COM(2009)11 - Meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de EG en tot intrekking van richtlijn 2002/6/EG

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 20 oktober 2010 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap en tot intrekking van richtlijn 2002/6/EG

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on reporting formalities for ships arriving in and/or departing from ports of the Member States of the Community and repealing Directive 2002/6/EC
 
COM-nummer COM(2009)11
extra com nummer COM(2009)11;SEC(2009)47;SEC(2009)46;COM(2009)665
raadsdocument 2009/89
interinstitutioneel nummer 2009/0005(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel voor een richtlijn betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap draagt bij tot de verwezenlijking van een Europese maritieme vervoersruimte zonder grenzen, zoals beschreven in de Mededeling van de Commissie COM(2009) 10, die samen met dit voorstel is goedgekeurd. Met de Europese maritieme vervoersruimte wordt de afschaffing of vereenvoudiging beoogd van de controles van documenten en van de fysieke controle van goederen en schepen die tussen de EU-havens opereren. Dit voorstel is bedoeld ter vervanging van Richtlijn 2002/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 en moet tegemoet komen aan de volgende behoeften: 1. Herziening van het FAL-Verdrag en samenhang met de andere communautaire wetgeving Het FAL-Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) beoogt de bevordering en harmonisering op wereldniveau van de administratieve formaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens. Het verdrag is goedgekeurd op 9 april 1965 en is op 5 maart 1967 in werking getreden. Verschillende lidstaten van de Europese Unie hebben dit verdrag sedert de inwerkingtreding ervan ondertekend en geratificeerd. Op 18 februari 2002 heeft de Europese Unie Richtlijn 2002/6/EG vastgesteld op grond waarvan de lidstaten een reeks in het kader van het FAL-Verdrag gestandaardiseerde formulieren dienen te gebruiken. Sinds 2002 is de communautaire wetgeving aangevuld met regelgeving inzake veiligheid en beveiliging. Het gaat om bepaalde formaliteiten die vereist zijn bij de basisrichtlijnen of de wijzigingen van Richtlijn 95/21/EG van de Raad van 19 juni 1995 ("havenstaatcontrole"), Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart, Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten, waarbij formaliteiten worden opgelegd op hun respectieve domeinen, en Verordening (EG) nr. 562/2006 (Schengengrenscode). Het FAL-Verdrag werd herzien tijdens de 32e vergadering van het FAL-comité van de IMO in juli 2005 teneinde het aantal opgenomen formaliteiten uit te breiden. Bij de herziening van het FAL-Verdrag in juli 2005 werd een rubriek toegevoegd aan de algemene melding (formulier 1) betreffende de afvalverwerking. Voor afvalstoffen en residuen aan boord dient in de Europese havens een verklaring te worden opgesteld, overeenkomstig de eisen van Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen. Derhalve moet het verband tussen deze twee wetgevingen verduidelijkt worden. De evolutie van de communautaire wetgeving en van het FAL-Verdrag zorgt voor een toenemende administratieve complexiteit van het zeevervoer, die vereenvoudigd moet worden zonder evenwel de maritieme beveiliging, de maritieme veiligheid en de milieubescherming in het gedrang te brengen. In ieder geval zullen de delegaties van de lidstaten van de Europese Unie zich tijdens de vergaderingen van het FAL-comité moeten inspannen om de formulieren van het FAL-Verdrag en de bij de bestaande communautaire wetgevingen vereiste formulieren op elkaar af te stemmen. Bij de herziening van het FAL-Verdrag van juli 2005 werden wijzigingen aangebracht in de algemene melding van de IMO, de melding van de scheepsgoederen, de melding van de bezittingen en goederen van de bemanningsleden, de bemanningslijst en de passagierslijst, alsmede de desbetreffende normen en aanbevolen praktijken. De Europese Commissie is van mening dat, in afwachting van de inwerkingtreding van deze richtlijn, het parallel gebruik van de door de IMO op basis van het in juli 2005 gewijzigde IMO-Verdrag opgestelde formulieren, door de bevoegde instanties in de havens als conform moet worden beschouwd met de geldende voorschriften van Richtlijn 2002/6/EG. 2. Nieuw formulier voor veiligheidsinlichtingen voorafgaande aan het aandoen van een haven van een lidstaat Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten bepaalt dat de bevoegde zeeveiligheidsinstanties van de lidstaten om inlichtingen dienen te verzoeken wanneer wordt aangekondigd dat een schip voornemens is om een haven op zijn grondgebied aan te doen. De Europese Commissie heeft aan het overeenkomstig de richtlijn opgerichte zeeveiligheidscomité ("MARSEC-comité") een ontwerpformulier voorgelegd om de verzoeken om inlichtingen te harmoniseren. Het comité heeft dit model van geharmoniseerd inlichtingenformulier goedgekeurd tijdens haar vijfde vergadering van 20 maart 2005, en heeft opgemerkt dat de lidstaten geval per geval aanvullende (of minder) informatie zullen kunnen vragen. Omdat de Commissie van mening is dat de veiligheidsinformatie moet worden meegedeeld via een op internationaal niveau door het FAL-comité van de IMO goedgekeurde geharmoniseerde fiche, heeft zij zich voorgenomen deze fiche te laten goedkeuren door dit comité, waar de technische besprekingen nog altijd aan de gang zijn, omdat de vergaderingen van het comité sterk gespreid zijn in de tijd. In afwachting van de goedkeuring van een dergelijk geharmoniseerd formulier op internationaal niveau stelt de Commissie voor om voorlopig het door het MARSEC-comité goedgekeurde model te gebruiken, als opgenomen in bijlage III van dit voorstel. De Commissie zal met de steun van dit comité, zodra het FAL-comité het heeft goedgekeurd, het internationale geharmoniseerde formulier kunnen invoeren als enige basis voor de verzoeken om veiligheidsinlichtingen door de lidstaten, overeenkomstig de geplande wijzigingsprocedure van de bijlagen bij artikel 9 van het voorstel voor een richtlijn. 3. Ontoereikende informatisering en groot aantal instanties in de havens In meer dan de helft van de havens wordt vandaag nog steeds een fax gebruikt voor de uitwisseling van informatie, terwijl slechts in een paar grote havens of lidstaten elektronische gegevensuitwisselingssystemen worden gebruikt, hoewel die door alle actoren van de havengemeenschap kunnen worden gebruikt. Het resultaat is een toename van steeds terugkerende taken en een potentiële bron van vertraging en fouten, die kunnen worden vermeden door de algemene invoering van het gebruik van elektronische systemen voor gegevensoverdracht. Bij Beschikking 70/2008/EG betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven hebben het Parlement en de Raad reeds de te volgen weg aangegeven en een tijdschema bepaald voor de overdracht van de noodzakelijke gegevens voor de douaneverrichtingen. Het is van belang dat de voor de operatoren toegankelijke systemen voor formaliteiten met betrekking tot meldingen, anders dan douanemeldingen, zich snel en op een met de douanesystemen samenhangende manier ontwikkelen. 4. Verschillen in de toepassing van Richtlijn 2002/6/EG Een studie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in veertig havens heeft aangetoond dat Richtlijn 2002/6/EG in het algemeen weliswaar goed door de lidstaten wordt toegepast, maar nog niet in alle gevallen voor de beoogde vereenvoudiging heeft gezorgd. De formulieren worden soms door verschillende autoriteiten gevraagd of de eerder gevraagde informatie werd niet altijd gewist. Bij Richtlijn 2002/6/EG worden dus aanvullende formaliteiten ingevoerd voor de formaliteiten die moeten worden vervangen. Bovendien blijven bepaalde havens formulieren gebruiken die in de nationale taal zijn opgesteld en soms aanvullende rubrieken bevatten.

(...)


lees meer
 

4.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 80 lid 2. Artikel 80 lid 2 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Vervoer' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op in hoeverre en volgens welke procedure bepalingen kunnen worden vastgesteld voor zeevaart en luchtvaart.

5.

Procedure

6.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: administratieve formaliteit, boot, douaneregelingen, harmonisatie van de normen, haveninstallatie, vereenvoudiging van de formaliteiten, vervoer over zee.

7.

Betrokkenen

8.

Relevante documenten

(21 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

9.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.