
-
4.Overeenkomstig Besluit XXXX/EG/2009 van de Raad1 verleent het secretariaat analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning aan het ECSR onder leiding van de voorzitter van de algemene raad en het stuurcomité. Voor zijn analyses doet het secretariaat een beroep op technisch advies van de nationale centrale banken en de nationale toezichthoudende autoriteiten.
-
5.Het ECSR wordt ondersteund door het in artikel 12 bedoelde raadgevend technisch comité, dat advies en bijstand verleent inzake technische aangelegenheden die van belang zijn voor de werkzaamheden van het ECSR.
Artikel 5 Voorzitterschap
-
1.De voorzitter van het ECSR wordt voor een termijn van vijf jaar verkozen door en uit de leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de ECB. De vice-voorzitter wordt voor een termijn van vijf jaar verkozen door en uit de stemgerechtigde leden van het ECSR. De voorzitter en de vicevoorzitter kunnen slechts eenmaal worden herkozen.
-
2.De voorzitter zit de vergaderingen van de algemene raad en van het stuurcomité voor.
-
3.Als de voorzitter een vergadering niet kan bijwonen, zit de vicevoorzitter de vergaderingen van de algemene raad en/of van het stuurcomité voor.
-
4.Als de ambtstermijn van de leden van de Algemene Raad van de ECB die als voorzitter of als vicevoorzitter zijn verkozen, verstrijkt vóór het einde van de termijn van vijf jaar, of als de voorzitter of vicevoorzitter om welke reden ook zijn taken niet kan vervullen, wordt overeenkomstig lid 1 een nieuwe voorzitter of vicevoorzitter verkozen.
1
PB L […] van […], blz. […].
5554/10 oms/GRA/mv 13
DGG I NL
-
5.De voorzitter vertegenwoordigt het ECSR naar buiten toe.
Artikel 6 Algemene raad
-
1.De stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:
-
a)de president van de ECB of, indien hij of zij tot voorzitter van het ECSR wordt verkozen, de vicepresident van de ECB;
-
b)de presidenten van de nationale centrale banken; indien een president van een nationale centrale bank wordt verkozen tot voorzitter van het ECSR, een vicepresident van die nationale centrale bank; indien een president van een nationale centrale bank wordt verkozen tot vicevoorzitter van het ECSR, een vicepresident van die nationale centrale bank;
-
c)een lid van de Europese Commissie;
-
d)de voorzitter van de Europese Bankautoriteit;
-
e)de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;
-
f)de voorzitter van de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
-
2.De niet-stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:
-
a)een vertegenwoordiger per lidstaat op hoog niveau van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten, overeenkomstig lid 3;
-
b)de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité.
5554/10 oms/GRA/mv 14
DGG I NL
-
3.Wat de vertegenwoordiging van de nationale toezichthoudende autoriteiten betreft, wisselen de respectieve vertegenwoordigers op hoog niveau elkaar af naar gelang van het te bespreken onderwerp, tenzij de nationale toezichthoudende autoriteiten een gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen.
-
4.De algemene raad stelt het reglement van orde van het ECSR vast.
Artikel 7 Onpartijdigheid
-
1.Bij hun deelname aan de activiteiten van de algemene raad en van het stuurcomité of bij het verrichten van andere met het ECSR verband houdende werkzaamheden vervullen de leden van het ECSR hun taken op onpartijdige wijze en uitsluitend in het belang van de Europese Unie in haar geheel.Zij vragen noch aanvaarden instructies van lidstaten, instellingen van de Europese Unie of andere publieke of private organen.
-
2.Lidstaten, instellingen van de Europese Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden bij het vervullen van hun met het ECSR verband houdende taken.
Artikel 8 Beroepsgeheim
-
1.Leden van de algemene raad van het ECSR en andere personen die voor of in verband met het ECSR werkzaamheden verrichten of hebben verricht (onder meer het desbetreffende personeel van de centrale banken, het raadgevend technisch comité, de ETA’s en de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten), mogen wanneer zij niet meer in functie zijn informatie die onder het beroepsgeheim valt, niet openbaar te maken.
5554/10 oms/GRA/mv 15
DGG I NL
-
2.Door leden van het ECSR verkregen informatie mag alleen bij de uitoefening van de in artikel 3, lid 2, bedoelde taken worden gebruikt.
-
3.Onverminderd artikel 16 en de toepassing van het strafrecht, mogen vertrouwelijke gegevens waarvan de in lid 1 bedoelde personen beroepshalve kennis krijgen, aan geen enkele persoon of autoriteit worden vrijgegeven, behalve in een samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd.
-
4.Het ECSR stelt, samen met de Europese toezichthoudende autoriteiten, specifieke vertrouwelijkheidsprocedures vast en voert deze in, teneinde informatie betreffende individuele financiële instellingen of informatie waarbij individuele financiële instellingen kunnen worden geïdentificeerd, te beveiligen.
Artikel 9 Vergaderingen van de algemene raad
-
1.Gewone plenaire vergaderingen van de algemene raad worden door de voorzitter van de algemene raad bijeengeroepen en hebben ten minste vier maal per jaar plaats. Buitengewone vergaderingen kunnen worden bijeengeroepen op initiatief van de voorzitter van de algemene raad, of op verzoek van ten minste een derde van de stemgerechtigde leden.
-
2.Elk lid is persoonlijk op de vergaderingen van de algemene raad aanwezig en mag niet worden vertegenwoordigd.
-
3.In afwijking van lid 2 mag een lid dat gedurende een periode van ten minste drie maanden de vergaderingen niet kan bijwonen, een vervanger aanwijzen. Dat lid mag ook worden vervangen door een persoon die formeel is aangesteld overeenkomstig de voor de desbetreffende instelling geldende regels aangaande het tijdelijk vervangen van vertegenwoordigers.
5554/10 oms/GRA/mv 16
DGG I NL
-
4.De besprekingen van de vergaderingen zijn vertrouwelijk.
Artikel 10 Stemregelingen voor de algemene raad
-
1.De stemgerechtigde leden van de algemene raad hebben elk één stem.
-
2.Zonder afbreuk te doen aan de stemprocedures in artikel 16, lid 5, en artikel 18, lid 1, neemt de algemene raad zijn besluiten met een gewone meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
-
3.Voor elke stemming in de algemene raad is een quorum van tweederde van de stemgerechtigde leden vereist. Indien het quorum niet bereikt is, kan de voorzitter een buitengewone vergadering bijeenroepen waarin besluiten kunnen worden genomen met een quorum van een derde van de stemgerechtigde leden. Het reglement van orde bevat een passende kennisgeving voor het bijeenroepen van een buitengewone vergadering.
Artikel 11 Stuurcomité
-
1.Het stuurcomité bestaat uit de volgende leden:
-
a)de voorzitter van het ECSR;
-
b)de vicevoorzitter van het ECSR;
-
c)vijf andere leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de ECB. Drie van die leden komen uit een lidstaat die tot de eurozone behoort, en twee andere uit een lidstaat die niet tot de eurozone behoort. Zij worden voor een termijn van twee jaar verkozen onder de leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de ECB;
5554/10 oms/GRA/mv 17
DGG I NL
-
d)een lid van de Europese Commissie;
-
e)de voorzitter van de Europese Bankautoriteit;
-
f)de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;
-
g)de voorzitter van de Europese Autoriteit voor effecten en markten;
-
h)de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité.
Elke vacature voor een verkozen lid van het stuurcomité wordt vervuld via verkiezing van een nieuw lid door de algemene raad.
-
2.De vergaderingen van het stuurcomité worden door de voorzitter ten minste één keer per
kwartaal bijeengeroepen, vóór elke vergadering van de algemene raad. De voorzitter kan ook ad-hocvergaderingen bijeenroepen.
Artikel 12 Raadgevend technisch comité
-
1.Het raadgevend technisch comité bestaat uit de volgende leden:
-
a)een vertegenwoordiger van elke nationale centrale bank en een vertegenwoordiger van de ECB;
-
b)een vertegenwoordiger per lidstaat van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteit;
-
c)een vertegenwoordiger van de Europese Bankautoriteit;
-
d)een vertegenwoordiger van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;
-
e)een vertegenwoordiger van de Europese Autoriteit voor effecten en markten;
-
f)twee vertegenwoordigers van de Commissie;
-
g)een vertegenwoordiger van het Economisch en Financieel Comité.
5554/10 oms/GRA/mv 18
DGG I NL
De toezichthoudende autoriteiten van elke lidstaat kiezen één vertegenwoordiger in het comité. Wat de vertegenwoordiging van de nationale toezichthoudende autoriteiten betreft, wisselen de respectieve vertegenwoordigers op hoog niveau elkaar af naar gelang van het te bespreken onderwerp, tenzij de nationale toezichthoudende autoriteiten een gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen.
-
2.De voorzitter van het raadgevend technisch comité wordt door de algemene raad aangesteld op voorstel van zijn voorzitter.
-
3.Het comité vervult de in artikel 4, lid 5, genoemde taken op verzoek van de voorzitter van de algemene raad.
-
4.Het secretariaat van het ECSR ondersteunt de werkzaamheden van het raadgevend technisch comité, en het hoofd van het secretariaat neemt aan de vergaderingen deel.
Artikel 12 bis
-
1.Onder de in lid 2 gestelde voorwaarden mogen autoriteiten van EER-landen deelnemen aan de werkzaamheden van het ECSR.
-
2.Op basis van de desbetreffende bepalingen van de EER-Overeenkomst worden regelingen getroffen over met name de aard, de omvang en de procedurele aspecten van de betrokkenheid van deze landen bij de werkzaamheden van het ECSR. Deze regelingen kunnen voorzien in vertegenwoordiging, op ad-hocbasis, als waarnemer, bij de algemene raad en bij het raadgevend technisch comité, maar moeten ervoor zorgen dat deze landen niet deelnemen aan besprekingen met betrekking tot individuele financiële marktdeelnemers, behalve in gevallen waarbij zij rechtstreeks belang hebben.
5554/10 oms/GRA/mv 19
DGG I NL
Artikel 13 Andere bronnen van advies
Bij het vervullen van zijn taken wint het ECSR indien nodig de standpunten in van belanghebbenden uit de particuliere sector, waaronder consumentengroepen.
Artikel 14
Geschrapt.
hoofdstuk III Taken
Artikel 15 Vergaring en uitwisseling van informatie
-
1.Het ECSR voorziet de Europese toezichthoudende autoriteiten van de informatie over systeemrisico’s die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken.
-
2.Overeenkomstig de wetgeving van de Europese Unie werken de Europese toezichthoudende autoriteiten, het ESCB, de Commissie, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de nationale statistische autoriteiten nauw met het ECSR samen en verstrekken zij alle nodige informatie voor het vervullen van zijn taken.
-
3.Onverminderd artikel 21, lid 2, van de verordeningen tot oprichting van de EBA, de EAEM, en de EAVB mag het ECSR de Europese toezichthoudende autoriteiten om informatie vragen, in de regel in samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat de individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd. Indien die informatie voor het ECSR niet voldoende is om zijn taken te vervullen, mag het ECSR de Europese toezichthoudende autoriteiten een met redenen omkleed verzoek sturen om gegevens in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm.
5554/10 oms/GRA/mv 20
DGG I NL
3 bis. Alvorens overeenkomstig dit artikel om informatie te verzoeken, gaat het ECSR eerst na welke bestaande statistieken reeds door het Europees statistisch systeem en door het ESCB zijn opgesteld, verspreid en ontwikkeld.
3 ter. Als deze autoriteiten niet over de gevraagde gegevens beschikken of als deze niet tijdig
beschikbaar worden gesteld, mag het ECSR de gegevens opvragen bij het ESCB, de nationale toezichthoudende autoriteiten of de nationale statistische autoriteiten. Als deze autoriteiten niet over de gegevens beschikken, kan het ECSR de betrokken lidstaat om de gegevens verzoeken.
3 quater. Als het ECSR verzoekt om gegevens in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm, moet in het met redenen omklede verzoek worden uitgelegd waarom gegevens over de desbetreffende individuele financiële instelling systeemrelevant en noodzakelijk worden geacht in het licht van de bestaande marktsituatie.
-
4.Lid 4 geschrapt
-
5.Vóór elk verzoek om informatie in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm, raadpleegt het ECSR de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit om zeker te zijn dat het verzoek gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit het verzoek niet als gerechtvaardigd en evenredig beschouwt, stuurt zij het verzoek onverwijld terug naar het ECSR en vraagt zij om een aanvullende motivering. Nadat het ECSR de aanvullende motivering heeft verstrekt aan de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit, worden de gevraagde gegevens aan het ECSR toegezonden door degene tot wie het verzoek is gericht, mits deze rechtmatige toegang heeft tot de betreffende gegevens.
Artikel 16 Waarschuwingen en aanbevelingen
-
1.Indien er significante risico's zijn voor de verwezenlijking van het in artikel 3, lid 1,
genoemde doel, geeft het ECSR waarschuwingen en doet het indien nodig aanbevelingen voor het nemen van corrigerende maatregelen, waaronder, waar passend, wetgevingsinitiatieven.
5554/10 oms/GRA/mv 21
DGG I NL
-
2.De waarschuwingen en aanbevelingen die het ECSR overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder c) en d), geeft, kunnen van algemene of specifieke aard zijn; zij worden gericht tot de Europese Unie in haar geheel of tot een of meer lidstaten, een of meer Europese toezichthoudende autoriteiten, of een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten. Indien een waarschuwing of aanbeveling tot een of meer toezichthoudende autoriteiten is gericht, wordt de desbetreffende lidstaat daarvan op de hoogte gebracht. Bij aanbevelingen wordt een welbepaalde termijn voor beleidsreactie vermeld. Aanbevelingen kunnen ook tot de Commissie worden gericht met betrekking tot de desbetreffende wetgeving van de Europese Unie.
-
3.De waarschuwingen of aanbevelingen worden, op hetzelfde tijdstip als waarop zij overeenkomstig lid 2 worden toegezonden aan degenen tot wie ze gericht zijn, tevens toegezonden aan de Raad en, indien gericht tot een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten, aan de Europese toezichthoudende autoriteiten.
-
4.Elk lid van het ECSR kan op elk ogenblik om een stemming verzoeken over een ontwerp-waarschuwing of -aanbeveling.
-
5.In afwijking van artikel 10, lid 2, is een tweederdemeerderheid nodig om een aanbeveling aan te nemen.
Artikel 17 Follow-up van de aanbevelingen van het ECSR
-
1.Indien een in artikel 3, lid 2, onder d), bedoelde aanbeveling is gericht tot de Commissie, een of meer lidstaten, een of meer Europese toezichthoudende autoriteiten of een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten, delen degenen tot wie de aanbeveling is gericht, de Raad en het ECSR mee welke maatregelen zij in reactie op de aanbevelingen hebben genomen en verstrekken zij een passende motivering ingeval geen actie wordt ondernomen ("pas toe of leg uit"). Indien van toepassing, worden de Europese toezichthoudende autoriteiten hiervan op de hoogte gebracht.
5554/10 oms/GRA/mv 22
DGG I NL
-
2.Als het ECSR besluit dat zijn aanbeveling niet is gevolgd en dat degenen tot wie de
aanbeveling is gericht, niet op afdoende wijze hebben uitgelegd waarom zij geen maatregelen hebben genomen, stelt het degenen tot wie de aanbeveling is gericht, de Raad en, indien van toepassing, de betrokken Europese toezichthoudende autoriteiten hiervan in kennis.
Artikel 18 Openbare waarschuwingen en aanbevelingen
-
1.De algemene raad van het ECSR beslist per geval, na raadpleging van de Raad, of een waarschuwing of aanbeveling openbaar moet worden gemaakt. In afwijking van artikel 10, lid 2, is een tweederdemeerderheid nodig om een waarschuwing of aanbeveling openbaar te maken. Niettegenstaande artikel 10, lid 3, is een quorum van tweederde vereist voor beslissingen die overeenkomstig dit lid worden genomen.
-
2.Als de algemene raad van het ECSR beslist een waarschuwing of aanbeveling openbaar te maken, moet hij degene(n) tot wie deze is gericht, hiervan vooraf in kennis stellen.
-
3.Als de algemene raad van het ECSR beslist een waarschuwing of aanbeveling niet openbaar te maken, nemen degene tot wie de waarschuwing of aanbeveling is gericht en, indien van toepassing, de Raad en de Europese toezichthoudende autoriteiten alle nodige maatregelen voor de bescherming van het vertrouwelijke karakter ervan.
Hoofdstuk IV
Slotbepalingen
Artikel 19
Rapportageverplichtingen
-
1.Het ECSR brengt ten minste tweemaal per jaar verslag uit aan het Europees Parlement en aan de Raad.
5554/10 oms/GRA/mv 23
DGG I NL
-
2.Het ECSR onderzoekt op verzoek van de Raad of de Commissie ook specifieke kwesties.
Artikel 20 Evaluatieclausule Het Europees Parlement en de Raad onderzoeken deze verordening drie jaar na de inwerkingtreding op basis van een verslag van de Commissie, en bepalen, na het advies van de ECB en van de Europese toezichthoudende autoriteiten te hebben ingewonnen, of de taken en de organisatie van het ECSR opnieuw moeten worden bezien.
Artikel 21 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
5554/10 oms/GRA/mv 24
DGG I NL
- 23 sep '09COM(2009)499 - Gemeenschappelijk macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s
- 27 mei '09COM(2009)252 - Europees financieel toezicht
- 4 mrt '09COM(2009)114 - Europese Voorjaarsraad - Op weg naar Europees herstel - Deel 1
- 16 okt '07COM(2007)625 - Europese statistiek
- 7 okt '98COM(1998)556 - Aanbeveling voor een verordening (EG) van de Raad betreffende het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank

