COM(2002)244 - Wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG, 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 11 mei 2005 hebben de Raad en het Europees Parlement het voorstel ondertekend en kan worden overgegaan tot officiële publicatie.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG, 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven

officiële Engelstalige titel

Proposal for a DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Council Directives 72/166/EEC, 84/5/EEC, 88/357/EEC, 90/232/EEC and Directive 2000/26/EC on insurance against civil liability in respect of the use of motor vehiclesProposal
 
COM-nummer COM(2002)244
extra com nummer COM(2002)244;COM(2004)351;COM(2005)57
interinstitutioneel nummer 2002/0124(COD)

3.

Oorspronkelijk voorstel

1. Algemene opmerkingen

1.1. De huidige richtlijnen motorrijtuigenverzekering

De richtlijnen betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (richtlijnen motorrijtuigenverzekering) vinden hun oorsprong in de Eerste richtlijn motorrijtuigenverzekering van 1972. De meest recente ontwikkeling vond plaats in 2000 met de vaststelling van de Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering.

Met de eerste drie richtlijnen zette de Gemeenschap belangrijke stappen in de richting van de totstandkoming van een interne markt voor motorrijtuigenverzekering:

- zij stelden een verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid verplicht voor alle motorrijtuigen in de Gemeenschap (verplichte motorrijtuigenverzekering) en stelden minimumbedragen voor de dekking uit hoofde van deze verzekering vast;

- zij waarborgden het vrij verkeer van motorrijtuigen doordat zij de algemene geldigheid van het verzekeringsbewijs op het gehele grondgebied van de Gemeenschap bewerkstelligden, waardoor verzekeringscontroles aan de grenzen overbodig werden. Dit was een belangrijke ontwikkeling in de richting van een vrij verkeer van personen en goederen over de grenzen heen;

- zij zorgden ervoor dat de slachtoffers van ongevallen die waren veroorzaakt door niet-geïdentificeerde of niet-verzekerde voertuigen, schadevergoeding konden krijgen door in alle lidstaten schadevergoedingsorganen (garantiefondsen) op te richten;

- zij namen alle inzittenden van het voertuig (met inbegrip van de familieleden van de bestuurder) op in de definitie van benadeelden die door de verplichte verzekering worden gedekt.

Deze eerste drie richtlijnen maakten gebruik van het systeem van 'groene kaarten', dat was ingesteld om de afwikkeling van schade ten gevolge van ongevallen die in een andere lidstaat hebben plaatsgevonden dan die waar het voertuig dat het ongeval heeft veroorzaakt, gewoonlijk is gestald, te vergemakkelijken. Dit systeem waarborgt de uitkering van schadevergoeding aan slachtoffers van ongevallen die worden veroorzaakt door bezoekende voertuigen door middel van een particulier netwerk van nationale bureaus van verzekeraars ("groene kaart-bureaus") die in alle lidstaten vestigingen hebben.

Er bleef echter een belangrijke lacune bestaan: aangezien het oorspronkelijke doel was om de verzekeringscontroles aan de grenzen af te schaffen, verschafte het 'groene kaart'-systeem alleen verzekeringsdekking aan slachtoffers in het land waar zij woonden. Het had geen betrekking op de afwikkeling van schade ten gevolge van ongevallen die buiten de lidstaat van de woonplaats van het slachtoffer hadden plaatsgevonden (bezoekende slachtoffers). Deze leemte werd aangevuld door de Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering, die tevens voorzag in een efficiënt mechanisme voor de afwikkeling van schade in verband met dergelijke ongevallen.

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Met uitzondering van het door middel van artikel 4 van de conceptrichtlijn voorgestelde in te voegen artikel 1bis in richtlijn 90/232/EEG acht Nederland deze conceptrichtlijn van groot belang, vooral gelet op de noodzakelijke herziening van de minimumdekkingsbedragen die dateren uit 1984.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 47 lid 2, artikel 55 en 95 lid 1. Artikel 47 lid 2 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Recht van vestiging' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling van richtlijnen inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten betreffende de toegang tot werkzaamheden, anders dan in loondienst, en de uitoefening daarvan .

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Gewone wetgevingsprocedure (COD)
stemwijze Raad Raad besluit met stemwijze afhankelijk van het exacte beleidsonderwerp
datum online publicatie 07-06-2002
datum besluit 11-05-2005

7.

Betrokkenen

8.

Relevante documenten

(71 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

9.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.