COM(2005)447 - Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 21 mei 2008 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on ambient air quality and cleaner air for Europe
 
COM-nummer COM(2005)447
extra com nummer COM(2005)447;SEC(2005)1133;COM(2007)320;COM(2008)163
raadsdocument 2005/35
interinstitutioneel nummer 2005/0183(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

(1) Volgens het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap, dat is vastgesteld bij Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 [4], is het noodzakelijk om de verontreiniging te verminderen tot niveaus waarbij de schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid, met bijzondere aandacht voor gevoelige bevolkingsgroepen, en voor het milieu als geheel zo gering mogelijk zijn, om de bewaking en beoordeling van de luchtkwaliteit te verbeteren, met inbegrip van de depositie van verontreinigende stoffen, en de bevolking te informeren.

(2) Ter bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu als geheel, is het van bijzonder belang dat de uitstoot van verontreinigende stoffen bij de bron wordt bestreden en dat op lokaal, nationaal en communautair niveau wordt bepaald wat de beste uitstootverminderende maatregelen vervolgens zijn, en dat deze maatregelen worden uitgevoerd. Daarom dient de uitstoot van schadelijke luchtverontreinigende stoffen te worden vermeden, voorkomen of verminderd en dienen passende doelstellingen inzake de luchtkwaliteit te worden vastgesteld, rekening gehouden met de toepasselijke normen, richtsnoeren en programma's van de Wereldgezondheidsorganisatie.

(3) Richtlijn 96/62/EG van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit [5], Richtlijn 1999/30/EG van de Raad van 22 april 1999 betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht [6], Richtlijn 2000/69/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000 betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht [7], Richtlijn 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht [8] en Beschikking 97/101/EG van de Raad van 27 januari 1997 tot invoering van een regeling voor de onderlinge uitwisseling van informatie over en gegevens van meetnetten en meetstations voor luchtverontreiniging in de lidstaten [9] dienen grondig te worden herzien teneinde de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de volksgezondheid en de wetenschappelijke kennis alsook de door de lidstaten opgedane ervaring daarin te verwerken. Ten behoeve van de duidelijkheid, de vereenvoudiging en de administratieve efficiëntie is het daarom passend dat deze vijf besluiten door één enkele richtlijn en, waar nodig, door uitvoeringsmaatregelen, worden vervangen.


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Nederland hecht groot belang aan zowel de Thematische Strategie Lucht als aan deze ontwerprichtlijn Luchtkwaliteit. Reden hiervoor is dat inmiddels duidelijk is geworden dat met de huidige inzet op het gebied van luchtkwaliteit ­ zowel nationaal als Europees ­ de doelstellingen van het EU-beleid niet gerealiseerd kunnen worden Dit resulteert voor Nederland enerzijds in ernstige gezondheidsrisico's, doordat luchtverontreiniging, in het bijzonder fijn stof en ozon, kan leiden tot gezondheidsklachten en zelfs tot voortijdige sterfte. Uit epidemiologische studies blijkt dat in Nederland bij ongeveer 1700 tot 3000 sterfgevallen per jaar het inademen van fijn stof een rol speelt bij voortijdige sterfte. Bij langdurige blootstelling aan fijn stof zijn de gezondheidseffecten groter.

Anderzijds resulteert de ontstane situatie in grote juridische obstakels voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals de aanleg van infrastructuur of grote woningbouwlocaties). Het geldende luchtkwaliteitsbeleid leidt ertoe dat ca. 50% van de ruimtelijke plannen in gevaar kan komen doordat deze strijdig zijn met de huidige nationale regelgeving (die grotendeels gebaseerd is op Europese regelgeving). Deze ernstige situatie wordt veroorzaakt door het uitblijven van aanscherping van het EU-brede brongerichte beleid (normstelling voor emissies verkeer en industrie) en door knelpunten in de huidige EG-luchtregelgeving. Deze herziening van de huidige dochterrichtlijnen moet dan ook aangegrepen worden om deze knelpunten te helpen op te lossen.

De Commissievoorstellen leveren in hun huidige vorm duidelijk niet de flexibiliteit op EU-niveau op die nodig is om, samen met het door het kabinet gepresenteerde pakket aan maatregelen, de beide doelstellingen van het kabinetsbeleid binnen bereik te brengen: het verbeteren van de situatie voor de volksgezondheid en tegelijkertijd er voor zorgen dat Nederland ruimtelijk en economisch niet langer «op slot» zit.

Indien met name het richtlijnvoorstel niet wezenlijk gewijzigd wordt, zal Nederland (opnieuw) geconfronteerd worden met een luchtkwaliteitrichtlijn waar het binnen de gestelde termijnen niet aan kan voldoen. Weliswaar lijkt de richtlijn enkele positieve aanzetten te bevatten (aftrek van natuurlijke bronnen fijn stof, mogelijkheid tot uitstel), Nederland houdt echter op belangrijke terreinen problemen met de inhoud van het voorstel zoals dat er nu ligt. Dit geldt met name voor:

  • · 
    het toepasbaarheidsbeginsel (dat wil zeggen dat de fijn stofnorm overal in NL moet worden gehaald, ook daar waar geen blootstelling plaatsvindt);
  • · 
    het feit dat er een nieuwe norm voor extra fijn stof (PM 2,5) wordt geïntroduceerd die nog onvoldoende wetenschappelijk is onderbouwd; dit terwijl de bestaande norm (PM10) niet uitvoerbaar lijkt te zijn voor veel lidstaten;
  • · 
    de mogelijkheid om vijf jaar uitstel te krijgen om aan de normen te moeten voldoen is weliswaar een verbetering, maar de voorwaarden zijn te streng of te onduidelijk en de termijn is te kort;
  • · 
    de introductie van een nieuwe «stand still bepaling», die afwijkt van de formulering uit artikel 9 van de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit. Dit leidt ertoe dat de luchtkwaliteit daar waar die nog onder de normen blijft, in elk geval niet mag verslechteren. Dit staat haaks op het Nederlandse Besluit Luchtkwaliteit 2005 en de salderingsgedachte daarin. Nederland wenst daarom de formulering uit de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit te handhaven.

Daarnaast is de thematische strategie onvoldoende ambitieus op het vlak van Europees bronbeleid (emissienormen voor voertuigen en industrie). Daarmee is het ambitieniveau van de Thematische Strategie onvoldoende om de doelstellingen uit de Richtlijn Luchtkwaliteit te kunnen realiseren. Mede in verband met de bijzondere omstandigheden in Nederland (hoge bevolkingsdichtheid, veel instroom van vervuilde lucht, hoge achtergrondconcentratie van natuurlijk fijn stof) is het voor Nederland essentieel dat de Commissie snel met aanvullend Europees bronbeleid komt. Europese normen voor luchtkwaliteit vergen immers bijbehorende instrumenten om de uitstoot van verontreiniging te verminderen. Deze moeten vanwege de interne markt en uit effectiviteitsoverwegingen bij voorkeur op Europees niveau overeengekomen worden. Dit betekent dat de emissienormen voor verkeer en industrie snel verder moeten worden aangescherpt, opdat luchtkwaliteitsnormen op termijn gehaald kunnen worden zonder het level playing field in Europa te verstoren.

Gezien het voorgaande is een pro-actieve en realistische inzet in de komende onderhandelingen in Brussel geboden. Aangezien besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid plaatsvindt is Nederland afhankelijk van het smeden van (wisselende) coalities. Het kabinet is zowel in Brussel als via onze ambassades reeds actief om coalities te vormen en zal dit verder uitbouwen, ook specifiek per onderdeel van de richtlijn. Hierbij zullen alle relevante kanalen benut worden.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 175. Artikel 175 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Milieu' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op acties die moeten worden ondernomen om de doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied te verwezenlijken.

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met stemwijze afhankelijk van het exacte beleidsonderwerp
datum online publicatie 21-09-2005
datum besluit 21-05-2008
datum bekendmaking 11-06-2008
datum inwerkingtreding 11-06-2008
datum uiterste omzetting 10-06-2010

7.

Juridische context

Vervanging van

Datum Titel
12.02.2002  Ozon in de lucht
Richtlijn COM(1999)125
 
22.04.1999  Grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht
Richtlijn COM(1997)500
 
27.01.1997  Invoering van een regeling voor de onderlinge uitwisseling van informatie over en gegevens van meetnetten en meetstations voor ...
Beschikking COM(1994)345;
 
27.09.1996  Kaderrichtlijn luchtkwaliteit
Richtlijn COM(1994)109
 

8.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: EU-lidstaat, bestrijding van de verontreiniging, bewustmaking van de burgers, gezondheidsbeleid, luchtverontreiniging, milieubeleid, milieukwaliteit, samenwerking op milieugebied, voorkoming van verontreiniging.

9.

Betrokkenen

10.

Relevante documenten

(126 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

11.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.