COM(2003)375 - Toetreding van de EU tot het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 12 december 2011 heeft de Raad het voorstel aangenomen en is het voorstel goedgekeurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Gewijzigd voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toetreding van de Europese Unie tot het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974

officiële Engelstalige titel

Proposition modifiée de Décision du Conseil concernant l'adhésion de l'Union européenne au protocole de 2002 à la convention d'Athènes de 1974 relative au transport par mer de passagers et de leurs bagages
 
COM-nummer COM(2003)375
extra com nummer COM(2003)375;COM(2009)665;COM(2010)686
raadsdocument 2003/79
interinstitutioneel nummer 2003/0132(NLE)A

3.

Oorspronkelijk voorstel

De herziening van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974 was bedoeld om bepaalde significante tekortkomingen te verhelpen in de regeling op internationaal niveau van de aansprakelijkheid van vervoerders bij het vervoer van passagiers over zee. Deze werkzaamheden culmineerden in de goedkeuring van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974, op 1 november 2002 (het Protocol van Athene).

Het Protocol van Athene is op twee verschillende manieren voor de Gemeenschap van betekenis. In de eerste plaats zijn er delen van het Protocol die tot de uitsluitende bevoegdheid van de Gemeenschap behoren, zodat het noodzakelijk is dat de Gemeenschap hierbij partij wordt voordat de lidstaten dit kunnen doen. In de tweede plaats is de essentie van het Protocol, een behoorlijke schadeloosstelling van passagiers aan boord van schepen, een kerndoelstelling van het maritieme veiligheidsbeleid dat de Gemeenschap voert.

2. UITSLUITENDE BEVOEGDHEID VAN DE GEMEENSCHAP

De artikelen 10 en 11 van het Protocol van Athene voorzien in regels voor de jurisdictie en voor de erkenning en tenuitvoerlegging van in overeenstemming met het Protocol tot stand gekomen rechterlijke beslissingen. Voor deze zaken heeft de Gemeenschap, via de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, uitsluitende bevoegdheid verkregen. De verordening is bindend voor alle EU-lidstaten, met uitzondering van Denemarken. De artikelen 10 en 11 van het Protocol van Athene, welke de artikelen 17 en 17bis van het Verdrag van Athene vervangen of wijzigen, hebben een weerslag op de bepalingen van Verordening 44/2001. Dientengevolge kunnen de lidstaten, buiten het kader van de gemeenschappelijke instellingen, geen aan deze artikelen gerelateerde verbintenissen met derde landen aangaan.

Op 8 oktober 2001 ontving de Commissie een mandaat van de Raad om namens de Gemeenschap over bepaalde delen van het Protocol van Athene te onderhandelen. Het mandaat was speciaal toegespitst op de noodzaak in het nieuwe protocol de mogelijkheid in te bouwen van de toetreding van de Gemeenschap als partij bij het Protocol. Verder gaf de Raad uitdrukking aan zijn wens een voorgesteld lid te schrappen waarbij jurisdictie wordt toegekend aan de rechtbank van de staat waar de eiser zijn woonplaats of permanente verblijfplaats heeft, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de verweerder vervoerdiensten verricht naar of van die staat en onderworpen is aan de jurisdictie in die staat (de zogenoemde vijfde jurisdictie), dat onverenigbaar met de in Verordening 44/2001 neergelegde regeling werd geacht. En ten slotte werd de Commissie gemandateerd om te onderhandelen over de mogelijkheid om de communautaire regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tussen EU-lidstaten te blijven toepassen.

(...)


lees meer

4.

Europese rechtsgrond

Deze Internationale overeenkomst is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 65 en 300 lid 2 lid 3. Artikel 65 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Visa, asiel, immigratie en andere beleidsterreinen die verband houden met het vrije verkeer van personen' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op maatregelen op het gebied van samenwerking in burgelijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen.

5.

Procedure

6.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: Europese Unie, IMO, aansprakelijkheid, internationale conventie, ongeval bij het vervoer, overeenkomstprotocol, reizigersvervoer, toetreding tot een akkoord, vervoer over zee, vervoerder.

7.

Betrokkenen

8.

Relevante documenten

(14 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

9.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.