Dit BNC-fiche is door de Nederlandse regering gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van het document COM(2009)589 van de Europese Commissie. Het bevat onder andere de eerste algemene standpuntbepaling van de Nederlandse regering.
over de mededeling
Nederland heeft ingestemd met de raadsconclusies van 2 december 2008 over het GMES-programma en de resolutie van de gezamenlijke ruimteraad van 29 mei 2009 waarin de Commissie werd gevraagd om inzicht te geven in de lange termijn
governance
en financiering van GMES in het licht van de volgende Financiële Perspectieven. Nederland ondersteunt het GMES-programma en verwelkomt deze mededeling, waarin een indicatie van de te nemen stappen en het financiële kader voor de ruimtecomponent van GMES wordt geschetst. Nederland wil niet vooruitlopen op de volgende Financiële Perspectieven en neemt de bedragen ter informatie aan. Het bedrag van ruim € 4 miljard voor de periode 2014-2020 voor de ruimtecomponent zal waarschijnlijk deels door de EU en deels door ESA worden gefinancierd.
Nederland heeft rechtstreeks € 33 miljoen geïnvesteerd in de ontwikkeling en bouw van de GMES-satellieten via het ESA-ontwikkelingsprogramma GMES Space Component. Daarnaast heeft Nederland een leidende rol wat betreft de ontwikkeling, bouw en exploitatie in het kader van GMES van het TROPOMI-instrument voor atmosfeermonitoring van luchtverontreiniging en broeikasgassen, waar € 68 miljoen in wordt geïnvesteerd. Deze investeringen geven de belangen voor Nederlandse bedrijven en kennisinstituten aan.
GMES wordt gezien als een publiek goed, wat betekent dat het systeem voor het publieke belang met publieke middelen gefinancierd wordt. Te verwachten is dat dit op middellange termijn zo zal blijven. Dergelijke grote investeringen en het tegemoetkomen aan de institutionele belangen kan alleen door grote publieke investeringen. Wel is het zo dat ook de private sector nadrukkelijk met GMES-data diensten zal ontwikkelen. Deze data worden beschikbaar voor gebruikers wereldwijd, er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gebruikers uit de EU en uit derdelanden. Een open databeleid is cruciaal, uiteraard onder voorbehoud van veiligheidaspecten. Dit laatste dient nog verder uitgewerkt te worden, bijvoorbeeld door afscherming van defensielocaties, objecten van het Koninklijk Huis, maar ook vitale infrastructuur en beeldmateriaal van Nederlandse eenheden in uitzendgebieden.
