Brief minister over vrijstelling van de tewerkstellingsvergunningplicht op grond van het verdrag van Ottawa - Herziening Wet arbeid vreemdelingen

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2009–2010

32 144

Herziening Wet arbeid vreemdelingen

Nr. 4

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2009

Hierbij informeer ik u zoals toegezegd in het Algemeen Overleg over de notitie Herziening Wet arbeid vreemdelingen (Wav) van 18 november jl. (Kamerstuk 32 144, nr. 3) Gevraagd werd door dhr. Ulenbelt welk personeel in het kader van het Verdrag van Ottawa naar Nederland komt, en waarom daarvoor een vrijstelling van de tewerkstellingsvergunningsplicht wordt voorgesteld. Tevens werd gevraagd waarom het verdrag van Oslo, of bijvoorbeeld het verdrag over clustermunitie niet tot vrijstelling leidt.

Er zijn twee verdragen die bekend staan als Verdrag van Ottawa:

  • 1. 
    Het «Verdrag nopens de rechtspositie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf». Dit Verdrag is in 1951 door Nederland ondertekend in Ottawa.
  • 2. 
    Het «Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens». In 1997 trad dit Verdrag in werking, plaats van ondertekening was Oslo. In 1996 werd in Ottawa een internationale bijeenkomst gehouden waar werd opgeroepen om te komen tot zulks een verbod. Anno 2005 hebben 154 landen (inclusief Nederland) het verdrag ondertekend of geratificeerd.
  • 3. 
    Volledigheidshalve meld ik u dat Nederland in 2008 in Dublin het Verdrag inzake clustermunitie heeft ondertekend. Het verdrag staat nog open ter ondertekening en is daarom nog niet inwerking getreden. Dit verdrag is in feite een verlengstuk van het Verdrag van Oslo over de anti-personeelsmijnen.

Als Nederland gebonden is aan verdragen die bepalingen hebben waarin gesteld wordt dat er geen immigratiebeperkingen mogen worden opgelegd, dan is er in die gevallen, mede gezien de doelstelling van de verdragen, voor gekozen om ook geen beperkingen zoals de twv-plicht op te leggen.

In de Wav-notitie wordt gerefereerd aan het NAVO-Verdrag (nr. 1 hierboven).

Op basis van het bovenvermelde NAVO-verdrag worden verblijfsvergunningen verstrekt voor NAVO-stafmedewerkers, -adviseurs en -technische deskundigen, inclusief hun echtgenoten en naaste familieleden. Met name betreft het personeel van het NATO C3 agentschap in Den Haag en het NATO Airborne Early Warning and Control Programma Management Agency in Brunssum. Bij de IND is opgevraagd om welke aantallen het gaat. In 2008 waren dat er 840 inclusief gezinsleden (zowel burger- als militair personeel, excl. verlengingen).

Ad 1. De Wav-notitie stelt nu voor om expliciet in de bijlage Mededeling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wav, te vermelden dat de gezinsleden van de NAVO-stafmedewerkers, -adviseurs en -technische deskundigen zonder twv toegelaten worden op de arbeidsmarkt. Uit hoofde van dit Verdrag bestaat die vrije arbeidsmarkttoegang al, ook voor gezinsleden.

Ad 2. Het Verdrag over de anti-personeelsmijnen bepaalt dat onderzoeks-missies in het kader van de naleving van het verdrag voorrechten genieten. Het ligt in de rede dat dit ook twv-vrije arbeidsmarkttoegang inhoudt voor het verrichten van hun werkzaamheden ten tijde van deze missies.

Ad 3. Het Verdrag inzake de clustermunitie verwijst zelf naar het Verdrag over de anti-personeelsmijnen en ligt daar in het verlengde van. Het bepaalt dat staten die partij zijn geen onredelijke beperkingen opleggen ten aanzien van werkzaamheden die vreemdelingen verrichten en die in het verlengde liggen van de naleving van het verdrag.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. P. H. Donner

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie