Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de verlening of intrekking van internationale bescherming (herschikking)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

  sd    DG H 1 B    NL  

  Brussel, 21.10.2009  COM(2009) 554 definitief  2009/0165 (COD)     Voorstel voor een  RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT   EN DE RAAD   betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de verlening of  intrekking van internationale bescherming      (herschikking)    {SEC (2009) 1376}  {SEC (2009) 1377}    NL    

Achtergrond van het voorstel  Motivering en doel van het voorstel  1  (hierna "de richtlijn voor asielprocedures" genoemd).   2  is gewezen op de grote verscheidenheid aan procedures in de lidstaten en is een  3  adequaat te ondersteunen en om te zorgen voor een  4   maakt  dit  voorstel  deel  uit  van  een  pakket  5 , dat onder meer ten doel  PB L 326 van 13.12.2005, blz. 13.  Groenboek over de toekomst van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, COM(2007)301.  Richtlijn  2004/83/EG  van  de  Raad  inzake  minimumnormen  voor  de  erkenning  van  onderdanen  van  derde  landen  en  staatlozen  als  vluchteling  of  als  persoon  die  anderszins  internationale  bescherming  behoeft, PB L 304 van 30.9.2004, blz. 12.  Mededeling  van  de  Commissie  aan  het  Europees  Parlement,  de  Raad,  het  Europees  Economisch  en  Sociaal  Comité  en  het  Comité  van  de  Regio's:  "Asielbeleidsplan  -  Een  geïntegreerde  aanpak  van  bescherming in de hele EU" - COM(2008)360, 17.6.2008.  Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees  Ondersteuningsbureau voor asielzaken - COM(2009)66.  NL  2    

Algemene context  Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie  6 , waarin wordt verzocht voorstellen in te dienen  Raadpleging van belanghebbende partijen  tweede  fase  van  het  CEAS  zou  kunnen  worden  ingevuld.  In  het  kader  van  de  openbare  raadpleging  zijn  89  bijdragen  van  zeer  diverse  belanghebbenden  ontvangen.  De  kwesties die aan de orde zijn gesteld en de suggesties die zijn gedaan in het kader van de  raadpleging hebben als uitgangspunt gediend voor het beleidsplan dat een overzicht van de  Europees migratie- en asielpact, document 13440/08 van de Raad.  NL  3    

communautaire rechtskader voor asielprocedures zouden kunnen worden weggewerkt, zijn  besproken  op  zes  vergaderingen  met  deskundigen  die  de  Commissie  tussen  februari  2008  en  januari  2009  heeft  georganiseerd.  Deze  raadplegingen,  waaraan  werd  deelgenomen door deskundigen van de regeringen (vier vergaderingen met deskundigen  op  25.2.2008,  29.9.2008,  25.11.2008  en  12.1.2009),  ngo's  (8.1.2009),  de  UNHCR  en  rechtspractici  die  asielzoekers  juridische  hulp  verlenen  in  nationale  procedures  (17.3.2008),  hadden  betrekking  op  de  belangrijkste  onderdelen  van  de  richtlijn.  Deze  raadplegingen  hebben  de  Commissie  waardevolle  informatie  verschaft  over  de  gebieden  die  in  dit  voorstel  aan  de  orde  moeten  komen.  De  geraadpleegde  partijen  waren  het  eens  over het feit dat de procedurevoorschriften verder moeten worden  geharmoniseerd en dat  personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken  adequate  waarborgen  moeten  krijgen  met  het  oog  op  een  doeltreffende  en  eerlijke  behandeling  van  hun  verzoeken,  conform  de  erkenningsrichtlijn.  Sommige  lidstaten  wezen  er  echter  op  dat  het  nodig  is  enige  flexibiliteit  te  behouden  bij  de  organisatie  van  asielprocedures  en  dat  er  procedurevoorschriften  ter  voorkoming  van  misbruiken  moeten  blijven  bestaan,  terwijl  andere  lidstaten  er  de  voorkeur  aan  gaven  om  de  huidige  tekortkomingen  eerder  via  praktische samenwerking aan te pakken dan via wetgeving.  resultaten van de raadplegingen werden geanalyseerd.   vragenlijsten  die  de  Commissie  heeft  toegezonden  aan  alle  lidstaten  en  aan  belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld.   verslagen  over  de  projecten  die  werden  medegefinancierd  door  het  Europees  Vluchtelingenfonds  en  in  het  verslag  over  asielprocedures  in  de  aan  het  intergouvernementeel  overleg  over  asielzaken  (IGC)  deelnemende  landen  (het  Blue  Book).  NL  4    

Juridische elementen van het voorstel  Samenvatting van de voorgestelde maatregel    NL  5    

7   verwezenlijkt  en  wordt  gezorgd  voor  8  onderworpen verzoekers in de tweede lidstaat, en wordt beklemtoond dat  Zie  mededeling  van  de  Commissie  aan  de  Raad  en  het  Europees  Parlement  "Een  doeltreffender  gemeenschappelijk Europees asielstelsel: een  uniforme procedure als volgende stap", COM(2004)503,  15.7.2004.  Verordening  (EG)  nr.  343/2003  van  de  Raad  van  18  februari  2003  tot  vaststelling  van  de  criteria  en  instrumenten  om  te  bepalen  welke  lidstaat  verantwoordelijk  is  voor  de  behandeling  van  een  asielverzoek  dat  door  een  onderdaan  van  een  derde  land  bij  een  van  de  lidstaten  wordt  ingediend  (PB L 50 van 25.2.2003, blz. 1).  NL  6    

NL  7    

9 .  Deze  termijn  is  een  belangrijk  middel  Nadere gegevens over nationale wetgeving en methoden zijn opgenomen in de aan dit voorstel gehechte  effectbeoordeling.  NL  8    

Rechtsgrondslag  Subsidiariteitsbeginsel  NL  9    

Evenredigheidsbeginsel  Gevolgen voor de grondrechten  voortvloeien uit de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten en uit het  EVRM en bovendien zijn overgenomen in het EU-Handvest van de grondrechten, en   Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het VN-Verdrag inzake  de rechten van het kind.   NL  10    

OE  2005/85/EG   nieuw  2009/0165 (COD)  Voorstel voor een  RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT   EN DE RAAD    internationale bescherming    10 ,  11 ,  12 ,  13 ,   nieuw  Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen  voor de procedures voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus moet  op verscheidene punten ingrijpend worden gewijzigd 14 . Ter wille van de duidelijkheid  dient tot herschikking van deze richtlijn te worden overgegaan.  PB C  van , blz. .  PB C  van , blz. .  PB C  van , blz. .  PB C  van , blz. .  PB L 326 van 13.12.2005, blz. 13.  NL  11    

OE  2005/85/EG overweging 1  Een  gemeenschappelijk  asielbeleid,  dat  een  gemeenschappelijk  Europees  asielstelsel  omvat,  is  een  wezenlijk  aspect  van  de  doelstelling  van  de  Europese  Unie  om  geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen,  die openstaat voor diegenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze  in de Europese Gemeenschap bescherming zoeken.  OE  2005/85/EG overweging 2  De  Europese  Raad  is  bij  zijn  bijzondere  bijeenkomst  van  15  en  16  oktober  1999  in  Tampere  overeengekomen  te  werken  aan  de  instelling  van  een  gemeenschappelijk  Europees asielstelsel dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het  Verdrag  van  Genève  betreffende  de  status  van  vluchtelingen  van  28  juli  1951,  zoals  aangevuld  bij  het  Protocol  van  New  York  van  31  januari  1967  (hierna  "het  Verdrag  van Genève" genoemd), en aldus het beginsel van non-refoulement te bekrachtigen en  ervoor te zorgen dat niemand wordt teruggestuurd naar het land van vervolging.  OE  2005/85/EG overweging 3  Volgens  de  Conclusies  van  Tampere  moesten  in  het  kader  van  dit  stelsel  op  korte  termijn gemeenschappelijke normen voor een eerlijke en doeltreffende asielprocedure  worden  opgesteld  en  op  de  langere  termijn  communautaire  regels  worden  geformuleerd  die  leiden  tot  een  gemeenschappelijke  asielprocedure  in  de  Europese  Gemeenschap.  OE  2005/85/EG  overweging  4  (aangepast)    Richtlijn  2005/85/EG    De  huidige  minimumnormen  voor  de  procedures  in  de  lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus vormen derhalve   was   een eerste maatregel op het gebied van asielprocedures.    nieuw  De  eerste  fase  van  de  totstandbrenging  van  een  gemeenschappelijk  Europees  asielstelsel  is  thans  gerealiseerd.  De  Europese  Raad  van  4 november  2004  heeft  het  Haags  programma  aangenomen,  waarin  de  doelstellingen  zijn  opgenomen  die  in  de  ruimte  van  vrijheid,  veiligheid  en  rechtvaardigheid  moeten  worden  uitgevoerd  in  de  periode  2005-2010.  In  het  Haags  programma  werd  de  Europese  Commissie  verzocht  om  de  evaluatie  van  de  rechtsinstrumenten  van  de  eerste  fase  af  te  sluiten  en  om  voorstellen voor instrumenten en maatregelen van de tweede fase aan de Raad en het  Europees Parlement voor te leggen teneinde deze vóór eind 2010 te kunnen aannemen.  NL  12    

In  het  op  16 oktober  2008  aangenomen  Europees  migratie-  en  asielpact  constateerde  de Europese Raad dat er tussen de lidstaten nog altijd grote verschillen bestaan wat het  verlenen van bescherming betreft en drong hij aan op nieuwe initiatieven, waaronder  een  voorstel  voor  de  vaststelling  van  een  enkele  asielprocedure  met  gemeenschappelijke  waarborgen,  om  de  in  het  Haags  programma  gevraagde  totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel te voltooien.  De  middelen  van  het  Europees  Vluchtelingenfonds  en  van  het  Europees  Ondersteuningsbureau  voor  asielzaken  moeten  worden  ingezet  om  de  inspanningen  van  de  lidstaten  betreffende  de  tenuitvoerlegging  van  de  normen  van  de  tweede  fase  van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel adequaat te ondersteunen, met name  de  lidstaten  waarvan  de  asielstelsels  in  het  bijzonder  door  geografische  of  demografische omstandigheden specifiek en onevenredig onder druk staan.  Met  het  oog  op  een  grondige  en  doeltreffende  evaluatie  van  de  behoefte  aan  internationale  bescherming  van  verzoekers  in  de  zin  van  Richtlijn  [.../.../EG]  [inzake  minimumnormen  voor  de  erkenning  van  onderdanen  van  derde  landen  en  staatlozen  als personen die internationale bescherming  genieten, en de inhoud van de verleende  bescherming  (de  erkenningsrichtlijn)]  moet  het  communautaire  rechtskader  betreffende  procedures  voor  het  verlenen  van  internationale  bescherming  gebaseerd  zijn op het begrip 'een enkele asielprocedure'.   OE  2005/85/EG overweging 5   nieuw  Deze  richtlijn  is  in  de  eerste  plaats  bedoeld  om   verdere  minimumnormen  voor  de  procedures  in  de  lidstaten  voor  de  verlening  of  intrekking  van  internationale  bescherming  te  ontwikkelen  met  het  oog  op  de  vaststelling  van  een  gemeenschappelijke  asielprocedure  in  de  Gemeenschap    in  de  Europese  Gemeenschap  een  minimumkader  voor  procedures  voor  de  toekenning  of  intrekking  van de vluchtelingenstatus in te voeren.  OE  2005/85/EG overweging 6   nieuw  Onderlinge afstemming van de regels betreffende de procedures voor de toekenning de  verlening  of  intrekking  van   internationale  bescherming    de  vluchtelingenstatus  zou  moeten  helpen  om  de  secundaire  stromen  van   personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken    asielzoekers  tussen  de  lidstaten  te  beperken,  indien  deze  stromen  worden  veroorzaakt  door  verschillen  in  de  wetgeving   ,  en  zou  gelijkwaardige  voorwaarden  tot  stand  moeten  brengen  voor  de  toepassing  van  Richtlijn [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn] in de lidstaten .  NL  13    

OE  2005/85/EG overweging 7   nieuw  Het  is  eigen  aan  minimumnormen  dat  het  de  lidstaten  vrij  moet  staan  gunstigere  regelingen  in  te  voeren  of  te  handhaven  voor  onderdanen  van  derde  landen  en  staatlozen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken,  indien  wordt  verondersteld  dat  de  betrokkene  het  verzoek  indient  omdat  hij   internationale  bescherming  behoeft    vluchteling  is  in  de  zin  van   Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn]   artikel 1, letter A, van het Verdrag van Genève.  OE  2005/85/EG overweging 8   nieuw  Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name  zijn neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.   Deze  richtlijn beoogt meer bepaald te bevorderen dat de artikelen 1, 18, 19, 21, 24 en 47 van  het Handvest worden toegepast en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.     OE  2005/85/EG overweging 9    nieuw  Met betrekking tot de behandeling van personen die onder de werkingssfeer van deze  richtlijn  vallen,  zijn  de  lidstaten  gebonden  aan  de  verplichtingen  uit  hoofde  van  de  instrumenten  van  internationaal  recht  waarbij  zij  partij  zijn  en  die  discriminatie  verbieden.  OE  2005/85/EG overweging 10   nieuw  Het  is  essentieel  dat  de  beslissingen  betreffende  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    worden  genomen  op  basis  van  feiten  en  in  eerste  instantie  door  autoriteiten  waarvan  het  personeel  op  het  gebied  van  asiel-  en  vluchtelingenzaken een adequate kennis heeft of de nodige opleiding ontvangt.   OE  2005/85/EG overweging 11   nieuw  Het  is  in  het  belang  van  zowel  de  lidstaten  als  de  asielzoekers   personen  die  om  internationale bescherming verzoeken   dat zo spoedig mogelijk een beslissing wordt  genomen  inzake  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming,  onverminderd  een  behoorlijke  en  volledige  behandeling  .  De  organisatie  van  de  behandeling  van  asielverzoeken  dient  te  worden  overgelaten  aan  het  oordeel  van  de  lidstaten  opdat  deze  in  overeenstemming  met  hun  nationale  behoeften  een  bepaald  NL  14    

OE  2005/85/EG overweging 12   nieuw  Het begrip "openbare orde" kan   onder meer   een veroordeling wegens een ernstig  misdrijf bestrijken.  OE  2005/85/EG  overweging  13  (aangepast)   nieuw  Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in  de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève,   of als persoon die voor subsidiaire  bescherming  in  aanmerking  komt,    correct  als  zodanig  worden  erkend,  moet  elke  asielzoeker   verzoeker  ,  behoudens  bepaalde  uitzonderingen,  daadwerkelijk  toegang hebben tot de procedures, in de gelegenheid worden gesteld met de bevoegde  autoriteiten  samen  te  werken  en  te  communiceren  om  de  voor  zijn  zaak  relevante  feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn  rechten in alle fasen van de procedure te doen gelden. Voorts moet de procedure voor  het  onderzoeken  van  een  asielaanvraag   verzoek  om  internationale  bescherming    de asielzoeker   verzoeker   normaliter ten minste het recht geven om te blijven in  afwachting  van  een  beslissing  van  de  beslissingsautoriteit,  alsmede  toegang  tot  de  diensten  van  een  tolk  om  de  eigen  zaak  uiteen  te  zetten  in  geval  van  een  onderhoud  met  de  autoriteiten,  de  mogelijkheid  om  contact  op  te  nemen  met  de  Hoge  Commissaris  voor  de  vluchtelingen  van  de  Verenigde  Naties  (UNHCR)   en  met  organisaties die advies en raad geven aan personen die om internationale bescherming  verzoeken   of met andere organisaties die namens de UNHCR optreden, het recht op  passende kennisgeving van een beslissing, motivering van die beslissing in feite en in  rechte, de mogelijkheid om een rechtshulpverlener of andere raadsman te raadplegen,  en  het  recht  om  op  beslissende  momenten  in  de  procedure  te  worden  ingelicht  over  zijn  rechtspositie,  in  een  taal  die  hij  redelijkerwijs  geacht  kan  worden  te  begrijpen   en, bij een negatieve beslissing, het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een  rechterlijke instantie  .  OE  2005/85/EG overweging 14   NL  15    

 nieuw  Met  het  oog  op  een  daadwerkelijke  toegang  tot  de  behandelingsprocedures  moeten  ambtenaren  die  het  eerst  in  contact  komen  met  personen  die  internationale  bescherming  zoeken,  meer  bepaald  ambtenaren  die  land-  of  zeegrenzen  bewaken  of  grenscontroles  uitvoeren,  instructies  krijgen  en  de  nodige  opleiding  over  de  wijze  waarop  verzoeken  om  internationale  bescherming  kunnen  worden  herkend  en  behandeld.  Zij  moeten  onderdanen  van  derde  landen  of  staatlozen  die  zich  op  het  grondgebied bevinden, daaronder begrepen aan de grens, in de territoriale wateren of  in  een  transitzone  van  de  lidstaten,  en  die  om  internationale  bescherming  willen  verzoeken, alle relevante inlichtingen kunnen verstrekken over waar en hoe verzoeken  om  internationale  bescherming  kunnen  worden  ingediend.  Wanneer  dergelijke  personen zich in de territoriale wateren van een lidstaat bevinden, moeten zij aan land  worden  gebracht  en  moeten  hun  verzoeken  worden  onderzocht  overeenkomstig  deze  richtlijn.  Voor  kwetsbare  verzoekers,  zoals  minderjarigen,  niet-begeleide  minderjarigen,  personen  die  foltering,  verkrachting  of  andere  ernstige  vormen  van  geweld  hebben  ondergaan  of  personen  met  een  handicap,  moeten  bovendien  bijzondere  procedurele  waarborgen worden vastgesteld om de nodige voorwaarden tot stand te brengen voor  hun  daadwerkelijke  toegang  tot  procedures  en  voor  het  aanvoeren  van  de  elementen  ter staving van hun verzoek om internationale bescherming.   Nationale maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en  tekenen  van  foltering  of  andere  ernstige  vormen  van  fysiek  of  psychisch  geweld,  inclusief  seksueel  geweld,  in  onder  deze  richtlijn  vallende  procedures  moeten  onder  meer  gebaseerd  zijn  op  het  Handboek  betreffende  het  effectief  onderzoeken  en  documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling  of bestraffing (Protocol van Istanboel).   Met  het  oog  op  een  werkelijke  gelijkheid  tussen  vrouwelijke  en  mannelijke  verzoekers,  moet  bij  behandelingsprocedures  rekening  worden  gehouden  met  genderkwesties.  Met  name  het  persoonlijke  onderhoud  moet  zodanig  worden  georganiseerd  dat  zowel  vrouwelijke  als  mannelijke  verzoekers  die  op  basis  van  gender zijn vervolgd, kunnen spreken over hun vroegere ervaringen. Er moet terdege  rekening worden  gehouden met de complexiteit van  gendergerelateerde  verzoeken in  procedures  op  basis  van  het  begrip  veilig  derde  land,  het  begrip  veilig  land  van  herkomst of het begrip volgende verzoeken.   Bij de toepassing van deze richtlijn moeten de lidstaten in eerste instantie de "belangen  van  het  kind"  in  overweging  nemen,  conform  het  Verdrag  van  de  Verenigde  Naties  van 1989 inzake de rechten van het kind.   Procedures  betreffende  het  onderzoeken  van  de  behoefte  aan  internationale  bescherming  moeten  worden  georganiseerd  op  een  wijze  die  het  voor  de  bevoegde  autoriteiten  mogelijk  maakt  verzoeken  om  internationale  bescherming  degelijk  te  behandelen.   NL  16    

OE  2005/85/EG  overweging  15  (aangepast)   nieuw  Indien  een  asielzoeker   verzoeker    een  volgend  verzoek  indient  zonder  nieuwe  bewijzen  of  argumenten  voor  te  leggen,  zou  het  onevenredig  zijn  de  lidstaten  te  verplichten een volledige nieuwe onderzoeksprocedure te volgen. In dat geval moeten  de  lidstaten   een  verzoek  als  niet-ontvankelijk  kunnen  afwijzen  op  grond  van  het  beginsel  van  het  gezag  van  gewijsde    kunnen  kiezen  uit  procedures  die  uitzonderingen  bevatten  op  de  waarborgen  waarop  de  asielzoeker  gewoonlijk  recht  heeft.  OE  2005/85/EG  overweging  16  (aangepast)   nieuw  Veel  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    worden  gedaan  aan  de  grens  of  in  een  transitzone  van  een  lidstaat  voordat  een  beslissing  over  de  toegang  van  de  asielzoeker   verzoeker    is  genomen.  De  lidstaten  moeten   procedures  betreffende  het  onderzoek  van  de  ontvankelijkheid  en/of  van  de  grond  van  de  zaak  kunnen  invoeren  om  aan  de  grens  of  in  transitzones  een  beslissing  te  kunnen  nemen  over  verzoeken  die  aldaar  worden  gedaan    bestaande  procedures  kunnen  behouden  die  zijn  aangepast  aan  de  specifieke  situatie  van  deze  asielzoekers  aan  de  grens.  Er  moeten  gemeenschappelijke  regels  worden  vastgesteld  inzake  de  mogelijke  uitzonderingen  die  in  deze  omstandigheden  worden  gemaakt  ten  aanzien  van  de  waarborgen  die  asielzoekers  normaliter  genieten.  Grensprocedures  zijn  voornamelijk  van  toepassing  op  asielzoekers  die  niet  voldoen  aan  de  voorwaarden  voor toegang tot het grondgebied van de lidstaten.  OE  2005/85/EG  overweging  17  (aangepast)   nieuw  Fundamenteel voor de gegrondheid van een asielverzoek   verzoek om internationale  bescherming   is de veiligheid van de asielzoeker   verzoeker   in zijn land van  herkomst.  Indien  een  derde  land  als  een  veilig  land  van  herkomst  kan  worden  beschouwd, moeten de lidstaten het als veilig kunnen aanmerken en aannemen dat het  voor  een  bepaalde  asielzoeker   verzoeker    veilig  is,  tenzij  hij  ernstige  aanwijzingen van het tegendeel kan voorleggen.  OE  2005/85/EG overweging 18  Gezien het bereikte niveau van harmonisatie betreffende de erkenning van onderdanen  van  derde  landen  en  staatlozen  als  vluchteling,  moeten  gemeenschappelijke  criteria  NL  17    

OE  2005/85/EG overweging 19  OE  2005/85/EG  overweging  20  (aangepast)  OE  2005/85/EG  overweging  21  (aangepast)   nieuw  De  aanmerking  van  een  derde  land  als  veilig  land  van  herkomst  in  de  zin  van  deze  richtlijn  kan  geen  absolute  waarborg  vormen  voor  de  veiligheid  van  de  onderdanen  van  dat  land.  De  aard  van  de  aan  de  aanmerking  ten  grondslag  liggende  beoordeling  impliceert  dat  er  enkel  rekening  kan  worden  gehouden  met  de  algemene  civiele,  juridische  en  politieke  omstandigheden  in  dat  land  en  met  het  feit  dat  actoren  van  vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de  praktijk worden gestraft wanneer zij in het betrokken land schuldig worden bevonden.  Om  deze  reden  is  het  van  belang  dat,  wanneer  een  asielzoeker   verzoeker    ernstige   geldige    redenen  aanvoert  om  het  land  als  niet-veilig  in  zijn  bijzondere  omstandigheden te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig land niet langer  als voor hem ter zake doende kan worden beschouwd.  NL  18    

OE  2005/85/EG  overweging  22  (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  moeten  alle  verzoeken  onderzoeken  op  de  inhoud,  met  andere  woorden  beoordelen  of  de  betrokken  asielzoeker   verzoeker    al  dan  niet  in  aanmerking  komt als vluchteling   voor internationale bescherming   overeenkomstig Richtlijn  2004/83/EG  van  de  Raad  van  29  april  2004  betreffende  minimumnormen  voor  de  erkenning en de status van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling  of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de  verleende  bescherming 15 ,  Richtlijn  [.../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],  behoudens  andere bepalingen in onderhavige richtlijn, met name indien redelijkerwijs kan worden  aangenomen dat een ander land het onderzoek zal doen of voldoende bescherming zal  verlenen.  De  lidstaten  dienen  met  name  niet  te  worden  verplicht  de  inhoud  van  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    te  beoordelen  indien  een  eerste  land  van  asiel  de  asielzoeker   verzoeker    de  vluchtelingenstatus  of  anderszins  voldoende  bescherming  heeft  verleend  en  indien  de  asielzoeker   verzoeker   opnieuw in dat land zal worden toegelaten.  OE  2005/85/EG  overweging  23  (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  dienen  evenmin  te  worden  verplicht  de  inhoud  van  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    te  beoordelen  indien  op  grond  van  een   voldoende    band  met  een  derde  land,  zoals  omschreven  in  de  nationale  wetgeving, redelijkerwijs kan worden verwacht dat de asielzoeker   verzoeker   in  dat  derde  land  bescherming  zoekt  ,  en  er  redenen  zijn  om  aan  te  nemen  dat  de  verzoeker  tot  het  grondgebied  van  die  lidstaat  zal  worden  toegelaten  of  opnieuw  zal  worden  toegelaten  .  De  lidstaten  mogen  slechts  op  die  basis  handelen  indien  de  asielzoeker   verzoeker    in  het  betrokken  derde  land  veilig  is.  Teneinde  secundaire  stromen  asielzoekers   verzoekers    te  vermijden,  moeten  gemeenschappelijke  principes  worden  vastgesteld  voor  het  als  veilig  beschouwen  of  aanmerken van derde landen door de lidstaten.  OE  2005/85/EG  overweging  24  (aangepast)  Voorts  zouden  de  lidstaten  met  betrekking  tot  bepaalde  Europese  derde  landen,  die  bijzonder hoge normen inzake mensenrechten en de bescherming van vluchtelingen in  acht nemen, het recht moeten hebben om asielverzoeken   verzoeken   betreffende  asielzoekers   verzoekers    die  vanuit  deze  Europese  derde  landen  hun  grondgebied binnenkomen, niet of niet volledig te onderzoeken. Gezien de mogelijke  PB L 304 van 13.9.2004, blz. 12.  NL  19    

OE  2005/85/EG overweging 25  OE  2005/85/EG overweging 26   nieuw  Met  betrekking  tot  het  intrekken  van  de  vluchtelingenstatus   of  de  subsidiaire-beschermingsstatus    zien  de  lidstaten  erop  toe  dat  de  personen  die   internationale  bescherming  genieten    de  vluchtelingenstatus  bezitten,  naar  behoren  worden  ingelicht  over  een  eventuele  heroverweging  van  hun  status  en  de  gelegenheid  hebben  hun  standpunt  naar  voren  te  brengen  voordat  de  autoriteiten  een  gemotiveerde  beslissing  tot  intrekking  van  hun  status  kunnen  nemen.  Van  deze  waarborgen kan evenwel worden afgezien indien de redenen voor de beëindiging van  de  vluchtelingenstatus  geen  verband  houden  met  een  wijziging  van  de  voorwaarden  waarop de erkenning was gebaseerd.  OE  2005/85/EG overweging 27   nieuw  Krachtens  een  fundamenteel  beginsel  van  het  Gemeenschapsrecht  moet  tegen  beslissingen inzake een  asielverzoek   verzoek  om internationale bescherming   en  inzake  de  intrekking  van  de  vluchtelingenstatus   of  de  subsidiaire-beschermingsstatus   een daadwerkelijk rechtsmiddel openstaan voor een  rechterlijke instantie. in de zin van artikel 234 van het Verdrag tot oprichting van de  Europese  Gemeenschap.  Of  het  om  een  daadwerkelijk  rechtsmiddel  gaat,  hangt,  ook  wat  het  onderzoek  van  de  relevante  feiten  betreft,  af  van  het  -  als  één  geheel  beschouwde - bestuurlijke en justitiële systeem van elke lidstaat.  OE  2005/85/EG overweging 28  Overeenkomstig  artikel  64  van  het  Verdrag  tot  oprichting  van  de  Europese  Gemeenschap laat deze richtlijn de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de  NL  20    

OE  2005/85/EG  overweging  29  (aangepast)   nieuw  Deze richtlijn heeft geen betrekking op procedures   tussen de lidstaten   die vallen  onder  Verordening  (EG)  nr.  343/2003  van  de  Raad  van  18  februari  2003  Verordening (EG)  nr.  [.../...  ][tot  vaststelling  van  de  criteria  en  instrumenten  om  te  bepalen  welke  lidstaat  verantwoordelijk  is  voor de  behandeling  van  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    dat  door  een  onderdaan  van  een  derde  land   of  een  staatloze    bij  een  van  de  lidstaten  wordt  ingediend 16   (de  Dublinverordening)].   nieuw  De  verzoekers  op  wie  Verordening  (EG)  nr. [.../...]  [de  Dublinverordening]  van  toepassing  is,  moeten  zich  kunnen  beroepen  op  de  fundamentele  beginselen  en  waarborgen  die  zijn  vastgesteld  in  de  onderhavige  richtlijn  en  op  de  bijzondere  waarborgen overeenkomstig Verordening (EG) nr. [.../...] [de Dublinverordening].   OE  2005/85/EG overweging 30   De  toepassing  van  deze  richtlijn  dient  regelmatig  en  ten  minste  om  de  twee  jaar  te  worden beoordeeld.   OE  2005/85/EG overweging 31   nieuw  Daar  de  doelstellingen  van  deze  richtlijn,  namelijk  het  vaststellen  van  minimumnormen  voor  de  procedures  in  de  lidstaten  voor  de  toekenning  verlening  of  intrekking van de vluchtelingenstatus,   internationale bescherming   niet voldoende  door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de  gevolgen van het optreden beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt, kan de  Gemeenschap,  overeenkomstig  het  in  artikel  5  van  het  Verdrag  neergelegde  subsidiariteitsbeginsel,  maatregelen  nemen.  Overeenkomstig  het  in  hetzelfde  artikel  neergelegde  evenredigheidsbeginsel  gaat  deze  richtlijn  niet  verder  dan  nodig  is  om  deze doelstellingen te verwezenlijken.  PB L 50 van 25.2.2003, blz. 1.  NL  21    

OE  2005/85/EG  overweging  32  (aangepast)  OE  2005/85/EG  overweging  33  (aangepast)  OE  2005/85/EG overweging 34  Overeenkomstig  de  artikelen  1  en  2  van  het  Protocol  betreffende  de  positie  van  Denemarken,  gehecht  aan  het  Verdrag  betreffende  de  Europese  Unie  en  het  Verdrag  tot  oprichting  van  de  Europese  Gemeenschap,  neemt  Denemarken  niet  deel  aan  de  aanneming  van  deze  richtlijn  en  is  deze  richtlijn  niet  bindend  voor,  noch  van  toepassing in Denemarken,.   nieuw  De  verplichting  tot  omzetting  van  deze  richtlijn  in  nationaal  recht  dient  te  worden  beperkt  tot  de  bepalingen  die  ten  opzichte  van  de  vorige  richtlijn  zijn  gewijzigd.  De  verplichting  tot  omzetting  van  de  ongewijzigde  bepalingen  vloeit  voort  uit  de  vorige  richtlijn.  Deze  richtlijn  dient  de  verplichtingen  van  de  lidstaten  met  betrekking  tot  de  in  bijlage III, deel B,  genoemde termijn voor omzetting in nationaal recht van de aldaar  genoemde richtlijn onverlet te laten,  NL  22    

OE  2005/85/EG    nieuw  HOOFDSTUK I  ALGEMENE BEPALINGEN  Artikel 1  Doel  Deze richtlijn beoogt de vaststelling van minimumnormen voor de procedures in de  lidstaten  voor  de  toekenning  verlening  of  intrekking  van   internationale  bescherming  in  de  zin  van  Richtlijn  .../.../EG  [de  erkenningsrichtlijn]   de  vluchtelingenstatus.  Artikel 2  Definities  In deze richtlijn wordt verstaan onder:  "Verdrag  van  Genève":  het  Verdrag  van  28  juli  1951  betreffende  de  status  van  vluchtelingen, gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967;  "asielverzoek":  een  door  een  onderdaan  van  een  derde  land  of  een  staatloze  ingediend  verzoek  dat  kan  worden  opgevat  als  een  verzoek  om  verlening  van  internationale bescherming door een lidstaat op grond van het Verdrag van Genève.  Elk  verzoek  om  internationale  bescherming  wordt  als  een  asielverzoek  beschouwd,  tenzij  de  betrokkene  uitdrukkelijk  vraagt  om  een  andere  vorm  van  bescherming  waarvoor een afzonderlijk verzoek kan worden ingediend;   nieuw  "verzoek"  of  "verzoek  om  internationale  bescherming":  een  verzoek  van  een  onderdaan  van  een  derde  land  of  een  staatloze  om  bescherming  van  een  lidstaat,  waarbij ervan kan worden uitgegaan dat de betrokkene de vluchtelingenstatus of de  subsidiaire-beschermingsstatus  wenst  en  waarbij  de  betrokkene  niet  uitdrukkelijk  verzoekt  om  een  andere,  niet  onder  Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn]  vallende vorm van bescherming waarom afzonderlijk kan worden gevraagd;   NL  23    

OE 2005/85/EG   nieuw  "asielzoeker"  "verzoeker"  of  "  persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt  ": een onderdaan van een derde land of een staatloze die een asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    heeft  ingediend  waarover  nog  geen  definitieve beslissing is genomen;   nieuw  "verzoeker  met  bijzondere  behoeften":  een  verzoeker  die  ten  gevolge  van  leeftijd,  gender,  handicap,  geestelijke  gezondheidsproblemen,  of  de  gevolgen  van  foltering,  verkrachting  of  andere  ernstige  vormen  van  psychisch,  fysiek  of  seksueel  geweld,  bijzondere  waarborgen  behoeft  om  overeenkomstig  deze  richtlijn  aanspraak  te  kunnen  maken  op  de  desbetreffende  rechten  en  te  kunnen  voldoen  aan  de  desbetreffende verplichtingen;   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  "definitieve  beslissing":  een  beslissing  of  de  onderdaan  van  een  derde  land  of  de  staatloze  de  vluchtelingenstatus   of  de  subsidiaire-beschermingsstatus    wordt  verleend  overeenkomstig  Richtlijn  2004/83/EGRichtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],  waartegen  geen  rechtsmiddel  meer  openstaat  in  het  kader  van  hoofdstuk  V,  ongeacht  of  dit  rechtsmiddel  tot  gevolg  heeft  dat  de  asielzoekers   verzoekers    in  de  lidstaten  mogen  blijven  in  afwachting  van  het  resultaat,  behoudens bijlage III;  "beslissingsautoriteit": elk semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat  met  de  behandeling  van  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    is  belast  en  bevoegd  is  daarover  in  eerste  aanleg  een  beslissing  te  nemen, behoudens bijlage I;  "vluchteling":  de  onderdaan  van  een  derde  land  of  de  staatloze  die  voldoet  aan  de  voorwaarden van artikel 1 van het Verdrag van Genève, zoals die zijn opgenomen in  Richtlijn 2004/83/EG 2, onder d), van Richtlijn [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn]   nieuw  "persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt": een onderdaan van  een  derde  land  of  een  staatloze  die  voldoet  aan  de  voorwaarden  van  artikel 2,  onder f), van Richtlijn [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn];  NL  24    

OE  2005/85/EG  "vluchtelingenstatus":  de  erkenning,  door  een  lidstaat,  van  een  onderdaan  van  een  derde land of een staatloze als vluchteling;   nieuw  "subsidiaire-beschermingsstatus": de erkenning, door een lidstaat, van een onderdaan  van een derde land of een staatloze als persoon die voor subsidiaire bescherming in  aanmerking komt;  "minderjarige": een onderdaan van een derde land of een staatloze die jonger is dan  18 jaar;  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  "niet-begeleide minderjarige": een persoon jonger dan 18 jaar die zonder begeleiding  van  een  krachtens  de  wet  of  het  gewoonterecht  voor  hem  verantwoordelijke  volwassene  op  het  grondgebied  van  een  lidstaat  aankomt,  zolang  hij  niet  daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene staat; hieronder vallen  minderjarigen  die  zonder  begeleiding  worden  achtergelaten  nadat  zij  op  het  grondgebied  van  een  lidstaat  zijn  aangekomen;   een  minderjarige  in  de  zin  van  artikel 2, onder l), van Richtlijn [..../.../EG] [de erkenningsrichtlijn];   "vertegenwoordiger": een persoon die optreedt namens een organisatie die een niet begeleide  minderjarige  als  wettelijke  voogd  vertegenwoordigt,  een  persoon  die  optreedt  namens  een  nationale  organisatie  die  belast  is  met  de  zorg  voor  en  het  welzijn  van  niet-begeleide  minderjarigen,  of  elke  andere  passende  vertegenwoordiging  die  is  aangewezen  om  de  belangen  van  de  minderjarige  te  behartigen;   een persoon die door de bevoegde autoriteiten is aangewezen om als  wettelijke voogd op te treden teneinde een niet-begeleide minderjarige bij te staan en  te  vertegenwoordigen  met  het  oog  op  de  behartiging  van  de  belangen  van  het  kind  en, indien nodig, de verrichting van rechtshandelingen voor de minderjarige;    "intrekking  van  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus  ":  de  beslissing  van  een  bevoegde  autoriteit  om  iemands  vluchtelingenstatus   of  subsidiaire-beschermingsstatus    overeenkomstig  Richtlijn  2004/83/EGRichtlijn  [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn] in te trekken, te beëindigen dan wel de verlenging  ervan te weigeren;  NL  25    

behandeld, daaronder begrepen aan de grens of in een transitzone van die lidstaat.  Artikel 3  Toepassingsgebied  Deze  richtlijn  is  van  toepassing  op  alle  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    die  op  het  grondgebied,  daaronder  begrepen  aan  de  grens  , in de territoriale wateren   of in de transitzones van de lidstaten, worden  ingediend  en  op  de  intrekking  van  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus  .   De richtlijn is niet van toepassing op verzoeken  om diplomatiek of territoriaal asiel  die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend.  Wanneer  de  lidstaten  een  procedure  volgen  of  invoeren  waarbij  asielverzoeken  tegelijkertijd worden behandeld als verzoeken op basis van het Verdrag van Genève  en  als  verzoeken  om  andere  vormen  van  internationale  bescherming  verleend  overeenkomstig de in artikel 15 van Richtlijn 2004/83/EG bepaalde omstandigheden,  passen zij de richtlijn gedurende de gehele procedure toe.   Bovendien  kunnen  de  De  lidstaten  kunnen  besluiten  deze  richtlijn  toe  te  passen  bij  procedures  waarin  wordt  beslist  over  verzoeken  om  ongeacht  welke  vorm  van  internationale  bescherming   die  niet  onder  het  toepassingsgebied  van  Richtlijn  [..../.../EG] [de erkenningsrichtlijn] vallen  .  OE  2005/85/EG   nieuw  Artikel 4  Bevoegde instanties   De  lidstaten  wijzen  voor  alle  procedures  een  beslissingsautoriteit  aan  die  de  verzoeken naar behoren dient te behandelen overeenkomstig de bepalingen van deze  richtlijn, met name artikel 8, lid 2, en artikel 9.  De lidstaten zorgen ervoor dat deze  autoriteit  over  een  voldoende  aantal  bekwame  en  gespecialiseerde  personeelsleden  beschikt om haar taken binnen de gestelde termijnen uit te voeren. Daartoe zorgen de  lidstaten  voor  initiële  en  vervolgopleidingen  voor  het  personeel  dat  verzoeken  behandelt en beslissingen over internationale bescherming neemt.     NL  26    

nieuw  De in lid 1 bedoelde opleidingen hebben met name betrekking op:  a)  materiële  en  procedurele  regels  inzake  internationale  bescherming  en  mensenrechten  die  zijn neergelegd  in  de  relevante  internationale  en  communautaire  instrumenten,  waaronder  het  beginsel  van  non-refoulement  en  het  non-discriminatiebeginsel;  b)  bewustmaking  met  betrekking  tot  gender-,  trauma-  en  leeftijdsgerelateerde  kwesties;  c) gebruik van informatie over landen van herkomst;  d)  technieken  voor  het  afnemen  van  een  onderhoud,  waaronder  interculturele  communicatie;   e) herkenning en documentatie van tekenen en symptomen van foltering;  f) beoordeling van bewijselementen, waaronder het beginsel van het voordeel van de  twijfel;  g)  rechtspraak  relevant  voor  de  behandeling  van  verzoeken  om  internationale  bescherming.   OE  2005/85/EG  Overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 343/2003 worden in een  lidstaat ingediende asielverzoeken die gericht zijn aan de autoriteiten van een andere  lidstaat  die  aldaar  immigratiecontroles  verricht,  behandeld  door  de  lidstaat  op  het  grondgebied waarvan het verzoek wordt ingediend.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw    De  lidstaten  kunnen  evenwel  in  de  onderstaande  gevallen  bepalen  dat  een  andere  autoriteit  verantwoordelijk  is  voor:   de  behandeling  van  gevallen  overeenkomstig  Verordening (EG) nr. .../.... [de Dublinverordening].    a)  de  behandeling  van  gevallen  waarbij  overwogen  wordt  de  asielzoeker  over  te  brengen naar een andere staat overeenkomstig de voorschriften tot vaststelling van de  criteria  en  mechanismen  om  te  bepalen  welke  staat  verantwoordelijk  is  voor  de  behandeling  van  een  asielverzoek,  en  wel  tot  het  moment  waarop  de  overdracht  plaatsheeft of de aangezochte staat heeft geweigerd de asielzoeker ten laste te nemen  of terug te nemen;  NL  27    

  • c) 
    het verrichten van een voorafgaand onderzoek uit hoofde van artikel 32, mits deze  autoriteit  toegang  heeft  tot  het  dossier  van  de  asielzoeker  betreffende  het  vorige  asielverzoek;  d) de behandeling van gevallen in het kader van de procedure van artikel 35, lid 1;  e) het weigeren van de toegang in het kader van de procedure van artikel 35, leden 2  tot en met 5, onder de in deze leden bepaalde voorwaarden;  f)  de  vaststelling  dat  een  asielzoeker  de  lidstaat  vanuit  een  veilig  derde  land  is  binnengekomen  of  tracht  binnen  te  komen  vanuit  een  veilig  derde  land  overeenkomstig artikel 36, onder de in dit artikel bepaalde voorwaarden.  Bij het aanwijzen van   een autoriteit   autoriteiten overeenkomstig het bepaalde  in lid 23 dragen de lidstaten er zorg voor dat het personeel van   deze autoriteit    deze autoriteiten over de passende kennis beschikt of de nodige opleiding krijgt om  zijn verplichtingen in het kader van de toepassing van deze richtlijn na te komen.    nieuw  Verzoeken om internationale bescherming die in een lidstaat worden ingediend bij de  autoriteiten van een andere lidstaat die daar grens- of immigratiecontroles uitvoeren,  worden  behandeld  door  de  lidstaat  op  het  grondgebied  waarvan  het  verzoek  wordt  ingediend.  OE  2005/85/EG    nieuw  Artikel 5  Gunstigere bepalingen  De  lidstaten  kunnen  gunstigere  normen  voor  de  procedures  voor  de  toekenning  verlening  of  intrekking  van  de  vluchtelingenstatus   internationale  bescherming    invoeren of handhaven, voor zover die verenigbaar zijn met deze richtlijn.  NL  28    

UITGANGSPUNTEN EN WAARBORGEN  Artikel 6  Toegang tot de procedure  1.  De lidstaten kunnen voorschrijven dat asielverzoeken persoonlijk en/of op een  aangewezen plaats moeten worden ingediend.    nieuw  De  lidstaten  wijzen  de  autoriteiten  aan  die  zijn  belast  met  de  ontvangst  en  de  registratie van verzoeken om internationale bescherming. Onverminderd de leden 5,  6,  7  en  8,  kunnen  de  lidstaten  verlangen  dat  verzoeken  om  internationale  bescherming persoonlijk en/of op een aangewezen plaats worden ingediend.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  een  persoon  die  een  verzoek  om  internationale  bescherming  wil  indienen  daadwerkelijk  de  mogelijkheid  heeft  om  het  verzoek  zo  snel mogelijk bij de bevoegde autoriteit in te dienen.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De lidstaten zorgen ervoor dat elke handelingsbekwame meerderjarige het recht heeft  een eigen   verzoek om internationale bescherming   asielverzoek in te dienen.  De  lidstaten  kunnen  bepalen  dat  een  asielzoeker   verzoeker    een  asielverzoek   verzoek    kan  indienen  namens  de  personen  die  te  zijnen  laste  komen.  De  lidstaten zorgen er in deze gevallen voor dat de meerderjarigen die ten laste van de  asielzoeker   verzoeker    komen,  ermee  instemmen  dat  namens  hen  een  asielverzoek   verzoek    wordt  ingediend  en  dat  zij,  indien  zij  daar  niet  mee  instemmen, zelf een asielverzoek   verzoek   kunnen indienen.   De  instemming  wordt  gevraagd  op  het  tijdstip  waarop  het  asielverzoek   verzoek    wordt  ingediend  of  uiterlijk  wanneer  de  meerderjarige  die  ten  laste  van de asielzoeker   verzoeker   komt, persoonlijk wordt gehoord.   Vooraleer  de  instemming  wordt  gevraagd,  wordt  elke  volwassene  onder  hen  persoonlijk  en  individueel  medegedeeld  wat  daarvan  de  procedurele  gevolgen  zijn  en  dat  hij  het  recht heeft om een afzonderlijk verzoek om internationale bescherming in te dienen.    NL  29    

 nieuw  De lidstaten zorgen ervoor dat een minderjarige het recht heeft om, hetzij zelf hetzij  via  zijn  ouders  of  een  ander  volwassen  familielid,  een  verzoek  om  internationale  bescherming in te dienen.   De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  de  in  artikel 10  van  Richtlijn 2008/115/EG  van  het  Europees Parlement en de Raad 17  bedoelde bevoegde instanties het recht hebben om  namens een niet-begeleide minderjarige een verzoek om internationale bescherming  in te dienen, indien deze instanties op grond van een individuele beoordeling van de  persoonlijke  situatie  van  de  minderjarige  van  mening  zijn  dat  deze  beschermingsbehoeften  in  de  zin  van  Richtlijn [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn]  kan hebben.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De lidstaten kunnen in hun nationale wetgeving bepalen:  a)  in welke gevallen een minderjarige zelf een asielverzoek   verzoek    kan indienen;  b)  in welke gevallen het asielverzoek   verzoek   van een niet-begeleide  minderjarige  moet  worden  ingediend  door  een  vertegenwoordiger  zoals  bedoeld in artikel 1721, lid 1, onder a);  c)  in  welke  gevallen  de  indiening  van  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale bescherming   ook wordt beschouwd als de indiening van  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    voor  ongehuwde minderjarigen.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  de  autoriteiten  waartoe  iemand  die  een  asielverzoek  wil  indienen  zich  waarschijnlijk  zal  richten,  deze  persoon  advies  kunnen  verlenen  over  hoe  en  waar  hij  een  asielverzoek  kan  indienen,  en/of  kunnen  deze  autoriteiten  verzoeken het asielverzoek aan de bevoegde autoriteit door te geven.    nieuw  De lidstaten zorgen ervoor dat grenswachters, politiebeambten en de personeelsleden  van  de  immigratiediensten  en  van  de  accommodaties  voor  bewaring,  instructies  krijgen en de nodige opleiding voor de behandeling van verzoeken om internationale  bescherming.  Indien  deze  autoriteiten  zijn  aangewezen  als  bevoegde  autoriteiten  in  de  zin  van  lid 1,  omvatten  deze  instructies  de  verplichting  om  verzoeken  te  registreren.  In  de  overige  gevallen  wordt  in  de  instructies  voorgeschreven  dat  PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98.  NL  30    

De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  alle  andere  autoriteiten  waartoe  iemand  die  een  verzoek  om  internationale  bescherming  wil  indienen  zich  zou  kunnen  richten,  deze  persoon  kunnen  inlichten  over  hoe  en  waar  hij  een  verzoek  kan  indienen,  en/of  kunnen  van  deze  autoriteiten  verlangen  dat  zij  het  verzoek  naar  de  bevoegde  autoriteit doorzenden.  Een  verzoek  om  internationale  bescherming  wordt  door  de  bevoegde  autoriteiten  geregistreerd  binnen  72  uur  nadat  een  persoon  te  kennen  heeft  gegeven  dat  hij  om  internationale bescherming wil verzoeken overeenkomstig lid 8, eerste alinea.  Artikel 7   bewaring  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  informatie  over  de  procedures  die  moeten  worden  gevolgd om een verzoek om internationale bescherming in te dienen, beschikbaar is:   a)  aan  de  grensdoorlaatposten,  met  inbegrip  van  de  transitzones,  aan  de  buitengrenzen, en  b) in accommodaties voor bewaring.  De  lidstaten  bieden  tolkdiensten  aan  om  te  zorgen  voor  een  goede  communicatie  tussen  personen  die  een  verzoek  om  internationale  bescherming  willen  indienen  en  grenswachters of het personeel van accommodaties voor bewaring.   De lidstaten zorgen ervoor dat organisaties die advies en raad geven aan personen die  om  internationale  bescherming  verzoeken,  toegang  hebben  tot  de  grensdoorlaatposten, met inbegrip van de transitzones, en tot de accommodaties voor  bewaring,  op  basis  van  een  overeenkomst  met  de  bevoegde  autoriteiten  van  de  betrokken lidstaat.   De  lidstaten  kunnen  regels  vaststellen  voor  de  aanwezigheid  van  dergelijke  organisaties op de in dit artikel bedoelde plaatsen.   NL  31    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 78  Het recht om gedurende de behandeling van het asielverzoek   verzoek   in de  lidstaat te blijven  Asielzoekers   Verzoekers   mogen in de lidstaat blijven, louter ten behoeve van  de  procedure,  totdat  de  beslissingsautoriteit  overeenkomstig  de  in  hoofdstuk  III  uiteengezette procedures in eerste aanleg een beslissing heeft genomen. Dit recht om  te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning.  De  lidstaten  kunnen  alleen  een  uitzondering  maken  voor  de  gevallen  waarin   een  persoon   een volgend asielverzoek   verzoek     in de zin van artikel 35, lid 8,  indient   overeenkomstig de artikelen 32 en 34 niet verder zal worden behandeld of  wanneer zij een persoon zullen overdragen of uitleveren, naar gelang van het geval,  aan  hetzij  een  andere  lidstaat  uit  hoofde  van  verplichtingen  overeenkomstig  een  Europees  aanhoudingsbevel 18   of  anderszins,  hetzij  aan  een  derde  land  ,  met  uitzondering  van  het  land  van  herkomst  van  de  betrokken  verzoeker,    of  aan  internationale strafhoven of tribunalen.    nieuw  Een lidstaat kan een verzoeker overeenkomstig lid 2 alleen uitleveren aan een derde  land  wanneer  de  bevoegde  autoriteiten  zich  ervan  hebben  vergewist  dat  een  uitleveringsbesluit  niet  zal  leiden  tot  direct  of  indirect  refoulement  in  strijd  met  de  internationale verplichtingen van de lidstaat.   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 89  Vereisten voor de behandeling van asielverzoeken   verzoeken    Onverminderd  artikel  23,  lid  4,  onder  i),  zorgen  de  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    niet  worden  afgewezen of van behandeling worden uitgesloten louter op grond van het feit dat zij  niet zo snel mogelijk zijn ingediend.  Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel  en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1)  NL  32    

 nieuw  Bij verzoeken om internationale bescherming wordt eerst nagegaan of de verzoekers  als  vluchteling  kunnen  worden  aangemerkt.  Zo  niet,  wordt  nagegaan  of  de  verzoekers in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming.   OE 2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  zien  erop  toe  dat  de  beslissingen  van  de  beslissingsautoriteit   over  verzoeken  om  internationale  bescherming    zijn  gebaseerd  op  een  deugdelijk  onderzoek.   Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat:   het  onderzoek  naar  en  de  beslissing  over  asielverzoeken   verzoeken    individueel, objectief en onpartijdig wordt verricht, respectievelijk genomen;    er  nauwkeurige  en  actuele  informatie  wordt  verzameld  uit  verschillende  bronnen,  zoals  informatie  van  de  UNHCR   en  het  Europees  Ondersteuningsbureau  voor  asielzaken  , over de algemene situatie in de landen van oorsprong van asielzoekers   verzoekers   en, waar nodig, in de landen van doorreis, en dat het personeel dat  de  asielverzoeken   verzoeken    behandelt  en  daarover  beslist,  over  deze  informatie kan beschikken   alsook de verzoeker en zijn juridisch adviseur, wanneer  de beslissingsautoriteit met deze informatie rekening houdt bij haar beslissing ;  het  personeel  dat  de  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    behandelt en daarover beslist, op de hoogte is van de normen die van toepassing zijn  op het gebied van het asiel- en vluchtelingenrecht;.   nieuw  het  personeel  dat  verzoeken  behandelt  en  daarover  beslist,  de  opdracht  krijgt  en  tevens de mogelijkheid heeft om, telkens wanneer dat nodig is, advies te vragen van  deskundigen  over  specifieke  kwesties,  zoals  medische,  culturele,  kind-  of  gendergerelateerde kwesties.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De  in  hoofdstuk  V  bedoelde  instanties  hebben  via  de  beslissingsautoriteit  of  de  asielzoeker   verzoeker   dan  wel anderszins toegang tot de in lid 23, onder b),  bedoelde algemene informatie die zij nodig hebben om hun taak uit te oefenen.  De  lidstaten  kunnen   stellen    voorschriften   vast    vaststellen  voor  de  vertaling  van  stukken  die  relevant  zijn  voor  de  behandeling  van  asielverzoeken   verzoeken  .  NL  33    

Vereisten voor een beslissing van de beslissingsautoriteit  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  beslissingen  over  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale bescherming   schriftelijk worden bekendgemaakt.  De  lidstaten  zorgen  er  tevens  voor  dat  beslissingen  waarbij  asielverzoeken   verzoeken    worden  afgewezen   met  betrekking  tot  de  vluchtelingenstatus  en/of de subsidiaire-beschermingsstatus  , in feite en in rechte worden gemotiveerd  en  dat  schriftelijk  informatie  wordt  verstrekt  over  de  wijze  waarop  een  negatieve  beslissing kan worden aangevochten.  De lidstaten hoeven het niet toekennen van de vluchtelingenstatus niet te motiveren  in de beslissing waarbij  aan de asielzoeker  een status wordt toegekend die dezelfde  rechten en voordelen krachtens het nationale en het Gemeenschapsrecht biedt als de  vluchtelingenstatus  overeenkomstig  Richtlijn  2004/83/EG.  In  deze  gevallen  zorgen  de  lidstaten  ervoor  dat  het  niet  toekennen  van  de  vluchtelingenstatus  in  het  dossier  van  de  asielzoeker  wordt  gemotiveerd  en  dat  de  asielzoeker  op  verzoek  toegang  krijgt tot zijn dossier.  Voorts  hoeven  de  De  lidstaten  hoeven  geen  schriftelijke  informatie  te  verstrekken  over de wijze waarop tegen een negatieve beslissing schriftelijk beroep kan worden  aangetekend  in  samenhang  met  deze  beslissing,  indien  de  asielzoeker   verzoeker    in  een  vroeger  stadium,  ofwel  schriftelijk  ofwel  door  voor  hem  toegankelijke  elektronische  middelen,  in  kennis is  gesteld  van  de  wijze  waarop  een  dergelijke beslissing kan worden aangevochten.  Voor  de  toepassing  van  artikel  6,  lid  34,  en  telkens  wanneer  het  asielverzoek   verzoek   op dezelfde gronden gebaseerd is, kunnen de lidstaten één beslissing  nemen die geldt voor alle personen die ten laste van de asielzoeker   verzoeker    komen.   nieuw  Lid 3  is  niet  van  toepassing  wanneer  de  bekendmaking  van  specifieke  omstandigheden van een persoon aan zijn familieleden de belangen van die persoon  kunnen  schaden,  met  inbegrip  van  gevallen  van  vervolging  op  grond  van  gender  en/of  leeftijd.  In  dergelijke  gevallen  wordt  aan  de  betrokken  persoon  een  afzonderlijke beslissing afgegeven.   NL  34    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 1011  Waarborgen voor asielzoekers   personen die om internationale bescherming  verzoeken     De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  ten  aanzien  van  de  in  hoofdstuk  III  vervatte  procedures  voor  alle  asielzoekers   personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken   de volgende waarborgen gelden:  a)  zij  moeten  in  een  taal  die  zij  redelijkerwijze  geacht  kunnen  worden  te  begrijpen,  worden  ingelicht  over  de  te  volgen  procedure  en  over  hun  rechten en verplichtingen tijdens de procedure, alsmede over de gevolgen  die  kunnen  ontstaan  indien  zij  hun  verplichtingen  niet  nakomen  of  niet  met  de  autoriteiten  samenwerken.  Zij  moeten  worden  ingelicht  over  de  termijnen  en  over  de  middelen  waarover  zij  beschikken  om  te  voldoen  aan hun verplichting tot het indienen van de elementen zoals bedoeld in  artikel  4  van  Richtlijn  2004/83/EGRichtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn].  Deze  informatie  moet  tijdig  genoeg  worden  verstrekt om asielzoekers   verzoekers   in staat te stellen de in deze  richtlijn  gewaarborgde  rechten  uit  te  oefenen  en  de  in  de  artikel  1112  omschreven verplichtingen na te komen;  b)  zij moeten, telkens wanneer dat nodig is, gebruik kunnen maken van de  diensten  van  een  tolk  als  zij  hun  zaak  voorleggen  aan  de  bevoegde  autoriteiten.  De  lidstaten  beschouwen  het  verlenen  van  deze  diensten  in  elk geval als noodzakelijk wanneer de beslissingsautoriteit de asielzoeker   verzoeker    oproept  voor  een  onderhoud  zoals  bedoeld  in  de  artikelen 12 en 13 13, 14,   15, 16 en 30 , en een goede communicatie  zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. In dit geval, evenals in  andere  gevallen waarin  de bevoegde  autoriteiten een beroep doen op de  asielzoeker   verzoeker  , worden de diensten van de tolk betaald uit  openbare middelen;  c)  het  wordt  asielzoekers   verzoekers    niet  onmogelijk  gemaakt  contact  op  te  nemen  met  de  UNHCR  of  met  een  andere  organisatie  die  krachtens  een  overeenkomst  met  de  betrokken  lidstaat  namens  de  UNHCR  optreedt   krachtens  de  nationale  wetgeving  van  die  lidstaat  juridische  hulp  geeft  aan  asielzoekers    op  het  grondgebied  van  die  lidstaat;  d)  zij  worden  binnen  een  redelijke  termijn  op  de  hoogte  gesteld  van  de  beslissing  van  de  beslissingsautoriteit  over  hun  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming  .  Indien  een  juridische  adviseur  of  een  andere  raadsman  optreedt  als  wettelijke  vertegenwoordiger  van  de  asielzoeker   verzoeker  , kunnen de lidstaten besluiten in plaats van  NL  35    

  • e) 
    zij  worden  in  een  taal  die  zij  redelijkerwijze  kunnen  worden  geacht  te  begrijpen,  in  kennis  gesteld  van  het  resultaat  van  de  beslissing  van  de  beslissingsautoriteit  indien  zij  niet  worden  bijgestaan  of  vertegenwoordigd  door  een  juridische  adviseur  of  een  andere  raadsman  en indien kosteloze rechtsbijstand niet beschikbaar is. Daarbij wordt ook  informatie  verstrekt  over  de  wijze  waarop  een  negatieve  beslissing  kan  worden aangevochten overeenkomstig artikel 910, lid 2.  De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van de in hoofdstuk V vervatte procedures  voor  alle  asielzoekers   verzoekers    waarborgen  gelden  welke  gelijkwaardig  zijn aan de in lid 1, onder b), c) en d), vermelde waarborgen.   Artikel 1112  Verplichtingen van de asielzoekers   personen die om internationale bescherming  verzoeken     Personen die om internationale bescherming verzoeken, werken met de bevoegde  autoriteiten  samen  met  het  oog  op  de  vaststelling  van  hun  identiteit  en  de  andere  elementen  in  de  zin  van  artikel 4,  lid 2,  van  Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn].    De  lidstaten  kunnen  asielzoekers   verzoekers     andere    verplichtingen  tot  samenwerking  met  de  bevoegde  autoriteiten  opleggen,  voor  zover  die  verplichtingen  nodig  zijn  voor  de  behandeling  van  het  asielverzoek   verzoek  .  De lidstaten kunnen met name bepalen dat:  a)  asielzoekers   verzoekers   zich bij de bevoegde autoriteiten moeten  melden of daar persoonlijk moeten verschijnen,  hetzij onverwijld, hetzij  op een nader bepaald tijdstip;  b)  asielzoekers   verzoekers    documenten  die  in  hun  bezit  zijn  en  die  relevant  zijn  voor  de  behandeling  van  hun  asielverzoek   verzoek  ,  zoals hun paspoort, moeten overhandigen, en  c)  asielzoekers   verzoekers   de bevoegde autoriteiten moeten inlichten  over  hun  huidige  verblijfplaats  of  adres  en  hen  zo  spoedig  mogelijk  moeten  inlichten  wanneer  zij  van  verblijfplaats  of  adres  veranderen.  De  lidstaten  kunnen  bepalen  dat  de  asielzoeker   verzoeker    iedere  kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat  hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, moet aanvaarden;  d)  de  bevoegde  autoriteiten  de  asielzoeker   verzoeker    en  de  voorwerpen  die  hij  bij  zich  draagt  mogen  fouilleren,  respectievelijk  doorzoeken,   mits  dat  wordt  gedaan  door  een  persoon  van  hetzelfde  geslacht  ;  NL  36    
  • f) 
    de bevoegde autoriteiten de mondelinge verklaringen van de asielzoeker   verzoeker    mogen  opnemen,  mits  hij  daarover  vooraf  wordt  ingelicht.  Artikel 1213  Persoonlijk onderhoud  Alvorens  de  beslissingsautoriteit  een  beslissing  neemt,  wordt  de  asielzoeker   verzoeker   in de gelegenheid gesteld persoonlijk gehoord te worden over zijn  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    door  een  daartoe  naar  nationaal recht bevoegde persoon.   Een onderhoud over de inhoud van een verzoek  om  internationale  bescherming  wordt  altijd  afgenomen  door  het  personeel  van  de  beslissingsautoriteit.    De  lidstaten  kunnen  ook  elke  meerderjarige  onder  de  in  artikel  6,  lid  3,  bedoelde  personen die ten laste van de asielzoeker komt, de gelegenheid geven persoonlijk te  worden gehoord.    nieuw  Wanneer een persoon namens personen te zijnen laste een verzoek om internationale  bescherming  heeft  ingediend,  moet  elke  volwassene  onder  hen  in  de  gelegenheid  worden  gesteld  persoonlijk  en  individueel  zijn  mening  te  geven  en  te  worden  ondervraagd over het verzoek.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De lidstaten kunnen in hun nationale wetgeving voorschrijven in welke gevallen een  minderjarige de gelegenheid moet krijgen persoonlijk te worden gehoord.  Er  kan  worden  afgezien  van  een  persoonlijk  onderhoud   over  de  inhoud  van  het  verzoek   indien:  a)  de  beslissingsautoriteit  een  positieve  beslissing   betreffende  de  vluchtelingenstatus   kan nemen op basis van het beschikbare bewijs, of  b) de bevoegde autoriteit al een ontmoeting met de asielzoeker heeft gehad om  hem bij te staan bij de indiening van zijn asielverzoek en de overlegging  van  de  essentiële  informatie  over  het  asielverzoek,  zoals  bedoeld  in  artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2004/83/EG, of  NL  37    
  • 3. 
    Er kan worden afgezien van een persoonlijk onderhoud indien:   b)  indien  het  redelijkerwijs  niet  uitvoerbaar  is,  met  name  indien  de  bevoegde  autoriteit  van  oordeel  is  dat  de  asielzoeker   verzoeker    niet  persoonlijk  gehoord  kan  worden  als  gevolg  van  blijvende  omstandigheden  waarop  hij geen invloed heeft. Bij twijfel   raadpleegt  de  bevoegde  autoriteit  een  medisch  deskundige  om  na  te  gaan  of  deze  toestand tijdelijk of permanent is.   kunnen de lidstaten een medisch of  psychologisch attest verlangen.  Indien de lidstaat aan de betrokkene of, indien van toepassing, aan de persoon die ten  laste  van  de  asielzoeker   verzoeker    komt,  geen  gelegenheid  biedt  tot  een  persoonlijk  onderhoud  overeenkomstig  dit  lidpunt  b),  worden  er  redelijke  inspanningen gedaan om de asielzoeker   verzoeker   of de persoon die te zijnen  laste komt de kans te bieden nadere informatie te verstrekken.  Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden in overeenstemming  met dit artikel belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over een asielverzoek   verzoek om internationale bescherming   te nemen.  Het  feit  dat  er  geen  persoonlijk  onderhoud  heeft  plaatsgevonden  overeenkomstig  lid 2, onder b), en  c), of lid 3 heeft  geen negatieve invloed op de beslissing van de  beslissingsautoriteit.  Onverminderd  artikel  2024,  lid  1,  kunnen  de  lidstaten  bij  hun  beslissing  inzake  het  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    laten  meewegen  dat  de  asielzoeker   verzoeker    niet  voor  het  persoonlijke  onderhoud  is  verschenen,  tenzij hij daarvoor een geldige reden had.   Artikel 1314  Vereisten voor het persoonlijke onderhoud  Bij een persoonlijk onderhoud zijn doorgaans geen familieleden aanwezig, tenzij de  beslissingsautoriteit  de  aanwezigheid  van  andere  familieleden  voor  een  behoorlijke  behandeling noodzakelijk acht.  Een  persoonlijk  onderhoud  vindt  plaats  in  zodanige  omstandigheden  dat  een  passende geheimhouding wordt gewaarborgd.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een persoonlijk  onderhoud  plaatsvindt  in  zodanige  omstandigheden  dat  een  asielzoeker   verzoeker   de gronden voor zijn asielverzoek   verzoek   uitvoerig uiteen  kan zetten. Met het oog hierop dienen de lidstaten:  NL  38    

 verzoek  , met inbegrip van de culturele achtergrond   , gender    en  kwetsbaarheid  van  de  asielzoeker   verzoeker  ;,,  voor  zover  dat  mogelijk is, en    nieuw  b) voor zover mogelijk, ervoor te zorgen dat het onderhoud met de verzoeker  wordt  afgenomen  door  een  persoon  van  hetzelfde  geslacht  indien  de  betrokken verzoeker daarom verzoekt;  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  bc) een   bekwame   tolk te kiezen die in staat is de communicatie tussen de  asielzoeker   verzoeker    en  de  persoon  die  het  persoonlijke  onderhoud  afneemt  goed  te  doen  verlopen.  Daarbij  hoeft  niet  noodzakelijkerwijs  gebruik  te  worden  gemaakt  van  de  taal  waaraan  de  asielzoeker   verzoeker   de voorkeur geeft indien er een andere taal  kan  worden  gebruikt  die  hij  redelijkerwijs  kan  worden  geacht  te  begrijpen begrijpt en waarin hij   helder   kan communiceren.   Voor  zover mogelijk, zorgen de lidstaten voor een tolk van hetzelfde geslacht  indien de betrokken verzoeker daarom verzoekt;     nieuw  d) ervoor te zorgen dat de persoon die een onderhoud over de inhoud van een  verzoek om internationale bescherming afneemt geen uniform draagt;  e)  ervoor  te  zorgen  dat  een  onderhoud  met  minderjarigen  op  een  kindvriendelijke manier plaatsvindt.  OE  2005/85/EG  De lidstaten kunnen voorschriften vaststellen inzake de aanwezigheid van derden bij  het persoonlijke onderhoud.  5. Dit artikel is tevens van toepassing op de in  artikel 12, lid 2, onder b), bedoelde  ontmoeting.  NL  39    

 nieuw  Artikel 15   Inhoud van het persoonlijke onderhoud   Bij het afnemen van een persoonlijk onderhoud over de inhoud van een verzoek om  internationale  bescherming,  zorgt  de  beslissingsautoriteit  ervoor  dat  de  verzoeker  voldoende  in  de  gelegenheid  wordt  gesteld  om  de  tot  staving  van  zijn  verzoek  noodzakelijke  elementen  aan  te  voeren,  overeenkomstig  artikel 4,  leden 1  en  2,  van  Richtlijn [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn]. Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat:  a)  de  vragen  aan  de  verzoeker  relevant  zijn  om  te  beoordelen  of  hij  internationale  bescherming  behoeft  overeenkomstig  Richtlijn  [..../../EG]  [de erkenningsrichtlijn];   b) de verzoeker voldoende in de gelegenheid wordt gesteld om uitleg te geven  over  de  elementen  die  ontbreken  en  nodig  zijn  tot  staving  van  zijn  verzoek  en/of  over  inconsistenties  of  tegenstrijdigheden  in  zijn  verklaringen.   OE  2005/85/EG  Artikel 14  Status van het verslag van een persoonlijk onderhoud in de procedure  1.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  van  elk  persoonlijk  onderhoud  een  schriftelijk  verslag  wordt  opgesteld  dat  ten  minste  de  voornaamste  informatie  betreffende  het  verzoek bevat zoals die is verstrekt door de asielzoeker, overeenkomstig artikel 4, lid  2 van Richtlijn 2004/83/EG.   2.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  asielzoekers  tijdig  toegang  hebben  tot  het  verslag  van  het  persoonlijk  onderhoud.  Wanneer  de  toegang  pas  na  de  beslissing  van  de  beslissingsautoriteit wordt verleend, zorgen de lidstaten ervoor dat toegang mogelijk  is zodra dit nodig is voor het tijdig voorbereiden en indienen vaneen beroep.  3. De lidstaten kunnen bepalen dat de asielzoeker de inhoud van het verslag van het  persoonlijk onderhoud moet goedkeuren.  Indien een asielzoeker weigert de inhoud van het verslag goed te keuren, worden de  redenen voor deze weigering in het dossier van de asielzoeker opgenomen.  De weigering van een asielzoeker om de inhoud van het verslag goed te keuren, belet  de beslissingsautoriteit niet een beslissing over het asielverzoek te nemen.  NL  40    

 nieuw  Artikel 16  Schriftelijke weergave en verslag van het persoonlijke onderhoud  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  van  elk  persoonlijk  onderhoud  een  schriftelijke  weergave wordt opgesteld.   De  lidstaten  verlangen  dat  de  verzoeker  aan  het  einde  van  het  persoonlijke  onderhoud  de  inhoud  van  de  schriftelijke  weergave  goedkeurt.  Daartoe  zorgen  de  lidstaten ervoor dat de verzoeker in de gelegenheid wordt gesteld om opmerkingen te  maken  en/of  opheldering  te  verschaffen  over  verkeerd  vertaalde  of  verkeerd  begrepen passages in de schriftelijke weergave.   Indien een verzoeker weigert de inhoud van de schriftelijke weergave goed te keuren,  worden de redenen voor deze weigering in het dossier van de verzoeker opgenomen.  De weigering van een verzoeker om de inhoud van de schriftelijke weergave goed te  keuren, belet niet dat de beslissingsautoriteit een beslissing over het verzoek neemt.  Onverminderd de leden  1 en 2, kunnen de lidstaten een schriftelijk verslag van  een  persoonlijk  onderhoud  opstellen,  dat  ten  minste  de  belangrijkste  informatie  betreffende het verzoek bevat zoals die is verstrekt door de verzoeker. In dergelijke  gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat de schriftelijke weergave van het persoonlijke  onderhoud aan het verslag wordt gehecht.   De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  verzoekers  tijdig  toegang  hebben  tot  de  schriftelijke  weergave  en,  in  voorkomend  geval,  tot  het  verslag  van  het  persoonlijke  onderhoud  vooraleer de beslissingsautoriteit een beslissing neemt.   Artikel 17  Juridisch-medische verslagen  De  lidstaten  staan  verzoekers  toe  om,  op  verzoek,  een  medisch  onderzoek  te  laten  uitvoeren  ter  staving  van  hun  verklaringen  over  vroegere  vervolgingen  of  andere  ernstige schade. Daartoe verlenen de lidstaten de verzoekers een redelijke termijn om  bij de beslissingsautoriteit een medisch attest in te dienen.   Wanneer er  goede redenen bestaan om aan te nemen dat de verzoeker lijdt aan een  posttraumatische  stressstoornis,  zorgt  de  beslissingsautoriteit  er  onverminderd  lid 1  voor  dat  een  medisch  onderzoek  wordt  uitgevoerd,  mits  de  verzoeker  daarmee  instemt.   NL  41    

De lidstaten stellen met het oog op de toepassing van dit artikel nadere bepalingen en  regelingen vast voor de herkenning en documentatie van symptomen van foltering en  andere ernstige vormen van fysiek, seksueel of psychisch geweld.   De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  de  personen  die  overeenkomstig  deze  richtlijn  een  onderhoud  hebben  met  de  verzoekers,  een  opleiding  krijgen  betreffende  de  herkenning van symptomen van foltering.   De resultaten van de in de leden 1 en 2 bedoelde medische onderzoeken worden door  de beslissingsautoriteit beoordeeld samen met de andere elementen van het verzoek.  Met  deze  resultaten  wordt  met  name  rekening  gehouden  om  na  te  gaan  of  de  verklaringen van de verzoeker geloofwaardig en toereikend zijn.   OE  2005/85/EG   nieuw  Artikel 1518  Recht op rechtsbijstand en vertegenwoordiging   Personen die om internationale bescherming verzoeken, worden in alle fasen van  de  procedure,  ook  na  een  negatieve  beslissing,  in  de  gelegenheid  gesteld    De  lidstaten  stellen  asielzoekers  in  de  gelegenheid  om  op  eigen  kosten,  daadwerkelijk  een juridische adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is  erkend  of  toegelaten,  te  raadplegen  over  over  met   internationale  bescherming    hun asielverzoek samenhangende aangelegenheden.  In  geval  van  een  negatieve  beslissing  van  een  beslissingsautoriteit  zorgen  de  De  lidstaten zorgen ervoor dat, onverminderd het bepaalde in lid 3, op verzoek kosteloze  rechtsbijstand  en/of  vertegenwoordiging  wordt  geboden.   Daartoe  verlenen  de  lidstaten:    a)  kosteloze  rechtsbijstand  in  procedures  overeenkomstig  hoofdstuk III.  Deze  rechtsbijstand  omvat  ten  minste  inlichtingen  over  de  procedure  die  zijn  toegesneden op de bijzondere omstandigheden van de verzoeker alsook,  bij  een  negatieve  beslissing,  uitleg  over  de  desbetreffende  redenen  in  feite en in rechte;  b)  kosteloze  rechtsbijstand  of  vertegenwoordiging  in  procedures  overeenkomstig  hoofdstuk V.  Deze  rechtsbijstand  omvat  ten  minste  het  opstellen van de vereiste procedurestukken alsook de deelname, namens  de  verzoeker,  aan  een  zitting  voor  een  rechterlijke  instantie  van  eerste  aanleg.   NL  42    

OE  2005/85/EC (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  kunnen  er  in  hun  nationale  wetgeving  in  voorzien  dat  gratis  kosteloze  rechtsbijstand en/of vertegenwoordiging wordt geboden, zulks:  a)  uitsluitend  voor  procedures  voor  een  rechterlijke  instantie  overeenkomstig hoofdstuk V en niet voor een verder beroep of bezwaar  waarin  het  nationale  recht  voorziet,  waaronder  een  nieuwe  behandeling  van een beroep naar aanleiding van een verder beroep of bezwaar, en/of  en/of   b)a)  uitsluitend  aan  diegenen  die  niet  over  voldoende  middelen  beschikken,  en/of  c)b) uitsluitend ten aanzien van juridische adviseurs of andere raadslieden die  door  het  nationale  recht  uitdrukkelijk  zijn  aangewezen  om  asielzoekers   personen die om internationale bescherming verzoeken,   bij te staan  en/of te vertegenwoordigen,. en/of  d) uitsluitend indien het beroep of het bezwaar een kans van slagen heeft.  De lidstaten zorgen ervoor dat de op grond van punt d) geboden rechtsbijstand en/of  vertegenwoordiging niet willekeurig wordt beperkt.   nieuw  Met  betrekking  tot  de  in  hoofdstuk V  bedoelde  procedures,  kunnen  de  lidstaten  ervoor  kiezen  alleen  kosteloze  rechtsbijstand  en/of  vertegenwoordiging  ter  beschikking te stellen van verzoekers voor zover dat nodig is om de daadwerkelijke  toegang tot de rechter te waarborgen. De lidstaten zorgen ervoor dat de op grond van  dit  lid  geboden  rechtsbijstand  en/of  vertegenwoordiging  niet  willekeurig  wordt  (worden) beperkt.   OE  2005/85/EG   De  lidstaten  kunnen  voorschriften  vaststellen  betreffende  de  nadere  regels  voor  het  indienen en behandelen van dergelijke verzoeken.   nieuw  De  lidstaten  kunnen  toestaan  dat  niet-gouvernementele  organisaties  in  de  in  hoofdstuk III  en/of  hoofdstuk  V  bedoelde  procedures  kosteloze  rechtsbijstand  en/of  vertegenwoordiging  aanbieden  aan  personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken.   NL  43    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De lidstaten kunnen voorts:  a)  financiële en/of tijdslimieten instellen ten aanzien van de bepaling inzake  gratis  kosteloze  rechtsbijstand  en/of  vertegenwoordiging,  mits  die  limieten  de  beschikbaarheid  van  de  rechtsbijstand  en/of  vertegenwoordiging niet willekeurig beperken;  b)  bepalen  dat  de  behandeling,  wat  de  honoraria  en  andere  kosten  betreft,  niet gunstiger mag zijn dan de in het algemeen aan hun burgers verleende  behandeling in aangelegenheden die verband houden met rechtsbijstand.   De  lidstaten  kunnen  om  gehele  of  gedeeltelijke  terugbetaling  van  de  betaalde  bedragen  verzoeken  wanneer  de  financiële  situatie  van  de  asielzoeker   verzoeker    aanzienlijk  is  verbeterd  of  indien  de  beslissing  om  de  kosten  te  betalen  is  genomen  op  basis  van  door  de  asielzoeker   verzoeker    verstrekte  onjuiste informatie.  Artikel 1619  Reikwijdte van rechtsbijstand en vertegenwoordiging  De lidstaten zorgen ervoor dat een juridische adviseur of andere raadsman die door  het  nationale  recht  als  zodanig  is  erkend  of  toegelaten  en  die  de   persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt    asielzoeker  overeenkomstig  de  bepalingen  van het nationale recht bijstaat of vertegenwoordigt, toegang heeft tot de informatie  in  het  dossier  van  de  asielzoeker   verzoeker     ,  op  grond  waarvan  een  beslissing  is  of  zal  worden  genomen.    die  door  de  in  hoofdstuk  V  bedoelde  autoriteiten  kan  worden  onderzocht,  voor  zover  die  informatie  relevant  is  voor  de  behandeling van het asielverzoek.  De  lidstaten  kunnen  een  uitzondering  maken  wanneer  de  openbaarmaking  van  informatie  of  bronnen  de  nationale  veiligheid,  de  veiligheid  van  de  organisaties  of  personen  die  de  informatie  hebben  verstrekt  dan  wel  de  veiligheid  van  de  perso(o)n(en)  op  wie  de  informatie  betrekking  heeft,  in  gevaar  zou  brengen,  of  wanneer  het  belang  van  het  onderzoek  in  verband  met  de  behandeling  van  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    door  de  bevoegde  autoriteiten van de lidstaten of de internationale betrekkingen van de lidstaten zouden  worden geschaad. In die gevallen   verlenen de lidstaten:      nieuw  a)  toegang  tot  de  betrokken  informatie  of  bronnen,  althans  aan  juridische  adviseurs of raadslieden die aan een veiligheidscontrole werden onderworpen,  voor  zover  de  informatie  relevant  is  voor  de  behandeling  van  het  verzoek  of  NL  44    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw   b)    moet  de  toegang  tot  de  betrokken  informatie  of  bronnen  openstaan  voor  aan  de  in  hoofdstuk  V  bedoelde  autoriteiten,  behalve  indien  die  toegang  is  uitgesloten in zaken welke verband houden met de nationale veiligheid.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  de  juridische  adviseur  of  andere  raadsman  die  de   persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt,    asielzoeker  bijstaat  of  vertegenwoordigt,  toegang  heeft  tot  gesloten  ruimten,  zoals  accommodaties  voor  bewaring  en  transitzones,  om  met  de  asielbezoeker   verzoeker    te  kunnen  overleggen.   De lidstaten kunnen de mogelijkheid om asielzoekers   verzoekers   in gesloten  ruimten te bezoeken alleen beperken wanneer deze beperking krachtens de nationale  wetgeving objectief nodig is met het oog op de veiligheid, de openbare orde of het  administratieve  beheer  van  de  ruimte,  of  om  een  doeltreffende  behandeling  van  het  asielverzoek   verzoek    te  garanderen,  mits  de  toegang  van  de  juridische  adviseur  of  andere  raadsman  daardoor  niet  ernstig  wordt  belemmerd  of  onmogelijk  wordt gemaakt.   nieuw  De  lidstaten  staan  toe  dat  de  verzoeker  zich  bij  het  persoonlijke  onderhoud  laat  vergezellen  van  een  juridische  adviseur  of  een  andere  raadsman  die  door  het  nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Onverminderd dit artikel en artikel 1721, lid 1, onder b), kunnen de lidstaten regels  vaststellen  betreffende  de  aanwezigheid  van  een  juridische  adviseur  of  andere  raadsman bij elk onderhoud in de procedure.  4.  De  lidstaten  kunnen  bepalen  dat  het  de  asielzoeker  is  toegestaan  zich  bij  het  persoonlijke onderhoud te doen vergezellen van een juridische adviseur of raadsman  die door het nationale recht als zodanig is erkend.  De  lidstaten  kunnen  verlangen  dat  de  asielzoeker   verzoeker    aanwezig  is  bij  het  persoonlijke  onderhoud,  zelfs  als  hij  naar  nationaal  recht  door  een  dergelijke  juridische  adviseur  of  raadsman  wordt  vertegenwoordigd,  en  kunnen  verlangen  dat  de asielzoeker   verzoeker   de vragen zelf beantwoordt.  NL  45    

artikel 21, lid 1, onder b)  .   nieuw  Artikel 20   Verzoekers met bijzondere behoeften   De  lidstaten  nemen  passende  maatregelen  om  ervoor  te  zorgen  dat  verzoekers  met  bijzondere  behoeften  in  de  gelegenheid  worden  gesteld  de  elementen  van  een  verzoek zo volledig mogelijk en met alle beschikbare bewijzen voor te leggen. Indien  nodig worden termijnverlengingen toegestaan om hen in staat te stellen bewijzen te  leveren of andere vereiste procedurehandelingen te verrichten.  Wanneer  de  beslissingsautoriteit  van  mening  is  dat  een  verzoeker  gefolterd  of  verkracht werd of andere ernstige vormen van psychisch, fysiek of seksueel geweld  heeft ondergaan in de zin van artikel 21 van Richtlijn [.../.../EG] [tot vaststelling van  minimumnormen  voor  de  opvang  van  asielzoekers  in  de  lidstaten  (de  richtlijn  over  opvangvoorzieningen)],  wordt  de  verzoeker  voldoende  tijd  en  relevante  ondersteuning  gegeven  met  het  oog  op  de  voorbereiding  van  een  persoonlijk  onderhoud over de inhoud van zijn verzoek.   Artikel 27, leden 6 en 7, is niet van toepassing op de in lid 2 bedoelde verzoekers.   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 1721  Waarborgen voor niet-begeleide minderjarigen  De  lidstaten  dienen  ten  aanzien  van  alle  in  deze  richtlijn  vervatte  procedures  en  onverminderd de artikelen 12 en 14 13,   14   en 15:  a)  zo  snel  mogelijk  maatregelen  te  treffen  om  ervoor  te  zorgen  dat  de  niet-begeleide minderjarige bij   de indiening en   de behandeling van  het  asielverzoek   verzoek    wordt  vertegenwoordigd  en/of  bijgestaan  door  een  vertegenwoordiger.   De  vertegenwoordiger  is  onpartijdig  en  heeft  de  nodige  deskundigheid  op  het  gebied  van  kinderbegeleiding.   Deze vertegenwoordiger kan de vertegenwoordiger  zijn zoals bedoeld in artikel 19 van Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van  27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van  NL  46    

  • b) 
    erop  toe  te  zien  dat  de  vertegenwoordiger  in  de  gelegenheid  wordt  gesteld de niet-begeleide minderjarige te informeren over de betekenis en  de mogelijke gevolgen van het persoonlijke onderhoud en, indien nodig,  over de wijze waarop hij zich op het persoonlijke onderhoud dient voor  te  bereiden.  De  lidstaten   zorgen  ervoor  dat    staan  de   een    vertegenwoordiger   en/of  een  juridische  adviseur  of  andere  raadsman  die  door  het  nationale  recht  als  zodanig  is  toegelaten    toe  bij  dat  onderhoud  aanwezig   is    te  zijn,   en  de  gelegenheid  heeft    vragen  te  stellen  en  opmerkingen  te  maken,  binnen  het  kader  dat  wordt  bepaald door de persoon die het onderhoud afneemt.  De lidstaten kunnen verlangen dat de niet-begeleide minderjarige bij het persoonlijke  onderhoud aanwezig is, zelfs als hij vergezeld wordt door de vertegenwoordiger.  De lidstaten kunnen afzien van de aanwijzing van een vertegenwoordiger indien de  niet-begeleide minderjarige:  a)  naar alle waarschijnlijkheid meerderjarig zal zijn voordat in eerste aanleg  een beslissing wordt gegeven, of  b)  kosteloos  een  beroep  kan  doen  op  een  juridische  adviseur  of  raadsman  die door het nationale recht als zodanig is erkend om de hoger bedoelde  taken van de vertegenwoordiger te vervullen, of  c)b)  gehuwd is of gehuwd geweest is.  3.  De  lidstaten  kunnen,  overeenkomstig  de  wet-  en  regelgeving  die  op  1  december  2005 van kracht is, ook van de aanwijzing van een vertegenwoordiger afzien indien  de  niet-begeleide  minderjarige  16  jaar  of  ouder  is,  tenzij  hij  niet  zonder  vertegenwoordiger de verzoekprocedure kan volgen.  De lidstaten zorgen ervoor dat:  (a)  als  een  niet-begeleide  minderjarige  persoonlijk  wordt  gehoord  over  zijn  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    zoals  bedoeld  in  de  artikelen  12,  13  en  14,13,  14  en  15,  dat  onderhoud  afgenomen wordt door een persoon die de nodige kennis heeft van de  bijzondere behoeften van minderjarigen;  (b)  een  ambtenaar  die  beschikt  over  de  nodige  kennis  van  de  bijzondere  behoeften van minderjarigen de beslissing van de beslissingsautoriteit  met  betrekking  tot  het  asielverzoek   verzoek    van  een  niet begeleide minderjarige voorbereidt.  PB L 31 van 6.2.2003, blz. 18.  NL  47    

 nieuw  Onder  de  in  artikel 18  bepaalde  voorwaarden  krijgen  niet-begeleide  minderjarigen  kosteloze rechtsbijstand voor alle in deze richtlijn vastgestelde procedures.   OE  2005/85/EG   nieuw  De lidstaten kunnen in het kader van de behandeling van een asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    besluiten  om  door  middel  van  een  medisch  onderzoek de leeftijd van een niet-begeleide minderjarige vast te stellen,  , wanneer  zij, nadat de minderjarige een algemene verklaring heeft afgelegd of ander relevante  bewijselementen heeft overgelegd, nog steeds twijfels hebben over diens leeftijd  .    nieuw  Bij  elk  medisch  onderzoek  wordt  de  waardigheid  van  de  persoon  ten  volle  gerespecteerd; er wordt gekozen voor het minst ingrijpende onderzoek.   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  In  gevallen  waarin  een  dergelijk  medisch  onderzoek  wordt  verricht,  zorgen  de  lidstaten ervoor dat:  a)  de  niet-begeleide  minderjarige,  voordat  het  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    wordt  behandeld,  in  een  taal  die  hij  redelijkerwijs  geacht kan worden te begrijpen   begrijpt  , in kennis  wordt  gesteld  van  het  feit  dat  mogelijk  een  medisch  onderzoek  zal  worden verricht om zijn leeftijd vast te stellen. Daarbij wordt onder meer  informatie  verstrekt  over  de  onderzoeksmethode  en  over  de  mogelijke  gevolgen  van  het  medische  onderzoek  voor  de  behandeling  van  het  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming  ,  alsook  over  de gevolgen indien de niet-begeleide minderjarige weigert het medische  onderzoek te ondergaan;  b)  de  niet-begeleide  minderjarige  en/of  zijn  vertegenwoordiger  ermee  instemt dat een onderzoek wordt verricht om de leeftijd van de betrokken  minderjarige vast te stellen, en dat  c)  de  beslissing  tot  afwijzing  van  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    van  een  niet-begeleide  minderjarige  die  heeft geweigerd dit medische onderzoek te ondergaan, niet enkel op die  weigering wordt gebaseerd.  NL  48    

 nieuw  Artikel 27,  leden 6  en  7,  artikel 29,  lid 2,  onder c),  artikel 32  en  artikel 37  zijn  niet  van toepassing op niet-begeleide minderjarigen.   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Bij  de  uitvoering  van  de  bepalingen  van  dit  artikel  laten  de  lidstaten  zich  in  eerste  instantie leiden door het belang van het kind.  Artikel 1822  Bewaring  De  lidstaten  mogen  een  persoon  niet  in  bewaring  houden  uitsluitend  omdat  hij  een   persoon  is  die  om  internationale  bescherming  verzoekt    asielzoeker  is.   Gronden  voor  en  omstandigheden  van  bewaring  en  de  waarborgen  voor  in  bewaring  gehouden  personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken,  zijn  in  overeenstemming met Richtlijn [.../.../EG] [de richtlijn over opvangvoorzieningen].    Indien  een asielzoeker   persoon die om internationale bescherming verzoekt   in  bewaring  wordt  gehouden,  zorgen  de  lidstaten  ervoor  dat  snelle  toetsing  door  een  rechterlijke  instantie  mogelijk  is,   overeenkomstig  Richtlijn  [.../.../EG]  [de  richtlijn over opvangvoorzieningen]  .  Artikel 1923  Procedure in geval van intrekking van het asielverzoek   verzoek    Lidstaten die in hun nationale recht in de mogelijkheid van uitdrukkelijke intrekking  van  een  asielverzoek   verzoek    voorzien,  zorgen  ervoor  dat,  wanneer  een  asielzoeker   verzoeker    zijn  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming   uitdrukkelijk intrekt, de beslissingsautoriteit een beslissing neemt om  de behandeling van het asielverzoek   verzoek   te beëindigen of het verzoek af  te wijzen.  De  lidstaten  kunnen  ook  bepalen  dat  de  beslissingsautoriteit  kan  beslissen  de  behandeling  te  beëindigen  zonder  een  beslissing  te  nemen.  In  dat  geval  zorgen  de  NL  49    

Artikel 2024  Procedure ingeval het asielverzoek   verzoek   impliciet wordt ingetrokken of  ingeval impliciet van het asielverzoek   verzoek   wordt afgezien  Wanneer er een  gegronde reden is om aan te nemen dat een asielzoeker   persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt    zijn  asielverzoek   verzoek  om  internationale bescherming   impliciet heeft ingetrokken of dat hij impliciet van dit  verzoek heeft afgezien, zorgen de lidstaten ervoor dat de beslissingsautoriteit beslist  om de behandeling van het verzoek te beëindigen of het verzoek af te wijzen op basis  van  het  feit  dat  de  asielzoeker  geen  recht  op  de  status  van  vluchteling  heeft  doen  gelden in overeenstemming met Richtlijn 2004/83/EG.  De  lidstaten  kunnen  met  name  aannemen  dat  de  asielzoeker   verzoeker    zijn  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    impliciet  heeft  ingetrokken of dat hij er impliciet van heeft afgezien wanneer is vastgesteld dat:  a)  hij heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken informatie te verstrekken  die  van  wezenlijk  belang  is  voor  zijn  asielverzoek  zoals  bedoeld  in  artikel 4  van  Richtlijn  2004/83/EG  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],  dan wel dat hij niet is verschenen voor een persoonlijk onderhoud zoals  bedoeld  in  de  artikelen  1213,  1314,  15  en  1416,  tenzij  hij  binnen  een  redelijke  tijd  aantoont  dat  zulks  te  wijten  was  aan  omstandigheden  waarop hij geen invloed heeft;  b)  hij  is  verdwenen,  of  wanneer  is  vastgesteld  dat  hij  de  plaats  waar  hij  verbleef  of  werd  vastgehouden,  zonder  toestemming  heeft  verlaten  zonder binnen een redelijke termijn contact met de bevoegde autoriteit op  te  nemen,  dan  wel  wanneer  hij  niet  binnen  een  redelijke  termijn  heeft  voldaan  aan  zijn  meldingsplicht  of  aan  andere  verplichtingen  tot  kennisgeving.  De  lidstaten  kunnen  met  het  oog  op  de  uitvoering  van  deze  bepalingen  termijnen  vaststellen of richtsnoeren uitvaardigen.  De lidstaten zorgen ervoor dat de asielzoeker   verzoeker   die zich opnieuw bij  de  bevoegde  autoriteit  meldt  nadat  een  beslissing  om  de  behandeling  van  zijn  asielverzoek   verzoek    te  beëindigen  is  genomen  zoals  bedoeld  in  lid  1,  het  recht  heeft  te  verzoeken  dat  zijn  asielverzoek   verzoek    opnieuw  in  behandeling  wordt  genomen,  tenzij  het  verzoek  overeenkomstig  de  artikelen  32  en  34 wordt behandeld.  De  lidstaten  kunnen  een  tijdslimiet  vaststellen  waarna  een  asielverzoek  niet  langer  opnieuw in behandeling kan worden genomen.   De lidstaten zorgen ervoor dat een dergelijke persoon niet wordt verwijderd in strijd  met het beginsel van non-refoulement.  NL  50    

 nieuw  Dit  artikel  doet  geen  afbreuk  aan  Verordening  (EG)  nr.  .../....  [de  Dublinverordening].  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 2125  De rol van de UNHCR  De lidstaten zorgen ervoor dat de UNHCR:  a)  toegang  heeft  tot  de  asielzoekers   personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken  ,  met  inbegrip  van  asielzoekers   verzoekers    in  bewaring  en  in  transitzones  van  luchthavens  of  havens;  b)  toegang  heeft  tot  gegevens  betreffende  individuele  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming  ,  het  verloop  van  de  procedure  en  de  genomen  beslissingen,  mits  de  asielzoeker   verzoeker   daarmee instemt;  c)  bij  de  uitoefening  van  zijn  toezichthoudende  taak  in  het  kader  van  artikel 35 van het Verdrag van Genève, in elke fase van de procedure aan  de  bevoegde  autoriteiten  zijn  zienswijze  kan  geven  in  verband  met  individuele  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming  .  Lid 1 geldt ook voor organisaties die ingevolge een overeenkomst met de betrokken  lidstaat namens de UNHCR op het grondgebied van die lidstaat optreden.   Artikel 2226  Vergaring van informatie over individuele gevallen  In het kader van de behandeling van individuele gevallen:  a)  delen  de  lidstaten  de  informatie  betreffende  individuele  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    of  het  feit  dat  een  asielverzoek   verzoek    is  ingediend,  niet  rechtstreeks  mee  aan  de  NL  51    

  • b) 
    winnen  de  lidstaten  bij  de  vermeende  actor(en)  van  de  vervolging   of  van de ernstige schade   geen informatie in op een wijze die ertoe leidt  dat deze actor(en) rechtstreeks te weten komt (komen) dat de betrokken  asielzoeker   verzoeker    om  asiel  heeft  verzocht   een  verzoek  heeft ingediend  , en er gevaar zou ontstaan voor de fysieke integriteit  van de asielzoeker   verzoeker   en voor de te zijnen laste komende  personen, dan wel voor de vrijheid en veiligheid van zijn nog in het land  van herkomst wonende familieleden.  HOOFDSTUK III  PROCEDURES IN EERSTE AANLEG  AFDELING I  Artikel 2327  Behandelingsprocedure  De  lidstaten  behandelen  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    in  een  behandelingsprocedure  overeenkomstig  de  fundamentele  beginselen en waarborgen in hoofdstuk II.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  een  dergelijke  procedure  zo  spoedig  mogelijk  wordt  afgerond, onverminderd een behoorlijke en volledige behandeling.   nieuw  De lidstaten zorgen ervoor dat de procedure wordt afgerond binnen zes maanden na  de indiening van het verzoek.  De lidstaten kunnen deze termijn met ten hoogste nog eens zes maanden verlengen in  individuele  gevallen  waarin  complexe  feitelijke  en  juridische  kwesties  aan  de  orde  zijn.   De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat,  wanneer  een  beslissing  niet  kan  worden  genomen  binnen de in lid 3, eerste alinea, genoemde termijn, de betrokken verzoeker:  a) in kennis wordt gesteld van het uitstel, en  b) op zijn verzoek informatie ontvangt over de redenen voor het uitstel en over het  tijdsbestek waarbinnen de beslissing over zijn verzoek te verwachten valt.   NL  52    

OE  2005/85/EG   nieuw  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat,  indien  er  binnen  zes  maanden  geen  besluit  kan  worden genomen, de asielzoeker:  a)  in kennis wordt gesteld van het uitstel, of  b)  op zijn verzoek informatie ontvangt over het tijdsbestek waarbinnen het  besluit  over  zijn  verzoek  te  verwachten  valt.  Die  informatie  vormt  voor  de lidstaat geen verplichting ten aanzien van de betrokken asielzoeker om  binnen dat tijdsbestek een besluit te nemen.  De  lidstaten  kunnen  voorrang  verlenen  aan  de  behandeling  van   een  verzoek  om  internationale  bescherming    ieder  geval,  dan  wel  deze  behandeling  versnellen  overeenkomstig  de  fundamentele  beginselen  en  waarborgen  in  hoofdstuk  II,  ook  in  gevallen  waarin  het  asielverzoek  waarschijnlijk  gegrond  is  of  de  asielzoeker  bijzondere behoeften heeft.:  a) wanneer het verzoek waarschijnlijk gegrond is;  b) wanneer de verzoeker bijzondere behoeften heeft;  c) in andere gevallen, met uitzondering van de in lid 6 bedoelde verzoeken.   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  kunnen  voorts  bepalen  dat  een  behandelingsprocedure  overeenkomstig  de fundamentele beginselen en waarborgen in hoofdstuk II voorrang krijgt of wordt  versneld indien:   a)  de  asielzoeker   verzoeker    bij  de  indiening  van  zijn  asielverzoek   verzoek    en  de  toelichting  van  de  feiten  alleen  aangelegenheden  aan  de  orde  heeft  gesteld  die  niet  ter  zake  doen  of  slechts  minimaal  ter  zake doen om uit te maken of hij in aanmerking komt voor erkenning als  vluchteling   of  voor  subsidiaire  bescherming    overeenkomstig  Richtlijn 2004/83/EGRichtlijn [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn], of  b)  de  asielzoeker  duidelijk  niet  in  aanmerking  komt  als  vluchteling  noch  voor  de  vluchtelingenstatus  in  een  lidstaat  overeenkomstig  Richtlijn  2004/83/EG, of  c)  het asielverzoek als ongegrond wordt beschouwd:  NL  53    

 deze richtlijn   ;, of    ii)  omdat  een  land  dat  geen  lidstaat  is  als  veilig  derde  land  voor  de  asielzoeker wordt beschouwd, onverminderd artikel 28, lid 1, of  d)c)  de  asielzoeker   verzoeker    de  autoriteiten  heeft  misleid  door  omtrent zijn identiteit en/of nationaliteit valse informatie of documenten  te  verstrekken  of  door  relevante  informatie  of  documenten  die  een  negatieve  invloed  op  de  beslissing  hadden  kunnen  hebben,  achter  te  houden, of  c)  de  asielzoeker  een  ander  asielverzoek  met  vermelding  van  andere  persoonsgegevens heeft ingediend, of  f)d)  de asielzoeker  geen informatie heeft verstrekt aan de hand waarvan met  een  redelijke  mate  van  zekerheid  zijn  identiteit  of  nationaliteit  kan  worden  vastgesteld,  of  indien  hij  waarschijnlijk,  te  kwader  trouw,  een  identiteits- of reisdocument dat ertoe kon bijdragen dat zijn identiteit of  nationaliteit  werd  vastgesteld,  heeft  vernietigd  of  zich  daarvan  heeft  ontdaan, of  g)  de  asielzoeker  inconsistente,  contradictoire,  onwaarschijnlijke  of  ontoereikende  verklaringen  heeft  afgelegd  die  alle  overtuigingskracht  ontnemen  aan  zijn  bewering  dat  hij  het  slachtoffer  zou  zijn  van  vervolging overeenkomstig Richtlijn 2004/83/EG, of  h)  de  asielzoeker  een  hernieuwd  asielverzoek  heeft  ingediend  zonder  ter  zake  doende  nieuwe  elementen  met  betrekking  tot  zijn  bijzondere  omstandigheden of de situatie in zijn land van herkomst, of  i)  de  asielzoeker  zonder  redelijke  grond  heeft  nagelaten  zijn  asielverzoek  eerder in te dienen hoewel hij de gelegenheid had dat te doen, of   nieuw  e)  het  verzoek  werd  ingediend  door  een  ongehuwde  minderjarige  op  wie  artikel 6,  lid 7,  onder  c),  van  toepassing  is  nadat  het  verzoek  van  de  ouder(s) die voor het kind verantwoordelijk is (zijn), is verworpen en er  geen nieuwe relevante elementen zijn met betrekking tot zijn bijzondere  omstandigheden of de situatie in zijn land van herkomst, of  NL  54    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  j)f)  de  asielzoeker   verzoeker    enkel  een  verzoek  indient  teneinde  de  uitvoering van een eerdere of van een op handen zijnde beslissing die tot  zijn verwijdering zou leiden, uit te stellen of te verijdelen.; of  k)  de  asielzoeker  zonder  gegronde  reden  niet  heeft  voldaan  aan  de  verplichtingen van artikel 4, leden 1 en 2, van Richtlijn 2004/83/EG, dan  wel de verplichtingen van artikel 11, lid 2, onder a) en b), en artikel 20,  lid 1, van deze richtlijn niet is nagekomen, of  l)  de  asielzoeker  het  grondgebied  van  de  lidstaat  onrechtmatig  is  binnengekomen of zijn verblijf op onrechtmatige wijze heeft verlengd en  zich, gezien de omstandigheden van zijn binnenkomst, zonder gegronde  reden niet zo snel mogelijk bij de autoriteiten heeft aangemeld en/of een  asielverzoek heeft ingediend, of  m) de asielzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of de openbare  orde  van  de  lidstaat;  of  de  asielzoeker  onder  dwang  is  uitgezet  om  ernstige redenen van openbare veiligheid en openbare orde krachtens de  nationale wetgeving, of  n) de asielzoeker weigert te voldoen aan de verplichting zijn vingerafdrukken  te  laten  nemen  overeenkomstig  de  desbetreffende  communautaire  en/of  nationale wetgeving, of  o)  het  asielverzoek  werd  ingediend  door  een  ongehuwde  minderjarige  op  wie artikel 6, lid 4, onder c), van toepassing is nadat het verzoek van de  ouder(s) die voor het kind verantwoordelijk is (zijn), is verworpen en er  geen  nieuwe  elementen  zijn  met  betrekking  tot  zijn  bijzondere  omstandigheden of de situatie in zijn land van herkomst.   nieuw  In het geval van ongegronde verzoeken, zoals bedoeld in artikel 28, waarop een van  de  in  lid 6  vermelde  omstandigheden  van  toepassing  is,  kunnen  de  lidstaten  een  verzoek  als  kennelijk  ongegrond  afwijzen  na  een  behoorlijke  en  volledige  behandeling ervan.  De lidstaten stellen redelijke termijnen vast voor het nemen van een beslissing in de  procedure in eerste aanleg overeenkomstig lid 6.  Het  feit  dat  een  verzoek  om  internationale  bescherming  is  ingediend  na  een  onregelmatige binnenkomst op het grondgebied of aan de grens, met inbegrip van de  transitzones,  of  dat  documenten  ontbreken  of  vervalste  documenten  zijn  gebruikt,  leidt  op  zich  niet  tot  de  automatische  toepassing  van  een  versnelde  behandelingsprocedure.   NL  55    

Ongegronde verzoeken  Onverminderd  artikel  23  kunnen  de  lidstaten  een  verzoek  om  internationale  bescherming  enkel  als  ongegrond  afwijzen  wanneer  de  beslissingsautoriteit  heeft  vastgesteld  dat  de  verzoeker  niet  voldoet  aan  de  voorwaarden  om  overeenkomstig  Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn]  in  aanmerking  te  komen  voor  internationale bescherming.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 24  Specifieke maatregelen  1. De lidstaten kunnen voorzien in de volgende specifieke procedures waarbij wordt  afgeweken van de fundamentele beginselen en waarborgen in hoofdstuk II:  a)  een  voorafgaand  onderzoek  ten  behoeve  van  de  behandeling  van  gevallen  die  worden beoordeeld in het kader van afdeling IV;  b) procedures ten behoeve van de behandeling van gevallen die worden  beoordeeld  in het kader van afdeling V.  2. De lidstaten kunnen ook voorzien in een afwijking met betrekking tot afdeling VI.  AFDELING II  Artikel 2529  Niet-ontvankelijke verzoeken  Naast de gevallen waarin een asielverzoek   verzoek   niet in behandeling wordt  genomen  overeenkomstig  Verordening  (EG)  nr.  343/2003Verordening  [nr. .../....][de Dublinverordening], zijn de lidstaten niet verplicht te onderzoeken of  de  asielzoeker   verzoeker    in  aanmerking  komt  voor  de  vluchtelingenstatus  overeenkomstig  Richtlijn  2004/83/EGRichtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],  indien een verzoek krachtens dit artikel niet-ontvankelijk wordt geacht.   NL  56    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  kunnen  een  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    uit hoofde van dit artikel   alleen   als niet-ontvankelijk beschouwen wanneer:  a) een andere lidstaat de vluchtelingenstatus heeft toegekend;  b)  een  land  dat  geen  lidstaat  is,  ingevolge  artikel  2631  voor  de  asielzoeker   verzoeker   als eerste land van asiel wordt beschouwd;  c) een land dat geen lidstaat is, uit hoofde van artikel 2732 voor de asielzoeker   verzoeker   als veilig derde land wordt beschouwd;  d)  het  de  asielzoeker  om  een  andere  reden  is  toegestaan  in  de  betrokken  lidstaat te verblijven en hem als gevolg hiervan een status is verleend die  gelijkwaardig is aan de rechten en voordelen van de vluchtelingenstatus  uit hoofde van Richtlijn 2004/83/EG;  e)  het de asielzoeker is toegestaan in de betrokken lidstaat te verblijven om  andere redenen die hem beschermen tegen refoulement en in afwachting  van  de  uitkomst  van  een  procedure  waarbij  een  status  wordt  verleend  overeenkomstig het bepaalde onder d);  f)d) de asielzoeker   verzoeker   na een definitieve beslissing een identiek  verzoek heeft ingediend;  g)e)  een persoon die ten laste van de asielzoeker   verzoeker   komt, een  verzoek  indient  nadat  hij  er  overeenkomstig  artikel  6,  lid  34,  mee  heeft  ingestemd  dat  zijn  geval  deel  uitmaakt  van  een  namens  hem  ingediend  verzoek  en  geen  met  de  situatie  van  de  ten  laste  komende  persoon  verband houdende feiten een apart verzoek rechtvaardigen.   nieuw  Artikel 30    Bijzondere voorschriften betreffende het onderhoud over de ontvankelijkheid   Vooraleer  een  verzoek  niet-ontvankelijk  wordt  verklaard,  stellen  de  lidstaten  verzoekers in de  gelegenheid hun standpunt uiteen te zetten over de toepassing van  de  in  artikel 29  bedoelde  gronden  op  hun  specifieke  omstandigheden.  Daartoe  houden  de  lidstaten  een  persoonlijk  onderhoud  over  de  ontvankelijkheid  van  het  verzoek.  De  lidstaten  kunnen  daarvan  alleen  afwijken  in  het  geval  van  volgende  verzoeken, overeenkomstig artikel 36.   NL  57    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 2631  Het begrip "eerste land van asiel"  Een  land  kan  worden  beschouwd  als  eerste  land  van  asiel  voor  een  bepaalde  asielzoeker   persoon die om internationale bescherming verzoekt   wanneer:  a)  de  asielzoeker   verzoeker    in  dat  land  is  erkend  als  vluchteling  en  hij die bescherming nog kan genieten, of  b)  hij  anderszins  voldoende  bescherming  geniet  in  dat  land,  met  inbegrip  van het genot van het beginsel van non-refoulement,  mits hij opnieuw tot het grondgebied van dat land wordt toegelaten.  Bij  de  toepassing  van  het  begrip  "eerste  land  van  asiel"  op  de  bijzondere  omstandigheden  van  een  asielzoeker   persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt,   kunnen de lidstaten rekening houden met artikel 2732, lid 1.  Artikel 2732  Het begrip "veilig derde land"  De  lidstaten  mogen  het  begrip  "veilig  derde  land"  alleen  toepassen  indien  de  bevoegde autoriteiten zich ervan hebben vergewist dat een asielzoeker   persoon die  om  internationale  bescherming  verzoekt    in  het  betrokken  derde  land  overeenkomstig de volgende beginselen zal worden behandeld:  a)  het leven en de vrijheid worden niet bedreigd om redenen van ras, religie,  nationaliteit,  lidmaatschap  van  een  bepaalde  sociale  groep  of  politieke  overtuiging, en   nieuw  b)  er  bestaat  geen  risico  op  ernstige  schade  in  de  zin  van  [Richtlijn  ..../../EG] [de erkenningsrichtlijn], en   NL  58    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  b)c)  het  beginsel  van  non-refoulement  overeenkomstig  het  Verdrag  van  Genève wordt nageleefd, en  c)d)  het  verbod  op  verwijdering  in  strijd  met  het  recht  op  vrijwaring  tegen  foltering  en  andere  wrede,  onmenselijke  of  vernederende  behandeling,  zoals neergelegd in het internationaal recht, wordt nageleefd, en  d)e)  de  mogelijkheid  bestaat  om  om  de  vluchtelingenstatus  te  verzoeken  en,  indien  hij  als  vluchteling  wordt  erkend,  bescherming  te  ontvangen  overeenkomstig het Verdrag van Genève.  De  toepassing  van  het  begrip  "veilig  derde  land"  is  onderworpen  aan  nationale  wettelijke voorschriften, waaronder:  a)  voorschriften  waarbij  een  band  tussen  de  asielzoeker   persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt    en  het  betrokken  derde  land  wordt vereist op grond waarvan het voor de betrokkene redelijk zou zijn  naar dat land te gaan;  b)  voorschriften  betreffende  de  methode  met  behulp  waarvan  de  bevoegde  autoriteiten zich ervan vergewissen dat het begrip "veilig derde land" op  een  bepaald  land  of  een  bepaalde  asielzoeker   verzoeker    kan  worden  toegepast.  Een  dergelijke  methode  dient  onder  meer  te  bestaan  uit  een  veiligheidsstudie  per  land  voor  een  bepaalde  asielzoeker   verzoeker    en/of  een  nationale  vaststelling  van  de  landen  die  worden beschouwd als zijnde over het algemeen veilig;  c)  voorschriften  overeenkomstig  de  internationale  wetgeving  die  voorzien  in  een  afzonderlijke  studie  om  na  te  gaan  of  het  betrokken  derde  land  voor  een  bepaalde  asielzoeker   verzoeker    veilig  is;  deze  voorschriften moeten ten minste de asielzoeker   verzoeker   in staat  stellen de toepassing van het begrip "veilig derde land" aan te vechten op  grond  van  het  feit  dat  hij  zou  worden  blootgesteld  aan  foltering,  wrede,  onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing   op grond van  het feit dat het derde land, gelet op zijn specifieke omstandigheden, niet  veilig  is.  De  verzoeker  moet  ook  in  de  gelegenheid  worden  gesteld  om  het bestaan van de onder a) bedoelde band tussen hem en het derde land  aan te vechten  .  Bij  de  uitvoering  van  een  uitsluitend  op  dit  artikel  gebaseerde  beslissing  dienen  de  lidstaten:  a)  de asielzoeker   verzoeker   hiervan op de hoogte te brengen, en  b)  hem  een  document  te  verschaffen  waarin  de  autoriteiten  van  het  derde  land  in  de  taal  van  dat  land  ervan  in  kennis  worden  gesteld  dat  het  verzoek niet inhoudelijk is onderzocht.  NL  59    

De lidstaten stellen de Commissie op gezette tijden in kennis van de landen waarop  dit begrip wordt toegepast overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.  AFDELING III  Artikel 28  Ongegronde verzoeken  1. Onverminderd de artikelen 19 en 20 kunnen de lidstaten een asielverzoek enkel als  ongegrond  afwijzen  wanneer  de  beslissingsautoriteit  heeft  vastgesteld  dat  de  asielzoeker  niet  in  aanmerking  komt  voor  de  vluchtelingenstatus  overeenkomstig  Richtlijn 2004/83/EG.  2. In de in artikel 23, lid 4, onder b), bedoelde gevallen en gevallen van ongegronde  asielverzoeken waarop een van de in artikel 23, lid 4, onder a) en onder c) tot en met  o),  vermelde  omstandigheden  van  toepassing  is,  kunnen  de  lidstaten  tevens  een  asielverzoek  als  kennelijk  ongegrond  beschouwen  indien  dit  zo  in  de  nationale  wetgeving is omschreven.  Artikel 29  Gemeenschappelijke minimumlijst van derde landen die als veilig land van herkomst  worden beschouwd  1. De Raad stelt, bij gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie en  na  raadpleging  van  het  Europees  Parlement,  een  gemeenschappelijke  minimumlijst  van  derde  landen  op  die  door  de  lidstaten  als  veilig  land  van  herkomst  worden  beschouwd, overeenkomstig bijlage II.  2. De Raad kan, bij  gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie en  na  raadpleging  van  het  Europees  Parlement,  de  minimale  gemeenschappelijke  lijst  wijzigen door derde landen toe te voegen of te schrappen, overeenkomstig bijlage II.  De Commissie beraadt zich over de aan haar gerichte verzoeken van de Raad of van  een lidstaat om een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke minimumlijst  in te dienen.  3.  Wanneer  zij  haar  voorstel  op  grond  van  de  leden  1  en  2  uitwerkt,  maakt  de  Commissie  gebruik  van  informatie  van  de  lidstaten,  van  haar  eigen  informatie  en,  voor  zover  nodig,  van  informatie  van  de  UNHCR,  de  Raad  van  Europa  en  andere  relevante internationale organisaties.  4. Wanneer de Raad de Commissie verzoekt een voorstel in te dienen om een derde  land van de  gemeenschappelijke minimumlijst te schrappen, vervalt de verplichting  NL  60    

  • 5. 
    Wanneer  een  lidstaat  de  Commissie  verzoekt  een  voorstel  in  te  dienen  om  een  derde  land  van  de  gemeenschappelijke  minimumlijst  te  schrappen,  stelt  die  lidstaat  de  Raad  schriftelijk  in  kennis  van  het  verzoek  aan  de  Commissie.  De  verplichting  voor die lidstaat overeenkomstig artikel 31, lid 2, vervalt ten aanzien van het derde  land op de dag die volgt op de kennisgeving van het verzoek aan de Raad.  6.  Het  Europees  Parlement  wordt  op  de  hoogte  gebracht  van  het  vervallen  van  de  verplichtingen krachtens de leden 4 en 5.  7.  Het  vervallen  van  de  verplichtingen  krachtens  de  leden  4  en  5  neemt  na  drie  maanden een einde, tenzij de Commissie, vóór het einde van deze periode, voorstelt  om  het  derde  land  van  de  gemeenschappelijke  minimumlijst  te  schrappen.  De  schorsing  neemt  in  ieder  geval  een  einde  wanneer  de  Raad  een  voorstel  van  de  Commissie om het derde land van de lijst te schrappen, afwijst.  8.  Op  verzoek  van  de  Raad  deelt  de  Commissie  aan  het  Europees  Parlement  en  de  Raad  mee  of  de  situatie  van  een  land  op  de  gemeenschappelijke  minimumlijst  nog  steeds  overeenstemt  met  bijlage  II.  Wanneer  de  Commissie  haar  verslag  voorlegt,  kan zij alle door haar wenselijk geachte aanbevelingen of voorstellen doen.  Artikel 3033  Nationale aanmerking van derde landen als veilig land van herkomst  Onverminderd  artikel  29  kunnen  de  De  lidstaten  kunnen  voor  de  behandeling  van  asielverzoeken   verzoeken om internationale bescherming   wetgeving handhaven  of invoeren met het oog op de nationale aanmerking, overeenkomstig bijlage II, van  andere derde landen dan de landen die op de gemeenschappelijke minimumlijst zijn  opgenomen als veilige landen van herkomst. Dat kan inhouden dat een deel van een  land als veilig wordt aangemerkt indien de voorwaarden van bijlage II voor dat deel  zijn vervuld.  2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten voor de behandeling van asielverzoeken  wetgeving  die  op  1  december  2005  van  kracht  is,  handhaven  met  het  oog  op  de  nationale  aanmerking  van  andere  derde  landen  dan  de  landen  die  op  de  gemeenschappelijke minimumlijst zijn opgenomen als veilige landen van herkomst,  indien  zij  zich  ervan  vergewist  hebben  dat  personen  in  de  betrokken  derde  landen  over het algemeen noch zijn blootgesteld aan:  a) vervolging in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2004/83/EG, noch aan  b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.  3.  De  lidstaten  kunnen  tevens  wetgeving  die  op  1  december  2005  van  kracht  is,  handhaven voor de nationale aanmerking van een deel van een land als veilig of een  land of een deel van een land als veilig voor een specifieke groep van personen in dat  NL  61    
  • 4. 
    Bij de beoordeling of een land een veilig land van herkomst is overeenkomstig de  leden  2  en  3  houden  de  lidstaten  rekening  met  de  juridische  situatie,  met  de  toepassing van de rechtsvoorschriften en met de algemene politieke omstandigheden  in het betrokken derde land.    nieuw  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  de  situatie  in  derde  landen  die  overeenkomstig  dit  artikel als veilig zijn aangemerkt regelmatig opnieuw wordt onderzocht.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  De  beoordeling  of  een  land  een  veilig  land  van  herkomst  is  overeenkomstig  dit  artikel  dient  te  stoelen  op  een  reeks  informatiebronnen,  waaronder  in  het  bijzonder  informatie  uit  andere  lidstaten,   het  Europees  Ondersteuningsbureau  voor  asielzaken,    de  UNHCR,  de  Raad  van  Europa  en  andere  relevante  internationale  organisaties.  De  lidstaten  stellen  de  Commissie  in  kennis  van  de  landen  die  overeenkomstig  dit  artikel als veilige landen van herkomst worden aangemerkt.  Artikel 3134  Het begrip "veilig land van herkomst"  Een  derde  land  dat  op  grond  van   deze  richtlijn    artikel  29  of  artikel  30  als  veilig  land  van  herkomst  is  aangemerkt,  kan  voor  een  bepaalde  asielzoeker   verzoeker  , nadat zijn verzoek afzonderlijk is behandeld, alleen als veilig land  van herkomst worden beschouwd wanneer:  a)  hij de nationaliteit van dat land heeft, of  b)  hij staatloos is en voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats had,  c)  en wanneer hij geen substantiële redenen heeft opgegeven om het land in  zijn  specifieke  omstandigheden  niet  als  een  veilig  land  van  herkomst  te  beschouwen  ten  aanzien  van  de  vraag  of  hij  voor  erkenning  als  vluchteling  of   voor  subsidiaire  bescherming    in  aanmerking  komt  overeenkomstig  Richtlijn  2004/83/EG[Richtlijn  ..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn].  NL  62    

De lidstaten stellen verdere nationale wetsvoorschriften en -bepalingen vast voor de  toepassing van het begrip "veilig land van herkomst".  AFDELING IV  Artikel 3235  Volgende verzoeken  Indien  een  persoon  die  in  een  lidstaat  asiel   internationale  bescherming    heeft  aangevraagd,  aldaar  verdere  verklaringen  heeft  afgelegd  of  een  volgend  verzoek  heeft  ingediend,  kan   onderzoekt    deze  lidstaat  deze  verdere  verklaringen  of  de  elementen  van  het  volgende  verzoek  onderzoeken  in  het  kader  van  de  behandeling  van het vorige verzoek  of in het kader van de toetsing van de beslissing waartegen  beroep  of  bezwaar  is  aangetekend,  voor  zover  de  bevoegde  autoriteiten  rekening  kunnen  houden  met  alle  elementen  die  aan  de  nadere  verklaringen  of  het  volgende  verzoek in dit kader ten grondslag liggen.  Voorts   Om  overeenkomstig  artikel 29,  lid 2,  onder d),  een  beslissing  over  de  ontvankelijkheid  van  een  verzoek  om  internationale  bescherming  te  nemen,    kunnen  de  lidstaten  een  specifieke  procedure  zoals  bedoeld  in  lid  3   van  dit  artikel    toepassen  wanneer  een  persoon  een  volgend  asielverzoek   verzoek  om  internationale bescherming   indient:  a)  nadat het vorige verzoek werd ingetrokken of ervan is afgezien op grond  van artikel 19 of 2023,  b)  nadat  een  beslissing  is  genomen  over  het  vorige  verzoek.  De  lidstaten  kunnen  tevens  beslissen  deze  procedure  niet  eerder  toe  te  passen  dan  nadat een definitieve beslissing is genomen.   nieuw  b)  nadat een definitieve beslissing is genomen over het vorige verzoek.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Een  volgend  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming    moet  eerst  aan een voorafgaand onderzoek worden onderworpen om uit te maken of er, sinds de  intrekking  van  het  vorige  verzoek  of  na  de  in  lid  2,  onder  b),  bedoelde  beslissing  inzake  dit  verzoek,  nieuwe  elementen  of  bevindingen  aan  de  orde  zijn  of  door  de  asielzoeker   verzoeker   zijn voorgelegd in verband met de behandeling van de  NL  63    

Indien  na  het  in  lid  3  bedoelde  voorafgaande  onderzoek  nieuwe  elementen  of  bevindingen  aan  de  orde  zijn  of  door  de  asielzoeker   verzoeker    zijn  voorgelegd die de kans aanzienlijk groter maken dat de asielzoeker   verzoeker    voor erkenning als vluchteling   of voor subsidiaire bescherming   in aanmerking  komt  krachtens  Richtlijn  2004/83/EGRichtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],  wordt het verzoek verder behandeld overeenkomstig hoofdstuk II.  De lidstaten kunnen overeenkomstig hun nationale wetgeving een hernieuwd verzoek  verder behandelen wanneer er andere redenen zijn om een procedure te heropenen.  De  lidstaten  kunnen  besluiten  het  verzoek  enkel  verder  te  behandelen  indien  de  betrokken asielzoeker   verzoeker   buiten zijn toedoen de in de leden 3, 4 en 5  beschreven  situaties  in  het  kader  van  de  vorige  procedure  niet  kon  doen  gelden,  in  het  bijzonder  door  zijn  recht  op  een  daadwerkelijk  rechtsmiddel  krachtens  artikel 3941 uit te oefenen.  De in dit artikel bedoelde procedure kan ook van toepassing zijn ingeval een ten laste  van een asielzoeker   verzoeker   komende persoon een verzoek indient nadat hij  er overeenkomstig artikel 6, lid 34, mee heeft ingestemd dat zijn geval deel uitmaakt  van een namens hem ingediend verzoek. In dit geval zal het voorafgaande onderzoek  in  lid  3  erin  bestaan  na  te  gaan  of  met  de  situatie  van  de  afhankelijke  persoon  verband houdende feiten een apart verzoek rechtvaardigen.   nieuw  Indien,  na  een  definitieve  beslissing  waarbij  een  volgend  verzoek  overeenkomstig  artikel 29,  lid 2,  onder d),  niet-ontvankelijk  wordt  verklaard  of  na  een  definitieve  beslissing om een volgend verzoek als ongegrond af te wijzen, de betrokken persoon  vóór  de  uitvoering  van  een  terugkeerbesluit  in  dezelfde  lidstaat  een  nieuw  verzoek  om internationale bescherming indient, kan deze lidstaat:  a) een uitzondering maken op het recht om op het grondgebied te blijven, mits  de  beslissingsautoriteit  zich  ervan  heeft  vergewist  dat  een  terugkeerbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd  met  de  internationale  en  communautaire  verplichtingen  van  die  lidstaat,  en/of  b) bepalen dat de ontvankelijkheidsprocedure wordt toegepast op het verzoek,  overeenkomstig dit artikel en artikel 29, en/of  c)  bepalen  dat  de  behandelingsprocedure  wordt  versneld  overeenkomstig  artikel 27, lid 6, onder f).   In  de  in  de  eerste  alinea,  onder b)  en  c),  bedoelde  gevallen,  kunnen  de  lidstaten  op  grond  van  de  nationale  wetgeving  afwijken  van  de  termijnen  die  normaal  gelden  voor de ontvankelijkheidsprocedures en/of de versnelde procedures.   NL  64    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 33  Niet verschijnen  De  lidstaten  kunnen  de  in  artikel  32  opgenomen  procedure  handhaven  dan  wel  aannemen  ingeval  er  op  een  latere  datum  een  verzoek  wordt  ingediend  door  een  asielzoeker  die,  ofwel  opzettelijk  ofwel  door  grove  nalatigheid,  niet  naar  een  aanmeldcentrum  gaat  dan  wel  zich  niet  op  een  aangegeven  tijdstip  bij  de  bevoegde  autoriteiten meldt.  Artikel 3436  Procedureregels  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  asielzoekers   personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken  en  van  wie  het    wier  verzoek  aan  een  voorafgaand  onderzoek  ingevolge  artikel  32  35  wordt  onderworpen,  de  in  artikel  10  11,  lid  1,  opgesomde waarborgen genieten.  De  lidstaten  kunnen  in  hun  interne  recht  regels  inzake  het  voorafgaande  onderzoek  ingevolge artikel 32 35 neerleggen. Die regels kunnen onder meer:  a)  de  betrokken  asielzoeker   verzoeker    ertoe  verplichten  feiten  te  vermelden  en  bewijzen  te  leveren  die  een  nieuwe  procedure  rechtvaardigen;  b)  het  overleggen  van  de  nieuwe  gegevens  door  de  betrokken  asielzoeker  vereisen binnen een bepaalde termijn nadat hij deze heeft verkregen;  c)b) het te verrichten voorafgaand onderzoek toestaan op grond van uitsluitend  schriftelijke  toelichtingen  zonder  persoonlijk  onderhoud  ,  met  uitzondering van de in artikel 35, lid 7, bedoelde gevallen  .  De  regels  mogen  de  toegang  voor  asielzoekers   verzoekers    tot  een  nieuwe  procedure  niet  onmogelijk  maken  en  evenmin  leiden  tot  daadwerkelijke  ontzegging  of vergaande inperking van een dergelijke toegang.  NL  65    

  • a) 
    de  asielzoeker   verzoeker    op  passende  wijze  op  de  hoogte  wordt  gesteld omtrent de uitkomst van het voorafgaande onderzoek en, ingeval  het  verzoek  niet  verder  zal  worden  behandeld,  van  de  desbetreffende  redenen en de mogelijkheden om een bezwaar of een beroep in te stellen;  b)  indien een van de in artikel 3235, lid 23, bedoelde situaties zich voordoet,  de  beslissingsautoriteit  het  hernieuwde  verzoek  zo  spoedig  mogelijk  overeenkomstig hoofdstuk II verder behandelt.  AFDELING V  Artikel 3537  Grensprocedures  De  lidstaten  kunnen  procedures  invoeren  om,  overeenkomstig  de  fundamentele  beginselen  en  waarborgen  van  hoofdstuk  II,  aan  de  grens  of  in  transitzones  van  de  lidstaten een beslissing te nemen over.:  a)   de  ontvankelijkheid  van  een  verzoek    asielverzoeken  die  dat  aldaar  worden wordt ingediend   en/of      nieuw  b)  de  inhoud  van  een  verzoek  in  een  versnelde  procedure  overeenkomstig  artikel 27, lid 6.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  2.  Bij  gebreke  evenwel  van  procedures  zoals  bedoeld  in  lid  1  kunnen  de  lidstaten,  overeenkomstig  het  bepaalde  in  dit  artikel  en  in  overeenstemming  met  de  wet-  of  regelgeving  die  op  1  december  2005  van  kracht  is,  van  de  in  hoofdstuk  II  omschreven  fundamentele  beginselen  en  waarborgen  afwijkende  specifieke  procedures  handhaven  om  aan  de  grens  of  in  transitzones  een  beslissing  te  nemen  over  het  verlenen  van  toegang  tot  hun  grondgebied  aan  asielzoekers  die  aldaar  zijn  aangekomen en een asielverzoek hebben ingediend.  3.  De  in  lid  2  bedoelde  procedures  dienen  er  met  name  voor  te  zorgen  dat  de  betrokkenen:  a) de toestemming krijgen aan de grens of in transitzones van de lidstaat te blijven,  onverminderd artikel 7, en  NL  66    
  • c) 
    indien nodig de diensten van een tolk, zoals omschreven in artikel 10, lid 1, onder  b), aangeboden krijgen, en  d)  worden  gehoord  vooraleer  de  bevoegde  autoriteit  een  beslissing  in  dergelijke  procedures  neemt,  met  betrekking  tot  hun  asielverzoek  door  personen  die  over  voldoende kennis beschikken van normen die van toepassing zijn op het gebied van  het asiel- en vluchtelingenrecht, zoals omschreven in de artikelen 12, 13 en 14, en  e)  een  juridische  adviseur  of  andere  raadsman  die  door  het  nationale  recht  als  zodanig  is  erkend  of  toegelaten,  zoals  omschreven  in  artikel  15,  lid  1,  kunnen  raadplegen, en  f)  een  vertegenwoordiger  krijgen  ingeval  het  niet-begeleide  minderjarigen  betreft,  zoals omschreven in artikel 17, lid 1, tenzij artikel 17, lid 2 of 3, van toepassing is.  Wanneer  de  toegang  tot  het  grondgebied  door  een  bevoegde  autoriteit  wordt  geweigerd,  dient  de  bevoegde  autoriteit  de  feitelijke  en  de  juridische  gronden  te  vermelden waarom het asielverzoek ongegrond of niet-ontvankelijk is.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  een  beslissing  in  het  kader  van  de  in  lid  21  voorgeschreven  procedures  binnen  een  redelijke  termijn  wordt  genomen.  Wanneer  niet  binnen  vier  weken  een  beslissing  is  genomen,  wordt  aan  de  asielzoeker   verzoeker    toegang  tot  het  grondgebied  van  de  lidstaat  verleend  zodat  zijn  verzoek  kan  worden  behandeld  overeenkomstig  de  andere  bepalingen  van  deze  richtlijn.  Wanneer  het  door  specifieke  vormen  van  aankomst  of  van  de  aankomst  van  grote  aantallen  onderdanen  van  derde  landen  of  staatlozen  die  aan  de  grens  of  in  een  transitzone asielverzoeken   verzoeken om internationale bescherming   indienen,  praktisch onmogelijk is om aldaar de bepalingen van lid 1 of de specifieke procedure  van de leden 2 en 3 toe te passen, kan deze procedure ook worden toegepast indien  en  zolang  de  onderdanen  van  derde  landen  of  staatlozen  op  normale  wijze  worden  ondergebracht op plaatsen nabij de grens of de transitzone.  AFDELING VI  Artikel 3638  Begrip "Europees veilig derde land"  1.  De  lidstaten  kunnen  bepalen  dat  een  behandeling  van  het  asielverzoek   verzoek    of  de  beoordeling  van  de  veiligheid  van  de  asielzoeker   verzoeker    in  zijn  bijzondere  omstandigheden  zoals  omschreven  in  hoofdstuk II,  niet  dan  wel  niet  volledig  plaatsvindt  in  gevallen  waarin  de  bevoegde  autoriteit  aan  de  hand  van  feitenmateriaal  heeft  vastgesteld  dat  de  asielzoeker   persoon  die  om  internationale  bescherming  verzoekt    hun  grondgebied  illegaal  NL  67    
  • 2. 
    Een  derde  land  kan  voor  de  toepassing  van  lid  1  alleen  als  veilig  derde  land  worden beschouwd indien het:  a)  het  Verdrag  van  Genève  zonder  geografische  beperkingen  heeft  geratificeerd  en  naleeft, en  b) over een bij wet voorgeschreven asielprocedure   procedure   beschikt, en  c)  het  Europees  Verdrag  tot  bescherming  van  de  rechten  van  de  mens  en  de  fundamentele vrijheden heeft  geratificeerd en de daarin vervatte bepalingen naleeft,  met inbegrip van de normen met betrekking tot daadwerkelijke rechtsmiddelen, en.  d) door de Raad is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig lid 3.  3. De Raad stelt, bij gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie en  na  raadpleging  van  het  Europees  Parlement,  een  gemeenschappelijke  lijst  op,  of  wijzigt deze, van derde landen die door de lidstaten voor de toepassing van lid 1 als  veilig derde land worden beschouwd.  43.  De  betrokken  lidstaten  stellen  nationale  wetsbepalingen  vast  voor  de  uitvoering  van de bepalingen van lid 1 en van de gevolgen van beslissingen die uit hoofde van  die  bepalingen  worden  gegeven,  overeenkomstig  het  beginsel  van  non-refoulement  van  het  Verdrag  van  Genève,  inclusief  bepalingen  inzake  uitzonderingen  op  de  toepassing van dit artikel om humanitaire of politieke redenen dan wel om redenen  van internationaal publiekrecht.  54. Bij de uitvoering van een uitsluitend op dit artikel gebaseerde beslissing dienen  de betrokken lidstaten:  a) de asielzoeker   verzoeker   hiervan op de hoogte te brengen, en  b) hem een document te verschaffen waarin de autoriteiten van het derde land in de  taal van dat land ervan in kennis worden gesteld dat het verzoek niet inhoudelijk is  onderzocht.  65. Wanneer het veilige derde land de asielzoeker   verzoeker   niet terugneemt,  zorgen  de  lidstaten  ervoor  dat  toegang  wordt  verstrekt  tot  een  procedure  overeenkomstig  de  fundamentele  beginselen  en  waarborgen  die  zijn  beschreven  in  hoofdstuk II.  7.  Lidstaten  die  overeenkomstig  nationale  wetgeving  die  op  1  december  2005  van  kracht was, en op grond van de criteria van lid 2, onder a), b) en c), derde landen als  veilige landen hebben aangemerkt, kunnen lid 1 op die derde landen toepassen totdat  de Raad de gemeenschappelijke lijst uit hoofde van lid 3 heeft aangenomen.  NL  68    

PROCEDURES VOOR DE INTREKKING VAN DE VLUCHTELINGENSTATUS   INTERNATIONALE-BESCHERMINGSSTATUS    Artikel 3739  Intrekking van de vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus    De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  een  onderzoek  om  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus   van een bepaalde persoon in te trekken, kan  beginnen  wanneer  er  nieuwe  elementen  of  bevindingen  aan  de  orde  zijn  waaruit  blijkt  dat  er  redenen  zijn  om  de  geldigheid  van  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus   opnieuw te onderzoeken.  Artikel 3840  Procedureregels  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  wanneer  de  bevoegde  autoriteit  overweegt  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus    van  een  onderdaan  van  een derde land of staatloze in te trekken overeenkomstig artikel 14   of artikel 19    van Richtlijn 2004/83/EGRichtlijn [..../../EG] [de erkenningsrichtlijn], de betrokkene  de volgende waarborgen geniet:  a)  hij wordt er schriftelijk  van in kennis  gesteld dat de bevoegde  autoriteit  heroverweegt,  of  hij  in  aanmerking  komt  voor  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus  ,  en  van  de  redenen  voor  die  heroverweging, en  b)  hem  wordt  de  kans  geboden  om,  tijdens  een  persoonlijk  gehoor  overeenkomstig  artikel  10  11,  lid  1,  onder  b),  en  de  artikelen  12,  13,  en14 en 15, of in een schriftelijke verklaring, de redenen voor te leggen  waarom  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus    niet mag worden ingetrokken.  Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat, in het kader van die procedure:  a)  de  bevoegde  autoriteit  precieze  en  bijgewerkte  informatie  uit  diverse  bronnen  kan  inwinnen  zoals,  in  voorkomend  geval,  informatie  van  het  Bureau van de UNHCR,   en het Europees Ondersteuningsbureau voor  asielzaken  ,  wat  betreft  de  algemene  situatie  die  in  de  landen  van  herkomst van de betrokken personen heerst, en  b)  wanneer er over het individuele geval informatie wordt ingewonnen met  het  oog  op  een  heroverweging  van  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus  ,  deze  informatie  niet  wordt  NL  69    

 internationale  bescherming  geniet    en  dat  zijn  status  wordt  heroverwogen, noch resulteert in gevaar voor de fysieke integriteit van de  betrokkene en van de te zijnen laste komende personen, dan wel voor de  vrijheid  en  veiligheid  van  zijn  nog  in  het  land  van  herkomst  levende  familieleden.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  de  beslissing  van  de  bevoegde  autoriteit  om  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus   in te trekken, schriftelijk  wordt meegedeeld. De redenen in feite en in rechte worden in de beslissing genoemd  en informatie over de manier waarop de beslissing kan worden aangevochten wordt  schriftelijk verstrekt.  Zodra de bevoegde autoriteit de beslissing heeft genomen om de vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus   in te trekken, zijn artikel 1518, lid 2, artikel  1619, lid 1, en artikel 21 25 eveneens van toepassing.  In  afwijking  van  de  leden  1,  2  en  3  kunnen  de  lidstaten  beslissen  dat  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus    van  rechtswege  vervalt  bij beëindiging overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), b), c) en d), van Richtlijn  2004/83/EG,  of  indien  de  vluchteling   persoon  die  internationale  bescherming  geniet    ondubbelzinnig  afziet  van  zijn  erkenning  als  vluchteling   persoon  die  internationale bescherming geniet  .  HOOFDSTUK V  BEROEPSPROCEDURES  Artikel 3941  Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  voor  asielzoekers   personen  die  om  internationale  bescherming  verzoeken    een  daadwerkelijk  rechtsmiddel  bij  een  rechterlijke  instantie openstaat tegen:  a)  een  beslissing  die  inzake  hun  asielverzoek   verzoek  om  internationale  bescherming   is gegeven, met inbegrip van een beslissing:   nieuw  i)  om  een  verzoek  als  ongegrond  te  beschouwen  met  betrekking  tot  de  vluchtelingenstatus en/of de subsidiaire-beschermingsstatus,  NL  70    

OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  i)ii)  om  een  asielverzoek   verzoek    als  niet-ontvankelijk  te  beschouwen overeenkomstig artikel 25, lid 2, 29;   ii)iii) aan de grens of in de transitzones van een lidstaat zoals omschreven  in artikel 35 37, lid 1;  iii)iv)  om  een  behandeling  niet  uit  te  voeren  overeenkomstig  artikel 3638;  b)  een  weigering  om  de  behandeling  van  een  verzoek  na  de  onderbreking  ervan overeenkomstig de artikelen 19 23 en 20 24 te hervatten;  c)  een  beslissing  om  het  hernieuwde  verzoek  niet  opnieuw  te  behandelen  overeenkomstig de artikelen 32 en 34;  d)  een beslissing waarbij de binnenkomst wordt geweigerd in het kader van  de procedures krachtens artikel 35, lid 2;  e)c)  een  beslissing  tot  intrekking  van  de  vluchtelingenstatus   internationale-beschermingsstatus   krachtens artikel 3840.   nieuw  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  personen  van  wie  door  de  beslissingsautoriteit  is  erkend  dat  zij  voor  subsidiaire  bescherming  in  aanmerking  komen,  toegang  hebben  tot  een  daadwerkelijk  rechtsmiddel  in  de  zin  van  lid 1  tegen  een  beslissing  om  een  verzoek als ongegrond te beschouwen met betrekking tot de vluchtelingenstatus.  De betrokken persoon kan, in afwachting van de uitkomst van de beroepsprocedures,  aanspraak  maken  op  de  rechten  en  voordelen  die  door  Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn]  worden  verleend  aan  personen  die  subsidiaire  bescherming  genieten.  De  lidstaten  zorgen  ervoor  dat  een  daadwerkelijk  rechtsmiddel  in  de  zin  van  lid 1,  een  volledig  onderzoek  van  zowel  de  feitelijke  als  juridische  gronden  omvat,  met  inbegrip van een ex nunc onderzoek van de behoefte aan internationale bescherming  overeenkomstig  Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],  zulks  ten  minste  in  beroepsprocedures voor een rechterlijke instantie van eerste aanleg.  NL  71    

OE  2005/85/EG  Artikel  4  (aangepast)   nieuw  De  lidstaten  stellen   redelijke    termijnen  en  andere  vereiste  voorschriften  vast  opdat de asielzoeker   verzoeker   zijn recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel  krachtens lid 1 kan uitoefenen.  OE  2005/85/EG Artikel 4  3.  De  lidstaten  stellen  in  voorkomend  geval  voorschriften  overeenkomstig  hun  internationale verplichtingen vast betreffende:  a) de vraag, of het rechtsmiddel overeenkomstig lid 1 tot gevolg moet hebben  dat  asielzoekers  in  afwachting  van  de  uitkomst  in  de  betrokken  lidstaat  mogen blijven, en   b)  de  mogelijkheid  van  een  rechtsmiddel  of  beschermende  maatregelen  wanneer het rechtsmiddel overeenkomstig lid 1 niet het gevolg heeft dat  asielzoekers  in  afwachting  van  de  uitkomst  in  de  betrokken  lidstaat  mogen blijven. De lidstaten kunnen ook voorzien in een rechtsmiddel van  rechtswege, en en  c)  de  redenen  om  een  beslissing  krachtens  artikel  25,  lid  2,  onder  c),  te  betwisten  overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, onder b) en c), bepaalde methode.   nieuw  De termijnen maken de  toegang van verzoekers  tot een daadwerkelijk rechtsmiddel  in  de  zin  van  lid 1  niet  onmogelijk  of  uiterst  moeilijk.  De  lidstaten  kunnen  ook  voorzien  in  een  ambtshalve  toetsing  van  overeenkomstig  artikel 37  genomen  beslissingen.  Onverminderd  lid 6,  heeft  een  rechtsmiddel  in  de  zin  van  lid 1  van  dit  artikel  tot  gevolg  dat  verzoekers  in  de  betrokken  lidstaat  mogen  blijven  in  afwachting  van  de  uitkomst van het rechtsmiddel.   In  het  geval  van  een  beslissing  die  is  genomen  in  de  in  artikel 27,  lid 6,  bedoelde  versnelde  procedure  en  van  een  beslissing  waarbij  een  verzoek  overeenkomstig  artikel 29, lid 2, onder d), niet-ontvankelijk wordt verklaard, en wanneer de nationale  wetgeving niet voorziet in het recht om in de lidstaat te blijven in afwachting van het  resultaat van het rechtsmiddel, is een rechterlijke  instantie bevoegd om, op verzoek  van  de  betrokken  verzoeker  of  ambtshalve,  uitspraak  te  doen  over  de  vraag  of  de  verzoeker op het grondgebied van de lidstaat mag blijven.  Dit lid is niet van toepassing op de in artikel 37 bedoelde procedures.  NL  72    

De leden 5, 6 en 7 doen geen afbreuk aan artikel 26 van Verordening (EG) nr. .../....  [de Dublinverordening].  OE  2005/85/EG Artikel 4  (aangepast)   nieuw  De lidstaten kunnen   leggen   termijnen   vast   vastleggen voor het onderzoek  door  de  in  lid  1  bedoelde  rechterlijke  instantie  van  beslissingen  van  de  beslissingsautoriteit.   Indien  aan  een  asielzoeker   verzoeker    een  status  is  toegekend  die  dezelfde  rechten en voordelen krachtens het nationale en het Gemeenschapsrecht biedt als de  vluchtelingenstatus  overeenkomstig  Richtlijn 2004/83/EG  Richtlijn  [..../../EG]  [de  erkenningsrichtlijn],,  kan  de  asielzoeker   verzoeker    worden  geacht  een  daadwerkelijk rechtsmiddel te hebben, wanneer  een rechterlijke instantie beslist dat  het in lid 1 bedoelde rechtsmiddel niet ontvankelijk is of geen grote kans van slagen  heeft vanwege onvoldoende belangstelling bij de asielzoeker   verzoeker   om de  procedure voort te zetten.  De  lidstaten  kunnen  in  hun  nationale  wetgeving  tevens  de  voorwaarden  vastleggen  waaronder  ervan  kan  worden  uitgegaan  dat  een  asielzoeker   verzoeker    zijn  rechtsmiddel  zoals  bedoeld  in  lid  1,  impliciet  heeft  ingetrokken  of  daarvan  heeft  afgezien,  en  wel  tezamen  met  de  regels  inzake  de  procedure  die  moet  worden  gevolgd.  HOOFDSTUK VI  ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN  Artikel 4042  Aanvechting door overheidsinstanties  Deze  richtlijn  doet  geen  afbreuk  aan  de  mogelijkheid  voor  overheidsinstanties  om  bestuursrechtelijke en/of rechterlijke beslissingen aan te vechten overeenkomstig de  nationale wetgeving.  NL  73    

Vertrouwelijkheid  De lidstaten zien erop toe dat de autoriteiten die uitvoering geven aan deze richtlijn  ten aanzien van alle informatie welke zij tijdens hun werk verkrijgen, gebonden zijn  door het vertrouwelijkheidsbeginsel zoals omschreven in de nationale wetgeving.   nieuw  Artikel 44  Samenwerking  Elke lidstaat wijst een nationaal contactpunt aan en deelt het adres daarvan mee aan  de Commissie. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis.  De lidstaten nemen in overleg met de Commissie alle passende maatregelen om een  rechtstreekse  samenwerking  en  uitwisseling  van  gegevens  tussen  de  bevoegde  instanties tot stand te brengen.  OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Artikel 4245  Verslag  Uiterlijk  op  1  december  2009   [...]    brengt  de  Commissie  het  Europees  Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn in de lidstaten  en  stelt  zij  alle  nodige  wijzigingen  voor.  De  lidstaten  doen  de  Commissie  alle  informatie toekomen die deze nodig heeft voor het opstellen van dit verslag.  Na de  indiening van het verslag brengt de Commissie minstens om de twee jaar   vijf jaar    aan  het  Europees  Parlement  en  de  Raad  verslag  uit  over  de  toepassing  van  deze  richtlijn in de lidstaten.  Artikel 4346  Omzetting  De lidstaten doen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden  die nodig zijn om uiterlijk op 1 december 2007 aan deze richtlijn   uiterlijk op [...]  NL  74    

wettelijke  en  bestuursrechtelijke  bepalingen  in  werking  treden  die  nodig  zijn  om  uiterlijk  op  1  december  2008  aan  deze  richtlijn  te  voldoen.  Zij  stellen   delen    de  Commissie  daarvan  onverwijld  in  kennis   de  tekst  van  die  bepalingen  onverwijld mede,  alsmede  een  tabel  ter  weergave  van  het  verband  tussen  die  bepalingen en deze richtlijn  .   nieuw  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking  treden om uiterlijk [drie jaar na de uiterste datum voor de omzetting] aan artikel 27,  lid 3,  te  voldoen.  Zij  delen  de  Commissie  de  tekst  van  die  bepalingen  onverwijld  mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze  richtlijn.   OE  2005/85/EG (aangepast)   nieuw  Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij  de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die  verwijzing  worden  vastgesteld  door  de  lidstaten.    In  de  bepalingen  wordt  tevens  vermeld  dat  verwijzingen  in  bestaande  wettelijke  en  bestuursrechtelijke  bepalingen  naar  de  bij  deze  richtlijn  ingetrokken  richtlijn,  gelden  als  verwijzingen  naar  de  onderhavige  richtlijn.  De  regels  voor  die  verwijzing  en  de  formulering  van  die  vermelding worden vastgesteld door de lidstaten  .  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de   belangrijkste   bepalingen van  intern  recht  mee  die   betrekking  hebben  op    zij  op  het  onder  deze  richtlijn  vallende  gebied  vaststellen   alsmede  een  tabel  ter  weergave  van  het  verband  tussen die bepalingen en deze richtlijn  .  Artikel 4447  Overgangsregeling Overgangsbepalingen  De lidstaten passen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van artikel 43 46,  eerste  alinea,  toe  op  asielverzoeken   verzoeken  om  internationale  bescherming    die zijn ingediend na 1 december 2007   [...]   en op de procedures tot intrekking  van  de  vluchtelingenstatus   internationale  bescherming    die  zijn  ingeleid  na  1  december 2007   [...]  .   Verzoeken die zijn ingediend vóór [...] en procedures  tot intrekking van de vluchtelingenstatus die zijn ingeleid vóór [...] zijn onderworpen  aan  de  wettelijke  en  bestuursrechtelijke  bepalingen  overeenkomstig  Richtlijn  2005/85/EG.     NL  75    

 nieuw  De  lidstaten  passen  de  wettelijke  en  bestuursrechtelijke  bepalingen  van  artikel 46,  tweede alinea, toe op verzoeken om internationale bescherming die zijn ingediend na  [...]. Verzoeken die zijn ingediend vóór [...] zijn onderworpen aan de wettelijke en  bestuursrechtelijke bepalingen overeenkomstig Richtlijn 2005/85/EG.  OE    Artikel 48  Intrekking  OE  2005/85/EG  Artikel 4549  Inwerkingtreding  OE    OE  2005/85/EG (aangepast)  Artikel 4650  Adressaten  NL  76    

NL  77    

OE  2005/85/EG (aangepast)  BIJLAGE I   verzoeker   al dan niet als vluchteling moet   verzoeker   al dan niet als vluchteling moet worden aangemerkt.  NL  78    

NL  79    

OE  2005/85/EG   nieuw  BIJLAGE III  NL  80    

OE    BIJLAGE III  Deel A  Ingetrokken richtlijn  (bedoeld in artikel 48)  Richtlijn 2005/85/EG van de Raad  (PB L 326 van 13.12.2005,  blz. 13)  Deel B  Termijn voor omzetting in nationaal recht  (bedoeld in artikel 48)  Richtlijn  Termijn voor omzetting  2005/85/EG  Eerste termijn: 1 december 2007  Tweede termijn: 1 december 2008   NL  81    

BIJLAGE IV  C ONCORDANTIETABEL     Deze richtlijn    Artikel 1  Artikel 2, onder a)  Artikel 2, onder b)  Artikel 2, onder c)  Artikel 2, onder d)  Artikel 2, onder e)  Artikel 2, onder f)  Artikel 2, onder g)  Artikel 2, onder h)  Artikel 2, onder i)  Artikel 2, onder j)  Artikel 2, onder k)  Artikel 2, onder l)  Artikel 2, onder m)  Artikel 2, onder n)  Artikel 2, onder o)  Artikel 2, onder p)  Artikel 3, lid 1  Artikel 3, lid 2  -  Artikel 3, lid 3  Artikel 4, lid 1, eerste alinea  NL  82    

Artikel 4, lid 2  Artikel 4, lid 3  Artikel 4, lid 4  Artikel 4, lid 5  Artikel 5  -  Artikel 6, lid 1  Artikel 6, lid 2  Artikel 6, lid 3  Artikel 6, lid 4  Artikel 6, lid 5  Artikel 6, lid 6  Artikel 6, lid 7  -  Artikel 6, lid 8  Artikel 6, lid 9  Artikel 7, leden 1 tot en met 3  Artikel 8, lid 1  Artikel 8, lid 2  Artikel 8, lid 3   Artikel 9, lid 1  Artikel 9, lid 2  Artikel 9, lid 3, onder a)  Artikel 9, lid 3, onder b)  Artikel 9, lid 3, onder c)  Artikel 9, lid 3, onder d)  NL  83    

Artikel 9, lid 5  Artikel 10, lid 1  Artikel 10, lid 2, eerste alinea  -  Artikel 10, lid 3  Artikel 10, lid 4  Artikel 11  Artikel 12  Artikel 13, lid 1  Artikel 13, lid 2, onder a)  -   -  Artikel 13, lid 2, onder b)  Artikel 13, leden 3 tot en met 5  Artikel 14, leden 1 en 2  Artikel 14, lid 3, onder a)  Artikel 14, lid 3, onder b)  Artikel 14, lid 3, onder c)  Artikel 14, lid 3, onder d)  Artikel 14, lid 3, onder e)  Artikel 14, lid 4  -  Artikel 15  -  Artikel 16  Artikel 17  NL  84    

  • Artikel 18, lid 3, onder a)  Artikel 18, lid 3, onder b)  -  -  Artikel 18, lid 3, tweede alinea  Artikel 18, lid 4  Artikel 18, lid 5  Artikel 18, lid 6  Artikel 18, lid 7    Artikel 19, lid 1  Artikel 19, lid 2  Artikel 19, lid 3  Artikel 19, lid 4  Artikel 19, lid 4  Artikel 20, leden 1 tot en met 3  Artikel 21, lid 1  Artikel 21, lid 2, onder a)  -  Artikel 21, lid 2, onder b)  -  Artikel 21, lid 3  Artikel 21, lid 4  Artikel 21, lid 5  Artikel 21, lid 6  NL  85    

Artikel 22  Artikel 23  Artikel 24  Artikel 24, lid 1, onder a) en b)      Artikel 24, lid 2  Artikel 24, lid 3  Artikel 25  Artikel 26  Artikel 27  Artikel 27, lid 1   Artikel 27, lid 2  -  Artikel 27, lid 3  Artikel 27, lid 4  Artikel 27, lid 5  Artikel 27, lid 6  Artikel 27, lid 6, onder a)  -  Artikel 27, lid 6, onder b)  -  Artikel 27, lid 6, onder c)  -  Artikel 27, lid 6, onder d)  -  NL  86    

  • Artikel 27, lid 6, onder f)  -  Artikel 27, lid 6, onder e)  Artikel 27, lid 7  Artikel 27, lid 8  Artikel 27, lid 9   Artikel 28  -  Artikel 29  Artikel 29, lid 1   Artikel 29, lid 2, onder a) tot en met c)  -  Artikel 29, lid 2, onder d) en e)  Artikel 30  Artikel 31  Artikel 32  Artikel 32, lid 1, onder a)  Artikel 32, lid 1, onder b)  Artikel 32, lid 1, onder c) tot en met e)  Artikel 32, leden 2 tot en met 5  -  -  Artikel 33  -  Artikel 33, lid 2  NL  87    

Artikel 33, lid 4  Artikel 34  -  Artikel 34, lid 2  Artikel 35, leden 1 tot en met 7  Artikel 35, leden 8 en 9  -  Artikel 36  Artikel 36, lid 1 en lid 2, onder a)  -  Artikel 36, lid 2, onder b)  Artikel 36, lid 3, onder a) en b)  Artikel 37, lid 1, onder a)  Artikel 37, lid 1, onder b)  -  Artikel 37, lid 2  Artikel 37, lid 3  Artikel 38, lid 1 en lid 2, onder a) tot en met  c)  -  -  Artikel 38, lid 3  Artikel 38, lid 4  Artikel 38, lid 5  -  Artikel 39  NL  88    

Artikel 41  Artikel 41, lid 1, onder a)  Artikel 41, lid 1, onder a), i)  Artikel 41, lid 1, onder a), ii)  Artikel 41, lid 1, onder a), iii)  -  Artikel 41, lid 1, onder b)   -  Artikel 41, lid 1, onder c)  Artikel 41, leden 2 en 3  Artikel 41, lid 4  -  Artikel 41, leden 5 tot en met 8  Artikel 41, lid 9  Artikel 41, lid 10  Artikel 41, lid 11  Artikel 42  Artikel 43  Artikel 44  Artikel 45  Artikel 46  Artikel 47  Artikel 48  Artikel 49  Artikel 50  Bijlage I  NL  89    

  • Bijlage III  Bijlage IV    NL  90    
 
 

2.

Meer informatie