Betreft: Witboek betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 214 definitief.
Bijlage: COM(2009) 214 definitief
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 18.5.2009 COM(2009) 214 definitief
WITBOEK
betreffende
PROFESSIONEEL GRENSOVERSCHRIJDEND TRANSPORT VAN
EUROCONTANTEN OVER DE WEG TUSSEN LIDSTATEN VAN DE EUROZONE
-
1.I NLEIDING
De chartale euro werd ingevoerd in 2002, maar door de grote verschillen tussen de nationale wetgevingen is het in de praktijk zeer moeilijk om op een professionele basis eurocontanten over de weg te vervoeren tussen de lidstaten die de euro hebben aangenomen (hierna de "deelnemende
lidstaten" genoemd). Momenteel vindt dan ook zeer weinig
grensoverschrijdend transport over land plaats. De verschillen tussen de nationale wetgevingen betreffen een brede waaier van kwesties, zoals het bezit en het dragen van vuurwapens door het bewakingspersoneel, de opleidingsvereisten, toegestane vervoerswijzen, de bepantsering en uitrusting van de beveiligde voertuigen, het gebruik van intelligente systemen voor de neutralisatie van bankbiljetten, hoeveelheid personeel in de beveiligde voertuigen, informatieverstrekking aan de politie, vergunningsregels en sancties. Grensoverschrijdend transport kan worden georganiseerd op grond van een adhoctoestemming van de lidstaat van bestemming, maar zelfs wanneer geen rekening wordt gehouden met de administratieve procedures in kwestie, dient nog altijd te worden voldaan aan twee of meer verschillende, complexe reeksen nationale voorschriften.
De geldtransportmarkt wordt momenteel georganiseerd volgens nationale voorschriften. De logica van de gemeenschappelijke munt wil echter dat eurobankbiljetten en -munten zo vrij mogelijk kunnen circuleren en kunnen worden vervoerd binnen de eurozone. Het faciliteren van grensoverschrijdend contantentransport vormt tevens een vanzelfsprekende aanvulling op het stappenplan van de Europese Centrale Bank (ECB) voor meer convergentie van de cashdiensten van de nationale centrale banken (NCB) en de totstandbrenging van een gemeenschappelijke eurocontantenruimte voor professionele geldverwerkers. Eén belangrijk element van het stappenplan is de zogenaamde toegang op afstand tot NCB-cashdiensten, waardoor een kredietinstelling van een deelnemende lidstaat een beroep kan doen op de cashdiensten van een centrale bank van een andere deelnemende lidstaat. Die maatregel werd ten uitvoer gelegd in juni 2007, maar het potentieel ervan kan niet volledig worden benut zolang het niet effectief mogelijk is het contante geld eenvoudig over de grenzen te vervoeren. De banken, de omvangrijke kleinhandelssector en andere professionele geldverwerkers dienen hun contanten op de meest efficiënte manier en ongehinderd door nationale grenzen in omloop te kunnen brengen en te kunnen leveren.
Wegens de aard van de vervoerde goederen wordt de geldtransportsector tegelijk aan ernstige veiligheidsdreigingen blootgesteld. Bovendien kunnen de aard en omvang van de risico's aanzienlijk verschillen van lidstaat tot lidstaat. Het is derhalve van essentieel belang dat grensoverschrijdende geldtransporten plaatsvinden in uiterst veilige omstandigheden voor de geldkoeriers en voor het grote publiek.
Het vastleggen van gemeenschappelijke regels om grensoverschrijdend geldtransport over de weg tussen de deelnemende lidstaten mogelijk te maken en tegelijk te zorgen voor een hoog veiligheidsniveau voor de geldkoeriers, zou de weg vrijmaken voor efficiënter geldtransport in grensgebieden. De commerciële banken zouden op die manier gebruik kunnen maken van de gelddiensten van het dichtstbijzijnde filiaal van de centrale bank of het cashcentrum, ongeacht of dat zich in hun eigen lidstaat bevindt of niet. Kleinhandelaars, exploitanten van verkoopautomaten en andere professionele geldverwerkers zouden eveneens contant geld kunnen ontvangen van of leveren aan het dichtstbijgelegen cashcentrum, zonder met de nationale grenzen rekening te moeten houden. Tot slot zouden geldtransportbedrijven die transporten uitvoeren in grensgebieden, hun transportroutes en andere logistieke activiteiten
op efficiëntere wijze kunnen plannen. Over het algemeen zal efficiënter geldtransport de economie als geheel ten goede komen.
De ECB, de banksector en de omvangrijke kleinhandelssector hebben herhaaldelijk opgeroepen tot het opstarten van een initiatief om de hindernissen voor het professionele grensoverschrijdende transport over de weg van eurocontanten in Europa weg te werken.
In het licht van het voorgaande is de Commissie in mei 2008 begonnen met raadplegingen met het oog op het opstellen van gemeenschappelijke ontwerpregels om het grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg te faciliteren.
Dit initiatief weerspiegelt het standpunt van de Commissie betreffende een eventuele harmonisatie van geldtransporten als bedoeld in artikel 38, onder b), van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.
-
2.I NITIATIEF VAN DE C OMMISSIE TER BEVORDERING VAN GRENSOVERSCHRIJDEND
TRANSPORT VAN EUROCONTANTEN EN INITIËLE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN
Als eerste stap en om voort te bouwen op de deskundigheid en de input van alle belanghebbende partijen in de sector, werd in de eerste helft van 2008 een werkgroep opgericht die wordt voorgezeten door de Commissie en samengesteld is uit de Europese organisaties van alle belangrijke stakeholders
1
. De werkgroep heeft tussen juli en
december 2008 drie volledige dagen vergaderd en alle relevante kwesties besproken, zoals het toepassingsgebied van eventuele toekomstige gemeenschappelijke regels, verschillen tussen de nationale wetgevingen en mogelijkheden voor geharmoniseerde grensoverschrijdende regels op de verschillende, aan het begin van deel 1 vermelde gebieden.
Wat betreft de wettelijke mogelijkheden om grensoverschrijdend geldtransport te faciliteren, zijn drie belangrijke opties overwogen:
een volledige harmonisatie van de regelgeving inzake geldtransporten in de betrokken
·
lidstaten;
een systeem waarbij een vergunning in één lidstaat in alle lidstaten geldig is ("wederzijdse
·
erkenning");
een reeks gemeenschappelijke regels die in alle lidstaten geldig zijn, onverminderd de
·
nationale voorschriften voor bepaalde aspecten die uitdrukkelijk in de tekst worden vermeld. In tegenstelling tot een volledige harmonisatie zouden de gemeenschappelijke regels alleen van toepassing zijn op grensoverschrijdend transport.
1 De volgende organisaties zijn vertegenwoordigd: het Europees Verzekeringscomité (CEA), CoESS (Confederation of European Security Services), EBF (European Banking Federation), het Eurosysteem, EPC (European Payments Council), ESTA (European Security Transport Association), EURICPA (European Intelligent Cash Protection Association), EuroCommerce, Europol (Europese Politiedienst), MDWG (Mint Directors Working Group) en UNI-Europa (Union Network International Europa).
Aangezien er tussen de lidstaten grote verschillen bestaan wat betreft de nationale voorschriften en de risiconiveaus, werd het uiterst moeilijk geacht om een akkoord te bereiken over de inhoud van een volledige harmonisatie van de regels inzake geldtransporten of over een algemene wederzijdse erkenning van de nationale voorschriften. De laatstgenoemde optie kan bovendien leiden tot regels voor geldtransporten die onvoldoende bescherming bieden of lijken te bieden voor het personeel en/of het grote publiek. De werkgroep had daarom een duidelijke voorkeur voor een reeks gemeenschappelijke regels die van toepassing zijn op grensoverschrijdende transporten, naast de bestaande nationale voorschriften voor binnenlandse geldtransporten.
Met betrekking tot de mogelijkheid van de vaststelling van een reeks gemeenschappelijke regels voor grensoverschrijdende geldtransporten over de weg heeft de werkgroep de volgende belangrijkste beleidsopties betreffende het toepassingsgebied van deze regels besproken:
geografisch toepassingsgebied. Dit kan de EU-27, dan wel enkel de eurozone zijn;
·
type vervoerde goederen. Dit kunnen niet alleen eurocontanten zijn, maar ook andere
·
munten en andere soorten kostbaarheden;
de definitie van grensoverschrijdend transport. Grensoverschrijdend transport kan beperkt
·
zijn tot transporten van punt naar punt of ook de verrichtingen omvatten in het land van herkomst voorafgaand aan en/of de verrichtingen in het land van ontvangst volgend op de internationale verrichting (laatstgenoemde verrichtingen worden over het algemeen "cabotage" genoemd).
Er bestonden in de werkgroep verschillende meningen over al deze kwesties.
Het belangrijkste doel van eventuele gemeenschappelijke regels is het vrij verkeer van de gemeenschappelijke munt binnen de eurozone te faciliteren. Dit sluit echter niet uit dat ook het grondgebied van andere lidstaten in het toepassingsgebied wordt opgenomen. Los van het geografische toepassingsgebied kan voorts worden overwogen om de werkingssfeer uit te breiden tot zowel de munteenheden van andere lidstaten en van niet-EU-landen als tot andere soorten kostbaarheden (zoals juwelen, goud, kunstwerken en waardevolle documenten). Het uitbreiden van het toepassingsgebied tot niet-deelnemende lidstaten en andere goederen houdt echter het risico in dat de goedkeuring van gemeenschappelijke regels wordt vertraagd of zelfs verhinderd doordat de bespreking afwijkt van de belangrijkste bekommernissen.
Grensoverschrijdend transport kan eng worden geïnterpreteerd, met name het geldtransport van een beveiligd punt in land A naar een beveiligd punt in land B, zonder tussenstops ("van punt naar punt"). Transport van punt naar punt betekent dat de individuele cashcentra en andere beveiligde punten onder de gemeenschappelijke regels grensoverschrijdend kunnen worden bediend, maar dat betekent ook dat bankfilialen, geldautomaten en kleinhandelaars worden uitgesloten (tenzij zij beschikken over een beveiligde zone voor het laden en lossen van het voertuig). Er zou slechts één verrichting tegelijk van een beveiligd punt naar een ander beveiligd punt mogelijk zijn.
Transporten van punt naar punt vormen echter slechts één onderdeel van de geldtransporten die geldkoeriers regelmatig uitvoeren. Een ruimer toepassingsgebied omvat ook bepaalde transportverrichtingen voorafgaand aan en volgend op het grensoverschrijdende deel van het transport. Dit zou het mogelijk maken om grensoverschrijdende transportroutes op dezelfde,
logistiek optimale manier te organiseren als binnenlandse transportroutes, door verscheidene punten onderweg te bedienen, inclusief bankfilialen, geldautomaten en kleinhandelaars. Om het vrij verkeer van eurocontanten over de nationale grenzen heen te bevorderen, wordt daarom voorgesteld om, naast de voornaamste grensoverschrijdende verrichtingen, ook transporten uit te voeren met meerdere stops in het land van herkomst en in de landen van ontvangst. Zoals vermeld in punt 3.2 moet de totale duur van de verrichtingen in de landen van herkomst en ontvangst tot één dag worden beperkt.
In het kader van gemeenschappelijke grensoverschrijdende regels zouden de geldtransportdiensten onder verschillende rechtssystemen ressorteren, met name wat betreft de naleving van arbeidsrechtbeginselen, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere wetgeving inzake sociale en/of veiligheidsaspecten. Dit kan leiden tot aanzienlijke praktische problemen bij het vaststellen van welke loon- of andere sociale voorwaarden van toepassing zijn, vooral indien een beveiligd voertuig in meer dan twee landen actief is.
In dit opzicht is het van essentieel belang om duidelijkheid te verschaffen over de toepassing van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten
2
op grensoverschrijdende geldtransporten.
Het doel van de richtlijn was een evenwicht tot stand te brengen tussen, enerzijds, de uitoefening van het fundamentele recht van ondernemingen om grensoverschrijdende diensten aan te bieden uit hoofde van artikel 49 van het EG-Verdrag en, anderzijds, een passende mate van bescherming van de rechten van voor het verrichten van die diensten tijdelijk in het buitenland gedetacheerde werknemers. Op die manier wordt geprobeerd een evenwicht te vinden tussen de in het EG-Verdrag neergelegde economische vrijheden en de rechten van werknemers tijdens hun detachering. Daarom worden bij de richtlijn verplichte regels van algemeen belang op communautair niveau vastgesteld voor gedetacheerde werknemers in het land van ontvangst, en wordt met het oog op de minimale bescherming van werknemers een reeks duidelijk bepaalde arbeidsvoorwaarden vastgesteld waaraan de dienstverlener in het land van ontvangst moet voldoen. Naar gelang van de bijzondere omstandigheden waarin de grensoverschrijdende transporten worden uitgevoerd, kan de richtlijn, overeenkomstig artikel 1, lid 3, van toepassing zijn op de grensoverschrijdende transporten waarover dit witboek handelt.
Niettemin moet worden erkend dat de bijzonder kortstondige aard van de detachering in het geval van grensoverschrijdende geldtransporten tot moeilijkheden kan leiden voor de praktische toepassing en handhaving van de richtlijn. Zo kan het voor de toepassing van de richtlijn bijvoorbeeld vereist zijn dat werkgevers in de geldtransportsector de tijd moeten meten die hun personeel in elk land doorbrengt om de toepasselijke minimumtarieven pro rata te berekenen.
Derhalve moet de praktische toepassing van Richtlijn 96/71/EG op dit gebied samen met de lidstaten, andere deskundigen
3
en de sociale partners zorgvuldig worden onderzocht, voordat
gemeenschappelijke regels voor grensoverschrijdend geldtransport formeel kunnen worden vastgesteld. Het is met name belangrijk ervoor te zorgen dat de toepassing van het acquis communautaire of de nationale wetgeving voor de ondernemers geen onevenredige en
2
PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1-6.
3 Besluit 2009/17/EG van de Commissie tot instelling van een Comité van deskundigen inzake de detachering van werknemers (PB L 8 van 13.1.2009, blz. 26-28).
onnodige administratieve lasten met zich meebrengt, die er in de praktijk zouden kunnen voor zorgen dat de mogelijkheid om grensoverschrijdende verrichtingen uit te voeren, ernstig wordt belemmerd. De verduidelijking van deze kwesties maakt integraal deel uit van de beoordeling van het sociale effect van de beleidsopties.
Op grond hiervan lanceert de Commissie bij dezen een uitvoerige raadplegingsprocedure over enkele beoogde gemeenschappelijke regels, die als bijlage bij dit witboek zijn gevoegd. De Commissie benadrukt dat de beoogde regels vooralsnog een voorlopig karakter hebben. Bedoeling is de formulering van doelgerichte commentaren van alle belanghebbende partijen te bevorderen door reeds in dit stadium in te gaan op de belangrijkste aspecten van eventuele gemeenschappelijke regels. De beoogde regels doen geen afbreuk aan een eventueel voorstel van de Commissie in een later stadium.
Alle belanghebbende partijen wordt verzocht hun commentaren tegen 30 juni 2009 te sturen naar het aan het einde van deel 4 vermelde adres.
-
3.H OOFDKENMERKEN VAN EVENTUELE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS
De beoogde gemeenschappelijke regels zouden van toepassing zijn op grensoverschrijdend transport van eurocontanten tussen deelnemende lidstaten. Geldtransporten die uitsluitend binnen een bepaalde lidstaat plaatsvinden, vallen er dus niet onder.
Om zich toe te spitsen op de kern van de zaak, met name het vrije verkeer van eurocontanten binnen de eurozone, vallen lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd en de munteenheden daarvan niet onder het toepassingsgebied van de gemeenschappelijke regels. Niettemin dient de mogelijkheid te worden onderzocht om niet-deelnemende lidstaten en munteenheden via een opt-in-clausule in het toepassingsgebied op te nemen.
Tot slot wordt ook voorgesteld om transporten van grote bedragen aan eurobankbiljetten en -munten tussen de centrale banken van de eurozone, gelet op hun specifieke aard, niet onder het toepassingsgebied van de gemeenschappelijke regels te laten vallen, op voorwaarde dat dergelijke transporten worden begeleid door het leger en/of de politie.
3.1. Rechtsgrondslag
Het is de bedoeling om de eventuele gemeenschappelijke regels te baseren op artikel 123, lid 4, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, aangezien zij noodzakelijk lijken om het gebruik van de euro als gemeenschappelijke munt te bevorderen. Dit impliceert de goedkeuring met gekwalificeerde meerderheid van de deelnemende lidstaten, na raadpleging van de ECB. Als instrument wordt een verordening beoogd.
3.2. Transport binnen dezelfde dag en overdag
Aangezien geldtransporten specifieke kenmerken vertonen en tevens rekening moet worden gehouden met de moeilijkheden verbonden aan het veilig organiseren van geldleveringen die meerdere dagen in beslag nemen, zou het beveiligde voertuig dat de grens overschrijdt, op dezelfde dag moeten vertrekken uit en terugkeren naar het land van herkomst en zou het hele transport overdag (tussen 6 en 22 uur) moeten plaatsvinden. Nachtelijke geldtransporten zouden echter ook mogelijk zijn, mits dat reeds is toegelaten in het kader van de nationale voorschriften in de lidstaten waar het transport plaatsvindt. De ophaling en/of levering van contanten in de lidstaat van herkomst voorafgaand aan het grensoverschrijdende deel van het
transport, of in een lidstaat van ontvangst volgend op het grensoverschrijdende deel van het transport, zouden mogelijk zijn, maar het beveiligde voertuig dient dezelfde dag naar het land van herkomst terug te keren (of binnen de 24 uur, indien nachtelijk transport is toegelaten).
3.3. Grensoverschrijdende geldtransportvergunning
De nationale controle-instanties moeten kunnen controleren of een beveiligd voertuig voldoet aan de voorwaarden om geldtransporten uit te voeren op hun grondgebied. Een onderneming die grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg wenst uit te voeren, dient daarom een specifieke grensoverschrijdende geldtransportvergunning aan te vragen bij de bevoegde instanties in haar lidstaat van herkomst. Het origineel of een gecertificeerd exemplaar van de vergunning dient altijd in het voertuig aanwezig te zijn.
De exacte kenmerken van het vergunningsdocument moeten nog worden gedefinieerd en de vergunning mag slechts voor een beperkte periode (voorgesteld wordt: drie jaar) geldig zijn. Om voor de vergunning in aanmerking te komen, dient de aanvragende onderneming de beoogde gemeenschappelijke regels na te leven, alsmede de andere toepasselijke communautaire wetgeving of, waar uitdrukkelijk bepaald, de nationale wetgeving inzake geldtransporten. In twee gevallen zou worden verwezen naar (eventuele) nationale wetgeving: i) voorafgaande melding aan de nationale politiediensten, en ii) procedures voor de omgang met contanten buiten het voertuig voor geldtransport. Het eerste geval heeft betrekking op de bevoegdheid en de organisatie van de nationale politiediensten, waarvoor er geen dwingende reden lijkt te zijn om de praktijken te harmoniseren. Het tweede geval betreft bewakingssituaties waarbij het bewakingspersoneel van geldtransporten in nauwer contact kan komen met het grote publiek en aldus wordt blootgesteld aan de inherente gevaren van het geldtransport. Het lijkt daarom raadzaam dat de nationale voorschriften worden gerespecteerd.
De onderneming dient echter eerst en vooral van de lidstaat van herkomst de toestemming te hebben gekregen om geldtransporten uit te voeren. Indien in de lidstaat geen specifieke vergunningsprocedure voor geldkoeriersbedrijven bestaat, dient het bedrijf bewijsmateriaal te verstrekken waaruit blijkt dat het gedurende een bepaalde periode (voorgesteld wordt: 12 maanden) regelmatig geldtransporten heeft uitgevoerd zonder daarbij de bestaande nationale wetgeving te hebben overtreden. Deze regel is bedoeld om ervoor te zorgen dat de geldkoeriersbedrijven die grensoverschrijdende transporten uitvoeren, over voldoende ervaring beschikken om ook op het grondgebied van een andere lidstaat veilig geldtransporten uit te voeren.
Om ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende geïnformeerd zijn over bedrijven die in andere lidstaten gevestigd zijn en die geldtransporten op hun grondgebied wensen uit te voeren, zou voorts worden bepaald dat de lidstaten informatie moeten uitwisselen over afgegeven grensoverschrijdende vergunningen en over eventuele besluiten om een vergunning op te schorten of in te trekken, en elkaar vooraf op de hoogte moeten brengen van de namen van de bedrijven die voornemens zijn transporten op het grondgebied van een andere lidstaat uit te voeren.
3.4. Toegelaten types geldtransporten
De toegelaten geldtransporttypes en desbetreffende voorwaarden (regels inzake de bepantsering van voertuigen, gebruik van intelligente systemen voor de neutralisatie van bankbiljetten, het dragen van wapens, aantal bewakingsagenten, enz.) variëren aanzienlijk
tussen de lidstaten. Dit is met name het geval wat betreft het bezit en het dragen van wapens. In sommige lidstaten is het voor bewakingspersoneel van geldtransporten verboden om wapens te dragen, terwijl het in andere lidstaten verplicht is, en in nog andere noch verboden, noch toegelaten is. Gezien deze verschillen lijkt het niet realistisch om één type transport voor te stellen dat voor alle partijen aanvaardbaar is. Met name de nationale voorschriften betreffende het feit of bewakingspersoneel van geldtransporten al dan niet wapens mag of moet dragen, mogen niet in vraag worden gesteld.
Op grond van de huidige praktijken in de lidstaten wordt beoogd vier toegelaten transporttypes in te voeren, die elk een hoog veiligheidsniveau garanderen voor het personeel en het grote publiek. Er zijn drie verschillende opties voor bankbiljetten (of bankbiljetten in combinatie met muntstukken), terwijl het laatste transporttype betrekking heeft op het exclusieve transport van muntstukken. De geldkoeriers moeten het transporttype dat hun voorkeur wegdraagt, vrij kunnen kiezen wat betreft de drie opties voor bankbiljetten. Voorgesteld wordt wel dat een lidstaat, na kennisgeving aan de Europese Commissie, moet kunnen beslissen dat de optie van met een neutralisatiesysteem uitgeruste ongepantserde voertuigen of voertuigen waarbij alleen de cabine gepantserd is (optie a) hieronder), niet van toepassing is op zijn grondgebied, op voorwaarde dat hij geen vergelijkbare vervoerswijzen voor binnenlands geldtransport toelaat. Ten minste drie bewakingsagenten zouden het voertuig moeten begeleiden, tenzij de contanten beveiligd zijn met neutralisatiesystemen die de bankbiljetten over het gehele transporttraject beveiligen of enkel muntstukken worden vervoerd. Aangezien in het eerste geval het contante geld beschermd is via de neutralisatietechnologie en in het tweede geval muntstukken minder aantrekkelijk zijn om te stelen, zou het ten minste vereiste aantal bewakingsagenten onder die opties (opties a), c) en d) hieronder) moeten worden verminderd tot twee.
-
a)Transport van bankbiljetten in een ongepantserd voertuig of een voertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is, dat uitgerust is met een intelligent neutralisatiesysteem dat de bankbiljetten over het gehele transporttraject beveiligt
Bij deze optie moet het voertuig er ofwel normaal uitzien (er mag m.a.w. niet te zien zijn dat het een voertuig van een koeriersbedrijf is of voor geldtransport wordt gebruikt) ofwel een gepantserde cabine hebben en zeer duidelijke tekenen dragen die erop wijzen dat het uitgerust is met een neutralisatiesysteem dat de bankbiljetten over het gehele transporttraject beveiligt. Het neutralisatiesysteem moet voldoen aan criteria die moeten worden vastgesteld (waaronder de goedkeuring in ten minste één deelnemende lidstaat).
-
b)Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd voertuig dat niet uitgerust is met een neutralisatiesysteem dat de bankbiljetten over het gehele transporttraject beveiligt
Bij deze optie moet het voertuig volledig gepantserd zijn om schoten van vuurwapens te weerstaan. Het bewakingspersoneel moet kogelvrije vesten dragen en de bestaande regels naleven van de lidstaten waar het transport plaatsvindt, met name wat betreft het feit of zij al dan niet wapens mogen/moeten dragen en wat betreft het maximum toegelaten kaliber.
Wat betreft het bezit en het dragen van wapens worden twee elkaar uitsluitende alternatieven naar voren gebracht voor verdere bespreking: i) de invoering van een speciale, nog te specificeren "Europese vuurwapenpas voor bewakingspersoneel van geldtransporten". De pas wordt afgegeven door de lidstaat die de grensoverschrijdende geldtransportvergunning heeft verleend en enkel aan bewakingspersoneel dat reeds een nationale wapenvergunning bezit en werkzaam is bij een bedrijf dat een grensoverschrijdende geldtransportvergunning bezit; of
-
ii)het bewakingspersoneel dient een wapenvergunning aan te vragen bij de nationale autoriteiten van de betrokken lidstaten (op voorwaarde dat zij toelaten dat bewakingspersoneel wapens draagt).
Om de bestaande nationale wetgeving te respecteren, dient daarnaast een procedure te worden ingevoerd voor gevallen waarin het beveiligde voertuig zich verplaatst van een lidstaat waar het dragen van wapens verplicht is naar een lidstaat waar het dragen van wapens verboden is. In dat geval moeten de wapens worden opgeborgen in een brandkast in het voertuig voordat dit het grondgebied van de laatstgenoemde lidstaat binnenrijdt en ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel tot het voertuig zich bevindt op het grondgebied van een lidstaat waar het bewakingspersoneel wel wapens mag dragen. Zodra de brandkast gesloten is, mag zij enkel kunnen worden geopend door een interventie op afstand van het controlecentrum van het voertuig.
-
c)Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd voertuig dat uitgerust is met een neutralisatiesysteem dat de bankbiljetten over het gehele transporttraject beveiligt
Bij deze optie worden de beschermingsmaatregelen van de opties a) en b) gecombineerd, met name zowel een neutralisatiesysteem dat de bankbiljetten over het gehele transporttraject beveiligt als een volledige pantsering van het voertuig. Dezelfde regels gelden als voor optie b), maar bovendien moet het voertuig ook uitgerust zijn met een neutralisatiesysteem als bedoeld in optie a) en moet het zeer duidelijke tekenen dragen waaruit dit blijkt.
-
d)Transport van uitsluitend muntstukken
Dit is het enige type transport dat van toepassing mag zijn op grensoverschrijdend transport van uitsluitend muntstukken. Muntstukken zijn zwaar in verhouding tot hun waarde en daarom moeilijker en minder aantrekkelijk om te stelen. Dit blijkt ook uit het feit dat er in het verleden in de Gemeenschap bijna geen overvallen zijn geweest op voertuigen die uitsluitend muntstukken vervoeren. Daarom zou het voertuig zeer duidelijke tekenen moeten dragen die aangeven dat het uitsluitend muntstukken vervoert. Om het bewakingspersoneel te beschermen, moet de cabine van het voertuig gepantserd zijn. De vraag of het bewakingspersoneel gewapend moet zijn of niet, moet nog in detail worden besproken.
3.5. Sancties
Het is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de bepalingen worden gehandhaafd. Derhalve moeten adequate sancties worden vastgesteld voor het geval de bepalingen niet worden gerespecteerd. Tegelijk is het belangrijk dat de sanctie evenredig is met de ernst van de inbreuk.
Bij een inbreuk op de voorwaarden waaronder de grensoverschrijdende
geldtransportvergunning is verleend, moet de vergunningverlenende autoriteit kunnen beslissen om een waarschuwing te geven, de vergunning voor bepaalde tijd op te schorten of de vergunning volledig in te trekken. Om de lidstaat van ontvangst een vangnet te bieden, wordt tevens voorgesteld de lidstaat waar het transport passeert of waar de dienst wordt verstrekt, het recht te verlenen de vergunning tijdelijk op te schorten als er een ernstige inbreuk op de regels wordt vastgesteld, met name met betrekking tot de naleving van het minimumaantal bewakingsagenten of de regels inzake vuurwapens, in afwachting van een besluit van de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst. Ten slotte is het
de bedoeling dat de lidstaten elkaar informeren over eventuele overtredingen en desbetreffende straffen.
3.6. Overige bepalingen
Om ernstige bedreigingen voor de veiligheid aan te pakken, dient te worden voorzien in een speciale clausule voor veiligheidsmaatregelen in noodsituaties. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een reeks gewelddadige overvallen waardoor tijdelijke politiebegeleiding van alle geldtransporten op het grondgebied van een lidstaat is vereist. Om ongelijke behandeling van buitenlandse ondernemingen ten opzichte van binnenlandse ondernemingen te vermijden, dienen dergelijke noodmaatregelen betrekking te hebben op alle geldtransporten in de betrokken lidstaat. Bovendien moeten zij in de tijd beperkt zijn en aan de Commissie worden meegedeeld. Voorafgaande formele toestemming van de Commissie is vereist voor een eventuele uitbreiding van noodmaatregelen.
Voorts wordt een aantal minimumeisen voor het bewakingspersoneel van geldtransporten beoogd, met name wat betreft blanco strafblad, lichamelijke en geestelijke gezondheid, opleiding en taalvaardigheden.
De gemeenschappelijke regels zouden de toepassing van bestaande EU-wetgeving, met name op sociaal gebied en op het gebied van transport, onverlet laten.
Tot slot wordt voorgesteld de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke regels twee jaar na hun inwerkingtreding en daarna op regelmatige basis te evalueren.
-
4.V OLGENDE STAPPEN
De in de bijlage opgenomen reeks beoogde regels zal met de overheidsdiensten van de lidstaten worden besproken in het kader van een speciaal daartoe opgerichte adhocdeskundigengroep. Met de resultaten van deze besprekingen en de input van de betrokkenen en de belanghebbenden zal rekening worden gehouden bij de effectbeoordeling van eventuele gemeenschappelijke regels, inclusief de beoordeling van de in deel 2 besproken opties, die de Commissie vóór de goedkeuring van een eventueel formeel voorstel zal uitvoeren.
De Commissie verzoekt om commentaar over dit witboek. Bijdragen kunnen uiterlijk tot 30 juni 2009 worden ingezonden, hetzij per e-mail naar: ECFIN-E3@ec.europa.eu hetzij per post naar: Europese Commissie Directoraat-generaal Economische en financiële zaken, Eenheid E.3 Economische aspecten van het regelgevingsbeleid, afdeling eurocontanten en juridische kwesties B-1049 Brussel
Bijlage: Beoogde gemeenschappelijke regels voor het grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone.
BIJLAGE
Beoogde gemeenschappelijke regels voor het grensoverschrijdend transport van
eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone
In onderstaande tekst wordt voor interne verwijzingen de term [verordening] gehanteerd, aangezien het de bedoeling is om voor de vaststelling van eventuele toekomstige gemeenschappelijke regels het instrument van de verordening te gebruiken.
DEEL 1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VOOR ALLE TYPES GRENSOVERSCHRIJDEND TRANSPORT VAN EUROCONTANTEN OVER DE WEG
A. Toepassingsgebied
Het onder de bepalingen van deze [verordening] vallende grensoverschrijdende transport van eurocontanten wordt overdag uitgevoerd en het beveiligde voertuig moet op dezelfde dag vertrekken uit en terugkeren naar het land van herkomst.
Transporten van punt naar punt mogen echter worden uitgevoerd binnen een periode van 24 uur, op voorwaarde dat nachtelijk geldtransport reeds toegelaten is bij de nationale regelgeving in de lidstaat van herkomst, in de lidstaten van doorvoer en in de lidsta(a)ten waar de dienst wordt verstrekt.
Transporten van eurobankbiljetten en -munten met een nominale waarde van meer dan 15 miljoen EUR die i) worden uitgevoerd tussen centrale banken van deelnemende lidstaten en ii) begeleid worden door het leger en/of de politie, vallen niet onder het toepassingsgebied van deze [verordening].
B. Grensoverschrijdende geldtransportvergunning
-
a)Een onderneming die grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg wenst uit te voeren, vraagt een grensoverschrijdende geldtransportvergunning aan bij de bevoegde instanties in haar lidstaat van herkomst.
-
b)De grensoverschrijdende geldtransportvergunning wordt door de bevoegde nationale instanties verleend voor een periode van [drie] jaar aan ondernemingen die op hun grondgebied gevestigd zijn, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
-de aanvragende onderneming moet van de lidstaat waarbij de aanvraag voor een grensoverschrijdende geldtransportvergunning werd ingediend, de goedkeuring hebben verkregen om grensoverschrijdend geldtransport uit te voeren. Indien in de lidstaat geen specifieke vergunningsprocedure voor geldkoeriersbedrijven bestaat die verder gaat dan de algemene regels voor de beveiligings- of transportsector, moet het bedrijf bewijsmateriaal verstrekken waaruit blijkt dat het, voorafgaand aan de aanvraag, gedurende ten minste [twaalf] maanden regelmatig zakelijke geldtransporten heeft uitgevoerd zonder daarbij de relevante nationale wetgeving te hebben overtreden. Bovendien mogen de bedrijfsleiders en de leden van de raad van bestuur geen misdrijven in verband met dergelijke activiteiten op hun strafblad hebben staan;
-
-de aanvragende onderneming, haar werknemers, de door haar gebruikte voertuigen en de door haar gevolgde beveiligingsprocedures voor het grensoverschrijdend transport van eurocontanten moeten voldoen aan de in deze [verordening] en in andere relevante Gemeenschapswetgeving vastgelegde regels of, indien daar in deze [verordening] uitdrukkelijk naar wordt verwezen, aan de geldende nationale wetgeving die specifiek op geldtransporten van toepassing is.
-
c)De grensoverschrijdende geldtransportvergunning wordt opgesteld overeenkomstig het [nog te definiëren] model. Voertuigen die bij professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg betrokken zijn, moeten te allen tijde het origineel of een gecertificeerd exemplaar van een geldige vergunning aan de controle-instanties kunnen overleggen.
-
d)De lidstaten controleren regelmatig of de in de [verordening] vastgestelde regels worden nageleefd, onder meer via willekeurige controles zonder voorafgaande kennisgeving aan de onderneming. Deze controles dienen ten minste eenmaal per jaar plaats te vinden.
C. Bewakingspersoneel van geldtransporten
-
a)Het bewakingspersoneel van geldtransporten voldoet aan de volgende eisen:
-
i)zij mogen geen desbetreffende misdrijven op hun strafblad hebben staan,
-
ii)zij beschikken over een medisch attest waaruit blijkt dat zij lichamelijk en geestelijk geschikt zijn om hun taak te vervullen,
-
iii)zij hebben met succes een initiatieopleiding ter zake van ten minste [200 uren] gevolgd, exclusief opleidingen voor het gebruik van vuurwapens.
De in punt iii) bedoelde initiatieopleiding omvat ten minste [de grensoverschrijdende geldtransportprocedures, de relevante wetgeving, de gedragsregels bij een overval, het gebruik van geldtransportmateriaal en de werkregels van het team]. Ook is regelmatige bijscholing op deze gebieden vereist.
-
b)Ten minste één lid van het in het voertuig aanwezige bewakingspersoneel moet kunnen bewijzen op ten minste A2-niveau de officiële ta(a)l(en) te beheersen die wordt/worden gebruikt in de lidstaat waar het transport passeert en in de lidsta(a)ten waar de dienst wordt verleend.
-
c)Indien geen enkel lid van het bewakingspersoneel de officiële ta(a)l(en) beheerst die wordt/worden gebruikt in de lidstaat van doorvoer en in de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend, staat het voertuig via het controlecentrum van de onderneming in permanente radioverbinding met iemand die kan aantonen dat hij de betrokken taal op ten minste B1niveau beheerst, zodat effectieve communicatie met de nationale autoriteiten te allen tijde mogelijk is.
D. Voertuiguitrusting
-
a)De gebruikte voertuigen zijn uitgerust met een gps-systeem. Het controlecentrum van het geldtransportbedrijf dient in staat te zijn zijn voertuigen te allen tijde te lokaliseren.
-
b)De voertuigen zijn uitgerust met passende communicatie-instrumenten om te allen tijde contact op te kunnen nemen met het controlecentrum van de onderneming die de voertuigen beheert en met de bevoegde nationale instanties. De noodnummers om contact op te nemen met de politiediensten in de lidstaten van doorvoer of waar de dienst wordt verleend, zijn beschikbaar aan boord van het voertuig.
-
c)Voertuigen die zijn uitgerust met een intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten, voldoen aan de in bijlage [...] vastgestelde vereisten.
E. Voorafgaande melding aan de nationale politiediensten
Deze regels laten de toepassing onverlet van nationale regels die voorschrijven dat alle transportactiviteiten van eurocontanten van tevoren aan de politie moeten worden gemeld.
F. Procedures voor de omgang met contanten buiten het voertuig voor geldtransport in de lidstaten waar de dienst wordt verleend
Deze regels laten de toepassing onverlet van nationale regels die de omgang met contanten buiten het voertuig voor geldtransport in de betrokken lidstaat regelen.
G. Wederzijdse informatieverstrekking
-
a)De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in de punten E en F vermelde regels en brengen haar onmiddellijk op de hoogte van alle wijzigingen daarvan. De Commissie zorgt ervoor dat die regels via de passende kanalen bekend worden gemaakt in alle officiële talen van de deelnemende lidsta(a)t(en), zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken actoren snel op de hoogte kunnen worden gebracht.
-
b)De lidstaten houden een register bij van alle ondernemingen waaraan zij een grensoverschrijdende geldtransportvergunning hebben verleend en brengen elkaar op de hoogte van de inhoud daarvan. Zij passen het register aan wanneer er zich wijzigingen voordoen, zoals bij een besluit tot opschorting of intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel [...] en brengen elkaar onmiddellijk op de hoogte van die aanpassing.
-
c)Een onderneming die over een grensoverschrijdende geldtransportvergunning beschikt, deelt de vergunningverlenende autoriteit lang genoeg van tevoren de namen mee van de lidsta(a)t(en) waar zij geldtransporten zal uitvoeren. De lidstaat van herkomst brengt vervolgens onmiddellijk de betrokken lidsta(a)t(en) ervan op de hoogte dat de grensoverschrijdende activiteit van start gaat.
DEEL 2. SPECIFIEKE REGELS VOOR DE VIER TOEGELATEN TRANSPORTTYPES
A. Transport van bankbiljetten in een ongepantserd voertuig of een voertuig met gepantserde cabine, dat uitgerust is met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten
Ondernemingen die over een grensoverschrijdende geldtransportvergunning beschikken, mogen overdag grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een voertuig dat uitgerust is met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
a)het voertuig moet ofwel er normaal uitzien, ofwel over een gepantserde cabine beschikken en zeer duidelijke tekenen dragen, in de officiële ta(a)l(en) van de lidsta(a)t(en) van doorvoer en van de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend, dat het uitgerust is met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten;
-
b)het gebruikte intelligente systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten moet voldoen aan de in [bijlage ...] vastgestelde beginselen en in ten minste één deelnemende lidstaat zijn goedgekeurd;
-
c)ten minste twee bewakingsagenten moeten het voertuig begeleiden en zij moeten ongewapend zijn; zij mogen geen uniform dragen indien het voertuig waarin zij zich bevinden er normaal uitziet;
-
d)een lidstaat mag beslissen dat onderhavig [artikel] niet van toepassing is op grensoverschrijdend transport van eurocontanten dat op zijn grondgebied plaatsvindt, op voorwaarde dat hij geen vergelijkbare vervoerswijzen voor binnenlands geldtransport toelaat. De betrokken lidstaat brengt de beslissing om dit [artikel] niet toe te passen ter kennis van de Commissie, die ervoor zorgt dat een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt. Het besluit wordt van kracht één maand na de bekendmaking ervan.
B. Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd voertuig dat niet is uitgerust met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten
Ondernemingen die over een grensoverschrijdende geldtransportvergunning beschikken, mogen overdag grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een volledig gepantserd voertuig dat niet is uitgerust met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
a)het bewakingspersoneel moet voldoen aan de in de lidsta(a)t(en) van doorvoer en in de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend bestaande regels wat betreft het dragen van vuurwapens en het maximaal toegelaten kaliber. Bij het betreden van het grondgebied van een lidstaat waar bewakingspersoneel niet gewapend mag zijn, dienen eventuele vuurwapens van bewakingspersoneel aan boord te worden opgeborgen in een brandkast die voldoet aan de Europese norm [EN 1143-1]. De vuurwapens moeten tijdens het gehele transport over het grondgebied van die lidstaat ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel. Zij mogen uit de brandkast verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat waar bewakingspersoneel wel wapens mag dragen. De brandkast voor vuurwapens mag enkel kunnen worden geopend door een interventie op afstand van het controlecentrum van het voertuig en pas nadat het controlecentrum de exacte geografische locatie van het voertuig heeft gecontroleerd;
-
b)het bewakingspersoneel van geldtransporten moet:
[Optie 1: in het bezit zijn van een "Europese vuurwapenpas voor bewakingspersoneel van geldtransporten". Deze pas wordt verleend door de onderneming documenten te verschaffen die overeenstemmen met het in bijlage [...] opgenomen model. De pas wordt op verzoek afgegeven aan bewakingspersoneel dat reeds een overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving verleende wapenvergunning bezit en werkzaam is bij een bedrijf dat een grensoverschrijdende geldtransportvergunning bezit, en moet worden afgegeven door de lidstaat die de grensoverschrijdende geldtransportvergunning heeft verleend.
Het bewakingspersoneel moet de Europese vuurwapenpas aan de politiediensten kunnen overleggen wanneer er een controle wordt uitgevoerd in verband met het grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg. Gewapend bewakingspersoneel moet ten minste [30] uren opleiding hebben gevolgd betreffende het gebruik van vuurwapens en moet daarna ten minste [eenmaal per jaar] bijscholing krijgen omtrent het gebruik ervan.]
[Optie 2: een vuurwapenvergunning aanvragen bij de nationale instanties van de lidsta(a)t(en) van doorvoer en/of de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend, indien in die lidstaten het bewakingspersoneel vuurwapens mag dragen.]
-
c)er zijn ten minste drie bewakingsagenten per voertuig. Zij moeten kogelvrije vesten dragen die ten minste bestand zijn tegen projectielen type 44 Magnum en voldoen aan de norm [NIJIIIA] of gelijkwaardige eisen;
-
d)de delen van het voertuig waarin het bewakingspersoneel zich bevindt, moeten ten minste gepantserd zijn om schoten van vuurwapens type kalasjnikov/AK47 te weerstaan en voldoen aan de norm [EN 1522, klasse FB4+] of gelijkwaardige eisen.
C. Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd voertuig dat is uitgerust met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten
Ondernemingen die over een grensoverschrijdende geldtransportvergunning beschikken, mogen overdag grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een volledig gepantserd voertuig dat is uitgerust met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten, indien aan de in deel 2, punt B, en deel 2, punt A, onder b), gestelde voorwaarden is voldaan. Het voertuig moet bovendien zeer duidelijke tekenen dragen, in de officiële ta(a)l(en) van de lidsta(a)t(en) van doorvoer en van de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend, dat het uitgerust is met een neutralisatiesysteem voor bankbiljetten.
Er zijn ten minste twee bewakingsagenten per voertuig.
D. Transport van muntstukken
Ondernemingen die over een grensoverschrijdende geldtransportvergunning beschikken, mogen overdag grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een voertuig dat alleen muntstukken vervoert, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
a)de cabine van het voertuig moet gepantserd zijn en zeer duidelijke tekenen dragen, in de officiële ta(a)l(en) van de lidsta(a)t(en) van doorvoer en van de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend, dat het uitsluitend muntstukken vervoert;
-
b)er zijn ten minste twee bewakingsagenten per voertuig [en zij moeten ongewapend zijn].
Transporten waarbij zowel muntstukken als bankbiljetten worden vervoerd, vallen onder artikel 8, 9 of 10, naar gelang van het type voertuig dat wordt gebruikt.
DEEL 3. DIVERSEN
A. Definities
-
a)"Grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg": professioneel transport per voertuig van bankbiljetten en/of muntstukken van een deelnemende lidstaat die een grensoverschrijdende geldtransportvergunning als gedefinieerd in deze [verordening] heeft verleend voor de levering van eurobankbiljetten en/of -muntstukken aan, of het ophalen ervan bij een of meer klanten die gevestigd zijn in een of meer andere deelnemende lidstaten, alsmede in de lidstaat van herkomst.
-
b)"Intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten": koffers voor bankbiljetten voor het gehele transporttraject (met name permanente bescherming van de bankbiljetten via een geldontwaardingssysteem van de ene beveiligde zone naar de andere), die uitgerust zijn met een mechanisme voor definitieve neutralisatie van de bankbiljetten in geval van een ongeoorloofde poging om de koffer te openen.
-
c)"Lidstaat van herkomst": de lidstaat op wiens grondgebied het geldkoeriersbedrijf is gevestigd en die het begin- en eindpunt vormt van het traject dat wordt afgelegd door het voertuig dat het geldtransport uitvoert. Het koeriersbedrijf wordt als "gevestigd" beschouwd indien het daadwerkelijk een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 43 van het Verdrag, uitoefent voor onbepaalde tijd en vanuit een duurzame infrastructuur, van waaruit daadwerkelijk diensten worden verricht.
-
d)"Grensoverschrijdende geldtransportvergunning": een vergunning die over de in bijlage [...] bij deze [verordening] bepaalde fysieke kenmerken beschikt en die de houder toelaat
overeenkomstig de in deze [verordening] vastgestelde voorwaarden grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen de deelnemende lidstaten te verrichten.
-
e)"Normaal voertuig": een voertuig dat er normaal uitziet en dat geen duidelijke tekenen draagt dat het eigendom is van een geldkoeriersbedrijf of dat het wordt gebruikt voor geldtransport.
-
f)"Bewakingspersoneel voor geldtransporten": de werknemers die opdracht hebben gekregen het voertuig waarin het geld wordt vervoerd te besturen, of de inhoud ervan te beschermen.
-
g)"Lidstaat van doorvoer": een of meer andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst van het bedrijf waardoor het voertuig voor geldtransport moet passeren om de lidsta(a)t(en) waar de dienst wordt verleend, te bereiken.
-
h)"Taalvaardigheidsniveau A2 en B1": de taalniveaus als vastgesteld bij het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen van de Raad van Europa.
-
i)"Transport overdag": transport dat wordt uitgevoerd tussen [6 uur] en [22 uur].
-
j)"Transport van punt naar punt": transport van een beveiligde locatie naar een andere beveiligde locatie, zonder tussenstops.
-
k)"Officiële taal": de officiële Gemeenschapsta(a)l(en) die de lokale autoriteiten en de bevolking gebruiken in de gebieden waar het geldtransport plaatsvindt.
B. Sancties
Indien de bevoegde nationale instanties een inbreuk vaststellen op een van de voorwaarden waaronder de grensoverschrijdende geldtransportvergunning is verleend, kan de verlenende autoriteit beslissen de betrokken onderneming een waarschuwing te geven, de vergunning op te schorten voor een periode van [twee weken tot twee maanden] of de vergunning volledig in te trekken, naar gelang van de aard of de ernst van de inbreuk. De verlenende autoriteit kan de betrokken onderneming ook voor een periode van maximaal [5 jaar] verbieden een nieuwe vergunning aan te vragen.
De lidstaat van doorvoer of de lidstaat waar de dienst wordt verleend, brengt de bevoegde nationale instanties van de lidstaat van herkomst op de hoogte van alle inbreuken op deze [verordening]. De lidstaat van doorvoer of de lidstaat waar de dienst wordt verleend, kan het recht van de onderneming om transport van eurocontanten over de weg op zijn grondgebied te verrichten opschorten voor een maximumperiode van [één maand] indien de bepalingen van deze [verordening] betreffende het minimumaantal bewakingsagenten per voertuig of betreffende het dragen van vuurwapens niet werden nageleefd, in afwachting van een beslissing van de verlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst.
C. Evaluatie
De Commissie brengt uiterlijk [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] aan de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging ervan, en vervolgens om de vijf jaar.
D. Veiligheidsmaatregelen in noodsituaties
-
a)In afwijking van de standaardregel kan een lidstaat, in geval van een dringend probleem dat de veiligheid van geldtransporten in het gedrang brengt, beslissen tijdelijke beveiligingsmaatregelen in te voeren die verder gaan dan die waarin deze regels voorzien. Die tijdelijke maatregelen zijn van toepassing op alle geldtransporten, gelden voor een maximumperiode van vier weken en worden onmiddellijk aan de Commissie gemeld. De Commissie draagt zorg voor een spoedige openbaarmaking ervan.
-
b)De verlenging van de onder a) bedoelde tijdelijke maatregelen tot een periode van meer dan vier weken wordt van tevoren door de Commissie goedgekeurd.
E. Andere Gemeenschapswetgeving
Deze [verordening] laat de toepassing onverlet van bestaande Gemeenschapswetgeving, met name op het gebied van arbeidsvoorwaarden, gezondheid en veiligheid op het werk en transport.
F. Intelligente systemen voor de neutralisatie van bankbiljetten
Zolang er geen specifieke Europese norm is, moeten deze systemen worden goedgekeurd in één
deelnemende lidstaat. Bovendien moet het systeem aan de volgende minimumvoorwaarden voldoen:
het intelligente systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten moet uitgerust zijn met een
·
apparaat dat permanent kan controleren of de geprogrammeerde instructies worden nageleefd en dat abnormale gebeurtenissen kan opsporen. Het bewakingspersoneel mag het systeem niet kunnen openen buiten de voorgeprogrammeerde periodes en locaties;
het intelligente systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten moet, in geval van een
·
ongeoorloofde poging om de koffer te openen, ten minste 20% van het oppervlak van beide zijden van 100% van de bankbiljetten permanent neutraliseren (m.a.w. ongeschikt maken voor cashtransacties) met een onuitwisbare, ondoorzichtige inkt of op een andere manier. Indien inkt wordt gebruikt, mag de inkt na verloop van tijd of door blootstelling aan hitte of licht niet aanzienlijk vervagen.
G. Gemeenschappelijke referentieniveaus van de Raad van Europa
Gebruiker B1: Kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitgesproken standaardtaal wordt gesproken over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school, in de vrije tijd, enz. Kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Kan ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities beschrijven en in het kort redenen geven voor meningen en plannen.
Gebruiker A2: Kan zinnen en de meest frequente uitdrukkingen begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn (bijvoorbeeld basisinformatie over zichzelf en zijn familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op gebied van directe behoeften beschrijven.
- 18 mei '09COM(2009)214 - Witboek betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone
- 13 jan '04COM(2004)2 - Diensten op de interne markt [SEC(2004) 21]
- 19 jun '91COM(1991)230; - Detachering van werknemers met het oog op het verlenen van diensten
-
Instelling van een Comité van deskundigen inzake de detachering van werknemers

