COM(2005)505 - Kaderrichtlijn mariene strategie

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 17 juni 2008 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Richtlijn mariene strategie) [SEC(2005) 1290]

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council establishing a Framework for Community Action in the field of Marine Environmental Policy (Marine Strategy Directive) [SEC(2005) 1290]
 
COM-nummer COM(2005)505
extra com nummer COM(2005)505;SEC(2005)1290;COM(2007)456;COM(2008)5
raadsdocument 2005/59
interinstitutioneel nummer 2005/0211(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

Motivering en doel van het voorstel Het mariene milieu wordt met een aantal bedreigingen geconfronteerd, waaronder verlies of aantasting van de biodiversiteit, veranderingen in de ecologische structuur, verlies van habitats, verontreiniging met gevaarlijke stoffen, eutrofiëring en de effecten van klimaatverandering. In het zesde Milieuactieplan van de EU (MAP 6) wordt de opstelling verlangd van een thematische strategie inzake de bescherming en het behoud van het mariene milieu in Europa (hierna 'de strategie' te noemen), met als algemeen doel 'bevordering van duurzaam gebruik van de zee en behoud van mariene ecosystemen'. Als eerste stap in de ontwikkeling van de strategie heeft de Commissie in 2002 een mededeling gepubliceerd onder de titel 'Naar een strategie voor de bescherming en de instandhouding van het mariene milieu'. In zijn conclusies heeft de Raad (Milieu) van 4 maart 2003 deze mededeling van de Commissie toegejuicht, de daarin gehanteerde benadering en de grote doelstellingen ervan bekrachtigd en de Commissie gevraagd om tegen 2005 een ambitieuze strategie uit te werken. Het wetgevingswerkprogramma van de Commissie voor 2005 voorziet in de aanneming van de strategie in de loop van 2005.

Algemene achtergrond Hoewel er reeds maatregelen zijn genomen om de bedreiging en belasting van het mariene milieu te beperken en te verminderen, zijn deze tot stand gekomen binnen een sectorale benadering, wat heeft geleid tot een bonte verzameling van beleidsmaatregelen, wetgeving, programma's en actieplannen ter bescherming van het mariene milieu op nationaal, regionaal, EU- en internationaal niveau. Op EU-niveau zijn bepaalde beleidssectoren en -oriëntaties relevant voor het mariene milieu, maar hoewel reeds wordt nagedacht over een toekomstig allesomvattend maritiem beleid voor de Unie ontbreekt vooralsnog een globaal, geïntegreerd beleid ter bescherming van het mariene milieu. Het algemene beeld dat in samenhang met het beleidskader naar voren komt, is dan ook genuanceerd. Positief is dat op bepaalde gebieden een zekere vooruitgang is geboekt, bijvoorbeeld wat betreft de vermindering van de aanvoer van voedingsstoffen en de verontreiniging met gevaarlijke stoffen, met name zware metalen. Globaal gesproken is de toestand van het mariene milieu er de voorbije decennia echter aanzienlijk op achteruitgegaan. Daardoor worden Europa's zeeën en oceanen bedreigd, in sommige gevallen zelfs in een zodanige mate dat er sprake is van structurele veranderingen en dat hun vermogen om naar behoren te functioneren in het gedrang komt. Het bestaande beleidskader biedt niet het vereiste hoge beschermingsniveau voor het mariene milieu. Daarom is een krachtig, geïntegreerd EU-beleid ter bescherming van de zeeën vereist.

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Nederland hecht een groot belang aan een goede en gezonde kwaliteit van het mariene milieu teneinde duurzaam gebruik (visserij, zandwinning, windturbineparken, olie en gas, scheepvaart en recreatie) te kunnen garanderen en de natuurfunctie te bewaren. Nederland als maritiem land heeft daar groot belang bij. Nederland heeft zich daarom reeds eerder als positief uitgesproken over de intenties van de EC om te komen met een Europese Mariene Strategie. Verder steunt Nederland de intentie van de EC om de Europese Mariene Strategie het milieuonderdeel te laten worden van een meeromvattend nieuw op te stellen Groenboek maritiem beleid dat naar verwachting in het voorjaar van 2006 gepresenteerd wordt.

Ten aanzien van de thematische strategie (ST 13700/05); Nederland steunt de oorspronkelijke Communicatie van de Europese Mariene Strategie uit 2002 en het document dat is verspreid door de EC voor de 2e Stakeholdersconferentie (november 2004) waarin duurzame ontwikkeling van de zee centraal staat, hetgeen niet alleen bescherming van het mariene milieu betekent, maar ook duurzaam gebruik van de zeeën en kustgebieden. De finale versie van de Europese Mariene Strategie (S/T 13700/05) is echter zeer algemeen van aard geworden. Alle concrete doelstellingen zijn uit deze versie verdwenen en het document van de Stakeholdersconferentie dient nu nog slechts als «legitimatie» voor de Commissie om te komen met het voorstel voor een (kader-) richtlijn.

Nederland betreurt het dat de thematische strategie op inhoud heeft moeten inleveren en dat de uitkomsten van de 2e stakeholdersconferentie, welke wij eind 2004 in Rotterdam samen met de Commissie hebben gehouden, niet meer terug te vinden zijn in de finale versie van de strategie. De Commissie heeft aangegeven over de thematische strategie niet meer te willen onderhandelen.

Ten aanzien van het voorstel voor een (kader)richtlijn (ST 13759/05); Nederland heeft altijd bedenkingen gehad in hoeverre de doelstellingen van een Europese Mariene Strategie niet reeds voldoende door de lidstaten zélf kunnen worden verwezenlijkt via de Regionale Zee- en Visserij Conventies. Nederland is dan ook kritisch ten aanzien van het huidige voorstel voor een (Kader)richtlijn. Qua flexibiliteit is het geheel nog onduidelijk: lidstaten krijgen enerzijds veel ruimte om zelf invulling te geven aan de strategie anderzijds stelt de Commissie wel strikte controlec.q. goedkeuringsmomenten in («good environmental status»/«approval» artikelen) zonder daarbij aan te geven wat daar precies onder moet worden verstaan. Daarmee wordt in feite aan lidstaten gevraagd om akkoord te gaan met een voorstel waarvan de consequenties op lange termijn moeilijk in kaart zijn te brengen.

Samenwerking met andere Lidstaten tegen door de EC voorgestelde overbodige regelgeving is van belang. Nederland zal het netwerk vanuit de regionale zeeconventie OSPAR (verdrag met België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, IJsland, Ierland, Nederland, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, UK) en het Noordzee ministers (NZMC) verband ook inzetten om meer steun voor de Nederland positie te verkrijgen. Dat is tot dusver erg moeilijk gebleken omdat veel lidstaten die verdragspartij zijn bij OSPAR en NZMC om uiteenlopende redenen positiever staan t.o.v. het voorstel voor een (Kader)richtlijn dan Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Nederland heeft zich tot nu toe in de ontwikkeling van de Europese Mariene Strategie altijd kritisch uitgelaten over mogelijke aanvullende regelgeving op dit terrein. Nu de EC toch een voorstel voor een (kader-) richtlijn voor het mariene milieu («KRM») naar buiten heeft gebracht heeft Nederland de volgende kritische opmerkingen op het huidige voorstel:

  • · 
    te abstract en algemeen van aard (geen concrete doelstellingen/ tijdspaden) om de consequenties ervan te goed te kunnen overzien; geen stapeling van internationale regelgeving; Nederland is voorstander van mogelijkheden voor fasering voor de doelstellingen zowel in hoogte als in tijd. Deze doelstellingen dienen zelf door de lidstaten te worden vastgesteld, zoals ook bij de Kaderrichtlijn Water het geval is;

qua flexibiliteit nog onduidelijk: lidstaten krijgen aan enerzijds veel ruimte om zelf invulling te geven aan de strategie anderzijds stelt de EC wel strikte controle/goedkeuringsmomenten in («good environmental status»/«approval» artikelen) zonder daarbij aan te geven wat daar precies onder moet worden verstaan. Daarmee wordt in feite aan lidstaten gevraagd om akkoord te gaan met een voorstel waarvan de consequenties op lange termijn moeilijk in kaart zijn te brengen. Gevraagd zal worden naar verduidelijking van de interpretatie van de «approval» artikelen;

onvoldoende uitzonderingsmogelijkheden;

Nederland wenst tevens een duidelijke relatie tussen de KRM en het Groenboek maritiem beleid;

Nederland dient het belang van een goede en effectieve interne Commissie coördinatie te benadrukken (naast coördinatie binnen lidstaten op het gebied van het mariene milieu, zoals gevaarlijke stoffen, landbouw, visserij, defensie en onderzoek); het voorstel moet goed aansluiten op en in lijn zijn met de bestaande Kaderrichtlijn Water en andere voor het mariene milieu relevante EU richtlijnen. In de algemene overwegingen geeft de Commissie hier ook blijk van maar in de nadere uitwerking van het voorstel voor een Kaderrichtlijn komt dit onvoldoende aan bod; het voorstel moet uitvoerbaar, handhaafbaar, pragmatisch en kosten effectief zijn;

de door de Commissie gepresenteerde impact assessment is onvoldoende. Het levert slechts een éénzijdig beeld op over de baten van de EMS en geen inzicht in de kosten van het geheel (Nederland heeft de eigen economische impact analyse begin 2006 gereed, zie ook onder Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger. Dit is niet in lijn met de afspraken en verplichtingen die de Commissie zelf heeft gemaakt betreffende «Better Regulation». De Commissie heeft aangegeven niet meer over de impact assessment van de EC te willen onderhandelen. Nederland zal bij de Raad aandringen op een betere beschrijving van de kosten van de voorgestelde (Kader)richtlijn.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 175 lid 1. Artikel 175 lid 1 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Milieu' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op acties die moeten worden ondernomen om de doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied te verwezenlijken.

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
datum online publicatie 24-10-2005
datum besluit 17-06-2008

7.

Juridische context

Toepassingsbesluiten van dit besluit

Datum Titel
01.09.2010  Criteria en methodologische standaarden inzake de goede milieutoestand van mariene wateren

 

8.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: actieprogramma, communautair programma, marien milieu, milieubeleid, milieubescherming.

9.

Betrokkenen

directoraat-generaal Directoraat-generaal Milieu (ENV)

10.

Relevante documenten

(96 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

11.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.