Muur in denken tussen Oost en West nog niet geheel verdwenen

Stukje van de Berlijns Muur

Bron: euobserver.com

Voor de meeste Europese burgers zijn zaken als vrede en samenwerking op het Europese continent vanzelfsprekend. De Europese Unie bestaat immers alweer ruim een halve eeuw, een periode waarin ongekende economische groei en toenemende welvaart de boventoon voeren. Sinds 2004 maken een aantal Oost-Europese landen deel uit van de Europese Unie. Tot kort daarvoor werd zoiets voor onmogelijk gehouden: die landen vielen tot 1989 immers binnen de invloedssfeer van de ‘vijandige’ Sovjet-Unie. Hoe is het zo gekomen?

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

De Berlijnse Muur

Op 9 november 2009 was het precies twintig jaar geleden dat de Berlijnse Muur, het symbool van de Koude Oorlog, door duizenden Oost-Duitsers aan stukken werd geslagen. Op de avond van 9 november 1989 maakte Günther Schabowski, partijsecretaris voor propaganda in de Duitse Democratische Republiek (DDR), tijdens een persconferentie bekend dat iedere burger van de DDR  de grens naar West-Europa over mocht. Bijna 28 jaar lang had de communistische heilstaat in Oost-Duitsland geprobeerd om via de Berlijnse Muur en een zwaar bewaakte grens met de Duitse Bondsrepubliek zijn burgers ervan te weerhouden naar het Westen te vluchten.

Al snel na de Tweede Wereldoorlog werd Berlijn het symbolische strijdtoneel voor de ideologische oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Het in de Tweede Wereldoorlog kapot geschoten Berlijn werd een in tweeën gedeelde stad, met een kapitalistisch westers deel en een communistisch oostelijk deel. Daarmee was Berlijn een afspiegeling van het na-oorlogse Duitsland dat eveneens in tweeën was opgedeeld.

Er was echter één groot probleem: Berlijn lag midden in de DDR en was daarmee niet alleen een klein kapitalistisch eiland in het het hart van Oost-Duitsland, maar ook een springplank naar het Westen voor tienduizenden Oost-Duitsers die hoopten te ontkomen aan de dictatuur, armoede en achterstand in de DDR.

In 1961 besloten de Oost-Duitse autoriteiten op aanraden van communistische partijbazen in Moskou een Muur te bouwen tussen het westelijke en het oostelijke deel van de stad, om zo de massale vlucht van over het algemeen goed opgeleide DDR-burgers tegen te gaan. De vier meter hoge Muur zou 160 kilometer lang worden, waarvan 45 kilometer was bestemd om Oost-Berlijn af te scheiden van het westerse deel van de stad.

Tussen 1949 en 1961 hadden naar schatting 2,6 miljoen mensen de oversteek gemaakt naar West-Duitsland en in de laatste twee weken voor de bouw van de Muur slaagden nog eens ruim 47.000 mensen erin naar West-Berlijn te vluchten. Na de bouw van de Muur werd het veel moeilijker en gevaarlijker om de grens over te steken. De Oost-Duitse politie had opdracht vluchtelingen ter plekke als verraders neer te schieten. Volgens actuele cijfers hebben deze vluchtpogingen over de Muur heen en er onderdoor uiteindelijk aan 136 mensen het leven gekost.

2.

Opdeling van Europa

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog had het Rode Leger van de Sovjet-Unie een opmars naar Oost-Europa gemaakt. In het Molotov-Ribbentrop Pact van 1939 waren de Baltische Staten en een deel van Polen aan de Sovjet-Unie beloofd. Na een kortstondige bezetting door Nazi-Duitsland, dat het pact in 1940 moedwillig schond, kwamen Estland, Letland en Litouwen al in de loop van 1944 opnieuw onder invloed van Moskou te staan. En ditmaal voor meer dan veertig jaar.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog breidde de Sovjet-Unie haar invloedssfeer gestaag uit naar de andere landen van Oost-Europa. In landen als Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije werden in de late jaren ‘40 Sovjetgetrouwe bestuurders geïnstalleerd. Moskou rekende deze staten samen met het oostelijk deel van Duitsland tot zijn invloedsfeer en zorgde ervoor dat de communistische regeringen aan de macht bleven.

De Berlijnse Muur was slechts één van vele prikkeldraadversperringen met mijnenvelden, die de door de communisten geleide Oost-Europese staten moesten scheiden van het Westen. Meer dan veertig jaar lang moesten de burgers zich neerleggen bij die scheiding met het Westen en zich schikken naar het door Moskou opgelegde communistische model. Tegenstand werd genadeloos afgestraft door het Sovjetleger, zoals de Hongaren ondervonden na een kortstondige opstand tegen het communistische bewind in 1956 en de Tsjechen bij het neerslaan van de Praagse Lente in 1968.

Pas onder Michail Gorbatsjov, die in 1985 aan het roer van de Russische Communistische Partij kwam te staan, zou het tij geleidelijk keren. De Sovjet-Unie maakte op dat moment moeilijke tijden door. Zij was steeds dieper verwikkeld geraakt in een oorlog in Afghanistan en kon daar niet langer de kosten van opbrengen.

Bovendien kreeg het Sovjetregime steeds meer te maken met nationale onlusten vanwege de steeds slechter wordende economische situatie. De hoge olieprijzen van de jaren ‘70 hadden de Russische economie lange tijd kunstmatig in leven gehouden, maar toen het prijspeil in de jaren ‘80 normaliseerde, werden sluimerende problemen zoals inefficiëntie en verouderde industrieën steeds beter zichtbaar.

In 1989 was de politieke situatie in Moskou zo chaotisch geworden dat sommige Oost-Europese staten probeerden meer vrijheid te krijgen. In Polen won de dissidente vakbeweging Solidarność de eerste gedeeltelijk vrije verkiezingen en in juni 1989 knipten de ministers van buitenlandse zaken van Hongarije en Oostenrijk een gat in de prikkeldraadversperring die de beide landen scheidde; het was het eerste gat in het IJzeren Gordijn.

Maar de 'Val van de Muur' zou uiteindelijk de grootste impact hebben. Het betekende het begin van het einde van het internationale communisme en van de Sovjet- Unie. Op dat moment 'galoppeerde de geschiedenis als een ruiterloos paard door de nacht', zoals de Spaanse premier Gonzales de gebeurtenissen van 9 november 1989 omschreef. Er was enorme vreugde over de herwonnen vrijheid, maar er bestond een bijna even grote politieke onzekerheid over de toekomst.

3.

Hereniging van Duitsland

De Westerse leiders uit de toen nog 12 lidstaten tellende Europese Economische Gemeenschap (EEG) werden direct geconfronteerd met de wens van Bondskanselier Helmut Kohl om het Duitse volk daadwerkelijk te verenigen in één staat. De Amerikanen maakten geen bezwaar, maar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en ook Nederland, hadden wel moeite met een snelle eenwording. Één verenigd Duitsland zou immers meteen de grootse, en daarmee machtigste, staat van Europa worden.

De controverse leidde uiteindelijk tot onherstelbare schade in de persoonlijke verhoudingen tussen Kohl en toenmalige premier Lubbers. De kritiek van Lubbers op Kohls plannen kwam hem duur te staan. In 1992 zette de Duitse regering hem de voet dwars bij zijn ambitie voorzitter van de Europese Commissie te worden en twee jaar later zag hij de post van secretaris-generaal van de NAVO aan zich voorbij gaan.

Maar Kohl zette door. Frankrijk en Nederland draaiden bij en in 1990 was de hereniging van Duitsland een feit. Daarmee ging ook het vroegere Oost-Duitsland deel uitmaken van de EEG en de NAVO. Voor de andere Oost-Europese staten die zich aan de Sovjet-overheersing hadden ontworsteld, zou het nog wat langer duren voordat zij hun droom, het lidmaatschap van NAVO en Europese Unie, in vervulling zouden zien gaan.

De eerste vier Oost-Europese landen met wie de Unie in 1998 toetredingsonderhandelingen begon waren Polen, Hongarije, Estland, en Tsjechië. In 2000 volgden de onderhandelingen met Roemenië, Slowakije, Letland, Litouwen en Bulgarije. De onderhandelingen leidden in 2004 tot een massale uitbreiding van de Unie met maar liefst tien lidstaten waarvan zeven uit het voormalige Oostblok.

Alleen Roemenië en Bulgarije slaagden er niet in zich snel aan te passen aan de democratische en economische beginselen van de Europese Unie, mede vanwege de diepgewortelde corruptiecultuur. Deze twee landen werden pas in 2007 - onder het nodige gemor van onder andere Nederland - tot de Unie toegelaten.

In tegenstelling tot Oost-Duitsland, dat zich gesteund wist door een forse geldstroom uit West-Duitsland, hadden de andere Oost-Europese landen het moeilijker om de omschakeling te maken naar een markteconomie en democratie. Een extra probleem vormde het wegvallen van de traditioneel belangrijkste afzetmarkt voor producten uit deze landen: met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was de Russische economie verschrompeld en de import uit Oost-Europa dramatisch geslonken.

4.

Oude grenzen vervaagd, maar niet verdwenen

Twintig jaar na de val van de Muur hebben de meeste Oost-Europese landen de markteconomie omarmd en stabiele democratieën gevestigd. De geliberaliseerde economie zorgde er bijvoorbeeld voor dat landen als Estland en Slovenië een onstuimige economische groei konden doormaken.

Helaas blijkt tijdens de economische crisis dat de snelste leerlingen van Oost-Europa, de landen met de hoogste groeipercentages in de afgelopen jaren, ook het meest vatbaar zijn voor de wereldwijde recessie. De Baltische Staten en Hongarije gaan momenteel gebukt onder grote financieringstekorten en economische krimp van soms meer dan 15 % op jaarbasis.

Ondertussen zijn de inwoners van de Oost-Europese lidstaten allang niet meer zo enthousiast over Europa als vlak na de ineenstorting van het communisme. De herinneringen aan de ontberingen uit de Sovjettijd zijn er weliswaar nog relatief vers, maar voor een grote groep mensen heeft Europa de belofte van groei en voorspoed niet kunnen inlossen. Zij denken met weemoed terug aan de Sovjettijd, die economische zekerheid en sociaal-maatschappelijke voorspelbaarheid bood.

Voor hen is een vreedzaam bestaan, het uitgangspunt van de Europese Unie, minder vanzelfsprekend dan voor de burgers in West-Europa. De angst voor geo-politieke manipulaties van grote buur Rusland zit er nog steeds in. En de Russische inval in Georgië in 2008, waarbij Moskou verschillende internationale verdragen aan zijn laars lapte, heeft die vrees alleen nog maar aangewakkerd. Weliswaar werd het optreden van Rusland scherp veroordeeld door de Europese Unie en het Europees Parlement, maar verder dan dat durfde Europa niet te gaan.

De vrees voor Moskou werd ook niet gedempt door het optreden van de nieuwe Amerikaanse president Obama. Hij schitterde op 1 september 2009 door afwezigheid bij de herdenking van het begin van de Tweede Wereldoorlog in Polen. En het roemruchte raketschild dat de Amerikanen wilden bouwen in enkele Oost-Europese lidstaten zal er vooralsnog niet komen.

Voor een aantal oud-leiders uit de voormalige Oostbloklanden was het optreden van de nieuwe Amerikaanse regering aanleiding om een bezorgde open brief te schrijven aan het adres van Obama, gepubliceerd in de Poolse krant Gazeta Wyborcza. Daarin wijzen zij er op dat het verkeerd is te denken dat deze landen met hun toetreding tot de Europese Unie geen nazorg van de Amerikanen meer nodig hebben.

De Verenigde Staten blijven het enige land waar zij vertrouwen in hebben als het gaat om het bieden van voldoende tegenwicht tegen de aspiraties van Moskou. Immers, de Europese Unie heeft nog steeds geen eensgezind buitenlands beleid dat wordt ondersteund door een geloofwaardige Europese krijgsmacht. Bovendien is Europa steeds afhankelijker geworden van Russische energie. De trans-Atlantische band met de VS moet daarom behouden blijven en via de NAVO verder worden uitgebreid, menen zij.

De schrijvers maken duidelijk dat de Muur, althans in het bewustzijn van hun burgers, nog steeds niet volledig is gesloopt. De sloop van de Berlijnse Muur kostte een dik jaar en werd in november 1991 afgerond. In het centrum van de stad is de loop van de Muur nog terug te vinden als een band over de straten en de trottoirs. Buiten het centrum aan de Mühlenstrasse langs de oever van de Spree, is nog een stuk van ruim een kilometer bewaard gebleven.

De Muur, die vol stond met graffiti, is ter gelegenheid van de herdenking schoon gemaakt. Kunstenaars uit de gehele wereld werden opnieuw uitgenodigd hun visie op vrijheid te geven, zoals een aantal van hen al eerder had gedaan in 1990, toen dit deel van de Muur in de volksmond werd omgedoopt tot de East Side Gallery. Verder zullen er delen van de Muur ten toon gesteld worden in landen als Korea, Cyprus en Jemen, waar de bevolking nog steeds dagelijks te maken heeft met een kunstmatige deling. 

5.

Viering Europees Parlement

Op 11 november werd in het Europees Parlement in Brussel gevierd dat 20 jaar geleden de Berlijnse Muur viel. Daarbij waren onder anderen drie Nederlandse studenten bij aanwezig die geboren zijn op de historische datum 9 november 1989.

6.

Meer informatie