Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautair macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's - Compromisvoorstel van het voorzitterschap

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

________________________    van/LEP/sv  1  DGG I  NL  

2009/0140 (COD)    Voorstel voor een  VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  betreffende communautair macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en tot  oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's  1 ,  2 ,  3 ,  4 ,  PB C [...] van [...], blz. [...].  Besluit XXXX  PB C [...] van [...], blz. [...].  PB C [...] van [...], blz. [...].    van/LEP/sv  2  DGG I  NL  

De financiële crisis heeft grote tekortkomingen aan het licht gebracht in het financieel  toezicht, dat er niet in geslaagd is de ongunstige macroprudentiële ontwikkelingen te  voorzien en de accumulatie van buitensporige risico's in de financiële sector te voorkomen,  en heeft in het bijzonder de zwakke punten van het bestaande macroprudentiële toezicht  aangetoond.  In november 2008 heeft de Commissie een groep op hoog niveau onder voorzitterschap van  de heer Jacques de Larosière (de "groep de Larosière") opdracht gegeven aanbevelingen te  doen over de wijze waarop de Europese toezichtregelingen kunnen worden versterkt  teneinde EU-burgers beter te beschermen en het vertrouwen in het financiële stelsel te  herstellen.  In zijn op 25 februari 2009 gepresenteerde eindrapport heeft de groep de Larosière onder  meer aanbevolen een orgaan op Gemeenschapsniveau op te richten dat belast is met het  toezicht op het risico in het financiële stelsel als geheel.  In haar mededeling met als titel "Op weg naar Europees herstel" van 4 maart 2009 1  heeft de  Commissie zich verheugd getoond over deze aanbevelingen van de groep de Larosière en de  strekking ervan grotendeels onderschreven. Op zijn bijeenkomst van 19 en 20 maart 2009  heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over de noodzaak de regulering van en het  toezicht op financiële instellingen binnen de EU te verbeteren en het rapport van de groep de  Larosière als uitgangspunt voor te nemen maatregelen te hanteren.  In haar mededeling met als titel "Europees financieel toezicht" van 27 mei 2009 2  beschrijft  de Commissie een reeks hervormingen van de huidige regelingen voor het waarborgen van  de financiële stabiliteit op EU-niveau, met name de oprichting van een Europees Comité  voor systeemrisico's (ECSR), dat verantwoordelijk is voor macroprudentieel toezicht. De  Raad van 9 juni 2009  COM(2009) 114.  COM(2009) 252.    van/LEP/sv  3  DGG I  NL  

en de Europese Raad van 18 en 19 juni hebben het standpunt van de Commissie onder schreven en hebben zich verheugd getoond over het voornemen van de Commissie om met  wetsvoorstellen te komen zodat het nieuwe kader in de loop van 2010 in werking kan treden.  In overeenstemming met het standpunt van de Commissie concludeerde de Raad onder meer  dat "de ECB de ESRB analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning  dient te verlenen en daarbij ook dient te putten uit technisch advies van de nationale centrale  banken en toezichthouders".  In de huidige Gemeenschapsregelingen wordt te weinig aandacht besteed aan macro prudentieel toezicht en aan verbanden tussen ontwikkelingen in de bredere macro economische context en het financiële stelsel. De verantwoordelijkheid voor macro prudentiële analyse blijft versnipperd en berust bij diverse instanties op verschillende  niveaus, zonder dat er een mechanisme bestaat dat ervoor zorgt dat macroprudentiële  risico's op afdoende wijze in kaart worden gebracht, en dat er duidelijke waarschuwingen en  aanbevelingen worden gegeven, die niet zonder gevolg blijven en in maatregelen worden  omgezet.  De Gemeenschap heeft behoefte aan een specifiek orgaan dat verantwoordelijk is voor  macroprudentieel toezicht op het Europese financiële stelsel als geheel, dat de risico's voor  financiële stabiliteit in kaart brengt en dat, indien nodig, risicowaarschuwingen laat uitgaan  en maatregelen voor de aanpak van die risico's aanbeveelt. Daarom moet een Europees  Comité voor systeemrisico's worden opgericht als een nieuw, onafhankelijk orgaan dat alle  financiële sectoren en garantiestelsels bestrijkt. Het dient verantwoordelijk te zijn voor  macroprudentieel toezicht op Europees niveau, en dient geen rechtspersoonlijkheid te  bezitten.  technisch comité te bestaan. Bij de oprichting van het raadgevend technisch comité dient  rekening te worden gehouden met de bestaande structuren, teneinde doublures te vermijden.    van/LEP/sv  4  DGG I  NL  

Het ECSR moet waarschuwingen geven en, indien het zulks nodig acht, aanbevelingen doen  die van algemene aard zijn en op de Gemeenschap als geheel, individuele lidstaten of  groepen van lidstaten betrekking hebben, met een welbepaalde termijn voor een beleids reactie.  Om het gewicht en de legitimiteit ervan te vergroten, moeten dergelijke waarschuwingen en  aanbevelingen ook worden gedaan aan de Raad en, indien nodig, aan de bij Verordening  (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Europese Bankautoriteit 1 ,  aan de bij Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad opgerichte  Europese Autoriteit voor effecten en markten 2  en aan de bij Verordening (EG) nr. .../... van  het Europees Parlement en de Raad opgerichte Europese Autoriteit voor verzekeringen en  bedrijfspensioenen 3 . De beraadslagingen van de Raad moeten worden voorbereid door het  Economisch en Financieel Comité (EFC), overeenkomstig zijn in het Verdrag omschreven  rol.  Om de besprekingen van de Raad voor te bereiden en tijdig beleidsadvies aan de Raad  te verstrekken, moet het EFC regelmatig en in een vroeg stadium worden geïnformeerd, en  moet het de teksten van waarschuwingen en aanbevelingen ontvangen zodra die zijn  aangenomen.  Om ervoor te zorgen dat daadwerkelijk gevolg wordt gegeven aan zijn waarschuwingen en  aanbevelingen, moet het ECSR tevens toezicht houden op de naleving van zijn  aanbevelingen, op basis van verslagen van degenen tot wie zijn aanbevelingen zijn gericht.  Deze moeten daaraan gevolg geven, en een passende motivering verstrekken ingeval geen  actie wordt ondernomen (het "pas toe of leg uit"-mechanisme). Indien het ECSR de reactie  ontoereikend vindt, stelt het degenen tot wie aanbevelingen zijn gericht, de Raad en, in  voorkomend geval, de betrokken Europese toezichthoudende autoriteiten daarvan in kennis.  Bij het praktische verloop van deze processen dient de rol van het EFC ten volle in  aanmerking te worden genomen.  PB L [...] van [...], blz. [...].   PB L [...] van [...], blz. [...].   PB L [...] van [...], blz. [...].     van/LEP/sv  5  DGG I  NL  

Het ECSR moet per geval, en na de Raad te hebben geraadpleegd, uitmaken of een  aanbeveling vertrouwelijk moet blijven dan wel openbaar moet worden gemaakt, rekening  houdende met het feit dat openbaarmaking in bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot  het opvolgen van de aanbevelingen.   Het ECSR brengt ten minste tweemaal per jaar verslag uit aan het Europees Parlement en  aan de Raad, en vaker in geval van wijdverspreide financiële onrust. Waar passend zou de  Raad het ECSR kunnen verzoeken specifieke kwesties betreffende financiële stabiliteit te  onderzoeken.  Vanwege hun expertise en hun bestaande verantwoordelijkheden op het gebied van  financiële stabiliteit moeten de ECB en de nationale centrale banken een hoofdrol spelen in  het macroprudentiële toezicht. Nationale toezichthouders moeten worden betrokken in die  zin dat zij hun specifieke deskundigheid ter beschikking kunnen stellen. Het is van  essentieel belang dat de microprudentiële toezichthouders deelnemen aan de werkzaam heden van het ECSR om ervoor te zorgen dat de beoordeling van het macroprudentiële  risico gebaseerd is op volledige en accurate informatie over ontwikkelingen in het financiële  stelsel. Daarom moeten de voorzitters van de Europese toezichthoudende autoriteiten  stemgerechtigde leden zijn, terwijl één nationale toezichthouder per lidstaat moet deelnemen  als niet-stemgerechtigd lid.  De deelname van een lid van de Commissie zal helpen een verband te leggen met het  macro-economische en financiële toezicht van de Gemeenschap, terwijl de aanwezigheid  van de voorzitter van het EFC de rol zal weerspiegelen die ministeries van Financiën en de  Raad spelen in het handhaven van de financiële stabiliteit en in het uitoefenen van  economisch en financieel toezicht.  Het is van essentieel belang dat de leden van het ECSR hun taken op onpartijdige wijze  vervullen en alleen de financiële stabiliteit van de Europese Unie als geheel voor ogen  hebben. Stemmingen over waarschuwingen en aanbevelingen binnen het ECSR mogen niet  worden gewogen en besluiten moeten in de regel met een gewone meerderheid worden  genomen.    van/LEP/sv  6  DGG I  NL  

De onderlinge vervlechting van financiële instellingen en markten houdt in dat bij het  opsporen en beoordelen van mogelijke systeemrisico's moet worden uitgegaan van een  uitgebreide reeks relevante macro-economische en microfinanciële gegevens en indicatoren.  Het ECSR moet daarom toegang hebben tot alle nodige informatie voor het vervullen van  zijn taken, waarbij de vereiste vertrouwelijkheid van deze gegevens in acht wordt genomen.  De in deze verordening vervatte maatregelen voor het vergaren van informatie zijn  nodig voor het vervullen van de taken van het ECSR, en mogen geen afbreuk doen aan het  wettelijk kader van het Europees statistisch systeem (ESS) en het Europees Stelsel van  centrale banken (ESCB) op het gebied van statistieken. Deze verordening laat derhalve  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009  betreffende de Europese Statistiek en Verordening (EG) nr. 2533/1998 van de Raad van  32 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de  Europese Centrale Bank onverlet.   Marktdeelnemers kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het inzicht in de  ontwikkelingen in het financiële stelsel. In voorkomend geval moet het ECSR daarom  belanghebbenden uit de particuliere sector, zoals vertegenwoordigers van de financiële  sector, consumentenorganisaties en door de Commissie of op grond van Gemeenschaps wetgeving opgerichte gebruikersgroepen op het gebied van financiële diensten raadplegen  en hun een eerlijke kans geven om hun standpunt te vertolken.  Gelet op de integratie van de internationale financiële markten op internationaal niveau en  het besmettingsrisico van financiële crises moet het ECSR voor coördinatie zorgen met het  Internationaal Monetair Fonds en de recent opgerichte Raad voor financiële stabiliteit, die  geacht worden vroegtijdige waarschuwingen te geven in verband met macroprudentiële  risico's op mondiaal niveau.    van/LEP/sv  7  DGG I  NL  

De oprichting van het ECSR moet rechtstreeks bijdragen tot het verwezenlijken van de  doelstellingen van de interne markt. Het communautair macroprudentieel toezicht op het  financiële stelsel zou integrerend deel moeten uitmaken van de overwegend nieuwe  toezichtsregelingen in de Gemeenschap, aangezien het macroprudentiële aspect nauw  verbonden is met de aan de Europese toezichthoudende autoriteiten toegewezen micro prudentiële toezichthoudende taken. Alleen regelingen die recht doen aan de onderlinge  samenhang tussen micro- en macroprudentiële risico's kunnen ervoor zorgen dat alle  belanghebbenden voldoende vertrouwen hebben om grensoverschrijdende financiële  activiteiten te ontplooien. Het ECSR wordt belast met het toezicht op en de beoordeling van  risico's voor de financiële stabiliteit die voortvloeien uit ontwikkelingen waarvan effecten  kunnen uitgaan op het niveau van de sector of op het niveau van het financiële stelsel in zijn  geheel. Door dergelijke risico's aan te pakken moet het ECSR rechtstreeks bijdragen tot een  geïntegreerde communautaire toezichtstructuur, die noodzakelijk is om tijdige en consistente  beleidsreacties van de lidstaten in de hand te werken en op die manier uiteenlopende  benaderingen te voorkomen en aldus de werking van de interne markt te verbeteren.  Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in zijn arrest van 2 mei  2006 in zaak C-217/04 (Verenigd Koninkrijk/Europees Parlement en Raad) 1  erkend dat  artikel 95 van het EG-Verdrag betreffende de vaststelling van maatregelen inzake de  onderlinge aanpassing van wetgeving met betrekking tot de instelling en de werking van de  interne markt een juiste rechtsgrondslag biedt voor de oprichting van een communautair  orgaan om bij te dragen aan de verwezenlijking van een harmonisatieproces, wanneer de aan  een dergelijk orgaan toevertrouwde taken nauw aanknopen bij de materies die voorwerp zijn  van handelingen van onderlinge aanpassing van nationale wetgevingen. Het ECSR draagt bij  tot de financiële stabiliteit die nodig is voor de verdere financiële integratie op de interne  markt door toezicht uit te oefenen op systeemrisico's en, waar passend, waarschuwingen en  aanbevelingen te geven. Deze taken hangen nauw samen met de doelstellingen van de  Gemeenschapswetgeving betreffende de interne markt voor financiële diensten. Het ECSR  dient derhalve te worden opgericht op basis van artikel 95 van het Verdrag.  Punt 44, nog niet bekendgemaakt.       van/LEP/sv  8  DGG I  NL  

Aangezien vanwege de integratie van de Europese financiële markten een effectief  macroprudentieel toezicht op het communautaire financiële stelsel niet op toereikende wijze  door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in  artikel 5 van het Verdrag vastgelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen.  Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze  verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,    van/LEP/sv  9  DGG I  NL  

H OOFDSTUK  I  A LGEMENE BEPALINGEN   Artikel 1  Oprichting  Artikel 2  Definities  a)  "financiële instelling": een onderneming die wordt beheerst door de wetgeving  bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening [(EG) nr. xx/2009 (EBA)], Verordening  [(EG) nr. xx/2009 (EAEM)], en Verordening [(EG) nr. xx/2009 (EAVB)], alsook elke  andere onderneming of entiteit in de Gemeenschap met een soortgelijke  hoofdactiviteit;  b)  "financieel stelsel": alle financiële instellingen, financiële markten en financiële  marktinfrastructuren.    van/LEP/sv  10  DGG I  NL  

  Artikel 3  Opdracht, doelstellingen en taken  Het ECSR is verantwoordelijk voor het macroprudentiële toezicht op het financiële stelsel  in de Gemeenschap teneinde bij te dragen tot het voorkomen of beperken van systeem risico's voor de financiële stabiliteit in de EU die voortvloeien uit ontwikkelingen binnen  het financiële stelsel, waarbij rekening moet worden gehouden met macro-economische  ontwikkelingen, zodat perioden van wijdverbreide financiële onrust worden voorkomen en  wordt bijgedragen tot een soepele werking van de interne markt.   Voor de toepassing van lid 1 vervult het ECSR, zonder afbreuk te doen aan de rol en de  verantwoordelijkheden van bestaande organen, de volgende taken:  a)  bepalen en/of vergaren, en analyseren van alle informatie die van belang en nodig is  voor de in lid 1 beschreven opdracht;  b)  in kaart brengen en prioriteren van de in lid 1 beschreven systeemrisico's;  c)  waarschuwingen geven ingeval dergelijke systeemrisico's significant lijken;  d)  aanbevelingen doen voor het nemen van corrigerende maatregelen in reactie op  onderkende risico's;  e)  monitoren van de follow-up van waarschuwingen en aanbevelingen;    van/LEP/sv  11  DGG I  NL  

  • f) 
    nauw samenwerken met het Europees Systeem van Financiële Toezichthouders, en de  Europese toezichthoudende autoriteiten voorzien van de informatie over risico's die zij  nodig hebben voor het vervullen van hun taken;  g)  voor coördinatie zorgen met internationale instellingen, in het bijzonder het  Internationaal Monetair fonds en de Raad voor financiële stabiliteit, alsook met de  bevoegde organen in derde landen, in aan het macroprudentiële toezicht gerelateerde  aangelegenheden;  h)  andere daarmee verband houdende taken uitvoeren, zoals bepaald in de Gemeenschaps wetgeving.  H OOFDSTUK  II  O RGANISATIE   Artikel 4  Structuur  Het ECSR bestaat uit een algemene raad, een stuurcomité, een secretariaat en een raad gevend technisch comité.  De algemene raad neemt de besluiten die nodig zijn om te garanderen dat de aan het ECSR  toevertrouwde taken worden vervuld.  Het stuurcomité ondersteunt het besluitvormingsproces van het ECSR door de  vergaderingen van de algemene raad voor te bereiden en de te bespreken documenten door  te nemen, en de voortgang van de lopende werkzaamheden van het ECSR te volgen.     van/LEP/sv  12  DGG I  NL  

Overeenkomstig Besluit XXXX/EG/2009 van de Raad 1  verleent het secretariaat  analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning aan het ECSR onder  leiding van de voorzitter van de algemene raad en het stuurcomité. Voor zijn analyses doet  het secretariaat een beroep op technisch advies van de nationale centrale banken en  nationale toezichthoudende autoriteiten.  Het ECSR wordt ondersteund door het in artikel 12 bedoelde raadgevend technisch comité,  dat advies en bijstand verleent inzake technische aangelegenheden die van belang zijn voor  de werkzaamheden van het ECSR.  Artikel 5  Voorzitterschap  De voorzitter van het ECSR wordt voor een termijn van vijf jaar verkozen door en uit de  leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de ECB. De  vice-voorzitter wordt voor een termijn van vijf jaar verkozen door en uit de stem gerechtigde leden van het ECSR  De voorzitter en de vice-voorzitter kunnen slechts  eenmaal worden herkozen.  De voorzitter zit de vergaderingen van de algemene raad en van het stuurcomité voor.  Als de voorzitter een vergadering niet kan bijwonen, zit de vice-voorzitter de  vergaderingen van de algemene raad en/of van het stuurcomité voor.  Als de ambtstermijn van de leden van de Algemene Raad van de ECB die als voorzitter of  als vice-voorzitter zijn verkozen, verstrijkt vóór het einde van de termijn van vijf jaar, of  als de voorzitter of vice-voorzitter om welke reden ook zijn taken niet kan vervullen, wordt  overeenkomstig lid 1 een nieuwe voorzitter of vice-voorzitter verkozen.  PB L [...] van [...], blz. [...].    van/LEP/sv  13  DGG I  NL  

De voorzitter vertegenwoordigt het ECSR naar buiten toe.  Artikel 6  Algemene raad  De stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:  a) de president van de ECB of, indien hij of zij tot voorzitter van het ECSR wordt  verkozen, de vice-president van de ECB;  b) de presidenten van de nationale centrale banken; indien een president van een nationale  centrale bank wordt verkozen tot voorzitter van het ECSR, een vice-president van die  nationale centrale bank; indien een president van een nationale centrale bank wordt  verkozen tot vice-voorzitter van het ECSR, een vice-president van die nationale centrale  bank;  c) een lid van de Europese Commissie;  d) de voorzitter van de Europese Bankautoriteit;  e) de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;  f) de voorzitter van de Europese Autoriteit voor effecten en markten.  De niet-stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:  a) een vertegenwoordiger per lidstaat op hoog niveau van de bevoegde nationale toezicht houdende autoriteiten, overeenkomstig lid 3;  b) de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité.    van/LEP/sv  14  DGG I  NL  

  Wat de vertegenwoordiging van de nationale toezichthoudende autoriteiten betreft,  wisselen de respectieve vertegenwoordigers op hoog niveau elkaar af naar gelang van het  te bespreken onderwerp, tenzij de nationale toezichthoudende autoriteiten een  gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen.  De algemene raad stelt het reglement van orde van het ECSR vast.   Artikel 7  Onpartijdigheid  Bij hun deelname aan de activiteiten van de algemene raad en van het stuurcomité of bij  het verrichten van andere met het ECSR verband houdende werkzaamheden vervullen de  leden van het ECSR hun taken op onpartijdige wijze en uitsluitend in het belang van de  Gemeenschap in haar geheel. Zij vragen noch aanvaarden instructies van lidstaten,  communautaire instellingen of andere publieke of private organen.  Lidstaten, communautaire instellingen of andere publieke of private organen doen geen  pogingen invloed uit te oefenen op de leden bij het vervullen van hun met het ECSR  verband houdende taken.  Artikel 8  Beroepsgeheim  Leden van de algemene raad van het ECSR en andere personen die voor of in verband met  het ECSR werkzaamheden verrichten of hebben verricht (onder meer het desbetreffende  personeel van de centrale banken, het raadgevend technisch comité, de ETA's en de  bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten), zijn gehouden zelfs na  afloop van hun functie informatie die onder het beroepsgeheim valt, niet openbaar te  maken.    van/LEP/sv  15  DGG I  NL  

Door leden van het ECSR verkregen informatie mag alleen tijdens de uitoefening van de in  artikel 3, lid 2, bedoelde taken worden gebruikt.  Onverminderd artikel 16 en de toepassing van het strafrecht, mogen vertrouwelijke  gegevens waarvan de in lid 1 bedoelde personen beroepshalve kennis krijgen, aan geen  enkele persoon of autoriteit worden vrijgegeven, behalve in een samengevatte of  geaggregeerde vorm, zodat individuele financiële instellingen niet kunnen worden  geïdentificeerd.  Het ECSR stelt, samen met de Europese toezichthoudende autoriteiten, specifieke  vertrouwelijkheidsprocedures vast en voert deze in, teneinde informatie betreffende  individuele financiële instellingen of informatie waarbij individuele financiële instellingen  kunnen worden geïdentificeerd, te beveiligen.  Artikel 9  Vergaderingen van de algemene raad  Gewone plenaire vergaderingen van de algemene raad worden door de voorzitter van de  algemene raad bijeengeroepen en hebben ten minste vier maal per jaar plaats.  Buitengewone vergaderingen kunnen worden bijeengeroepen op initiatief van de voorzitter  van de algemene raad, of op verzoek van ten minste een derde van de stemgerechtigde  leden.  Elk lid is persoonlijk op de vergaderingen van de algemene raad aanwezig en mag niet  worden vertegenwoordigd.  In afwijking van lid 2 mag een lid dat gedurende een periode van ten minste drie maanden  de vergaderingen niet kan bijwonen, een vervanger aanwijzen. Dat lid mag ook worden  vervangen door een persoon die formeel is aangesteld overeenkomstig de voor de  desbetreffende instelling geldende regels aangaande het tijdelijk vervangen van  vertegenwoordigers.    van/LEP/sv  16  DGG I  NL  

De besprekingen van de vergaderingen zijn vertrouwelijk.  Artikel 10  Stemregelingen voor de algemene raad  De stemgerechtigde leden van de algemene raad hebben elk één stem.  Zonder afbreuk te doen aan de stemprocedures in artikel 16, lid 5, en artikel 18, lid 1,  neemt de algemene raad zijn besluiten met een gewone meerderheid van de aanwezige  stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.  Voor elke stemming in de algemene raad is een quorum van tweederde van de stem gerechtigde leden vereist. Indien het quorum niet bereikt is, kan de voorzitter een  buitengewone vergadering bijeenroepen waarin besluiten kunnen worden genomen met  een quorum van een derde van de stemgerechtigde leden. Het reglement van orde bevat  een passende kennisgeving voor het bijeenroepen van een buitengewone vergadering.  Artikel 11  Stuurcomité  Het stuurcomité bestaat uit de volgende leden:  a) de voorzitter van het ECSR;  b) de vice-voorzitter van het ECSR;  c) [vijf] andere leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de  ECB. [Drie van die leden komt uit een lidstaat die tot de eurozone behoort, en twee andere  uit een lidstaat die niet tot de eurozone behoort.] Zij worden voor een termijn van twee jaar  verkozen onder de leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van  de ECB;    van/LEP/sv  17  DGG I  NL  

  • d) 
    een lid van de Europese Commissie;  e) de voorzitter van de Europese Bankautoriteit;  f) de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;  f) de voorzitter van de Europese Autoriteit voor effecten en markten;  h) de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité.  Elke vacature voor een verkozen lid van het stuurcomité wordt vervuld via verkiezing van  een nieuw lid door de algemene raad.  De vergaderingen van het stuurcomité worden door de voorzitter ten minste één keer per  kwartaal bijeengeroepen, vóór elke vergadering van de algemene raad. De voorzitter kan  ook ad-hocvergaderingen bijeenroepen.  Artikel 12  Raadgevend technisch comité  Het raadgevend technisch comité bestaat uit de volgende leden:  a)  een vertegenwoordiger van elke nationale centrale bank en een vertegenwoordiger van  de ECB;  b)  een vertegenwoordiger per lidstaat van de bevoegde nationale toezichthoudende  autoriteit;  c)  een vertegenwoordiger van de Europese Bankautoriteit;  d)  een vertegenwoordiger van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en  bedrijfspensioenen;  e)  een vertegenwoordiger van de Europese Autoriteit voor effecten en markten;  f)  twee vertegenwoordigers van de Commissie;  g)  een vertegenwoordiger van het Economisch en Financieel Comité.    van/LEP/sv  18  DGG I  NL  

  De toezichthoudende autoriteiten van elke lidstaat kiezen één vertegenwoordiger in het  comité. Wat de vertegenwoordiging van de nationale toezichthoudende autoriteiten betreft,  wisselen de respectieve vertegenwoordigers op hoog niveau elkaar af naar gelang van het  te bespreken onderwerp, tenzij de nationale toezichthoudende autoriteiten een  gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen.  De voorzitter van het raadgevend technisch comité wordt op voorstel van de voorzitter van  de algemene raad door de algemene raad aangesteld.  Het comité vervult de in artikel 4, lid 5, genoemde taken op verzoek van de voorzitter van  de algemene raad.  Het secretariaat van het ECSR ondersteunt de werkzaamheden van het raadgevend  technisch comité, en het hoofd van het secretariaat neemt aan de vergaderingen deel.  Artikel 12 bis  Onder de in lid 2 gestelde voorwaarden mogen autoriteiten van EER-landen deelnemen aan  de werkzaamheden van het ECSR.   Op basis van de desbetreffende bepalingen van de EER-Overeenkomst worden regelingen  getroffen over met name de aard, de omvang en de procedurele aspecten van de  betrokkenheid van deze landen bij de werkzaamheden van het ECSR. Deze regelingen  kunnen voorzien in vertegenwoordiging, op ad-hocbasis, als waarnemer, bij de algemene  raad en bij het raadgevend technisch comité, maar moeten ervoor zorgen dat deze landen  niet deelnemen aan besprekingen met betrekking tot individuele financiële markt deelnemers, behalve in gevallen waarbij zij rechtstreeks belang hebben.    van/LEP/sv  19  DGG I  NL  

Artikel 13  Andere bronnen van advies  Artikel 14  Geschrapt.  H OOFDSTUK  III  T AKEN   Artikel 15  Vergaring en uitwisseling van informatie  Het ECSR voorziet de Europese toezichthoudende autoriteiten van de informatie over  systeemrisico's die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken.  Overeenkomstig de communautaire wetgeving werken de Europese toezichthoudende  autoriteiten, het ESCB, de Commissie, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de  nationale statistische autoriteiten nauw met het ECSR samen en verstrekken zij alle nodige  informatie voor het vervullen van zijn taken.  [Onverminderd artikel 21, lid 2, van de Verordeningen tot oprichting van de EBA, de  EAEM, en de EAVB] mag het ECSR de Europese toezichthoudende autoriteiten om  informatie vragen, in de regel in samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat de  individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd. Indien die  informatie voor het ECSR niet voldoende is om zijn taken te vervullen, mag het ECSR de  Europese toezichthoudende autoriteiten een met redenen omkleed verzoek sturen om  gegevens in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm.    van/LEP/sv  20  DGG I  NL  

Alvorens overeenkomstig dit artikel om informatie te verzoeken, gaat het ECSR eerst na  welke bestaande statistieken reeds door het Europees statistisch systeem en door het ESCB  zijn opgesteld, verspreid en ontwikkeld.  Als deze autoriteiten niet over de gevraagde gegevens beschikken of als deze niet tijdig  beschikbaar worden gesteld, mag het ECSR de gegevens opvragen bij het ESCB, de  nationale toezichthoudende autoriteiten of de nationale statistische autoriteiten. Als deze  autoriteiten niet over de gegevens beschikken, kan het ECSR de betrokken lidstaat om de  gegevens verzoeken.  moet in het met redenen omklede verzoek worden uitgelegd waarom gegevens over de  desbetreffende individuele financiële instelling systeemrelevant en noodzakelijk worden  geacht in het licht van de bestaande marktsituatie.     Lid 4 geschrapt  Vóór elk verzoek om informatie in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm,  raadpleegt het ECSR de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit om zeker te zijn  dat het verzoek gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de bevoegde Europese toezicht houdende autoriteit het verzoek niet als gerechtvaardigd en evenredig beschouwt, stuurt zij  het verzoek onverwijld terug naar het ECSR en vraagt zij om een aanvullende motivering.   Nadat het ECSR de aanvullende motivering heeft verstrekt aan de bevoegde Europese  toezichthoudende autoriteit, worden de gevraagde gegevens aan het ECSR toegezonden  door degene tot wie het verzoek is gericht, mits deze rechtmatige toegang heeft tot de  betreffende gegegevens.   Artikel 16  Waarschuwingen en aanbevelingen  Indien er significante risico's zijn voor de verwezenlijking van het in artikel 3, lid 1,  genoemde doel, geeft het ECSR waarschuwingen en doet het indien nodig aanbevelingen  voor het nemen van corrigerende maatregelen, waaronder, waar passend,  wetgevingsinitiatieven.    van/LEP/sv  21  DGG I  NL  

De waarschuwingen en aanbevelingen die het ECSR overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder  c) en d), geeft, kunnen van algemene of specifieke aard zijn; zij worden gericht tot de  Gemeenschap in haar geheel of tot een of meer lidstaten, een of meer Europese toezicht houdende autoriteiten, of een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten. Indien een  waarschuwing of aanbeveling tot een of meer toezichthoudende autoriteiten is gericht,  wordt de desbetreffende lidstaat daarvan op de hoogte gebracht. Bij aanbevelingen wordt  een welbepaalde termijn voor beleidsreactie vermeld. Aanbevelingen kunnen ook tot de  Commissie worden gericht met betrekking tot de desbetreffende communautaire  wetgeving.  De waarschuwingen of aanbevelingen worden, op hetzelfde tijdstip als waarop zij  overeenkomstig lid 2 worden toegezonden aan degenen tot wie ze gericht zijn, tevens  toegezonden aan de Raad en, indien gericht tot een of meer nationale toezichthoudende  autoriteiten, aan de Europese toezichthoudende autoriteiten.  Elk lid van het ECSR kan op elk ogenblik om een stemming verzoeken over een  ontwerp-waarschuwing of -aanbeveling.  In afwijking van artikel 10, lid 2, is een tweederdemeerderheid nodig om een aanbeveling  aan te nemen.  Artikel 17  Follow-up van de aanbevelingen van het ECSR  Indien een in artikel 3, lid 2, onder d), bedoelde aanbeveling is gericht tot de Commissie,  een of meer lidstaten, een of meer Europese toezichthoudende autoriteiten of een of meer  nationale toezichthoudende autoriteiten, delen degenen tot wie de aanbeveling is gericht,  de Raad en het ECSR mee welke maatregelen zij in reactie op de aanbevelingen hebben  genomen en verstrekken zij een passende motivering ingeval geen actie wordt ondernomen  ("pas toe of leg uit"). Indien van toepassing, worden de Europese toezichthoudende  autoriteiten hiervan op de hoogte gebracht.    van/LEP/sv  22  DGG I  NL  

Als het ECSR besluit dat zijn aanbeveling niet is gevolgd en dat degenen tot wie de  aanbeveling is gericht, niet op afdoende wijze hebben uitgelegd waarom zij geen  maatregelen hebben genomen, stelt het degenen tot wie de aanbeveling is gericht, de Raad  en, indien van toepassing, de betrokken Europese toezichthoudende autoriteiten hiervan in  kennis.  Artikel 18  Openbare waarschuwingen en aanbevelingen  De algemene raad van het ECSR beslist per geval, na raadpleging van de Raad, of een  waarschuwing of aanbeveling openbaar moet worden gemaakt. In afwijking van artikel 10,  lid 2, is een tweederdemeerderheid nodig om een waarschuwing of aanbeveling openbaar  te maken. Niettegenstaande artikel 10, lid 3, is een quorum van tweederde vereist voor  beslissingen die overeenkomstig dit lid worden genomen.  Als de algemene raad van het ECSR beslist een waarschuwing of aanbeveling openbaar te  maken, moet hij degene(n) tot wie deze is gericht, hiervan vooraf in kennis stellen.  Als de algemene raad van het ECSR beslist een waarschuwing of aanbeveling niet  openbaar te maken, nemen degene tot wie de waarschuwing of aanbeveling is gericht en,  indien van toepassing, de Raad en de Europese toezichthoudende autoriteiten alle nodige  maatregelen voor de bescherming van het vertrouwelijke karakter ervan.  H OOFDSTUK  IV  S LOTBEPALINGEN     van/LEP/sv  23  DGG I  NL  

Artikel 19  Rapportageverplichtingen  Het ECSR brengt ten minste tweemaal per jaar verslag uit aan het Europees Parlement en  aan de Raad.  Het ECSR onderzoekt op verzoek van de Raad of de Commissie ook specifieke kwesties.   Artikel 20  Evaluatieclausule  Artikel 21  Inwerkingtreding    van/LEP/sv  24  DGG I  NL  

Voor de Raad  De voorzitter  _________________________    van/LEP/sv  25  DGG I  NL  

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie