AANBEVELING VAN DE RAAD betreffende patiëntveiligheid, met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

betreffende patiëntveiligheid,

met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 152,

lid 4, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

1

Gezien het advies van het Europees Parlement , 2

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité , 3

Gezien het advies van het Comité van de Regio's ,

1 Advies van 23 april 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). 2 Advies van 25 maart 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). 3 Advies van 22 april 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 152 van het Verdrag bepaalt dat het optreden van de Gemeenschap, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, gericht dient te zijn op verbetering van de

volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen

van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid.

(2) Geschat wordt dat in de lidstaten tussen 8 en 12% van de ziekenhuispatiënten bij de 1

ontvangst van gezondheidszorg te maken krijgt met ongewenste voorvallen .

(3) Geschat wordt dat gemiddeld één ziekenhuispatiënt op twintig een zorginfectie oploopt, wat overeenkomst met 4,1 miljoen patiënten per jaar in de EU, en dat jaarlijks 37 000

mensen overlijden als gevolg van deze infecties.

(4) Gebrekkige patiëntveiligheid is een ernstig volksgezondheidsprobleem en legt een groot beslag op de beperkte middelen voor gezondheid. Een groot deel van de ongewenste

voorvallen, zowel in de intramurale als in de primaire zorg, kan worden voorkomen, en

systemische factoren spelen een zeer grote rol.

(5) Het voorstel van de Commissie bouwt voort op het werk op het gebied van de patiënt veiligheid dat verricht is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in het kader van

de World Alliance for Patient Safety (wereldwijde alliantie voor patiëntveiligheid), de

Raad van Europa en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

(OESO), en vormt daar een aanvulling op.

1 Technisch rapport "Improving patient safety in the EU", opgesteld voor de Europese Commissie, gepubliceerd in 2008 door RAND Corporation.

(6) Door middel van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling 1 ondersteunt de Commissie onderzoek naar gezondheidsstelsels, met name naar de kwaliteit

van de gezondheidszorg zoals bedoeld in het thema Gezondheid, waarbij nadruk wordt

gelegd op patiëntveiligheid. Daaraan wordt ook bijzondere aandacht besteed in het thema

Informatie- en Communicatietechnologie.

(7) In het witboek "Samen werken aan gezondheid: een EU-strategie voor 2008-2013" van 2

23 oktober 2007 wordt patiëntveiligheid genoemd als een gebied waar moet worden opgetreden.

(8) Er zijn aanwijzingen dat de ontwikkeling en implementatie van effectieve en alles omvattende strategieën inzake patiëntveiligheid niet in alle EU-lidstaten even ver

3

gevorderd zijn . Daarom is het de bedoeling dat dit initiatief een kader schept voor het stimuleren van beleidsontwikkeling en toekomstig optreden in en tussen de lidstaten om de

belangrijkste problemen in verband met patiëntveiligheid waarmee de EU wordt

geconfronteerd, aan te pakken.

(9) Patiënten moeten worden geïnformeerd en moeten zeggenschap krijgen door hen bij het proces van patiëntveiligheid te betrekken; zij moeten op de hoogte zijn van de normen voor

patiëntveiligheid, de beste praktijken en/of de bestaande veiligheidsmaatregelen en weten

hoe zij toegankelijke en begrijpelijke informatie in verband met klachten- en

verhaalsystemen kunnen vinden.

1

Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). 2 COM(2007) 630 definitief.

3 Het door het volksgezondheidsprogramma 2003-2008 van de Gemeenschap gefinancierde project "Safety Improvement for Patients in Europe" (SIMPATIE, Verbeterde veiligheid voor patiënten in Europa), www.simpatie.org.

(10) De lidstaten moeten alomvattende meldings- en leersystemen opzetten, in stand houden of verbeteren zodat de omvang en oorzaken van ongewenste voorvallen in kaart kunnen

worden gebracht met het oog op het ontwikkelen van efficiënte oplossingen en

interventies. Patiëntveiligheid moet een vast onderdeel vormen van de opleiding en

scholing van gezondheidswerkers, als zorgverstrekkers.

(11) Op Gemeenschapsniveau moeten vergelijkbare en geaggregeerde gegevens worden verzameld met het oog op de totstandbrenging van efficiënte en transparante programma's,

structuren en beleidsmaatregelen voor patiëntveiligheid, en de beste praktijken moeten

onder de lidstaten worden verspreid. Om van elkaar te kunnen leren, moeten de lidstaten en

de Europese Commissie samen een gemeenschappelijke terminologie in verband met

patiëntveiligheid en gemeenschappelijke indicatoren ontwikkelen, rekening houdend met

het werk van de relevante internationale organisaties.

(12) Hulpmiddelen op basis van informatie- en communicatietechnologie, zoals elektronische patiëntendossiers of elektronische recepten, kunnen bijdragen tot betere patiëntveiligheid,

bijvoorbeeld door het systematisch screenen op mogelijke wisselwerking van genees-

middelen of allergieën voor geneesmiddelen. Hulpmiddelen op basis van informatie- en

communicatietechnologie dienen tevens het inzicht van de geneesmiddelengebruikers te

verbeteren.

(13) Er moet een nationale strategie worden ontwikkeld die een aanvulling vormt op de

strategieën voor een verstandig gebruik van antimicrobiële middelen 1 , waarbij preventie en bestrijding van zorginfecties in de nationale volksgezondheidsdoelstellingen worden

opgenomen en waarbij wordt beoogd het risico op zorginfecties in zorginstellingen te

verminderen. Het is van essentieel belang dat in de kernfinanciering voor de gezondheids-

zorg de nodige middelen worden uitgetrokken voor de uitvoering van de onderdelen van de

nationale strategie.

(14) De preventie en bestrijding van zorginfecties moet voor zorginstellingen een strategische prioriteit voor de lange termijn zijn. Alle hiërarchische niveaus en functies moeten samen-

werken aan resultaatgericht gedrag en organisatorische verandering, door op alle niveaus

verantwoordelijkheden te definiëren, ondersteuningsfaciliteiten en plaatselijke technische

hulpmiddelen te organiseren en evaluatieprocedures in het leven te roepen.

(15) Er zijn niet altijd voldoende gegevens over zorginfecties beschikbaar om surveillance netwerken in staat te stellen zinnige vergelijkingen te maken tussen instellingen, de

epidemiologie van aan gezondheidszorg gerelateerde pathogenen te volgen en het

preventie- en bestrijdingsbeleid voor zorginfecties te evalueren en begeleiden. Derhalve

moeten surveillancesystemen worden opgezet of versterkt, zowel op het niveau van de

zorginstellingen als op regionaal en nationaal niveau.

1 Bv. de conclusies van de Raad over antimicrobiële resistentie van 10 juni 2008 (doc. 9637/08)

(16) De lidstaten dienen ernaar te streven het aantal mensen dat een zorginfectie oploopt, terug te dringen. Ten einde het aantal zorginfecties te reduceren, dient de indienstneming van in

infectiebestrijding gespecialiseerde beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg te worden

aangemoedigd. Tevens dienen de lidstaten en hun zorginstellingen te overwegen

verbindingspersonen voor infectiebestrijding in te zetten om hun specialisten inzake

infectiebestrijding op klinisch niveau bij te staan.

(17) De lidstaten dienen via nauwe samenwerking met de fabrikanten van medische apparatuur en toepassingen te bewerkstelligen dat zij in het ontwerp van hun producten meer rekening

houden met de patiëntveiligheid om het aantal ongewenste voorvallen in de gezondheids-

zorg terug te dringen.

(18) Om de bovengenoemde patiëntveiligheidsdoelstellingen, waaronder de preventie en bestrijding van zorginfecties, te verwezenlijken, moeten de lidstaten zorgen voor een

totaalaanpak en tegelijkertijd overwegen welke elementen reële gevolgen hebben voor de

prevalentie en de belasting van ongewenste voorvallen.

(19) Bij het optreden van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid moet ten volle rekening worden gehouden met de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor de

organisatie en verstrekking van gezondheidsdiensten en medische zorg,

BEVEELT AAN:

Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt verstaan onder:

"ongewenst voorval": een incident dat een patiënt schade berokkent;.

"schade": een verslechtering van de structuur of functie van het lichaam en/of enig schadelijk

gevolg daarvan;.

"zorginfectie": aandoeningen of pathologieën die verband houden met de aanwezigheid van een

infectiekiem of producten daarvan, ten gevolge van blootstelling aan faciliteiten of procedures van

gezondheidszorg;

"patiëntveiligheid": het vrij zijn van een patiënt van onnodige schade of potentiële schade die

verband houdt met gezondheidszorg;

"procesindicator": een indicator die betrekking heeft op het naleven van overeengekomen

activiteiten zoals handhygiëne, surveillance en standaardwerkprocedures;

"structuurindicator": een indicator die betrekking heeft op middelen, zoals personeel, infrastructuur

en comités.

BEVEELT AAN DAT DE LIDSTATEN:

I. Algemene patiëntveiligheidsaspecten

  • 1) 
    De totstandbrenging en ontwikkeling van nationaal beleid en nationale programma's ondersteunen door:
  • a) 
    de bevoegde autoriteit of autoriteiten of enige andere bevoegde instantie of instanties aan te wijzen die op hun grondgebied verantwoordelijk zijn voor patiëntveiligheid;
  • b) 
    patiëntveiligheid als prioriteit op te nemen in gezondheidsbeleid en -programma's op nationaal, regionaal en lokaal niveau;
  • c) 
    steun te verlenen aan de ontwikkeling van veiliger en gebruiksvriendelijke systemen, processen en hulpmiddelen, met inbegrip van het gebruik van informatie- en

communicatietechnologie;

  • d) 
    de veiligheidsnormen en/of beste praktijken voor de op hun grondgebied verstrekte gezondheidszorg op gezette tijden te herzien en bij te werken;
  • e) 
    medische beroepsorganisaties aan te moedigen een actieve rol te spelen bij patiënt veiligheid;
  • f) 
    specifieke aandacht te besteden aan het bevorderen van veilige praktijken ter voor koming van de meest voorkomende ongewenste voorvallen zoals voorvallen in

verband met medicatie en zorginfecties en complicaties tijdens of na chirurgische

ingrepen.

  • 2) 
    Burgers en patiënten zeggenschap geven door:
  • a) 
    patiëntenorganisaties en -vertegenwoordigers te betrekken bij de ontwikkeling van beleid en programma's voor patiëntveiligheid op alle passende niveaus;
  • b) 
    onder patiënten informatie te verspreiden over: i) de vigerende normen inzake patiëntveiligheid;
  • ii) 
    de risico's, de getroffen veiligheidsmaatregelen, waaronder beste praktijken, om fouten te beperken of te voorkomen, en het recht op geïnformeerde

toestemming voor behandeling om het maken van keuzes en beslissingen voor

patiënten te vergemakkelijken;

  • iii) 
    klachtenprocedures en de rechtsmiddelen die hun ter beschikking staan en over de toepasselijke voorwaarden;
  • c) 
    na te gaan wat de mogelijkheden zijn voor het ontwikkelen van kerncompetenties voor patiëntveiligheid (d.w.z. de belangrijkste kennis, attituden en vaardigheden die

nodig zijn voor veiligere zorg) voor patiënten.

  • 3) 
    Niet-blamerende meldings- en leersystemen voor ongewenste voorvallen opzetten of versterken die:
  • a) 
    informatie verschaffen over de omvang, typen en oorzaken van fouten, ongewenste voorvallen en bijna-ongelukken;
  • b) 
    gezondheidswerkers aanmoedigen actief te rapporteren door een open, eerlijke en niet-punitieve meldomgeving op te zetten. Deze rapportering moet worden

onderscheiden van disciplinaire systemen en procedures voor gezondheidswerkers in

de lidstaten, en de juridische kwesties in verband met de aansprakelijkheid van

gezondheidswerkers moeten indien nodig duidelijk worden gemaakt;

  • c) 
    patiënten, hun verwanten en andere informele zorgverleners in staat stellen hun ervaringen te melden;
  • d) 
    andere meldingssystemen in verband met veiligheid, zoals die voor geneesmiddelen bewaking en medische hulpmiddelen, aanvullen, maar tegelijk overlappende

rapportering waar mogelijk vermijden.

  • 4) 
    Op het passende niveau de opleiding en scholing van gezondheidswerkers op het gebied van patiëntveiligheid bevorderen door:
  • a) 
    het aanmoedigen van multidisciplinaire opleiding en scholing op het gebied van patiëntveiligheid voor alle beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, andere

gezondheidswerkers en relevant leidinggevend en administratief personeel in

zorgomgevingen;

  • b) 
    patiëntveiligheid op te nemen in de tertiaire basis- en vervolgopleidingen, de opleiding op de werkplek en de bij- en nascholing van beroepsbeoefenaren in de

gezondheidszorg;

  • c) 
    de ontwikkeling te overwegen van kerncompetenties voor patiëntveiligheid (d.w.z. de belangrijkste kennis, attituden en vaardigheden die nodig zijn voor veiligere zorg)

ten behoeve van alle gezondheidswerkers en relevant leidinggevend en administratief

personeel;

  • d) 
    onder alle gezondheidswerkers informatie te verspreiden over de normen inzake patiëntveiligheid, de risico's en de getroffen veiligheidsmaatregelen, waaronder best

practices, ter voorkoming en beperking van fouten en schade, en hun betrokkenheid

te bevorderen;

  • e) 
    samen te werken met organisaties voor beroepsopleiding in de gezondheidszorg om te verzekeren dat patiëntveiligheid in de curricula van het hoger onderwijs en in de

bij- en nascholing van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg voldoende

aandacht krijgt, en dat met name de nodige vaardigheden worden ontwikkeld om

zich de gedragsveranderingen eigen te maken en te vertonen die nodig zijn om de

patiëntveiligheid te verbeteren door middel van systeemverandering.

  • 5) 
    De patiëntveiligheid op het niveau van de Gemeenschap classificeren en meten door onderling en met de Commissie samen te werken teneinde:
  • a) 
    gemeenschappelijke definities en terminologie te ontwikkelen, met inachtneming van internationale normalisatieactiviteiten, zoals de internationale classificatie voor

patiëntveiligheid die door de WHO wordt ontwikkeld en het werk van de Raad van

Europa op dit gebied;

  • b) 
    een samenstel van betrouwbare en vergelijkbare indicatoren te ontwikkelen om veiligheidsproblemen te constateren, de effectiviteit van interventies ter verbetering

van de veiligheid te beoordelen en te bevorderen dat de lidstaten van elkaar leren;

daarbij dient rekening te worden gehouden met het werk dat op nationaal niveau is

verricht en met internationale activiteiten zoals het OESO-project inzake indicatoren

voor de kwaliteit van de gezondheidszorg (health care quality indicators) en het

project "gezondheidsindicatoren van de Europese Gemeenschap";

  • c) 
    naar type en aantal uitgesplitste, vergelijkbare gegevens en informatie over de patiëntveiligheidsresultaten te verzamelen en met elkaar te delen, teneinde te

bevorderen dat de lidstaten van elkaar leren en informatie te verzamelen om

prioriteiten te kunnen stellen, om de lidstaten te helpen in de toekomst nuttige

indicatoren te beschikking van het publiek te stellen.

  • 6) 
    Kennis, ervaring en beste praktijken uitwisselen door onderling en met de Europese Commissie en met de betrokken Europese en internationale instanties samen te werken

aan:

  • a) 
    het opzetten van efficiënte en transparante programma's, structuren en beleid voor patiëntveiligheid, met inbegrip van meldings- en leersystemen, om ongewenste

voorvallen in de gezondheidszorg aan te pakken;

  • b) 
    de effectiviteit van interventies en oplossingen op het gebied van patiëntveiligheid in de zorgomgeving en het beoordelen van de mate waarin deze kunnen worden overge-

nomen;

  • c) 
    het tijdig aan elkaar doorgeven van belangrijke patiëntveiligheidswaarschuwingen. 7) Onderzoek op het gebied van patiëntveiligheid ontwikkelen en bevorderen.

II. Preventie en bestrijding van zorginfecties

  • 8) 
    Op het passende niveau een strategie voor de preventie en bestrijding van zorginfecties vaststellen en uitvoeren, waarbij de volgende doelstellingen worden nagestreefd:
  • a) 
    op lidstaatniveau of regionaal niveau preventie- en bestrijdingsmaatregelen toepassen om zorginfecties te helpen inperken en met name:
  • i) 
    in alle zorgomgevingen naargelang de omstandigheden op risico gebaseerde standaardmaatregelen voor de preventie en bestrijding van infecties toepassen;
  • ii) 
    er voor zorgen dat zorgverleners die een specifieke patiënt behandelen of verzorgen gelijklopende maatregelen nemen ter preventie en bestrijding van

infecties, en dat deze maatregelen worden gemeld;

  • iii) 
    op lidstaatniveau richtsnoeren en aanbevelingen beschikbaar stellen; iv) met behulp van structuur- en procesindicatoren en de resultaten van de bestaande accreditatie- of certificatieprocedures de naleving van aanbevolen

preventie- en bestrijdingsmaatregelen aanmoedigen;

  • b) 
    verbetering van de infectiepreventie en -bestrijding op het niveau van de zorg instellingen, in het bijzonder door zorginstellingen aan te sporen te zorgen voor:
  • i) 
    een programma ter preventie en bestrijding van zorginfecties dat aspecten als de organisatorische en structurele inrichting, de diagnose- en

behandelprocedures (bv. "antimicrobial stewardship"), de vereiste middelen,

surveillancedoelstellingen, opleiding en patiëntenvoorlichting omvat;

  • ii) 
    passende bedrijfsorganisatorische regelingen om het programma ter preventie en bestrijding van zorginfecties op te stellen en daarop toezicht te houden;
  • iii) 
    passende organisatorische regelingen en gekwalificeerd personeel om het programma ter preventie en bestrijding van zorginfecties uit te voeren;
  • c) 
    het opzetten of versterken van actieve surveillancesystemen door: i) op het niveau van de lidstaten of op regionaal niveau:

­ in voorkomend geval, op gezette tijden prevalentie-onderzoeken te organiseren;

­ rekening houdend met het belang van de surveillance van bepaalde infectietypen nationale referentiegegevens te verkrijgen, gekoppeld aan

proces- en structuurindicatoren om de nationale strategie te evalueren;

­ ervoor te zorgen dat gezondheidszorggerelateerde organismen die gesignaleerd moeten worden of clusters van zorginfecties snel worden

opgespoord en overeenkomstig de nationale voorschriften aan de

bevoegde instantie worden gemeld;

­ clusters en infectietypen die voor de Gemeenschap of internationaal 1

gezien relevant zijn, overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving te melden;

  • ii) 
    op het niveau van de zorginstellingen:

­ microbiologische documentatie en patiëntendossiers van hoge kwaliteit aan te moedigen;

­ surveillance te verrichten van de incidentie van bepaalde infectietypen, gekoppeld aan proces- en structuurindicatoren om de implementatie van

maatregelen voor infectiebestrijding te evalueren;

­ surveillance te overwegen van bepaalde infectietypen en/of bepaalde stammen van aan gezondheidszorg gerelateerde pathogenen zodat

gezondheidszorggerelateerde organismen die gesignaleerd moeten

worden of clusters van zorginfecties tijdig worden opgespoord;

  • iii) 
    waar dienstig, gebruik te maken van de door het ECDC aanbevolen surveillancemethoden en indicatoren en de overeenkomstig Beschikking

nr. 2119/98/EG op het niveau van de Gemeenschap overeengekomen

gevalsdefinities;

1 Bijvoorbeeld Beschikking nr. 2119/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998 tot oprichting van een netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten in de Europese Gemeenschap (PB L 268 van 3.10.1998, blz. 1) en Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1).

  • d) 
    het stimuleren van de opleiding en scholing van gezondheidswerkers door: i) op het niveau van de lidstaten of op regionaal niveau:

­ gespecialiseerde scholings- en/of opleidingsprogramma's voor infectie bestrijdingspersoneel vast te stellen en uit te voeren en de opleiding op

het gebied van de preventie en bestrijding van zorginfecties voor andere

gezondheidswerkers te versterken;

  • ii) 
    op het niveau van de zorginstellingen:

­ het volledige zorgpersoneel, met inbegrip van leidinggevenden, regelmatig bijscholing te geven over de basisprincipes van hygiëne en de

preventie en bestrijding van infecties;

­ personeel met specifieke taken in verband met de preventie en bestrijding van zorginfecties regelmatig uitgebreidere bijscholing te geven;

  • e) 
    betere voorlichting van patiënten door de zorginstellingen:
  • i) 
    het beschikbaar stellen van objectieve en begrijpelijke informatie over het risico van zorginfecties, over de preventiemaatregelen die de zorginstelling

heeft genomen en over de wijze waarop patiënten hierbij kunnen helpen;

  • ii) 
    het verstrekken van specifieke voorlichting (bv. over preventie- en bestrijdings maatregelen) aan patiënten die zijn gekoloniseerd of geïnfecteerd met

gezondheidszorggerelateerde pathogenen;

  • f) 
    het steunen van onderzoek op het gebied van epidemiologie, toepassingen van nano technologieën en nanomaterialen, nieuwe preventieve en therapeutische technieken

en interventies, en naar de kosteneffectiviteit van de preventie en bestrijding van

infecties.

  • 9) 
    Overwegen, zo mogelijk*, een intersectoraal mechanisme of een soortgelijk systeem naargelang de infrastructuur van de lidstaat in te stellen voor de gecoördineerde uitvoering

van de strategie en voor informatie-uitwisseling en coördinatie met de Commissie, het

Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding (ECDC) en de andere lidstaten, dat

samenwerkt met of geïntegreerd is in het bestaande intersectoraal mechanisme dat is

opgezet overeenkomstig Aanbeveling 2002/77/EG van de Raad van 15 november 2001

betreffende het verstandig gebruik van antimicrobiële stoffen in de menselijke

1

geneeskunde . III. Aanvullende aanbevelingen

  • 10) 
    De inhoud van deze aanbeveling verspreiden onder zorgorganisaties, beroepsorganisaties en onderwijsinstellingen en hen aanmoedigen de voorgestelde werkwijzen te volgen zodat

de belangrijkste elementen dagelijks in de praktijk kunnen worden gebracht.

*

(11) Uiterlijk ... , en vervolgens op verzoek van de Commissie, aan de Commissie verslag uitbrengen over de uitvoering ervan met het oog op de follow-up van deze aanbeveling op

communautair niveau.

*

PB: twee jaar na de aanneming van deze aanbeveling.

1 PB L 34 van 5.2.2002, blz.13. *

PB: twee jaar na de aanneming van deze aanbeveling.

VERZOEKT DE COMMISSIE OM:

uiterlijk ... ** op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie een aan de Raad gericht uitvoeringsverslag op te stellen waarin het effect van de aanbeveling wordt beoordeeld, te

overwegen in hoeverre de voorgestelde maatregelen effectief zijn en de noodzaak van verder

optreden te overwegen.

Gedaan te

Voor de Raad

De voorzitter

**

PB: drie jaar na de aanneming van deze aanbeveling.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie