In het kader van Joint Implementation Projects (JI) financieren geïndustrialiseerde landen projecten in andere industrielanden die leiden tot een lagere uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. Zo moet de klimaatverandering worden beperkt.
De gerealiseerde uitstootvermindering in het buitenland telt mee voor de doelstelling voor uitstootvermindering van het investerende land. Deze uitstootvermindering hoeft dus niet meer in het eigen land gerealiseerd te worden. Dat is aantrekkelijk omdat het realiseren van broeikasgas-reducties in andere landen vaak aanzienlijk goedkoper is dan in bijvoorbeeld Nederland.
Nederland financiert (met subsidies van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) JI-projecten in Centraal- en Oost-Europa, zoals in Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Slowakije, Estland en Kroatië. Daarnaast lopen er ook Nederlandse JI-projecten in Nieuw-Zeeland. De projecten zijn gericht op het verbeteren van de energie-efficiency van elektriciteitscentrales en stadsverwarmingsinstallaties, de productie van duurzame energie, afvalverwerking, biomassa en herbebossing.
Voor de gerealiseerde reducties krijgt Nederland "Emission Reduction Units"(ERU's). ERU's zijn net als CER's certificaten waardoor de verplichting om de uitstoot in Nederland zelf te verminderen, vervalt.
Het instrument Joint implementation is ingevoerd door het het Kyoto-Protocol.
Meer informatie
