RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
Brussel, 21 september 2009 (23.09) (OR. fr)
13285/09
Interinstitutioneel dossier: 2006/0136 (COD)
CODEC 1083 AGRILEG 152 ENV 573
NOTA I/A-PUNT
van: aan:
het secretariaat-generaal van de Raad het Coreper / de Raad
nr. Comv.: Betreft:
11755/06 AGRILEG 127 ENV 411 CODEC 773
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen [tweede lezing] - Goedkeuring van de amendementen van het Europees Parlement (WB + V)
-
1.De Commissie heeft het bovengenoemde voorstel1, dat artikel 37, lid 2, en artikel 152, lid 4, punt b), van het VEG als rechtsgrondslag heeft, op 19 juli 2006 bij de Raad ingediend.
-
2.Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 31 mei 2007 advies uitgebracht2. Het Comité van de Regio's heeft op 13 februari 2007 advies uitgebracht3.
3.
Het Europees Parlement heeft op 23 oktober 2007 advies in eerste lezing uitgebracht4.
-
4.De Commissie heeft op 11 maart 2008 op grond van artikel 250, lid 2, van het VEG een gewijzigd voorstel ingediend5.
Doc. 11755/06.
PB C 175 van 27.7.2007, blz. 44.
PB C 146 van 30.6.2007, blz. 48.
Doc. 14184/07.
Doc. 7538/08.
13285/09
van/LEP/yh
JUR
1
NL
-
5.De Raad heeft op 15 september 2008 zijn gemeenschappelijk standpunt1 vastgesteld, en dat tezamen met zijn motivering aan het Europees Parlement doen toekomen.
-
6.Conform de bepalingen van de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de medebeslissingsprocedure2 zijn er tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie informele contacten geweest om in tweede lezing tot een akkoord te komen.
-
7.Tijdens de vergadering van 13 januari 2009 heeft het Europees Parlement in tweede lezing een amendement op het gemeenschappelijk standpunt aangenomen. Dit amendement geeft het compromis weer waarover de drie instellingen overeenstemming hadden bereikt, en zou dus aanvaardbaar moeten zijn voor de Raad3.
-
8.De Commissie heeft op 31 maart 2009 advies uitgebracht over het amendement van het Europees Parlement4.
-
9.Het Comité van permanente vertegenwoordigers wordt derhalve verzocht zijn instemming met dit amendement te bevestigen, en de Raad in overweging te geven:
-
-het in document 5188/09 vervatte amendement van het Europees Parlement, zoals dit na de bijwerking door de juristen-vertalers is opgenomen in document PE-CONS 3608/09, als A-punt op de agenda van een komende zitting goed te keuren, waarbij de Ierse en de Hongaarse delegatie zich van stemming onthouden en de Britse delegatie tegen stemt;
-
-te besluiten de verklaringen in het addendum bij deze nota in de notulen van die zitting op te nemen.
-
10.Indien de Raad het amendement van het Europees Parlement goedkeurt, wordt de verordening overeenkomstig artikel 251, lid 3, van het EG-Verdrag geacht te zijn aangenomen in de vorm van het aldus geamendeerde gemeenschappelijk standpunt.
Na ondertekening van het wetgevingsbesluit door de voorzitter van het Europees Parlement, de voorzitter van de Raad en de secretarissen-generaal van de beide instellingen, wordt dit wetgevingsbesluit bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Doc. 11119/8/08 REV 8. PB C 145 van 30.6.2007, blz. 5. Doc. 5188/09. Doc. 8394/09.
13285/09 van/LEP/yh 2
JUR NL

