COM(2004)2 - Diensten op de interne markt [SEC(2004) 21]

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 12 december 2006 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europese Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt [SEC(2004) 21]

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on services in the internal market [SEC(2004) 21]
 
COM-nummer COM(2004)2
extra com nummer COM(2004)2;SEC(2004)21;COM(2006)160;COM(2006)424;COM(2006)718
raadsdocument 2004/74
interinstitutioneel nummer 2004/0001(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

1. NOODZAAK EN DOEL

Diensten zijn niet meer weg te denken uit de moderne economie. Samen zijn zij goed voor bijna 70% van het BNP en van de werkgelegenheid en voorts hebben zij een aanzienlijk groei en werkgelegenheidspotentieel. De benutting van dat potentieel staat centraal in het proces van economische hervorming waartoe door de Europese Raad van Lissabon het initiatief is genomen met het doel om van de EU tegen 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken. Het groeipotentieel van de dienstensector is tot dusver niet volledig benut doordat talrijke belemmeringen de ontwikkeling van dienstenactiviteiten tussen de lidstaten in de weg staan.

In zijn verslag over 'de toestand van de interne markt voor diensten' (hierna 'het verslag' genoemd) heeft de Commissie deze belemmeringen op een rij gezet en geconcludeerd dat er 'tien jaar nadat de interne markt voltooid had moeten zijn, moet worden geconstateerd dat er nog een grote kloof gaapt tussen de visie van een economisch geïntegreerd Europa en de dagelijkse werkelijkheid voor de Europese burgers en dienstverrichters'. Deze belemmeringen gelden voor een breed scala van diensten, zoals de handel, uitzendbureaus, certificatiediensten, laboratoria, diensten in verband met de bouw, vastgoedmakelaars, ambachtelijke diensten, toerisme, gereglementeerde beroepen, om er maar enkele te noemen, en vormen vooral een probleem voor het midden en kleinbedrijf dat in de dienstensector prevaleert. Kleine en middelgrote bedrijven worden er te vaak van weerhouden de door de interne markt geboden kansen te benutten, omdat zij niet over de middelen beschikken om de juridische risico's van een grensoverschrijdende activiteit te beoordelen en zich hiertegen in te dekken, en om alle complexe administratieve formaliteiten te vervullen. Het verslag en de effectbeoordeling van het voorstel laten zien wat het economisch effect van deze gebrekkige werking van de dienstenmarkten is en maken duidelijk dat deze een rem is op de gehele Europese economie en op haar potentieel inzake groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid.

Deze belemmeringen voor de ontwikkeling van dienstenactiviteiten tussen de lidstaten blijken met name in twee soorten situaties:

- wanneer een dienstverrichter uit een lidstaat zich in een andere lidstaat wil vestigen om daar diensten te verrichten (in welke situatie hij te maken kan krijgen met lange vergunningsprocedures, buitensporige formaliteiten, discriminerende eisen, economische criteria enz.);

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Nederlandse belangen:

Nederland heeft zelf relatief weinig belemmeringen en kent een open economie. Er is dus veel te winnen voor Nederlandse dienstverleners en -ontvangers over de grens. Andere lidstaten zoals Duitsland, België, Italië en Frankrijk kennen een groot aantal bepalingen die de markt afschermen voor buitenlandse aanbieders. Onderzoek onder het Nederlandse bedrijfsleven (i.s.m. VNO-NCW, MKB en de consumentenbond) toont aan dat het met name problemen heeft met het tijdelijk uitzenden van werknemers, enorme administratieve lasten en kosten voor het verrichten van een dienst over de grens, vergunningsvereisten, dubbele sociale verplichtingen, erkenning van diploma's, verschillende mate van handhaving en het gebrek aan transparante informatie. Het voorstel is erop gericht een oplossing te bieden voor deze problemen. Het is voor Nederland van belang een goed beeld te krijgen van de gevolgen van dit voorstel voor eigen regelgeving, beleid en uitvoering, administratieve lasten en financiële consequenties alvorens een definitief standpunt in te nemen. Naar gelang de blijkende gevolgen voor de gezondheidszorg, zal nog een specifiek standpunt worden ingenomen.

Het voorstel behoeft nog wel verdere verduidelijking en aanpassing op een aantal punten. Zo acht Nederland het niet wenselijk dat de kaderrichtlijn afbreuk doet aan het gewenste niveau van nationale voorschriften uit hoofde van sociale politiek, milieubescherming, consumentenbescherming en volksgezondheid in Nederland. In dit licht dienen ook de artikelen 24,25 en 26 nader te worden bezien. In kaart dient te worden gebracht welke effecten de richtlijn heeft op de nationale regelgeving en controle en handhaving daarvan. Nederland is van mening dat de distributie van drinkwater, waarvoor een wijziging van de Waterleidingwet in vergevorderd stadium is, als overheidsprerogatief dient te worden beschouwd en daarom buiten de reikwijdte van de richtlijn valt. Dit kan mogelijk, in afwachting van nader onderzoek, voor meerdere terreinen gelden. Inzake comitologie zal Nederland telkens bezien of terzake comitologie nodig is en zo ja, welk type comitologie.

Het begrip dienst van algemeen belang wordt door Nederland zo opgevat dat hieronder in ieder geval rechtsbijstand (in het kader van de toegang tot de rechter voor minder draagkrachtigen), bewindvoering in het kader van schuldsanering en ten slotte de distributie van drinkwater, voor zover deze diensten door de overheid zijn gefinancierd.

Bezien wordt in hoeverre de elementen van het Actieplan Financiële Diensten geheel onder de uitzondering van artikel 2, lid 2a vallen. De collectieve pensioenen vallen onder het Actieplan Financiële Diensten, maar worden in de richtlijn niet expliciet uitgezonderd. Op dit terrein bestaat de (Interne Markt) richtlijn 2003/41/EG, waarin de belangen van sociale zekerheid en pensioen beter worden gewaarborgd dan in de horizontale kaderrichtlijn.

Eerste algemene standpuntbepaling:

  • Nederland is verheugd dat er een ontwerp-richtlijn is. Nederland ondersteunt de doelstelling en wenst ook daadwerkelijk een beter functionerende Interne Markt voor diensten te creëren. Deze doelstelling vereist commitment van de lidstaten. Dit commitment dient tijdens de Raad voor Concurrentievermogen te worden uitgedragen. Tijdens het Nederlands Voorzitterschap is dit thema bestempeld tot prioriteit.

Het voorstel poogt een evenwicht te vinden tussen de belangen van het creëren van een Interne Markt voor diensten enerzijds en anderzijds de mogelijkheid voor lidstaten om bepaalde algemene belangen te waarborgen met het oog op consumentenbescherming, milieu, volksgezondheid, welzijn, sociale zekerheid en sociaal beleid binnen de grenzen van proportionaliteit en noodzakelijkheid. Nader bezien moet worden of er een goede balans is gevonden.

Nederland wil graag bevestigd zien dat fiscaliteit wordt uitgezonderd van het land van oorsprongsbeginsel. Nederland pleit daarnaast voor een algemene uitsluiting van belastingen van de richtlijn. Op het punt van financiële diensten is het in de huidige tekst onduidelijk of de collectieve pensioenen buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen. Nederland wenst bevestigd te zien dat de collectieve pensioenen buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen en zal de Commissie vragen dit punt te verduidelijken in de richtlijn. Nederland wenst bevestigd te zien dat de kansspelen volledig uitgezonderd zijn van de reikwijdte van de richtlijn, totdat duidelijk is of additionele harmonisatie van kansspelen wordt geëffectueerd. De werklast en administratieve lasten voor overheid en bedrijven moeten duidelijk in kaart worden gebracht. De administratieve lasten voor het bedrijfsleven dienen te verminderen en de lasten voor de overheid dienen zoveel mogelijk beperkt te blijven. De Commissie en de lidstaten dienen zich te committeren aan het realiseren van de doelstelling van de Richtlijn om de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen. De introductie van één-loket betekent een belangrijke stimulans voor de lopende initiatieven voor elektronische dienstverlening door de overheid (vergunningverlening c.a.). Het voorstel inzake de «afwikkeling van procedures» door het één-loketpunt dient nog te worden verduidelijkt en te worden bezien. Tot nu toe zijn de initiatieven op basis van vrijwilligheid. De Richtlijn biedt een basis om overheden die in 2008 nog onvoldoende voortgang hebben gemaakt op eigen initiatief, in ieder geval voor de reikwijdte van de Richtlijn, tot voortgang te dwingen.

Verdere standpuntbepaling ten aanzien van het voorstel wordt interdepartementaal voorbereid. De departementen zullen daarvoor eerst in kaart brengen welke gevolgen dit voorstel heeft voor hun eigen regelgeving, beleid, uitvoering en budgetten.

De ontwerp-richtlijn behoeft op een aantal terreinen verbetering/ verduidelijking. Nederland zal een constructieve bijdrage leveren en indien nodig alternatieven voor te stellen.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 47 lid 2, artikel 55, 71 en artikel 80 lid 2.

- Artikel 47 lid 2 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Recht van vestiging' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling van richtlijnen inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten betreffende de toegang tot werkzaamheden, anders dan in loondienst, en de uitoefening daarvan .

- Artikel 71 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Vervoer' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op gemeenschappelijke regels, voorwaarden voor toelating van niet in de lidstaat woonachtige vervoerondernemers, veiligheid en overige dienstige bepalingen.

- Artikel 80 lid 2 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Vervoer' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op in hoeverre en volgens welke procedure bepalingen kunnen worden vastgesteld voor zeevaart en luchtvaart.

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
Raad besluit met stemwijze afhankelijk van het exacte beleidsonderwerp
datum online publicatie 13-01-2004
datum besluit 12-12-2006
datum bekendmaking 27-12-2006
datum inwerkingtreding 28-12-2006
datum uiterste omzetting 28-12-2009

7.

Juridische context

Dit besluit herziet

Datum Titel
19.05.1998  Doen staken van inbreuken in het kader van de bescherming van de consumentenbelangen
Richtlijn COM(1995)712
 

Toepassingsbesluiten van dit besluit

Datum Titel
16.10.2009  Maatregelen voor een gemakkelijker gebruik van elektronische procedures via het één-loket in het kader van Richtlijn 2006/123/EG ...

 
02.10.2009  Praktische regels voor de uitwisseling van informatie via elektronische middelen tussen de lidstaten uit hoofde van hoofdstuk VI van ...

 

8.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: EG-richtlijn, administratieve formaliteit, administratieve samenwerking, binnenlandse markt, diensten, dienstverleningscontract, dienstverrichting, harmonisatie van de wetgevingen, interne markt, recht van vestiging, vrij verrichten van diensten.

9.

Betrokkenen

10.

Relevante documenten

(230 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

11.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.