COM(2008)151 - Facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 25 oktober 2011 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council facilitating cross-border enforcement in the field of road safety
 
COM-nummer COM(2008)151
extra com nummer COM(2008)151;SEC(2008)352;SEC(2008)350;SEC(2008)351;COM(2009)665;COM(2011)148;COM(2011)533
raadsdocument 2008/84
interinstitutioneel nummer 2008/0062(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

1) ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel Sinds 2001 streeft de EU in het kader van haar verkeersveiligheidsbeleid naar een halvering van het aantal verkeersdoden tegen 2010. In de 27 landen die op dit moment lid zijn van de Europese Unie vielen in 2001 54 000 verkeersdoden en zijn sindsdien talrijke maatregelen genomen om tot een halvering van het aantal slachtoffers te komen. In 2007 is het aantal verkeersslachtoffers in de EU voor het eerst sinds 2001 niet verder gedaald. De jaarlijkse daling van het aantal doden bedroeg 6% in 2004, 5% in 2006 en 0% in 2007. In 2007 stierven nog steeds 43 000 mensen op de Europese wegen, een cijfer vergelijkbaar met de crash van vijf middelgrote vliegtuigen per week in de EU. Tussen 2001 en 2007 daalde het aantal doden met 20%. Om tot een halvering van het aantal doden te komen, had dat aantal evenwel met 37% moeten dalen. Aangezien handhaving een zeer doeltreffend instrument is gebleken om het aantal doden terug te dringen, dient de Commissie in het kader van haar werkprogramma voor 2007 een voorstel voor een richtlijn in om de handhaving van de verkeersveiligheid te verbeteren. Verkeersovertredingen met een voertuig dat is ingeschreven in een andere lidstaat dan die waar de overtreding plaatsvindt, blijven op dit moment vaak ongestraft. Dit is met name een probleem wanneer de overtredingen automatisch worden geregistreerd met camera's langs de weg en er geen rechtstreeks contact is tussen de bestuurder en de politie. Een publiek draagvlak voor verkeershandhaving is van vitaal belang om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen. Buitenlandse bestuurders die aan vervolging ontsnappen, ondermijnen dat draagvlak. In de landen waarvoor deze gegevens bekend zijn, bedraagt het aandeel buitenlandse bestuurders ongeveer 5%[1]. Het aandeel van de buitenlandse bestuurders in het totale aantal snelheidsovertredingen varieert tussen 2,5% en 30%[2]. Deze cijfers tonen aan dat buitenlandse bestuurders in verhouding meer snelheidsovertredingen begaan dan binnenlandse bestuurders. Een aantal lidstaten heeft bilaterale overeenkomsten gesloten, maar de tenuitvoerlegging daarvan verloopt moeilijk. Het ontbreken van grensoverschrijdende vervolging in de EU betekent niet alleen dat buitenlandse overtreders die niet onder een bilaterale overeenkomst vallen ongestraft blijven, maar ook dat binnenlandse overtreders worden gediscrimineerd. Doel van dit voorstel is de tenuitvoerlegging van sancties te vergemakkelijken tegen bestuurders die een overtreding begaan in een andere lidstaat dan die waar hun voertuig is ingeschreven. Het voorgestelde systeem moet ervoor zorgen dat dergelijke overtredingen worden gesanctioneerd, ongeacht de EU-lidstaat waar ze werden begaan en ongeacht de lidstaat waar het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, is ingeschreven. Dit voorstel is van toepassing op de volgende overtredingen: te hoge snelheid, rijden onder invloed van alcohol (hierna 'rijden onder invloed'), het niet dragen van de veiligheidsgordel en door het rode licht rijden. Dit zijn de overtredingen die het grootste aantal verkeersongevallen en -doden veroorzaken. De Commissie stelt voor in de EU een elektronisch netwerk voor de uitwisseling van gegevens op te zetten om de eigenaar van een voertuig te identificeren zodat de autoriteiten van een lidstaat waar een verkeersovertreding is begaan, een bekeuring kunnen zenden aan de houder van het voertuig waarmee de overtreding is begaan. Een dergelijk systeem is met name nuttig wanneer een verkeersovertreding, zoals te snel rijden of door het rode licht rijden, met een camera is geregistreerd en de identiteit van de overtreder niet onmiddellijk kan worden vastgesteld. Het is eveneens nuttig voor de afhandeling van overtredingen waarbij de inschrijvingsgegevens van een voertuig dat tot stilstand is gebracht, moeten worden gecontroleerd. Dit geldt in het bijzonder voor rijden onder invloed. Het is niet de bedoeling de verkeersregels, noch de boeten voor verkeersovertredingen te harmoniseren, aangezien deze aspecten het best aan de lidstaten worden overgelaten. Het voorstel omvat uitsluitend bepalingen van zuiver administratieve aard om tot een effectief en doelmatig grensoverschrijdend vervolgingsbeleid van de belangrijkste verkeersovertredingen te komen. Het voorstel heeft geen gevolgen voor de classificatie van verkeersovertredingen als strafrechtelijke of bestuursrechtelijke feiten door de lidstaten. Voorts wordt niet geraakt aan de wetgeving van de lidstaten met betrekking tot de aansprakelijkheid voor overtredingen. De tekst geldt zonder onderscheid voor overtredingen van zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke aard en kan ongeachte deze classificatie, die verschilt van lidstaat tot lidstaat, worden toegepast. Gelet op al deze beperkingen strookt het voorstel volledig met het subsidiariteitsbeginsel. Het voorgestelde systeem sluit aan bij de traditie op het gebied van grensoverschrijdende overtredingen: een overtreding wordt vervolgd in de lidstaat waar ze is begaan. De toegevoegde waarde is de invoering van een nieuw mechanisme waardoor de betrokken autoriteiten de identiteit van buitenlandse overtreders kunnen achterhalen. Het voorstel doet geen afbreuk aan de toepassing van Kaderbesluit 2005/214/JBZ van de Raad inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (derde pijler). De voorgestelde richtlijn is van toepassing op de fasen die voorafgaan aan het opleggen van een definitieve sanctie, terwijl het kaderbesluit in werking treedt wanneer de overtreder de boete niet heeft betaald en een definitieve beslissing is genomen om hem daartoe te verplichten.

(...)


lees meer
 

4.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 71 lid 1 pt c).

5.

Procedure

6.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: EU-lidstaat, actieprogramma, doorgeven van informatie, grensoverschrijdende gegevensstroom, grensoverschrijdende samenwerking, harmonisatie van de wetgevingen, ongevallenpreventie, overtreding van het verkeersreglement, samenwerkingsbeleid, verkeersveiligheid.

7.

Betrokkenen

8.

Relevante documenten

(32 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

9.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.