RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
Brussel, 12 januari 2010 (09.03) (OR. en)
Interinstitutioneel dossier: 2008/0263 (COD)
5186/10
NOTA
van: aan:
nr. vorig doc.: nr. Comv.: Betreft:
TRANS 4 TELECOM 2 IND 7 CODEC 6
het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties
17300/09 TRANS 494 TELECOM 267 IND 183 CODEC 1429
17564/08 TRANS 493 TELECOM 238 IND 236 CODEC 1896
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling
van het kader voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen op het gebied
van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen
-
-(aan het EP toegezonden) Geconsolideerde versie
Voor de delegaties gaat hierbij ter informatie de tekst die een weergave is van de overeenkomst die is bereikt tijdens de informele trialoog op 8 december 2009, zoals bevestigd door het Coreper op 9 december 2009, behalve wat betreft de bepalingen inzake de comitologieprocedures. In de bijgaande tekst zijn deze bepalingen echter reeds opgenomen, na de goedkeuring door het Coreper op 16 december 2009. De tekst is aan het EP toegezonden en het voorzitterschap wacht nog op de reactie van het Parlement.
BIJLAGE
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van het kader voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen op het
gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie1,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité2,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's3,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het toenemende wegvervoer dat samenhangt met de groei van de Europese economie en de mobiliteitseisen van de burgers, is een primaire oorzaak van toenemende congestie van het wegennet en toenemend energieverbruik, evenals van sociale en milieuproblemen.
(2) De oplossing voor die grote problemen kan niet uitsluitend bestaan in traditionele maatregelen, waaronder met name uitbreiding van het bestaande wegennet. Innovatie zal een belangrijke rol moeten spelen bij het vinden van geschikte oplossingen voor de Gemeenschap.
PB C van, blz.. PB C van, blz.. PB C van, blz..
2 bis) Intelligente vervoerssystemen (ITS) zijn geavanceerde toepassingen die, zonder intelligentie als zodanig te belichamen, gericht zijn op het aanbieden van innovatieve diensten inzake vervoerssoorten en verkeersbeheer, en die uiteenlopende gebruikers in staat stellen zich beter te informeren en veiliger, meer gecoördineerd en "slimmer" gebruik te maken van vervoersnetwerken.
(3) In intelligente vervoerssystemen (ITS) zijn telecommunicatie, elektronica en informatietechnologieën met verkeerstechniek geïntegreerd met het oog op het plannen, ontwerpen, exploiteren, onderhouden en beheren van vervoerssystemen. Door informatie- en communicatietechnologie toe te passen op de sector van het wegvervoer en de interfaces daarvan met andere vervoerswijzen (ITS) kan een aanzienlijke bijdrage worden geleverd aan het verbeteren van de milieuprestaties, van de efficiëntie, met inbegrip van energie-efficiëntie, van de veiligheid van het wegvervoer, met inbegrip van het vervoer van gevaarlijke goederen, van de openbare veiligheid en van de mobiliteit van passagiers en goederen, terwijl tegelijkertijd het functioneren van de interne markt en meer concurrentiekracht en een grotere arbeidsparticipatie worden gewaarborgd. Dergelijke toepassingen mogen geen negatieve impact hebben op de nationale veiligheid.
(4) De vooruitgang die is geboekt bij de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën op andere vervoerswijzen moet nu worden vertaald in ontwikkelingen in de sector van het wegvervoer, met name met het oog op betere integratie op dat gebied tussen wegvervoer en andere vervoerswijzen.
(5) Sommige lidstaten zijn al bezig met nationale toepassingen van die technologieën in de sector van het wegvervoer, maar deze eerste schreden blijven gefragmenteerd en ongecoördineerd en bieden geen waarborgen voor de geografische continuïteit van ITS-diensten in de hele Gemeenschap en aan haar buitengrenzen.
(6) Om ITS op een gecoördineerde en effectieve wijze in te voeren in de hele Gemeenschap, moeten er gemeenschappelijke specificaties worden ingevoerd, inclusief normen, wanneer dat passend is, waarin verdere gedetailleerde voorschriften en procedures zijn vastgelegd. Alvorens specificaties vast te stellen, dient de Commissie zich ervan te vergewissen of zij stroken met de basisbeginselen, die in bijlage I zijn vastgesteld. In eerste instantie moet prioriteit worden gegeven aan vier belangrijke terreinen voor de ontwikkeling en invoering van ITS. Bij de verdere invoering van ITS moet de bestaande, door afzonderlijke lidstaten aangelegde ITS-infrastructuur in aanmerking worden genomen, zowel qua technologische vooruitgang als wat de financiële inspanningen betreft.
6 bis) Wanneer een medebeslissingsbesluit wordt aangenomen conform artikel 4, lid 1 bis, tweede
alinea, wordt de tekst van artikel 3, lid 1, tweede zin, dienovereenkomstig gewijzigd.
(7) De gemeenschappelijke specificaties zouden onder andere rekening moeten houden met en voortbouwen op de ervaring en resultaten die reeds op dit gebied zijn verkregen, met name in de context van het initiatief eSafety4, dat de Commissie in april 2002 heeft genomen. Het eSafety-forum is als onderdeel van dat initiatief door de Commissie ingesteld voor het bevorderen en verder uitvoeren van aanbevelingen ter ondersteuning van de ontwikkeling, de invoering en het gebruik van eSafety-systemen.
7 bis) Voertuigen die voornamelijk wegens hun historische betekenis worden gebruikt en die
oorspronkelijk zijn geregistreerd, en/of waarvoor typegoedkeuring is verleend en/of die in gebruik zijn genomen voordat deze richtlijn en de daarbij behorende uitvoeringsmaatregelen van kracht werden, vallen niet onder de in deze richtlijn neergelegde voorschriften en procedures.
(8) ITS moeten worden geënt op interoperabele systemen die zijn gebaseerd op open en publieke standaarden en zonder onderscheid beschikbaar zijn voor alle leveranciers en gebruikers van toepassingen en diensten.
http://www.esafetysupport.org/download/European_Commission/048-esafety.pdf
4
(9) De invoering en het gebruik van ITS-toepassingen en -diensten brengen de verwerking van persoonsgegevens met zich mee. Bij die verwerking moet de communautaire regelgeving in acht worden genomen, onder meer Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en in Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie. Bij de toepassing van ITS gelden onder meer de beginselen doelbinding en gegevensminimalisering.
Anonimisering als een van de beginselen om de persoonlijke levenssfeer sterker af te schermen, moet worden aangemoedigd. Voor vraagstukken in verband met gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer dient de Commissie in verband met de invoering van ITS-toepassingen en -diensten ook in het vervolg, voor zover dat passend is, de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming te raadplegen en het advies in te winnen van de Groep gegevensbescherming van artikel 29 (d.w.z. het onafhankelijke adviesorgaan voor de Commissie dat is opgericht op grond van artikel 29 van de richtlijn gegevensbescherming).
(10) Voor de invoering en het gebruik van ITS-toepassingen en -diensten, met name verkeers- en reisinformatiediensten, zullen gegevens over wegen, verkeer en reizen moeten worden verwerkt die zijn opgenomen in documenten die door overheidsorganen van de lidstaten worden bewaard. Bij de verwerking en het gebruik van die gegevens moet de regelgeving van de Gemeenschap, namelijk Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie 5, in acht worden genomen.
5
PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90.
(11) Om die reden moeten de gemeenschappelijke specificaties voor de passende gevallen nadere bepalingen bevatten inzake de procedure om de conformiteit of de gebruiksgeschiktheid van de onderdelen te beoordelen. Die bepalingen moeten, met name wat betreft de modules voor de verschillende stappen in de conformiteitsbeoordelingsprocedures, zijn gebaseerd op Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten6. Aangezien Richtlijn 2007/46/EG7 reeds kaderstellend is voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, en de Richtlijnen 2002/24/EG8 en 2003/37/EG9 respectievelijk betrekking hebben op de goedkeuring van twee- en driewielige motorvoertuigen en op de typegoedkeuring van landbouw- en bosbouwtrekkers en aanhangwagens, en verwisselbare getrokken machines, zou het een doublure zijn ook in die richtlijnen te voorzien in conformiteitsbeoordeling van apparatuur en toepassingen. Niettemin hebben de bepalingen in die richtlijnen weliswaar betrekking op in voertuigen geïnstalleerde, ITS-gerelateerde apparatuur, maar zijn zij niet van toepassing op externe ITS-apparatuur en -software voor weginfrastructuur. Wat dit betreft zouden de specificaties procedures voor conformiteits-beoordeling kunnen bevatten. Die procedures zouden beperkt moeten zijn tot datgene wat in elk afzonderlijk geval nodig is.
(12) Voor ITS-toepassingen en -diensten die een accurate en tijds- en plaatsbepaling vergen, moet een beroep worden gedaan op satellietinfrastructuur of een andere technologie die eenzelfde mate van precisie waarborgt10.
12 bis) Voor het ontwikkelen van ITS-toepassingen, met name voor het volgen en traceren van vracht onderweg en voor verschillende vervoerswijzen, moet gebruik worden gemaakt van innovatieve technologieën als radiofrequentie-identificatie (rfid) of Galileo/Egnos.
6
7 8 9 10
PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82.
PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.
PB L 124 van 9.5.2002, blz. 1.
PB L 171 van 9.7.2003, blz. 1.
Zie Verordening nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004, PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1,
en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008,
PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.
(13) Belangrijke belanghebbenden, zoals ITS-dienstaanbieders, verenigingen van gebruikers van ITS, vervoers- en infrastructuurexploitanten, vertegenwoordigers van fabrikanten, sociale partners, beroepsverenigingen en lokale autoriteiten zouden de mogelijkheid moeten hebben de Commissie van advies te dienen over de commerciële en technische aspecten van het invoeren van ITS in de Gemeenschap. Daartoe dient de Commissie, in nauwe samenwerking met de belanghebbenden en de lidstaten, en ITS-adviesgroep in te stellen. De groep moet op een transparante manier te werk gaan en haar bevindingen moeten ter beschikking van het bij deze richtlijn opgerichte comité worden gesteld.
(14) De voor de uitvoering van deze richtlijn benodigde maatregelen moeten worden vastgesteld
overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de
voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegd-heden11.
(15) De Commissie dient bevoegd te zijn overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen ten aanzien van het vaststellen van specificaties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie in de voorbereidingsfase deskundigen raadpleegt overeenkomstig de toezegging van de Commissie in de Mededeling van 9 december 2009 over de uitvoering van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
15 bis (nieuw) Met name rekening houdend met het tijdpad voor het vaststellen van specificaties met betrekking tot prioritaire acties, het fundamentele belang van die specificaties voor het functioneren van de richtlijn, en de beperkte ervaring op de gebieden die moeten worden behandeld, is het zinvol te bepalen dat de delegatie van bevoegdheden aan de Commissie na vijf jaar door de wetgever wordt getoetst, en derhalve die delegatie tot vijf jaar te beperken.
11
PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(16) Om een gecoördineerde aanpak te garanderen, moet de Commissie toezien op de samenhang tussen de activiteiten van het bij deze richtlijn opgerichte comité en die van het comité dat is opgericht bij Richtlijn 2004/52/EG van het Europese Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap12, het comité dat is opgericht bij Verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer13, het comité dat is ingesteld bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd14 en het Comité dat is ingesteld bij Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire).
(17) Aangezien het doel van deze richtlijn, het gecoördineerd invoeren van interoperabele ITS in de hele Gemeenschap, niet voldoende kan worden bereikt door de lidstaten en/of de particuliere sector en bijgevolg, vanwege de omvang en de gevolgen, beter op Gemeenschapsniveau kan worden bereikt, kan de Gemeenschap maatregelen vaststellen overeenkomstig het in artikel 5 van het EG-Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het evenredigheidbeginsel, dat eveneens in dat artikel is vervat, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken.
(18) Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen, en daarin, voor zover mogelijk, het verband weer te geven tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
12 13 14
PB L 166 van 30.4.2004, blz. 124. PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8. PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.
Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer
Deze richtlijn vestigt een kader ter ondersteuning van het op gecoördineerde en coherente wijze invoeren en gebruiken van intelligente vervoerssystemen (ITS) binnen de Gemeenschap, met name over de grenzen tussen de lidstaten heen, en stelt de daarvoor benodigde algemene voorwaarden vast.
Zij voorziet in de ontwikkeling van specificaties voor acties op de in artikel 1 bis vermelde prioritaire gebieden, alsmede in de ontwikkeling, waar dat passend is, van vereiste normen.
Zij is van toepassing op ITS-toepassingen en -diensten op het gebied van het wegvervoer en de interfaces met andere vervoerswijzen, onverminderd hetgeen verband houdt met de nationale veiligheid of voor defensiedoeleinden is vereist.
Artikel 1 bis Prioritaire gebieden
-
1.Voor de toepassing van deze richtlijn worden de volgende prioritaire gebieden voor het ontwikkelen en toepassen van specificaties en normen vastgesteld:
-
a)optimaal gebruik van weg-, verkeers- en reisgegevens;
-
b)continuïteit van ITS-diensten voor verkeers- en vrachtbeheer;
-
c)ITS-toepassingen voor verkeersveiligheid en -beveiliging;
-
d)koppeling van het voertuig aan de vervoersinfrastructuur.
-
2.De prioriteitsgebieden worden nader omschreven in bijlage II.
Artikel 1 ter Prioritaire acties
Op de in artikel 1 bis bedoelde prioritaire gebieden voor het ontwikkelen en toepassen van specificaties en normen zijn de volgende acties prioritair:
-
a)verlening voor de gehele EU van multimodale reisinformatiediensten volgens de nadere bepalingen in bijlage II, punt 1, onder a), b) en c);
aa) verlening voor de gehele EU van realtimeverkeersinformatiediensten volgens de nadere bepalingen in bijlage II, punt 1, onder aa), b) en c);
-
b)gegevens en procedures voor de verlening, indien mogelijk, van minimale universele verkeersinformatie in verband met de veiligheid op de weg die kosteloos is voor de gebruikers, volgens de nadere bepalingen in bijlage II, punt 1, onder d);
-
c)geharmoniseerde invoering in de gehele EU van een interoperabele eCall, volgens de nadere bepalingen in bijlage II, punt 3, onder a);
-
d)invoering van informatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen, volgens de nadere bepalingen in bijlage II, punt 3, onder b);
dd) invoering van reservatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen, volgens de nadere bepalingen in bijlage II, punt 3, onder bb).
Artikel 2 Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
-
a)"intelligente vervoerssystemen (Intelligent Transport Systems, ITS)": systemen waarin
informatie- en communicatietechnologie wordt toegepast, op het gebied van het wegvervoer (met inbegrip van infrastructuur, voertuigen en gebruikers) en het verkeers- en mobiliteitsbeheer, en bij de interfaces met andere vervoerswijzen;
-
b)"interoperabiliteit": het vermogen van systemen en van de daaraan ten grondslag liggende processen om onderling gegevens uit te wisselen en informatie en kennis te delen;
-
c)"ITS-toepassing": operationeel instrument voor het toepassen van ITS;
-
d)"ITS-dienst": het verschaffen van een ITS-toepassing door een duidelijk omlijnd organisatorisch en operationeel kader met als doel bij te dragen tot de veiligheid, de efficiëntie en het comfort van de gebruikers en/of vervoers- en reisdiensten te faciliteren of te ondersteunen;
-
e)"ITS-dienstaanbieder": openbare of particuliere aanbieder van een ITS-dienst;
-
f)"ITS-gebruiker": elke willekeurige gebruiker van ITS-toepassingen of -diensten met inbegrip van reizigers, kwetsbare verkeersdeelnemers, gebruikers en beheerders van weginfrastructuur, beheerders van wagenparken en noodhulpdiensten;
ff) "kwetsbare verkeersdeelnemers": niet-gemotoriseerde weggebruikers zoals voetgangers en fietsers, alsmede motorrijders en gehandicapten of mensen met beperkte mobiliteit;
-
g)"nomadisch apparaat": draagbaar communicatie- of informatieapparaat dat in het voertuig kan worden meegenomen ter ondersteuning van het rijden en/of de verkeershandelingen;
-
h)"platform": de al dan niet ingebouwde apparatuur die het invoeren, aanbieden, exploiteren en integreren van ITS-toepassingen en -diensten mogelijk maakt;
hh) "architectuur": het conceptontwerp dat van een bepaald systeem de structuur, het gedrag en de integratie ervan in zijn omgeving vastlegt;
-
i)"interface": faciliteit tussen systemen die het medium verschaft waardoor zij zich met elkaar in verbinding kunnen stellen en met elkaar in wisselwerking kunnen treden;
-
j)"compatibiliteit": het algemene vermogen van een apparaat of systeem om zonder veranderingen samen met een ander apparaat of systeem te werken;
-
k)"continuïteit van diensten": het in de gehele Gemeenschap kunnen bieden van naadloze dienstverlening op het gebied van vervoersnetwerken;
-
l)"weggegevens": gegevens over kenmerken van de weginfrastructuur, waaronder vaste verkeersborden of voorgeschreven veiligheidsattributen;
-
m)"verkeersgegevens": historische en realtimegegevens over de kenmerken van het wegverkeer;
-
n)"reisgegevens": elementaire gegevens (zoals dienstregelingen van het openbaar vervoer en tarieven) die nodig zijn om voor en tijdens de reis informatie over multimodaal reizen te kunnen verstrekken om het plannen, boeken en aanpassen van de reis gemakkelijker te maken.
-
o)"specificatie": bindende maatregel houdende bepalingen betreffende eisen, procedures of eventuele andere relevante voorschriften.
-
p)"norm": norm in de zin van artikel 1, punt 4, van Richtlijn 98/34/EG;
Artikel 3 Invoering van ITS
-
1.De lidstaten treffen de nodige maatregelen om erop toe te zien dat de in artikel 4 bedoelde specificaties overeenkomstig de beginselen in bijlage I worden toegepast op de ITS-toepassingen en -diensten, onverminderd het recht van de lidstaten om zelf over de invoering van deze toepassingen en diensten op hun grondgebied te besluiten. Dit recht laat de op grond van artikel 4, lid 1 bis, tweede alinea, vastgestelde wetgevingshandelingen onverlet.
2.
[…]
-
3.Daarnaast streven de lidstaten naar samenwerking op de in artikel 1 bis bedoelde prioritaire gebieden, voor zover er geen specificaties in de zin van artikel 4 zijn vastgesteld.
Artikel 4 Specificaties
-
1.De Commissie stelt eerst de specificaties vast die noodzakelijk zijn om te zorgen voor compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit bij de invoering en het operationele gebruik van ITS ten behoeve van de in artikel 1 ter bedoelde prioritaire acties.
1 bis. De Commissie streeft ernaar uiterlijk 12 maanden na de datum van omzetting specificaties voor een of meer van de in artikel 1 ter bedoelde prioritaire acties vast te stellen.
Uiterlijk 12 maanden na de aanstelling van de benodigde specificaties voor een prioritaire actie in de zin van artikel 1 ter, dient de Commissie in voorkomend geval, na het uitvoeren van een effectbeoordeling met kostenbatenanalyse, conform artikel 294 VWEU bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in voor het uitvoeren van die prioritaire actie.
-
2.Zodra de in lid 1 bedoelde vereiste specificaties zijn vastgesteld, neemt de Commissie specificaties aan om te zorgen voor compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit bij de invoering en het operationele gebruik van ITS ten behoeve van andere acties op de in artikel 1 bis bedoelde prioritaire gebieden.
-
3.Voor zover relevant, en afhankelijk van het gebied van de specificatie, bevat de specificatie een of meer:
-
-functionele bepalingen, betreffende de rol van de verschillende belanghebbenden en de onderlinge informatiestroom;
-
-technische bepalingen, die voorzien in de technische middelen om aan de functionele bepalingen te voldoen;
-
-organisatorische bepalingen, betreffende procedurele verplichtingen voor de verschillende belanghebbenden;
-
-bepalingen over diensten, betreffende de verschillende dienstenniveaus en hun inhoud voor ITS-toepassingen en -diensten.
3 bis. (nieuw) Onverminderd de procedures van Richtlijn 98/34 vermelden de specificaties indien
passend de voorwaarden waaronder de lidstaten, na kennisgeving aan de Commissie, op hun grondgebied of een gedeelte daarvan extra regels voor het aanbieden van ITS-diensten kunnen vaststellen, voor zover dit geen belemmering vormt voor de interoperabiliteit.
-
4.De specificaties stoelen, waar passend, op de in artikel 4 bis bedoelde normen.
4 bis. De specificaties voorzien, in voorkomend geval, in conformiteitsbeoordeling overeenkomstig
Besluit 768/2008.
-
5.De specificaties stroken met de beginselen die zijn vervat in bijlage I.
5 bis. De Commissie voert, voordat de specificaties worden vastgesteld, een effectbeoordeling met
kostenbatenanalyse uit.
-
6.De Commissie wordt de bevoegdheid verleend om met betrekking tot de in dit artikel bedoelde specificaties overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen. Zij stelt deze handelingen vast conform de toepasselijke bepalingen van deze richtlijn, met name de leden 1, 2, 3, 3 bis, 4, 4 bis, 5 en 5 bis van dit artikel en conform bijlage I.
Voor elke in artikel 1 ter bedoelde prioritaire actie wordt een afzonderlijke gedelegeerde handeling vastgesteld.
Op de in dit lid bedoelde gedelegeerde handelingen is de procedure van de artikelen 7 bis, 7 ter en 7 quater van toepassing.
Artikel 4 bis Normen
-
1.De normen die zijn vereist met het oog op interoperabiliteit, compatibiliteit en continuïteit bij de invoering en het operationele gebruik van ITS, worden ontwikkeld op de in artikel 1 bis bedoelde prioritaire gebieden en ten behoeve van de in artikel 1 ter bedoelde prioritaire acties. Daartoe verzoekt de Commissie, na raadpleging van het in artikel 8 bedoelde comité, de bevoegde normalisatie-instellingen volgens de procedure van Richtlijn 98/34/EG al het nodige te doen om die normen snel vast te stellen.
-
2.De normalisatie-instelling die een opdracht ontvangt, handelt in overeenstemming met de beginselen van bijlage I, en van de functionele bepalingen die zijn vervat in een conform artikel 4 vastgestelde specificatie.
Artikel 4 ter Niet-bindende maatregelen
De Commissie kan volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde procedure richtsnoeren en andere niet-bindende maatregelen aannemen, ter bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten op de in artikel 1 bis bedoelde prioritaire gebieden.
Artikel 5 […]
Artikel 6 Regels betreffende privacy, beveiliging en hergebruik van informatie
-
1.De lidstaten dragen er zorg voor dat de verwerking van persoonsgegevens in de context van de exploitatie van ITS wordt uitgevoerd overeenkomstig de communautaire regelgeving ter bescherming van de vrijheden en grondrechten van het individu, met name de Richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG.
-
2.Met name zien lidstaten erop toe dat persoonsgegevens worden beschermd tegen misbruik, met inbegrip van onrechtmatige toegang, wijziging of verlies.
2bis. Onverminderd lid 1, wordt ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer het gebruik van anonieme gegevens voor de ITS-toepassing en/of -dienst, indien mogelijk, aangemoedigd:
2 ter. Onverminderd Richtlijn 95/46, worden persoonlijke gegevens uitsluitend verwerkt indien verwerking noodzakelijk is voor de ITS-toepassing en/of -dienst.
2 quater. Wat de toepassing van Richtlijn 95/46, met name op bijzondere categorieën gegevens in de zin van artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG betreft, dragen de lidstaten er zorg voor dat het bepaalde over de toestemming voor de verwerking van die persoonsgegevens in acht genomen wordt.
-
3.Richtlijn 2003/98/EG15 is van toepassing.
Artikel 6 bis Voorschriften betreffende de aansprakelijkheid
De lidstaten dragen er zorg voor dat de aansprakelijkheid ter zake van de invoering en het gebruik van ITS-toepassingen en diensten die zijn vervat in een conform artikel 4 vastgestelde specificatie, wordt geregeld conform de bestaande communautaire wetgeving, met name Richtlijn 1999/34/EG, en de toepasselijke nationale wetgeving.
Artikel 7 […]
15 PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90.
Artikel 7 bis Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
-
1.De bevoegdheid om de in artikel 4, lid 6, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van 5 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn. De Commissie stelt uiterlijk 6 maanden voor het einde van de termijn van 5 jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie.
-
2.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
-
3.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van de artikelen 7 ter en 7 quater.
Artikel 7 ter Intrekking van de bevoegdheidsdelegatie
-
1.De in artikel 4, lid 6, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.
-
2.De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheids-delegatie zal intrekken, brengt de medewetgever en de Commissie hiervan uiterlijk een maand voordat het definitieve besluit wordt genomen, op de hoogte en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom.
3 Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in het besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt onmiddellijk of op een in het besluit bepaalde latere datum in werking. Het laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 7 quater Bezwaar tegen gedelegeerde handelingen
-
1.Het Europees Parlement en/of de Raad kunnen binnen 3 maanden na de datum van kennisgeving bezwaar aantekenen tegen de gedelegeerde handeling.
-
2.Indien bij het verstrijken van deze termijn het Europees Parlement en de Raad geen bezwaar hebben aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, of indien vóór die datum het Europees Parlement en de Raad de Commissie hebben meegedeeld dat zij hebben besloten geen bezwaar aan te tekenen, treedt de gedelegeerde handeling op de daarin vastgestelde datum in werking.
-
3.Indien het Europees Parlement of de Raad tegen de vastgestelde gedelegeerde handeling bezwaar aantekent, treedt deze niet in werking. Het bezwaar wordt met redenen omkleed.
Artikel 8 Comitologie
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Europese ITS-comité (EIC), hierna "het Comité" te noemen.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.
Artikel 9 Europese ITS-adviesgroep
De Commissie richt een Europese ITS-adviesgroep op, die haar adviseert over de zakelijke en technische aspecten van de invoering en het gebruik van ITS in de Gemeenschap. De groep bestaat uit hoge vertegenwoordigers van belanghebbende ITS-dienstaanbieders, verenigingen van gebruikers, vervoers- en infrastructuurexploitanten, fabrikanten, sociale partners, beroepsverenigingen, lokale overheid en andere bevoegde fora.
Artikel 10 Verslaglegging
-
1.De lidstaten dienen ten laatste [twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie een verslag in over hun nationale activiteiten en projecten met betrekking tot de prioritaire gebieden volgens artikel 1 bis.
-
2.De lidstaten verstrekken de Commissie ten laatste [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] informatie over de voorgenomen nationale ITS-maatregelen in de volgende vijf jaar.
De richtsnoeren inzake verslaglegging door de lidstaten worden volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
-
3.De lidstaten brengen daarna om de drie jaar verslag uit over de voortgang bij de uitvoering van de maatregelen.
-
4.De Commissie brengt om de drie jaar aan het Europees Parlement en aan de Raad verslag uit over de voortgang die is geboekt met de uitvoering van deze richtlijn, vergezeld van een analyse van het functioneren en de uitvoering van de artikelen 3 tot en met 6 bis en artikel 9, ook wat betreft de ingezette en benodigde financiële middelen, en zij beoordeelt waar dienstig in hoeverre het noodzakelijk is deze richtlijn te wijzigen.
-
5.De Commissie stelt ten laatste zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure een werkprogramma vast. Het werkprogramma bevat de doelstellingen en de data voor de uitvoering van het programma alsmede, indien nodig, voorstellen voor de vereiste aanpassingen.
Artikel 11 Omzetting
-
1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om ten laatste 18 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationale wetgeving mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 12 Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 13 Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad De Voorzitter
BIJLAGE I BIJ DE BIJLAGE
BEGINSELEN VOOR DE SPECIFICATIES EN DE INVOERING VAN ITS, BEDOELD IN DE ARTIKELEN 3, 4 en 4 BIS
Het vaststellen van specificaties, het selecteren en invoeren van ITS-toepassingen en -diensten, en het verstrekken van normalisatieopdrachten gebeurt op basis van een onderzoek naar de behoeften, waarbij alle betrokken belanghebbenden worden betrokken, en overeenkomstig onderstaande beginselen. De maatregelen moeten aan de volgende vereisten voldoen:
-
a)effectiviteit – een tastbare bijdrage leveren tot het oplossen van de belangrijkste problemen in verband met het wegvervoer in Europa (bijvoorbeeld reduceren van congestie, verlagen van de uitstoot, verbeteren van de energie-efficiëntie, tot stand brengen van een grotere veiligheid en betere beveiliging, mede van kwetsbare verkeersdeelnemers);
-
b)kosteneffectiviteit - de verhouding tussen kosten en baten met betrekking tot het halen van doelstellingen optimaliseren;
bb) proportionaliteit - verschillende niveaus van haalbare dienstverleningskwaliteit en invoering leveren, met inachtneming van de plaatselijke, regionale, nationale en Europese specifieke kenmerken;
-
c)ondersteuning van continuïteit van dienstverlening – naadloze dienstverlening in de hele Gemeenschap - met name op het trans-Europese vervoersnetwerk, en waar mogelijk aan de buitengrenzen - garanderen wanneer de diensten worden ingevoerd, op een niveau dat is aangepast aan de kenmerken van de vervoersnetwerken waarin verschillende landen onderling, en in voorkomend geval regio's onderling, en steden met plattelandsgebieden verbonden zijn;
-
d)interoperabiliteit – ervoor zorgen dat systemen en de daaraan ten grondslag liggende processen onderling gegevens kunnen uitwisselen en informatie en kennis kunnen delen, zodat een effectieve ITS-dienstverlening mogelijk is;
d') inachtneming van achterwaartse compatibiliteit – in voorkomend geval ervoor zorgen dat ITS-systemen kunnen werken met reeds bestaande systemen met eenzelfde opzet, zonder dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën erdoor wordt belemmerd;
d'') inachtneming van de kenmerken van de nationale infrastructuren en netwerken – recht doen aan de inherente verschillen in de kenmerken van de vervoersnetwerken, met name wat betreft de omvang van de verkeersvolumes en de weers- en wegengesteldheid;
d''') bevordering van gelijke toegang – de toegang tot ITS-toepassingen en -diensten voor kwetsbare weggebruikers niet belemmeren, noch daarbij discrimineren;
-
e)ondersteuning van maturiteit – na een adequate risicobeoordeling, de soliditeit van
innoverende ITS-systemen aantonen door middel van een toereikend niveau van technische ontwikkeling en operationele exploitatie;
(f) kwaliteit van tijds- en positiebepaling – gebruik maken van satellietgestuurde infrastructuur of van een technologie die een equivalente mate van precisie garandeert voor het gebruik van ITS-toepassingen en -diensten die mondiale, continue, accurate en gegarandeerde tijds- en positiebepalingsdiensten vereisen;
-
g)vergemakkelijking van intermodaliteit – bij de invoering van ITS rekening houden met de coördinatie van verschillende vervoerswijzen, waar dat passend is;
h) […]
-
i)inachtneming van samenhang – stroken met de bestaande communautaire regels, beleidsmaatregelen en activiteiten die betrekking hebben op ITS, in het bijzonder wat normalisatie betreft.
BIJLAGE II BIJ DE BIJLAGE
PRIORITAIRE GEBIEDEN EN ACTIES, BEDOELD IN DE ARTIKELEN 1 BIS EN 1 TER
(1) Optimaal gebruik van weg-, verkeers- en reisgegevens
Specificaties en normen voor een optimaal gebruik van weg-, verkeers- en reisgegevens:
Vereiste specificaties voor prioritaire actie a:
-
a)omschrijving van de eisen inzake de accuratesse en het over de grenzen heen ter
beschikking stellen van multimodale reisinformatiediensten in de gehele EU voor ITS-gebruikers, op basis van:
-
-de beschikbaarheid en toegankelijkheid van bestaande, accurate weg- en realtimeverkeersgegevens die worden gebruikt voor multimodale reisinformatie voor ITS-dienstaanbieders, onverminderd de eisen qua veiligheid en verkeersbeheer;
-
-het faciliteren van grensoverschrijdende elektronische gegevensuitwisseling tussen de bevoegde overheid en belanghebbenden en de bevoegde ITS-dienst-aanbieders,
-
-het tijdig actualiseren van beschikbare weg- en verkeersgegevens die worden gebruikt voor multimodale reisinformatie door de bevoegde overheid en belanghebbenden;
-
-Het tijdig actualiseren van multimodale reisinformatie door de ITS-dienst-aanbieders;
aa) omschrijving van de eisen inzake de accuratesse en het over de grenzen heen ter
beschikking stellen van realtimeverkeersinformatie in de gehele EU voor ITS-gebruikers, op basis van:
-
-de beschikbaarheid en toegankelijkheid van bestaande, accurate weg- en realtime-verkeersgegevens die worden gebruikt voor realtimeverkeersinformatie voor ITS-dienstaanbieders, onverminderd de veiligheids- en verkeersbeheerseisen;
-
-het faciliteren van grensoverschrijdende elektronische gegevensuitwisseling tussen de bevoegde overheid en belanghebbenden en de bevoegde ITS-dienstaanbieders;
-
-het tijdig actualiseren van beschikbare weg- en verkeersgegevens die worden gebruikt voor realtimeverkeersinformatie door de bevoegde overheid en belanghebbenden;
-
-het tijdig actualiseren van realtimeverkeersinformatie door de ITS-dienstaanbieders;
-
b)omschrijving van de eisen inzake het door de bevoegde overheid en/of, in voorkomend geval, de particuliere sector verzamelen van weg- en verkeersgegevens (te weten verkeerscirculatieplannen, verkeersregels en aanbevolen routes, met name voor vrachtwagens) en inzake het verstrekken van die gegevens aan ITS-dienstaanbieders, op basis van:
-
-de beschikbaarheid voor ITS-dienstaanbieders van bestaande weg- en verkeersgegevens (te weten verkeerscirculatieplannen, verkeersregels en aanbevolen routes) die door de bevoegde overheid en/of de particuliere sector zijn verzameld voor ITS-dienstaanbieders;
-
-het faciliteren van elektronische gegevensuitwisseling tussen de bevoegde overheid en de ITS-dienstaanbieders;
-
-het tijdig actualiseren door de bevoegde overheid en of, in voorkomend geval, de particuliere sector, van weg- en verkeersgegevens (te weten verkeerscirculatieplannen, verkeersregels en aanbevolen routes);
-
-het tijdig actualiseren, door de ITS-dienstaanbieders, van de ITS-diensten en -toepassingen onder gebruikmaking van die weg- en verkeersgegevens;
-
c)omschrijving van de eisen inzake de accuratesse en het, indien mogelijk, ter beschikking stellen van weg-, verkeers- en vervoersgegevens aan makers van digitale kaarten en desbetreffende dienstaanbieders, op basis van:
-
-de beschikbaarheid voor makers en dienstaanbieders van digitale kaarten, van bestaande weg- en verkeersgegevens die worden gebruikt voor digitale kaarten;
-
-het faciliteren van elektronische gegevensuitwisseling tussen de bevoegde overheid en belanghebbenden en de makers en aanbieders van digitale kaarten;
-
-het tijdig actualiseren van weg- en verkeersgegevens voor digitale kaarten door de bevoegde overheid en belanghebbenden;
-
-het tijdig actualiseren van de digitale kaarten door makers en dienstaanbieders van digitale kaarten.
Vereiste specificaties voor prioritaire actie b:
-
d)omschrijving van minimumeisen, indien mogelijk, voor het kosteloos verstrekken aan alle weggebruikers van "universele verkeersboodschappen" inzake verkeersveiligheid, evenals de minimale inhoud daarvan, op basis van:
-
-de vaststelling en het gebruik van een gestandaardiseerde lijst van veiligheids-gerelateerde verkeersgebeurtenissen ("universele verkeersboodschappen") die gratis aan ITS-gebruikers moeten worden doorgegeven;
-
-de compatibiliteit en de integratie van "universele verkeersboodschappen" in ITS-diensten voor realtime verstrekte verkeers- en multimodale reisinformatie.
(2) continuïteit van ITS-diensten voor verkeers- en vrachtbeheer
Specificaties en normen voor de continuïteit en interoperabiliteit van de diensten voor verkeer- en vrachtbeheer, met name op het TEN-V-netwerk:
Vereiste specificaties voor andere acties:
-
a)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn voor het ontwikkelen van een uniale ITS-kaderstructuur, met een specifieke regeling voor de interoperabiliteit, continuïteit van diensten en multimodaliteitsaspecten op ITS-gebied, onder meer bijvoorbeeld multimodale interoperabele kaartverkoop, waarbinnen de lidstaten en hun bevoegde instanties, in samenwerking met de particuliere sector, hun eigen ITS-structuur voor mobiliteit op nationaal, regionaal of lokaal niveau kunnen ontwikkelen;
-
b)omschrijving van de minimumeisen voor de continuïteit van ITS-diensten, met name grensoverschrijdende diensten, voor het beheer van passagiersvervoer via verschillende vervoerswijzen, op basis van:
-
-het faciliteren van elektronische uitwisseling van verkeersgegevens en -informatie tussen de bevoegde verkeersinformatie-/controlecentra en de verschillende belanghebbenden in verschillende landen en, in voorkomend geval, regio's, en in stedelijke en interstedelijke gebieden;
-
-het gebruik van gestandaardiseerde informatiestromen of verkeersinterfaces tussen de bevoegde verkeersinformatie-/controlecentra en de verschillende belanghebbenden;
bb) omschrijving van de minimumeisen voor de continuïteit van ITS-diensten voor het beheer van vrachtvervoer via vervoerscorridors en verschillende vervoerswijzen, op basis van:
-
-het faciliteren van elektronische uitwisseling van verkeersgegevens en informatie tussen de bevoegde verkeersinformatie-/controlecentra en de verschillende belanghebbenden in verschillende landen, regio's, stedelijke en interstedelijke gebieden;
-
-het gebruik van gestandaardiseerde informatiestromen of verkeersinterfaces tussen de bevoegde verkeersinformatie-/controlecentra en de verschillende belanghebbenden;
-
c)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn om innovatieve ITS-technologieën (radiofrequentie-identificatie (RFID) of Galileo/Egnos) te gebruiken bij het tot stand brengen van ITS-toepassingen (met name het volgen en traceren van vracht onderweg en voor verschillende vervoerswijzen) voor de goederenlogistiek (eFreight), op basis van:
-
-de beschikbaarheid van relevante ITS-technologieën voor en het gebruik ervan door ontwikkelaars van ITS-toepassingen;
-
-de integratie van de resultaten van plaatsbepaling in hulpmiddelen en centra voor verkeersbeheer;
-
d)omschrijving van de interfaces die nodig zijn om te zorgen dat er compatibiliteit en interoperabiliteit is tussen de stedelijke en de Europese ITS-architectuur, op basis van:
-
-de beschikbaarheid voor stedelijke controlecentra en dienstaanbieders, van gegevens over openbaar vervoer, reisplanning, vraag naar vervoer, en verkeers- en parkeergegevens;
-
-het faciliteren van de elektronische uitwisseling van multimodale gegevens tussen de verschillende stedelijke controlecentra en dienstaanbieders voor openbaar of privévervoer;
-
-de integratie van alle relevante gegevens en informatie in één architectuur.
(3) ITS-toepassingen voor verkeersveiligheid en -beveiliging
Specificaties en normen voor ITS-toepassingen voor verkeersveiligheid en -beveiliging Vereiste specificaties voor prioritaire actie c:
-
a)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn voor de geharmoniseerde introductie van een interoperabele pan-Europese eCall, die het volgende omvat:
-
-de beschikbaarheid van de vereiste voertuigeigen ITS-gegevens die moeten worden uitgewisseld;
-
-de beschikbaarheid van de nodige apparatuur in de noodoproepcentrales die de door de voertuigen uitgezonden gegevens ontvangen;
-
-het faciliteren van elektronische uitwisseling van gegevens tussen de voertuigen en de noodoproepcentrales.
Vereiste specificaties voor prioritaire actie d:
-
b)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn om ITS-gebaseerde informatiesystemen in te stellen voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen, met name op rust- en serviceplaatsen langs de weg, op basis van:
-
-de beschikbaarheid van parkeerinformatie voor gebruikers;
-
-het faciliteren van elektronische uitwisseling van gegevens tussen parkeerplaatsen, centra en de voertuigen;
bb) omschrijving van de maatregelen die nodig zijn om ITS-gebaseerde reserveringssystemen in te stellen voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen, op basis van:
-
-de beschikbaarheid van parkeerinformatie voor gebruikers;
-
-het faciliteren van elektronische uitwisseling van gegevens tussen parkeerplaatsen, centra en de voertuigen;
-
-de integratie van relevante ITS-technologieën in zowel voertuigen als parkeer-faciliteiten om de informatie betreffende beschikbare parkeerplaatsen bij te werken met het oog op reserveringen.
Vereiste specificaties voor andere acties:
-
c)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn ter ondersteuning van de veiligheid van weggebruikers met betrekking tot de mens/machine-interface aan boord en het gebruik van nomadische apparaten ter ondersteuning van het rijden en/of de vervoers-verrichtingen, evenals de beveiliging van de communicatie in voertuigen;
-
d)De definitie van de nodige maatregelen om de veiligheid en het comfort van kwetsbare weggebruikers te verbeteren voor alle relevante ITS-toepassingen;
-
e)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn om geavanceerde elektronische rijhulpsystemen voor bestuurders die buiten het toepassingsgebied van de Richtlijnen 2007/46/EG, 2002/24/EG en 2003/37/EG vallen, in voertuigen en weginfrastructuur te integreren.
(4) Koppeling van het voertuig aan de vervoersinfrastructuur
De specificaties en normen voor ITS-toepassingen voor het koppelen van het voertuig aan de vervoersinfrastructuur omvatten bovendien de volgende acties:
-
a)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn voor het integreren van verschillende ITS-toepassingen in een open platform aan boord van voertuigen, op basis van:
-
-het bepalen van functionele vereisten van bestaande of geplande ITS-toepassingen;
-
-het definiëren van een open architectuur waarin de functiekenmerken en interfaces zijn vastgelegd die nodig zijn voor de interoperabiliteit en/of onderlinge verbinding met infrastructuursystemen en -faciliteiten;
-
-de "plug and play" integratie van toekomstige nieuwe of opgewaardeerde ITS-toepassingen in een open platform aan boord van het voertuig;
-
-het gebruik van normalisatieprocessen voor de goedkeuring van de architectuur, en de open specificaties aan boord van voertuigen;
-
b)omschrijving van de maatregelen die nodig zijn voor het bevorderen van de ontwikkeling en implementatie van coöperatieve (voertuig-voertuig, voertuiginfrastructuur, infrastructuur-infrastructuur)-systemen, op basis van:
-
-het faciliteren van de uitwisseling van gegevens en informatie tussen voertuigen onderling, tussen voertuig en infrastructuur, en tussen infrastructuren onderling;
-
-De beschikbaarheid aan de respectieve partijen (voertuig of weginfrastructuur) van de uit te wisselen relevante gegevens of informatie;
het gebruik van een gestandaardiseerd berichtformaat voor deze uitwisseling van gegevens tussen het voertuig en de infrastructuur;
de definitie van een communicatie-infrastructuur voor elk type uitwisseling (V2V, V2I, I2I);
het gebruik van normalisatieprocessen om de respectieve architecturen goed te keuren.
- 16 dec '08COM(2008)887 - Kader voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen
- 23 jul '04COM(2004)516 - Infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de EG (INSPIRE)
- 14 jul '04COM(2004)477 - Voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet (Egnos en Galileo)
- 16 jul '03COM(2003)425 - Bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG
- 14 jul '03COM(2003)418 - Kaderrichtlijn goedkeuring motorvoertuigen
- 29 apr '03COM(2003)132 - Algemene invoering en de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de EG
- 5 jun '02COM(2002)207 - Hergebruik en de commerciële exploitatie van overheidsdocumenten
- 16 jan '02COM(2002)6 - EG-typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, getrokken verwisselbare uitrustingsstukken, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan
- 12 jul '00COM(2000)385 - Verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie
- 25 jun '99COM(1999)276 - Wijziging van Richtlijn 92/61/EEG betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen

