COM(2006)388 - Op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

 
Deze Europese verordening is na wijzigingen door het Europees Parlement goedgekeurd door de Raad van de Europese Unie op 24 september 2009. Deze verordening is opgesteld door het Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming (SANCO) van de Europese Commissie en op 12 juli 2006 voorgelegd aan de Raad van de Europese Unie en ter medebeslissing aan het Europees Parlement.
Op 21 oktober 2009 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.
 
 

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Toelichting

a) Motivering en doel van het voorstel Op 26 juli 2001 heeft de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voortgangsverslag over de werking van Richtlijn 91/414/EEG [COM(2001) 444] ingediend. In dat verslag werd de aandacht gevestigd op een aantal gebieden waarop de Richtlijn kon worden verbeterd. De Commissie concludeerde dat de huidige regelgeving moest worden hervormd om: het hoge niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te versterken; de werking van de interne markt te verbeteren; de concurrentiekracht van de chemische industrie in de EU te behouden en te verbeteren; de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen voor de landbouwers in de verschillende lidstaten te harmoniseren; de transparantie te verbeteren; te voorkomen dat tests op dieren worden overgedaan; de procedures te actualiseren, in het bijzonder om rekening te houden met de oprichting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid; de taken van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid te definiëren.

b) Algemene context In reactie op het voortgangsverslag hebben zowel de Raad als het Europees Parlement de Commissie verzocht voorstellen tot wijziging van de richtlijn in te dienen. De Raad riep de Commissie er onder meer toe op voorschriften voor te stellen om: te voorkomen dat tests op gewervelde dieren worden overgedaan; niet-professionele gebruikers te beschermen; criteria voor de goedkeuring van werkzame stoffen vast te stellen; de voorschriften voor zeer gevaarlijke stoffen verder te verbeteren; een vereenvoudigde procedure in te voeren voor stoffen en middelen met een laag risico. Het Europees Parlement legde eveneens nadruk op aspecten als: het beginsel van vergelijkende beoordeling en substitutie; uitsluiting van zeer gevaarlijke stoffen; meer transparantie; betere wederzijdse erkenning door de invoering van toelatingszones. Zowel het Europees Parlement als de Raad hebben de Commissie verzocht een thematische strategie voor het duurzame gebruik van bestrijdingsmiddelen voor te stellen en verdere vooruitgang te boeken bij de vaststelling van maximumresidugehalten.

c) Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Het communautaire regelgevingskader voor gewasbeschermingsmiddelen omvat: Richtlijn 91/414/EEG van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, die tot doel heeft risico's aan de bron te voorkomen door een zeer volledige risicobeoordelingsprocedure voor elke werkzame stof en de middelen die de stof bevatten, alvorens deze op de markt mogen worden gebracht of mogen worden gebruikt. Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van 21 december 1978 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen, waarin een lijst van stoffen is opgenomen die in de EU verboden zijn en die niet in bestrijdingsmiddelen mogen voorkomen. Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, die maximumresidugehalten (MRL's) voor werkzame stoffen in landbouwproducten vaststelt om het risico voor de consument te beperken. Voorts is de controle op de naleving van de MRL's een belangrijk instrument om te beoordelen of de landbouwers de instructies en de beperkingen die in de toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen zijn opgenomen, correct hebben toegepast. Dit voorstel voor een verordening wordt samen ingediend met een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor een communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden. Dat heeft tot doel het gebruik en de distributie van pesticiden te regelen voorzover deze fasen niet in het voorliggende voorstel aan bod komen.

(...)


lees meer

2.

Initieel standpunt Nederlandse regering

  • 1. 
    Nederland prijst de Commissie voor de inspanningen die ze heeft verricht om de in 2001 geuite wensen van de Raad en het Europees Parlement en de wensen en belangen van alle betrokken partijen uit te werken in onderhavig voorstel dat verdergaande harmonisatie poogt te vergroten en verlaging van administratieve lastendruk poogt te bereiken. Nederland is hier voorstander van.
  • 2. 
    Nederland wil goede en geformaliseerde afspraken over de communicatie tussen de Raadsbehandelingen over deze Verordening en de TSSUP, met consistentie van wetgeving als doel.
  • 3. 
    Nederland streeft naar een hoog beschermingsniveau van mens, dier en milieu en het beschikbaar houden van een effectief pakket aan gewasbeschermingsmiddelen. Nederland is van mening dat beide bovengenoemde elementen in de voorgestelde «zonale toelating» van middelen, verplicht voor stoffen met een laag en normaal risicoprofiel, in gevaar komen. Dit omdat de beoordelingsmethoden nog niet voldoende zijn geharmoniseerd en onvoldoende ruimte wordt gegeven voor nationaal specifieke omstandigheden. Nederland is derhalve tegen de huidige invulling van «zonale toelating» en de Nederlandse inzet is dan ook gericht op het ontwikkelen van een geharmoniseerd stelsel van beoordelingsmethodieken en een veilig gebruik als voorwaarde voor het systeem van verplichte wederzijdse erkenning. Binnen dat systeem van geharmoniseerde beoordelingsmethodieken moet er ruimte zijn voor nationaal specifieke omstandigheden. Deze beide aspecten gaan in versterkte mate op voor het centrale regime voor toelatingen in kassen.
  • 4. 
    Nederland vindt vermelding van de arbo-acquis in de Verordening zelf (met name art. 6, 29 en 40) noodzakelijk om de bescherming van de werknemers voldoende te borgen. Dit is conform de toezegging die door de Commissie en de Raad gedaan is in 19971. Tekstueel dient aangesloten te worden bij de biociden richtlijn2.
  • 5. 
    Nederland wil dat het voorstel aansluit bij de Kaderrichtlijn Water en REACH om tegenstrijdigheden en overlap te voorkomen. De risicobeoordeling moet zodanig worden aangepast dat ook aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water en REACH wordt voldaan.
  • 6. 
    Nederland wil, in afwachting van de uitvoeringsverordening, goede overgangsbepalingen voor het gebruik van de Annexen van de huidige richtlijn 91/414 zodra de onderhavige Verordening van kracht is. In het voorstel is het namelijk nu niet duidelijk of deels tegenstrijdig hoe de Commissie het besluitvormingstraject aangaande deze uitvoeringsverordeningen wil laten verlopen. Nederland wil voorts dat de Commissie niet met 5 separate uitvoeringsverordeningen komt maar met 5 Annexen behorend bij onderhavige Verordening. Nederland wil dat deze Annexen betreffende de dossiereisen en de uniforme beginselen, zoals voorzien in de tekst van het voorstel, duidelijk vastleggen in de regelgevende procedure en niet middels een advies procedure tot stand komen. Nederland wil bovendien dat middels de regelgevende procedure criteria worden vastgesteld op basis waarvan wordt bepaald of een stof een laag of normaal risicoprofiel heeft.
  • 7. 
    Nederland wil goede voorzieningen (gedacht wordt aan de oprichting van EU-fonds en extra databescherming voor producent als in toelatingsaanvragen ook kleine toepassingen worden verdedigd) voor kleine toepassingen zodat een effectief middelen en maatregelen pakket kan worden behouden. Nederland verbouwt met name kleine teelten. Zonder genoemde voorzieningen dreigt een gebrek aan een effectief pakket van gewasbeschermingsmiddelen in een groot deel

van de Nederlandse landbouw.

  • 8. 
    Voor wat betreft de zonale toelating: onduidelijk is op dit moment

welke sancties de Commissie kan toepassen als lidstaten de toelating

niet willen overnemen en zich beroepen op afwijkende nationaal speci-

fieke omstandigheden. In de RWG-bijeenkomsten zal hier helderheid

over worden gevraagd.

  • 9. 
    Nederland streeft naar een werkbaar overgangsrecht en explicitering

van de voorgestelde bepalingen voor alle vormen van toelating ter

borging van de rechtszekerheid voor het bedrijfsleven en de gebruiker

van gewasbeschermingsmiddelen.

  • 10. 
    Nederland is tegen het voorstel om stoffen na de eerste herbeoorde-

ling voor onbepaalde tijd te laten gelden.

  • 11. 
    Nederland betwijfelt de haalbaarheid van de termijn van 18 maanden,

indien de verordening inzake de dossiereisen en uniforme beginselen

via de regelgevende procedure (die Nederland wil) worden vastge-

steld.

  • 12. 
    Het is niet duidelijk op basis van welke criteria en middels welke proce-

dure wordt bepaald of een stof een laag of normaal risicoprofiel heeft.

Nederland wenst hier duidelijkheid over te verkrijgen.

  • 13. 
    Het risico bestaat dat het vervallen van dossierbescherming bij indie-

ning van aanvullende gegevens het laten voldoen van producten aan

actuele eisen zal ontmoedigen. Nederland vraagt de Commissie duidelijk aan te geven welke dataprotectie nog mogelijk is bij het leveren van aanvullende gegevens.

Nederland streeft naar een nadere kwantificering van de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven, inclusief de agro-chemische industrie.

 

3.

Europese rechtsgrond

Deze verordening is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 37 lid 2 en artikel 152 lid 4. Artikel 152 lid 4 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Volksgezondheid' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op aanneming van maatregelen en stimuleringsmaatregelen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van volksgezondheid (inclusief op veterinair en fytosanitair gebied).

4.

Kerngegevens

COM-nummer COM(2006)388pdf icoon
extra com nummer COM(2006)388;SEC(2006)930;SEC(2006)931;COM(2008)93;COM(2008)578;COM(2009)145
raadsdocument 2006/55
interinstitutioneel nummer 2006/0136(COD)
bnc fiche Verordening voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen
BNC-kamerstuknummer 22112, 466, 5
officiële titel Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen
officiële Engelstalige titel Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council concerning the placing of plant protection products on the market
officiele titel besluit NL Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad
officiele titel besluit engels Regulation (EC) No 1107/2009 of the European Parliament and of the Council of 21 October 2009 concerning the placing of plant protection products on the market and repealing Council Directives 79/117/EEC and 91/414/EEC
besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
datum online publicatie 12-07-2006
Publicatieblad besluit PB L 309 blz. 1-50pdf icoon
europees parlement dossier status afgesloten en gepubliceerd
datum besluit 21-10-2009
datum bekendmaking 24-11-2009
datum inwerkingtreding 14-12-2009
datum van toepassing 14-06-2011
dagen tussen voorstel en besluit 1197
aan actor Lidstaten Europese Unie
directoraat-generaal Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming (SANCO)
eerstverantwoordelijk ministerie Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
beleidsterrein Beleid voedselveiligheid
Consumentenrechtenbeleid
 
 

5.

Relevante documenten

(118 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

 

6.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: commercialisering, farmaceutisch product, fytosanitair product, fytosanitaire wetgeving, gevaren voor de gezondheid, handelsnorm, milieubescherming, uitwisseling van informatie, verkoopvergunning, volksgezondheid.

7.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen:


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.