VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD TOT VASTSTELLING VAN DE WIJZE VAN TOEPASSING VAN VERORDENING (EG) NR. 883/2004 BETREFFENDE DE COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS VERORDENING (EG) Nr. …/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (Voor de EER en Zwitserland relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 42 en 308,

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

          NL  

VERORDENING (EG) Nr. .../2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT   EN DE RAAD  van 16 september 2009  tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004  betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels  (Voor de EER en Zwitserland relevante tekst)  1 , en met name op artikel 89,  2 ,  3 ,  PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.  PB C 324 van 30.12.2006, blz. 59.  Advies van het Europees Parlement van 9 juli 2008 (nog niet bekendgemaakt in het  Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 17 december 2008  (PB C 38 E van 17.2.2009, blz. 26) en standpunt van het Europees Parlement van  22 april 2009. Besluit van de Raad van 27 juli 2009.      1      NL  

Verordening (EG) nr. 883/2004 moderniseert de voorschriften voor de coördinatie van de  nationale socialezekerheidsstelsels van de lidstaten door in de nodige uitvoerings maatregelen en -procedures te voorzien en ze te vereenvoudigen ten behoeve van alle  betrokkenen. De wijze van toepassing hiervan moet worden vastgesteld.  Een efficiëntere en nauwere samenwerking tussen de socialezekerheidsorganen is van  essentieel belang om ervoor te zorgen dat de onder Verordening (EG) nr. 883/2004  vallende personen zo spoedig mogelijk en onder de meest gunstige voorwaarden hun  rechten kunnen gaan uitoefenen.  Voor een snelle en betrouwbare uitwisseling van gegevens tussen de organen van de  lidstaten is het gebruik van elektronische communicatie de aangewezen weg. De  elektronische verwerking van gegevens moet bijdragen tot een snellere afwikkeling van de  procedures voor de betrokkenen. Deze zouden overigens alle garanties moeten genieten die  door de communautaire bepalingen inzake de bescherming van natuurlijke personen in  verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die  gegevens geboden worden.  De terbeschikkingstelling van de adressen, ook de elektronische, en verdere gegevens van  de instanties van de lidstaten die bij de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004  betrokken kunnen zijn, in zodanige vorm dat deze realtime kunnen worden bijgewerkt,  moet de uitwisseling tussen de organen van de lidstaten vergemakkelijken. Deze  benadering, die toegespitst is op de relevantie van louter feitelijke informatie en de  onmiddellijke beschikbaarheid daarvan voor de burgers, vormt een belangrijke vereen voudiging die bij de onderhavige verordening zou moeten worden ingevoerd.      2      NL  

procedures voor de uitvoering van de voorschriften inzake de coördinatie van de stelsels  voor sociale zekerheid is een systeem nodig voor de onmiddellijke bijwerking van  bijlage 4. De voorbereiding en toepassing van de bepalingen daartoe vereist een nauwe  samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie en de tenuitvoerlegging ervan moet  spoedig gebeuren gezien de gevolgen die vertragingen met zich kunnen meebrengen voor  de burgers en de administratieve organen. Daarom is het noodzakelijk dat de Commissie de  bevoegdheid heeft een gegevensbank op te zetten en te beheren en ervoor te zorgen dat  deze uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze verordening operationeel is. De  Commissie moet met name de nodige maatregelen treffen om de in bijlage 4 opgesomde  informatie te integreren in deze gegevensbank.  De versterking van sommige procedures moet de gebruikers van Verordening (EG)  nr. 883/2004 meer rechtszekerheid en transparantie bieden. Met name de vaststelling van  gemeenschappelijke termijnen voor de vervulling van bepaalde verplichtingen of  administratieve taken moet de relaties tussen de verzekerden en de organen helpen  verduidelijken en structureren.  Personen die onder deze verordening vallen, dienen van het bevoegde orgaan tijdig  antwoord op hun verzoeken te ontvangen. Indien in de socialezekerheidswetgeving van de  betrokken lidstaat termijnen voor beantwoording zijn opgenomen, dient uiterlijk binnen die  termijnen een antwoord te worden verstrekt. Indien in de wetgeving van een lidstaat  dergelijke termijnen niet zijn opgenomen, is het wenselijk dat de desbetreffende lidstaat  overweegt deze vast te stellen en in voorkomend geval aan de betrokken personen  beschikbaar te stellen.      3      NL  

mogelijkheid moeten hebben onderling afspraken te maken over vereenvoudigde  procedures en administratieve overeenkomsten die zij efficiënter achten en beter vinden  aansluiten bij hun respectieve socialezekerheidsstelsels. Dergelijke afspraken zouden  echter de rechten van de onder Verordening (EG) nr. 883/2004 vallende personen niet  mogen aantasten.  Omdat de sociale zekerheid nu eenmaal een complexe materie is, moet van alle organen  van de lidstaten een bijzondere inspanning ten behoeve van de verzekerden worden  verlangd om de betrokkenen die hun aanvraag of bepaalde informatie aan het bevoegd  orgaan niet volgens de voorschriften en procedures van Verordening (EG) nr. 883/2004 of  de onderhavige verordening hebben ingediend, niet te benadelen.  Voor de vaststelling van het bevoegd orgaan, dat wil zeggen het orgaan waarvan de  wetgeving van toepassing is of dat bepaalde uitkeringen verschuldigd is, moet de feitelijke  situatie van een verzekerde en van de gezinsleden door de organen van een of meerdere  lidstaten worden onderzocht. Om ervoor te zorgen dat de betrokkene gedurende deze  noodzakelijke uitwisselingen tussen de organen verzekerd is, moet hij of zij voorlopig  worden aangesloten bij een van de socialezekerheidsstelsels.  De lidstaten dienen samen te werken met het oog op de vaststelling van de woonplaats van  de personen op wie deze verordening en Verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing  zijn, en elke lidstaat dient in geval van een geschil rekening te houden met alle relevante  criteria om de kwestie op te lossen, zo nodig met inbegrip van de in het desbetreffende  artikel van deze verordening genoemde criteria.      4      NL  

organen van de lidstaten in het kader van Verordening (EG) nr. 883/2004 moeten hanteren,  transparanter te maken. Dergelijke maatregelen en procedures vloeien voort uit de  jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, de besluiten van  de Administratieve Commissie en de gedurende meer dan 30 jaar opgedane ervaring met  de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels in het kader van de in het Verdrag  verankerde fundamentele vrijheden.  Deze verordening voorziet in maatregelen en procedures om de mobiliteit van werknemers  en werklozen te bevorderen. Volledig werkloos geworden grensarbeiders kunnen zich ter  beschikking stellen van de arbeidsvoorzieningsdienst in zowel het woonland als de lidstaat  waar zij hun laatste werkzaamheden hebben verricht. Zij hebben evenwel alleen aanspraak  op een uitkering van de lidstaat waar zij wonen.  Een aantal specifieke voorschriften en procedures is nodig om te bepalen welke wetgeving  van toepassing is voor het in aanmerking nemen van de tijdvakken die een verzekerde  heeft gewijd aan de opvoeding van kinderen in de verschillende lidstaten.  Bij sommige procedures zou bovendien rekening gehouden moeten worden met de vereiste  van een evenwichtige verdeling van de kosten tussen de lidstaten. Met name in het kader  van de ziekteverzekering moet bij dergelijke procedures rekening worden gehouden met de  situatie van enerzijds de lidstaten die de kosten dragen van de gezondheidsvoorzieningen  die zij de verzekerden ter beschikking stellen, en anderzijds van de lidstaten waarvan de  organen de kosten van de verstrekkingen dragen die hun verzekerden in een andere lidstaat  dan die waar zij woonachtig zijn, hebben ontvangen.      5      NL  

de rechtstreekse betaling van de kosten in verband met verstrekkingen bij ziekte in het  kader van geplande geneeskundige verzorging, dat wil zeggen een behandeling waarvoor  een verzekerde zich naar een andere lidstaat begeeft dan die waar hij verzekerd of woon achtig is, verduidelijkt worden. De verplichtingen van de verzekerde met betrekking tot het  verzoek om voorafgaande toestemming dienen nader te worden omschreven, evenals de  verplichtingen van het orgaan ten aanzien van de patiënt betreffende de voorwaarden voor  de toestemming. Ook moeten de gevolgen voor de rechtstreekse betaling van de kosten van  een met voorafgaande toestemming in een andere lidstaat ontvangen medische behandeling  worden verduidelijkt.  Deze verordening, en met name de bepalingen betreffende het verblijf buiten de bevoegde  lidstaat en betreffende een geplande behandeling, zouden geen beletsel mogen vormen  voor de toepassing van gunstiger nationale bepalingen, met name met betrekking tot de  vergoeding van de in een andere lidstaat gemaakte kosten.  Dwingender procedures om de termijnen voor de betaling van schuldvorderingen tussen de  organen van de lidstaten in te korten, zijn van essentieel belang om het vertrouwen in de  uitwisselingen te handhaven en te voldoen aan de eisen van goed beheer die aan de sociale zekerheidsstelsels van de lidstaten worden gesteld. De procedures voor de behandeling van  schuldvorderingen in het kader van de ziekte- en werkloosheidsuitkeringen zouden dus  moeten worden aangescherpt.      6      NL  

regels dienen de procedures inzake de wederzijdse bijstand tussen de organen bij de  invordering van schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid te worden  versterkt. Effectieve invordering is tevens een middel om misbruik en fraude te voorkomen  en aan te pakken en een manier om de houdbaarheid van de socialezekerheidsregelingen te  verzekeren. Dit houdt in dat er uitgaande van een aantal bestaande bepalingen van Richtlijn  2008/55/EG van de Raad van 26 mei 2008 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de  invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en  belastingen, alsmede uit andere maatregelen 1  nieuwe procedures dienen te worden aange nomen. Zulke nieuwe invorderingsprocedures dienen na vijf jaar toepassing in het licht van  de opgedane ervaring te worden geëvalueerd en indien nodig te worden aangepast, in het  bijzonder om ervoor te zorgen dat ze volledig werkbaar zijn.  Voor de toepassing van bepalingen inzake wederzijdse bijstand betreffende de terug vordering van ten onrechte verstrekte prestaties, de terug- en invordering van voorlopige  betalingen en premies en de verrekening en bijstand inzake invordering, is de bevoegdheid  van de aangezochte lidstaat beperkt tot rechtsvorderingen inzake uitvoeringsmaatregelen.  Alle andere rechtsvorderingen vallen onder de bevoegdheid van de verzoekende lidstaat.  De in de aangezochte lidstaat getroffen uitvoeringsmaatregelen impliceren niet dat deze  lidstaat de gegrondheid of de grondslagen van de schuldvordering erkent.  PB L 150 van 10.6.2008, blz. 28.      7      NL  

onderdeel van een vertrouwensrelatie met de bevoegde autoriteiten en de organen van de  lidstaten. Deze informatie dient een leidraad te omvatten met betrekking tot admini stratieve procedures. De betrokken personen zijn, afhankelijk van de situatie, o.m. de  verzekerden, leden van hun gezin en/of hun nabestaanden of anderen.  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van  coördinerende maatregelen om te waarborgen dat het recht van vrij verkeer van personen  daadwerkelijk kan worden uitgeoefend, niet voldoende door de lidstaten kan worden  verwezenlijkt en derhalve wegens haar omvang en gevolgen beter door de Gemeenschap  kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het  Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in  hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan  nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.  Deze verordening is bedoeld ter vervanging van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de  Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening  (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op  werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de  Gemeenschap verplaatsen 1 ,  PB L 74 van 27.3.1972, blz. 1.      8      NL  

ALGEMENE   BEPALINGEN  Hoofdstuk I  Definities  Artikel 1  Definities  In deze verordening:  a)  wordt verstaan onder "basisverordening", Verordening (EG) nr. 883/2004;  b)  wordt verstaan onder "toepassingsverordening", deze verordening;  c)  zijn de definities van de basisverordening van toepassing.  Naast de in lid 1 bedoelde definities wordt verstaan onder:  a)  "toegangspunt", een instantie die voorziet in:  i)  een elektronisch contactpunt;  ii)  automatische routing op basis van het adres; en      9      NL  

mogelijk maakt (bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie-applicatie) en/of  menselijke tussenkomst;  b)  "verbindingsorgaan", elke door de bevoegde autoriteit van een lidstaat voor een of  meer van de in artikel 3 van de basisverordening bedoelde takken van sociale zeker heid aangewezen instantie die in staat is de verzoeken om inlichtingen of bijstand ten  behoeve van de toepassing van de basisverordening en de toepassingsverordening te  beantwoorden en die de haar op grond van titel IV van de toepassingsverordening  toegewezen taken moet uitvoeren;  c)  "document", een verzameling gegevens op ongeacht welke drager, zodanig gestruc tureerd dat zij langs elektronische weg kan worden uitgewisseld en waarvan de  mededeling noodzakelijk is voor een goede werking van de basisverordening en de  toepassingsverordening;  d)  "gestructureerd elektronisch document", elk gestructureerd document waarvan de  opmaak is bestemd voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen de  lidstaten;  e)  "verzending langs elektronische weg", de verzending van gegevens met behulp van  elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie)  daarvan en met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere  elektromagnetische middelen;  f)  "Rekencommissie", de in artikel 74 van de basisverordening bedoelde commissie.      10      NL  

Bepalingen inzake samenwerking   en gegevensuitwisseling  Artikel 2  Tussen de organen uit te wisselen informatie en wijze   waarop deze uitwisseling moet plaatsvinden  Voor de toepassing van de toepassingsverordening wordt de uitwisseling tussen de  autoriteiten en organen van de lidstaten en de personen die onder de basisverordening  vallen, gebaseerd op de beginselen van openbare dienstverlening, efficiëntie, actieve  bijstand, snelle verstrekking en toegankelijkheid, inclusief e-toegankelijkheid, met name  voor mensen met een handicap en ouderen.  Door de organen worden onverwijld alle gegevens verstrekt of uitgewisseld die nodig zijn  voor de vaststelling van de rechten en plichten van degenen op wie de basisverordening  van toepassing is. De uitwisseling van deze gegevens tussen de lidstaten geschiedt hetzij  rechtstreeks tussen de organen zelf, hetzij indirect via de verbindingsorganen.      11      NL  

aan een orgaan in een andere lidstaat dan die waar het volgens de toepassingsverordening  aangewezen orgaan is gevestigd, moeten onverwijld door het eerste orgaan worden  doorgestuurd aan het volgens de toepassingsverordening aangewezen orgaan, onder  vermelding van de datum waarop zij oorspronkelijk zijn ingediend. Deze datum is bindend  voor het aangewezen orgaan. De organen van een lidstaat worden echter niet aansprakelijk  gesteld of geacht een beslissing te hebben genomen op grond van het feit dat zij nagelaten  hebben te handelen omdat de organen van een andere lidstaat informatie, documenten of  aanvragen laattijdig hebben doorgegeven.  Indien de gegevens indirect via het verbindingsorgaan van de aangewezen lidstaat worden  overgebracht, gaan de termijnen voor het beantwoorden van aanvragen in op de datum  waarop het verbindingsorgaan de aanvraag heeft ontvangen, alsof de aanvraag was  ontvangen door het orgaan in deze lidstaat.  Artikel 3  Tussen de betrokkenen en de organen uit te wisselen informatie en wijze van uitwisseling  De lidstaten zien erop toe dat de noodzakelijke informatie ter beschikking van de  betrokken personen wordt gesteld om hen op de hoogte te brengen van de veranderingen  die bij deze basisverordening en de toepassingsverordening worden doorgevoerd, om hen  in staat te stellen hun rechten geldend te maken. Zij zorgen ook voor gebruikers vriendelijke diensten.      12      NL  

alle informatie, documenten en bewijsstukken te verstrekken die nodig zijn voor de  vaststelling van hun situatie of van die van hun gezin, voor de vaststelling en het behoud  van hun rechten en plichten, alsook voor de vaststelling van de toepasselijke wetgeving en  de daaruit voor hen voortvloeiende verplichtingen.  Bij het overeenkomstig hun eigen wetgeving verzamelen, doorgeven en verwerken van  persoonsgegevens voor de uitvoering van de basisverordening zorgen de lidstaten ervoor  dat de betrokkenen hun rechten ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens ten  volle kunnen uitoefenen, overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake de  bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoons gegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.  Voor zover dit nodig is voor de toepassing van de basisverordening en de toepassings verordening, verstrekken de bevoegde organen onverwijld, en in ieder geval binnen de  termijnen voorgeschreven door de wetgeving van de betrokken lidstaat, de informatie en  de documenten aan de betrokkenen.  Het betrokken orgaan stelt de aanvrager die in een andere lidstaat woont of verblijft,  rechtstreeks dan wel via het verbindingsorgaan van de lidstaat van woonplaats of verblijf  van zijn beslissing in kennis. In geval van weigering vermeldt het de redenen voor deze  weigering, de rechtsmiddelen en de beroepstermijnen. Van deze beslissing wordt een kopie  gestuurd naar de andere betrokken organen.      13      NL  

Artikel 4  Vorm en wijze van uitwisseling van gegevens  De Administratieve Commissie stelt de structuur, de inhoud en de opmaak van de  documenten en de gestructureerde elektronische documenten vast, alsmede gedetailleerde  instructies voor de wijze waarop deze worden uitgewisseld.  De gegevensuitwisseling tussen de organen of verbindingsorganen geschiedt langs  elektronische weg, hetzij direct, hetzij indirect via de toegangspunten, in een gemeen schappelijke beveiligde omgeving die borg staat voor de vertrouwelijkheid en de  bescherming van de uitgewisselde gegevens.  In hun communicatie met de betrokkenen maken de bevoegde organen gebruik van de  per geval passende regelingen en geven zij daarbij zoveel mogelijk de voorkeur aan  elektronische media. De Administratieve Commissie stelt de praktische regelingen vast  voor het langs elektronische weg toezenden van informatie, documenten of beslissingen  aan de betrokkene.      14      NL  

Artikel 5  Juridische waarde van in een andere lidstaat   afgegeven documenten en bewijsstukken  De door het orgaan van een lidstaat voor de toepassing van de basisverordening en de  toepassingsverordening afgegeven documenten over iemands situatie en de bewijsstukken  op grond waarvan de documenten zijn afgegeven, zijn voor de organen van de andere  lidstaten bindend zolang de documenten of bewijsstukken niet door de lidstaat waar zij zijn  afgegeven, zijn ingetrokken of ongeldig verklaard.  Bij twijfel omtrent de geldigheid van het document of de juistheid van de feiten die aan de  vermeldingen daarin ten grondslag liggen, verzoekt het orgaan van de lidstaat dat het  document ontvangt, het orgaan van afgifte om opheldering en eventueel om intrekking van  het document. Het orgaan van afgifte heroverweegt de gronden voor de afgifte van het  document en, indien noodzakelijk, de intrekking van het document.  Overeenkomstig lid 2, wordt, bij twijfel omtrent de geldigheid van het document of onder steunend bewijs of de juistheid van de feiten die aan de vermeldingen daarin ten grondslag  liggen, voor zover dit mogelijk is, de noodzakelijke verificatie van deze informatie of dit  document op verzoek van het bevoegde orgaan uitgevoerd door het orgaan van de woon-  of verblijfplaats.      15      NL  

aan de Administratieve Commissie worden voorgelegd, zulks op zijn vroegst één maand na  de datum waarop het orgaan dat het document heeft ontvangen zijn verzoek heeft inge diend. De Administratieve Commissie tracht binnen zes maanden na de datum waarop de  zaak aan haar is voorgelegd, een voor beide zijden aanvaardbare oplossing te vinden.  Artikel 6  Voorlopige toepassing van een wetgeving   en voorlopige betaling van uitkeringen  Tenzij in de toepassingsverordening anders is bepaald, wordt in geval van een menings verschil tussen de organen of autoriteiten van twee of meer lidstaten inzake de vaststelling  van de toepasselijke wetgeving, op de betrokkene voorlopig de wetgeving van een van  deze lidstaten toegepast, waarbij de rangorde als volgt wordt bepaald:  a)  de wetgeving van de lidstaat waar de betrokkene feitelijk zijn werkzaamheden in  loondienst of anders dan in loondienst verricht, indien de werkzaamheden in slechts  één lidstaat worden uitgeoefend;  b)  de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats, waar de betrokkene een deel van  zijn werkzaamheden verricht of waar hij niet in loondienst of anders dan in loon dienst werkzaam is;  c)  de wetgeving van de lidstaat waar het eerst om toepassing van de wetgeving is  verzocht, wanneer de betrokkene in twee of meer lidstaten werkzaamheden verricht.      16      NL  

bestaat over de vaststelling van het orgaan dat de uitkeringen of verstrekkingen moet  verlenen, ontvangt de betrokkene die aanspraak op prestaties zou kunnen maken indien dit  geschil niet bestond, voorlopige prestaties als bepaald in de wetgeving die door het orgaan  van de woonplaats wordt toegepast of, indien de betrokkene niet op het grondgebied van  een van de betrokken lidstaten woont, prestaties op grond van de wetgeving die wordt  toegepast door het orgaan waarbij de aanvraag het eerst is ingediend.  Worden de betrokken organen of autoriteiten het niet eens, dan kan door de bevoegde  autoriteiten de zaak aan de Administratieve Commissie worden voorgelegd, zulks op zijn  vroegst één maand na de datum waarop het meningsverschil als bedoeld in lid 1 en lid 2 is  ontstaan. De Administratieve Commissie tracht binnen zes maanden na de datum waarop  de zaak aan haar is voorgelegd, een voor beide zijden aanvaardbare oplossing te vinden.  Indien is komen vast te staan dat de toepasselijke wetgeving niet die van de lidstaat is waar  voorlopige aansluiting heeft plaatsgevonden, of dat het orgaan dat voorlopige uitkeringen  heeft verleend, niet het bevoegde orgaan was, wordt het als bevoegd aangemerkte orgaan  geacht retroactief bevoegd te zijn geweest alsof er geen meningsverschil heeft bestaan  uiterlijk vanaf de datum van voorlopige aansluiting of van de eerste voorlopige betaling  van de uitkeringen.      17      NL  

uitkeringen die voorlopig worden betaald, door het als bevoegd aangemerkte orgaan en  het orgaan dat voorlopig uitkeringen heeft verstrekt dan wel voorlopig premies heeft  ontvangen, geregeld, waar zulks passend is, overeenkomstig titel IV, hoofdstuk III, van de  toepassingsverordening.  Door een orgaan overeenkomstig lid 2 voorlopig gedane verstrekkingen worden vergoed  door het overeenkomstig de bepalingen van titel IV van de toepassingsverordening  bevoegde orgaan.  Artikel 7  Voorlopige berekening van uitkeringen en premies  Tenzij in de toepassingsverordening anders is bepaald, wordt, indien een persoon in  aanmerking komt voor een uitkering of een premie verschuldigd is overeenkomstig de  basisverordening, terwijl het bevoegde orgaan niet beschikt over alle gegevens betreffende  de situatie in een andere lidstaat die nodig zijn voor de definitieve berekening van de  hoogte van die uitkering of premie, door dit orgaan de uitkering op verzoek van de  betrokkene verleend of de premie voorlopig berekend, mits deze berekening mogelijk is  aan de hand van de gegevens waarover het orgaan beschikt.  De uitkering of premie wordt opnieuw berekend zodra het orgaan in het bezit is van alle  nodige bewijsstukken of documenten.      18      NL  

Overige algemene bepalingen  voor de toepassing van de basisverordening  Artikel 8  Administratieve overeenkomsten   tussen twee of meer lidstaten  De toepassingsverordening treedt in de plaats van de overeenkomsten betreffende de  toepassing van de in artikel 8, lid 1, van de basisverordening bedoelde verdragen, met  uitzondering van de overeenkomsten met betrekking tot de in bijlage II bij de basis verordening bedoelde verdragen, voor zover de bepalingen van deze overeenkomsten in  bijlage 1 bij de toepassingsverordening worden vermeld.  De lidstaten kunnen zo nodig onderling overeenkomsten afsluiten betreffende de toepas sing van de in artikel 8, lid 2, van de basisverordening bedoelde verdragen, mits deze  overeenkomsten de rechten en verplichtingen van de betrokkenen onverlet laten en zijn  opgenomen in bijlage 1 van de toepassingsverordening.      19      NL  

Artikel 9  Andere procedures tussen de autoriteiten en de organen  Twee of meer lidstaten of hun bevoegde autoriteiten kunnen andere procedures overeen komen dan die welke in de toepassingsverordening zijn vastgesteld, mits zulke procedures  de rechten en verplichtingen van de betrokkenen onverlet laten.  De hiertoe gesloten overeenkomsten worden ter kennis gebracht van de Administratieve  Commissie en worden vermeld in bijlage 1 bij de toepassingsverordening.  Bepalingen die vervat zijn in uitvoeringsovereenkomsten, door twee of meer lidstaten met  hetzelfde doel gesloten als, of die overeenstemmen met de bepalingen bedoeld in lid 2, en  die van kracht zijn op de dag vóór de inwerkingtreding van de toepassingsverordening, en  opgenomen zijn in bijlage 5 bij Verordening (EEG) nr. 574/72, blijven, met het oog op  regelingen tussen die lidstaten, toepasselijk voor zover zij ook in bijlage 1 bij de toepas singsverordening zijn opgenomen.      20      NL  

Artikel 10  Voorkoming van samenloop van prestaties  Artikel 11  Gegevens voor de vaststelling van de woonplaats  Indien tussen de organen van twee of meer lidstaten een verschil van mening bestaat over  de vaststelling van de woonplaats van een persoon op wie de basisverordening van toepas sing is, stellen deze organen in onderlinge overeenstemming het centrum van de belangen  van de betrokkene vast op basis van een algemene beoordeling van alle beschikbare  informatie met betrekking tot relevante feiten. Hiertoe behoren onder meer, in voorkomend  geval:  a)  de duur en de continuïteit van de aanwezigheid op het grondgebied van de betrokken  lidstaten;      21      NL  

  • i) 
    de aard en de specifieke kenmerken van de uitgeoefende werkzaamheden, met  name de plaats waar deze gewoonlijk worden uitgeoefend, het stabiele karakter  van de werkzaamheden of de duur van een arbeidsovereenkomst;  ii)  de gezinssituatie en de familiebanden;  iii)  de uitoefening van onbezoldigde werkzaamheden;  iv)  in het geval van studenten, de bron van hun inkomsten;  v)  de huisvestingssituatie, met name hoe permanent deze is;  vi)  de lidstaat waar de betrokkene geacht wordt te wonen voor belasting doeleinden.  Indien de organen het na afweging van de in lid 1 genoemde, op relevante feiten  gebaseerde criteria niet eens kunnen worden, wordt de intentie van de betrokkene, zoals  deze blijkt uit de feiten en omstandigheden, met name de redenen om te verhuizen, voor de  vaststelling van zijn woonplaats als doorslaggevend beschouwd.      22      NL  

Artikel 12  Samentelling van tijdvakken  Voor de toepassing van artikel 6 van de basisverordening verzoekt het bevoegde orgaan de  organen van de lidstaat waarvan de wetgeving ook op de betrokkene van toepassing was,  om een opgave van de overeenkomstig die wetgeving vervulde tijdvakken.  Voor zover dit nodig is voor de toepassing van artikel 6 van de basisverordening, worden  de respectieve op grond van de wetgeving van een lidstaat vervulde tijdvakken van  verzekering, van werkzaamheid in loondienst of anders dan in loondienst, of van wonen,  gevoegd bij de op grond van de wetgeving van elke andere lidstaat vervulde tijdvakken van  verzekering, van werkzaamheid in loondienst of anders dan in loondienst, of van wonen,  mits deze tijdvakken elkaar niet overlappen.  Indien een tijdvak van verzekering of van wonen, vervuld op grond van een verplichte  verzekering op grond van de wetgeving van een lidstaat, samenvalt met een op grond van  een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering op grond van de wetgeving van een  andere lidstaat vervuld tijdvak van verzekering, wordt alleen het tijdvak in aanmerking  genomen dat is vervuld op grond van de verplichte verzekering.  Indien een op grond van de wetgeving van een lidstaat vervuld tijdvak van verzekering of  van wonen dat geen gelijkgesteld tijdvak is, samenvalt met een op grond van de wetgeving  van een andere lidstaat gelijkgesteld tijdvak, wordt alleen het niet-gelijkgestelde tijdvak in  aanmerking genomen.      23      NL  

slechts in aanmerking genomen door het orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving  laatstelijk vóór dat tijdvak op de betrokkene verplicht van toepassing was. Indien de  wetgeving van een lidstaat vóór dat tijdvak niet verplicht van toepassing was op de  betrokkene, wordt het in aanmerking genomen door het orgaan van de lidstaat waarvan de  wetgeving na dat tijdvak voor het eerst verplicht van toepassing was op de betrokkene.  Indien de periode waarin bepaalde tijdvakken van verzekering of van wonen werden  vervuld op grond van de wetgeving van een lidstaat, niet nauwkeurig kan worden bepaald,  wordt ervan uitgegaan dat deze tijdvakken de op grond van de wetgeving van een andere  lidstaat vervulde tijdvakken van verzekering of van wonen niet overlappen, en wordt  hiermede, indien dit gunstig is voor de betrokkene, rekening gehouden, voor zover de  tijdvakken redelijkerwijs in aanmerking kunnen worden genomen.      24      NL  

Artikel 13  Regels voor de omrekening van tijdvakken  Indien de tijdvakken, vervuld op grond van de wetgeving van een lidstaat, worden uitge drukt in andere eenheden dan in de wetgeving van een andere lidstaat worden gehanteerd,  geschiedt de omrekening die op grond van artikel 6 van de basisverordening voor de  samentelling nodig is volgens de onderstaande regels:  a)  het tijdvak dat moet worden gebruikt als basis voor de omrekening is het tijdvak dat  wordt meegedeeld door het orgaan van de lidstaat volgens de wetgeving op grond  waarvan het tijdvak is vervuld;  b)  in het geval van regelingen waarin de tijdvakken in dagen worden uitgedrukt,  geschiedt de omrekening van dagen in andere eenheden, en omgekeerd, alsook de  omrekening tussen verschillende op dagen gebaseerde regelingen, volgens de  onderstaande tabel:  Regeling  1 dag komt  1 week  1 maand  1 kwartaal  maximum  gebaseerd  overeen  komt  komt  komt  aantal dagen  op  met  overeen  overeen  overeen  in één  met  met  met  kalenderjaar  5 dagen  9 uur  5 dagen  22 dagen  66 dagen  264 dagen  6 dagen  8 uur  6 dagen  26 dagen  78 dagen  312 dagen  7 dagen  6 uur  7 dagen  30 dagen  90 dagen  360 dagen      25      NL  

worden uitgedrukt:  i)  drie maanden of dertien weken gelden als een kwartaal, en omgekeerd;  ii)  één jaar geldt als vier kwartalen, 12 maanden of 52 weken, en omgekeerd;  iii)  voor de omrekening van weken in maanden, en omgekeerd, worden weken en  maanden omgerekend in dagen volgens de in de in punt b) opgenomen tabel  bepaalde omrekening voor de regelingen op basis van zes dagen;  d)  in het geval van tijdvakken die in gedeelten worden uitgedrukt, worden deze omge rekend naar de volgende kleinere gehele eenheid, door toepassing van de punten b)  en c). Gedeelten van jaren worden omgerekend in maanden, tenzij de betrokken  regeling is gebaseerd op kwartalen;  e)  indien de omrekening op grond van dit lid leidt tot een gedeelte van een eenheid,  wordt het resultaat afgerond naar de volgende hogere gehele eenheid.      26      NL  

één kalenderjaar zijn vervuld, een totaal oplevert van meer dan de in de laatste kolom van  de tabel in lid 1, onder b), vermelde dagen, dan tweeënvijftig weken, dan twaalf maanden  of dan vier kwartalen.  Indien de om te rekenen tijdvakken overeenkomen met het maximale aantal tijdvakken  per jaar op grond van de wetgeving van de lidstaat waar zij zijn vervuld, mag de toepassing  van lid 1 in één kalenderjaar niet leiden tot tijdvakken die korter zijn dan het eventuele  maximale aantal tijdvakken per jaar waarin de betrokken wetgeving voorziet.  De omrekening wordt uitgevoerd, hetzij in een enkele operatie die betrekking heeft op alle  tijdvakken die als een geheel zijn meegedeeld, hetzij voor elk jaar indien de tijdvakken op  jaarbasis zijn meegedeeld.  Wanneer een orgaan tijdvakken in dagen meedeelt, geeft het tegelijkertijd aan of de  toegepaste regeling is gebaseerd op vijf, zes of zeven dagen.      27      NL  

VASTSTELLING   VAN   DE   TOEPASSELIJKE   WETGEVING  Artikel 14  Verduidelijkingen bij de artikelen 12 en 13 van de basisverordening  Voor de toepassing van artikel 12, lid 1, van de basisverordening slaat degene "die  werkzaamheden in loondienst verricht in een lidstaat voor rekening van een werkgever die  daar zijn werkzaamheden normaliter verricht, en die door deze werkgever naar een andere  lidstaat wordt gedetacheerd" ook op een persoon die is aangeworven met het oog op  detachering naar een andere lidstaat, op voorwaarde dat de betrokkene, onmiddellijk voor  het begin van zijn werkzaamheden in loondienst, reeds onderworpen is aan de wetgeving  van de lidstaat waar zijn werkgever gevestigd is.      28      NL  

daar zijn werkzaamheden normaliter verricht" betrekking op een werkgever die normaliter  op het grondgebied van de lidstaat waar hij is gevestigd substantiële werkzaamheden  verricht die verder gaan dan louter intern beheer. Dit wordt vastgesteld aan de hand van  alle criteria die de door de werkgever uitgevoerde werkzaamheden kenmerken. De ter zake  dienende criteria moeten zijn toegesneden op de specifieke kenmerken van elke werkgever  en de ware aard van de werkzaamheden.  Voor de toepassing van artikel 12, lid 2, van de basisverordening is degene "die werkzaam heden anders dan in loondienst pleegt te verrichten" iemand die normaliter substantiële  werkzaamheden verricht op het grondgebied van de lidstaat waar hij is gevestigd. Met  name moet hij zijn werkzaamheden reeds enige tijd hebben uitgeoefend voor de datum  waarop hij een beroep wenst te doen op dat artikel en, gedurende iedere periode van  tijdelijke werkzaamheden in een andere lidstaat, in de lidstaat waar hij is gevestigd de  nodige voorwaarden blijven vervullen voor de uitoefening van zijn werkzaamheden zodat  hij hiermee kan doorgaan na zijn terugkeer.  Voor de toepassing van artikel 12, lid 2, van de basisverordening is het criterium om te  bepalen of de werkzaamheden anders dan in loondienst die een persoon in een andere  lidstaat gaat uitoefenen, "van gelijke aard" zijn als de werkzaamheden die hij normaliter  anders dan in loondienst verricht, de feitelijke aard van de werkzaamheid en niet het feit  dat deze werkzaamheden eventueel door deze andere lidstaat als werkzaamheden in  loondienst of anders dan in loondienst worden betiteld.      29      NL  

"in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten" met name  verstaan, iemand die  a)  terwijl hij een werkzaamheid in een andere lidstaat voortzet, gelijktijdig een andere  afzonderlijke werkzaamheid uitoefent op het grondgebied van één of meer andere  lidstaten, ongeacht de duur en de aard van deze afzonderlijke werkzaamheid;  b)  permanent in twee of meer lidstaten elkaar afwisselende werkzaamheden uitoefent,  met uitzondering van marginale werkzaamheden, ongeacht de frequentie of het al  dan niet regelmatige karakter van de afwisseling.  Voor de toepassing van artikel 13, lid 2, van de basisverordening wordt onder degene die  "in twee of meer lidstaten werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt te verrichten"  met name verstaan, iemand die gelijktijdig of afwisselend op het grondgebied van twee of  meer lidstaten een of meer afzonderlijke werkzaamheden anders dan in loondienst  uitoefent, ongeacht de aard van deze anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden.  Ten behoeve van het onderscheid tussen de in de leden 5 en 6 bedoelde werkzaamheden en  de in artikel 12, leden 1 en 2, van de basisverordening bedoelde gevallen, is de duur van de  werkzaamheid in een of meer lidstaten (of zij permanent, dan wel ad hoc of tijdelijk van  aard is) doorslaggevend. Daartoe wordt een algemene beoordeling verricht van alle  relevante feiten, waaronder met name, met betrekking tot een persoon in loondienst, de in  de arbeidsovereenkomst bepaalde arbeidsplaats.      30      NL  

"substantieel gedeelte van de werkzaamheden die in loondienst of anders dan in loon dienst" in een lidstaat worden verricht dat een kwantitatief substantieel deel van alle  werkzaamheden in loondienst of anders dan in loondienst daar wordt verricht, zonder dat  het hierbij noodzakelijkerwijs om het grootste deel van deze werkzaamheden hoeft te gaan.  De beoordeling of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in een lidstaat wordt  verricht, gebeurt mede op grond van de volgende indicatieve criteria:  a)  in geval van een werkzaamheid in loondienst, de arbeidstijd en/of de bezoldiging; en  b)  in geval van een werkzaamheid anders dan in loondienst, de omzet, de arbeidstijd,  het aantal verleende diensten en/of het inkomen.  In het kader van een algemene beoordeling geldt een aandeel van minder dan 25% voor de  bovengenoemde criteria als indicatie dat een substantieel gedeelte van de werkzaamheden  niet in de betrokken lidstaat wordt verricht.  Voor de toepassing van artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening wordt het  "centrum van belangen" van anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van een  persoon bepaald aan de hand van alle elementen waaruit zijn beroepswerkzaamheden  bestaan, met name de vaste en blijvende plaats van waaruit hij zijn werkzaamheden  verricht, de gebruikelijke aard of de duur van de uitgeoefende werkzaamheden, het aantal  verleende diensten, alsmede de intentie van de betrokkene zoals die uit alle omstandig heden blijkt.      31      NL  

de betrokken organen rekening met de verwachte situatie in de volgende twaalf kalender maanden.  Degene die zijn werkzaamheid in loondienst in twee of meer lidstaten voor rekening van  een buiten het grondgebied van de Unie gevestigde werkgever verricht en in een lidstaat  woont zonder daar een substantiële werkzaamheid te verrichten, valt onder de wetgeving  van de lidstaat van de woonplaats.  Artikel 15  Procedures voor de toepassing van artikel 11, lid 3, punt b) en punt d),  artikel 11, lid 4, en artikel 12 van de basisverordening  (betreffende de verstrekking van informatie aan de betrokken organen)  Indien een persoon zijn werkzaamheid uitoefent in een andere lidstaat dan de op grond van  titel II van de basisverordening bevoegde lidstaat, stelt de werkgever of, in het geval van  iemand die geen werkzaamheid in loondienst verricht, de betrokkene zelf, indien mogelijk  van tevoren, het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing  blijft, daarvan in kennis, tenzij anders is bepaald in artikel 16 van de toepassings verordening. Dit orgaan stelt onverwijld informatie betreffende de overeenkomstig  artikel 11, lid 3, punt b), of artikel 12 van de basisverordening op de betrokkene van  toepassing zijnde wetgevingen ter beschikking van betrokkene en van het orgaan dat is  aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de werkzaamheid wordt  uitgeoefend.      32      NL  

van de basisverordening vallen.  Een werkgever als bedoeld in artikel 11, lid 4, van de basisverordening bij wie een persoon  in loondienst werkzaam is aan boord van een zeeschip dat onder de vlag van een andere  lidstaat vaart, stelt, indien mogelijk van tevoren, het bevoegde orgaan van de lidstaat  waarvan de wetgeving van toepassing is, daarvan in kennis. Dit orgaan stelt onverwijld  informatie betreffende de wetgeving die op grond van artikel 11, lid 4, van de basis verordening op de betrokkene van toepassing is, ter beschikking van het orgaan dat is  aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat onder de vlag waarvan het  zeeschip aan boord waarvan de werknemer de werkzaamheden zal verrichten, vaart.  Artikel 16  Procedure voor de toepassing van artikel 13 van de basisverordening  Degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden verricht, stelt het orgaan dat is  aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van woonplaats, daarvan in kennis.  Het aangewezen orgaan van de woonplaats stelt onverwijld de op de betrokkene  toepasselijke wetgeving vast, met inachtneming van artikel 13 van de basisverordening  en artikel 14 van de toepassingsverordening. Deze aanvankelijke vaststelling heeft een  voorlopig karakter. Het orgaan brengt de aangewezen organen van elke lidstaat waar  werkzaamheden worden verricht op de hoogte van zijn voorlopige vaststelling.      33      NL  

definitief binnen twee maanden nadat de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken  lidstaten aangewezen organen ervan in kennis zijn gesteld overeenkomstig lid 2, tenzij de  wetgeving reeds definitief is vastgesteld op basis van lid 4, of tenzij ten minste een van de  betrokken organen de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van woonplaats aange wezen organen aan het eind van de periode van twee maanden ervan in kennis stelt dat het  nog niet met de vaststelling kan instemmen of hierover een ander standpunt inneemt.  Indien onzekerheid betreffende de vaststelling van de toepasselijke wetgeving noopt tot  contacten tussen de organen of autoriteiten van twee of meer lidstaten wordt, op verzoek  van een of meer van de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten aange wezen organen of van de bevoegde autoriteiten zelf, de op de betrokkene toepasselijke  wetgeving in onderlinge overeenstemming vastgesteld, met inachtneming van artikel 13  van de basisverordening en de desbetreffende bepalingen van artikel 14 van de toepas singsverordening.  Indien er een verschil van mening bestaat tussen de betrokken organen of bevoegde  autoriteiten, streven deze instanties naar een akkoord overeenkomstig bovengenoemde  voorwaarden; artikel 6 van de toepassingsverordening is van toepassing.  Het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving voorlopig of definitief van  toepassing is verklaard, stelt de betrokkene onverwijld in kennis.      34      NL  

toegepast op initiatief van het door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van woonplaats  aangewezen orgaan, zodra het, eventueel via een ander betrokken orgaan, in kennis is  gesteld van de situatie van de betrokkene.  Artikel 17  Procedure voor de toepassing van artikel 15 van de basisverordening  Artikel 18  Procedure voor de toepassing van artikel 16 van de basisverordening      35      NL  

Artikel 19  Verstrekking van informatie aan betrokkenen en werkgevers  Het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving op grond van titel II van de  basisverordening van toepassing wordt, informeert de betrokkene en eventueel zijn  werkgever over de in die wetgeving neergelegde verplichtingen. Het verleent hun de  nodige hulp bij het vervullen van de op grond van die wetgeving verplichte formaliteiten.  Op verzoek van de betrokkene of de werkgever verstrekt het bevoegde orgaan van de  lidstaat waarvan de wetgeving op grond van een bepaling van titel II van de basis verordening van toepassing is, een verklaring dat die wetgeving van toepassing is en  vermeldt het eventueel tot welke datum en onder welke voorwaarden.  Artikel 20  Samenwerking tussen organen  De betrokken organen verstrekken het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de  wetgeving op grond van titel II van de basisverordening van toepassing is, de nodige  gegevens voor de vaststelling van de datum waarop deze wetgeving van toepassing wordt,  alsook de premies en bijdragen die de betrokkene en zijn werkgevers ingevolge die  wetgeving verschuldigd zijn.      36      NL  

wordt op grond van titel II van de basisverordening, stelt het orgaan dat is aangewezen  door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de wetgeving het laatst op die persoon  van toepassing was, in kennis van de datum waarop de toepassing van de wetgeving ingaat.  Artikel 21  Verplichtingen van de werkgever  Een werkgever die zijn statutaire zetel of vestiging buiten de bevoegde lidstaat heeft, dient  alle verplichtingen na te komen waarin de op zijn werknemers toepasselijke wetgeving  voorziet, met name de verplichting tot het betalen van de in die wetgeving bedoelde  premies en bijdragen, alsof hij zijn statutaire zetel of vestiging in de bevoegde lidstaat zou  hebben.  Een werkgever die geen vestiging heeft in de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing  is en de werknemer kunnen overeenkomen dat de werknemer de verplichtingen van de  werkgever inzake de betaling van premies en bijdragen voor rekening van deze laatste  nakomt, zonder afbreuk te doen aan de onderliggende verplichtingen van de werkgever.  De werkgever brengt een dergelijke regeling ter kennis van het bevoegde orgaan van die  lidstaat.      37      NL  

BIJZONDERE   BEPALINGEN  VOOR   VERSCHILLENDE   CATEGORIEËN   UITKERINGEN  Hoofdstuk I  Prestaties bij ziekte, en moederschaps-  en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen  Artikel 22  Algemene toepassingsbepalingen  De bevoegde autoriteiten of organen zien erop toe dat alle noodzakelijke informatie  betreffende de procedures en voorwaarden voor de toekenning van verstrekkingen ter  beschikking van de verzekerden wordt gesteld wanneer zulke verstrekkingen worden  ontvangen op het grondgebied van een andere lidstaat dan die van het bevoegde orgaan.  Onverminderd artikel 5, onder a), van de basisverordening kunnen de kosten van  verstrekkingen in de zin van artikel 22 van de basisverordening, respectievelijk de  artikelen 23 tot en met 30 van de basisverordening, slechts dan ten laste komen van een  lidstaat, indien de verzekerde op grond van de wetgeving van die lidstaat een aanvraag  voor een pensioen heeft ingediend, respectievelijk een pensioen ontvangt.      38      NL  

Artikel 23  Toe te passen stelsel als er in het land van de woon- of   verblijfplaats meer dan één stelsel bestaat  Artikel 24  Woonplaats in een andere dan de bevoegde lidstaat  Voor de toepassing van artikel 17 van de basisverordening zijn de verzekerde en/of zijn  gezinsleden verplicht zich te laten inschrijven bij het orgaan van de woonplaats. Hun recht  op verstrekkingen in de lidstaat van de woonplaats blijkt uit een verklaring die door het  bevoegde orgaan op verzoek van de verzekerde of op verzoek van het orgaan van de  woonplaats is verstrekt.  Het in lid 1 bedoelde document blijft geldig totdat het bevoegde orgaan het orgaan van de  woonplaats in kennis stelt van de intrekking ervan.  Het orgaan van de woonplaats stelt het bevoegde orgaan in kennis van iedere inschrijving  overeenkomstig lid 1 en van iedere wijziging of schrapping daarvan.      39      NL  

basisverordening bedoelde personen.  Artikel 25  Verblijf in een andere dan de bevoegde lidstaat  Procedure en draagwijdte van het recht  1.  Voor de toepassing van artikel 19 van de basisverordening verstrekt de verzekerde de  zorgverlener in de lidstaat van verblijf een door het bevoegd orgaan uitgereikt  document waaruit blijkt dat hij recht heeft op verstrekkingen. Indien de verzekerde  niet in het bezit is van een dergelijk document, vraagt het orgaan van de verblijf plaats het document op verzoek, of indien anderszins noodzakelijk, bij het bevoegde  orgaan op.  2.  Uit dat document moet blijken dat de verzekerde volgens de voorwaarden van  artikel 19 van de basisverordening recht heeft op verstrekkingen onder dezelfde  voorwaarden als die welke gelden voor verzekerden ingevolge de wetgeving van de  lidstaat van verblijf.      40      NL  

verstrekkingen bedoeld die in de lidstaat van verblijf volgens zijn wetgeving worden  verleend en die medisch noodzakelijk worden om te voorkomen dat de verzekerde  vóór het einde van zijn geplande verblijf naar de bevoegde lidstaat moet terugkeren  om er de behandeling te ontvangen die hij nodig heeft.  Procedure en regelingen voor de rechtstreekse betaling en/of vergoeding van  verstrekkingen  4.  Indien de verzekerde de kosten van alle of een deel van de op grond van artikel 19  van de basisverordening verleende verstrekkingen zelf heeft betaald en indien de  door het orgaan van de verblijfplaats toegepaste wetgeving voorziet in de mogelijk heid van vergoeding van deze kosten aan de verzekerde, kan hij een verzoek om  vergoeding aan het orgaan van de verblijfplaats richten. In dat geval vergoedt dat  orgaan hem het bedrag van de kosten van de verstrekkingen rechtstreeks, binnen de  grenzen en onder de voorwaarden van de volgens de wetgeving van het orgaan  geldende vergoedingstarieven.      41      NL  

van de verblijfplaats is ingediend, worden de kosten door het bevoegde orgaan aan  de betrokkene vergoed tegen het vergoedingstarief dat het orgaan van de verblijf plaats in het betrokken geval toepast, dan wel ten bedrage van de vergoeding die  door het orgaan van de verblijfplaats zou zijn uitbetaald indien artikel 62 van de  toepassingsverordening van toepassing was geweest.  Het orgaan van de verblijfplaats is verplicht het bevoegde orgaan desgevraagd de  nodige inlichtingen over die tarieven of bedragen te verstrekken.  6.  In afwijking van lid 5 kan het bevoegde orgaan de gemaakte kosten vergoeden  binnen de grenzen en volgens de voorwaarden van de tarieven vastgesteld in zijn  wetgeving, op voorwaarde dat de verzekerde ermee akkoord gaat dat deze bepaling  op hem wordt toegepast.  7.  Indien de wetgeving van de lidstaat van verblijf in het betrokken geval niet voorziet  in vergoeding overeenkomstig de leden 4 en 5, mag het bevoegde orgaan de  gemaakte kosten binnen de grenzen en volgens de voorwaarden van de tarieven  vastgesteld in zijn wetgeving vergoeden zonder instemming van de verzekerde.  8.  De vergoeding voor de verzekerde mag het bedrag van de werkelijk door hem  gemaakte kosten nooit overschrijden.      42      NL  

voorschot aan de verzekerde uitbetalen zodra deze de aanvraag tot vergoeding bij dit  orgaan indient.  Gezinsleden  10.  De leden 1 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van  de verzekerde.  Artikel 26  Geplande geneeskundige verzorging  Toestemmingsprocedure  1.  Voor de toepassing van artikel 20, lid 1, van de basisverordening wordt door de  verzekerde een door het bevoegde orgaan verstrekt document aan het orgaan van de  verblijfplaats overgelegd. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bevoegd  orgaan verstaan het orgaan dat de kosten van de geplande behandeling voor zijn  rekening neemt; in de in artikel 20, lid 4, en artikel 27, lid 5, van de basisverordening  bedoelde gevallen, waarin de in de lidstaat van de woonplaats toegekende verstrek kingen op basis van vaste bedragen worden vergoed, is het bevoegde orgaan het  orgaan van de woonplaats.      43      NL  

aan het orgaan van de woonplaats, dat het verzoek onverwijld aan het bevoegde  orgaan doorzendt.  In dat geval geeft het orgaan van de woonplaats in een verklaring aan dat in de  lidstaat van de woonplaats is voldaan aan de voorwaarden van artikel 20, lid 2,  tweede zin, van de basisverordening.  De gevraagde toestemming kan door het bevoegde orgaan alleen geweigerd worden  indien, in overeenstemming met het oordeel van het orgaan van de woonplaats, in de  lidstaat van de woonplaats van de verzekerde niet is voldaan aan de voorwaarden van  artikel 20, lid 2, tweede zin, van de basisverordening, of indien dezelfde behandeling  binnen een medisch verantwoorde termijn, gelet op de gezondheidstoestand van dat  moment en het te verwachten ziekteverloop van de betrokkene, in de bevoegde  lidstaat zelf kan worden gegeven.  Het bevoegde orgaan stelt het orgaan van de woonplaats in kennis van zijn besluit.  Is binnen de in de nationale wetgeving vastgestelde termijnen geen antwoord  ontvangen, dan wordt de toestemming geacht door het bevoegde orgaan te zijn  verleend.      44      NL  

levensreddende behandeling nodig heeft en de toestemming niet kan worden  geweigerd op grond van de tweede zin van artikel 20, lid 2, van de basisverordening,  wordt de toestemming door het orgaan van de woonplaats verleend namens het  bevoegde orgaan, dat onverwijld door het orgaan van de woonplaats wordt ingelicht.  Het bevoegde orgaan aanvaardt de bevindingen en behandelingskeuzen van artsen  die zijn erkend door het orgaan van de woonplaats dat toestemming verleent met  betrekking tot de noodzaak van een dringende levensreddende behandeling.  4.  Tijdens de procedure voor het verlenen van de toestemming behoudt het bevoegde  orgaan steeds de mogelijkheid de verzekerde door een door het orgaan gekozen arts  in de lidstaat van de woon- of verblijfplaats te laten onderzoeken.  5.  Het orgaan van de verblijfplaats stelt, onverminderd enige beslissing inzake de  toestemming, het bevoegde orgaan in voorkomend geval ervan in kennis dat een  aanvulling op de door de toestemming gedekte behandeling uit medisch oogpunt  nodig blijkt.  Rechtstreekse betaling van de door de verzekerde gemaakte kosten in verband met  verstrekkingen  6.  Onverminderd lid 7, is artikel 25, leden 4 en 5, van de toepassingsverordening van  overeenkomstige toepassing.      45      NL  

ming is verleend geheel of gedeeltelijk zelf heeft betaald en de kosten die het  bevoegde orgaan op grond van lid 6 verplicht is aan het orgaan van de verblijfplaats  of aan de verzekerde zelf te vergoeden (werkelijke kostprijs) lager zijn dan de kosten  die het voor dezelfde behandeling in de bevoegde lidstaat zou hebben moeten dragen  (fictieve kostprijs), dan vergoedt het bevoegde orgaan op verzoek de door de ver zekerde gemaakte kosten van de behandeling tot het bedrag waarmee de fictieve  kostprijs de werkelijke kostprijs overstijgt. Het vergoede bedrag mag evenwel niet  hoger zijn dan de werkelijke kosten van de verzekerde, waarbij ook rekening kan  worden gehouden met het bedrag dat de verzekerde zou hebben moeten betalen  indien de behandeling in de bevoegde lidstaat had plaatsgevonden.  Reis- en verblijfkosten in het kader van een geplande behandeling  8.  Indien toestemming is verleend voor een behandeling in een andere lidstaat, en de  nationale wetgeving van het bevoegde orgaan voorziet in de vergoeding van de aan  de behandeling verbonden reis- en verblijfkosten van de verzekerde, worden deze  kosten voor de betrokkene en zo nodig voor een begeleider door dat orgaan betaald.      46      NL  

  • 9. 
    De leden 1 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van  de verzekerden.  Artikel 27  Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen  in het geval dat de woon- of verblijfplaats  zich in een andere dan de bevoegde lidstaat bevindt  Door de verzekerde te volgen procedure  1.  Indien de wetgeving van de bevoegde lidstaat voorschrijft dat de verzekerde een  bewijs overlegt om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheids uitkering in de zin van artikel 21, lid 1, van de basisverordening, vraagt de  verzekerde de arts van de lidstaat van de woonplaats die zijn gezondheidstoestand  heeft vastgesteld, om een bewijs van arbeidsongeschiktheid met vermelding van de  vermoedelijke duur ervan.  2.  De verzekerde zendt het bewijs binnen de door de wetgeving van de bevoegde  lidstaat bepaalde termijn aan het bevoegde orgaan toe.      47      NL  

van arbeidsongeschiktheid worden afgegeven en deze volgens de wetgeving van de  bevoegde lidstaat vereist zijn, wendt de betrokkene zich rechtstreeks tot het orgaan  van de woonplaats. Dit orgaan zorgt er onmiddellijk voor dat de arbeidsongeschikt heid van de betrokkene medisch wordt beoordeeld en het in lid 1 bedoelde bewijs  wordt uitgeschreven. Het bewijs wordt onverwijld naar het bevoegde orgaan  doorgezonden.  4.  De doorzending van het in de leden 1, 2 en 3 bedoelde document ontslaat de  verzekerde niet van de in de toepasselijke wetgeving vervatte verplichtingen, met  name ten aanzien van zijn werkgever. In voorkomend geval kan de werkgever en/of  het bevoegde orgaan de werknemer oproepen deel te nemen aan activiteiten om de  terugkeer naar het arbeidsproces te bevorderen en te ondersteunen.  Door het orgaan van de lidstaat van de woonplaats te volgen procedure  5.  Als het bevoegde orgaan daarom verzoekt, worden door het orgaan van de woon plaats, in overeenstemming met de door dat orgaan toegepaste wetgeving, ten  aanzien van de betrokkene de nodige administratieve controles of medische  onderzoeken verricht. Het verslag van de controlerend arts, waarin met name de  vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid wordt vermeld, wordt door het  orgaan van de woonplaats onverwijld aan het bevoegde orgaan gezonden.      48      NL  

  • 6. 
    Het bevoegde orgaan behoudt het recht de verzekerde te laten onderzoeken door een  arts die het orgaan zelf heeft gekozen.  7.  Onverminderd artikel 21, lid 1, tweede zin, van de basisverordening, betaalt het  bevoegde orgaan de uitkeringen rechtstreeks aan de betrokkene en stelt het, indien  nodig, het orgaan van de woonplaats hiervan in kennis.  8.  Voor de toepassing van artikel 21, lid 1, van de basisverordening hebben de  vermeldingen op het bewijs van arbeidsongeschiktheid van de verzekerde, dat in een  andere lidstaat op grond van de medische bevindingen van de controlerend arts of het  controlerend orgaan is opgesteld, dezelfde juridische waarde als het in de bevoegde  lidstaat opgesteld bewijs.  9.  Indien het bevoegde orgaan besluit de uitkeringen te weigeren, stelt het de  verzekerde en tegelijkertijd het orgaan van de woonplaats van zijn besluit in kennis.  Procedure bij verblijf in een andere dan de bevoegde lidstaat  10.  De leden 1 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat de  verzekerde in een andere dan de bevoegde lidstaat verblijft.      49      NL  

Artikel 28  Uitkeringen bij langdurige zorg  in het geval dat de woon- of verblijfplaats  zich in een andere dan de bevoegde lidstaat bevindt  Door de verzekerde te volgen procedure  1.  Om in aanmerking te komen voor uitkeringen bij langdurige zorg op grond van  artikel 21, lid 1, van de basisverordening, wendt de verzekerde zich tot het bevoegde  orgaan. Het bevoegde orgaan stelt zo nodig het orgaan van de woonplaats daarvan in  kennis.  Door het orgaan van de woonplaats te volgen procedure  2.  Het orgaan van de woonplaats onderzoekt op verzoek van het bevoegde orgaan de  toestand van de verzekerde, met het oog op zijn behoefte aan langdurige zorg. Het  bevoegde orgaan verschaft het orgaan van de woonplaats alle voor dit onderzoek  nodige gegevens.  Door het bevoegde orgaan te volgen procedure  3.  Het bevoegde orgaan heeft het recht om, teneinde de mate van behoefte aan lang durige zorg te bepalen, de verzekerde te laten onderzoeken door een arts of andere  deskundige die het orgaan zelf heeft gekozen.  4.  Artikel 27, lid 7, van de toepassingsverordening is van overeenkomstige toepassing.      50      NL  

  • 5. 
    De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verzekerde die in  een andere dan de bevoegde lidstaat verblijft.  Gezinsleden  6.  De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van  de verzekerde.  Artikel 29  Toepassing van artikel 28 van de basisverordening  Artikel 30  Premies en bijdragen ten laste van de pensioengerechtigden      51      NL  

Artikel 31  Toepassing van artikel 34 van de basisverordening  Door het bevoegde orgaan te volgen procedure  1.  Het bevoegde orgaan stelt de betrokkene in kennis van de bepaling van artikel 34 van  de basisverordening, ter voorkoming van samenloop van prestaties. De toepassing  van deze voorschriften garandeert aan de persoon die niet op het grondgebied van de  bevoegde lidstaat woont, het recht op prestaties die ten minste gelijk zijn aan het  totale bedrag of de totale waarde waarop hij aanspraak zou kunnen maken als hij in  die lidstaat woonde.  2.  Het bevoegde orgaan stelt voorts het orgaan van de woon- of verblijfplaats in kennis  van de betaling van uitkeringen bij langdurige zorg, indien de door laatstbedoeld  orgaan toegepaste wetgeving voorziet in de verstrekkingen voor langdurige zorg die  zijn vermeld op de in artikel 34, lid 2, van de basisverordening bedoelde lijst.  Door het orgaan van de woon- of verblijfplaats te volgen procedure  3.  Na ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie stelt het orgaan van de woon- of  verblijfplaats het bevoegde orgaan onverwijld in kennis van elke voor hetzelfde doel  bestemde verstrekking bij langdurige zorg die het op grond van zijn wetgeving aan  de betrokkene verleent, en van het vergoedingstarief daarvan.      52      NL  

van dit artikel.  Artikel 32  Bijzondere toepassingsmaatregelen  Wanneer een persoon of een groep personen op verzoek is vrijgesteld van verplichte  ziekteverzekering en die personen dus niet zijn gedekt door een ziekteverzekeringsstelsel  waarop de basisverordening van toepassing is, wordt het orgaan van een andere lidstaat,  louter ten gevolge van die vrijstelling, niet verantwoordelijk voor de kosten van de  verstrekkingen of uitkeringen die uit hoofde van titel III, hoofdstuk I, van de basis verordening aan die personen of hun gezinsleden worden verleend.  Voor de in bijlage 2 bedoelde lidstaten zijn de bepalingen van titel III, hoofdstuk I, van de  basisverordening betreffende verstrekkingen slechts van toepassing op personen die  uitsluitend op basis van een bijzonder stelsel voor ambtenaren recht hebben op  verstrekkingen, voor zover zulks in die bijlage is gespecificeerd.  Het orgaan van een andere lidstaat wordt niet, louter op die grond, verantwoordelijk voor  de kosten van de verstrekkingen of uitkeringen die aan die personen of hun gezinsleden  worden verleend.      53      NL  

waar het recht op verstrekkingen niet is onderworpen aan verzekeringsvoorwaarden of de  uitoefening van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, worden zij aangesproken voor  de volledige kosten van de verstrekkingen die hun in hun land van woonplaats worden  verleend.  Hoofdstuk II  Prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten  Artikel 33  Recht op verstrekkingen en uitkeringen  voor degene die in een andere dan de bevoegde lidstaat woont of verblijft  De in de artikelen 24 tot en met 27 van de toepassingsverordening vastgestelde procedures  zijn van overeenkomstige toepassing op artikel 36 van de basisverordening.  Indien op grond van de nationale wetgeving van de lidstaat van woonplaats of verblijf  specifieke verstrekkingen worden gedaan in verband met arbeidsongeval en beroepsziekte,  stelt het orgaan van deze lidstaat het bevoegde orgaan hiervan onverwijld op de hoogte.      54      NL  

Artikel 34  Procedure in geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte  in een andere dan de bevoegde lidstaat  Indien een arbeidsongeval plaatsvindt of een beroepsziekte voor de eerste maal medisch  wordt vastgesteld op het grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat, en de  nationale wetgeving in een aangifte of kennisgeving voorziet, wordt de aangifte of de  kennisgeving van het arbeidsongeval of van de beroepsziekte gedaan overeenkomstig de  wetgeving van de bevoegde lidstaat, in voorkomend geval onverminderd enige anders luidende toepasselijke wettelijke bepalingen die op het grondgebied van de lidstaat waar  het arbeidsongeval plaatsvond of waar de beroepsziekte voor de eerste maal medisch werd  vastgesteld, gelden en die in dat geval van toepassing blijven. De aangifte of kennisgeving  wordt gericht aan het bevoegde orgaan.  Het orgaan van de lidstaat op het grondgebied waarvan het arbeidsongeval plaatsvond of  waar de beroepsziekte voor de eerste maal medisch werd vastgesteld, zendt aan het  bevoegde orgaan de op het grondgebied van deze lidstaat opgestelde geneeskundige  verklaringen toe.      55      NL  

andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat heeft plaatsgevonden, op dat grondgebied een  onderzoek moet worden verricht om een mogelijk recht op de desbetreffende prestaties  vast te stellen, kan het bevoegde orgaan hiertoe een persoon aanwijzen, waarna het de  autoriteiten van eerstgenoemde lidstaat van deze aanwijzing in kennis stelt. De organen  werken samen om alle nuttige informatie te onderzoeken en om de verslagen en andere  documenten in verband met het ongeval te raadplegen.  Het bevoegde orgaan ontvangt, na afloop van de behandeling, op verzoek een uitvoerig  verslag, vergezeld van de geneeskundige verklaringen betreffende de blijvende gevolgen  van het ongeval of de ziekte en in het bijzonder de huidige toestand van de getroffene  alsmede de genezing of de stabilisering van de letsels. De honoraria worden betaald door  het orgaan van de woonplaats of de plaats van verblijf, naargelang het geval, overeen komstig het door dit orgaan toegepaste tarief, maar komen voor rekening van het bevoegde  orgaan.  Op verzoek van het bevoegde orgaan van de woon- of de verblijfplaats geeft het bevoegde  orgaan in voorkomend geval kennis van de beslissing waarin de datum van de genezing of  van de stabilisering der letsels wordt vastgesteld, alsmede, indien van toepassing, van de  beslissing betreffende de toekenning van een rente.      56      NL  

Artikel 35  Geschillen naar aanleiding van de vraag of het ongeval of de ziekte  al dan niet het gevolg is van de uitoefening van een beroep  Indien het bevoegde orgaan betwist dat in het kader van artikel 36, lid 2, van de  basisverordening de wetgeving inzake arbeidsongevallen of beroepsziekten van toepassing  is, stelt het het orgaan van de woon- of van de verblijfplaats, dat de verstrekkingen heeft  verleend, hiervan onverwijld in kennis; de verstrekkingen worden dan als verstrekkingen  van de ziekteverzekering beschouwd.  Wanneer hieromtrent een definitieve beslissing is genomen, stelt het bevoegde orgaan het  orgaan van de woon- of de verblijfplaats dat de verstrekkingen heeft verleend, hiervan  onverwijld in kennis.  Indien niet is komen vast te staan dat van een arbeidsongeval of beroepsziekte sprake is,  worden de verstrekkingen waarop de betrokkene recht heeft, voortgezet als verstrekkingen  bij ziekte.  Indien is komen vast te staan dat van een arbeidsongeval of beroepsziekte sprake is,  worden met ingang van de dag waarop het arbeidsongeval heeft plaatsgevonden of de  beroepsziekte voor de eerste maal medisch werd vastgesteld, de aan betrokkene  toegekende verstrekkingen beschouwd als verstrekkingen wegens arbeidsongeval of  beroepsziekte.  De tweede alinea van artikel 6, lid 5, van de toepassingsverordening is van overeen komstige toepassing.      57      NL  

Artikel 36  Procedure bij blootstelling aan het risico van een beroepsziekte  in meer dan één lidstaat  In het geval bedoeld in artikel 38 van de basisverordening wordt de aangifte of kennis geving van de beroepsziekte doorgezonden aan het voor beroepsziekten bevoegde orgaan  van de lidstaat onder de wetgeving waarvan de betrokkene werkzaamheden heeft verricht  waardoor die beroepsziekte kon ontstaan.  Indien het orgaan waaraan de aangifte of kennisgeving was toegezonden, vaststelt dat  werkzaamheden waardoor de betrokken beroepsziekte kon ontstaan, het laatst onder de  wetgeving van een andere lidstaat zijn uitgeoefend, zendt het de aangifte of kennisgeving  en alle daarbij gevoegde stukken aan het overeenkomstige orgaan van deze lidstaat door.  Indien het orgaan van de lidstaat onder de wetgeving waarvan de betrokkene laatstelijk een  werkzaamheid heeft uitgeoefend waardoor de betrokken beroepsziekte kan ontstaan,  vaststelt dat de betrokkene of zijn nabestaanden niet voldoen aan de voorwaarden van deze  wetgeving, bijvoorbeeld omdat de betrokkene in de betreffende lidstaat nooit een werk zaamheid heeft uitgeoefend die de beroepsziekte veroorzaakt heeft of omdat de betreffende  lidstaat de ziekte niet als beroepszieke erkent, zendt dat orgaan de aangifte of kennisgeving  en alle daarbij behorende bescheiden, met inbegrip van de bevindingen en verslagen van  het geneeskundig onderzoek dat door dit orgaan is verricht, onverwijld door aan het orgaan  van de lidstaat onder de wetgeving waarvan de getroffene voordien een werkzaamheid  heeft verricht waardoor de betrokken beroepsziekte kan ontstaan.      58      NL  

wordt teruggegaan tot aan het overeenkomstige orgaan van de lidstaat onder de wetgeving  waarvan de betrokkene het eerst werkzaamheden heeft verricht waardoor de bedoelde  beroepsziekte kan ontstaan.  Artikel 37  Uitwisseling van inlichtingen tussen organen en betaling van voorschotten  bij beroep tegen een afwijzende beslissing  Indien beroep wordt ingesteld tegen een afwijzende beslissing van het orgaan van één van  de lidstaten onder de wetgeving waarvan de betrokkene werkzaamheden heeft verricht  waardoor de betrokken beroepsziekte kan ontstaan, is dit orgaan verplicht hiervan kennis te  geven aan het orgaan waaraan de aangifte of kennisgeving werd doorgestuurd, volgens de  procedure van artikel 36, lid 2, van de toepassingsverordening, en het later, wanneer de  definitieve beslissing genomen is, hiervan op de hoogte te stellen.  Indien op grond van de wetgeving die wordt toegepast door het orgaan waaraan de aangifte  of kennisgeving werd doorgestuurd, recht op uitkeringen is ingegaan, betaalt dit orgaan  voorschotten waarvan het bedrag eventueel na raadpleging van het orgaan tegen welks  beslissing beroep was ingesteld, en wel zodanig dat overbetaling wordt voorkomen.  Laatstgenoemd orgaan betaalt het bedrag van de uitbetaalde voorschotten terug, indien het,  ingevolge het ingestelde beroep, verplicht is de prestaties te verstrekken. Dit bedrag wordt  dan ingehouden op het bedrag van de aan de belanghebbende verschuldigde prestaties,  volgens de procedure van de artikelen 72 en 73 van de toepassingsverordening.      59      NL  

komstige toepassing.  Artikel 38  Verergering van een beroepsziekte  Artikel 39  Beoordeling van de mate van ongeschiktheid  bij een eerder of een later voorgekomen arbeidsongeval of beroepsziekte  op verzoek van het bevoegde orgaan van een andere lidstaat verstrekt het inlichtingen over  de mate van een eerdere of latere arbeidsongeschiktheid, alsmede, voor zover mogelijk,  gegevens aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of de arbeidsongeschiktheid het  gevolg is van een arbeidsongeval in de zin van de door het orgaan van de tweede lidstaat  toegepaste wetgeving;      60      NL  

prestaties en van de hoogte daarvan, rekening met de mate van ongeschiktheid die in deze  eerdere of latere gevallen is ontstaan.  Artikel 40  Indiening en behandeling van een aanvraag  om renten of aanvullende uitkeringen  Artikel 41  Bijzondere toepassingsmaatregelen  In verband met de in bijlage 2 bedoelde lidstaten zijn de bepalingen van titel III,  hoofdstuk 2, van de basisverordening betreffende verstrekkingen ten aanzien van personen  die hierop uitsluitend op basis van een bijzonder stelsel voor ambtenaren recht hebben,  slechts van toepassing in de mate waarin zulks in die bijlage is bepaald.      61      NL  

overeenkomstige toepassing.  Hoofdstuk III  Uitkeringen bij overlijden  Artikel 42  Aanvraag van uitkeringen bij overlijden      62      NL  

Uitkeringen bij invaliditeit,  ouderdoms- en nabestaandenpensioenen  Artikel 43  Aanvullende bepalingen voor de berekening van de uitkeringen  Artikel 12, leden 3, 4, 5 en 6, van de toepassingsverordening is van toepassing op de  berekening van het theoretische bedrag en het werkelijke bedrag van de uitkering overeen komstig artikel 52, lid 1, onder b), van de basisverordening.  Indien overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de toepassingsverordening geen rekening is  gehouden met tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering, wordt het  met deze tijdvakken overeenkomende bedrag berekend door het orgaan van de lidstaat  onder de wetgeving waarvan deze tijdvakken vervuld zijn, volgens de wetgeving die het  toepast. Het overeenkomstig artikel 52, lid 1, onder b), van de basisverordening berekende  werkelijke bedrag van de uitkering wordt verhoogd met het bedrag dat overeenkomt met  de tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering.  Het orgaan van elke lidstaat berekent, volgens de wetgeving die het toepast, het voor de  tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering verschuldigde bedrag dat  overeenkomstig artikel 53, lid 3, onder c), van de basisverordening niet aan de voor schriften inzake vermindering, schorsing of intrekking van een andere lidstaat is  onderworpen.      63      NL  

toegepaste wetgeving verschillende waarden aan de verzekeringstijdvakken toekent, kan  een fictief bedrag worden vastgesteld. De Administratieve Commissie bepaalt op  gedetailleerde wijze hoe het fictieve bedrag wordt vastgesteld.  Artikel 44  Inaanmerkingneming van tijdvakken van kinderopvoeding  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "tijdvak van kinderopvoeding" verstaan een  tijdvak dat op grond van de pensioenwetgeving van een lidstaat wordt meegeteld of dat  recht geeft op een aanvulling op het pensioen met kinderopvoeding als expliciete reden,  ongeacht volgens welke methode dit tijdvak wordt berekend en ongeacht of het tijdvak  tijdens de kinderopvoeding wordt verdiend dan wel met terugwerkende kracht wordt  erkend.  Indien op grond van de wetgeving van de op grond van titel II van de basisverordening  bevoegde lidstaat geen kinderopvoedingstijdvak in aanmerking wordt genomen, blijft het  orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving overeenkomstig titel II van de basis verordening op de betrokkene van toepassing was omdat deze aldaar, al dan niet in  loondienst, werkzaam was op het tijdstip waarop op grond van die wetgeving de inaan merkingneming van het kinderopvoedingstijdvak voor het kind in kwestie aanving,  verantwoordelijk voor de inaanmerkingneming van dat tijdvak als tijdvak van kinder opvoeding op grond van de door dat orgaan toegepaste wetgeving, alsof de kinder opvoeding op het grondgebied van de desbetreffende lidstaat had plaatsgevonden.      64      NL  

loondienst uitgeoefende werkzaamheid op de betrokkene van toepassing is of wordt.  Artikel 45  Aanvraag om uitkeringen  Indiening van de aanvraag om uitkeringen onder A-wetgevingen overeenkomstig  artikel 44, lid 2, van de basisverordening.  1.  Om in aanmerking te komen voor uitkeringen onder A-wetgevingen overeenkomstig  artikel 44, lid 2, van de basisverordening, richt de aanvrager een aanvraag tot het  orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing was op het tijdstip  waarop de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ontstaan of deze  invaliditeit is verergerd of tot het orgaan van de woonplaats, dat de aanvraag aan  eerstgenoemd orgaan doorzendt.  2.  Indien ziekengeld werd toegekend, wordt de dag waarop het tijdvak van de  toekenning van deze uitkering eindigt, in voorkomend geval beschouwd als de datum  van indiening van de pensioenaanvraag.      65      NL  

waarbij de betrokkene het laatst aangesloten is geweest, aan het orgaan dat deze  uitkeringen oorspronkelijk verschuldigd was, de hoogte en de datum van ingang van  de op grond van de door eerstgenoemd orgaan toegepaste wetgeving verschuldigde  uitkeringen mee. Met ingang van deze datum worden de vóór de verergering van de  invaliditeit verschuldigde uitkeringen ingetrokken of verminderd tot het bedrag van  de aanvulling bedoeld in artikel 47, lid 2, van de basisverordening.  Indiening van andere aanvragen om uitkeringen  4.  In andere situaties dan de in lid 1 bedoelde richt de aanvrager een aanvraag hetzij aan  het orgaan van zijn woonplaats, hetzij aan het orgaan van de lidstaat aan de wet geving waarvan hij het laatst onderworpen is geweest. Indien de betrokkene nimmer  onderworpen is geweest aan de door het orgaan van zijn woonplaats toegepaste  wetgeving, zendt dit orgaan de aanvraag door aan het orgaan van de lidstaat aan de  wetgeving waarvan hij het laatst onderworpen is geweest.  5.  De datum van indiening van de aanvraag geldt voor alle betrokken organen.  6.  Indien de aanvrager, hoewel hem daarom is verzocht, niet vermeldt dat hij in andere  lidstaten werkzaam is geweest of heeft gewoond, geldt in afwijking van lid 5 als  datum van indiening van de aanvraag bij het orgaan dat de wetgeving toepast - onder  voorbehoud van gunstiger bepalingen in die wetgeving - de datum waarop de  aanvrager zijn oorspronkelijke aanvraag completeert of een nieuwe aanvraag indient  voor de ontbrekende tijdvakken van werkzaamheid, al dan niet in loondienst, of van  wonen.      66      NL  

Artikel 46  Door de aanvrager bij de aanvraag te voegen stukken en gegevens  De aanvraag wordt door de aanvrager ingediend volgens de bepalingen van de wetgeving  die door het in artikel 45, lid 1 of lid 4, van de toepassingsverordening bedoelde orgaan  wordt toegepast, en gaat vergezeld van de bij die wetgeving voorgeschreven bewijs stukken. Met name verstrekt de aanvrager alle beschikbare relevante gegevens en bewijs stukken betreffende de tijdvakken van verzekering (organen, identificatienummers) van  werkzaamheden in loondienst (werkgevers) of anders dan in loondienst (aard en plaats van  de werkzaamheden) en van wonen (adressen) die in voorkomend geval onder een andere  wetgeving vervuld zijn, alsmede betreffende de duur van die tijdvakken.  Indien de aanvrager overeenkomstig artikel 50, lid 1, van de basisverordening verzoekt om  uitstel van de toekenning van ouderdomsuitkeringen op grond van de wetgeving van een of  meer lidstaten, vermeldt hij dit in zijn aanvraag en specificeert hij op grond van welke  wetgeving hij om uitstel verzoekt. Om de aanvrager in de gelegenheid te stellen van dit  recht gebruik te maken, delen de betrokken organen de aanvrager op diens verzoek alle  gegevens mee waarover zij beschikken zodat hij zich een oordeel kan vormen over de  gevolgen van de gelijktijdige of opeenvolgende toekenning van de uitkeringen waarop hij  aanspraak kan maken.  Indien een aanvrager overeenkomstig de wetgeving van een bepaalde lidstaat een  uitkeringsaanvraag intrekt, geldt dit niet als gelijktijdige intrekking van de overeenkomstig  de wetgeving van andere lidstaten ingediende uitkeringsaanvragen.      67      NL  

Artikel 47  Behandeling van de aanvragen door de betrokken organen  Contactorgaan  1.  Het orgaan waaraan de aanvraag overeenkomstig artikel 45, lid 1 of lid 4, van de  toepassingsverordening is gericht of doorgezonden, wordt hierna als "contactorgaan"  aangeduid. Het orgaan van de woonplaats wordt niet als contactorgaan aangeduid  indien de betrokkene nimmer onderworpen is geweest aan de door dat orgaan  toegepaste wetgeving.  Het als contactorgaan aangeduide orgaan behandelt de uitkeringsaanvraag op grond  van de wetgeving die het toepast; voorts bevordert het de gegevensuitwisseling, de  mededeling van beslissingen en de verrichtingen die noodzakelijk zijn voor de  behandeling van de aanvraag door de betrokken organen, verstrekt het de aanvrager  op diens verzoek alle gegevens die relevant zijn voor de communautaire aspecten  van de behandeling en houdt het hem op de hoogte van de voortgang hiervan.  Behandeling van de aanvraag om uitkeringen onder A-wetgevingen overeenkomstig  artikel 44 van de basisverordening.  2.  In het in artikel 44, lid 3, van de basisverordening bedoelde geval geeft het contact orgaan alle documenten in verband met de betrokkene door aan het orgaan waarbij  deze voorheen aangesloten is geweest; dit orgaan neemt het dossier in behandeling.      68      NL  

op de behandeling van de in artikel 44 van de basisverordening bedoelde aanvragen.  Behandeling van andere aanvragen voor uitkeringen  4.  In andere situaties dan de in lid 2 bedoelde zendt het contactorgaan de uitkerings aanvragen, alle documenten waarover het beschikt en, in voorkomend geval, de  relevante door de aanvrager verstrekte documenten onverwijld door aan alle  betrokken organen zodat de behandeling van de aanvraag door al deze organen  tegelijkertijd kan worden aangevangen. Het contactorgaan stelt de andere organen in  kennis van de tijdvakken van verzekering of van wonen die op grond van de wet geving die het toepast zijn vervuld. Het contactorgaan vermeldt tevens welke  documenten op een later tijdstip zullen worden verstrekt en vult de aanvraag zo  spoedig mogelijk aan.  5.  Elk van de betrokken organen stelt het contactorgaan en de overige betrokken  organen zo spoedig mogelijk in kennis van de tijdvakken van verzekering of van  wonen die op grond van de wetgeving die het toepast zijn vervuld.  6.  Elk betrokken orgaan berekent het bedrag van de uitkeringen overeenkomstig  artikel 52 van de basisverordening en stelt het contactorgaan en de overige betrokken  organen in kennis van zijn beslissing, van het bedrag van de verschuldigde  uitkeringen en van alle inlichtingen die nodig zijn voor de toepassing van de  artikelen 53 tot en met 55 van de basisverordening.      69      NL  

stellen dat artikel 46, lid 2, of artikel 57, lid 2 of lid 3, van de basisverordening moet  worden toegepast, dan stelt dit orgaan het contactorgaan en de overige betrokken  organen hiervan in kennis.  Artikel 48  Kennisgeving van de beslissingen aan de aanvrager  Elk orgaan stelt de aanvrager in overeenstemming met de wetgeving die het toepast in  kennis van de beslissing die het heeft genomen. In elke beslissing worden de toegestane  rechtsmiddelen en beroepstermijnen vermeld. Zodra het contactorgaan in kennis is gesteld  van de beslissing van elk orgaan, zendt het een samenvatting van deze beslissingen aan de  aanvrager en aan de overige betrokken organen toe. Een modelsamenvatting wordt  opgesteld door de Administratieve Commissie. De aanvrager krijgt de samenvatting  toegezonden in de taal van het orgaan of, op verzoek van de aanvrager, in een taal naar zijn  keuze, die overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag als officiële taal van de instellingen  van de Gemeenschap is erkend.  De aanvrager die, na ontvangst van de samenvatting, meent in zijn rechten te zijn  benadeeld door de wisselwerking tussen de beslissingen van twee of meer organen, heeft  het recht om, binnen de termijnen die daartoe in hun wetgeving zijn gesteld, de  beslissingen door de betrokken organen te laten heroverwegen. De termijnen gaan in op  de datum van ontvangst van de samenvatting. De aanvrager wordt schriftelijk in kennis  gesteld van het resultaat van de heroverweging.      70      NL  

Artikel 49  Vaststelling van de mate van invaliditeit  In geval van toepassing van artikel 46, lid 3, van de basisverordening, is het contactorgaan  als enige bevoegd de beslissing omtrent de mate van invaliditeit van de aanvrager te nemen  indien de door dit orgaan toegepaste wetgeving in bijlage VII bij de basisverordening is  vermeld; is dit niet het geval, dan is het orgaan bevoegd waarvan de wetgeving in die  bijlage is vermeld en waaraan de aanvrager het laatst onderworpen was. Het orgaan neemt  deze beslissing zodra het in staat is te bepalen of de voorwaarden zijn vervuld die in de  door het orgaan toegepaste wetgeving worden gesteld voor het ingaan van het recht, in  voorkomend geval met inachtneming van de artikelen 6 en 51 van de basisverordening.  Het stelt de andere betrokken organen onverwijld van deze beslissing in kennis.  Indien de in de door het orgaan toegepaste wetgeving gestelde voorwaarden voor het  ingaan van het recht, niet zijnde de voorwaarden betreffende de mate van invaliditeit, met  inachtneming van de artikelen 6 en 51 van de basisverordening, niet zijn vervuld, deelt het  contactorgaan dit onverwijld mee aan het bevoegde orgaan van de lidstaat aan de  wetgeving waarvan de aanvrager het laatst onderworpen was. Dit laatste orgaan is bevoegd  de beslissing omtrent de mate van invaliditeit van de aanvrager te nemen, indien de in de  door dit orgaan toegepaste wetgeving gestelde voorwaarden voor het ingaan van het recht  zijn vervuld. Het stelt de andere betrokken organen onverwijld van deze beslissing in  kennis.      71      NL  

het nodig zijn dat op dezelfde wijze verder wordt teruggegaan tot aan het inzake invali diteit bevoegde orgaan van de lidstaat aan de wetgeving waarvan de aanvrager het eerst  onderworpen is geweest.  Indien artikel 46, lid 3, van de basisverordening niet van toepassing is, kan elk orgaan,  volgens de wetgeving die het toepast, de aanvrager door een arts of andere deskundige van  eigen keuze te laten onderzoeken, teneinde de mate van invaliditeit te bepalen. Het orgaan  van een lidstaat houdt evenwel rekening met de documenten en medische rapporten  alsmede met inlichtingen van administratieve aard die door het orgaan van andere lidstaten  zijn vergaard alsof deze in zijn eigen lidstaat waren opgesteld.  Artikel 50  Voorlopige betalingen en voorschotten op uitkeringen  Onverminderd artikel 7 van de toepassingsverordening wordt door het orgaan dat overeen komstig artikel 52, lid 1, onder a), van de basisverordening tijdens de behandeling van een  uitkeringsaanvraag vaststelt dat de aanvrager op grond van de door het orgaan toegepaste  wetgeving recht heeft op een autonome uitkering, deze uitkering onverwijld betaald. Deze  betaling wordt als voorlopig beschouwd als het bedrag nog aan wijzigingen onderhevig  kan zijn afhankelijk van het resultaat van de behandeling van de aanvraag.      72      NL  

van een orgaan op grond van artikel 52, lid 1, onder b), van de basisverordening, betaalt  dat orgaan hem een voorschot dat zo dicht mogelijk het bedrag benadert dat vermoedelijk  op grond van artikel 52, lid 1, onder b), van de basisverordening zal worden uitbetaald.  Elk orgaan dat op grond van lid 1 of 2 verplicht is voorlopige uitkeringen of een voorschot  te betalen, stelt de aanvrager hiervan onverwijld in kennis, waarbij het uitdrukkelijk diens  aandacht vestigt op het voorlopige karakter van de genomen maatregel en op de rechts middelen die daartegen op grond van de door het orgaan toegepaste wetgeving openstaan.  Artikel 51  Herberekening van uitkeringen  In geval van een herberekening van uitkeringen op grond van artikel 48, leden 3 en 4,  artikel 50, lid 4, en artikel 59, lid 1, van de basisverordening is artikel 50 van de toepas singsverordening van overeenkomstige toepassing.  In geval van herberekening, intrekking of schorsing van de uitkering stelt het orgaan dat de  beslissing heeft genomen de betrokkene hiervan onverwijld in kennis; ook informeert dat  orgaan elk der organen ten aanzien waarvan de betrokkene een recht heeft.      73      NL  

Artikel 52  Maatregelen ter bespoediging van het proces rondom de pensioenberekening  Teneinde de behandeling van aanvragen en de betaling van uitkeringen te vergemak kelijken en te bespoedigen, zullen de organen waarvan de wetgeving op een persoon van  toepassing is geweest:  a)  de identiteitsgegevens van personen die onderworpen raken aan de wetgeving van  een andere lidstaat uitwisselen met of beschikbaar stellen aan de organen van andere  lidstaten; tezamen zorgen zij ervoor dat deze identiteitsgegevens bewaard blijven en  overeenstemmen, of, indien dit niet mogelijk is, geven zij de betrokkenen recht streeks toegang tot hun identiteitsgegevens;  b)  ruim voordat de minimum pensioengerechtigde of een in nationale wetgeving nader  te bepalen leeftijd is bereikt, worden gegevens met betrekking tot de pensioenrechten  van personen die onderworpen zijn geweest aan de wetgeving van twee of meer  lidstaten (vervulde tijdvakken of andere belangrijke elementen) uitwisselen met of  beschikbaar stellen aan de betrokkenen en de organen van andere lidstaten, of, indien  dit niet mogelijk is, zullen de organen deze personen inlichten over of in staat stellen  zich vertrouwd te maken met hun toekomstige recht op uitkering.      74      NL  

wordt uitgewisseld of beschikbaar wordt gesteld en volgens welke procedures en  mechanismen dat geschiedt, rekening houdend met de kenmerken, de administratieve en  technische aspecten van de organisatie en de technologische middelen waarover de  nationale pensioenregelingen beschikken. De Administratieve Commissie verzekert de  tenuitvoerlegging van deze pensioenregelingen door verder toe te zien op de genomen  maatregelen en de toepassing daarvan.  Voor de toepassing van lid 1 wordt de in dit artikel bedoelde informatie verstrekt aan het  orgaan van de eerste lidstaat waar een persoon een Persoonlijk Identificatienummer (PIN)  ten behoeve van het beheer van de sociale zekerheid heeft ontvangen.  Artikel 53  Coördinatiemaatregelen binnen de lidstaten  Onverminderd artikel 51 van de basisverordening worden in voorkomende gevallen de  voorschriften van de nationale wetgeving toegepast aan de hand waarvan wordt bepaald  welk orgaan verantwoordelijk is, welke regeling van toepassing is of welke verzekerings tijdvakken aan een specifieke regeling worden toegewezen, en worden uitsluitend de op  grond van de wetgeving van de bewuste lidstaat vervulde verzekeringstijdvakken in  aanmerking genomen.  De bepalingen van de basisverordening en de toepassingsverordening laten de voor schriften van de nationale wetgeving voor de coördinatie tussen de bijzondere stelsels voor  ambtenaren en het algemene stelsel voor werknemers onverlet.      75      NL  

Werkloosheidsuitkeringen  Artikel 54  Samentelling van tijdvakken en berekening van de uitkering  Artikel 12, lid 1, van de toepassingsverordening is van overeenkomstige toepassing op  artikel 61 van de basisverordening. Onverminderd de onderliggende verplichtingen van de  betrokken organen, kan de betrokkene aan het bevoegde orgaan een document overleggen  dat is afgegeven door het orgaan van de lidstaat aan de wetgeving waarvan hij tijdens zijn  laatste al dan niet in loondienst verrichte werkzaamheden onderworpen was, en waarin de  op grond van die wetgeving vervulde tijdvakken worden vermeld.  Voor de toepassing van artikel 62, lid 3, van de basisverordening deelt het bevoegde  orgaan van de lidstaat aan de wetgeving waarvan de betrokkene tijdens zijn laatste al dan  niet in loondienst uitgeoefende werkzaamheden onderworpen was, aan het orgaan van de  woonplaats op diens verzoek onverwijld alle voor de berekening van de werkloosheids uitkering nodige gegevens mede die het in de lidstaat waar het gevestigd is kan verkrijgen,  met name het bedrag van het ontvangen loon of beroepsinkomen.      76      NL  

daarvan, houdt het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving bepaalt dat de  hoogte van de uitkering varieert naargelang het aantal gezinsleden, eveneens rekening met  de gezinsleden van de betrokkene die in een andere lidstaat wonen, alsof zij in de bevoegde  lidstaat woonden. Deze bepaling is niet van toepassing als in de lidstaat waar de gezins leden wonen, een andere persoon recht heeft op een werkloosheidsuitkering bij de  berekening waarvan met het aantal gezinsleden rekening is gehouden.  Artikel 55  Voorwaarden voor en beperkingen van het behoud van het recht op uitkering  van de werkloze die zich naar het grondgebied van een andere lidstaat begeeft  Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 64 van de basisverordening stelt  de werkloze die zich naar een andere lidstaat begeeft, vóór zijn vertrek het bevoegde  orgaan daarvan in kennis en verzoekt hij dit orgaan om een document waaruit blijkt dat hij  onder de in artikel 64, lid 1, onder b), van de basisverordening vastgestelde voorwaarden  het recht op de uitkering behoudt.  Dit orgaan informeert de betrokkene over de verplichtingen die op hem rusten, en verstrekt  hem het document, waarin met name worden vermeld:  a)  de datum met ingang waarvan de werkloze niet langer ter beschikking staat van de  diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde staat;      77      NL  

termijn voor de inschrijving als werkzoekende in de lidstaat waarheen de werkloze  zich heeft begeven;  c)  het maximumtijdvak gedurende welk het recht op uitkeringen kan worden behouden  overeenkomstig artikel 64, lid 1, onder c), van de basisverordening;  d)  de omstandigheden die het recht op uitkeringen kunnen beïnvloeden.  De werkloze schrijft zich overeenkomstig artikel 64, lid 1, onder b), van de basis verordening in als werkzoekende bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat  waarheen hij zich begeeft, en verstrekt het orgaan van deze lidstaat het in lid 1 bedoelde  document. Indien hij overeenkomstig lid 1 het bevoegde orgaan heeft geïnformeerd, maar  het document niet heeft verstrekt, wordt door het orgaan van de lidstaat waarheen de  werkloze zich heeft begeven, de nodige informatie ingewonnen bij het bevoegde orgaan.  De diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft  begeven om daar werk te zoeken, informeren de werkloze over zijn verplichtingen.  Het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, zendt het bevoegde  orgaan onmiddellijk een document met de datum van inschrijving van de werkloze bij de  diensten voor arbeidsvoorziening en zijn nieuwe adres.      78      NL  

omstandigheid voordoet die het recht op uitkering kan beïnvloeden, zendt het orgaan van  de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven aan het bevoegde orgaan en aan de  betrokkene onmiddellijk een document met de desbetreffende informatie.  Op verzoek van het bevoegde orgaan verstrekt het orgaan van de lidstaat waarheen de  werkloze zich heeft begeven elke maand relevante informatie over het verdere verloop van  diens situatie, met name of deze nog steeds is ingeschreven bij de diensten voor arbeids voorziening en of hij zich houdt aan de georganiseerde controleprocedures.  Het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, voert de controles uit  of laat deze uitvoeren alsof het een werkloze betrof die uitkeringen ontvangt op grond van  de door dit orgaan toegepaste wetgeving. In voorkomend geval stelt het bevoegde orgaan  onmiddellijk in kennis wanneer een omstandigheid als bedoeld in lid 1, onder d), zich  voordoet.  De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van twee of meer lidstaten kunnen  onderling specifieke procedures en termijnen voor het verder volgen van de situatie van de  werkloze overeenkomen, alsmede andere maatregelen om het zoeken van werk door  werklozen die zich op grond van artikel 64 van de basisverordening naar een van deze  lidstaten begeven, te stimuleren.      79      NL  

Artikel 56  De werkloze die in een andere dan de bevoegde lidstaat woonde  Indien de werkloze overeenkomstig artikel 65, lid 2, van de basisverordening besluit zich  ook ter beschikking te stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat waar  hij het laatst, al dan niet in loondienst, werkzaam is geweest, door zich daar als werk zoekende in te schrijven, stelt hij het orgaan en de diensten voor arbeidsvoorziening van de  woonplaats daarvan in kennis.  Op verzoek van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat waar de betrokkene  het laatst, al dan niet in loondienst, werkzaam is geweest, geven de diensten voor  arbeidsvoorziening van de woonplaats de relevante informatie door over de inschrijving  van de werkloze en diens pogingen om werk te vinden.  Wanneer de in de betrokken lidstaten toepasselijke wetgeving vereist dat een werkloze aan  bepaalde verplichtingen voldoet en/of werk zoekt, wordt voorrang verleend aan de  verplichtingen en/of de pogingen om werk te vinden in de lidstaat van de woonplaats.  Het feit dat een werkloze in de lidstaat waar hij het laatst werkzaam is geweest, niet heeft  voldaan aan alle verplichtingen en/of geen werk heeft gezocht, heeft geen invloed op de in  de lidstaat van de woonplaats toegekende uitkeringen.      80      NL  

van de lidstaat aan de wetgeving waarvan de werknemer het laatst onderworpen is geweest,  het orgaan van de e woonplaats op diens verzoek mede of de werknemer recht heeft op  uitkeringen op grond van artikel 64 van de basisverordening.  Artikel 57  Voorschriften voor de toepassing van de artikelen 61,  62, 64 en 65 van de basisverordening  met betrekking tot onder een bijzonder stelsel voor ambtenaren vallende personen  De artikelen 54 en 55 van de toepassingsverordening zijn van overeenkomstige toepassing  op personen die onder een bijzonder werkloosheidsstelsel voor ambtenaren vallen.  Artikel 56 van de toepassingsverordening is niet van toepassing op personen die onder een  bijzonder werkloosheidsstelsel voor ambtenaren vallen. De werkloze die onder een  bijzonder werkloosheidsstelsel voor ambtenaren valt, volledig of gedeeltelijk werkloos is  en gedurende zijn laatste werkzaamheden in een andere dan de bevoegde lidstaat woonde,  heeft recht op de op grond van het bijzonder werkloosheidsstelsel voor ambtenaren  verstrekte uitkeringen volgens de wetgeving van de bevoegde lidstaat alsof hij in die  lidstaat woonde. Deze uitkeringen worden door het bevoegde orgaan voor eigen rekening  verleend.      81      NL  

Gezinsuitkeringen  Artikel 58  Prioriteitsregels bij samenloop      82      NL  

Artikel 59  Voorschriften in geval van wijziging van de toepasselijke wetgeving  en/of de bevoegdheid om gezinsuitkeringen toe te kennen  Indien, in de loop van een kalendermaand, de toepasselijke wetgeving van een andere  lidstaat toepasselijk wordt en/of de bevoegdheid om gezinsuitkeringen toe te kennen van  de ene lidstaat naar de andere overgaat, ongeacht de in de wetgeving van die lidstaten  bepaalde vervaldagen voor de betaling van gezinsuitkeringen, blijft het orgaan dat de  gezinsuitkeringen heeft betaald op grond van de wetgeving waaronder de uitkeringen aan  het begin van de maand zijn toegekend, deze betalen tot het einde van de lopende maand.  Het deelt het orgaan van de andere betrokken lidstaat of lidstaten mede met ingang van  welke datum het de betaling van de gezinsuitkeringen in kwestie beëindigt. De betalingen  door de andere betrokken lidstaat of lidstaten gaat in op die datum.      83      NL  

Artikel 60  Procedure voor toepassing van de artikelen 67 en 68   van de basisverordening  De aanvraag om gezinsuitkeringen wordt gericht aan het bevoegde orgaan. Voor de  toepassing van de artikelen 67 en 68 van de basisverordening wordt rekening gehouden  met de situatie van het gehele gezin alsof alle betrokkenen onderworpen zijn aan de  wetgeving van de betrokken lidstaat en er verblijven, vooral wat het recht van een persoon  om deze uitkeringen aan te vragen betreft. Indien een persoon die gerechtigd is om de  uitkeringen aan te vragen dit recht niet uitoefent, houdt het bevoegde orgaan van de lidstaat  waarvan de wetgeving van toepassing is rekening met een aanvraag om gezinsuitkeringen  die is ingediend door de andere ouder, een als ouder beschouwde persoon of een persoon  of instelling die de voogdij over het kind of de kinderen uitoefent.  Het orgaan waarbij een aanvraag overeenkomstig lid 1 is ingediend, onderzoekt deze op  grond van de gedetailleerde informatie die door de aanvrager is verstrekt, rekening  houdend met de algehele feitelijke en wettelijke situatie van het gezin van de aanvrager.  Indien dat orgaan concludeert dat zijn wetgeving overeenkomstig artikel 68, leden 1 en 2,  van de basisverordening prioritair van toepassing is, verstrekt het de gezinsuitkeringen  overeenkomstig de wetgeving die het toepast.      84      NL  

andere lidstaat overeenkomstig artikel 68, lid 2, van de basisverordening mogelijk recht  heeft op aanvullende toeslag, zendt het de aanvraag onverwijld door aan het bevoegde  orgaan van die lidstaat en informeert het de betrokkene. Het stelt tevens het orgaan van de  andere lidstaat in kennis van zijn besluit betreffende de aanvraag en het bedrag van de  uitbetaalde gezinsuitkeringen.  Indien het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend, oordeelt dat zijn wetgeving toepas selijk is, maar niet prioritair van toepassing is overeenkomstig artikel 68, leden 1 en 2, van  de basisverordening, neemt het onverwijld een voorlopig besluit betreffende de van  toepassing zijnde prioriteitsregels, en zendt het de aanvraag overeenkomstig artikel 68,  lid 3, van de basisverordening door naar het orgaan van de andere lidstaat en stelt het de  aanvrager daarvan tevens in kennis. Laatstgenoemd orgaan bepaalt binnen twee maanden  zijn standpunt ten aanzien van het genomen voorlopige besluit.  Indien het orgaan waaraan de aanvraag is doorgezonden, binnen twee maanden na  ontvangst van de aanvraag geen standpunt inneemt, is het bovengenoemde voorlopige  besluit van toepassing en betaalt het orgaan de uitkeringen waarin zijn wetgeving voorziet  en stelt het het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend in kennis van het bedrag van de  uitbetaalde uitkeringen.  In geval van meningsverschil tussen de betrokken organen over welke wetgeving prioritair  van toepassing is, is artikel 6, leden 2 tot en met 5, van de toepassingsverordening van  toepassing. In dit verband is het in artikel 6, lid 2, van de toepassingsverordening  genoemde orgaan van de woonplaats het orgaan van de woonplaats van het kind of de  kinderen.      85      NL  

voor zijn rekening komt, kan zich volgens de procedure van artikel 73 van de  toepassingsverordening tot het primair verantwoordelijke orgaan richten om het te veel  betaalde terug te vorderen.  Artikel 61  Procedure voor toepassing van artikel 69 van de basisverordening      86      NL  

FINANCIËLE   BEPALINGEN  Hoofdstuk I  Vergoeding van de kosten voor prestaties  op grond van de artikelen 35 en 41 van de basisverordening  A FDELING  1  V ERGOEDING OP BASIS VAN DE WERKELIJKE UITGAVEN   Artikel 62  Beginselen  Voor de toepassing van artikel 35 en artikel 41 van de basisverordening wordt het  werkelijke bedrag van de uitgaven voor de verleende verstrekkingen door het bevoegde  orgaan aan het orgaan dat genoemde verstrekkingen heeft verleend, vergoed, zoals dit  bedrag uit de boekhouding van laatstgenoemd orgaan blijkt, behoudens wanneer artikel 63  van de toepassingsverordening van toepassing is.      87      NL  

lid 1 bedoelde verstrekkingen niet blijkt uit de boekhouding van het orgaan dat deze heeft  verleend, wordt het te vergoeden bedrag bepaald op basis van een vast bedrag dat wordt  vastgesteld op grond van alle ter zake dienende referenties die aan de beschikbare  gegevens zijn ontleend. De Administratieve Commissie beoordeelt de grondslagen die  voor de berekening van de vaste bedragen dienen, en stelt de hoogte ervan vast.  Voor de vergoeding kunnen geen hogere tarieven in rekening worden gebracht dan die  welke gelden voor de verstrekkingen verleend aan verzekerden die zijn onderworpen aan  de wetgeving die wordt toegepast door het orgaan dat de in lid 1 bedoelde verstrekkingen  heeft verleend.      88      NL  

V ERGOEDING OP BASIS VAN VASTE BEDRAGEN   Artikel 63  Vaststelling van de betrokken lidstaten  De in artikel 35, lid 2, van de basisverordening bedoelde lidstaten met zodanige juridische  of administratieve structuren dat toepassing van vergoeding op grond van de werkelijke  uitgaven niet passend is, worden vermeld in bijlage 3 bij de toepassingsverordening.  Voor de in bijlage 3 bij de toepassingsverordening vermelde lidstaten worden de bedragen  van de verstrekkingen aan  a)  gezinsleden die niet in dezelfde lidstaat als de verzekerde wonen, als bedoeld in  artikel 17 van de basisverordening, en aan  b)  gepensioneerden en hun gezinsleden, als bedoeld in artikel 24, lid 1, en de  artikelen 25 en 26 van de basisverordening,  door de bevoegde organen vergoed aan de organen die deze verstrekkingen hebben  verleend, op basis van een voor elk kalenderjaar vastgesteld vast bedrag. Dit vaste bedrag  moet het bedrag van de werkelijke uitgaven zo dicht mogelijk benaderen.      89      NL  

Artikel 64  Methode voor de berekening van de vaste maandelijkse bedragen  en van het vaste totaalbedrag  Voor elke crediteurlidstaat wordt het vaste maandelijkse bedrag per persoon (F ) voor een  i kalenderjaar vastgesteld door de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon (Y ), opgesplitst  i per leeftijdsklasse (i), te delen door 12 en door op het resultaat een aftrek (X) toe te passen  volgens de volgende formule:  F  = Y *1/12*(1-X)  i i waarbij:  ­  index i (waarden i = 1, 2 en 3) staat voor de drie leeftijdsklassen die voor de  berekening van de vaste bedragen worden gehanteerd:  i = 1: personen onder de 20 jaar  i = 2: personen tussen 20 en 64 jaar  i = 3: personen van 65 jaar en ouder  ­  Y staat voor de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon in leeftijdsklasse i, zoals  i  gedefinieerd in lid 2  ­  de coëfficiënt X (0,20 of 0,15) staat voor de toegepaste aftrek, zoals omschreven in  lid 3.      90      NL  

door de jaarlijkse uitgaven voor het totaal van de verstrekkingen die door de organen van  de crediteurlidstaat zijn verleend aan alle personen van de betreffende leeftijdsklasse die  onder zijn wetgeving vallen en op zijn grondgebied wonen, te delen door het gemiddelde  aantal betrokkenen in deze leeftijdsklasse in het kalenderjaar in kwestie. De berekening  wordt gebaseerd op de uitgaven uit hoofde van de in artikel 23 van de  toepassingsverordening bedoelde stelsels.  De op het vaste maandelijkse bedrag toe te passen aftrek is in beginsel gelijk aan 20%  (X = 0,20). Deze aftrek is gelijk aan 15% (X = 0,15) voor gepensioneerden en hun  gezinsleden wanneer de bevoegde lidstaat niet in bijlage IV van de basisverordening wordt  vermeld.  Voor elke debiteurlidstaat is het vaste totaalbedrag voor een kalenderjaar de som van de  producten die worden verkregen door in elke leeftijdsklasse i de vastgestelde vaste  maandelijkse bedragen per persoon te vermenigvuldigen met het aantal maanden dat door  de betrokkenen in de crediteurlidstaat in die leeftijdsklasse is vervuld.  Het aantal maanden dat door de betrokkenen in de crediteurlidstaat is vervuld is de som  van de kalendermaanden in een kalenderjaar waarin de betrokkenen vanwege hun  woonplaats op het grondgebied van de crediteurlidstaat in aanmerking kwamen voor  verstrekkingen op dat grondgebied voor rekening van de debiteurlidstaat. Deze maanden  worden vastgesteld aan de hand van een inventaris die voor dit doel wordt bijgehouden  door het orgaan van de woonplaats, zulks op basis van de door het bevoegde orgaan  verstrekte bewijsstukken inzake de rechten van de rechthebbenden.      91      NL  

toepassing van dit artikel, en met name over de in lid 3 bedoelde aftrekken. Op basis van  dat verslag kan de Administratieve Commissie een voorstel indienen met wijzigingen die  nodig kunnen blijken om ervoor te zorgen dat de berekening van de vaste bedragen de  werkelijke uitgaven zo dicht mogelijk benadert en dat de in lid 3 bedoelde aftrekken geen  aanleiding geven tot onevenwichtige betalingen of dubbele betalingen voor de lidstaten.  De Administratieve Commissie bepaalt volgens welke methoden en op welke wijze de in  de leden 1 tot en met 5 bedoelde factoren voor de berekening van de vaste bedragen  worden vastgesteld.  Onverminderd de leden 1 tot en met 4 kunnen de lidstaten de artikelen 94 en 95 van  Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad voor de berekening van het vaste bedrag  blijven toepassen tot ... , op voorwaarde dat de in lid 3 vastgelegde aftrek wordt toegepast.  Artikel 65  Kennisgeving van de gemiddelde jaarlijkse kosten  Het bedrag van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon in elke leeftijdsklasse voor een  bepaald jaar wordt uiterlijk aan het eind van het tweede jaar na het jaar in kwestie aan de  Rekencommissie meegedeeld. Bij niet-inachtneming van deze termijnen wordt het bedrag  gehanteerd van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon dat de Administratieve  Commissie laatstelijk voor een jaar daarvoor heeft vastgesteld.  PB: vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.      92      NL  

jaar bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.  A FDELING  3  G EMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN   Artikel 66  Procedure voor de vergoeding tussen organen onderling  De vergoeding tussen de betrokken lidstaten vindt zo snel mogelijk plaats. Elk betrokken  orgaan is verplicht de schuldvorderingen vóór de in deze afdeling vermelde termijnen te  vergoeden zodra het daartoe in de mogelijkheid verkeert. Een betwisting betreffende een  bepaalde schuldvordering mag de vergoeding van een andere schuldvordering of andere  schuldvorderingen niet in de weg staan.  De in de artikelen 35 en 41 van de basisverordening bedoelde vergoedingen tussen de  organen van de lidstaten lopen via het verbindingsorgaan. Er kan worden voorzien in een  afzonderlijk verbindingsorgaan voor vergoedingen op grond van artikel 35 en artikel 41  van de basisverordening.      93      NL  

Artikel 67  Termijnen voor de indiening en betaling van schuldvorderingen  De op grond van de werkelijke uitgaven vastgestelde schuldvorderingen worden uiterlijk  12 maanden na afloop van het kalenderhalfjaar waarin deze vorderingen in de rekeningen  van het crediteurorgaan zijn ingeschreven, bij het verbindingsorgaan van de debiteur lidstaat ingediend.  De voor een kalenderjaar op grond van vaste bedragen vastgestelde schuldvorderingen  moeten bij het verbindingsorgaan van de debiteurlidstaat worden ingediend binnen  12 maanden na de maand waarin de gemiddelde kosten voor het jaar in kwestie in het  Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt. De in artikel 64, lid 4, van de  toepassingsverordening bedoelde inventarissen worden uiterlijk aan het eind van het jaar  volgend op het referentiejaar ingediend.  In het in artikel 6, lid 5, tweede alinea, van de toepassingsverordening bedoelde geval  neemt de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgelegde termijn geen aanvang voordat het  bevoegde orgaan is vastgesteld.  Schuldvorderingen die na de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen worden ingediend,  worden niet in aanmerking genomen.  De schuldvorderingen worden door het debiteurorgaan binnen 18 maanden na afloop van  de maand waarin zij bij het verbindingsorgaan van de debiteurlidstaat zijn ingediend,  betaald aan het in artikel 66 van de toepassingsverordening bedoelde verbindingsorgaan  van de crediteurlidstaat. Dit geldt niet voor de schuldvorderingen die het debiteurorgaan  om een gegronde reden binnen deze termijn heeft afgewezen.      94      NL  

36 maanden na de maand waarin de schuldvordering is ingediend.  De Rekencommissie faciliteert de definitieve afsluiting van de rekeningen in gevallen  waarin er geen regeling binnen de in lid 6 vastgelegde termijn kan worden getroffen, en zij  geeft op gemotiveerd verzoek van een van de partijen haar advies over een betwisting  binnen zes maanden na de maand waarin de zaak aan haar is voorgelegd.  Artikel 68  Moratoire interesten en interesten op voorschotten  Vanaf het einde van de in artikel 67, lid 5, van de toepassingsverordening vastgelegde  periode van 18 maanden, kan door het crediteurorgaan interest worden geïnd op open staande schuldvorderingen, tenzij het debiteurorgaan binnen zes maanden vanaf het einde  van de maand waarin de schuldvordering is ingediend, een voorschot heeft betaald van ten  minste 90% van de totale schuldvordering ingediend uit hoofde van artikel 67, lid 1 of 2,  van de toepassingsverordening. Voor de gedeelten van de schuldvordering die buiten het  voorschot vallen, kan enkel interest worden aangerekend vanaf het einde van de in  artikel 67, lid 6, van de toepassingsverordening vastgelegde periode van 36 maanden.  De interest wordt berekend op basis van de referentievoet die door de Europese Centrale  Bank wordt toegepast op haar belangrijkste herfinancieringsverrichtingen. De toegepaste  referentievoet is die welke geldt op de eerste dag van de maand waarin de betaling  verschuldigd is.      95      NL  

aanvaarden. Indien het verbindingsorgaan zulk een aanbod afwijst, heeft het crediteur orgaan evenwel niet meer het recht om moratoire interesten in verband met de betrokken  schuldvorderingen aan te rekenen buiten het bepaalde in de tweede zin van lid 1.  Artikel 69  Afsluiting van de jaarrekeningen  Overeenkomstig artikel 72, onder g), van de basisverordening stelt de Administratieve  Commissie op basis van het verslag van de Rekencommissie voor elk kalenderjaar een  stand van de schuldvorderingen op. Hiertoe delen de verbindingsorganen de Reken commissie binnen de door haar vastgestelde termijnen en op de door haar vastgestelde  wijze het bedrag mede van de ingediende, betaalde of betwiste schuldvorderingen  (crediteurpositie) enerzijds, en het bedrag van de ontvangen, betaalde of betwiste  schuldvorderingen (debiteurpositie) anderzijds.  De Administratieve Commissie kan elk onderzoek laten instellen, dienstig voor de controle  op de statistische en boekhoudkundige gegevens, aan de hand waarvan de jaarlijkse stand  van de schuldvorderingen bedoeld in lid 1 wordt opgesteld, inzonderheid om na te gaan of  deze gegevens in overeenstemming zijn met de voorschriften van deze titel.      96      NL  

Vergoeding van werkloosheidsuitkeringen  op grond van artikel 65 van de basisverordening  Artikel 70  Vergoeding van werkloosheidsuitkeringen      97      NL  

    98      NL  

Terugvordering van ten onrechte verstrekte prestaties,  terug- en invordering van voorlopige betalingen en premies,  verrekening en bijstand bij terug- en invordering  A FDELING  1  B EGINSELEN   Artikel 71  Gemeenschappelijke bepalingen      99      NL  

V ERREKENING   Artikel 72  Ten onrechte ontvangen prestaties  Indien het orgaan van een lidstaat aan een persoon onverschuldigd uitkeringen heeft  verstrekt, dan kan dit orgaan, op de wijze en binnen de grenzen als bepaald in de door dit  orgaan toegepaste wetgeving, aan het orgaan van een andere lidstaat dat verantwoordelijk  is voor het betalen van uitkeringen aan de betrokkene, verzoeken om, ongeacht de tak van  de sociale zekerheid in het kader waarvan de uitkeringen worden betaald, het onver schuldigde bedrag in te houden op eventuele achterstallige of lopende betalingen aan de  betrokkene. Het orgaan van de laatstgenoemde lidstaat houdt het bedrag in op de wijze,  onder de voorwaarden en binnen de grenzen als voor een dergelijke verrekeningsprocedure  is bepaald bij de wetgeving die door dit orgaan wordt toegepast alsof het door dit orgaan  zelf te veel betaalde bedragen betreft, en maakt het ingehouden bedrag over aan het orgaan  dat de onverschuldigde bedragen heeft uitbetaald.      100      NL  

schuldigd uitkeringsbedrag heeft uitbetaald bij de vaststelling of de herziening van een  invaliditeitsuitkering of een oudersdoms- of nabestaandenpensioen op grond van titel III,  hoofdstukken 4 en 5, van de basisverordening, het orgaan van een andere lidstaat dat  verantwoordelijk is voor de betaling van een overeenkomstige uitkering aan de betrokkene,  verzoeken het onverschuldigd betaalde bedrag in te houden op de aan de betrokken  persoon verschuldigde achterstallige bedragen. Nadat het laatstgenoemde orgaan het  orgaan dat een onverschuldigd bedrag heeft betaald, op de hoogte heeft gesteld van deze  achterstallige betalingen, deelt de instelling die het onverschuldigde bedrag heeft betaald  binnen twee maanden het verschuldigde bedrag mede. Indien het orgaan dat achterstallige  bedragen verschuldigd is, de mededeling binnen de termijn ontvangt, draagt het het  ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de onverschuldigde bedragen had uitbetaald.  Na het verstrijken van de termijn worden de achterstallige bedragen onverwijld aan de  betrokkene uitbetaald.  Indien een persoon in een lidstaat sociale bijstand heeft genoten gedurende een tijdvak  waarin hij op grond van de wetgeving van een andere lidstaat recht op prestaties had, kan  het orgaan dat de bijstand heeft verleend en een wettelijk verhaalsrecht heeft ten aanzien  van de uitkeringen die aan de betrokkene verschuldigd zijn, aan het orgaan van een andere  lidstaat dat prestaties aan hem verschuldigd is, verzoeken het voor bijstand uitgegeven  bedrag in te houden op de sommen die lidstaat aan de betrokkene betaalt.  Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op het gezinslid van een betrokken  persoon dat op het grondgebied van een lidstaat bijstand heeft genoten gedurende een  tijdvak waarin de verzekerde vanwege dat gezinslid op grond van de wetgeving van een  andere lidstaat recht op uitkeringen had.      101      NL  

een verklaring met daarin het hem verschuldigde bedrag aan het orgaan van de andere  lidstaat, dat dit bedrag inhoudt, op de wijze, onder de voorwaarden en binnen de grenzen  als voor een dergelijke verrekeningsprocedure is bepaald bij de door dit orgaan toegepaste  wetgeving, en het ingehouden bedrag onverwijld overmaakt aan het orgaan dat het  onverschuldigde bedrag had uitbetaald.  Artikel 73  Voorlopige betaalde prestaties in geld of voorlopig betaalde premies  Met het oog op de toepassing van artikel 6 van de toepassingsverordening stelt het orgaan  dat voorlopige uitkeringen heeft betaald, hoogstens drie maanden nadat de toepasselijke  wetgeving of het voor de betaling van de uitkeringen verantwoordelijke orgaan is vast gesteld, een verklaring op met daarin het bedrag dat voorlopig is betaald, en stuurt deze  verklaring aan het als bevoegd aangemerkte orgaan.  Het orgaan dat is aangemerkt als bevoegd voor de betaling van de uitkeringen, houdt het  uit hoofde van de voorlopige betaling verschuldigde bedrag in op de achterstallige  betalingen van de overeenkomstige uitkeringen die het aan de betrokkene verschuldigd is  en maakt onverwijld het ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de voorlopige  uitkeringen heeft betaald.      102      NL  

er geen achterstallige betalingen zijn, houdt het als bevoegd aangemerkte orgaan het  bedrag in op de lopende betalingen onder de voorwaarden en binnen de grenzen als voor  een dergelijke verrekeningsprocedure is bepaald bij de wetgeving die door dit orgaan  wordt toegepast, en maakt het het ingehouden bedrag onverwijld over aan het orgaan dat  de voorlopige uitkeringen heeft betaald.  Het orgaan dat van een rechtspersoon en/of natuurlijke persoon voorlopige premies heeft  ontvangen, gaat pas over tot terugbetaling van de bedragen in kwestie aan de persoon die  deze heeft betaald, nadat het bij het als bevoegd aangemerkte orgaan navraag heeft gedaan  naar de bedragen die op grond van artikel 6, lid 4, van de toepassingsverordening eventueel  aan dit orgaan verschuldigd zijn.  Op verzoek van het als bevoegd aangemerkte orgaan, welk verzoek uiterlijk drie maanden  na de vaststelling van de toepasselijke wetgeving wordt ingediend, maakt het orgaan dat  voorlopige premies heeft ontvangen, deze premies aan dit orgaan over, opdat deze worden  verrekend met de over dezelfde periode door de betrokken rechts- of natuurlijke persoon  aan het voor de betrokken periode als bevoegd aangemerkte orgaan verschuldigde premies.  De overgemaakte premies worden met terugwerkende kracht geacht betaald te zijn aan het  als bevoegd aangemerkte orgaan.  Indien de voorlopig betaalde premies meer bedragen dan de betrokken natuurlijke of  rechtspersoon aan het als bevoegd aangemerkte orgaan verschuldigd is, betaalt het orgaan  dat de premies voorlopig had ontvangen, het teveel betaalde bedrag aan de betrokken  natuurlijke of rechtspersoon terug.      103      NL  

Artikel 74  Kosten in verband met verrekening  A FDELING  3  T ERUG -  EN  I NVORDERING   Artikel 75  Definities en algemene bepaling  In deze afdeling wordt verstaan onder:  ­  "schuldvordering", alle schuldvorderingen betreffende premies of onverschuldigd  betaalde of verstrekte prestaties, met inbegrip van interesten, boetes, administratieve  sancties, en alle overige lasten en kosten in verband met de schuldvordering overeen komstig de wetgeving van de lidstaat waaruit de schuldvordering afkomstig is;  ­  "verzoekende partij", voor iedere lidstaat elk orgaan dat ten aanzien van een schuld vordering in bovenstaande zin om inlichtingen, notificatie dan wel invordering  verzoekt;  ­  "aangezochte partij", voor iedere lidstaat elk orgaan waaraan een verzoek om  informatie, notificatie dan wel een invordering kan worden gericht.      104      NL  

plaats via de aangewezen organen.  De praktische toepassingsmaatregelen, waaronder die met betrekking tot artikel 4 van de  toepassingsverordening en die tot vaststelling van het minimumbedrag waarop een verzoek  om invordering betrekking kan hebben, worden getroffen door de Administratieve  Commissie.  Artikel 76  Verzoek om inlichtingen  Op verzoek van de verzoekende partij verstrekt de aangezochte partij alle inlichtingen die  voor de verzoekende partij van nut kunnen zijn voor de invordering van haar schuld vordering.  Teneinde deze inlichtingen te verkrijgen, oefent de aangezochte partij de bevoegdheden uit  die zijn vastgesteld bij de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke van toepas sing zijn voor de invordering van soortgelijke schuldvorderingen, ontstaan in de eigen  lidstaat.  Het verzoek om inlichtingen vermeldt de naam, het laatst bekende adres en eventuele  andere relevante informatie voor de identificatie van de betrokken natuurlijke of rechts persoon waarop de te verstrekken inlichtingen betrekking hebben, alsmede de aard en het  bedrag van de schuldvordering uit hoofde waarvan het verzoek wordt ingediend.      105      NL  

  • a) 
    welke zij niet zou kunnen verkrijgen voor de invordering van soortgelijke schuld vorderingen, ontstaan in de lidstaat waar zij gevestigd is;  b)  waarmee een commercieel, een industrieel of een beroepsgeheim zou worden  onthuld; of  c)  waarvan mededeling de veiligheid of de openbare orde van de lidstaat zou kunnen  aantasten.  De aangezochte partij stelt de verzoekende partij op de hoogte van de redenen voor het  weigeren van een verzoek tot inlichtingen.  Artikel 77  Notificatie  Op verzoek van de verzoekende partij gaat de aangezochte partij volgens de in de eigen  lidstaat voor de notificatie van overeenkomstige akten en beslissingen geldende regels over  tot notificatie aan de geadresseerde van alle akten en beslissingen, met inbegrip van de  gerechtelijke, met betrekking tot een schuldvordering en/of de invordering daarvan, die uit  de lidstaat van de verzoekende partij afkomstig zijn.      106      NL  

en alle andere relevante informatie met betrekking tot diens identiteit waartoe de ver zoekende partij normaliter toegang heeft, de aard en het onderwerp van de te notificeren  akte of beslissing, en, indien noodzakelijk, naam en adres van de debiteur en alle andere  relevante informatie betreffende diens identiteit en de in de akte of de beslissing bedoelde  schuldvordering, alsmede alle andere nuttige inlichtingen.  De aangezochte partij stelt de verzoekende partij onverwijld op de hoogte van het gevolg  dat aan het verzoek tot notificatie is gegeven en in het bijzonder van de datum waarop de  akte of de beslissing aan de geadresseerde is toegezonden.  Artikel 78  Verzoek tot terug- of invordering  Het verzoek tot invordering van een schuldvordering dat de verzoekende partij tot de  aangezochte partij richt, dient vergezeld te gaan van een officieel exemplaar of van een  voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de executoriale titel dat is afgegeven in de  lidstaat van de verzoekende partij, alsmede, in voorkomend geval, van het origineel of van  een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van andere voor de invordering nodige  documenten.  De verzoekende partij kan slechts een verzoek tot invordering indienen:  a)  indien de schuldvordering of de executoriale titel in haar eigen lidstaat niet wordt  betwist, behalve wanneer artikel 81, lid 2, tweede alinea, van de toepassings verordening wordt toegepast;      107      NL  

invorderingsprocedures heeft ingesteld welke op grond van de in lid 1 bedoelde titel  kunnen worden uitgevoerd, en de genomen maatregelen niet tot volledige betaling  van de schuldvordering zullen leiden;  c)  indien de in haar eigen wetgeving vastgestelde verjaringstermijn nog niet is  overschreden.  In het verzoek tot invordering worden vermeld:  a)  naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de  betrokken natuurlijke of rechtspersoon en/of de derde die houder is van hem  toebehorende vermogensbestanddelen;  b)  naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de  verzoekende partij;  c)  een verwijzing naar de executoriale titel die is afgegeven in de lidstaat van de  verzoekende partij;  d)  aard en bedrag van de schuldvordering, met inbegrip van hoofdsom, interesten,  boetes en administratieve sancties en alle overige lasten en kosten, uitgedrukt in de  valuta van de lidstaten van de verzoekende en van de aangezochte partij;  e)  de datum waarop de titel aan de geadresseerde is genotificeerd door de verzoekende  partij en/of door de aangezochte partij;      108      NL  

volgens het geldende recht van de lidstaat van de verzoekende partij;  g)  alle overige relevante informatie.  Het verzoek tot invordering bevat voorts een verklaring waarin de verzoekende partij  bevestigt dat aan de voorwaarden van lid 2 is voldaan.  De verzoekende partij doet alle nuttige inlichtingen die haar bereiken met betrekking tot de  zaak die de aanleiding was voor het verzoek tot invordering, onverwijld aan de aange zochte partij toekomen.  Artikel 79  Executoriale titel van de schuldvordering  Overeenkomstig artikel 84, lid 2, van de basisverordening wordt de executoriale titel van  de schuldvordering rechtstreeks erkend en automatisch behandeld als een executoriale titel  van een schuldvordering uit de lidstaat van de aangezochte partij.  Onverminderd lid 1 kan de executoriale titel van de schuldvordering, in voorkomend geval  en volgens de bepalingen welke van toepassing zijn in de lidstaat van de aangezochte  partij, worden bekrachtigd als, erkend als, aangevuld met of vervangen door een op het  grondgebied van die lidstaat geldende executoriale titel.      109      NL  

drie maanden na ontvangst van het verzoek tot invordering de formaliteiten betreffende  bekrachtiging, erkenning, aanvulling of vervanging van de titel te vervullen. De lidstaten  kunnen het vervullen daarvan niet weigeren indien de executoriale titel in behoorlijke vorm  is opgesteld. De aangezochte partij stelt de verzoekende partij in kennis van de redenen  waarom de periode van drie maanden niet kan worden nageleefd.  Ingeval het vervullen van één van deze formaliteiten aanleiding geeft tot een geschil in  verband met de schuldvordering en/of de door de verzoekende partij afgegeven  executoriale titel, is artikel 81 van de toepassingsverordening van toepassing.  Artikel 80  Wijze en termijnen van betaling  De invordering geschiedt in de valuta van de lidstaat van de aangezochte partij. De aange zochte partij dient het volledige door haar ingevorderde bedrag van de schuldvordering aan  de verzoekende partij over te maken.  De aangezochte partij kan, indien de in haar lidstaat geldende wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen dit toelaten, en na raadpleging van de verzoekende partij, aan de  debiteur uitstel van betaling verlenen of een betaling in termijnen toestaan. De door de  aangezochte partij uit hoofde van dit uitstel van betaling geïnde interesten dienen eveneens  te worden overgemaakt aan de verzoekende partij.      110      NL  

is erkend overeenkomstig artikel 79, lid 1, van de toepassingsverordening dan wel is  bekrachtigd, erkend, aangevuld of vervangen overeenkomstig artikel 79, lid 2, wordt  interest geïnd wegens niet-tijdige betaling op grond van de wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de lidstaat van de aangezochte partij,  welke interest eveneens dient te worden overgemaakt aan de verzoekende partij.  Artikel 81  Betwisting met betrekking tot de schuldvordering  of de executoriale titel van de schuldvorderingen  of betwisting met betrekking tot de uitvoeringsmaatregelen  Indien gedurende de invorderingsprocedure de schuldvordering en/of de in de lidstaat van  de verzoekende partij afgegeven executoriale titel door een belanghebbende partij worden  betwist, wordt de rechtsvordering door deze partij voor de bevoegde instantie van de  lidstaat van de verzoekende partij gebracht, overeenkomstig de in deze laatste lidstaat  geldende rechtsregels. Deze rechtsvordering wordt door de verzoekende partij onverwijld  aan de aangezochte partij genotificeerd. Bovendien kan de belanghebbende partij de  aangezochte partij over de rechtsvordering inlichten.      111      NL  

hetzij van de verzoekende, hetzij van de belanghebbende partij, schorst zij de executie procedure in afwachting van de beslissing van de op dit gebied bevoegde instantie, tenzij  de verzoekende partij overeenkomstig de tweede alinea van dit lid anders verzoekt. Indien  de aangezochte partij dit nodig acht, en onverminderd artikel 84 van de toepassings verordening, kan zij overgaan tot het nemen van conservatoire maatregelen om de  invordering te waarborgen, voor zover de in haar lidstaat geldende wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen zulks toestaan voor soortgelijke schuldvorderingen.  Niettegenstaande de eerste alinea kan de verzoekende partij overeenkomstig de in haar  lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve praktijken  de aangezochte partij verzoeken een betwiste schuldvordering in te vorderen, mits de  desbetreffende in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen en administratieve praktijken zulks toelaten. Indien de uitkomst van  deze betwisting vervolgens voor de schuldenaar gunstig uitvalt, is de verzoekende partij  gehouden tot terugbetaling van elk ingevorderd bedrag, vermeerderd met de vergoedingen  die overeenkomstig de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wetgeving  verschuldigd kunnen zijn.  Wanneer de betwisting betrekking heeft op uitvoeringsmaatregelen die zijn getroffen in de  lidstaat van de aangezochte partij, wordt de rechtsvordering voor de passende instantie van  deze lidstaat gebracht, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van  deze lidstaat.      112      NL  

gebracht, een gewone of administratieve rechter is, vormt de uitspraak van deze rechter,  voor zover zij gunstig is voor de verzoekende partij en zij het mogelijk maakt om de  schuldvordering in de lidstaat waar de verzoekende partij gevestigd is, in te vorderen, de  "executoriale titel" in de zin van de artikelen 78 en 79 van de toepassingsverordening, en  wordt de schuldvordering op grond van deze uitspraak ingevorderd.  Artikel 82  Beperkingen van de bijstand  De aangezochte partij is niet gehouden:  a)  de in de artikelen 78 tot en met 81 van de toepassingsverordening genoemde bijstand  te verlenen, indien de invordering van de schuldvordering, wegens de situatie van de  debiteur, in de lidstaat van de aangezochte partij ernstige moeilijkheden van  economische of sociale aard zou opleveren, voor zover de wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen en de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat van  de aangezochte partij zulks toelaten voor soortgelijke binnenlandse schuld vorderingen;      113      NL  

te verlenen, indien het eerste verzoek op grond van de artikelen 76, 77 en 78 van de  toepassingsverordening betrekking heeft op schuldvorderingen die meer dan vijf jaar  bestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van vaststelling van de executoriale titel in  overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of de admini stratieve praktijken die gelden in de lidstaat van de verzoekende partij, tot de datum  van het verzoek. In gevallen waarin de schuldvordering of de titel wordt betwist,  wordt de termijn evenwel berekend vanaf het tijdstip waarop de lidstaat van de  verzoekende partij vaststelt dat de schuldvordering of executoriale titel van de  schuldvordering niet langer kan worden betwist.  De aangezochte partij stelt de verzoekende partij op de hoogte van de beweegredenen die  zich verzetten tegen het voldoen aan het verzoek om bijstand.  Artikel 83  Verjaring  Vraagstukken met betrekking tot de verjaring worden als volgt geregeld:  a)  wat de schuldvordering en de executoriale titel betreft, volgens de geldende wet geving van de lidstaat van de verzoekende partij; en tevens  b)  wat de uitvoeringsmaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij betreft,  volgens de geldende wetgeving van de lidstaat van de aangezochte partij;      114      NL  

partij begint te lopen op de dag waarop de titel rechtstreeks is erkend dan wel is bekrach tigd, erkend, aangevuld of vervangen overeenkomstig artikel 79 van de toepassings verordening.  De overeenkomstig een verzoek om bijstand door de aangezochte partij genomen maat regelen tot invordering van schuldvorderingen, die, indien zij door de verzoekende partij  zouden zijn genomen, tot gevolg zouden hebben gehad dat de verjaring volgens de  rechtsregels die gelden in de lidstaat waar de verzoekende partij is gevestigd, zou zijn  opgeschort of onderbroken, worden, voor wat dit gevolg betreft, beschouwd als te zijn  genomen in deze laatste staat.  Artikel 84  Conservatoire maatregelen      115      NL  

Artikel 85  Kosten in verband met de invordering  De aangezochte partij verricht de invordering bij de betrokken natuurlijke of rechtspersoon  en houdt daarbij overeenkomstig de in de lidstaat van de aangezochte partij, ten aanzien  van vergelijkbare schuldvorderingen geldende wettelijke of administratiefrechtelijke  bepalingen, alle door haar in verband met de invordering gemaakte kosten in.  De wederzijdse bijstand die uit hoofde van deze afdeling wordt verstrekt is in de regel  kosteloos. Wanneer zich echter bij een invordering een bijzonder probleem voordoet of de  kosten zeer hoog zijn, kunnen de verzoekende en de aangezochte partij per geval  specifieke afspraken maken over de modaliteiten van de vergoeding.  De lidstaat van de verzoekende partij blijft ten opzichte van de lidstaat van de aangezochte  partij aansprakelijk voor de kosten en mogelijke verliezen welke het gevolg zijn van  vorderingen die niet gerechtvaardigd zijn bevonden wat de gegrondheid van de schuld vordering of de geldigheid van de door de verzoekende partij afgegeven titel betreft.  Artikel 86  Evaluatieclausule  Uiterlijk in het vierde volledige kalenderjaar van uitvoering van de toepassingsverordening  legt de Administratieve Commissie een vergelijkend verslag over inzake de in artikel 67,  leden 2, 5 en 6, van de toepassingsverordening vastgelegde termijnen.      116      NL  

indienen om deze termijnen te herzien met als doel een substantiële inkorting ervan.  Uiterlijk op de in lid 1 bedoelde datum beoordeelt de Administratieve Commissie ook de  in artikel 13 bepaalde regels voor de omrekening van tijdvakken met het oog op een  mogelijke vereenvoudiging van die regels.  Uiterlijk ...  dient de Administratieve Commissie een verslag in waarin specifiek de  toepassing van Titel IV, hoofdstukken I en III, van de toepassingsverordening, wordt  geëvalueerd, met name met betrekking tot de procedures en termijnen van artikel 67,  leden 2, 5 en 6, van de toepassingsverordening en de invorderingsprocedures van de  artikelen 75 tot en met 85 van de toepassingsverordening.  Naar aanleiding van dit verslag kan de Europese Commissie, indien nodig, passende  voorstellen indienen om deze procedures doeltreffender en evenwichtiger te maken.  PB: vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.      117      NL  

DIVERSE   BEPALINGEN,     OVERGANGS-   EN   SLOTBEPALINGEN  Artikel 87  Geneeskundig onderzoek en administratieve controle  Onverminderd andere specifieke bepalingen wordt, indien een rechthebbende op of  aanvrager van prestaties, dan wel een lid van diens gezin, op het grondgebied van een  andere lidstaat woont of verblijft dan die waar zich het debiteurorgaan bevindt, het  geneeskundig onderzoek op verzoek van laatstgenoemd orgaan verricht door het orgaan  van de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende, volgens de procedures die zijn  vastgelegd in de door dit orgaan toegepaste wetgeving.  Het debiteurorgaan stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats in kennis van eventuele  speciale vereisten waaraan moet worden voldaan en van de aspecten waaraan in het  geneeskundig onderzoek aandacht moet worden besteed.  Het orgaan van de woon- of verblijfplaats doet aan het debiteurorgaan dat om het genees kundig onderzoek heeft verzocht een rapport toekomen. Dit orgaan is gebonden door de  bevindingen van het orgaan van de woon- of verblijfplaats.      118      NL  

keuze te laten onderzoeken. De rechthebbende kan echter alleen worden verzocht zich naar  de lidstaat van het debiteurorgaan te begeven, indien hij in staat is de reis te ondernemen  zonder dat dit zijn gezondheid schaadt en mits reis- en verblijfkosten voor rekening komen  van het debiteurorgaan.  Indien een rechthebbende op of aanvrager van prestaties, of een lid van diens gezin, op het  grondgebied van een andere lidstaat woont of verblijft dan die waar zich het debiteur orgaan bevindt, wordt de administratieve controle op verzoek van dit orgaan uitgeoefend  door het orgaan van de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende.  Lid 2 is van toepassing.  De leden 2 en 3 zijn tevens van toepassing wanneer de mate van afhankelijkheid van een  rechthebbende op of aanvrager van langdurige-zorgprestaties in de zin van artikel 34 van  de basisverordening wordt bepaald of gecontroleerd.  De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van twee of meer lidstaten kunnen  specifieke bepalingen en procedures vaststellen ter verbetering van de gedeeltelijke of  volledige geschiktheid voor de arbeidsmarkt van rechthebbenden of aanvragers en hun  deelname aan trajecten of programma's in de lidstaat waar zij wonen of verblijven die zijn  gericht op verbetering van de geschiktheid voor de arbeidsmarkt.  In afwijking van het in artikel 76, lid 2, van de basisverordening neergelegde beginsel van  kosteloze administratieve samenwerking, worden de daadwerkelijke uitgaven voor de in de  leden 1 tot en met 5 genoemde controles, door het debiteurorgaan dat om de controles had  verzocht, terugbetaald aan het orgaan dat werd verzocht de controles uit te voeren.      119      NL  

Artikel 88  Kennisgevingen  De lidstaten stellen de Europese Commissie in kennis van de gegevens betreffende de in  artikel 1, onder m), q) en r), van de basisverordening en in artikel 1, lid 2, onder a) en b),  van de toepassingsverordening bedoelde instanties en van de overeenkomstig de  toepassingsverordening aangewezen organen.  De in lid 1 bedoelde instanties krijgen de beschikking over een elektronische identiteit in  de vorm van een identificatiecode en een elektronisch adres.  De Administratieve Commissie stelt de structuur, de inhoud en de exacte wijze vast  waarop de in lid 1 bedoelde kennisgeving geschiedt, inclusief de gemeenschappelijke vorm  en het model van de kennisgeving.  Bijlage 4 bij de toepassingsverordening vermeldt nadere gegevens van de voor het publiek  toegankelijke gegevensbank met de in lid 1 bedoelde informatie. De gegevensbank wordt  opgericht en beheerd door de Europese Commissie. De lidstaten zijn echter verant woordelijk voor het invoeren van hun eigen nationale contactinformatie in deze gegevens bank. Voorts zorgen de lidstaten ervoor dat de op grond van lid 1 vereiste ingevoerde  nationale contactinformatie correct is.  De lidstaten zijn ervoor verantwoordelijk dat de in lid 1 bedoelde informatie actueel blijft.      120      NL  

Artikel 89  Informatie  De Administratieve Commissie verschaft de informatie die de betrokken partijen nodig  hebben om hun rechten te kennen en te weten welke administratieve formaliteiten zij  dienen te vervullen om deze rechten geldend te maken. De informatie wordt bij voorkeur  langs elektronische weg verspreid, door deze online te publiceren op openbare sites. De  Administratieve Commissie draagt er zorg voor dat de informatie regelmatig wordt  bijgewerkt en ziet toe op de kwaliteit van de aan de klanten verleende diensten.  Het in artikel 75 van de basisverordening bedoelde Raadgevend Comité kan advies  uitbrengen en aanbevelingen doen ter verbetering van de informatie en de verspreiding  daarvan.  De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat hun organen op de hoogte zijn van alle  wettelijke en andere voorschriften van de Gemeenschap, met inbegrip van de besluiten van  de Administratieve Commissie, op de gebieden en onder de voorwaarden van de basis verordening en de toepassingsverordening, en dat ze deze toepassen.      121      NL  

Artikel 90  Valutaomrekening  Artikel 91  Statistieken  Artikel 92  Wijziging van de bijlagen      122      NL  

Artikel 93  Overgangsbepalingen  Artikel 94  Overgangsbepalingen betreffende pensioenen  Indien de verzekerde gebeurtenis voorafgaat aan de datum waarop de toepassings verordening in de betrokken lidstaat in werking treedt en er vóór die datum nog geen  uitkering op grond van de aanvraag om pensioen is toegekend, worden er, voor zover de  verzekerde gebeurtenis recht geeft op een uitkering voor een aan die datum voorafgaand  tijdvak, uit hoofde van de aanvraag twee uitkeringen vastgesteld:  a)  voor het tijdvak voorafgaand aan de datum waarop de toepassingsverordening op het  grondgebied van de betrokken lidstaat in werking treedt, overeenkomstig  Verordening (EEG) nr. 1408/71 of de verdragen die tussen de betrokken lidstaten  van kracht zijn;  b)  voor het tijdvak dat ingaat op de datum waarop de onderhavige verordening op het  grondgebied van de betrokken lidstaat in werking treedt, overeenkomstig de basis verordening.      123      NL  

dan het bedrag dat is berekend op grond van het onder b) bepaalde, blijft de betrokkene  recht houden op het bedrag dat is berekend op grond van het onder a) bepaalde.  De aanvraag om invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen of nabestaanden pensioenen, die bij een orgaan van een lidstaat wordt ingediend vanaf de datum waarop de  toepassingsverordening op het grondgebied van de betrokken lidstaat in werking treedt,  leidt overeenkomstig het bepaalde in de basisverordening ambtshalve tot herziening van de  uitkeringen welke reeds door het orgaan of de organen van één of meer lidstaten vóór deze  datum voor dezelfde verzekerde gebeurtenis zijn toegekend, zonder dat als gevolg van  deze herziening een lagere uitkering wordt toegekend.  Artikel 95  Overgangstermijn voor uitwisseling van elektronische gegevens  Aan iedere lidstaat kan voor de elektronische uitwisseling van gegevens in de zin van  artikel 4, lid 2, van de toepassingsverordening, een overgangsperiode worden toegestaan.  Deze overgangstermijnen bedragen ten hoogste 24 maanden te rekenen vanaf de datum  waarop de toepassingsverordening in werking treedt.      124      NL  

elektronische uitwisseling van gegevens betreffende sociale zekerheid - EESSI) evenwel  aanzienlijke vertraging oploopt ten opzichte van de inwerkingtreding van de toepassings verordening, kan de Administratieve Commissie besluiten deze perioden op passende  wijze te verlengen.  Ter wille van de noodzakelijke gegevensuitwisseling met het oog op de toepassing van de  basisverordening en de toepassingsverordening, worden de praktische regelingen voor  eventuele in lid 1 bedoelde noodzakelijke overgangstermijnen vastgesteld door de  Administratieve Commissie.  Artikel 96  Intrekking  Verordening (EEG) nr. 574/72 wordt met ingang van ...  ingetrokken.  Verordening (EEG) nr. 574/72 blijft evenwel van kracht en behoudt haar rechtsgevolgen  voor de toepassing van:  a)  Verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de  bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en Verordening (EEG) nr. 574/72 tot  onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze  bepalingen vallen 1 , zulks zolang die verordening niet wordt ingetrokken of  gewijzigd;  PB: datum van inwerkingtreding van deze verordening.  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 1.      125      NL  

technische aanpassingen van de communautaire regelingen op het gebied van de  sociale zekerheid van migrerende werknemers met betrekking tot Groenland 1 , zulks  zolang die verordening niet wordt ingetrokken of gewijzigd;  c)  de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 2 , de Overeenkomst  tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse  Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen 3 , alsmede andere  overeenkomsten die een verwijzing bevatten naar Verordening (EEG) nr. 574/72,  zulks zolang deze overeenkomsten niet worden gewijzigd als gevolg van deze  verordening.  Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 574/72 in Richtlijn 98/49/EG van de Raad van  29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van  werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen 4 , en meer in het  algemeen in alle andere handelingen van de Gemeenschap, moeten worden gelezen als  verwijzingen naar de toepassingsverordening.  PB L 160 van 20.6.1985, blz. 7.  PB L 1 van 31.1.1994, blz. 1.  PB L 114 van 30.4.2002, blz. 6.  PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46.      126      NL  

Artikel 97  Bekendmaking en inwerkingtreding  1 .  Voor de Raad  De voorzitter  PB: gelieve als datum in te vullen de eerste dag van de maand volgend op de periode van  zes maanden na de datum van bekendmaking, maar in geen geval vóór 1 januari 2010.      127      NL  

Van kracht gebleven toepassingsbepalingen van bilaterale overeenkomsten,  en nieuwe bilaterale uitvoeringsovereenkomsten  (bedoeld in artikel 8, lid 1, en artikel 9, lid 2, van de toepassingsverordening)      1      NL  

Akkoord van 4 juli 1984 inzake de geneeskundige controles van in het ene land  verblijvende en in het andere land tewerkgestelde grensarbeiders  Overeenkomst van 14 mei 1976 betreffende het afzien van vergoeding van de kosten van  administratieve en medische controle, gesloten op grond van artikel 105, lid 2, van  Verordening (EEG) nr. 574/72  Akkoord van 3 oktober 1977 ter uitvoering van artikel 92 van Verordening (EEG)  nr. 1408/71 (inning van socialezekerheidspremies)  Overeenkomst van 29 juni 1979 betreffende de wederkerige verzaking aan de terugbetaling  grond van artikel 70, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (kosten van werkloosheids uitkeringen)  Administratieve overeenkomst van 6 maart 1979 betreffende de toepassingsmodaliteiten  van het Aanhangsel van 12 oktober 1978 bij de Overeenkomst tussen België en Frankrijk  betreffende de maatschappelijke zekerheid in haar bepalingen van toepassing op de  zelfstandigen      2      NL  

van de vereffening van wederzijdse vorderingen uit hoofde van de artikelen 93, 94, 95  en 96 van Verordening (EEG) nr. 574/72  Akkoord van 12 januari 1974 ter toepassing van artikel 105, lid 2, van Verordening (EEG)  nr. 574/72  Akkoord van 31 oktober 1979 ter toepassing van artikel 18, lid 9, van Verordening (EEG)  nr. 574/72  Briefwisseling van 10 december 1991 en 10 februari 1992 betreffende de terugbetaling van  wederzijdse schuldvorderingen op grond van artikel 93 van Verordening (EEG) nr. 574/72  Overeenkomst van 21 november 2003 betreffende de modaliteiten voor de vereffening van  wederzijdse vorderingen uit hoofde van de artikelen 94 en 95 van Verordening (EEG)  nr. 574/72 van de Raad  Akkoord van 28 januari 1961 inzake de inning van socialezekerheidspremies  Overeenkomst van 16 april 1976 betreffende het afzien van vergoeding van de kosten van  administratieve en medische controle, gesloten op grond van artikel 105, lid 2, van  Verordening (EEG) nr. 574/72      3      NL  

Overeenkomst van 21 maart 1968 betreffende de invordering van socialeverzekerings premies, alsmede de administratieve schikking van 25 november 1970 ter uitvoering van  die Overeenkomst  Akkoord van 13 maart 2006 inzake de verzekering voor geneeskundige verzorging  Akkoord van 12 augustus 1982 inzake ziekengeld, moederschaps- en invaliditeits verzekering  Briefwisseling van 4 mei en 14 juni 1976 betreffende artikel 105, lid 2, van Verordening  (EEG) nr. 574/72 (afzien van vergoeding voor de kosten van administratieve en medische  controle)  Briefwisseling van 18 januari en 14 maart 1977 betreffende artikel 36, lid 3, van  Verordening (EEG) nr. 1408/71 (regeling betreffende de vergoeding of het afzien van  vergoeding van de uitgaven voor verstrekkingen verleend in toepassing van titel III,  hoofdstuk I, van Verordening (EEG) nr. 1408/71), als gewijzigd bij briefwisseling van  4 mei en 23 juli 1982 (regeling betreffende de vergoeding van kosten ingevolge artikel 22,  lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1408/71)      4      NL  

    5      NL  

    6      NL  

    7      NL  

    8      NL  

Overeenkomst van 14 oktober 1975 betreffende het afzien van vergoeding van de kosten  van administratieve en medische controle, gesloten op grond van artikel 105, lid 2, van  Verordening (EEG) nr. 574/72  Overeenkomst van 14 oktober 1975 betreffende de inning en terugvordering van sociale zekerheidspremies  Overeenkomst van 25 januari 1990 betreffende de toepassing van artikel 20 en artikel 22,  lid 1, onder b) en c), van Verordening (EEG) nr. 1408/71  Artikel 9 van het technisch akkoord van 18 april 2001 bij het Verdrag van 18 april 2001  (betaling van pensioenen en renten)  Overeenkomst van 21 januari 1969 inzake de invordering van premies voor de sociale  zekerheid      9      NL  

    10      NL  

    11      NL  

    12      NL  

De artikelen 42, 43 en 44 van het administratief akkoord van 22 mei 1970 (uitvoer van  werkloosheidsuitkeringen). Deze vermelding blijft geldig gedurende twee jaar te rekenen  vanaf de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004  Overeenkomst van 2 oktober 2002 houdende nadere regeling van het beheer en de  afwikkeling van wederzijdse vorderingen inzake gezondheidszorg, teneinde de afwikkeling  te vergemakkelijken en te bespoedigen      13      NL  

Briefwisseling van 14 mei en 2 augustus 1991 betreffende de wijze van vereffening van de  wederzijdse schuldvorderingen op grond van artikel 93 van Verordening (EEG) nr. 574/72  Aanvullende briefwisseling van 22 maart en van 15 april 1994 betreffende de modaliteiten  voor de vereffening van wederzijdse vorderingen uit hoofde van de artikelen 93, 94, 95  en 96 van Verordening (EEG) nr. 574/72  Briefwisseling van 2 april 1997 en 20 oktober 1998 tot wijziging van de briefwisseling  onder a) en b) betreffende de wijze van vereffening van de wederzijdse schuldvorderingen  uit hoofde van de artikelen 93, 94, 95 en 96 van Verordening (EEG) nr. 574/72  Overeenkomst van 28 juni 2000 betreffende het afzien van de vergoeding bedoeld in  artikel 105, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 voor de kosten van administratieve  controles en geneeskundige onderzoeken die gevraagd zijn in het kader van artikel 51 van  deze verordening  Overeenkomst van 2 juli 1976 betreffende het afzien van vergoeding als bedoeld in  artikel 36, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 van de  uitgaven voor verstrekkingen uit hoofde van de ziekte- en moederschapsverzekering,  verleend aan de gezinsleden van een werknemer die niet in hetzelfde land wonen als die  werknemer      14      NL  

artikel 36, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 van de  uitgaven voor verstrekkingen uit hoofde van de ziekte- en moederschapsverzekering,  verleend aan gewezen grensarbeiders, aan hun gezinsleden of aan hun nagelaten  betrekkingen  Overeenkomst van 2 juli 1976 betreffende het afzien van vergoeding van de kosten van  administratieve en medische controle als bedoeld in artikel 105, lid 2, van Verordening  (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972  Briefwisseling van 17 juli en 20 september 1995 betreffende de modaliteiten voor de  vereffening van wederzijdse vorderingen uit hoofde van de artikelen 93, 95 en 96 van  Verordening (EEG) nr. 574/72  Akkoord van 28 april 1997 betreffende het afzien van vergoeding van de kosten van  administratieve en medische controle op grond van artikel 105 van Verordening (EEG)  nr. 574/72  Overeenkomst van 29 september 1998 betreffende de modaliteiten voor het vaststellen van  de te vergoeden uitgaven voor verstrekkingen uit hoofde van de Verordeningen (EEG)  nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72  De overeenkomst van 3 februari 1999 betreffende de modaliteiten voor het beheer en de  vereffening van wederzijdse vorderingen voor verstrekkingen bij ziekte uit hoofde van de  Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72      15      NL  

Briefwisseling van 25 maart en 28 april 1997 betreffende artikel 105, lid 2, van  Verordening (EEG) nr. 574/72 (afzien van vergoeding voor de kosten van administratieve  controle en medisch onderzoek)  Overeenkomst van 8 december 1998 over de wijze van vaststellen van de te vergoeden  uitgaven voor verstrekkingen uit hoofde van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en  (EEG) nr. 574/72      16      NL  

    17      NL  

Artikel 3, tweede zin, van het Administratieve Akkoord van 12 juni 1956 voor de  toepassing van het Verdrag van 11 augustus 1954  Briefwisseling van 25 april en van 26 mei 1986 betreffende artikel 36, lid 3, van  Verordening (EEG) nr. 1408/71 (de vergoeding of het afzien van de vergoeding van de  uitgaven voor verstrekkingen), zoals gewijzigd      18      NL  

      19      NL  

Bijzondere stelsels voor ambtenaren  (bedoeld in de artikelen 31 en 41 van de toepassingsverordening)  Bijzondere stelsels voor ambtenaren waarop titel III, hoofdstuk I, van Verordening (EG)  nr. 883/2004 betreffende verstrekkingen niet van toepassing is  Duitsland  Bijzonder ziektestelsel voor ambtenaren  Bijzondere stelsels voor ambtenaren op wie titel III, hoofdstuk I, van Verordening (EG)  nr. 883/2004, met uitzondering van artikel 19, lid 1, artikel 27 en artikel 35 betreffende  verstrekkingen, niet van toepassing is  Spanje  Speciaal socialezekerheidsstelsel voor ambtenaren  Speciaal socialezekerheidsstelsel voor de strijdkrachten  Speciaal socialezekerheidsstelsel voor functionarissen en administratief personeel van het  gerechtelijk apparaat  Bijzondere stelsels voor ambtenaren waarop titel III, hoofdstuk II, van Verordening (EG)  nr. 883/2004 betreffende verstrekkingen niet van toepassing is  Duitsland  Bijzonder ongevallenstelsel voor ambtenaren        1      NL  

(bedoeld in artikel 63, lid 1, van de toepassingsverordening)        1      NL  

Bijzonderheden van de in artikel 88, lid 4, van   de toepassingsverordening bedoelde gegevensbank  Inhoud van de gegevensbank  Een elektronische lijst (URL) van de betrokken organen vermeldt:  a)  de namen van de organen in de officiële taal/talen van de lidstaat alsmede in het  Engels  b)  de identificatiecode en het elektronisch adres (EESSI)  c)  hun functie ten opzichte van de definities in artikel 1, onder m), q) en r), van de  basisverordening en artikel 1, onder a) en b), van de toepassingsverordening  d)  hun bevoegdheid ten aanzien van de verschillende risico's, soorten uitkeringen,  regelingen en geografische werkingssfeer  e)  welk deel van de basisverordening door de organen wordt toegepast  f)  de volgende contactgegevens: postadres, telefoon, fax, e-mailadres en het URL-adres  g)  alle andere informatie die nodig is voor de toepassing van de basisverordening of de  toepassingsverordening.      1      NL  

  • a) 
    De elektronische lijst wordt in EESSI beheerd op het niveau van de Europese  Commissie.  b)  De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en controleren van de nodige  informatie van de organen en voor de tijdige indiening bij de Commissie van elke  vermelding of wijziging van vermeldingen die onder hun verantwoordelijkheid  vallen.  Toegang  Voor operationele en administratieve doeleinden gebruikte informatie is niet toegankelijk  voor het publiek.  Veiligheid  Alle wijzigingen in de gegevensbank (opnemen, actualiseren, wissen) worden opgeslagen.  Gebruikers worden geïdentificeerd en erkend alvorens zij toegang krijgen tot de lijst met  het doel vermeldingen te wijzigen. Voorafgaand aan elke poging tot wijziging van een  vermelding, wordt gecontroleerd of de gebruiker gemachtigd is de wijziging door te  voeren. Elke niet-gemachtigde wijziging wordt afgewezen en geregistreerd.  Taalregeling  De algemene gebruikstaal voor de gegevensbank is Engels. De naam van organen en hun  contactgegevens moeten tevens in de officiële taal/talen van de lidstaat worden vermeld.        2      NL  

Lidstaten die op basis van wederkerigheid  het maximumbedrag van de in de derde zin van artikel 65, lid 6,  van de basisverordening bedoelde vergoeding vaststellen  op basis van het gemiddelde bedrag van de werkloosheidsuitkeringen  die in het voorgaande kalenderjaar onder hun wetgevingen werden verstrekt  (bedoeld in artikel 70 van de toepassingsverordening)        1      NL  

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie