Aanneming van een verordening van de Raad inzake de bescherming van dieren bij het doden

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Brussel, 23 september 2009 (OR. en)

Interinstitutioneel dossier: 2008/0180 (CNS)

12195/09 ADD 1 REV 2

AGRILEG 130

NOTA I/A-PUNT - ADDENDUM

van: aan:

nr. vorig doc.:

nr. Comv.:

Betreft:

het secretariaat-generaal van de Raad

het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) / de Raad

10723/09 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3

13312/08 + ADD 1 + ADD 2

Aanneming van een verordening van de Raad inzake de bescherming van dieren bij het doden

I. VERKLARING VAN DE DELEGATIES VAN ESTLAND, LETLAND EN ROEMENIË

"Estland, Letland en Roemenië zijn ingenomen met de in de ontwerp-wetgeving vastgelegde dierenwelzijnsbeginselen die, wanneer zij worden uitgevoerd, niet alleen tot een aanzienlijke toename van het dierenwelzijn zullen leiden, maar ook een impuls aan de ontwikkeling van in de slachtsector gebruikte technologieën zullen geven en de concurrentievoorwaarden van de interne markt zullen harmoniseren.

Helaas kunnen wij niet instemmen met de uitbreiding van de gebruikte bedwelmings-methoden tot de slacht voor particulier huishoudelijk verbruik. Wij betwisten niet het algemene beginsel van de bedwelming van dieren vóór de slacht, maar zijn van oordeel dat hiermee te gedetailleerd een gebied wordt gereguleerd dat geen invloed heeft op de interne markt, noch op de handel, waardoor, zonder bijkomende controlemechanismen, administratieve en ook politieke problemen bij de uitvoering van de verordening worden gecreëerd.

12195/09 ADD 1 REV 2

cle/LEP/dm

DG B I

1

NL

Wij vinden dat, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, de meer specifieke regulering van het slachten voor eigen verbruik aan de rechtsbevoegdheid van een lidstaat moet worden overgelaten.

Wij sporen het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad aan hiertoe alles in het werk te stellen."

II. VERKLARING VAN DE DELEGATIES VAN FRANKRIJK EN SPANJE

"Frankrijk en Spanje achten het van essentieel belang dat geïmporteerde producten voldoen aan eisen die vergelijkbaar zijn met, dan wel identiek zijn aan, die welke aan communautaire producten worden gesteld, zowel op het gebied van dierenwelzijn als op veterinair en fytosanitair gebied.

Met name het belang dat door de Europese burgers wordt gehecht aan het dierenwelzijn, en dat blijkt uit het Protocol betreffende de bescherming en het welzijn van dieren dat aan het Verdrag van Amsterdam is gehecht, mag niet ondergraven worden door de invoer van producten waarvan de productiemethoden niet zouden stroken met de criteria waarmee aan die verwachting kan worden voldaan.

Bovendien kunnen invoernormen die minder strikt zijn dan die welke voor de Europese marktdeelnemers gelden voor laatstgenoemden ongunstige concurrentievoorwaarden scheppen, zoals in het op 23 juni 2008 aan de Raad Landbouw voorgelegde memorandum wordt onderstreept. In dit verband vestigen Frankrijk en Spanje de aandacht van de Commissie op de op 18 december 2008 door de Raad aangenomen conclusies over de veiligheid van ingevoerde landbouwproducten en agrovoedingsmiddelen en naleving van de communautaire voorschriften, met name de punten 4.7 en 4.8.

Frankrijk en Spanje zijn ingenomen met de invoeging in deze verordening van een clausule betreffende de invoer en verzoeken de Commissie zich ervan te vergewissen dat de voor uitvoer naar de Europese Unie goedgekeurde instellingen in derde landen aan alle specificaties van de hoofdstukken II en III voldoen. Tevens zijn zij van oordeel dat de verklaring inzake dierenwelzijn betrekking moet hebben op vers vlees en op producten en bereidingen op basis van vlees."

12195/09 ADD 1 REV 2                                                                  cle/LEP/dm                        2

DG B I                                        NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie