COM(2001)400 - Garanderen van een effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rente in de EG

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 3 juni 2003 heeft de Raad het voorstel aangenomen en is het voorstel goedgekeurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van de Raad strekkende tot het garanderen van een effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rente in de Gemeenschap

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council directive to ensure effective taxation of savings income in the form of interest payments within the Community
 
COM-nummer COM(2001)400
extra com nummer COM(2001)400
interinstitutioneel nummer 2001/0164(CNS)

3.

Oorspronkelijk voorstel

1. In haar mededeling 'Een pakket om schadelijke belastingconcurrentie in de Europese Unie te bestrijden' van 5 november 1997 wijst de Commissie met nadruk op de noodzaak van gecoördineerde actie op Europees niveau voor het bestrijden van schadelijke belastingconcurrentie om bij te dragen tot de verwezenlijking van bepaalde doelstellingen, zoals het verminderen van de voortdurende verstoringen op de interne markt, het voorkomen van buitensporige verliezen aan belastingopbrengsten, en het stimuleren van de ontwikkeling van meer werkgelegenheidsvriendelijke belastingstelsels. De Ecofin Raad van 1 december 1997 voerde op basis van deze mededeling een uitvoerig debat, stemde in met een resolutie betreffende een gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, hechtte zijn goedkeuring aan een tekst over belasting op spaargelden die als basis zou moeten dienen voor een richtlijn op dit terrein, en was van mening dat de Commissie een voorstel moest indienen voor een richtlijn inzake betalingen van rente en royalty's tussen ondernemingen. Overeenkomstig het akkoord van 1 december 1997 nam de Commissie op 4 maart 1998 een voorstel aan voor een richtlijn betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling voor betalingen van rente en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten en op 20 mei 1998 een voorstel voor een richtlijn ertoe strekkende in de Gemeenschap een minimum van effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rente te garanderen.

2. Op 10 februari 1999 bracht het Europees Parlement advies uit over het voorstel voor een richtlijn ertoe strekkende in de Gemeenschap een minimum van effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rente te garanderen . Het Economisch en Sociaal Comité bracht zijn advies op 24 februari 1999 uit . De Raad startte zijn besprekingen over de voorgestelde richtlijn in juli 1998, onder het Oostenrijkse voorzitterschap. Het voorstel is de afgelopen drie jaar intensief besproken, zowel op politiek als technisch niveau. In de loop van deze besprekingen heeft de Raad ten aanzien van belastingheffing op inkomsten uit spaargelden een duidelijk andere benadering ontwikkeld.

3. Overeenkomstig de conclusies van de Ecofin Raad van 1 december 1997 baseerde de Commissie haar voorstel voor een richtlijn op een compromis dat bekend is onder de naam 'coëxistentiemodel'. Bij dit model wordt elke lidstaat de keuze gelaten om hetzij op rentebetalingen aan natuurlijke personen die ingezetene zijn van een andere lidstaat, bronbelasting in te houden, hetzij de woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde van informatie te voorzien. Tijdens de Europese Raad van Santa Maria da Feira van 19 en 20 juni 2000 werden de lidstaten het er echter unaniem over eens dat uitwisseling van informatie op een zo breed mogelijke basis het einddoel van de EU moet zijn, overeenkomstig de internationale ontwikkelingen. Ook werd men het erover eens dat slechts een beperkt aantal met naam genoemde lidstaten - gedurende een overgangsperiode - een bronbelasting zou mogen heffen. Bedoelde lidstaten stemden ermee in informatie uit te wisselen, zodra de omstandigheden dit toelaten, en in elk geval uiterlijk zeven jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn. De lidstaten die bronbelasting gaan heffen, stemden er ook mee in om een passend gedeelte van hun opbrengsten aan de woonstaat van de belegger over te dragen. Teneinde het concurrentievermogen van de Europese financiële markten in stand te houden, werd overeengekomen dat het voorzitterschap en de Commissie, zodra de Raad overeenstemming had bereikt over de wezenlijke inhoud van de richtlijn en vóór de aanneming ervan, onmiddellijk besprekingen zouden beginnen met de Verenigde Staten en belangrijke derde landen (Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Andorra en San Marino) om de aanneming van gelijkwaardige maatregelen in die landen te bevorderen. Tegelijkertijd verbonden de betrokken lidstaten zich ertoe de aanneming van dezelfde maatregelen in alle relevante afhankelijke of geassocieerde gebieden (de Kanaaleilanden, het eiland Man en de afhankelijke of geassocieerde gebieden in het Caribisch gebied) te bevorderen. Zodra voldoende is verzekerd dat in de afhankelijke of geassocieerde gebieden dezelfde maatregelen en in genoemde derde landen gelijkwaardige maatregelen zullen worden toegepast, zal de Raad een besluit nemen over de aanneming en uitvoering van de richtlijn, doch niet later dan 31 december 2002. Het desbetreffende besluit moet worden genomen met eenparigheid van stemmen. De Raad werd het er tot slot over eens dat de besprekingen op deze basis moesten worden voortgezet, teneinde overeenstemming over het gehele belastingpakket te bereiken, volgens een parallel tijdschema voor de verschillende onderdelen van het pakket (belasting op spaargelden, gedragscode, en rente en royalty's). De Europese Raad van Santa Maria da Feira droeg de Ecofin Raad op ernaar te streven om vóór het einde van het jaar overeenstemming te bereiken over de wezenlijke inhoud van de richtlijn betreffende belasting op rente van spaargelden, met inbegrip van het percentage van de bronbelasting.

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Voor Nederland is het van belang om inzicht te krijgen in de tegoeden die inwoners van Nederland in de andere Europese lidstaten aanhouden, om door middel van de informatie over te kunnen gaan tot toepassing van de nationale fiscale wetgeving.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 94. Artikel 94 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Aanpassing van de wetgevingen' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op richtlijnen voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke rechtstreeks van invloed zijn op de gemeenschappelijke markt.

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Raadplegingsprocedure (CNS)
datum online publicatie 18-07-2001
datum besluit 03-06-2003
datum bekendmaking 26-06-2003
datum inwerkingtreding 16-07-2003
datum uiterste omzetting 31-12-2003

7.

Juridische context

Wijziging door

Datum Titel
20.11.2006  Aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van belastingen in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië
Richtlijn COM(2006)522
 

Toepassingsbesluiten van dit besluit

Datum Titel
19.07.2004  Datum van toepassing van Richtlijn 2003/48/EG betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling
Beschikking COM(2004)455
 

8.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: administratieve samenwerking, belastbaar inkomen, fiscaliteit, grensgebied, harmonisatie van de wetgevingen, inkomstenbelasting, kapitaalbeweging, kapitaaloverdracht, rente, spaartegoed, uitwisseling van informatie.

9.

Betrokkenen

10.

Relevante documenten

(239 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

11.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.