Van 1 januari t/m 30 juni 2010 vervulde Spanje het voorzitterschap van de Europese Unie. Het Spaanse voorzitterschap werkte nauw samen met het Belgische en het Hongaarse voorzitterschap, die als voorzitter Spanje opvolgen. Deze drie landen vormden samen een 'trojka' van voorzittende landen. Ze hebben samen het programma voor de gehele periode opgesteld.
Spanje had vier politieke prioriteiten voor hun voorzitterschap:
-
-de implementatie van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder de oprichting van de EDEO (Europese Dienst voor Extern Optreden)
-
-herstel van de Europese economie
-
-het versterken van de rol van de EU in de wereld, in het bijzonder het versterken van de relaties met Latijns-Amerika
-
-het bevorderen van het Europees burgerschap, bijvoorbeeld door toetreding van de EU tot het EVRM, het Stockholmprogramma op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken en nieuwe initiatieven om de gelijkwaardigheid van man en vrouw te verzekeren
Centrale voornemens en thema's waren verder:
-
-herzien van de Lissabonstrategie. De nadruk zou, naast aandacht voor economische groei en het creëren van banen, meer komen te liggen op onderzoek en innovatie
-
-het uitwerken van een Europees systeem van toezicht op de financiële markten
-
-het 'verduurzamen' van al het beleid
-
-moderniseren van de regels voor BTW
-
-het veiligstellen van de energievoorziening, met de nadruk op een aantal grote Europese infrastructurele projecten
Op 1 juli 2010 nam België het voorzitterschap over.
