Totstandkoming Europees burgerinitiatief

Logo Europees burgerinitiatief

De inwoners van de Europese Unie kunnen vanaf 1 april 2012 de Europese Commissie verzoeken om een wetsvoorstel te maken over een bepaald onderwerp. Daar zijn wel een miljoen handtekeningen voor vereist en er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. In december 2010 werd een akkoord bereikt tussen de leden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie, over de wijze waarop een voorstel moet worden ingediend.

Het burgerinitiatief is opgenomen in het Verdrag van Lissabon. Het heeft tot doel de democratie in de Europese Unie te versterken. Burgers, organisaties of bedrijven kunnen makkelijker een onderwerp op de agenda van de EU zetten door rechtstreeks de Europese Commissie te verzoeken nieuwe wetgeving voor te stellen. 

Carlo Casini, Italiaanse Europarlementariër en voorzitter van de commissie Constitutionele zaken van het Europees Parlement, zei het volgende over het initiatief: "het burgerinitiatief heeft een grote symbolische waarde. Het toont het bestaan van een Europees volk, dat meer is dan de som van de EU-onderdanen".

Op 26 januari 2012 werd de website van het Europees burgerinitiatief (EBI) gelanceerd. Registratie van initiatieven is vanaf 1 april 2012 mogelijk.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

De totstandkoming van het Europees burgerinitiatief

In het Verdrag van Lissabon staat alleen dat er ten minste één miljoen handtekeningen van EU-burgers nodig zijn om een burgerinitiatief in te dienen. De Europese Commissie heeft op 31 maart 2010 een voorstel gedaan voor de overige voorwaarden. Op dat voorstel kwam veel kritiek, onder andere van het Europees Parlement, omdat het aantal eisen het heel moeilijk maakte om een initiatief van de grond te krijgen.

De Europarlementariërs maakten zich zorgen over het gebrek aan transparantie in het Commissievoorstel. Verder vonden de Parlementariërs dat de periode voor het verzamelen van handtekeningen moest worden verlengd tot 18 maanden en dat de minimumleeftijd voor deelname verlaagd moest worden naar 16 jaar. In het voorstel van de Commissie stond ook dat de burgers uit ten minste een derde van de lidstaten moesten komen; het Parlement eiste dat dit een kwart werd.

In het algemeen kan er gesteld worden dat het Parlement het belangrijk vond dat het voorstel makkelijker toepasbaar zou worden en dat er meer informatie voor de burgers beschikbaar zou worden gemaakt.

De Commissie heeft toen alle op- en aanmerkingen op haar voorstel verzameld. De bijdragen van nationale parlementen kregen hierbij bijzondere aandacht. De Raad van Ministers is met deze op- en aanmerkingen verder aan de slag gegaan en de Commissie heeft vervolgens haar voorstel aangepast. Na nieuwe onderhandelingen tussen Raad en Parlement is een compromis bereikt over de precieze voorwaarden.

2.

Het uiteindelijke voorstel

Het indienen van een burgerinitiatief moet volgens het nieuwe voorstel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De indieners moeten uit ten minste een kwart van de lidstaten komen (op dit moment zeven)
  • Het aantal indieners per lidstaat moet ten minste het aantal Europarlementariërs van dat land vermenigvuldigd met 750 zijn. Voor Nederland wordt dat dus een minimum van 19.500 ondertekenaars; 26 maal 750
  • Als er voor een initiatief tenminste 100.000 handtekeningen zijn verzameld dan kijkt de Commissie of over het onderwerp een goed voorstel gemaakt kan worden. Dan weten de indieners of het zin heeft om door te gaan met het verzamelen van handtekeningen
  • Een initiatief kan pas geregistreerd worden als er een burgercomité bestaand uit minstens zeven personen uit evenveel lidstaten is. Dan is het Europees karakter van het initiatief gewaarborgd

Technisch gezien zijn er ook een aantal voorwaarden:

  • Nieuwe burgerinitiatieven moeten online bij de Commissie worden aangemeld
  • Het verzamelen van de handtekeningen moet ook via een website gebeuren
  • Die website moet aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat de Commissie kan controleren of alle handtekeningen echt zijn. En de website moet de privacy van de ondertekenaars kunnen garanderen

Als een burgerinitiatief aan alle eisen voldoet, moet de Commissie binnen drie maanden beslissen of er op basis van het burgerinitiatief een voorstel wordt gemaakt, een studie wordt uitgevoerd of dat er niets mee wordt gedaan. Die beslissing moet worden onderbouwd en zal openbaar worden gemaakt.

Het verslag wordt naar de Raad en het Europees Parlement gestuurd. Nationale parlementen hebben geen directe rol in het Europees burgerinitiatief, maar worden wel door de Commissie geïnformeerd over eventuele wetsvoorstellen naar aanleiding van een succesvol burgerinitiatief. Zij kunnen vervolgens hun mening vormen over het voorstel en deelnemen aan de verdere politieke dialoog over het onderwerp.

De Raad van Ministers stelde samen met het Europees Parlement de uiteindelijke regels vast. Over het voorstel van de Commissie is in de plenaire vergadering op 15 december 2010 gestemd. Daaruit bleek dat het Europees Parlement akkoord gaat met het voorstel. Van de Nederlandse Europarlementariërs stemden PVV, SP en SGP tegen. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken hebben op 16 februari 2011 het licht op groen gezet. Binnen een jaar moest het Europees Burgerinitiatief in nationale wetgeving worden omgezet. 

In januari 2012 bleek echter dat een ruim een derde van alle lidstaten nog niet klaar was met het opzetten van de juiste procedures. En er was kritiek uit het maatschappelijk middenveld. Het inzamelen van handtekeningen zou nodeloos ingewikkeld zijn. Alle eisen zouden er onder andere voor zorgen dat sociale media niet volledig benut kunnen worden om een campagne voor initiatieven te voeren.

Desondanks is het Europees burgerinitiatief per 1 april 2012 van start gegaan.

3.

Nederland en het Europees burgerinitiatief

Nederland kent ook een burgerinitiatief. Burgers kunnen een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer laten zetten. Hier zijn 40.000 handtekeningen voor vereist. Nederland heeft goede ervaringen met het nationale burgerinitiatief en staat daarom positief tegenover het Europese initiatief.

Volgens de Nederlandse regering leidt een Europees burgerinitiatief minder direct tot behandeling in het parlement. Een verschil tussen het Nederlandse en het Europees burgerinitiatief is namelijk dat in de Europese Unie het initiatief wordt ingediend bij de Europese Commissie. De Europese Commissie kijkt naar de oproep die wordt gedaan, en kan dan beslissen met een wetsvoorstel te komen dat in het Europees Parlement behandeld wordt. In Nederland wordt een burgerinitiatief bij de Tweede Kamer ingediend, die kan beslissen om dit initiatief op de agenda te zetten.

4.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over het Europees burgerinitiatief, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

Echte democratie is meebeslissen

Het Europees Parlement is de meest democratische instelling van de Europese Unie. Het kan echter nog democratischer, namelijk door burgers te laten meebeslissen. Bijkomend voordeel is dat Brussel hierdoor ook dichterbij de burger komt te staan.

We hebben niet voor niets vertegenwoordiging: burgerinitiatieven en referenda werken niet

Het Europees Parlement vertegenwoordigt de Europese burgers, net zoals de Tweede Kamer de Nederlandse burgers vertegenwoordigt. Er is gekozen voor dit systeem omdat slechts een klein aantal mensen echt weten wat er speelt in de politiek. Deze mensen beschikken over een goede vooropleiding, kennis en de benodigde vaardigheden om beslissingen te nemen. Dit geldt niet voor alle burgers. Burgerinitiatieven en referenda werken om deze reden niet optimaal.

De EU heeft met de invoering van het Europees burgerinitiatief een enorme extra taak binnengehaald

In tijden van bezuinigingen moet het Europees Parlement wellicht juist minder gaan doen, in plaats van meer. Burgerinitiatieven (en referenda) kosten relatief veel tijd en leveren vaak niet genoeg op. Het Europees Parlement moet gewoon zijn vaste taken doen, waaronder de burgers vertegenwoordigen. Burgers hierbij betrekken zorgt voor veel meer werk en niet per se voor betere resultaten of meer draagvlak bij burgers voor Brussel.

Uw reactie

Door op uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

5.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven