1) Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen - Advies van de Groep materieel strafrecht

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Interinstitutioneel dossier: 2007/0094 (COD) 2007/0022 (COD)

Brussel, 6 november 2007 (13.11) 14669

LIMITE

DROIPEN 100

ENV 578 CODEC 1175

RESULTAAT BESPREKINGEN

of: on:

de Groep materieel strafrecht 30 oktober 2007

nr. vorig doc.:

nr. Comv.:

Betreft:

12776/2/07 REV 2 DROIPEN 82 MIGR 77 SOC 313 CODEC 927 14021/07 DROIPEN 91 PI 526 CODEC 1087 9871/07 MIGR 43 SOC 227 DROIPEN 49 CODEC 623 +COR 1+COR 2+ADD 1+ADD 2+ADD 3 COM(2007) 249 def. 6297/07 DROIPEN 10 ENV 95 SAN 20 CONSOM 7 CODEC 113 +ADD 1+ADD 2 COM(2007) 51 def.

  • 1) 
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot

vaststelling van sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen

van derde landen

  • Advies van de Groep materieel strafrecht
  • 2) 
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

I. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen - Advies van de Groep materieel strafrecht

De Groep materieel strafrecht is op 30 oktober 2007, op basis van doc. 12776/2/07 REV 2 DROIPEN 82 MIGR 77 SOC 313 CODEC 927verder gegaan met de bespreking van haar advies over de bepalingen van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, die relevant zijn voor de ontwikkeling van het beleid inzake strafrecht1.

Zie voor de procedure: doc. 10527/07 JAI 305 DROIPEN 57 ENV 320 MI 154 PI 27 TRANS 213 MIGR 49 ECOFIN 258.

14669/07

DG H 2B

yen/IL/mv                         1

LIMITE NL

i

De delegaties gingen over het algemeen akkoord met het ontwerp van het voorzitterschap, maar wezen erop dat de Groep dieper moet ingaan op het ontwerp-advies, vooral gezien het nieuwe arrest van het Europese Hof van Justitie in zaak C-440/05.

De delegaties zetten ook vraagtekens bij het bindende karakter van het advies dat de Groep materieel strafrecht moet geven in het kader van de procedure voor de toekomstige behandeling van wetgevingsdossiers die voorstellen voor de eerste pijler bevatten welke relevant zijn voor de ontwikkeling van het strafrechtbeleid.

Ter afsluiting van de besprekingen op dit punt verzocht het voorzitterschap de lidstaten om hun schriftelijke opmerkingen vóór medio november aan het secretariaat-generaal van de Raad toe te zenden, zodat de Groep haar ontwerp-advies in de volgende vergaderingen nader kan bespreken.

II. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

Voorts ging de Groep materieel strafrecht door met de bespreking van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht op basis van doc. 14021/07 DROIPEN 91 ENV 526 CODEC 1087 en van schriftelijk commentaar van de Commissie. De Groep behandelde met name de artikelen 1 en 2, en artikel 3, punten a), b), c), d) en f).

De tekst van het richtlijnvoorstel zoals die er na de bespreking door de groep uitziet, gaat in de bijlage. Wijzigingen ten opzichte van de vorige tekst zijn vetgedrukt. Het commentaar van de delegaties is in voetnoten opgenomen.

14669/07                                                                                         yen/IL/mv                         2

DG H 2B                        LIMITE NL

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

Artikel 1 Onderwerp

Deze richtlijn stelt maatregelen vast op strafrechtelijk gebied teneinde het milieu doeltreffender te beschermen.

Artikel 2 Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • a) 
    "wederrechtelijk": in strijd met het in de bijlage vermelde Gemeenschapsrecht of met een wettelijke bepaling, een bestuursrechtelijk voorschrift of een besluit van een bevoegde autoriteit van een lidstaat, ter uitvoering van dat Gemeenschapsrecht1
  • b) 

    geschrapt.

  • c) 

    "illegale overbrenging": onrechtmatige handelingen [die aanleiding geven tot de toepassing van de artikelen 24 en 25 van Verordening (EG) nr. 1013/2006]2.

  • d) 
    "rechtspersoon": juridische entiteit die deze hoedanigheid krachtens het toepasselijke nationale recht bezit, met uitzondering van staten of andere publiekrechtelijke lichamen bij de uitoefening van hun openbare macht, alsmede met uitzondering van publiekrechtelijke internationale organisaties.

i

2

Een grote meerderheid van de delegaties maakte een studievoorbehoud om deze bepaling nader te

onderzoeken.

Deze bepaling moet bekeken worden in samenhang met artikel 3, punt e), in verband met de noodzaak

van een autonome behandeling van illegale overbrenging.

14669/07                                                                                         yen/IL/mv                         3

DG H 2B                        LIMITE NL

Artikel 31 Delicten

De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende handelingen strafbaar worden gesteld als zij onwettelijk en opzettelijk of ten minste uit grove nalatigheid [volgens de omschrijving van het nationaal recht] worden begaan2:

  • a) 
    geschrapt.
  • b) 
    het lozen, uitstoten of anderszins introduceren van een hoeveelheid materie3 of ioniserende straling in de lucht, de grond of het water, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen4 dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten5 wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;
  • c) 
    het beheren van afvalstoffen of het achterlaten, dumpen of ongecontroleerd beheren van afvalstoffen, met inbegip van gevaarlijke afvalstoffen, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt6;
  • d) 
    het exploiteren van een bedrijf waar een gevaarlijke activiteit wordt verricht of waar gevaarlijke stoffen of preparaten worden opgeslagen of gebruikt, waardoor buiten het bedrijf7 de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;

1         FI maakt een studievoorbehoud bij artikel 3 in zijn geheel.

2         NL, CY, LU, AT, DE en UK willen het gedeelte tussen de rechte haken schrappen. FR, CZ, SE en SI zijn tegen die schrapping en maakten voorbehouden. DE, gesteund door AT, en LT maakten een voorbehoud omdat zij onderscheid willen maken tussen opzettelijk onrechtmatig gedrag en nalatigheid, welke begrippen in twee verschillende artikelen opgenomen moeten worden. FI, FR en CY waren ook voor splitsing van dit artikel. HU, NL en IT waren tegen splitsing.

3         SE maakte een studievoorbehoud bij de wijziging van de term "stoffen".

4         UK, gesteund door MT, maakte een voorbehoud omdat het "dood van of ernstig letsel aan" wil schrappen.

5         MT zette vraagtekens bij de formulering van "dieren of planten", en wilde de term "biodiversiteit" toevoegen.

6         DK, DE, IT en AT maakten een voorbehoud bij deze bepaling.

7         NL, gesteund door DK en LV, wil dit zinsdeel schrappen.

14669/07                                                                                                  yen/IL/mv                           4

DG H 2B                        LIMITE NL

1[e) [wanneer punt c) niet van toepassing is] het illegaal overbrengen van afvalstoffen, als omschreven in artikel 2, punt 35, van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad2 om het gewin [voor commerciële doeleinden] en in niet verwaarloosbare hoeveelheden, [die de dood, ernstig letsel of materiële schade kunnen veroorzaken,] ongeacht of de overbrenging tot stand komt door één enkele dan wel door meerdere, kennelijk met elkaar in verband staande verrichtingen];

Noot van het voorzitterschap bij dit punt: Dit punt betreft gedrag dat strafbaar is, ongeacht het gevaar of de gevolgen, en lijkt daarom niet op zijn plaats binnen het kader van de bescherming die deze richtlijn beoogt te verlenen. Het zou daarom strijdig kunnen zijn met de beginselen van evenredigheid en noodzakelijkheid.

Indien het element gevaar zou worden toegevoegd, dan zou een autonome behandeling van dergelijke handelingen niet nodig zijn, omdat dit element al onder het begrip "overbrenging" van artikel 3, punt c) valt.

  • f) 
    het vervaardigen, verwerken, opslaan, gebruiken, vervoeren, uitvoeren of invoeren van kernmateriaal3 of andere gevaarlijke radioactieve stoffen, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;

(g) het […] bezitten, vangen of zich toe-eigenen, beschadigen, doden of verhandelen van specimens van beschermde in het wild levende dier- en plantensoorten of delen of afgeleide producten daarvan;

(h) elke handeling die […] aanzienlijke schade toebrengt aan een beschermde habitat4;

  • i) 
    het […] verhandelen, produceren, op de markt brengen of gebruiken van ozonafbrekende stoffen.

1         Deze bepaling wordt later besproken.

2         PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1.

3         FR uitte andermaal zijn bezorgdheid over het opnemen van kernmateriaal in de rechtsgrondslag.

4         De meeste delegaties vonden dat deze bepaling weliswaar noodzakelijk is, maar nader beraad vergt. Eén punt dat nadere bestudering verdient, is de vraag of deze bepaling zich alleen op verzwaarde omstandigheden moet toespitsen.

14669/07                                                                                                  yen/IL/mv                           5

DG H 2B                        LIMITE NL

Artikel 4 Medeplichtigheid, hulp en uitlokking

De lidstaten zorgen ervoor dat medeplichtigheid en hulp aan en het uitlokken van de in artikel 3 bedoelde opzettelijke handelingen strafbaar worden gesteld [strafrechtelijk strafbaar gesteld worden].

Artikel 5 Sancties

  • 1. 
    Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat op de in artikel 3 bedoelde handelingen doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties staan, [waaronder, althans in ernstige gevallen, vrijheidsstraffen die aanleiding kunnen geven tot procedures voor overlevering.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde strafrechtelijke sancties kunnen gepaard gaan met andere sancties of maatregelen, in het bijzonder het niet in aanmerking komen van een natuurlijke persoon voor het verrichten van activiteiten waarvoor officiële toestemming of goedkeuring vereist is, dan wel voor het oprichten, beheren of leiden van een firma of stichting, wanneer de feiten die tot de veroordeling van die persoon hebben geleid een duidelijk gevaar voor herhaling van soortgelijke strafbare activiteiten in de toekomst inhouden.

Artikel 61 Aansprakelijkheid van rechtspersonen

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de in artikel 3 [en artikel 4] genoemde delicten die te hunnen voordele worden gepleegd door individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon handelende personen die in de rechtspersoon een leidende positie bekleden op grond van:
  • a) 
    de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of
  • b) 
    de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen, of

Studievoorbehoud van UK bij het gehele artikel.

14669/07                                                                                         yen/IL/mv                         6

DG H 2B                        LIMITE NL

1

  • c) 
    de bevoegdheid om binnen de rechtspersoon controle uit te oefenen.

[De lidstaten zorgen er eveneens voor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor eventuele medeplichtigheid en uitlokking van […] de in artikel 3 genoemde delicten.]

  • 2. 
    De lidstaten zorgen er eveneens voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer, als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon, een in artikel 3 genoemd delict ten voordele van de rechtspersoon kon worden gepleegd door een persoon die onder diens gezag staat.
  • 3. 
    De aansprakelijkheid van een rechtspersoon krachtens de leden 1 en 2 sluit niet de strafrechtelijke vervolging uit van natuurlijke personen die als dader, aanstichter of medeplichtige bij de in de artikel 3 genoemde handelingen betrokken zijn.

Artikel 7 Sancties voor rechtspersonen

Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om tegen een rechtspersoon die volgens artikel 6 aansprakelijk is gesteld, sancties te kunnen treffen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn; [deze sancties omvatten al dan niet strafrechtelijke geldboetes en kunnen andere maatregelen omvatten zoals:

  • a) 
    uitsluiting van toelagen of steun van de overheid;
  • b) 
    het tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen van industriële of commerciële activiteiten;
  • c) 
    plaatsing onder toezicht van de rechter;
  • d) 
    rechterlijk bevel tot ontbinding;
  • e) 
    de verplichting om specifieke maatregelen te treffen ter voorkoming van de gevolgen van handelingen zoals die waarop de strafrechtelijke aansprakelijkheid steunde].

14669/07                                                                                         yen/IL/mv                         7

DG H 2B                        LIMITE NL

Artikel 8 Verslaglegging

Uiterlijk op …, en vervolgens elke drie jaar, verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over

de uitvoering van deze richtlijn in de vorm van een verslag.

Op basis van die verslagen dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de

Raad.

Artikel 9 Omzetting

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op […] aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van de tekst van die bepalingen en van een tabel met de concordantie tussen die bepalingen en deze richtlijn.

De bepalingen die door de lidstaten worden goedgekeurd, bevatten een verwijzing naar deze richtlijn of worden bij hun officiële publicatie van die verwijzing vergezeld. De lidstaten bepalen in welke vorm die verwijzing geschiedt.

  • 2. 
    De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de belangrijkste nationale bepalingen die zij op het door deze richtlijn bestreken gebied goedkeuren.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

14669/07                                                                                         yen/IL/mv                         8

DG H 2B                        LIMITE NL

Artikel 11 Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op

Voor het Europees Parlement                     Voor de Raad

De Voorzitter                                            De Voorzitter

14669/07                                                                                         yen/IL/mv                         9

DG H 2B                        LIMITE NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie