VoorVoorstel voor een verordening van de Raad tot uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. […] tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen = Politiek akkoord

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

I. INLEIDING

(EG) nr. 883/2004 en de bijbehorende toepassingsverordening tot de onderdanen van

derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen, op

25 juli 2007 ingediend.

  • 2. 
    Het doel van het voorstel is onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en die zich in een grensoverschrijdende situatie bevinden de voordelen van de

coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten te garanderen. Beoogd

wordt op deze onderdanen van derde landen dezelfde regels voor coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels toe te passen als die welke zullen gelden voor Europese

burgers, zodra Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bijbehorende toepassings-

verordening van toepassing worden.

  • 3. 
    Dit voorstel is een essentiële aanvulling op de coördinatie van de socialezeker heidsstelsels, zowel in termen van gelijke behandeling en non-discriminatie van de

onderdanen van derde landen als in termen van administratieve vereenvoudiging,

beperking van administratiekosten en juridische helderheid voor alle betrokken partijen

(nationale overheden, organen van de sociale zekerheid en verzekerden).

  • 4. 
    Het maakt deel uit van het wetgevingsproces dat de toepassing van de gemoderniseerde en vereenvoudigde coördinatie van de socialezekerheidsstelsels mogelijk zou moeten

maken. Daarom is het belangrijk te voorkomen dat, wanneer Verordening (EG)

nr. 883/2004 van toepassing wordt, de lidstaten en hun socialezekerheidsorganen

verplicht zijn de Verordeningen (EG) nr. 1408/ 71 en nr. 574/72 alleen toe te passen op

de onderdanen van derde landen, terwijl zij de bepalingen van Verordening (EG)

nr. 883/2004 toepassen op onderdanen van lidstaten.

  • 5. 
    Het voorstel is gebaseerd op artikel 63, punt 4, van het Verdrag.
  • 6. 
    Het Europees Parlement heeft op 9 juli 2008 in het kader van de raadplegingsprocedure advies uitgebracht. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op

16 januari 2008 advies uitgebracht.

  • 7. 
    Aangezien het belangrijk is dat de bespreking van het wetgevingspakket ter hervorming van de sociale zekerheid zo spoedig mogelijk wordt afgerond zodat alle teksten op

hetzelfde moment in werking kunnen treden, is het Tsjechische voorzitterschap al in

januari 2009 begonnen met de bespreking van het voorstel.

  • 8. 
    Afgezien van onderstaande onopgeloste vraagstukken heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers op 6 mei 2009 overeenstemming bereikt over de tekst van de

ontwerp-verordening in bijlage dezes. Een toelichting gaat in een bijlage bij de tekst van

de ontwerp-verordening.

  • 9. 
    MT maakt een voorbehoud voor parlementaire behandeling. Alle delegaties handhaven een taalvoorbehoud zolang zij niet beschikken over de tekst in hun taal.
  • 10. 
    Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het

Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en

aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, en

onverminderd artikel 4 van dit protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de

aanneming van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van

toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Ierland heeft bij brief van 24 oktober 2007 te

kennen gegeven aan de aanneming en toepassing van deze verordening te willen

deelnemen.

  • 11. 
    Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Dene-

marken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot

oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan

de aanneming van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van

toepassing in Denemarken.

II. STAND VAN ZAKEN MET BETREKKING TOT DE ONOPGELOSTE VRAAGSTUKKEN

  • A) 
    Verzoeken van AT en DE om een afwijking in verband met gezinsbijslagen
  • 12. 
    Tijdens de bespreking op technisch niveau hebben AT en DE verzocht dat aan de

ontwerp-verordening een bijlage wordt gehecht met dezelfde vermeldingen voor hun

land als in de bijlage van Verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad. Doel is ervoor te

zorgen dat aan Oostenrijk en Duitsland, wat gezinsbijslagen voor bepaalde categorieën

onderdanen van derde landen betreft, afwijkingen worden toegestaan die even ver gaan

en onder dezelfde voorwaarden gelden als de afwijkingen op grond van de

Verordeningen (EG) nr. 1408/71 en nr. 859/2003.

  • 13. 
    Diverse delegaties en de Commissie betwijfelden of het nodig is ten behoeve van deze

twee lidstaten voor kinderbijslagen af te wijken van het beginsel van gelijke

behandeling. Er werd verwezen naar recente ontwikkelingen in het communautaire

acquis inzake immigratie en naar de jurisprudentie van het Europees Hof voor de

Rechten van de Mens. Deze delegaties wezen er voorts op dat het aan iedere lidstaat is

om de voorwaarden te bepalen voor aansluiting bij zijn wettelijk socialezeker-

heidsstelsel en voor toegang tot sociale zekerheidsprestaties, alsmede om de situatie van

de betrokkenen te beoordelen. Zij onderstreepten dat zij in ieder geval niet zouden

instemmen met een achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie ingevolge

Verordening (EG) nr. 859/2003.

  • 14. 
    Teneinde tegemoet te komen aan de bezwaren van AT en DE stelt het voorzitterschap,

na overleg met deze delegaties, voor het volgende nieuwe artikel 1, lid 2 toe te voegen:

"Onderdanen van derde landen op wie de verordening van toepassing is, moeten

voldoen aan de voorwaarden die in de wetgeving van de bevoegde lidstaat zijn vast-

gesteld wat de aansluiting bij een stelsel van sociale zekerheid of het recht op een

uitkering betreft."

Tevens zal in een nieuwe overweging 16 luiden: "Is er geen harmonisatie op

communautair niveau, dienen de voorwaarden waaronder socialezekerheidsuitkeringen

worden toegekend, het bedrag van die uitkeringen en de periode waarvoor deze worden

toegekend, in de nationale wetgeving te worden geregeld. Bij het uitoefenen van deze

bevoegdheid dienen de lidstaten zich evenwel te conformeren aan het Gemeen-

schapsrecht."

  • 15. 
    AT en DE konden zich vinden in het voorstel van het voorzitterschap, maar ES maakte

een inhoudelijk voorbehoud bij het nieuwe artikel 1, lid 2, en de nieuwe overweging 16

en was van mening dat deze bepalingen misschien een stap terug zijn ten opzichte van

Verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad.

  • 16. 
    Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft dit vraagstuk besproken op 6 en

27 mei en op 4 juni 2009.

  • 17. 
    Gevolg gevend aan een verzoek van ES, IT en PT tijdens de vergadering van het Comité

1

op 6 mei heeft de Juridische dienst van de Raad een advies uitgebracht waarin hij concludeert dat artikel 1, lid 2, niet in die zin kan worden opgevat dat de lidstaten

gemachtigd worden af te wijken van het beginsel van gelijke behandeling, een van de

pijlers van Verordening (EG) nr. 883/2004 en een algemeen beginsel van het

Gemeenschapsrecht.

  • 18. 
    Tijdens de vergadering van het Comité op 27 mei heeft ES te kennen gegeven dat zij het

tekstvoorstel van het voorzitterschap voor artikel 1, lid 2, en overweging nr. 16 kan

aanvaarden in het licht van het advies van de Juridische dienst van de Raad, terwijl AT

en DE inhoudelijke voorbehouden hebben gemaakt.

  • 19. 
    Met het oog op verder overleg heeft het voorzitterschap een nota met drie mogelijke

2

opties voorgelegd, met het oog op de bespreking in het Comité op 4 juni, en medegedeeld dat de tekstvoorstellen voor artikel 1, lid 2, en overweging 16

gehandhaafd blijven.

1

Doc. 9847/09. 2

De door het voorzitterschap voorgestelde opties voor het in artikel 2 op te nemen nieuwe lid luiden als volgt:

"A. "Voor een periode van niet meer dan 2 jaar nadat deze Verordening van toepassing is geworden, kunnen de lidstaten (of AT en DE) de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 8, titel III, van Verordening 883/04, artikelen 64 tot en met 69, beperken tot personen die een voldoende nauwe band met deze lidstaat hebben.

B. Onverminderd het acquis voor de onderdanen van derde landen uit hoofde van Verordening nr. 1408/71 krachtens Verordening 859/03 zijn de bepalingen van hoofdstuk 8, titel III, van Verordening 883/04, artikelen 67 tot en met 69, uiterlijk twee jaar na de datum waarop deze Verordening in werking treedt, van toepassing op DE en AT.

C. De lidstaten (of AT en DE) kunnen de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 8, titel III, van Verordening 883/04, artikelen 67 tot en met 69, beperken tot de personen die met de respectieve lidstaten een voldoende nauwe band hebben. De toepassing van deze bepaling zal uiterlijk 2 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening worden geëvalueerd op basis van een verslag van de Administratieve Commissie. Op basis van dat verslag zal de Commissie indien nodig beslissen een voorstel tot herziening in te dienen."

  • 20. 
    De Oostenrijkse en de Duitse delegatie hebben van hun kant een gezamenlijk voorstel

ingediend (doc. 10622/09) waarin zij voorstelden de bijlage van Verordening (EG)

nr. 859/2003 voor een onbepaalde duur te handhaven. Voorts stelde DE een tekst voor

die opgenomen zou moeten worden in een aan de nieuwe verordening toe te voegen

bijlage. Dit voorstel kon niet rekenen op steun van de andere delegaties.

  • 21. 
    Tijdens de besprekingen in het Comité heeft een aantal delegaties (met name IT, FR en

PT) het belang van het beginsel van gelijke behandeling van onderdanen van derde

landen beklemtoond. Deze delegaties vonden dat eventuele afwijkingen duidelijk

moeten worden gedefinieerd en beperkt moeten zijn in de tijd, en dat de rechtsgevolgen

ervan zorgvuldig moeten worden beoordeeld. Verscheidene delegaties deelden mee dat

zij een overgangsperiode van twee jaar kunnen aanvaarden. HU, LV en PL beklem-

toonden dat eventuele afwijkingen voor alle lidstaten moeten gelden.

  • 22. 
    BE en ES stelden dat, indien overeenstemming moet worden bereikt over afwijkingen,

artikel 1, lid 2, en overweging 16 moeten worden geschrapt, terwijl BG en HU vinden

dat deze gehandhaafd moeten blijven. HU wees er voorts op dat zij in deze fase niet

verder kan gaan dan deze teksten.

  • 23. 
    Geheel voorlopig waren AT en DE de mening toegedaan dat optie C, die een

herzieningsclausule bevat, kan worden overwogen.

  • 24. 
    MT maakte een studievoorbehoud in afwachting van de verdere analyse van de diverse

voorstellen.

  • B) 
    Studievoorbehoud van LT bij overweging 13
  • 25. 
    LT had een studievoorbehoud gemaakt bij de tekst van overweging 13 betreffende

aanspraak op de uit de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 voortvloeiende

rechten met betrekking tot het invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenpensioen voor

onderdanen van derde landen die in een derde land verblijven.

  • 26. 
    Meer bepaald is gevraagd of overweging 26, in de huidige bewoordingen, voor een

onderdaan van een derde land een automatisch recht creëert om zijn invaliditeits-,

ouderdoms-, of nabestaandenpensioen te laten exporteren naar het land van verblijf,

wanneer dit land geen EU-lidstaat is. Volgens haar kan dit er in sommige gevallen toe

leiden dat onderdanen van derde landen in een lidstaat gunstiger worden behandeld dan

de eigen onderdanen of andere EU-burgers. Een dergelijk resultaat zou neerkomen op

inmenging in de bevoegdheden van een lidstaat, en een inbreuk vormen op het

subsidiariteitsbeginsel.

  • 27. 
    Daarom achtte deze delegatie het belangrijk te beklemtonen dat overweging 13 geen

automatisch recht op pensioen voor onderdanen van derde landen in het leven roept. De

toekenning, de berekening, de uitvoer en de uitbetaling van pensioenen aan onderdanen

van derde landen moeten ook in de toekomst geregeld blijven door de toepasselijke

bepalingen van de nationale wetgeving en de bilaterale overeenkomsten die door de

betrokken lidstaat zijn gesloten. De overwegingen 13 en 16 van de Verordening moeten

daarom samen worden gelezen.

  • 28. 
    Tijdens de vergadering van het Comité van permanente vertegenwoordigers op 6 mei

vroeg LT de Juridische dienst van de Raad om advies over de interpretatie van deze

tekst voor wat betreft het effect ervan op de verplichting van de lidstaten om een

invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenpensioen toe te kennen aan onderdanen van

derde landen wanneer zij in een derde land verblijven.

3

  • 29. 
    Gevolg gevend aan dat verzoek heeft de Juridische dienst van de Raad een advies gegeven waarin het tot de conclusie is gekomen dat deze overweging geen nieuwe

rechten creëert voor onderdanen van derde landen met betrekking tot de export van een

pensioen naar niet-lidstaten. Voorts creëert deze overweging voor onderdanen van

derde landen geen gunstiger voorwaarden dan die welke gelden voor EU-burgers of

eigen onderdanen."

  • 30. 
    LT handhaaft een studievoorbehoud bij deze overweging.

3

Doc. 9757/09.

IV. CONCLUSIE

In het licht van de bespreking heeft het voorzitterschap toegezegd te zullen nadenken over een

mogelijke compromistekst over het vraagstuk van de afwijkingen voor gezinsbijslagen, zodat

de Raad op 8 en 9 juni 2009 een politiek akkoord kan bereiken over de ontwerp-verordening.

Het heeft geconcludeerd dat deze tekst gebaseerd moet zijn op de volgende drie criteria:

· De afwijkingen mogen er niet toe leiden dat de betrokkenen erop achteruit gaan ten opzichte van hun huidige situatie;

· De afwijkingen mogen enkel gelden voor Oostenrijk en Duitsland, aangezien zij bedoeld zijn om deze lidstaten een extra overgangsperiode te verlenen om hun

respectieve nationale wetgevingen in overeenstemming te brengen met de bepalingen

van de nieuwe verordening. De afwijkingen moeten een duidelijk afgebakende

werkingssfeer hebben en betrekking hebben op gezinsbijslagen overeenkomstig de

speciale bepalingen in de bijlage bij de Verordening (EG) nr. 859/2003;

· Zij moeten beperkt zijn in de tijd.

____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie