Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de bescherming van dieren bij het doden

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

  rts/GRA/lv  1  DG B I   LIMITE  L  

Ontwerp  VERORDE I G VA  DE RAAD  inzake de bescherming van dieren bij het doden  (Voor de EER relevante tekst)  1 ,  2 ,  3 ,  4 ,  In Richtlijn 93/119/EG van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het  slachten of doden 5  worden gemeenschappelijke minimumregels vastgesteld voor de  bescherming van dieren in de Gemeenschap bij het slachten of doden. Die richtlijn is sinds  de goedkeuring niet substantieel gewijzigd.  PB C xxx van xx.xx.xxxx, blz. xx.  PB C xxx van xx.xx.xxxx, blz. xx.  PB C xxx van xx.xx.xxxx, blz. xx.  PB C xxx van xx.xx.xxxx, blz. xx.  PB L 340 van 31.12.93, blz. 21. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)  nr. 1/2005 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1).    oms/GRA/fb  2  DG B I   LIMITE  L  

veroorzaken, zelfs onder de beste beschikbare technische omstandigheden. Bepaalde  activiteiten die verband houden met dat doden, kunnen stress met zich meebrengen en elke  bedwelmingstechniek heeft nadelen. Bedrijfsexploitanten of bij het doden van dieren  betrokken personen  dienen de nodige maatregelen te nemen om pijn te vermijden en angst  en spanning en lijden tijdens het slacht- of dodingsproces zoveel mogelijk te beperken,  waarbij zij moeten uitgaan van de beste praktijken op dit gebied en de methoden die  krachtens deze verordening zijn toegestaan. Dat betekent dat pijn, spanning of lijden als  vermijdbaar beschouwd moeten worden indien bedrijfsexploitanten of bij het doden van  dieren betrokken personen een van de voorschriften van deze verordening overtreden of  indien zij weliswaar gebruik maken van geoorloofde methoden, maar daarbij geen rekening  houden met de optimale toepassing ervan met als gevolg dat zij door nalatigheid of bewust  pijn, spanning of lijden bij de dieren veroorzaken.  De bescherming van dieren bij het slachten of doden is sinds 1974 onderworpen aan  communautaire wetgeving. Op grond van Richtlijn 93/119/EG is die bescherming  aanzienlijk verbeterd. Er bestaan echter grote verschillen tussen de lidstaten bij de  toepassing van die richtlijn, hetgeen niet alleen tot grote bezorgdheid over het dierenwelzijn  heeft geleid, maar ook tot verschillen die van invloed kunnen zijn op de mededinging tussen  bedrijfsexploitanten.  Dierenwelzijn is een van de waarden van de Gemeenschap en is vastgelegd in het Protocol  betreffende de bescherming en het welzijn van dieren dat aan het Verdrag tot oprichting van  de Europese Gemeenschap is gehecht 6 . De bescherming van dieren bij het slachten of doden  is een publieke zaak, die de houding van consumenten tegenover landbouwproducten  beïnvloedt. Daarnaast leidt een verbetering van de bescherming van dieren bij het slachten  tot een betere vleeskwaliteit en indirect ook tot veiligere arbeidsomstandigheden in  slachthuizen.  De nationale wetgeving inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden is van  invloed op de mededinging en daarmee op het functioneren van de interne markt voor [...]  de in bijlage I van het Verdrag vermelde producten van dierlijke oorsprong. Het is  noodzakelijk om gemeenschappelijke regels vast te stellen teneinde een rationele  ontwikkeling van de interne markt voor die producten te waarborgen. PB C 340 van 10.11.1997, blz. 110.    oms/GRA/fb  3  DG B I   LIMITE  L  

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft twee adviezen opgesteld over  de welzijnsaspecten van de meest gebruikte methoden voor het bedwelmen en doden van  bepaalde diersoorten, te weten het advies over de welzijnsaspecten met betrekking tot de  meest gebruikte methoden voor het bedwelmen en doden van de belangrijkste commerciële  diersoorten 7  (2004) en het advies over de welzijnsaspecten met betrekking tot de meest  gebruikte methoden voor het bedwelmen en doden die toegepast worden op voor  commerciële doeleinden gehouden herten, geiten, konijnen, struisvogels, eenden, ganzen en  kwartels 8  (2006). De communautaire wetgeving op dit gebied dient geactualiseerd te worden  om met deze wetenschappelijke adviezen rekening te kunnen houden. De aanbevelingen om  het gebruik van koolstofdioxide voor varkens [...] en het gebruik van waterbadbedwelmers  voor pluimvee geleidelijk uit te bannen zijn niet in dit voorstel opgenomen, omdat uit de  effectbeoordeling is gebleken dat die uitbanning op dit moment in de EU economisch nog  niet haalbaar is. Het is evenwel van belang deze besprekingen in de toekomst voor te  zetten. Daartoe zou de Commissie over de verschillende bedwelmingsmethoden voor  pluimvee, en met name over collectieve waterbadbedwelmers, een verslag moeten  opstellen dat zij aan de Raad en het Europees Parlement voorlegt. Daarnaast hoeven  ook een aantal andere aanbevelingen geen deel van deze verordening uit te maken,  aangezien zij op technische parameters betrekking hebben die aan de orde dienen te komen  in de uitvoeringsmaatregelen of in communautaire richtsnoeren. De aanbevelingen voor  kweekvissen zijn niet in het voorstel opgenomen omdat hiervoor eerst nog een weten schappelijk advies en een economische evaluatie vereist zijn.  In 2007 heeft de Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) de Gezondheidscode voor  landdieren (Terrestrial Animal Health Code) aangenomen, die onder meer richtsnoeren  omvat voor het slachten en het doden van dieren ter bestrijding van besmettelijke ziekten.  Die internationale richtsnoeren bevatten aanbevelingen voor de behandeling, fixatie,  bedwelming en verbloeding van dieren in slachthuizen en over het doden van dieren bij een  uitbraak van besmettelijke ziekten. Die internationale normen dienen eveneens meegenomen  te worden in deze verordening.  EFSA Journal (2004) 45, blz. 1.  EFSA Journal (2006) 326, blz. 1.    oms/GRA/fb  4  DG B I   LIMITE  L  

voedselveiligheid die van toepassing is op slachthuizen, ingrijpend gewijzigd door de  goedkeuring van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad  van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne 9  en Verordening (EG) nr. 853/2004 van het  Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke  hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong 10 . In die verordeningen  wordt de verantwoordelijkheid van exploitanten van levensmiddelenbedrijven voor het  waarborgen van de voedselveiligheid onderstreept. Daarnaast zijn slachthuizen onderworpen  aan een voorafgaande goedkeuringsprocedure waarbij de bouw, indeling en apparatuur door  de bevoegde autoriteit worden onderzocht om te waarborgen dat zij aan de toepasselijke  technische voorschriften voor de voedselveiligheid voldoen. Er dient bij slachthuizen, bij  hun bouw en indeling en bij de gebruikte apparatuur meer rekening gehouden te worden met  aspecten die van belang zijn voor het dierenwelzijn.  Ook de officiële controles op de voedselketen zijn herzien, en wel door de goedkeuring van  Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004  inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levens middelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn 11  en Verordening  (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende  vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van officiële controles van voor  menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong 12 .  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1; rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening  laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1243/2007 (PB L 281 van 25.10.2007, blz. 8).  PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)  nr. 737/2008 (PB L 201 van 30.7.08, blz. 29).  PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)  nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).    oms/GRA/fb  5  DG B I   LIMITE  L  

worden gedood, hebben een direct of indirect effect op de markt voor levensmiddelen,  diervoeders en andere producten en op het concurrentievermogen van de betrokken  bedrijfsexploitanten. Derhalve dient het doden van die dieren door de communautaire  wetgeving gereguleerd te worden. Traditionele landbouwhuisdieren zoals paarden, ezels,  rundvee, schapen, geiten en varkens kunnen ook voor andere doeleinden worden gehouden,  bijvoorbeeld als gezelschapsdier of als dieren die in shows, voor het werk of voor sportieve  activiteiten worden gebruikt. Wanneer door het doden van deze categorie dieren voedsel of  andere producten worden voortgebracht, dienen dergelijke activiteiten binnen het  toepassingsgebied van deze verordening te vallen. Dat betekent dat het doden van wilde of  zwerfdieren met het oog op de populatiecontrole niet binnen het toepassingsgebied van deze  verordening dient te vallen.  Vissen verschillen in fysiologisch opzicht aanmerkelijk van landdieren, en kweekvissen  worden ook binnen een zeer afwijkende context geslacht en gedood, met name wat het  inspectieproces betreft. Bovendien is het onderzoek naar de bedwelming van vissen veel  minder ver gevorderd dan voor andere landbouwhuisdieren. Daarom dienen er afzonderlijke  normen vastgesteld te worden voor de bescherming van vissen bij het doden. Dat betekent  dat de voorschriften die van toepassing zijn op vissen, vooralsnog zo veel mogelijk tot de  essentie beperkt moeten blijven. Toekomstige initiatieven [...] van de Gemeenschap dienen  te worden genomen op basis van een wetenschappelijke beoordeling door de Europese  Autoriteit voor voedselveiligheid van de risico's die verbonden zijn aan het slachten en  doden van vissen; bij die beoordeling dienen ook de sociale, economische en administratieve  effecten in aanmerking te worden genomen.  Verplaatst naar (31 bis) en (31 ter)  Het is een ethische plicht om productieve dieren die veel pijn lijden, te doden indien er geen  economisch haalbare manier is om die pijn te verlichten. In de meeste gevallen kunnen  dieren gedood worden met inachtneming van adequate welzijnsregels. Onder uitzonderlijke  omstandigheden, bijvoorbeeld bij ongelukken op afgelegen locaties waar de dieren niet  bereikt kunnen worden door vakbekwaam personeel met adequate apparatuur, zou het  opvolgen van de optimale welzijnsregels het lijden van die dieren onnodig kunnen  verlengen. In het belang van de dieren is het dan ook wenselijk dat het doden in nood situaties niet onder het toepassingsgebied van bepaalde voorschriften van deze verordening  valt.    oms/GRA/fb  6  DG B I   LIMITE  L  

het spel kunnen staan, ernstig letsel veroorzaakt kan worden of een besmetting met een  dodelijke ziekte kan plaatsvinden. Het voorkomen van dergelijke risico's geschiedt meestal  door de betreffende dieren adequaat te fixeren, maar in bepaalde omstandigheden kan het  noodzakelijk zijn gevaarlijke dieren te doden om die risico's weg te nemen. Omdat het een  noodsituatie betreft, kan het doden niet altijd onder de beste welzijnsomstandigheden  worden uitgevoerd. Derhalve is het noodzakelijk om in die gevallen een uitzondering toe te  staan op de verplichting om de dieren te bedwelmen of onmiddellijk te doden.  De jacht of de recreatievisserij speelt zich af in een context waarin de situatie rond het  doden sterk afwijkt van die welke geldt voor landbouwhuisdieren. De jacht is dan ook  onderworpen aan specifieke wetgeving. Het is derhalve wenselijk dat het doden van dieren  tijdens de jacht of de recreatievisserij niet onder het toepassingsgebied van deze  verordening valt.   In het Protocol betreffende de bescherming en het welzijn van dieren wordt de noodzaak  onderstreept om bij het opstellen en uitvoeren van het communautair beleid inzake onder  andere de landbouw en de interne markt, de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en  gebruiken van de lidstaten te respecteren met betrekking tot religieuze riten, culturele  tradities en regionaal erfgoed. Het is derhalve wenselijk om culturele evenementen van het  toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten indien de naleving van de vereisten  voor het dierenwelzijn een negatief effect zou hebben op het wezenlijke karakter van het  betreffende evenement.  Daarnaast hebben culturele tradities betrekking op geërfde, ingeburgerde of gebruikelijke  denk-, handelings- of gedragspatronen, hetgeen in feite vergelijkbaar is met het concept van  gebruiken die zijn overgedragen door of zijn overgenomen van een voorganger. Die tradities  leveren een bijdrage aan het in stand houden van oude, gevestigde sociale banden tussen  generaties. Mits dergelijke activiteiten niet van invloed zijn op de markt voor producten  van dierlijke oorsprong en zij niet ingegeven zijn door productiedoeleinden, is het  wenselijk dat het doden van dieren in het kader van dergelijke evenementen niet onder het  toepassingsgebied van deze verordening valt.    oms/GRA/fb  7  DG B I   LIMITE  L  

huishoudelijk verbruik  geslacht dat dit het concurrentievermogen van commerciële  slachthuizen aantast. Dat betekent ook dat de noodzakelijke inspanningen die van overheids instanties worden vereist om dergelijke activiteiten te traceren en te controleren, niet  evenredig zouden zijn aan de potentiële problemen die opgelost moeten worden. Het is  derhalve wenselijk dat dergelijke activiteiten niet onder het toepassingsgebied van deze  verordening vallen.  In Richtlijn 93/119/EG is een uitzondering toegestaan voor het bedwelmen bij religieuze  slachtingen die in slachthuizen plaatsvinden. Aangezien de communautaire voorschriften die  van toepassing zijn op religieus slachten, afhankelijk van de nationale contexten  verschillend zijn omgezet en gezien het feit dat in de nationale regels rekening wordt  gehouden met dimensies die verder gaan dan het doel van deze verordening, is het van  belang dat de uitzondering op het bedwelmen voorafgaand aan het slachten gehandhaafd  blijft; hierbij behouden de lidstaten echter een bepaalde mate van subsidiariteit. Deze  verordening respecteert derhalve de vrijheid van godsdienst, evenals het recht voor iedereen  om zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in  onderricht, in de praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en  voorschriften zoals verankerd in artikel 10 van het Handvest van de grondrechten van de  Europese Unie.  Er bestaat voldoende wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat gewervelde dieren gevoelige  wezens zijn waarop deze verordening derhalve ook van toepassing dient te zijn. Reptielen en  amfibieën zijn echter geen dieren die doorgaans binnen de Gemeenschap worden gehouden  en het is dan ook niet wenselijk of evenredig om deze dieren in het toepassingsgebied op te  nemen.  Veel methoden om dieren te doden zijn pijnlijk. Bedwelming is dan ook noodzakelijk om  het bewustzijn en de gevoeligheid uit te schakelen vóór of op het moment van het doden.  Het meten of het bewustzijn en de gevoeligheid bij dieren uitgeschakeld zijn, is een  complexe activiteit die met wetenschappelijk goedgekeurde methoden uitgevoerd dient te  worden. Om de efficiëntie van de procedure in de praktijk te evalueren, dient een monitor  plaats te vinden op basis van indicatoren.    oms/GRA/fb  8  DG B I   LIMITE  L  

beoordeling van het bewustzijn en de gevoeligheid van de dieren. Het bewustzijn van een  dier bestaat in wezen uit het vermogen om emoties te voelen en de vrijwillige motoriek de  controleren. Ondanks enkele uitzonderingen, zoals elektro-immobilisaties of andere  geïnduceerde verlammingen, kan er vanuit worden gegaan dat een dier bewusteloos is  wanneer het zijn natuurlijke staande positie verliest, niet wakker is en geen tekenen van  positieve of negatieve emoties vertoont, zoals angst of opwinding. De gevoeligheid van een  dier bestaat in wezen uit zijn vermogen om pijn te voelen. In het algemeen kan er van  worden uitgegaan dat een dier niets meer voelt wanneer het geen reflexen of reacties op  stimuli vertoont, zoals geluid, geur, licht of fysiek contact.  Om de nieuwe uitdagingen van de landbouw- en vleesindustrie te kunnen aangaan, worden  er regelmatig nieuwe bedwelmingsmethoden ontwikkeld en op de markt gebracht. Het is dan  ook belangrijk dat de Gemeenschap de Commissie de bevoegdheid verleent om nieuwe  bedwelmingsmethoden goed te keuren met inachtneming van een uniform en hoog niveau  van dierenbescherming.  Communautaire richtsnoeren zijn een nuttig instrument om bedrijfsexploitanten en  bevoegde autoriteiten van specifieke informatie te voorzien over de parameters die gebruikt  moeten worden om een hoog beschermingsniveau voor dieren te waarborgen, en tegelijker tijd de gelijke mededingingsomstandigheden voor bedrijfsexploitanten te handhaven. Het is  dan ook noodzakelijk dat de Gemeenschap de Commissie de bevoegdheid geeft om  dergelijke richtsnoeren op te stellen.  Afhankelijk van de wijze waarop zij bij het slachten of doden gebruikt worden, kunnen  sommige bedwelmingsmethoden tot de dood van dieren leiden op een manier die geen pijn  en zo weinig mogelijk spanning en lijden bij het dier veroorzaakt. Andere bedwelmings methodes leiden niet altijd tot de dood en de dieren kunnen gedurende een verdere  pijnlijke behandeling opnieuw tot bewustzijn komen of opnieuw gevoelig worden. Die  methoden dienen daarom te worden aangevuld met andere technieken die tot een  zekere dood leiden voordat de dieren weer bijkomen. Het is derhalve van essentieel  belang aan te geven welke bedwelmingsmethoden moeten worden aangevuld met een  methode voor het doden.    oms/GRA/fb  9  DG B I   LIMITE  L  

bedwelmingen lopen in de praktijk als gevolg van allerlei factoren uiteen. Daarom dienen de  resultaten van bedwelmingen regelmatig beoordeeld te worden. Hiertoe dienen bedrijfs exploitanten een representatieve steekproef vast te stellen voor het controleren van de  efficiëntie van hun bedwelmingsmethoden, waarbij rekening gehouden wordt met de  homogeniteit van de groep dieren en met andere kritieke factoren, zoals de gebruikte  apparatuur en het betrokken personeel.  Van sommige bedwelmingsprotocollen kan misschien worden aangetoond dat zij  voldoende betrouwbaar zijn om in alle omstandigheden, mits de specifieke cruciale  parameters worden toegepast, dieren met zekerheid te doden. In die gevallen lijkt het  controleren van de bedwelming overbodig en onevenredig. Derhalve is het dienstig te  voorzien in de mogelijkheid om afwijkingen van de verplichtingen betreffende het  controleren van de bedwelming toe te staan indien er voldoende wetenschappelijk  bewijs voorhanden is dat een bepaald bedwelmingsprotocol onder bepaalde  commerciële voorwaarden tot een zekere dood leidt van alle dieren.  Het welzijn van dieren wordt grotendeels bepaald door de wijze waarop de dagelijkse  activiteiten georganiseerd zijn; er kunnen uitsluitend betrouwbare resultaten verkregen  worden indien bedrijfsexploitanten monitorinstrumenten ontwikkelen om het effect van die  activiteiten te evalueren. Daarom dienen er standaardwerkwijzen ontwikkeld te worden voor  alle fasen van de productiecyclus, waarbij de potentiële risico's het uitgangspunt dienen te  vormen. Die procedures dienen onder andere te voorzien in duidelijke doelstellingen,  verantwoordelijke personen, modus operandi, meetbare [...]criteria en monitor- en  registratieprocedures. Voor elke bedwelmingsmethode dienen de cruciale parameters  zodanig te worden gespecificeerd dat zij een adequate bedwelming teweegbrengen van  alle dieren die de behandeling ondergaan.   verplaatst naar (32 ter).    oms/GRA/fb  10  DG B I   LIMITE  L  

waaronder dieren worden behandeld. Vakbekwaamheid met betrekking tot dierenwelzijn  impliceert kennis van de primaire gedragspatronen en van de behoeften van de betreffende  diersoort; ook moeten signalen in verband met het bewustzijn en de gevoeligheid adequaat  geïnterpreteerd worden. Die vakbekwaamheid omvat ook technische expertise met  betrekking tot de gebruikte bedwelmingsapparatuur. Personeel dat bepaalde slacht verrichtingen uitvoert  en mensen die toezicht houden op het seizoensgebonden doden van  pelsdieren, dienen daarom over een getuigschrift van vakbekwaamheid te beschikken dat  geldt voor de activiteiten die zij uitvoeren. Het verplicht stellen van getuigschriften van  vakbekwaamheid voor ander personeel dat betrokken is bij het doden van dieren, zou echter  niet in verhouding staan tot de nagestreefde doelen.  Van personeel met een aantal jaren ervaring mag verwacht worden dat het over een bepaald  expertiseniveau beschikt. Voor dergelijk personeel dient dan ook in een overgangsbepaling  te worden voorzien met betrekking tot de vereisten voor het getuigschrift van vakbekwaam heid.  Bedwelmingsapparatuur wordt ontwikkeld en ontworpen om binnen een specifieke context  efficiënt te functioneren. Ter waarborging van een optimaal dierenwelzijn dienen  producenten gebruikers dan ook gedetailleerde instructies te geven over de manier waarop  de apparatuur gebruikt en onderhouden dient te worden.  Om een efficiënte werking te waarborgen, dient de bedwelmings- en fixatieapparatuur  adequaat onderhouden te worden. Voor apparatuur die intensief wordt gebruikt, kan het  nodig zijn om bepaalde onderdelen regelmatig te vervangen; apparatuur die slechts  incidenteel wordt gebruikt, kan als gevolg van corrosie of andere omgevingsfactoren juist  minder efficiënt werken. Andere apparatuur moet weer nauwkeurig gekalibreerd worden.  Dat betekent dat bedrijfsexploitanten of bij het doden van dieren betrokken personen  voor die apparatuur onderhoudsprocedures dienen te volgen.  Het fixeren van dieren is nodig voor de veiligheid van de operatoren en de goede  uitvoering van sommige bedwelmingstechnieken. Het fixeren veroorzaakt echter  waarschijnlijk spanning bij de dieren en moet daarom van een zo kort mogelijke duur  zijn.  Wanneer er iets fout gaat bij bedwelmingsprocedures, kunnen dieren daaronder te lijden  hebben. In deze verordening dient dan ook bepaald te worden dat er adequate back-up apparatuur beschikbaar dient te zijn om bij de dieren zo weinig mogelijk pijn, spanning en  lijden te veroorzaken.    oms/GRA/fb  11  DG B I   LIMITE  L  

levering van kleine hoeveelheden vlees aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke  detailhandel die dergelijk vlees rechtstreeks als vers vlees aan de eindverbruiker levert,  varieert per lidstaat vanwege de nationale voorschriften voor deze activiteit (artikel 1,  lid 3, punt d) en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004). Het is echter belangrijk  ervoor te zorgen dat ook voor deze activiteit bepaalde minimumvereisten voor het  dierenwelzijn gelden.  Met betrekking tot het slachten van bepaalde andere categorieën dieren dan  pluimvee, konijnen en hazen voor particulier huishoudelijk verbruik, bestaan er reeds  bepaalde communutaire minimumvereisten zoals voorafgaande bedwelming, alsook  nationale voorschriften. Derhalve is het dienstig ook minimumvoorschriften voor het  dierenwelzijn in deze verordening vast te stellen.   In Verordening (EG) nr. 854/2004 is een lijst van inrichtingen opgenomen van waaruit  gespecificeerde producten van dierlijke oorsprong in de Gemeenschap ingevoerd mogen  worden. Ten behoeve van die lijst dienen de algemene en de aanvullende eisen die van  toepassing zijn op slachthuizen, in aanmerking te worden genomen.  De Gemeenschap streeft ernaar wereldwijd hoge normen voor het dierenwelzijn te  bevorderen, vooral in het kader van de handel. Zij steunt de specifieke normen en  aanbevelingen inzake dierenwelzijn van de Werelddiergezondheidsorganisatie, ook die  met betrekking tot het slachten van dieren. Deze normen en aanbevelingen moeten in  aanmerking worden genomen wanneer er met het oog op invoer moet worden gezorgd  voor gelijkwaardigheid met de communautaire voorschriften uit hoofde van deze  verordening.  exploitanten [...] zijn waardevolle instrumenten om bedrijfsexploitanten te helpen  bepaalde voorschriften van deze verordening na te leven, bijvoorbeeld met betrekking  tot de ontwikkeling en toepassing van operationele standaardwerkwijzen. [...]   Slachthuizen en de apparatuur die daarin wordt gebruikt, zijn ontworpen voor bepaalde  categorieën dieren en hebben een bepaalde capaciteit. Indien die capaciteit wordt  overschreden of indien de apparatuur voor een doel wordt ingezet waarvoor zij niet is  ontworpen, kan dit een negatief effect op het welzijn van dieren hebben. De bevoegde  autoriteiten dienen daarom de beschikking te krijgen over informatie over deze aspecten, die  tevens geïntegreerd moet worden in de erkennings[...]procedure voor slachthuizen.    oms/GRA/fb  12  DG B I   LIMITE  L  

afstanden teruggedrongen, hetgeen een bijdrage kan leveren aan het waarborgen van het  dierenwelzijn. Door hun relatieve technische beperkingen verschillen mobiele slachthuizen  echter van vaste inrichtingen, wat betekent dat de technische voorschriften dienovereen komstig aangepast moeten worden. In deze verordening dient daarom de mogelijkheid te  worden gecreëerd om uitzonderingen vast te stellen op basis waarvan mobiele slachthuizen  vrijgesteld kunnen worden van de verplichtingen die gelden voor de indeling, de bouw en  apparatuur van normale slachthuizen. Zolang deze uitzonderingen niet zijn vastgesteld, is  het passend de lidstaten toe te staan nationale regels inzake mobiele slachthuizen vast  te stellen of te handhaven.  Met betrekking tot de bouw, indeling en apparatuur van slachthuizen wordt er regelmatig  wetenschappelijke en technische vooruitgang geboekt. Het is dan ook belangrijk dat de  Gemeenschap de Commissie de bevoegdheid verleent voor het wijzigen van de voor schriften die van toepassing zijn op de bouw, indeling en apparatuur van slachthuizen,  waarbij een uniform en hoog niveau van dierenbescherming gehandhaafd wordt.  Communautaire richtsnoeren zijn nuttig om de bedrijfsexploitanten en de bevoegde  autoriteiten van specifieke informatie te voorzien over de bouw, indeling en apparatuur van  slachthuizen teneinde een hoog beschermingsniveau voor dieren te waarborgen zonder dat  dit ten koste gaat van de gelijke mededingingsvoorwaarden voor bedrijfsexploitanten. Het  is dan ook noodzakelijk dat de Gemeenschap de Commissie de bevoegdheid geeft om  dergelijke richtsnoeren vast te stellen.  Het slachten zonder bedwelming vereist dat de halssnede accuraat met een scherp mes  wordt toegebracht om het lijden zoveel mogelijk te bekorten. Bij dieren die na de uitvoering  van de halssnede niet mechanisch gefixeerd zijn, zal het verbloeden bovendien waarschijn lijk langer duren, waardoor hun lijden onnodig wordt verlengd. Vooral runderen, schapen  en geiten worden volgens deze methode geslacht. Herkauwers die zonder bedwelming  worden geslacht, dienen dan ook elk afzonderlijk mechanisch gefixeerd te worden.  Met betrekking tot het behandelen en fixeren van dieren in slachthuizen wordt regelmatig  wetenschappelijke en technische vooruitgang geboekt. Het is dan ook van belang dat de  Gemeenschap de Commissie de bevoegdheid geeft om de voorschriften die van toepassing  zijn op het behandelen en fixeren van dieren vóór het slachten aan te passen, met inacht neming van een hoog niveau van dierenbescherming.    oms/GRA/fb  13  DG B I   LIMITE  L  

autoriteiten van specifieke informatie te voorzien over het behandelen en fixeren van dieren  vóór het slachten, teneinde een hoog beschermingsniveau voor dieren te waarborgen zonder  dat dit ten koste gaat van de gelijke mededingingsvoorwaarden voor bedrijfsexploitanten.  Het is dan ook noodzakelijk dat de Gemeenschap de Commissie de bevoegdheid geeft om  dergelijke richtsnoeren vast te stellen.  Uit de ervaring die in een aantal lidstaten is opgedaan, blijkt dat het aanstellen van een  specifiek, gekwalificeerd persoon als functionaris voor het dierenwelzijn om het uitvoeren  van operationele procedures voor het dierenwelzijn in slachthuizen te coördineren en daar  follow-up aan te geven, een positief effect op dat welzijn heeft. Deze maatregel dient dan  ook in de gehele Gemeenschap ingevoerd te worden. De functionaris voor het dierenwelzijn  dient over voldoende bevoegdheden en technische vaardigheden te beschikken om het  slachtpersoneel op de werkvloer de benodigde begeleiding te kunnen geven.  Kleine slachthuizen die zich voornamelijk bezighouden met de directe verkoop van  levensmiddelen aan eindgebruikers, hebben geen complex beheersysteem nodig om de  algemene beginselen van deze verordening toe te passen. De eis om een functionaris voor  het dierenwelzijn aan te stellen zou dan ook niet in verhouding staan tot de doelstellingen  die middels deze verordening worden nagestreefd; derhalve dient deze verordening wat die  eis betreft in een uitzondering voor dergelijke situaties te voorzien.  Ruimingsoperaties vereisen vaak crisisbeheer waarbij meerdere prioriteiten naast elkaar een  rol spelen, zoals diergezondheid, volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn. Hoewel het  belangrijk is dat de regels voor het dierenwelzijn in alle fasen van het ruimingsproces in acht  worden genomen, kan het in uitzonderlijke omstandigheden gebeuren dat door de naleving  van die voorschriften de volksgezondheid gevaar loopt of het proces om een ziekte uit te  bannen aanzienlijk wordt vertraagd, waardoor nog meer dieren het risico lopen ziek te  worden of dood te gaan.  Derhalve dienen de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid te hebben om in bepaalde  gevallen van sommige bepalingen van deze verordening af te wijken wanneer met het oog  op de diergezondheid het doden van dieren in noodsituaties vereist is en/of geen geschikte  alternatieven voorhanden zijn om een optimaal welzijn voor die dieren te waarborgen.  Dergelijke uitzonderingen mogen echter nimmer in de plaats komen van een adequate  planning. Dat betekent dat de planning verbeterd dient te worden en dat het dierenwelzijn  effectief geïntegreerd moet worden in rampenplannen voor besmettelijke ziekten.    oms/GRA/fb  14  DG B I   LIMITE  L  

informatie over het uitbreken van dierzieken als bedoeld in Richtlijn 82/894/EEG van  de Raad van 21 december 1982 inzake de melding van dierziekten in de  Gemeenschap 13  , gemeld door middel van het Systeem voor de melding van dierziekten  (AD S). Momenteel verschaft het AD S geen specifieke informatie over dierenwelzijn,  maar die functie kan in de toekomst worden ontwikkeld. Derhalve moet bij ruiming  worden voorzien in afwijkingen van de meldingsplicht inzake dierenwelzijn, zodat een  verdere ontwikkeling van het AD S kan worden overwogen  De moderne bedwelmings- en fixatieapparatuur wordt steeds ingewikkelder en  geavanceerder, hetgeen specifieke expertise en analyse vereist. De lidstaten dienen er dan  ook voor te zorgen dat aan de bevoegde autoriteit voldoende wetenschappelijke steun  ter beschikking wordt gesteld, waarnaar functionarissen kunnen doorverwijzen indien  bedwelmingsapparatuur of -methoden beoordeeld moeten worden.  De efficiëntie van elke bedwelmingsmethode is gebaseerd op de controle van cruciale  parameters en de periodieke evaluatie ervan. Er moeten gidsen voor goede praktijken  worden opgesteld over operationele en monitoringprocedures die bij het doden van dieren  moeten worden gevolgd [...] , zodat bedrijfsexploitanten [...] adequaat worden begeleid op  het gebied van dierenwelzijn. De evaluatie van deze gidsen vergt wetenschappelijke kennis  en praktijkervaring, en moet het resultaat zijn van een compromis tussen de belang hebbenden. In elke lidstaat zou deze taak dan ook door een referentiecentrum of netwerk  uitgevoerd moeten worden, in samenwerking met de relevante betrokken partijen.  [...]  Het verstrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid dient aan uniforme voorwaarden  gebonden te zijn. Organen of entiteiten die deze getuigschriften verstrekken, dienen derhalve  geaccrediteerd te worden op basis van consistente normen, die wetenschappelijk  geëvalueerd moeten worden. Zo ook dient in het kader van de wetenschappelijke  ondersteuning waarin deze verordening voorziet, waar nodig, advies te worden  uitgebracht over het vermogen en de geschiktheid van organen en entiteiten die  getuigschriften van vakbekwaamheid verstrekken.  PB L 378 van 31.12.1982, blz. 58. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking  2004/216/EG van de Commissie (PB L 67 van 5.3.2004, blz. 27).    oms/GRA/fb  15  DG B I   LIMITE  L  

naleven van de wetgeving bepaalde maatregelen moet treffen, met name met betrekking tot  de welzijnsvoorschriften. In deze verordening behoeft daarom uitsluitend in aanvullende  specifieke maatregelen te worden voorzien.  In Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari  2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelen wetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot  vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden 14  is vastgelegd dat de  EFSA de vorming van netwerken van organisaties die werkzaam zijn op de gebieden die  tot de opdracht van de Autoriteit behoren, dient te bevorderen, met het oog op een betere  wetenschappelijke coördinatie, de uitwisseling van informatie, de ontwikkeling en  uitvoering van gezamenlijke projecten en de uitwisseling van expertise en beste praktijken  op het gebied van de levensmiddelenwetgeving. [...].  Het verstrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid en het verzorgen van opleidingen  dient op uniforme wijze plaats te vinden. In deze verordening dienen dan ook niet alleen de  verplichtingen van de lidstaten op dit gebied te worden vastgelegd, maar ook de voor waarden die gelden voor het verstrekken, schorsen of intrekken van getuigschriften van  vakbekwaamheid.  De Europese burgers verwachten dat tijdens het slachten van dieren minimale  voorschriften inzake welzijn in acht worden genomen. In bepaalde sectoren hangt de  houding ten aanzien van dieren [...] ook af van de nationale perceptie en in sommige  lidstaten wil men uitgebreidere voorschriften voor dierenwelzijn handhaven of  aannemen dan die welke in op het niveau van de Gemeenschap zijn overeengekomen.  In het belang van het dier en op voorwaarde dat de werking van de interne markt niet  [...] in het gedrang komt, is het [...] passend om de lidstaten [...] enige speelruimte toe  te staan om uitgebreidere nationale voorschriften te handhaven of op bepaalde  gebieden in te voeren.  Het is van belang erop toe te zien dat dergelijke voorschriften niet door de lidstaten  worden gebruikt op een wijze die nadelig is voor de goede werking van de interne  markt.  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)  nr. 202/2008 (PB L 60 van 5.3.2008, blz. 17).    oms/GRA/fb  16  DG B I   LIMITE  L  

heeft de Raad behoefte aan meer wetenschappelijke, sociale en economische informatie  voordat nadere regels kunnen worden vastgesteld, met name wat kweekvis betreft en  het ondersteboven fixeren van runderen. De Commissie dient de Raad deze informatie  dan ook eerst te verstrekken, voordat zij wijzigingen voorstelt met betrekking tot de  werkingssfeer van deze verordening.   De indeling, bouw, en apparatuur van slachthuizen vergt een langetermijnplanning en  langetermijninvesteringen. Deze verordening moet dan ook in een adequate overgangs periode voorzien in verband met de tijd die de sector nodig heeft om zich aan de  desbetreffende voorschriften van deze verordening aan te passen. Gedurende die periode  dienen de voorschriften die in Richtlijn 93/119/EG zijn vastgelegd voor de indeling, bouw,  en apparatuur van slachthuizen, van toepassing te blijven.  De lidstaten dienen regels vast te stellen betreffende de sancties die gelden voor inbreuken  op de bepalingen van deze verordening, en moeten ervoor zorgen dat die worden toegepast.  Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een  geharmoniseerde aanpak ten aanzien van de normen voor het welzijn van dieren bij  het doden, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve,  vanwege de omvang en de gevolgen van deze verordening, beter door de Gemeenschap  wordt verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen nemen, overeenkomstig het  subsidiariteitsbeginsel bedoeld in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig het in dat  artikel vastgestelde evenredigheidsbeginsel is het met het oog op het verwezenlijken van  die doelstelling noodzakelijk en passend om specifieke regels vast te stellen voor het doden  van dieren en daarmee verband houdende activiteiten ten behoeve van de productie van  levensmiddelen, wol, huiden, pelzen of anderen producten. Deze verordening gaat niet  verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.  De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden  vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot  vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende  uitvoeringsbevoegdheden 15 ,  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.    oms/GRA/fb  17  DG B I   LIMITE  L  

Onderwerp, toepassingsgebied en definities  Artikel 1  Onderwerp en toepassingsgebied  In deze verordening worden regels neergelegd voor het doden van dieren die gefokt of  gehouden worden voor de productie van levensmiddelen, wol, huiden, pelzen of andere  producten, voor het doden van dieren met het oog op ruiming en voor daarmee verband  houdende activiteiten.  Met betrekking tot vissen zijn echter uitsluitend de voorschriften van artikel 3, lid 1, van  toepassing.   [...]  Het bepaalde in hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 3, leden 1 en 2, hoofdstuk III en  hoofdstuk IV, met uitzondering van artikel 16, is niet van toepassing op het doden van  dieren in noodsituaties buiten een slachthuis of in situaties waarin de naleving van deze  voorschriften een onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van  mensen met zich mee zou brengen.  Deze verordening is niet van toepassing:  a)  indien dieren worden gedood:  i)  in het kader van wetenschappelijke experimenten die onder de supervisie  van een bevoegde autoriteit worden uitgevoerd;  ii)  tijdens de jacht of de recreatievisserij;  iii)  tijdens culturele of sportieve evenementen.  iv)  [...]  verbruik buiten een slachthuis worden geslacht.    oms/GRA/fb  18  DG B I   LIMITE  L  

Definities  "doden": iedere bewust gebruikte methode die resulteert in de dood van een dier;  "daarmee verband houdende activiteiten": activiteiten zoals het behandelen, onderbrengen,  fixeren, bedwelmen en verbloeden van dieren die worden verricht in de context van het  doden van dieren op de locatie waar de dieren worden gedood;  "dier": elk gewerveld dier, met uitzondering van amfibieën en reptielen;  "het doden van dieren in noodsituaties": het doden van dieren die zodanig gewond of ziek  zijn dat dit met [...] ernstige pijn of ernstig lijden gepaard gaat, terwijl er geen andere  praktische mogelijkheid is om die pijn of dat lijden te verlichten;  "onderbrengen": het houden van dieren in stallen, hokken, overdekte plaatsen of weiden  die verbonden zijn aan of deel uitmaken van slachthuisactiviteiten;  "bedwelmen": iedere bewust gebruikte methode die een dier pijnloos in een staat van  bewusteloosheid en gevoelloosheid brengt [...], met inbegrip van methoden die  onmiddellijk de dood tot gevolg hebben;  "religieuze rite": een reeks handelingen verband houdende met het slachten van dieren die  voorgeschreven is door een godsdienst [...];  "culturele of sportieve evenementen": evenementen die in wezen en hoofdzakelijk verband  houden met lang gevestigde culturele tradities of sportieve activiteiten, bijvoorbeeld races  en andere wedstrijdvormen, waarbij er geen sprake is van de productie van vlees of andere  dierlijke producten of waarbij die productie slechts marginaal is in verhouding tot het  evenement en ook niet economisch van belang is;  "standaardwerkwijzen": een reeks schriftelijke instructies om uniformiteit te  bewerkstelligen bij het uitvoeren van een specifieke functie of norm;    oms/GRA/fb  19  DG B I   LIMITE  L  

"slachten": het doden van dieren bestemd voor menselijke consumptie;  "slachthuis": elke voor het slachten van landdieren gebruikte inrichting die onder  Verordening (EG) nr. 853/2004 valt;   [...]   "bedrijfsexploitant": elke natuurlijke of rechtspersoon die het beheer voert over een  onderneming waar dieren worden gedood of waar daarmee verband houdende  activiteiten worden verricht die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen;  "pelsdieren": zoogdieren die voornamelijk worden gehouden ten behoeve van de productie  van pelzen, zoals nertsen, bunzingen, vossen, wasberen, beverratten en chinchilla's;  "ruiming": de methode waarbij onder supervisie van de bevoegde autoriteit dieren worden  gedood met het oog op de volksgezondheid, de diergezondheid, het dierenwelzijn of het  milieu;  "pluimvee": gekweekte vogels, met inbegrip van vogels die niet als landbouwhuisdier  worden beschouwd, maar wel als landbouwhuisdier worden gekweekt, met uitzondering  van loopvogels;  "fixeren": het toepassen op een dier van iedere methode die erop is gericht de  bewegingen van het dier te beperken en het tegelijk vermijdbare pijn, vermijdbare  angst of vermijdbare opwinding te besparen, teneinde het doeltreffend bedwelmen en  doden te vergemakkelijken;   "bevoegde autoriteit": de centrale autoriteit van een lidstaat die bevoegd is om ervoor  te  zorgen  dat  aan  de  vereisten  van  deze  verordening  wordt  voldaan,  of  elke  andere  autoriteit waaraan die centrale autoriteit deze bevoegdheid heeft gedelegeerd;  "pithing": beschadiging van het weefsel van het centrale zenuwstelsel en het  ruggenmerg met een lang en staafvormig, in de schedelholte ingebracht instrument.    oms/GRA/fb  20  DG B I   LIMITE  L  

Algemene voorschriften  Artikel 3  Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd  dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.   Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke  maatregelen om te waarborgen dat dieren:  a)  fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon  worden gehouden, in een omgeving met adequate thermische omstandigheden die  ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;  b)  beschermd zijn tegen letsel [...];  c)   behandeld en gehuisvest worden in overeenstemming met hun normale gedrag;  d)  geen tekenen van vermijdbare pijn, angst, [...] of abnormaal gedrag vertonen;  e)  niet te lijden hebben van een langdurig gebrek aan voer of drinkwater;  f)  niet in vermijdbaar contact komen met andere dieren die hun welzijn zouden kunnen  schaden.  Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten  worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt, dat de naleving van de  verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele  jaar door gewaarborg is.    oms/GRA/fb  21  DG B I   LIMITE  L  

Verdovingsmethoden  Dieren worden uitsluitend gedood [...] nadat zij zijn bedwelmd volgens de methoden en  de desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften zoals beschreven in bijlage I.  De toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot bij het  dier de dood is ingetreden.   De in bijlage I vermelde methoden die niet de onmiddellijke dood tot gevolg hebben  (hierna "eenvoudige bedwelming" genoemd) worden zo spoedig mogelijk gevolgd  door een methode die de dood garandeert, zoals verbloeden, pithing, elektrocutie of  langdurige blootstelling aan zuurstoftekort.  Bijlage I kan volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure en op basis van een  advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid worden gewijzigd teneinde  recht te doen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.  Elk van deze wijzigingen dient een niveau van dierenwelzijn te waarborgen dat ten  minste gelijkwaardig is aan dat van de bestaande methoden. [...].   Volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure kunnen met betrekking tot de in  bijlage I beschreven methoden communautaire richtsnoeren worden vastgesteld.  Indien dieren worden geslacht volgens speciale methoden die vereist zijn voor  religieuze riten, zijn de voorschriften van lid 1 niet van toepassing mits het slachten  plaatsvindt in een slachthuis.  [...]..     oms/GRA/fb  22  DG B I   LIMITE  L  

Controles op bedwelming  [...]  De bedrijfsexploitanten zien erop toe dat personen die verantwoordelijk zijn voor de  bedwelming of ander daartoe aangewezen personeel, periodieke controles uitvoeren om te  waarborgen dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen in de  periode gelegen tussen het eind van het bedwelmingsproces en [...] hun dood.  Dergelijke controles worden op een representatieve steekproef van dieren uitgevoerd en de  frequentie van de controles wordt bepaald aan de hand van de resultaten van eerdere  controles en alle andere factoren die van invloed kunnen zijn op de efficiëntie van het  bedwelmingsproces.  Indien uit het resultaat van de controle blijkt dat een dier niet adequaat is bedwelmd,  neemt de met de bedwelming belaste persoon onmiddellijk de passende maatregelen  als bedoeld in de overeenkomstig artikel 6, lid 2, opgestelde standaardwerkwijzen.   [...]  Indien voor de toepassing van artikel 4, lid 2, [...] dieren zonder bedwelming worden  gedood, voert de voor het slachten verantwoordelijke persoon stelselmatig controles  uit om zich ervan te verzekeren dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of  gevoeligheid vertonen voordat zij uit de fixatie worden losgemaakt, noch enig teken  van leven vertonen voordat zij worden geslacht of gebroeid. [...]  exploitanten gebruik maken van controleprocedures uit gidsen voor goede praktijken  als bedoeld in artikel 10 bis.  bedwelmingsmethoden en op basis van een advies van de Europese Autoriteit voor  voedselveiligheid, kunnen, waar passend, afwijkingen op de voorschriften van lid 1  [voorheen lid 2] worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde  procedure. [...].    oms/GRA/fb  23  DG B I   LIMITE  L  

[...]  Artikel 6  Standaardwerkwijzen  Bedrijfsexploitanten plannen vooraf het doden van dieren en de daarmee verband  houdende activiteiten, en voeren het doden uit overeenkomstig de  standaardwerkwijzen.   Bedrijfsexploitanten stellen dienovereenkomstige standaardwerkwijzen op en voeren die  uit om te waarborgen dat het doden van dieren en de daarmee verband houdende  activiteiten overeenkomstig artikel 3, lid 1, plaatsvinden.  Met betrekking tot de bedwelming wordt in de standaardwerkwijzen:  a)  rekening gehouden met de aanbevelingen van de producent;   b)  op basis van het beschikbare wetenschappelijk bewijs voor elke gebruikte  methode aangegeven welke cruciale parameters bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I,  een doeltreffende bedwelming van de dieren garanderen;  c)  vermeld welke maatregelen er moeten worden genomen indien de in artikel 5  bedoelde controles erop wijzen dat een dier niet adequaat is bedwelmd of,  indien een dier geslacht is overeenkomstig artikel 4, lid 2, dat een dier nog  tekenen van leven vertoont.  Voor de toepassing van lid 2 mag een bedrijfsexploitant gebruik maken van  standaardwerkwijzen als beschreven in de in artikel 10 bis bedoelde gidsen voor  goede praktijken. [...]   Op verzoek stellen de bedrijfsexploitanten hun standaardwerkwijzen ter beschikking  van de bevoegde autoriteit.     oms/GRA/fb  24  DG B I   LIMITE  L  

Vakbekwaamheidsniveau en getuigschrift van vakbekwaamheid  Het doden van dieren en de daarmee verband houdende activiteiten mogen uitsluitend  worden uitgevoerd door personeel dat over het passend vakbekwaamheidsniveau beschikt  om dit [...] te kunnen doen zonder enige vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden  bij de dieren te veroorzaken.  De bedrijfsexploitanten zien erop toe dat de volgende slachtactiviteiten [...] uitsluitend  worden verricht door personen die beschikken over een getuigschrift van vakbekwaamheid  voor dergelijke activiteiten overeenkomstig artikel 18, waaruit blijkt dat zij in staat zijn  deze uit te voeren overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorschriften:  a)  het behandelen en verzorgen van dieren voorafgaand aan de fixatie;  b)  het fixeren van dieren met het oog op het bedwelmen of doden;  c)  het bedwelmen van dieren;  d)  het beoordelen van de effectiviteit van de bedwelming;  e)  het aanhaken of optakelen van levende dieren;  f)  het verbloeden van levende dieren;  f bis)   het slachten overeenkomstig [...] artikel 4, lid 2;  f ter) [...].  Onverminderd de verplichting van lid 1, geschiedt het doden van pelsdieren in  aanwezigheid van en onder rechtstreekse supervisie van een persoon die beschikt over  een in artikel 18 bedoeld getuigschrift van vakbekwaamheid dat alle activiteiten omvat die  onder zijn supervisie worden uitgevoerd. Bedrijfsexploitanten van pelsdierhouderijen  delen de bevoegde autoriteit vooraf mee wanneer dieren zullen worden gedood.    oms/GRA/fb  25  DG B I   LIMITE  L  

Instructies voor het gebruik van fixatie- en bedwelmingsapparatuur  de soorten, categorieën, aantallen en/of gewichtsklassen van de dieren waarvoor de  apparatuur is bedoeld;  de aanbevolen parameters die horen bij de verschillende gebruiksomstandigheden,  inclusief de cruciale parameters zoals omschreven in bijlage I, hoofdstuk I;  voor bedwelmingsapparatuur: een methode om de efficiëntie van de apparatuur te kunnen  monitoren met het oog op de naleving van de voorschriften van deze verordening;  de aanbevelingen inzake onderhoud en, zo nodig, de kalibratie van de  bedwelmingsapparatuur.  Artikel 9  Gebruik van fixatie- en bedwelmingsapparatuur  De bedrijfsexploitanten zorgen ervoor dat alle apparatuur voor het fixeren of  bedwelmen van dieren [...] onderhouden en gecontroleerd wordt volgens de instructies  van de producent door personen die daartoe specifiek zijn opgeleid.  De bedrijfsexploitanten voeren een onderhoudsregister. Zij bewaren dit register  gedurende ten minste één jaar, en stellen het op verzoek ter beschikking van de  bevoegde autoriteit.     oms/GRA/fb  26  DG B I   LIMITE  L  

onmiddellijk en ter plekke adequate back-up[...]apparatuur beschikbaar is, die wordt  ingezet bij een storing in de oorspronkelijk gebruikte bedwelmingsapparatuur. De back upmethode kan verschillen van de methode die eerst werd gebruikt.  De bedrijfsexploitanten zorgen ervoor dat dieren pas in fixatieapparatuur worden  geplaatst, waaronder apparatuur voor fixatie van de kop, wanneer de voor met  bedwelming of verbloeding belaste persoon gereed is om het dier zo snel mogelijk te  bedwelmen of verbloeden.  Artikel 9 bis  Particulier huishoudelijk verbruik     Artikel 9 ter  Rechtstreekse levering van kleine hoeveelheden vlees van pluimvee, konijnen en hazen    oms/GRA/fb  27  DG B I   LIMITE  L  

Artikel 10 bis  Redactie en verspreiding van gidsen voor goede praktijken  De lidstaten moedigen het redigeren en verspreiden van gidsen voor goede praktijken  aan, teneinde de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken.  Indien gidsen voor goede praktijken worden opgesteld, worden zij geredigeerd en  verspreid door organisaties van bedrijfsexploitanten:  (i)   in overleg met de vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties,  bevoegde autoriteiten en andere betrokken partijen;   (ii)  rekening houdend met wetenschappelijke adviezen als bedoeld in artikel 17,  lid 1, onder c).  De bevoegde autoriteit beoordeelt de gidsen voor goede praktijken om zich ervan te  vergewissen dat zij tot stand zijn gekomen overeenkomstig lid 2 en in overeen stemming zijn met bestaande communautaire richtsnoeren.   Indien organisaties van bedrijfsexploitanten nalaten gidsen voor goede praktijken  voor te leggen, kan de bevoegde autoriteit haar eigen gidsen voor goede praktijken  opstellen en publiceren.  De lidstaten zenden de Commissie alle door de bevoegde autoriteit gevalideerde  gidsen voor goede praktijken toe. De Commissie creëert een systeem voor de  registratie van die gidsen, dat zij bijwerkt en ter beschikking stelt van de lidstaten.    oms/GRA/fb  28  DG B I   LIMITE  L  

Aanvullende voorschriften voor slachthuizen  Artikel 11  Indeling, bouw, en apparatuur van slachthuizen  De bedrijfsexploitanten zorgen ervoor dat de indeling en bouw van slachthuizen en de  daarin gebruikte apparatuur voldoen aan de voorschriften van bijlage II.  Voor de toepassing van deze verordening leggen de bedrijfsexploitanten op verzoek aan  de bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004, voor elk  slachthuis ten minste de volgende gegevens voor:   a)  het maximumaantal dieren per uur voor elke slachtlijn;  b)  de categorieën en gewichtsklassen van dieren waarvoor de beschikbare fixatie- of  bedwelmingsapparatuur gebruikt mag worden;  c)  de maximale capaciteit voor elke onderbrengvoorziening [...].  Bij het goedkeuren [...] van het slachthuis evalueert de bevoegde autoriteit de  overeenkomstig de eerste alinea door de exploitant verstrekte informatie.   De volgende besluiten kunnen worden genomen volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde  procedure:  a)  afwijkingen van de voorschriften van bijlage II, ten behoeve van mobiele slacht huizen;  b)  wijzigingen die nodig zijn om bijlage II aan te passen aan de wetenschappelijke en  technische vooruitgang.    oms/GRA/hd  29  DG B I   LIMITE  L  

Zolang de in punt a) bedoelde afwijkingen niet zijn vastgesteld, kunnen de lidstaten  nationale regels inzake mobiele slachthuizen vaststellen of handhaven.   Voor de toepassing van lid 2 en van bijlage II, kunnen communautaire richtsnoeren  worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure.  Artikel 12  Behandeling van dieren en fixatieactiviteiten in slachthuizen  De bedrijfsexploitanten waarborgen dat de in bijlage III opgenomen operationele  voorschriften voor slachthuizen in acht worden genomen.  De bedrijfsexploitanten zorgen ervoor dat alle dieren die zonder voorafgaande  bedwelming gedood worden overeenkomstig [...] artikel 4, lid 2, afzonderlijk gefixeerd  worden; herkauwers worden mechanisch gefixeerd.  Fixatiesystemen waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding  worden gefixeerd, mogen niet worden gebruikt, tenzij de dieren worden geslacht  overeenkomstig artikel 4, lid 2, en zij worden vastgemaakt met een voorziening die  zowel de laterale als de verticale beweging van de kop van het dier beperkt, en die  aan de afmetingen van het dier kan worden aangepast.  De volgende fixatiemethoden zijn verboden:  a)  het ophangen of optakelen van dieren die bij bewustzijn zijn [...];  b)  het mechanisch vastklemmen of samenbinden van de poten of voeten van dieren;  c)  [...];  d)  het doorsnijden van het ruggenmerg, bijvoorbeeld met een priem of dolk;    oms/GRA/hd  30  DG B I   LIMITE  L  

  • e) 
    het gebruik van elektrische stroom om het dier te immobiliseren, zonder dat het  dier onder gecontroleerde omstandigheden bedwelmd of gedood wordt, met name  alle toepassingen met elektrische stroom die niet aan beide zijden van de hersenen  wordt toegediend.  Het bepaalde onder a) en b) is echter niet van toepassing op de haken die voor pluimvee  worden gebruikt.  Bijlage III kan volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure worden gewijzigd  teneinde recht te doen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang en  bijvoorbeeld een advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.  Voor de toepassing van de voorschriften van bijlage III kunnen communautaire  richtsnoeren  worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure.  Artikel 13  Monitoringprocedures in slachthuizen  Voor de toepassing van artikel 5 voeren de bedrijfsexploitanten in slachthuizen  passende monitoringprocedures in en passen zij die ook toe [...].  De in lid 1 bedoelde monitoringprocedures omvatten een beschrijving van de wijze  waarop de in artikel 5 bedoelde controles moeten worden uitgevoerd en omvatten in  ieder geval:  a)  de namen van de personen die verantwoordelijk zijn voor de monitorprocedure;  b)  indicatoren die opgesteld zijn om tekenen van bewusteloosheid, bewustzijn of  gevoeligheid te detecteren bij dieren [...] ; indicatoren die opgesteld zijn om de  afwezigheid van tekenen van leven te detecteren bij [...] dieren die geslacht zijn  in overeenstemming met artikel 4, lid 2;   c)  [...]criteria om vast te stellen of de resultaten van de indicatoren bedoeld onder b)  [...] bevredigend zijn;     oms/GRA/hd  31  DG B I   LIMITE  L  
  • d) 
    de omstandigheden waaronder en/of het tijstip waarop de monitor dient plaats te  vinden;  e)  het aantal dieren in elke steekproef waarop de monitor betrekking heeft;  f)  adequate procedures om te waarborgen dat, wanneer niet wordt voldaan aan de  [...] criteria bedoeld onder c), de bedwelmings- of dodingsactiviteiten nader worden  bezien om de oorzaken van de tekortkomingen in kaart te brengen en de nood zakelijke veranderingen in die activiteiten aan te brengen.  De bedrijfsexploitanten stellen voor elke slachtlijn [...] een specifieke monitoring procedure in.  Bij het vaststellen van de frequentie van de controles [...] dient rekening te worden  gehouden met de belangrijkste risicofactoren, zoals veranderingen in het soort of de  grootte van de dieren die worden geslacht of in de werkpatronen van het personeel; de  frequentie dient zodanig te zijn dat een hoog betrouwbaarheidsniveau wordt gewaarborgd.  Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4, kunnen bedrijfsexploitanten gebruik  maken van monitoringprocedures als beschreven in de in artikel 10 bis bedoelde  gidsen voor goede praktijken.    Met betrekking tot de monitoringprocedures in slachthuizen kunnen communautaire  richtsnoeren  worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure.  Artikel 14  Functionaris voor het dierenwelzijn  De bedrijfsexploitanten benoemen voor elk slachthuis een functionaris voor het dieren welzijn om hen bij te staan bij de naleving van de voorschriften van deze verordening.  [...].   Deze functionaris staat onder het rechtstreekse gezag van de bedrijfsexploitant en  rapporteert rechtstreeks aan hem over zaken die verband houden met het welzijn van  dieren. Hij heeft de bevoegdheid om van het slachthuispersoneel te eisen dat de nood zakelijke corrigerende maatregelen worden genomen om de naleving van de voorschriften  van deze verordening te waarborgen.     oms/GRA/hd  32  DG B I   LIMITE  L  

De verantwoordelijkheden van de functionaris voor het dierenwelzijn worden beschreven  in de standaardwerkwijzen van het slachthuis en op een effectieve manier onder de  aandacht van het betreffende personeel gebracht.   De functionaris voor het dierenwelzijn is in het bezit van een getuigschrift van vak bekwaamheid als bedoeld in artikel 18, welk getuigschrift alle activiteiten dient te  bestrijken in de slachthuizen waarvoor hij verantwoordelijk is.  De functionaris voor het dierenwelzijn houdt een register bij van de maatregelen ter  verbetering van het dierenwelzijn die in het slachthuis waar hij zijn taken vervult zijn  genomen [...]. Dit register wordt gedurende ten minste één jaar bewaard en op  verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit gesteld.  De leden 1 tot en met 4 bis zijn niet van toepassing op slachthuizen waar minder dan  1 000 grootvee-eenheden zoogdieren of minder dan 150 000 vogels of konijnen per jaar  worden geslacht.  Voor de toepassing van de voorgaande alinea wordt onder "grootvee-eenheid"  verstaan:  een gestandaardiseerde meeteenheid aan de hand waarvan de verschillende  categorieën vee ten behoeve van hun vergelijkbaarheid bij elkaar kunnen worden opgeteld.    Bij de toepassing van de eerste alinea gebruiken de lidstaten de volgende  omrekeningsgetallen:    -  volwassen runderen in de zin van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en paard achtigen: 1 grootvee-eenheid  -  andere runderen 0,50 grootvee-eenheid  -  varkens met een levend gewicht van meer dan 100 kg: 0,20 grootvee-eenheid  -  [...] andere varkens: 0,15 grootvee-eenheid  -  schapen en geiten: 0,10 grootvee-eenheid  -  lammeren, geitjes en biggen met een levend gewicht van minder dan 15 kg:  0,05 grootvee-eenheid.     [...]    oms/GRA/hd  33  DG B I   LIMITE  L  

Ruiming en het doden van dieren in noodsituaties  Artikel 15  Ruiming  De bevoegde autoriteit die verantwoordelijke is voor een ruimingsoperatie stelt  voorafgaand aan die operatie een actieplan op om te waarborgen dat aan de voorschriften  van deze verordening wordt voldaan.   In de rampenplannen die krachtens de communautaire wetgeving inzake de diergezondheid  vereist zijn, worden ­ op basis van de hypothese die in het rampenplan is geformuleerd  over de omvang en de locatie van vermoedelijke ziekte-uitbraken ­ met name de voor genomen bedwelmings- en slachtmethoden en de corresponderende standaardwerkwijzen  voor het waarborgen van de voorschriften van deze verordening opgenomen.  De bevoegde autoriteit moet:  a)  waarborgen dat dergelijke operaties worden uitgevoerd volgens het actieplan bedoeld  in lid 1;  b)  alle passende maatregelen treffen om het welzijn van de dieren in de best mogelijke  omstandigheden te waarborgen.  Voor de toepassing van dit artikel kan de bevoegde autoriteit in uitzonderlijke omstandig heden afwijkingen toestaan van een of meer van de bepalingen van deze verordening  wanneer zij van mening is dat de naleving waarschijnlijk van invloed zal zijn op de  volksgezondheid of een aanzienlijke vertraging zal opleveren in het proces om de ziekte uit  te bannen.     oms/GRA/hd  34  DG B I   LIMITE  L  

verslag over de ruimingsacties van het voorgaande jaar toekomen, en stelt zij dat  verslag voor het publiek beschikbaar via internet.  In het verslag wordt voor elke ruimingsactie met name aandacht besteed aan:  a)  de aanleiding voor de ruiming;  b)  het aantal en de soorten dieren die gedood zijn;  c)  de bedwelmingsmethoden en de methoden die gebruikt zijn om de dieren te doden;  d)  een beschrijving van de geconstateerde problemen en, waar van toepassing, de  gevonden oplossingen om het lijden van de betrokken dieren te verlichten of zo veel  mogelijk te beperken;  e)  alle afwijkingen waarvoor op grond van lid 3 toestemming is gegeven.  Voor het opstellen en uitvoeren van actieplannen voor ruimingsoperaties kunnen  communautaire  richtsnoeren worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde  procedure.    Teneinde rekening te houden met de door het Systeem voor de melding van dier ziekten (AD S) verzamelde informatie, kan in voorkomend geval een afwijking van  de verslagleggingsverplichting van lid 4 worden vastgesteld overeenkomstig de in  artikel 22, lid 2, bedoelde procedure.  Artikel 16  Doden van dieren in noodsituaties    oms/GRA/hd  35  DG B I   LIMITE  L  

Bevoegde autoriteit  Artikel 17  Wetenschappelijke ondersteuning  Elke lidstaat zorgt ervoor dat er voldoende onafhankelijke wetenschappelijke  ondersteuning [...] beschikbaar is om de bevoegde autoriteiten op hun verzoek het  volgende te verstrekken:  a)  [...] wetenschappelijke en technische expertise [...] met betrekking tot de goed keuring [...] van slachthuizen als bedoeld in artikel 11, lid 2, en de ontwikkeling  van nieuwe bedwelmingsmethoden ;  b)  [...] wetenschappelijk advies [...] over de door de fabrikanten verstrekte  instructies inzake het gebruik en het onderhoud van fixatie- en bedwelmings apparatuur;   c)  [...] wetenschappelijk advies [...] over gidsen voor goede praktijken die op haar  grondgebied  voor de toepassing van deze verordening zijn geredigeerd;  d)  aanbevelingen [...] met betrekking tot de toepassing van deze verordening, met  name wat inspecties en audits betreft ;  e)  [...] advies [...] over het vermogen en de geschiktheid van afzonderlijke organen  en entiteiten om te voldoen aan de voorschriften van artikel 18, lid 2 [...];  f)  [...].  [...]  De wetenschappelijke ondersteuning kan via een netwerk worden verleend [...], mits  alle in lid 1 genoemde taken voor alle activiteiten in de betrokken lidstaten, zijn  uitgevoerd.    oms/GRA/hd  36  DG B I   LIMITE  L  

[...] Dat contactpunt is er verantwoordelijke voor dat met zijn equivalenten en de  Commissie technische en wetenschappelijke informatie en beste praktijken  betreffende de uitvoering van deze verordening worden gedeeld.  [...]  Artikel 18  Getuigschrift van vakbekwaamheid  Voor de toepassing van artikel 7 wijzen de lidstaten een bevoegde autoriteit aan die  verantwoordelijk is voor:  a)  het waarborgen van de beschikbaarheid van opleidingscursussen voor personeel dat  betrokken is bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten;  b)  het verstrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid als bewijs dat een onafhan kelijk afsluitend examen met goed gevolg is afgelegd; de onderwerpen van dit  examen houden verband met de betreffende diersoorten en zijn in overeenstemming  met de activiteiten genoemd in artikel 7, leden 2 en 3, en met de onderwerpen in  bijlage IV;  c)  het goedkeuren van opleidingsprogramma's voor de cursussen bedoeld onder a) en  van de inhoud en uitvoeringsbepalingen van het examen bedoeld onder b).   De bevoegde autoriteit kan [...] het afsluitend examen en het verstrekken van getuig schriften van vakbekwaamheid delegeren aan een afzonderlijke instantie of entiteit die:  a)  over de noodzakelijke expertise, medewerkers en apparatuur beschikt om die taken  uit te voeren;  b)  onafhankelijk is en niet in belangenconflicten verstrengeld zal raken wat betreft het  afsluitend examen en het verstrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid.  [...]  c)  [...].  De bevoegde autoriteit kan de organisatie van opleidingen ook delegeren aan een  afzonderlijke instantie of entiteit die beschikt over de noodzakelijke expertise,  medewerkers en uitrusting om die taak uit te voeren.    oms/GRA/hd  37  DG B I   LIMITE  L  

worden door de bevoegde autoriteit via internet voor het publiek beschikbaar gemaakt  [, ...].  Op de getuigschriften van vakbekwaamheid wordt vermeld voor welke categorieën dieren,  welke  soort apparatuur en voor welke van de activiteiten bedoeld in artikel 7, leden 2  en 3, het getuigschrift geldig is.   [...]   De lidstaten erkennen de getuigschriften van vakbekwaamheid die in een andere lidstaat  zijn uitgegeven.  De bevoegde autoriteit kan voorlopige getuigschriften van vakbekwaamheid verlenen,  mits:  a)  de aanvrager ingeschreven is voor een van de opleidingen als bedoeld in  artikel 18, lid 1, onder a);  b)  de aanvrager zal werken in de aanwezigheid van en onder rechtstreekse supervisie  van een persoon die houder is van een getuigschrift van vakbekwaamheid dat  voor de specifiek te verrichten activiteit is afgegeven; [...]  c)  de geldigheidsduur van het voorlopig getuigschrift niet meer dan drie maanden  bedraagt; en   d)  de aanvrager een schriftelijke verklaring overlegt die stelt dat hem nooit eerder  een ander voorlopig getuigschrift van vakbekwaamheid van dezelfde strekking is  verleend of ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat hij niet in staat  was deel te nemen aan het afsluitend examen.   Onverminderd een besluit van een rechterlijke autoriteit of een bevoegde autoriteit  tot instelling van een verbod op het behandelen van dieren, mogen getuigschriften  van vakbekwaamheid, of voorlopige getuigschriften van vakbekwaamheid, alleen  worden verstrekt indien de aanvrager een schriftelijke verklaring overlegt die  bevestigt dat hij zich in de drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag niet  schuldig heeft gemaakt aan ernstige overtredingen van de communautaire en/of de  nationale wetgeving inzake de bescherming van dieren.    oms/GRA/hd  38  DG B I   LIMITE  L  

Voor de toepassing van deze verordening kunnen de lidstaten kwalificaties die voor  andere doeleinden zijn verkregen, als gelijkwaardige getuigschriften van vakbekwaam heid erkennen, mits die zijn verkregen op voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de  voorwaarden van dit artikel. De bevoegde autoriteit maakt via het internet een lijst  bekend van kwalificaties die erkend worden als gelijkwaardig met het getuigschrift  van vakbekwaamheid, en actualiseert deze lijst.  Voor de uitvoering van de bepalingen van lid 1 kunnen communautaire richtsnoeren  worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure.    oms/GRA/hd  39  DG B I   LIMITE  L  

iet-naleving, sancties en uitvoeringsbevoegdheden  Artikel 19  iet-naleving  Voor de toepassing van artikel 54 van Verordening (EG) nr. 882/2004 kan de bevoegde  autoriteit met name:  a)  van bedrijfsexploitanten verlangen dat zij hun standaardwerkwijzen aanpassen en  meer in het bijzonder hun productie vertragen dan wel stopzetten;  b)  van bedrijfsexploitanten verlangen dat zij de frequentie van de in artikel 5  bedoelde controles  verhogen en de in artikel 13 bedoelde monitoringprocedures  wijzigen ;  c)  de uit hoofde van deze verordening afgegeven getuigschriften van vakbekwaam heid schorsen of intrekken voor personen die blijk geven van onvoldoende  vaardigheden, kennis of besef met betrekking tot de taken waarvoor het  getuigschrift van vakbewaamheid was afgegeven;   d)  de delegatie van bevoegdheden als bedoeld in artikel 18, lid 2, schorsen of  intrekken;  e)   verlangen dat de instructies bedoeld in artikel 8 worden gewijzigd met inacht neming van de in artikel 17, lid 1, onder b), bedoelde wetenschappelijke  adviezen.   Indien een bevoegde autoriteit een getuigschrift van vakbewaamheid schorst of  intrekt, brengt zij de autoriteit die het getuigschrift heeft verstrekt van haar besluit  op de hoogte.    oms/GRA/hd  40  DG B I   LIMITE  L  

Artikel 20  Sancties  Artikel 21  Uitvoeringsbepalingen  Artikel 22  Comitéprocedure  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002  van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Permanent Comité voor de voedsel keten en de diergezondheid.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van  toepassing.  De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie  maanden.  Het comité stelt zijn reglement van orde vast.    oms/GRA/hd  41  DG B I   LIMITE  L  

Slotbepalingen  Artikel 22 bis  Stringentere nationale voorschriften  Deze verordening belet de lidstaten niet nationale voorschriften te handhaven die op  de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds van toepassing zijn en  strekken tot een uitgebreidere bescherming van dieren bij het doden.   De lidstaten delen die nationale voorschriften vóór de datum van toepassing van deze  verordening aan de Commissie mede. De Commissie brengt ze ter kennis van de  andere lidstaten.  De lidstaten kunnen nationale voorschriften aannemen die strekken tot uitgebreidere  bescherming van dieren bij het doden dan die van onderhavige verordening, en wel  met betrekking tot:  (a)  het doden, en daarmee verband houdende activiteiten, van dieren buiten een  slachthuis;  (b)  het slachten, en daarmee verband houdende activiteiten, van gekweekt wild als  omschreven in bijlage I, punt 1.6 van Verordening (EG) nr. 853/2004,  waaronder rendieren;   (c)  het slachten, en daarmee verband houdende activiteiten, van dieren  overeenkomstig artikel 4, lid 2.  De lidstaten doen aan de Commissie kennisgeving van die nationale voorschriften. De  Commissie brengt ze ter kennis van de andere lidstaten.  Wanneer een lidstaat het op basis van nieuw wetenschappelijk bewijs noodzakelijk  acht maatregelen te nemen die strekken tot een uitgebreidere bescherming van dieren  bij het doden met betrekking tot de in bijlage I vermelde bedwelmingsmethoden, stelt  hij de Commissie in kennis van de voorgenomen maatregelen. De Commissie brengt  de maatregelen ter kennis van de andere lidstaten.    oms/GRA/hd  42  DG B I   LIMITE  L  

nationale maatregelen op basis van een advies van de Europese Autoriteit voor  voedselveiligheid, volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure.  [...]  Wanneer de Commissie zulks passend acht, kan zij op basis van de bekrachtigde  nationale maatregelen, overeenkomstig artikel 4, lid 1 bis, wijzigingen in bijlage I  voorstellen.  De lidstaten verbieden of verhinderen niet dat producten van dierlijke oorsprong van  in een andere lidstaat geslachte dieren op hun grondgebied in het verkeer worden  gebracht op grond van het feit dat de betrokken dieren niet gedood zijn in  overeenstemming met hun nationale voorschriften die strekken tot uitgebreidere  bescherming van dieren bij het doden.  Artikel 22 ter  Verslaglegging  Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie bij  het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de mogelijkheid om bepaalde  voorschriften in te voeren inzake de bescherming van vissen bij het doden, rekening  houdend met de dierenwelzijnsaspecten en de sociaal-economische en milieugevolgen.  Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van wetgevingsvoorstellen tot wijziging van  deze verordening, door daarin specifieke regels inzake de bescherming van vissen bij  het doden in op te nemen.   Zolang deze maatregelen niet zijn vastgesteld, kunnen de lidstaten nationale regels  inzake de bescherming van vissen bij het slachten en doden handhaven of aannemen;  zij stellen de Commissie daarvan in kennis.    oms/GRA/hd  43  DG B I   LIMITE  L  

runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd. Dat  verslag moet gebaseerd zijn op het resultaat van een wetenschappelijke studie waarin  deze systemen worden vergeleken met systemen waarbij de runderen rechtop blijven  staan en houdt rekening met de dierenwelzijnsaspecten en met de sociaal-econo mische gevolgen, alsmede met de aanvaardbaarheid voor religieuze gemeenschappen  en de veiligheid van de operatoren. Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van  wetgevingsvoorstellen tot wijziging van deze verordening met betrekking tot de  systemen waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden  gefixeerd.  Binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie  bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de verschillende  bedwelmingsmethoden voor pluimvee, met name over collectieve waterbad bedwelmers voor vogels, rekening houdend met de dierenwelzijnsaspecten en de  sociaaleconomische en milieugevolgen.     Artikel 23  Intrekking  Richtlijn 93/119/EG wordt ingetrokken.  Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, van deze verordening blijven de volgende  bepalingen van Richtlijn 93/119/EG echter van kracht:  a)  bijlage A:   i)  deel I, punt 1;   ii)  deel II, punt 1, punt 3, tweede zin, en de punten 6, 7, 8 en punt 9, eerste zin;  b)  [...];    oms/GRA/hd  44  DG B I   LIMITE  L  

en 4.3;  d)  [...].  Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn worden gelezen als verwijzingen naar deze  verordening.  Artikel 24  Overgangsbepalingen  Tot [datum van inwerkingtreding van deze verordening + tien jaar] is artikel 11, lid 1,  [...] uitsluitend van toepassing op nieuwe slachthuizen dan wel op elke nieuwe indeling,  bouw of apparatuur waarop de voorschriften van bijlage II van toepassing zijn en die nog  niet operationeel zijn op de dag van [toepassing/inwerkingtreding] van deze verordening.  Tot en met [datum van inwerkingtreding van deze verordening + zes jaar] kunnen de  lidstaten de getuigschriften van vakbekwaamheid bedoeld in artikel 18 middels een  vereenvoudigde procedure  verstrekken aan personen die kunnen aantonen dat zij  gedurende een [...] periode van minimaal drie jaar betrokken professionele werkervaring  hebben opgedaan.  Artikel 25  Inwerkingtreding  Voor de Raad  De voorzitter    oms/GRA/hd  45  DG B I   LIMITE  L  

OVERZICHT VA  METHODE  VOOR HET BEDWELME  [...] VA  DIERE , PLUS BIJBEHORE DE SPECIFICATIES  (zoals bedoeld in artikel 4)  Hoofdstuk I -- Methoden  Tabel 1 -- Mechanische methoden  Specifieke voorschriften  voor bepaalde methoden  aam  Beschrijving  Gebruiksvoorschriften  Cruciale parameters  ­ hoofdstuk II van deze  bijlage  Penetrerend  penschiet toestel Zwaar en onomkeerbaar letsel aan de hersenen  veroorzaakt door de slag en de penetratie van een  pen  Alle diersoorten  Plaatsing en richting van het schot  Niet van toepassing    Slachten, ruiming en  andere situaties  Adequate snelheid, lengte van penetrerend  gedeelte en diameter van de pen gerelateerd  aan de grootte van het dier en de diersoort  Eenvoudige bedwelming   Maximaal  tijdsinterval  tussen  bedwelmen  en aanbrengen halssnede/doden (s)  Niet penetrerend  penschiet toestel Zwaar letsel aan de hersenen veroorzaakt door de  slag van een pen zonder penetratie  Herkauwers [...] pluimvee,  konijnen en hazen.  Plaatsing en richting van het schot  Punt 0  Adequate snelheid, diameter en vorm van de  pen gerelateerd aan de grootte van het dier  en de diersoort    Eenvoudige bedwelming   Slacht alleen van  herkauwers  Slacht, ruiming en andere  situaties voor pluimvee,  konijnen en hazen.  Slagkracht van het gebruikte patroon    Maximaal  tijdsinterval  tussen  bedwelmen  en aanbrengen halssnede/doden (s)   Vuurwapen  met vrij  projectiel  Zwaar en onomkeerbaar letsel aan de hersenen  veroorzaakt door de slag en de penetratie van een of  meer projectielen  Alle diersoorten  Plaatsing van het schot  Niet van toepassing  Slachten, ruiming en  andere situaties  Kracht en kaliber van de patroon  Soort projectiel  Maceratie  Onmiddellijk pletten van het hele dier  Kuikens tot 72 uur en  embryo's in het ei  Maximale omvang van de te pletten partij  dieren  Punt 1  Alle andere situaties dan  slacht  Afstand tussen pletbladen en  doorloopsnelheid  Maatregel om overbelasting van de  capaciteit te voorkomen    oms/GRA/hd  46  DG B I    LIMITE  L  

Slachten, ruiming en  andere situaties  Percuteren de slag op  de kop  Krachtige en nauwkeurige slag op de kop met  ernstig hersenletsel tot gevolg  Biggen, lammeren, geitjes,  konijnen, hazen, pelsdieren  en pluimvee tot 5 kg levend  gewicht  Kracht en plaats van de slag  Punt 2       Slachten, ruiming en  andere situaties      oms/GRA/hd  47  DG B I    LIMITE  L  

Specifieke voorschriften in  aam  Beschrijving  Gebruiksvoorschriften  Cruciale parameters  hoofdstuk II van deze bijlage  Elektrische  bedwel ming  (uitsluitend  kop)  Blootstellen van de hersenen aan  een stroomsterkte die een  gegeneraliseerd epileptisch beeld  op het elektro-encefalogram (eeg)  genereert  Alle diersoorten  Minimale stroomsterkte (A of mA)  Punt 3   Slachten, ruiming en andere  situaties  Minimale spanning (V)  Maximale frequentie (Hz)  Eenvoudige bedwelming   Minimale tijdsduur van de blootstelling  Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en  aanbrengen halssnede/doden (s)  Kalibratiefrequentie van de uitrusting  Optimalisatie van de stroomafgifte  Voorkomen van elektrische schokken vóór de  bedwelming  Plaats van de elektroden en hun  contactoppervlakte   [...]  Elektrische  bedwel ming (kop  tot  lichaam)  Blootstellen van het lichaam aan  een stroomsterkte die gelijktijdig  zowel een gegeneraliseerd  epileptisch beeld op het elektro encefalogram (eeg) [...] genereert  als tot fibrillatie of hartstilstand  [...] leidt  Alle diersoorten [...]  Minimale stroomsterkte (A of mA)  Punt 4 [...].  Minimale spanning (V)  Slachten, ruiming en andere  situaties  Maximale frequentie (Hz)  Minimale tijdsduur van de blootstelling  Kalibratiefrequentie van de uitrusting  Eenvoudige bedwelming bij de  slacht   Optimalisatie van de stroomafgifte  Voorkomen van elektrische schokken vóór de  bedwelming  Plaats van de elektroden en hun  contactoppervlakte  Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en  doden in geval van eenvoudige bedwelming (s)    oms/GRA/hd  48  DG B I    LIMITE  L  

Minimale spanning (V)  Slachten,  ruiming  en  andere  situaties   Maximale frequentie (Hz)  [...]  Kalibratiefrequentie van de uitrusting  Eenvoudige  bedwelming  behalve  wanneer  de  frequentie  50 Hz  of  minder is.  [...]  Voorkomen van elektrische schokken vóór de  bedwelming  Minimaliseren van de pijn bij het aanhaken  Optimaliseren van stroomafgifte  Maximale aanhaaktijd voorafgaand aan het  waterbad  Minimale tijdsduur van de blootstelling voor ieder  dier  Onderdompelen van de vogels tot aan de  vleugelbasis  Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en  aanbrengen halssnede/doden voor frequenties boven  50 Hz (s)      oms/GRA/hd  49  DG B I    LIMITE  L  

Specifieke voorschriften in  Gebruiks aam  Beschrijving  Cruciale parameters  hoofdstuk II van deze  voorschriften  bijlage  Koolstof dioxide in  hoge  concentratie  Rechtstreekse of geleidelijke blootstelling van dieren bij  bewustzijn aan een gasmengsel dat meer dan 40%  koolstofdioxide bevat. De methode kan worden gebruikt in  kuilen, tunnels, [...], containers of in vooraf luchtdicht  afgesloten gebouwen  Varkens,  marterachtigen,  chinchilla's en  pluimvee, [...]  uitgezonderd eenden  en ganzen Koolstofdioxideconcentratie  Punt 6  Duur van de blootstelling  Punt 7 [...].  Maximaal tijdsinterval tussen  bedwelmen en aanbrengen van  halssnede in geval van  eenvoudige bedwelming [...]    Eenvoudige bedwelming bij de slacht van varkens  Slacht alleen van  varkens  Kwaliteit [...] van het gas  Andere situaties dan  slacht van pluimvee,  marterachtigen,  chinchilla's, varkens  Temperatuur van het gas    Koolstof dioxide in  twee fasen  Opeenvolgende blootstelling van dieren bij bewustzijn aan  een gasmengsel dat minder dan 40% koolstofdioxide bevat,  gevolgd door een hogere concentratie koolstofdioxide  wanneer de dieren het bewustzijn hebben verloren  Pluimvee  Koolstofdioxideconcentratie  iet van toepassing  Slachten, ruiming en  andere situaties  Duur van de blootstelling  Kwaliteit van het gas       Temperatuur van het gas    oms/GRA/hd  50  DG B I    LIMITE  L  

Slachten, ruiming en  andere situaties  Duur van de blootstelling  Maximaal tijdsinterval tussen  bedwelmen en aanbrengen  halssnede/doden in geval van  eenvoudige bedwelming [...]    Eenvoudige bedwelming voor varkens indien de duur van de  blootstelling aan minstens 30% koolstofdioxide minder dan  [7] minuten bedraagt.  Kwaliteit [...] van het gas  Eenvoudige bedwelming voor pluimvee indien de totale duur  van de blootstelling aan minstens 30% koolstofdioxide  minder dan [3] minuten bedraagt.  Temperatuur van het gas  Zuurstofconcentratie.    Inerte  gassen  Rechtstreekse of geleidelijke blootstelling van dieren bij  bewustzijn aan een mengsel van inerte gassen zoals argon of  stikstof met zuurstoftekort [...] tot gevolg. De methode kan  worden gebruikt in kuilen, zakken, tunnels, [...] containers  of in vooraf luchtdicht afgesloten gebouwen.  Varkens en pluimvee  Zuurstofconcentratie.  Punt 7 [...].  Slachten, ruiming en  andere situaties  Duur van de blootstelling  Kwaliteit [...] van het gas  Eenvoudige bedwelming bij de slacht van varkens.   Maximaal tijdsinterval tussen  bedwelmen en aanbrengen  halssnede/doden in geval van  eenvoudige bedwelming [...]  Eenvoudige bedwelming voor pluimvee indien de duur van  de blootstelling aan zuurstoftekort [...] minder dan minder  dan 3 minuten bedraagt.   Temperatuur van het gas   Koolstofmo noxide  (zuivere  bron)  Blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat  [meer dan 4 %] koolstofmonoxide bevat.  Pelsdieren, pluimvee  en biggen  Kwaliteit [...]van het gas  Punten 8.1 tot en met 8.3.  Koolstofmonoxideconcentratie  Andere situaties dan  slacht  Duur van de blootstelling  Temperatuur van het gas     oms/GRA/hd  51  DG B I    LIMITE  L  

Duur van de blootstelling  Andere situaties dan  slacht   Temperatuur van het gas  Filtering van het gas dat door de  motor wordt geproduceerd      oms/GRA/hd  52  DG B I    LIMITE  L  

Tabel 4 -- Overige methoden  Specifieke voorschriften in  aam  Beschrijving  Gebruiksvoorschriften  Cruciale parameters  hoofdstuk II van deze bijlage  Dodelijke  injectie [...] Verlies van bewustzijn en gevoeligheid gevolgd door  een onomkeerbaar intreden van de dood veroorzaakt  door een injectie met veterinaire geneesmiddelen  Alle diersoorten  Soort injectie  Niet van toepassing    Andere situaties dan  slacht  Gebruikmaking van goedgekeurde  geneesmiddelen     oms/GRA/hd  53  DG B I    LIMITE  L  

iet-penetrerend penschiettoestel  Bij het gebruik van deze methode zien de bedrijfsexploitanten erop toe dat er geen  schedelfractuur wordt veroorzaakt.   Deze methode wordt enkel gebruikt voor herkauwers met een levend gewicht van  minder dan 10 kg.   Maceratie  Deze methode leidt tot de onmiddellijke maceratie en onmiddellijke dood van de dieren.  Het apparaat werkt met sneldraaiende, mechanisch aangedreven snijplaten, of met  uitstulpingen in schuim. De capaciteit van het apparaat moet voldoende zijn om alle  dieren direct te doden, zelfs wanneer het om grote aantallen gaat.  Breken van de nek en percuterende slag op de kop  Deze methoden mogen niet als routinemethode worden gebruikt maar uitsluitend  indien er geen andere bedwelmingsmethoden voorhanden zijn.   Deze methoden mogen in slachthuizen alleen worden gebruikt als back-up methode  voor bedwelming.   iemand mag per dag meer dan zeventig dieren doden middels het handmatig breken  van de nek of een percuterende slag op de kop.   Het handmatig breken van de nek mag niet worden toegepast op dieren met een levend  gewicht van meer dan drie kg.    oms/GRA/hd  54  DG B I   LIMITE  L  

Elektrische bedwelming (uitsluitend kop)  Bij het gebruik van elektrische bedwelming via uitsluitend de kop van een dier, worden de  elektroden aan weerszijden van de hersenen van het dier bevestigd en aan diens grootte  aangepast.  Bij de elektrische bedwelming via uitsluitend de kop van een dier wordt gebruikgemaakt  van de minimale stroomsterkte zoals voorgeschreven in tabel 1.  Runderen van  Runderen  Schapen en  6 maanden of  jonger dan  Varkens  Kippen  Kalkoenen  geiten  ouder  zes maanden  1,28 A  1,25 A  1,00 A  1,30 A  240 mA  400 mA  Elektrisch bedwelmen (kop tot lichaam)  Schapen, geiten en varkens.  De minimale stroomsterkte voor het elektrisch bedwelmen (van kop tot lichaam) is  1 ampère voor schapen en geiten, en 1,30 ampère voor varkens.  Vossen  De elektroden worden aan de bek en het rectum bevestigd, waarbij gedurende ten minste  drie seconden een minimale stroomsterkte van 0,3 ampère en een minimale spanning van  110 volt toegediend wordt.  Chinchilla's  De elektroden worden van oor tot staart bevestigd, waarbij gedurende ten minste zestig  seconden een minimale stroomsterkte van 0,57 ampère toegediend wordt.    oms/GRA/hd  55  DG B I   LIMITE  L  

Bedwelmen van pluimvee middels elektrische waterbaden  Dieren mogen niet aangehaakt worden als zij te klein zijn voor de waterbadbedwelmer of  indien het aanhaken naar alle waarschijnlijkheid tot pijn lijdt dan wel de bestaande pijn  vergroot (zoals bij zichtbaar gewonde dieren). In dergelijke gevallen worden deze dieren  op een andere manier gedood.  De haken dienen nat te zijn voordat levende vogels worden aangehaakt en aan de  stroom worden blootgesteld. Vogels worden met beide poten aangehaakt.  Voor de in tabel 2 genoemde vogels dient bij waterbadbedwelming de in de tabel  voorgeschreven minimale stroomsterkte te worden toegepast. De dieren worden gedurende  minimaal vier seconden aan die stroomsterkte blootgesteld.  Kippen  Kalkoenen  Eenden en ganzen  Kwartels  100 mA  250 mA  130 mA  45 mA  150 mA  400 mA  Niet toegestaan  iet toegestaan  200 mA  400 mA  Niet toegestaan  iet toegestaan  Koolstofdioxide in hoge concentratie  Bij varkens, marterachtigen en chinchilla's bedraagt de minimale concentratie  koolstofdioxide 80%.  Koolstofdioxide [...], gebruik van inerte gassen of een combinatie van deze  gasmengsels [...]  In geen geval mogen gassen de kamer of de locatie binnendringen waar dieren bedwelmd  en gedood dienen te worden indien dit tot brandwonden zou kunnen leiden of onnodig  lijden zou kunnen veroorzaken door bevriezing of een te lage vochtigheidsgraad.    oms/GRA/hd  56  DG B I   LIMITE  L  

Er wordt te allen tijde visueel toezicht op de dieren uitgeoefend.  De dieren worden afzonderlijk in de bedwelmingsruimte binnengebracht, waarbij ervoor  wordt gezorgd dat een dier pas binnengebracht wordt als het vorige dier bewusteloos of  dood is.   De dieren blijven in de bedwelmingsruimte totdat zij dood zijn.  Uitlaatgassen van een speciaal voor het doden van dieren aangepaste motor zijn  toegestaan mits de voor het doden verantwoordelijke persoon vooraf heeft  geverifieerd dat het gebruikte gas:  (i)  naar behoren is afgekoeld;  (ii)  voldoende is gefilterd, en  (iii)  vrij is van irriterende componenten en gassen.  De motor wordt jaarlijks getest voordat er dieren worden gedood.  De dieren mogen de ruimte pas binnen worden gebracht wanneer de concentratie  koolstofmonoxide het vereiste minimale niveau heeft bereikt.  [...]    oms/GRA/hd  57  DG B I   LIMITE  L  

I DELI G, BOUW E  UITRUSTI G VA  SLACHTHUIZE   (zoals bedoeld in artikel 11)  Alle onderbrengvoorzieningen  Ventilatiesystemen zijn zodanig ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden dat het welzijn  van de dieren continu is gewaarborgd; hierbij wordt rekening gehouden met het verwachte  scala aan weersomstandigheden.  Indien er gebruikgemaakt moet worden van mechanische ventilatiemiddelen, dienen er een  waarschuwingssysteem en noodvoorzieningen beschikbaar te zijn met het oog op een  storing in of uitval van die mechanische ventilatie.  letsel voor de dieren zo klein mogelijk is en er zo weinig mogelijk plotse geluiden zijn.   gemakkelijk kunnen worden geïnspecteerd. Er wordt voorzien in passende vaste of  mobiele verlichting zodat de dieren te allen tijde kunnen worden geïnspecteerd.   Onderbrengvoorzieningen voor dieren die niet in containers worden afgeleverd  Hokken, drijfgangen en looppaden zijn zodanig ontworpen en gebouwd dat:  a)  de dieren zich middels hun normale loopgedrag en zonder afleiding vrij in de  gewenste richting kunnen bewegen;  b)  varkens of schapen naast elkaar kunnen lopen, met uitzondering van looppaden die  naar de fixatie-uitrusting leiden.  kunnen vallen.    oms/GRA/hd  58  DG B I   LIMITE  L  

Het systeem voor de watertoevoer in hokken is zodanig ontworpen, gebouwd en wordt  zodanig onderhouden, dat alle dieren op elk moment toegang hebben tot schoon  drinkwater zonder daarbij letsel op te lopen of beperkt te worden in hun bewegingen.   Wanneer er een stalruimte wordt gebruikt, is die gebouwd met een effen vloer en  stevige zijwanden, tussen de wachthokken en het looppad naar het bedwelmingspunt, en  van een zodanig ontwerp dat dieren niet vast kunnen komen te zitten of vertrapt kunnen  worden.   De constructie en het onderhoud van de vloeren zijn zodanig dat het risico dat dieren  uitglijden, vallen of letsel aan hun poten oplopen, zo veel mogelijk beperkt is.  lijke beschutting of schaduw, wordt er passende bescherming tegen slecht weer  gebouwd. Indien zulke bescherming ontbreekt, worden deze onderbrengvoor zieningen niet gebruikt bij slecht weer. Als er geen natuurlijke waterbron is, worden  er drinkinstallaties aangebracht.  Fixatie-uitrusting en fixatievoorzieningen  Fixatie-uitrusting en fixatievoorzieningen zijn zodanig ontworpen, gebouwd en worden  zodanig onderhouden dat:  a)  de methoden voor het bedwelmen of het doden optimaal kunnen worden toegepast;  b)  letsel of kneuzingen bij de dieren worden voorkomen, en  c)  eventuele worstelingen om los te komen en het uitbrengen van geluiden tijdens het  fixeren van dieren zo veel mogelijk worden beperkt;  c bis) het fixeren zo kort mogelijk duurt.  Voor runderen zijn fixatieboxen die in combinatie met een pneumatisch penschiettoestel  worden gebruikt, voorzien van een systeem dat zowel de laterale als de verticale beweging  van de kop van het dier beperkt.  [...]     oms/GRA/hd  59  DG B I   LIMITE  L  

De uitrusting voor elektrische bedwelming is voorzien van een systeem dat voor elk  bedwelmd [...] dier de gegevens van de cruciale elektrische parameters toont en  registreert. Het systeem moet voor het personeel duidelijk zichtbaar zijn en moet een  duidelijk zichtbaar en hoorbaar signaal geven indien de duur van de blootstelling  zakt tot onder het vereiste niveau. Deze gegevens worden ten minste één jaar  bewaard.  De aan een fixatievoorziening verbonden automatische elektrische bedwelmings apparatuur  levert een constante stroom.  Uitrusting voor waterbadbedwelming  De aanhaaklijnen zijn zodanig ontworpen en geplaatst dat de dieren die eraan worden  gehangen, nergens door belemmerd worden en de stress voor de dieren tot een minimum  gereduceerd wordt.  er niet langer dan één minuut bij bewustzijn aan hangen. Eenden, ganzen en  kalkoenen mogen er echter niet langer dan twee minuten bij bewustzijn aanhangen.  De aanhaaklijn is tot aan het toegangspunt van de broeibak over de volledige lengte  gemakkelijk toegankelijk voor het geval dat dieren van de slachtlijn verwijderd moeten  worden.  De omvang en de vorm van de metalen haken zijn afgestemd op de poten van het te  slachten pluimvee zodat een elektrisch contact gewaarborgd is zonder dat de dieren  daardoor pijn lijden.  De uitrusting voor waterbadbedwelming is voorzien van een elektrisch geïsoleerde  toegangsvlonder en is zodanig ontworpen en gebouwd dat er bij de toegang geen water kan  overlopen.  gedompeld gemakkelijk kan worden aangepast.    oms/GRA/hd  60  DG B I   LIMITE  L  

De elektroden die in de uitrusting voor waterbadbedwelming worden gebruikt, moeten  over de volle lengte van het waterbad zijn aangebracht. Het waterbad is zodanig ontworpen  en onderhouden dat de haken, wanneer zij over het water passeren, in constant contact  staan met de geaarde geleider.  Vanaf het punt van het aanhaken van de vogels totdat zij de waterbadbedwelmer in gaan, is  er een voorziening aangebracht die met de borst van de dieren in aanraking komt om hen te  kalmeren.  [...]  De toegang tot de uitrusting voor waterbadbedwelming dient te allen tijde mogelijk te zijn  om te zorgen dat vogels die bedwelmd zijn en in het waterbad achterblijven als gevolg van  een uitval of vertraging van de slachtlijn, kunnen verbloeden.  gegevens van de cruciale elektrische parameters toont en registreert. Deze gegevens  worden ten minste één jaar bewaard.  Uitrusting voor bedwelming van varkens en pluimvee met gas  Gasbedwelmingsinstallaties, transportbanden inbegrepen, zijn zodanig ontworpen en  gebouwd dat:  a)  de methoden voor het bedwelmen met gas optimaal kunnen worden toegepast;  b)  letsel of kneuzingen bij de dieren worden voorkomen, en  c)  eventuele worstelingen om los te komen en het uitbrengen van geluiden tijdens het  fixeren van dieren zo veel mogelijk worden beperkt.    oms/GRA/hd  61  DG B I   LIMITE  L  

[...]  De gasbedwelmingsinstallatie is zodanig ontworpen dat de dieren zelfs bij de maximaal  toegestane verwerkingscapaciteit nog kunnen gaan liggen zonder dat zij over elkaar heen  komen te liggen.  [...]     oms/GRA/hd  62  DG B I   LIMITE  L  

OPERATIO ELE VOORSCHRIFTE  VOOR SLACHTHUIZE   (zoals bedoeld in artikel 12)  De aankomst en verplaatsing van en het omgaan met dieren  De welzijnsomstandigheden van elke zending dieren worden systematisch bij aankomst  beoordeeld door de functionaris voor het dierenwelzijn of door een persoon die recht streeks aan die functionaris rapporteert om de prioriteiten in kaart te kunnen brengen, met  name door te bepalen welke dieren specifieke welzijnsbehoeften hebben en welke  maatregelen genomen dienen te worden om in die behoeften te voorzien.  De dieren worden zo spoedig mogelijk na aankomst uitgeladen en vervolgens zonder  onnodige vertraging geslacht.  Met uitzondering van konijnen en hazen moeten zoogdieren die na het uitladen niet  onmiddellijk naar de slachtplaats worden gebracht, worden ondergebracht.  [...]  Dieren die niet binnen twaalf uur na aankomst zijn geslacht, moeten worden [...]  gevoederd, waarna zij met gepaste tussenpozen een redelijke hoeveelheid voer dienen te  krijgen. In dergelijke gevallen worden de dieren voorzien van een adequate hoeveelheid  strooisel of gelijksoortig materiaal dat een mate van comfort waarborgt die afgestemd is op  de diersoort en het aantal dieren. Dit materiaal moet een doeltreffende afvoer garanderen  of ervoor zorgen dat urine en uitwerpselen op adequate wijze worden geabsorbeerd.  Containers waarin dieren worden vervoerd, dienen goed te worden onderhouden en  zorgvuldig te worden behandeld, in het bijzonder wanneer zij een geperforeerde of  flexibele bodem hebben, en  a) het is verboden ermee te gooien, ze op de grond te laten vallen of omver te gooien;  b) zo mogelijk moeten zij horizontaal en mechanisch worden in- en uitgeladen.  Indien mogelijk worden dieren afzonderlijk uitgeladen.    oms/GRA/hd  63  DG B I   LIMITE  L  

  • a) 
    de hoeveelheid urine en uitwerpselen die op de dieren in de lagere containers valt, te  beperken;  b)  de stabiliteit van de containers te waarborgen;  c)  te waarborgen dat de ventilatie niet belemmerd wordt.  Bij het slachten krijgen niet-gespeende dieren, melkvee, vrouwelijke dieren die tijdens het  transport hebben geworpen en dieren die in containers zijn afgeleverd, voorrang boven  andere soorten dieren. Indien dit niet mogelijk is, worden maatregelen getroffen om hun  lijden te verlichten, met name door:  a)  melkvee te melken met tussenpozen van maximaal 12 uur;  b)  adequate voorzieningen te treffen voor het zogen en het welzijn van pas geboren  dieren als een dier heeft geworpen;  c)  dieren die in containers zijn afgeleverd van drinkwater te voorzien.  Met uitzondering van konijnen en hazen moeten zoogdieren die na het uitladen niet  onmiddellijk naar de slachtplaats worden gebracht, steeds via adequate voorzieningen over  voldoende drinkwater kunnen beschikken.  doden, zodat wordt voorkomen dat dierenbegeleiders dieren moeten opjagen vanuit  de wachthokken.  Het is verboden:  a)  de dieren te slaan of te schoppen;  b)  op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen  dat het de dieren vermijdbare pijn of vermijdbaar lijden berokkent;    oms/GRA/hd  64  DG B I   LIMITE  L  
  • c) 
    de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken,  of ze zodanig te behandelen dat het hun [...] pijn of vermijdbaar lijden berokkent;     Het verbod dieren bij de poten op te tillen geldt evenwel niet voor pluimvee,  konijnen en hazen.  d)  prikstokken of andere puntige voorwerpen te gebruiken;  d bis)de staarten van dieren om te draaien, te verbrijzelen of te breken of de dieren in  de ogen te grijpen.  Het gebruik van apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, moet zo veel  mogelijk worden vermeden. Deze instrumenten mogen in elk geval alleen worden gebruikt  voor volwassen runderen en volwassen varkens die weigeren zich te verplaatsen, en uit sluitend op voorwaarde dat de dieren vóór zich ruimte hebben om zich voort te bewegen.  De schokken mogen niet langer duren dan één seconde, moeten voldoende worden  gespreid en mogen uitsluitend op de spieren van de achterpoten worden toegediend.  Wanneer de dieren niet reageren, mogen de schokken niet herhaaldelijk worden  toegediend.  Dieren mogen in geen geval aan horens, gewei, neusringen of met samengebonden poten  worden aangebonden. Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de  gebruikte touwen, tuiers of andere middelen:  a)  zo sterk zijn dat ze niet breken;  b)  zo lang zijn dat de dieren, indien noodzakelijk, kunnen gaan liggen, eten en drinken;  c)  zo ontworpen zijn dat ieder risico van wurging of verwonding is uitgesloten en dat de  dieren snel kunnen worden losgemaakt.  moeten ter plaatse worden gedood.    oms/GRA/hd  65  DG B I   LIMITE  L  

konijnen en hazen)  Elk dier dient over voldoende ruimte te beschikken om op te kunnen staan, te gaan liggen  en, met uitzondering van afzonderlijk gehouden vee, rond te draaien.  Dieren worden op een veilige locatie ondergebracht en er wordt voor gezorgd dat zij niet  kunnen ontsnappen of ten prooi vallen aan roofdieren.   aantal dieren dat het maximaal kan bevatten, behalve in het geval van afzonderlijk  gehouden vee.  Elke dag dat het slachthuis operationeel is, worden er, voordat er dieren arriveren,  isolatiehokken in gereedheid gebracht die onmiddellijk beschikbaar zijn voor dieren die  speciale zorg nodig hebben.  De toestand en gezondheid van de dieren op een onderbrenglocatie worden periodiek  geïnspecteerd door de functionaris die verantwoordelijk is voor het welzijn van dieren, dan  wel door een persoon die over de benodigde vakbekwaamheid beschikt.  Verbloeden van dieren  Wanneer het bedwelmen, het aanhaken, het ophangen en het laten verbloeden van de  dieren door één persoon worden uitgevoerd, moet die persoon al deze handelingen achter eenvolgens bij één dier hebben uitgevoerd voordat hij met de uitvoering daarvan bij een  ander dier begint.  Bij eenvoudige bedwelming of slacht overeenkomstig artikel 4, lid 2, worden  systematisch de twee halsslagaders of de toevoerende bloedvaten doorgesneden.  Elektrische stimulatie vindt alleen plaats nadat is vastgesteld dat het dier bewusteloos  is. Verdere uitslachting of broeiing vindt alleen plaats nadat is vastgesteld dat het dier  geen tekenen van leven meer vertoont.   Vogels mogen niet met behulp van automatische halsafsnijders worden geslacht, tenzij kan  worden vastgesteld of die halsafsnijders beide bloedvaten al dan niet daadwerkelijk  hebben doorgesneden. Indien blijkt dat de halsafsnijder niet effectief heeft gefunctioneerd,  wordt de vogel onmiddellijk geslacht.    oms/GRA/hd  66  DG B I   LIMITE  L  

VA  DE VAKBEKWAAMHEID  (zoals bedoeld in artikel 18)    Onderwerpen die met het oog op de vak lid 2  bekwaamheid geëxamineerd dienen te worden  dierlijke gedragingen; dierlijk lijden; tekenen van  bewustzijn en gevoeligheid; stress bij dieren.  het behandelen en verzorgen van dieren  voorafgaand aan de fixatie;  praktische aspecten met betrekking tot het omgaan  met en het fixeren van dieren.  het fixeren van dieren met het oog op het  bedwelmen of doden;  kennis van de instructies van de fabrikanten  van het soort fixatie-apparatuur dat bij  mechanische fixaties wordt gebruikt.  het bedwelmen van dieren;  praktische aspecten van bedwelmingstechnieken  en kennis van de instructies van de fabrikanten  van het soort bedwelmingsapparatuur dat  wordt gebruikt.  back-upmethoden voor het bedwelmen en/of  doden van dieren.  basisonderhoud en reiniging van de uitrusting  voor het bedwelmen en/of doden van dieren.  het beoordelen van de effectiviteit van de  bedwelming;  monitoring van de effectiviteit van het  bedwelmen.  back-upmethoden voor het bedwelmen en/of  doden van dieren.  het aanhaken of optakelen van levende  dieren;  praktische aspecten met betrekking tot het omgaan  met en het fixeren van dieren.  monitoring van de effectiviteit van het  bedwelmen.  het verbloeden van levende dieren;  monitoring van de effectiviteit van het bedwelmen  en van de afwezigheid van tekenen van leven.  back-upmethoden voor het bedwelmen en/of  doden van dieren.  passend gebruik en onderhoud van messen  waarmee de halssnede wordt aangebracht.  passend gebruik en onderhoud van messen  waarmee de halssnede wordt aangebracht.  monitoring van de afwezigheid van tekenen van  leven.    oms/GRA/hd  67  DG B I   LIMITE  L  

het doden van dieren.  praktische aspecten met betrekking tot het  omgaan met en het fixeren van dieren.  praktische aspecten van bedwelmings technieken en kennis van de instructies van de  fabrikanten van bedwelmingsapparatuur.  back-upmethoden voor het bedwelmen en/of  doden van dieren.  monitoring van de effectiviteit van het  bedwelmen en de vaststelling van de dood.  basisonderhoud en reiniging van de uitrusting  voor het bedwelmen en/of doden van dieren.  ________________    oms/GRA/hd  68  DG B I   LIMITE  L  

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie