COM(2007)51 - Bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

 
Deze Richtlijn is opgesteld door het Directoraat-generaal Milieu (ENV) van de Europese Commissie en op 9 februari 2007 voorgelegd aan de Raad van de Europese Unie en ter medebeslissing aan het Europees Parlement.
Op 19 november 2008 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.
 
 

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Toelichting

Motivering en doel van het voorstel Teneinde een hoog niveau van bescherming van het milieu te garanderen - een doelstelling die is vastgelegd in het EG-Verdrag (artikel 174, lid 2) - moet het toenemend probleem van de milieucriminaliteit worden aangepakt. Dit voorstel komt in de plaats van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieubescherming door het strafrecht (2001/0076(COD)), zoals door het Europees Parlement in eerste lezing gewijzigd, teneinde uitvoering te geven aan het arrest van het Europees Hof van Justitie van 13 september 2005 (C-176/03, Commissie/Raad), waarbij Kaderbesluit 2003/80/JBZ inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht nietig werd verklaard. Overeenkomstig dit arrest mag de Gemeenschapswetgever met betrekking tot het strafrecht van de lidstaten de maatregelen nemen die hij noodzakelijk acht om de volledige doeltreffendheid van de door hem inzake milieubescherming vastgestelde normen te verzekeren. De Gemeenschap en de lidstaten hebben talrijke wetsbesluiten ter bescherming van het milieu vastgesteld. Uit diverse studies blijkt evenwel dat de sancties waarin de lidstaten momenteel voorzien, niet altijd volstaan om een doeltreffende implementatie van het Gemeenschapsbeleid inzake milieubescherming te garanderen. Niet in alle lidstaten zijn op alle ernstige milieudelicten strafrechtelijke sancties van toepassing, ook al heeft alleen dit soort straffen een voldoende afschrikkend effect, om de volgende redenen: Ten eerste vormt het opleggen van strafrechtelijke sancties een signaal van maatschappelijke afkeuring van een andere orde dan administratieve sancties of een compensatieregeling naar burgerlijk recht. Ten tweede zijn administratieve of andere financiële straffen niet altijd afschrikkend in gevallen waarin de overtreder hetzij onvermogend, hetzij juist bijzonder kapitaalkrachtig is. In dergelijke gevallen kunnen gevangenisstraffen noodzakelijk zijn. Bovendien zijn de voor gerechtelijk onderzoek en gerechtelijke vervolging (en voor onderlinge gerechtelijke bijstand tussen lidstaten) ter beschikking staande middelen krachtiger dan het instrumentarium van het administratief of burgerlijk recht en kan dit de doeltreffendheid van de procedures ten goede komen. Ten slotte biedt dit een extra waarborg voor onpartijdigheid, omdat het gerechtelijk onderzoek per definitie een zaak is van andere (onderzoeks)instanties dan de administratieve instanties die de exploitatievergunning of eventuele toestemming tot verontreiniging hebben verleend. Niet alleen verschilt het type sanctie dat van toepassing is van lidstaat tot lidstaat, maar ook qua strafmaat voor dezelfde of vergelijkbare delicten zijn er aanzienlijke verschillen. Milieucriminaliteit heeft vaak grensoverschrijdende aspecten of gevolgen. Momenteel kunnen overtreders dus handig gebruik en misbruik maken van verschillen tussen de wetgevingen van de lidstaten. Het probleem moet dan ook door actie in Gemeenschapsverband worden aangepakt. Algemene context In 1998 heeft de Raad van Europa het Verdrag inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht aangenomen. Op de Europese Raad van Tampere (oktober 1999) is aangedrongen op inspanningen om te komen tot gemeenschappelijke afspraken over definities, strafbaarstelling en straffen voor een beperkt aantal bijzonder belangrijke misdaadsectoren, waaronder milieucriminaliteit. In februari 2000 heeft het Koninkrijk Denemarken een initiatief voorgesteld inzake een kaderbesluit ter bestrijding van ernstige milieucriminaliteit. De Raad (Justitie en Binnenlandse Zaken) is op 28 september 2000 overeengekomen dat er een acquis inzake milieudelicten tot stand moet komen. Op 13 maart 2001 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een richtlijn inzake milieubescherming door het strafrecht. Doel van de voorgestelde richtlijn was, een doeltreffender toepassing van het Gemeenschapsrecht inzake milieubescherming tot stand te brengen door de omschrijving van een minimale reeks delicten die in heel de Gemeenschap strafbaar zijn. Op 8 april 2002 heeft het Europees Parlement zijn verslag over het voorstel in eerste lezing uitgebracht. Op 30 september 2002 heeft de Commissie een gewijzigd voorstel aangenomen waarin diverse door het Europees Parlement voorgestelde amendementen waren verwerkt. De Raad heeft het voorstel van de Commissie niet besproken, maar in plaats daarvan op 27 januari 2003, op initiatief van Denemarken, Kaderbesluit 2003/80/JBZ inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht vastgesteld. Het Europees Hof van Justitie heeft dit kaderbesluit bij zijn arrest C-176/03 van 13 september 2005 nietig verklaard wegens inbreuk op artikel 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. In zijn arrest stelt het Hof dat de artikelen 1 tot en met 7 van het kaderbesluit 'wegens het doel en de inhoud ervan, de bescherming van het milieu als hoofddoel hebben en hadden kunnen worden vastgesteld op de grondslag van artikel 175 EG'. Op 30 november 2005 heeft de Commissie een mededeling aangenomen waarin zij haar standpunt uiteenzet over de gevolgen van het arrest in zaak C-176/03, met inbegrip van de noodzaak om een nieuw wetsvoorstel inzake milieucriminaliteit aan te nemen. In het licht van het arrest dient het voorstel van 2001 voor een richtlijn inzake milieubescherming door het strafrecht te worden ingetrokken en dient een nieuw voorstel te worden ingediend dat inhoudelijk beantwoordt aan de artikelen 1 tot en met 7 van het vernietigde kaderbesluit. De omschrijving van sommige delicten zal moeten worden gewijzigd, rekening houdend met de ontwikkeling van het communautaire milieurecht. Voorts zijn enkele extra elementen toegevoegd die noodzakelijk werden geacht om een doeltreffende bescherming van het milieu te garanderen, met name de harmonisatie van de toepasselijke sancties voor bijzonder ernstige milieudelicten. Ten vervolge op het arrest van het Europees Hof van Justitie in zaak C-176/03 neemt de Commissie zich voor om later in 2007 een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken in te dienen.

(...)


lees meer
 

2.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 175 lid 1. Artikel 175 lid 1 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Milieu' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op acties die moeten worden ondernomen om de doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied te verwezenlijken.

3.

Kerngegevens

COM-nummer COM(2007)51pdf icoon
extra com nummer COM(2007)51;SEC(2007)160;SEC(2007)161
raadsdocument 2007/97
interinstitutioneel nummer 2007/0022(COD)
bnc fiche BNC-Fiche: Voorstel voor een richtlijn van het EP en de Raad inzake milieubescherming door middel van het strafrecht Datum document: 14 februari 2007
BNC-kamerstuknummer 22112, 500, titel
officiële titel Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht
officiële Engelstalige titel Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on the protection of the environment through criminal law
officiele titel besluit NL Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht
officiele titel besluit engels Directive 2008/99/EC of the European Parliament and of the Council of 19 November 2008 on the protection of the environment through criminal law
besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
datum online publicatie 09-02-2007
Publicatieblad besluit PB L 328 blz. 28-37pdf icoon
europees parlement dossier status afgesloten en gepubliceerd
datum besluit 26-12-2008
datum bekendmaking 06-12-2008
datum inwerkingtreding 26-12-2008
datum uiterste omzetting 26-12-2010
dagen tussen voorstel en besluit 686
aan actor Lidstaten Europese Unie
directoraat-generaal Directoraat-generaal Milieu (ENV)
raadsformatie Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ)
eerstverantwoordelijk ministerie Ministerie van Justitie (JUS)
betrokken ministeries Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Buitenlandse Zaken [NIET MEER ACTIEF] (BUZA)
Ministerie van Economische Zaken
Ministerie van Financiën (FIN)
Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M)
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
beleidsterrein Milieubeleid
 
 

4.

Relevante documenten

(72 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

5.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: aansprakelijkheid voor milieuschade, communautair milieubeleid, harmonisatie van de wetgevingen, milieubescherming, strafrecht, strafrechtelijke aansprakelijkheid, uitwerking van het communautaire recht.

6.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen:


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.