Voorstel voor een verordening van de Raad tot uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. […] tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen = Politiek akkoord

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Met het oog op de zitting van de Raad (EPSCO) op 8 en 9 juni 2009 gaat hierbij voor de delegaties

een compromisvoorstel van het voorzitterschap.

________________________

BIJLAGE

Ontwerp

VERORDENING VAN DE RAAD

tot uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG)

nr. [...] tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder

deze bepalingen vallen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 63,

punt 4,

1

Gezien het voorstel van de Commissie ,

2

Gezien het advies van het Europees Parlement ,

3

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité ,

Overwegende hetgeen volgt:

4

(1) Sinds de speciale bijeenkomst te Tampere in 1999 hebben het Europees Parlement , de Raad 5

en het Europees Economisch en Sociaal Comité aangedrongen op betere integratie van de onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, door

hun een aantal uniforme rechten toe te kennen die zo veel mogelijk in overeenstemming zijn

met die van de burgers van de Europese Unie.

1

PB C [...] van [...], blz. [...]. 2

PB C [...] van [...], blz. [...]. 3

PB C [...] van [...], blz. [...]. 4

PB C 154 van 5.6.2000, blz. 63. 5

PB C 339 van 31.11.1991, blz. 82.

(2) De Raad (Justitie en Binnenlandse Zaken) van 1 december 2005 heeft benadrukt dat de Europese Unie moet zorgen voor een billijke behandeling van onderdanen van derde landen

die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, en dat er een krachtiger integratie-

beleid moet komen dat hen rechten verleent en plichten oplegt die vergelijkbaar zijn met die

van de burgers van de Europese Unie.

(3) Verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 heeft de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en Verordening (EEG) nr. 574/72 betreffende de coördinatie

van de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten uitgebreid tot de onderdanen van derde

6

landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen .

(4) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 7

betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels vervangt Verordening (EEG) nr. 1408/71. Verordening (EG) nr. [...] vervangt Verordening (EEG) nr. 574/72. De

Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 moeten worden ingetrokken

met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/04 en

Verordening (EG) nr. [...].

(5) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend, in het bijzonder

de geest van artikel 34, lid 2, daarvan.

(6) De bevordering van een hoog niveau van sociale bescherming en het verhogen van het levensniveau en de levenskwaliteit in de lidstaten zijn doelstellingen van de Gemeenschap.

(7) Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bijbehorende toepassingsverordening moderniseren en vereenvoudigen in aanzienlijke mate de coördinatieregels, zowel voor de verzekerden als voor

de organen van de sociale zekerheid. Wat deze organen betreft, is het doel van de

gemoderniseerde coördinatie de verwerking van de gegevens betreffende de rechten van de

verzekerden op prestaties te versnellen en te vergemakkelijken, en de administratiekosten

daarvan te beperken.

6

PB L 124 van 20.5.2003, blz. 1. 7

PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.

(8) Om te voorkomen dat werkgevers en nationale socialezekerheidsorganen complexe juridische en administratieve situaties van een beperkte groep personen moeten regelen, dient er één

enkel juridisch coördinatie-instrument gebruikt te worden, waarbij zoveel mogelijk gebruik

moet worden gemaakt van de modernisering en vereenvoudiging op het terrein van de sociale

zekerheid door Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bijbehorende toepassingsverordening.

(9) Het is dus zinvol een juridisch instrument goed te keuren ter vervanging van Verordening (EG) nr. 859/2003, hoofdzakelijk gericht op de vervanging van de toepassing

van Verordening (EG) nr. 1408/71 door de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004.

(10) De rechten voortvloeiend uit de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 en

Verordening (EG) nr. [...] op onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit

nog niet onder deze bepalingen vallen, mogen de betrokkenen geen recht op toegang tot,

verblijf of vestiging in, noch op toegang tot de arbeidsmarkt in een lidstaat verlenen. Deze

doen dan ook geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om een vergunning voor toegang,

verblijf, vestiging of arbeid in de betrokken lidstaat te weigeren, in te trekken of niet te

verlengen overeenkomstig het Gemeenschapsrecht.

(11) De bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. [...] zullen

krachtens deze verordening slechts van toepassing zijn indien de betrokkene reeds legaal op

het grondgebied van een lidstaat verblijft. Het legale karakter van het verblijf is dus een

voorwaarde voor de toepassing van die bepalingen.

(12) De bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. [...] zijn niet van

toepassing in situaties die in alle opzichten geheel in de interne sfeer van een enkele lidstaat

liggen. Dit is onder meer het geval wanneer een onderdaan van een derde land alleen banden

heeft met één derde land en met één enkele lidstaat.

(13) De voorwaarde van legaal verblijf op het grondgebied van een lidstaat, zoals deze in artikel 1

van deze verordening is omschreven, doet geen afbreuk aan de rechten die voortvloeien uit de

toepassing van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/04 met betrekking tot het

invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenpensioen, namens een of meer lidstaten, ten

behoeve van een onderdaan van een derde land die vroeger aan de voorwaarden van deze

verordening heeft voldaan, of aan zijn nabestaande, voor zover deze hun rechten ontlenen aan

een werknemer, indien zij in een derde land wonen.

(14) (geschrapt)

(15) De handhaving van het recht op werkloosheidsuitkeringen, zoals vastgesteld in artikel 64 van

Verordening (EG) nr. 883/2004, is afhankelijk van de inschrijving van de betrokkene als

werkzoekende bij de diensten voor arbeidsbemiddeling van iedere lidstaat waarheen hij zich

begeeft. Deze bepalingen zijn derhalve slechts van toepassing op een onderdaan van een

derde land voor zover hij het recht heeft, in voorkomend geval op grond van zijn verblijfs-

vergunning of zijn status van langdurig verblijvende, om zich als werkzoekende in te

schrijven bij de diensten voor arbeidsbemiddeling van de lidstaat waarheen hij zich begeeft,

en er legaal te werken.

(16) Onderdanen van derde landen op wie deze verordening van toepassing is, moeten voldoen aan

de voorwaarden die in de wetgeving van de bevoegde lidstaat zijn vastgesteld wat de

aansluiting bij een stelsel van sociale zekerheid of het recht op een uitkering betreft. Het

Gemeenschapsrecht houdt geen beperking in van de bevoegdheid van de lidstaten om hun

stelsels van sociale zekerheid te organiseren. Is er geen harmonisatie op communautair

niveau, dienen de voorwaarden waaronder socialezekerheidsuitkeringen worden toegekend,

het bedrag van die uitkeringen en de periode waarvoor deze worden toegekend, in de

nationale wetgeving te worden geregeld. Bij het uitoefenen van deze bevoegdheid dienen de

lidstaten zich evenwel te conformeren aan het Gemeenschapsrecht.

(17) Deze verordening doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de

met derde landen gesloten internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap partij is en

die voordelen op het gebied van de sociale zekerheid behelzen.

(18) Aangezien de doelstellingen van het voorgenomen optreden niet voldoende door de lidstaten

kunnen worden verwezenlijkt, omdat het grensoverschrijdende situaties betreft, en derhalve

vanwege de communautaire dimensie van het voorgenomen optreden beter op het niveau van

de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen nemen

overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag vastgelegde subsidiariteitsbeginsel.

Overeenkomstig het in datzelfde artikel vastgestelde evenredigheidsbeginsel gaat deze

verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te bereiken.

(19) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd

Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag

tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, heeft Ierland met een schrijven van

24 oktober 2007 kennis gegeven van zijn wens om deel te nemen aan de aanneming en

toepassing van deze verordening.

(20) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd

Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag

tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dit

protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de aanneming van deze verordening,

die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk.

(21) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken,

gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de

Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze

verordening, die derhalve niet bindend voor, noch van toepassing is in Denemarken.

(22) Gelet op de in de bijlage van Verordening (EG) nr. 859/2003 opgenomen bijzondere

bepalingen met betrekking tot Duitsland en Oostenrijk, op grond waarvan deze landen de

beperkingen van het recht op gezinsbijslagen waarin de nationale wetgeving in specifieke

gevallen ten aanzien van onderdanen van derde landen voorziet, in aanmerking mochten

nemen, dient deze landen een extra termijn van [...] jaar te worden toegestaan om hun

respectieve nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in de bijlage zijn de bepalingen van Verordening (EEG)

nr. 883/04 en Verordening (EG) nr. [ ... ] van toepassing op de onderdanen van derde landen die alleen vanwege hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen, alsmede op hun

gezinsleden en nagelaten betrekkingen, mits zij legaal op het grondgebied van een lidstaat

verblijven en zich in een situatie bevinden die niet in alle opzichten geheel in de interne sfeer

van een enkele lidstaat ligt.

  • 2. 
    Onderdanen van derde landen op wie deze verordening van toepassing is, moeten voldoen aan de voorwaarden die in de wetgeving van de bevoegde lidstaat zijn vastgesteld wat de

aansluiting bij een stelsel van sociale zekerheid of het recht op een uitkering betreft.

Artikel 2

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de toepassingsverordening

bij Verordening (EG) nr. 883/2004. De bijlage verstrijkt echter [...] jaar na de datum van

toepassing van onderhavige verordening. De Administratieve Commissie stelt een verslag op over

de toepassing van deze vrijstelling. Op basis daarvan kan de Commissie, voor zover dit

gerechtvaardigd is, passende voorstellen doen om de vrijstelling te handhaven.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten

overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

____________________

Bijlage I bij de BIJLAGE

BIJLAGE

OVERGA GSBEPALI GE MET BETREKKI G TOT OOSTE RIJK E DUITSLA D

Voor wat betreft gezinsbijslagen is deze verordening alleen van toepassing op onderdanen van

derde landen die aan de door de nationale wetgeving gestelde voorwaarden voldoen om

aanspraak te kunnen maken op gezinsbijslagen.

Bijlage II bij de BIJLAGE

Toelichting

Onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, zijn de

personen die voldoen aan de verblijfsvoorwaarden van de wetgeving van de lidstaat waar zij wonen,

alsmede de personen die een toelating hebben om er te verblijven krachtens een recht dat voort-

vloeit uit een communautair rechtsbesluit of een door de lidstaat in kwestie of de Europese

Gemeenschap aangegane internationale verplichting, met name in het kader van associatie-

overeenkomsten. Of de verblijfsvergunning van korte of van lange duur is, is niet relevant voor de

definitie van legaal verblijf.

Een onderdaan van een derde land komt onder de werkingssfeer van Verordening (EG)

nr. 883/2004 te vallen uit hoofde van deze verordening; dit betekent evenwel niet dat deze persoon

of zijn/haar gezinsleden volgens de wetgeving van de bevoegde lidstaat automatisch bij een bepaald

stelsel van sociale zekerheid zou(den) worden aangesloten of recht op socialezekerheidsuitkeringen

zou(den) verwerven. De lidstaat die bevoegd is overeenkomstig de bepalingen van titel II van

Verordening (EG) nr. 883/2004, zal zijn wetgeving toepassen. Verordening (EG) nr. 883/2004

harmoniseert de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten niet, dus is het aan elke individuele

lidstaat om de voorwaarden te bepalen waaronder socialezekerheidsuitkeringen worden toegekend,

en het bedrag van deze uitkeringen en de periode waarvoor ze worden toegekend, te bepalen.

Daarbij zal de lidstaat in kwestie zich conformeren aan het Gemeenschapsrecht, en met name het

beginsel van gelijke behandeling in acht nemen.

____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie