COM(2006)15 - Overstromingsbeoordeling en –beheer [SEC(2006) 66]

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 23 oktober 2007 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over overstromingsbeoordeling en –beheer [SEC(2006) 66]

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on the assessment and management of floods
 
COM-nummer COM(2006)15
extra com nummer COM(2006)15;SEC(2006)66;COM(2006)775;COM(2007)294
raadsdocument 2006/40
interinstitutioneel nummer 2006/0005(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

Motivering en bedoeling van het voorstel Tussen 1998 en 2004 hebben zich in Europa meer dan 100 grote overstromingen voorgedaan, niet zelden met catastrofale gevolgen, zoals in 2002, toen de Donau en de Elbe buiten hun oevers traden. Ten gevolge van deze overstromingen verloren ongeveer 700 mensen het leven en geraakten circa een half miljoen mensen ontheemd; het verzekerde economische verlies bedroeg ten miste 25 miljard euro. De overstromingen tijdens de zomer van 2005 in onder meer Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Roemenië hebben deze cijfers nog verder de hoogte ingejaagd. De waarde van de eigendommen waarvoor overstromingsschade dreigt, is in sommige gevallen astronomisch. Men denke hierbij aan particuliere woningen, infrastructuur voor vervoer en openbare diensten, commerciële en industriële bedrijven en landbouwgrond. Ter illustratie: meer dan 10 miljoen mensen wonen in gebieden langs de Rijn die bij extreem hoge waterstanden gevaar lopen, en de potentiële schade door overstromingen wordt geraamd op 165 miljard euro. De totale waarde van de economische activa die zich op een afstand van ten hoogste 500 meter van de Europese kusten bevinden, inclusief stranden, landbouwgrond en industriële installaties, wordt momenteel becijferd op 500 à 1 000 miljard euro. Naast economische en maatschappelijke schade kunnen overstromingen ook ernstige gevolgen veroorzaken voor het milieu, bijvoorbeeld wanneer waterzuiveringsinstallaties of fabrieken waar grote hoeveelheden toxische chemicaliën liggen opgeslagen, onderlopen. Overstromingen kunnen bovendien vochtige biotopen vernielen en de biodiversiteit doen afnemen. Twee trends wijzen op een toename van het overstromingsrisico en van de daarmee gepaard gaande economische schade in Europa. Ten eerste zal zowel de omvang als de frequentie van de overstromingen in de toekomst waarschijnlijk toenemen ten gevolge van de verandering van het klimaat, inadequaat rivierbeheer en bouwwerkzaamheden in overstromingsgevoelige gebieden. Ten tweede zijn de gebieden met een overstromingsrisico aanzienlijk kwetsbaarder geworden vanwege het aantal inwoners en de economische activa die er gevestigd zijn. De richtlijn moet ervoor zorgen dat overstromingsgerelateerde risico's voor de gezondheid van de mens, het milieu, de infrastructuur en de eigendom worden verminderd en beheerd.

Algemene context Overstromingen zijn natuurverschijnselen die niet kunnen worden voorkomen. Wel dragen menselijke activiteiten ertoe bij dat de kans op overstromingen en de omvang van de daardoor veroorzaakte schade toenemen. Aangezien de meeste stroomgebieden in Europa meerdere landen bestrijken, zou gecoördineerde actie op communautair niveau tot een aanzienlijke meerwaarde en een betere algemene bescherming tegen overstromingen leiden. Gezien het potentieel levensbedreigende karakter van overstromingen en de schade die ze aan de economische activa en het milieu kunnen toebrengen, kan Europa niet anders dan tot maatregelen overgaan, wil het zijn verbintenis tot een duurzame ontwikkeling gestand doen. Hoewel de Gemeenschap reeds lange tijd actief is op het gebied van milieuwetgeving over waterkwaliteit, is het probleem van overstromingen en de gevolgen van de klimaatverandering voor het overstromingsgevaar tot dusverre niet in behandeling genomen. In de kaderrichtlijn water 2000/60/EG is met het oog op een goed kwaliteitsniveau voor alle wateren weliswaar het beginsel van de grensoverschrijdende coördinatie binnen stroomgebieden ingevoerd, maar wordt geen doelstelling voor het beheer van het overstromingsrisico vastgesteld. De Commissie heeft in haar mededeling over overstromingsrisicobeheer een analyse gepresenteerd en voorgesteld tot gecoördineerde communautaire actie over te gaan. Het onderhavige voorstel vormt één onderdeel van die actie.

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Het richtlijnvoorstel biedt Nederland in zijn huidige vorm op hoofdlijnen het gewenste extra instrument om tot een effectiever hoogwaterbeleid te komen met de bovenstroomse landen van de Rijn en de Maas. De richtlijn zal een versterking van het internationaal overleg op hoogbestuurlijk niveau tot gevolg hebben en uitgangspunten als «niet afwentelen» (van gevolgen van hoogwaterbeschermingsmaatregelen) in de praktijk brengen. Het voorstel schrijft geen normen voor, maar geeft kaders en principes en laat de uitwerking over aan de lidstaten. De Nederlandse wettelijke en bestuurlijke systematiek (waaronder het vastleggen van veiligheidsnormen) blijft dus gewoon gehandhaafd. Het voorstel sluit nauw aan bij en wordt nadrukkelijk getoetst aan nationale beleidsontwikkelingen zoals WaterVeiligheid voor de 21e Eeuw (een verkenning naar het actualiseren van beschermingsbeleid tegen overstromingen). Nederland wil derhalve bereiken dat de basisuitgangspunten en het kader voor grensoverschrijdende samenwerking die in de ontwerprichtlijn zijn vastgelegd behouden blijven. De inzet van Nederland richt zich op de vaststelling van een juridisch bindend instrument (richtlijn) dat zich beperkt tot een aantal principes of uitgangspunten en een kader dat de samenwerking met de buurlanden versterkt.

Niettemin schuilen in het voorstel ook risico's. Bij de onderhandelingen over het voorstel moet er voor gezorgd worden dat:

  • · 
    de richtlijn niet dwingt tot vermindering of stabilisering van de huidige overstromingsrisico's (kans x gevolg); De richtlijn slechts kaders stelt voor het «managen» van de problematiek en dus ruimte laat voor het huidige nationale beleid. Vermindering of stabilisatie is voor Nederland niet realistisch en zou Nederland op buitensporig hoge kosten kunnen jagen;
  • · 
    er geen Europeesrechtelijke verplichting komt voor de implementatie van de uitvoeringsmaatregelen die opgenomen zijn in de beheersplannen;

Nederland is sterk gebaat bij goede uitvoering, maar verwacht dit in samenwerking met onze buurlanden te kunnen bewerkstelligen. Het op Europees niveau verplichten van implementatie is een te zware verplichting en zou eventuele aanpassing van de plannen in de weg kunnen zitten. Het zou er toe kunnen leiden dat landen op «safe» gaan spelen door zeer lange implementatie termijnen vast te stellen, wat de effectiviteit van de plannen niet ten goede zou komen. De tekst van de richtlijn moet hier niet ambigu over zijn zodat de mogelijkheden voor uitbreiding van de communautaire invloed via jurisprudentie geminimaliseerd worden;

  • · 
    het beginsel van «niet afwentelen» intact blijft; België en Frankrijk hebben zich uitgesproken voor opnemen van financiële solidariteit; d.w.z. dat benedenstroomse landen betalen voor maatregelen die bovenstroomse landen extra nemen. Nederland is daartegen omdat dit niet thuishoort in een richtlijn als de onderhavige en ook het principe van niet afwentelen ondermijnt.
  • · 
    er geen integratie met de Kaderrichtlijn Water (KRW) tot stand komt; De Nederlandse bevoegde autoriteiten die zich met kwaliteit (KRW) en kwantiteit (Hoogwater) bezig houden zijn niet dezelfde. Integratie zou tot meer kosten en verminderde efficiency leiden, omdat de Nederlandse systematiek dan aangepast zou moeten worden. Nederland is wel voorstander van coördinatie met de KRW vanuit het oogpunt van efficiëntie. De huidige richtlijntekst voorziet geen integratie.
 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 175 lid 1. Artikel 175 lid 1 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Milieu' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op acties die moeten worden ondernomen om de doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied te verwezenlijken.

6.

Procedure

7.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: communautair programma, milieubeleid, milieubescherming, openbare veiligheid, overstroming, risicopreventie.

8.

Betrokkenen

9.

Relevante documenten

(77 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

10.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.