Aardbeving Haïti en humanitaire hulp van de EU

Straat in Haiti in puin na aardbeving

Op dinsdag 12 januari 2010 werd Haïti getroffen door een zware aardbeving. De beving bereikte een kracht van zeven op de schaal van Richter; het epicentrum lag op 15 kilometer van de hoofdstad Port-au-Prince.

Het aantal doden werd geschat op meer dan 200.000 (er waren daarover tegenstrijdige berichten). Daarnaast werden meer dan een miljoen inwoners dakloos en was een derde van de gebouwen in de hoofdstad ingestort.

De wederopbouw werd sterk gehinderd door een cholera-epidemie die in het najaar van 2010 uitbrak. De EU trok € 12 mljoen euro uit om de gevolgen daarvan te bestrijden.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Historische ontwikkeling hulpverlening

Op 17 februari 2010 overlegden de Verenigde Naties, die de internationale hulpverlening aan Haïti coördineren, met de Europese Unie en de Verenigde Staten hoe de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de openbare orde in het getroffen land het beste verdeeld kon worden.

Hierbij was het in de hand houden van de veiligheid en voorkomen van geweldsincidenten en plunderingen topprioriteit. Het rampgebied werd daags na de aardbeving geteisterd door geweld, vooral bij het  verdelen van voedsel en hulpmateriaal: uit wanhoop of onvrede over te trage hulp. Dit geweld onder burgers en tegen hulpverleners en militairen zorgde voor een moeilijke en trage humanitaire hulpverlening.

De Europese Commissie liet op 26 februari weten tevreden te zijn over de eerste fase van de humanitaire hulp. Met name de coördinatie tussen de lidstaten en de snelle mobilisatie van hulpverleners in het 'European Civil Protection Mechanism' werden geprezen.

Daarnaast gaf de Commissie aan dat werd bekeken hoe de humanitaire hulp aan Haïti de komende maanden eruit moest zien. Naast het garanderen van veiligheid, en het voorkomen van geweldsincidenten, was op de langere termijn de wederopbouw van bijvoorbeeld wegen, scholen en overheidsgebouwen en het coördineren van alle donaties van belang. 

Uit deze 'Post-Disaster Needs Assessment' moest blijken welke hulp nodig is, wat de kosten zullen zijn, en hoe de hulp tussen de EU-lidstaten moest worden verdeeld.

Eurocommissaris Piebalgs (ontwikkelingssamenwerking) gaf op 2 maart aan de  financiële steun van de EU in fases op te willen bouwen. Tegen die tijd hadden de EU en de lidstaten ongeveer  600 miljoen euro toegezegd, waarvan 120 miljoen euro van de  Europese Commissie. De Commissie gaf te kennen dat dit bedrag van haarzelf door partnerorganisaties als de VN, het Rode Kruis en niet-gouvernementele organisaties zou worden besteed.

Eind maart werd een internationale donorconferentie gehouden voor Haïti. Tijdens deze conferentie werd bijna 6 miljard euro toegezegd aan het land. Dit bedrag wordt in de komende tien jaar besteed, waarvan meer dan de helft in de eerste twee jaar beschikbaar wordt gesteld.

De EU heeft ruim 1,2 miljard euro aan hulp toegezegd tijdens deze conferentie. Aan dit bedrag hebben 18 lidstaten, de Europese Commissie (460 miljoen euro) en de Europese Investeringsbank bijgedragen. Daarnaast zal de EU tot 2012 nog ongeveer 1 miljard euro beschikbaar stellen voor de wederopbouw.

2.

Meer informatie