_______________ gra/ONS/rl 1 DG G I LIMITE NL
Richtlijn tabaksaccijnzen (wijzigingen ten opzichte van 10375/09 FISC 76) Sigaretten Teneinde de proportionele minimumnorm van 60% van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot gebruik uitgeslagen sigaretten en de nominale minimumnorm van EUR 90 per 1000 sigaretten te bereiken, kunnen tot 1 januari 2018 overgangsperioden worden toegepast door Bulgarije, Polen, Litouwen, Estland, Letland, Hongarije, Roemenië en Griekenland (hierna: lidstaten die een overgangsperiode toepassen). Vanaf 1 januari 2014 kan elke lidstaat die aan zowel de proportionele als de nominale minimumnorm voldoet of waar voor de ontsnappingsclausule geldt, een maximum van ten minste 300 sigaretten opleggen welke vrij van bijkomende accijns op zijn grondgebied mogen worden binnengebracht vanuit een lidstaat die een overgangsperiode toepast, zolang laatstgenoemde lidstaat nog niet aan beide normen voldoet. Een lidstaat die een overgangsperiode toepast en waarvan de accijns een nominaal niveau van EUR 77 per 1000 sigaretten heeft bereikt, kan een maximum van ten minste 300 sigaretten opleggen welke vrij van bijkomende accijns op zijn grondgebied mogen worden binnengebracht vanuit een andere lidstaat die een overgangsperiode toepast zolang laatstgenoemde lidstaat nog geen gelijk nominaal niveau heeft bereikt; Ontsnappingsclausule: Vanaf 1 januari 2014 hoeven lidstaten die een accijns van ten minste 115 EUR per 1000 sigaretten heffen, niet aan de 60-procentsnorm te voldoen; Specifiek deel: Het specifieke deel van de accijns op sigaretten mag niet lager zijn dan 7,5% noch hoger dan 77,5% van de totale belastingdruk. gra/ONS/rl 2 DG G I LIMITE NL
gra/ONS/rl 3 DG G I LIMITE NL

