Brief minister over huisvesting arbeidsmigranten - Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2009–2010

17 050

Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 393

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 oktober 2009

In het AO Handhaving van 11 juni 2009 (Kamerstuk 17 050, nr. 389) werd door de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevraagd naar het standpunt van het kabinet ten aanzien van toelaatbare vormen van huisvesting voor arbeidsmigranten, dit naar aanleiding van een zaak die speelt in de gemeente Someren. Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of huisvesting in een tent acceptabel is. De minister van SZW heeft mij verzocht deze vraag te beantwoorden vanwege mijn verantwoordelijkheid voor het huisvestingsbeleid. Ik zal bij de beantwoording hierna eerst ingaan op de algemene uitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten en daarna op hetgeen mij bekend is over het in Someren spelende geval bij het bedrijf voor aspergeteelt.

De huisvesting van arbeidsmigranten

Voor de huisvesting van arbeidsmigranten gelden dezelfde eisen als voor de huisvesting van Nederlandse burgers in gelijke omstandigheden. Dezelfde regelgeving is van toepassing waar het essentiële zaken betreft als brandveiligheid en hygiëne. De bouwtechnische eisen zijn voor Nederland uniform vastgelegd in het Bouwbesluit, het Gebruiksbesluit en dergelijke. Ook voor wat betreft het tegengaan van overbewoning en overlast gelden geen andere regels voor arbeidsmigranten.

Wat wel verschilt zijn de omstandigheden waaronder de arbeidsmigranten doorgaans in Nederland verblijven, en daarmee samenhangend de vormen van huisvesting die door arbeidsmigranten zelf worden gekozen of aan hen worden aangeboden. Voor een deel van de arbeidsmigranten is hun verblijf in Nederland van korte duur, zoals het geval is wanneer het om seizoenswerk gaat. Ook de eisen die arbeidsmigranten zelf stellen aan hun huisvesting zijn vaak anders, waarbij bijvoorbeeld voor hen een lagere prijs vaak opweegt tegen het met meer mensen moeten delen van hun huisvesting.

Rekening houdend met deze verschillen gaat het erom om huisvestingsoplossingen te vinden die recht doen aan de individuele omstandigheden

van de arbeidsmigrant en aan de eisen die de woonomgeving stelt. Een algemene stelregel daarbij is dat de huisvesting niet ten koste mag gaan van de veiligheid en gezondheid van de arbeidsmigrant, en dat de huisvesting geen overlast oplevert voor de directe buren en de omgeving in ruimer verband. Het gaat om maatwerk, waarbij de oplossing van geval tot geval zal verschillen. Zo ligt het in de rede wanneer arbeidsmigranten langer in Nederland verblijven en hun gezin naar Nederland halen dat ze wonen in een zelfstandige, niet met anderen gedeelde woning, die kinderen veiligheid biedt en de rust om hun werk voor school te kunnen doen. Aan de andere kant ligt het niet in de rede om zelfstandige huisvesting als norm te stellen waar het gaat om kortdurend verblijf. Daarbij zijn bepaalde vormen van huisvesting niet bij voorbaat uitgesloten, afhankelijk van de situatie en mits voldoend aan de regelgeving. Het huisvesten in een tent verdient niet de voorkeur, maar kan in uitzonderingsgevallen een oplossing zijn. Dat kan het geval zijn wanneer op korte termijn huisvesting nodig is die niet op andere wijze kan worden gerealiseerd, en die niet bedoeld is voor een langere periode. Als geen geschikte huisvesting in een redelijke nabijheid kan worden gevonden, kan dat het verlies van arbeid voor de migrant betekenen (en van productie voor het bedrijf). Het in alle omstandigheden uitsluiten van deze vorm van huisvesting beperkt de flexibiliteit, waar juist de arbeidsmigranten de dupe van kunnen zijn, en is daarom niet wenselijk. En overigens kan, wanneer arbeidsmigranten er zelf voor kiezen om te kamperen, daar geen bezwaar tegen worden gemaakt.

Het beleid van de overheid is er op gericht om te komen tot structurele oplossingen op het gebied van de huisvesting, ook wanneer het gaat om tijdelijk verblijf van de arbeidsmigranten. Daarbij wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van de direct betrokkenen: de arbeidsmigranten zelf, de werkgevers en de gemeenten. Gevallen als die in Someren halen het nieuws, maar er is in de loop van de jaren ook vooruitgang geboekt. Het is bekend dat arbeidsmigranten naarmate ze langer in Nederland verblijven op zoek gaan naar betere vormen van huisvesting, en dat ze daarvoor ook bereid zijn om meer te betalen. Ook worden in collectieve arbeidsovereenkomsten steeds vaker afspraken gemaakt over huisvestingseisen.

Verder valt waar te nemen dat gemeenten in overleg treden met woningcorporaties om huisvestingsoplossingen te vinden. Zo worden soms woningen in herstructureringsgebieden tijdelijk aan arbeidsmigranten aangeboden, zodat deze woningen niet leegstaan. In die gevallen is de huisvesting van arbeidsmigranten in plaats van een probleem voor de leefbaarheid juist een oplossing, een reden temeer om flexibiliteit in de huisvestingsmogelijkheden te behouden.

Uiteindelijk is het aan de gemeente om te beoordelen of de huisvesting van arbeidsmigranten voldoet, zowel aan de eisen die wet- en regelgeving stellen, alsook met het oog op het belang van de direct betrokkenen en de buurt.

Vanuit de VROM-Inspectie wordt daarbij ondersteuning aangeboden, onder meer in de vorm van de handreiking «Ruimte voor arbeidsmigranten». Deze bevat onder meer een staalkaart aan huisvestingsoplossingen.

De casus van het aspergebedrijf in Someren

De op verschillende terreinen onbevredigende situatie bij het asperge-bedrijf in Someren kent een geschiedenis van jaren en is reeds met uw Kamer besproken. Nu gaat het om de omstandigheden die hebben geleid tot de huisvesting in tenten van de daar werkzame arbeidsmigranten. Puntsgewijs samengevat is mij het volgende bekend op basis van infor-

matie verzameld door de VROM-Inspectie in het kader van het tweedelijns toezicht.

Bij een controle door de gemeente op 24 april 2009 wordt geconstateerd dat er mensen gehuisvest zijn in een bedrijfsgebouw van het bedoelde aspergebedrijf terwijl het gebouw niet voldoet aan de eisen van de brandveiligheid. Omdat de eerder met de eigenaresse gemaakte afspraken over bouwkundige aanpassingen met het oog op het waarborgen van de brandveiligheid niet worden nagekomen, schrijft de gemeente Someren bij besluit van 28 april 2009 de eigenaresse om vóór 1 mei 12 uur alle kamers op de eerste verdieping van het bedrijfsgebouw waarin arbeidsmigranten verblijven te ontruimen en ontruimd te houden, totdat sprake is van een situatie waarin brandveilige huisvesting mogelijk is. De eigenaresse tekent hier bezwaar tegen aan en vraagt een voorlopige voorziening bij de voorzieningen-rechter. Bij uitspraak van 13 mei 2009 heeft de rechtbank het verzoek van de eigenaresse afgewezen. Gelet op de door de rechtbank opgelegde redelijke termijn van ontruiming, wordt het pand op 15 mei om 12:00 uur door de gemeente ontruimd en verzegeld. Omdat het seizoen van de aspergeteelt in de tweede helft van juni ten einde ging lopen en een groot deel van arbeidsmigranten besloten had terug te keren naar hun vaderland, geeft de gemeente op verzoek van de eigenaresse toestemming om de nog aanwezige arbeidsmigranten te huisvesten in tenten op het perceel. Daarbij wordt uitvoerig en stelselmatig door de gemeente gecontroleerd op de brandveiligheid en de humane huisvesting van de arbeidsmigranten.

Lopende het aspergeseizoen heeft het aspergebedrijf nieuwe tewerkstellingsvergunningen aangevraagd. Het UWV heeft deze aanvragen aanvankelijk geweigerd, omdat op dat moment onvoldoende tenten beschikbaar waren voor het aantal te huisvesten werknemers. Pas na controle van de gemeente heeft het UWV het aspergebedrijf de tewerkstellingsvergunningen verleend.

De gemeente heeft de huisvesting in tenten toegestaan met medeweging van de belangen van de arbeidsmigranten en de korte periode van verblijf die daarmee is gemoeid. De gemeente heeft daarbij gecontroleerd op de brandveiligheid en toegezien op humane huisvesting. Gegeven deze omstandigheden is huisvesting in tenten naar mijn oordeel verdedigbaar.

Conclusie

De huisvesting van arbeidsmigranten is maatwerk, waarbij rekening moet worden gehouden met de specifieke omstandigheden van de arbeidsmigranten. Gegeven de tijdelijkheid van het verblijf in Nederland van veel arbeidsmigranten ligt het voor de hand dat gebruik wordt gemaakt van vormen van tijdelijke huisvesting. De huisvesting in tenten heeft daarbij zeker niet de voorkeur, maar kan in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk zijn, en moet om die reden mogelijk blijven. Aan de wettelijke eisen ten aanzien van (brand)veiligheid, hygiëne en overlast moet te allen tijde zijn voldaan.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie, E. E. van der laan

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie