Ontwerp-conclusies van de Raad:Een geïntegreerde aanpak voor een concurrerend en duurzaam industriebeleid in de Europese Unie

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

aan: de delegaties

nr. vorig doc.: 8956/09 COMPET 221 ENV 320 IND 43 MI 166 RECH 108 ECO 53 ENER 142 ECOFIN 292 CONSOM 85

Betreft : Ontwerp-conclusies van de Raad: Een geïntegreerde aanpak voor een concurrerend en duurzaam industriebeleid in de Europese Unie

Hierbij gaat voor de delegaties, ten behoeve van de bespreking in de Groep Concurrentievermogen

en groei (COMPCRO) op 7 mei 2009, een door het voorzitterschap herziene versie van de ontwerp-

conclusies van de Raad over een geïntegreerde aanpak voor een concurrerend en duurzaam

industriebeleid in de Europese Unie.

____________________

BIJLAGE

Ontwerp-conclusies van de Raad

Een geïntegreerde aanpak voor een concurrerend en duurzaam industriebeleid in de

Europese Unie

DE RAAD

  • 1. 
    BENADRUKT dat de industrie in de Europese economie een essentiële functie vervult en dat de huidige economische recessie nog steeds vraagt om samenhangende en gecoördineerde

korte-, middellange- en langetermijninitiatieven om het concurrentievermogen van de

Europese economie als geheel op een duurzame wijze veilig te stellen; de initiatieven van de

Europese Unie en de lidstaten zullen maximale voordelen bieden indien zij aansluiten bij de

doelstellingen voor de middellange en de lange termijn van de Lissabonstrategie

  • 2. 
    ONDERKENT dat het midden- en kleinbedrijf (MKB) de ruggengraat vormt van de Europese economie en dat bij de vaststelling van randvoorwaarden voor de Europese industrie rekening

moet worden gehouden met en recht moet worden gedaan aan het belang van het MKB;

1

  • 3. 
    MEMOREERT het Europees economisch herstelplan en de door de Europese Raad op 11 en 2 3

12 december 2008 vastgestelde maatregelen , het uitvoeringsverslag van 5 maart 2009, waarvan het communautaire gedeelte tijdens de voorjaarsbijeenkomst door de Europese Raad

4 5

in 2009 is goedgekeurd, en de conclusies van diezelfde voorjaarsbijeenkomst;

1

Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad - Een Europees economisch herstelplan (doc. 16097/08). 2

Europese Raad van Brussel, 11 en 12 december 2008 - conclusies van het voorzitterschap (doc. 17271/1/08 REV1), punt 9. 3

Mededeling aan de Europese Voorjaarsraad: Op weg naar Europees herstel - Deel 1 (doc. 7084/09). 4

Europese Raad van Brussel, 19/20 maart 2009, conclusies van het voorzitterschap (doc. 7880/09), punt 8.

5 Europese Raad van Brussel, 19/20 maart 2009, conclusies van het voorzitterschap (doc. 7880/09).

  • 4. 
    ONDERSTREEPT dat de tijdelijke en gerichte steunmaatregelen van de lidstaten volledig in overeenstemming moeten zijn met de vigerende regels inzake staatsteun en de interne markt

6

niet mogen verstoren en dat een volledig open en operationele interne markt een voor ,

waarde is voor het herstel en de toekomstige groei van de Europese industrie;

  • 5. 
    NEEMT TERDEGE NOTA van de conclusies van de discussies over het toekomstige industriebeleid die gevoerd zijn tijdens de conferentie "Industrial Competitiveness ­

Challenges, Opportunities and the Role of Policy in Difficult Times" (Concurrentievermogen

van de industrie - uitdagingen, kansen en de rol van beleid in moeilijke tijden) die op 17 maart

7

te Brussel is gehouden. De conferentie concludeerde dat de crisis duidelijk heeft gemaakt hoe belangrijk het is dat de Europese Unie beschikt over een sterke en concurrerende industriële

basis en hoezeer een samenhangend en gecoördineerd beleid, als antwoord op de crises, in de

Europese Unie en op het ruimere internationale toneel nodig is;

5bis. Het nastreven van een op kennis gebaseerde, veilige, duurzame, koolstofarme en hulp-

bronnenefficiënte economie zou een leidend beginsel moeten zijn voor het Europees

industriebeleid. In het licht van de resultaten van de eerste conferentie van belanghebbenden

van 17 maart 2009 VERZOEKT de Raad de Commissie de resultaten van de bestaande

initiatieven inzake industriebeleid te evalueren en de huidige dialoog met de industrie voort te

zetten met het oog op de formulering van een Europees industriebeleid voor de lange termijn,

dat onder meer stoelt op de resultaten van het huidige industriebeleid, maar tevens de

overgang naar een veilige, duurzame, koolstofarme en hulpbronnenefficiënte economie

bespoedigt op basis van de routekaart die is vervat in het actieplan inzake duurzame

consumptie en productie en een duurzaam industriebeleid 8

6

Mededeling van de Commissie -- Tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis (2009/C 16/01) (PB C 16 van 22.1.2009, blz.1). 7

Zie http://ec.europa.eu/enterprise/newsroom/cf/itemshortdetail.cfm?item_id=2029. 8

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over het actieplan inzake duurzame consumptie en productie en een duurzaam industriebeleid (doc. 12026/08).

  • 6. 
    NEEMT NOTA van de vorderingen die zijn geboekt bij de uitvoering van de aanbevelingen 9

uit de tussentijdse evaluatie van het industriebeleid van 2007 en van de daarbij aansluitende sectoroverschrijdende en sectorspecifieke initiatieven en WIJST op het belang van een even-

wichtige horizontale en sectorspecifieke aanpak van het toekomstige Europese industrie-

beleid;

  • 7. 
    IS INGENOMEN met de mededeling van de Commissie van 20 november 2008 "Het grondstoffeninitiatief - voorzien in onze kritieke behoeften aan groei en werkgelegenheid in

10

Europa" en WIJST erop hoe belangrijk het is dat de Europese Unie beschikt over een EU beleidskader dat de handel in en de aanvoer van kritieke grondstoffen faciliteert.

VERWELKOMT het eindverslag van de groep op hoog niveau voor het concurrentie 11

vermogen van de chemische industrie in de Europese Unie , waarin een langetermijnstrategie voor het concurrentievermogen en de duurzame groei van de chemische industrie wordt

geschetst;

12

IS INGENOMEN met het verslag van het Electra-team en VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk met een reactie op de conclusies van dit verslag te komen;

VERWELKOMT de tussentijdse toetsing "CARS 21" en de conclusies daarin van 13

oktober 2008 als een beleidskader om ervoor te zorgen dat de Europese automobielsector op lange termijn concurrerend blijft. De voornaamste bevindingen van de tussentijdse toetsing

moeten de toekomstige besluitvorming, met name op het stuk van betere regelgeving,

effectbeoordeling en voorspelbaarheid, blijven aansturen.

9

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Tussentijdse evaluatie van het industriebeleid - Een bijdrage tot de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid (doc. 11686/07). 10

Mededeling van de Commissie "Het grondstoffeninitiatief - voorzien in onze kritieke behoeften aan groei en werkgelegenheid in Europa (doc. 16053/08). 11

Het eindverslag is beschikbaar onder http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/hlg/hlg2/pdf_docs/final_report/hlg_final_020309.pdf. 12

Het verslag is beschikbaar onder http://ec.europa.eu/enterprise/electr_equipment/electrareport.pdf. 13

De conclusies en het verslag van de groep op hoog niveau die de tussentijdse toetsing heeft uitgevoerd, zijn beschikbaar onder http://ec.europa.eu/enterprise/automotive/pagesbackground/competitiveness/cars21_mtr_report.pdf.

IS INGENOMEN met het werk van de Groep op hoog niveau inzake het concurrentie-

14

vermogen van de voedingsmiddelenindustrie en KIJKT UIT naar het door de Commissie aangekondigde actieplan en de follow-upplannen, die in juli 2009 worden verwacht en waarin

een toekomstgerichte en allesomvattende aanpak wordt uiteengezet en de volgende gebieden

worden bestreken: landbouw- en milieubeleid, interne markt voor levensmiddelen,

functioneren van de voedselketen, onderzoek en innovatie, en handelsbeleid en uitvoer;

  • 8. 
    NEEMT NOTA van de bevindingen in het Verslag over het Europese concurrentievermogen 15 16

2008 , het Europees innovatiescorebord voor 2008 en de recente publicaties van Eurostat over de achteruitgang van de industriële productie.

DE RAAD, DERHALVE:

  • 9. 
    ONDERSTREEPT dat het in stand houden van een sterke en concurrerende industriële basis in Europa gunstige, stabiele en betrouwbare randvoorwaarden vergt die excellentie, innovatie

en duurzaamheid bevorderen voorwaarden waarin bedrijven kunnen werken en investeren

Deze voorwaarden moeten worden gecreëerd in nauwe samenspraak met belanghebbenden en

in het bijzonder de betrokken industrietakken. Bij alle beleidsmaatregelen op nationaal en

Europees niveau moeten de beginselen van betere regelgeving en van de interne markt

worden nageleefd, dienen overlappingen te worden voorkomen en dient te worden gestreefd

naar synergie;

14

Het verslag, "Report on the Competitiveness of the European Agro-Food Industry" van 17 maart 2009, is beschikbaar onder http://ec.europa.eu/enterprise/newsroom/cf/document.cfm?action=display&doc_id=2604&userservice _id=1&request.id=0

en de slotaanbevelingen van 17 maart 2009 zijn te vinden onder

http://ec.europa.eu/enterprise/automotive/pagesbackground/competitiveness/cars21_mtr_report.pdf. 15

Mededeling van de Commissie - "Verslag over het Europese concurrentievermogen 2008" (doc. 16978/08). 16

Zie http://www.proinno-europe.eu/EIS2008/website/docs/EIS_2008_Final_report.pdf.

  • 10. 
    MOEDIGT de Commissie, het Europees Parlement en de lidstaten in verband hiermee aan

vaart te zetten achter de vereenvoudiging van de wetgeving en de verlichting van de

administratieve lasten voor industrie en bedrijfsleven. Alle nieuwe wetgevingsvoorstellen die

aanzienlijke gevolgen hebben voor het bedrijfsleven en, voor zover mogelijk, alle belangrijke

wetswijzigingen dienen te worden onderworpen aan een grondige kwantitatieve en

geïntegreerde effectbeoordeling en een kosteneffectiviteitsanalyse, inclusief het overwegen

van niet-wetgevende alternatieven. De effectbeoordelingen dienen de huidige economische

situatie te weerspiegelen en, in voorkomend geval, rekening te houden met de specifieke

situatie in de lidstaten om te voorkomen dat het wereldwijde concurrentievermogen van de

industrie in het gedrang komt. Het "Denk eerst klein"-principe indachtig, dient bijzondere

aandacht te worden besteed aan het effect van de wetgeving op het MKB. Vóór nieuwe

wetgeving wordt ingevoerd, moet het bedrijfsleven voldoende tijd krijgen om zich aan te

passen;

10bis. WIJST EROP dat ervoor moet worden gezorgd - wil men het concurrentievermogen van

de Europese industrie handhaven en versterken en de investeringsvoorwaarden in Europa

verbeterende - dat de naleving van nieuwe voorschriften voor het bedrijfsleven geen buiten-

sporige kosten meebrengt op een aantal beleidsgebieden gaande van milieubescherming tot

arbeidswetgeving. Zoniet kan de regeldruk, vooral in de huidige economische crisis het

17

"weglekken van productie" tot gevolg hebben;

  • 11. 
    IS VAN OORDEEL dat de industrie en de dienstensector steeds nauwer met elkaar verweven

18

zijn en dat beroepsmatige, zakelijke en productgebonden dienstverlening voor vele industrietakken van groot en steeds groeiend belang is. Daarom is het voor de industrie

19

essentieel dat de dienstenrichtlijn volledig en tijdig wordt geïmplementeerd en dat de werking van de interne dienstenmarkt verder wordt verbeterd;

17

"Weglekken van productie" verwijst naar de mogelijke verplaatsing van industriële productie naar buiten de EU als gevolg van de totale regeldruk, waaronder de voorschriften op sociaal, administratief en milieugebied en omvat ook de specifieke gevolgen daarvan, zoals "carbon leakage" (het weglekken van koolstofintensieve industriële productie). 18

Zie het eindverslag van het onderzoek naar industriebeleid en diensten dat voor de Europese Commissie, directoraat-generaal Ondernemingen en industrie, is uitgevoerd door ECORYS Netherlands and IDEA Consult (Rotterdam, 5 november 2008): (http://ec.europa.eu/enterprise/enterprise_policy/industry/doc/industrial_policy_and_services_Part1.pdf) .

19 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006).

  • 12. 
    IS VAN MENING dat een voluit functionerende interne markt een hoeksteen van de EU is,

en een sterke thuismarkt moet bieden voor de Europese industrie, die ook voordelen oplevert

voor de consumenten. Een open en voluit, zonder belemmeringen, functionerende interne

markt is cruciaal om de effecten van de economische crisis op de reële economie te onder-

vangen en haar op de langere termijn aan kracht te doen winnen. Derhalve dienen de

bestaande barrières voor het bedrijfsleven zo spoedig mogelijk te worden weggenomen. De

lidstaten en de Commissie dienen ervoor te zorgen dat de vigerende internemarktregels ook

daadwerkelijk worden toegepast en gehandhaafd en dat niet wordt gediscrimineerd, en dat

goederen en diensten van andere lidstaten dus volgens de EU-regels en -verdragsbeginselen

worden behandeld. De principes van de interne markt en de mededingingsregels moeten als

wezenlijk bestanddeel van een succesvol en toekomstgericht industriebeleid worden

beschouwd;

  • 13. 
    BEKLEMTOONT, in de geest van het slotcommuniqué over een wereldwijd herstel- en

20

hervormingsplan van de op 2 april 2009 in London gehouden G20-top, , dat de economische neergang ook kan worden aangegrepen als kans om wereldwijd het voortouw te nemen bij de

ontwikkeling van nieuwe innoverende oplossingen en om te investeren in het concurrentie-

vermogen van de Europese economie en op die manier de overgang naar een op kennis

gebaseerde, veilige, duurzame, op hernieuwbare energiebronnen gerichte, energie-efficiënte

en koolstofarme economie te bevorderen.

Derhalve dienen de lidstaten het volume en de doeltreffendheid en doelmatigheid van hun

overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie op peil houden. De

Europese industrie moet ook worden aangemoedigd om te blijven investeren in O&O om haar

concurrentievermogen op lange termijn te verbeteren. Zij mag haar O&O-uitgaven niet terug-

schroeven om in de huidige economische crisis de kosten te drukken. Het beleid van de

Gemeenschap en van de lidstaten dient alle mogelijke vormen van innovatie te ondersteunen,

de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te verbeteren, en technologie- en

21

kennisoverdracht aan bedrijven en in het bijzonder MKB-bedrijven te faciliteren ;

20

De tekst is beschikbaar onder http://www.londonsummit.gov.uk/resources/en/news/15766232/communique-020409. 21

In dit verband VERWELKOMT de Raad de zeer praktische aanbevelingen over de versterking van de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten van de industrie en MKB-bedrijven in de EU" die de deskundigengroep beste praktijken tijdens de conferentie van 24 april 2009 heeft gepresenteerd. Daarin wordt ervoor gepleit het MKB op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten meer steun te verlenen.

  • 14. 
    WIJST EROP dat het bijzonder belangrijk dat de O&O-investeringen in hightechindustrieën

in Europa op een hoog peil worden gehouden. Zij voorzien de belangrijkste verwerkende

industrieën van onmisbare technologie. De Raad KIJKT UIT naar het initiatief van de

Commissie om een proactief beleid ter bevordering van de hightechindustrieën te

ontwikkelen;

  • 15. 
    ONDERSTREEPT dat innovatie hand in hand dient te gaan met normalisatie en dat

normalisatie essentieel is om de marktintroductie van nieuwe technologieën en innovatieve

producten te bevorderen en de interoperabiliteit van oude en nieuwe technologieën en

producten te garanderen;

  • 16. 
    STEUNT, met het oog op een snelle reactie op de huidige economische crisis, de in het

Europees economisch herstelplan vervatte constatering dat de lidstaten en de EU-instellingen

dringend gezamenlijk maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie moeten nemen;

VERZOEKT de Commissie derhalve uiterlijk medio 2009 met concrete programma's te

komen voor de implementatie van de in het Europees economisch herstelplan voorgestelde

22

publiek-private partnerschappen (het "Europees initiatief voor energie-efficiënte gebouwen", het "Europees initiatief voor groene auto's", en het "initiatief fabrieken van de

toekomst");

  • 17. 
    ONDERSTREEPT dat herstructurering moet worden gefaciliteerd, maar spoort de industrie

aan op een maatschappelijk verantwoorde wijze te werk te gaan. De hoofdverantwoorde-

lijkheid voor het herstructureren blijft bij de industrie zelf liggen. Deze uitdaging kan nieuwe

kansen bieden mits de herstructurering in nauwe samenwerking met de sociale partners

correct wordt uitgevoerd. Een basisvoorwaarde voor een concurrerende industrie is de

beschikbaarheid van gekwalificeerde en vakkundige werknemers. De Commissie en de

lidstaten moeten dan ook samenwerken om er door middel van passende opleidings- en

bijscholingsmaatregelen voor te zorgen dat de huidige economische crisis geen verlies van

menselijk kapitaal en vaardigheden meebrengt want dit zijn de hoekstenen van het

concurrentievermogen en de industriële groei van morgen;

22

Zoals goedgekeurd door de Europese Raad van 11 en 12 december 2008. Zie Europese Raad van Brussel, 11 en 12 december 2008: conclusies van het voorzitterschap (doc. 17271/1/08 REV 1), punt 24.

  • 18. 
    HERHAALT dat protectionistische maatregelen zowel binnen als buiten de Europese Unie,

ongeacht of deze door de Europese industrie of haar handelspartners worden genomen, de

economische crisis alleen maar zullen verdiepen en de toekomstige welvaart in het gedrang

zullen brengen. In de geest van het slotcommuniqué van de G 20-top in Londen beschouwt de

Europese Unie het voorkomen van dergelijke maatregelen dan ook als een belangrijke

prioriteit. Europa moet open blijven voor zijn handelspartners en blijven aandringen op vrije

toegang tot derde markten, onder meer door middel van multilaterale en bilaterale overeen-

komsten, het bevorderen van samenwerking en convergentie op regelgevingsgebied en de

wereldwijde invoering van internationale normen om te komen tot een gelijk speelveld voor

Europese industriële ondernemingen op de wereldmarkten. De Europese Unie dient al haar

handelsinstrumenten in te zetten om te zorgen voor steeds opener markten, wat wederzijds

voordeel oplevert.

  • 19. 
    VERKLAART dat het voor de bedrijven en in het bijzonder voor de MKB-bedrijven dringend

nodig is de effecten van de huidige situatie op de financiële markten te beperken en hun tekort

aan liquiditeiten te verkleinen. Bij de lopende of de voorgenomen maatregelen om de banken

te herkapitaliseren moet ernaar worden gestreefd de banken aan te moedigen hun normale

leningsactiviteiten te hervatten en te voldoen aan de financieringsbehoefte van het bedrijfs-

leven, met name de behoefte aan werkkapitaal. De lidstaten kunnen een belangrijke rol spelen

door het garanties te verstrekken en andere beschikbare instrumenten in te zetten. Voorts dient

efficiënter gebruikt te worden gemaakt van de instrumenten van de EIB-groep en van de

structuurfondsen, waaronder de daadwerkelijke toepassing van maatregelen ten behoeve van

23

het MKB . Er zijn ook financiële middelen uit diverse communautaire programma's beschik baar om het bedrijfsleven te helpen langetermijninvesteringen en innoverende O&O-projecten

te financieren;

  • 20. 
    ERKENT dat de Europese economie afhankelijk is van een aantal energetische en niet-

energetische grondstoffen en ONDERSTREEPT dat de Gemeenschap onverwijld samen-

hangende en gecoördineerde maatregelen moet nemen die diverse beleidsterreinen

  • waaronder het industriebeleid - omvatten, omdat er geen instrument is om de grondstof-

problematiek aan te pakken. Beperking van de energieconsumptie en het grondstoffengebruik,

wegnemen van handelsbelemmeringen om de grondstoffenvoorziening te verbeteren,

verbetering van de energie- en hulpbronnenefficiëntie en ruimer gebruik van hernieuwbare

energiebronnen en secundaire grondstoffen, dienen voor de Europese industrie de leidende

beginselen te zijn.

23

Conclusies van de Raad over "Denk eerst klein" - Een "Small Business Act" voor Europa (doc. 16788/08), aangenomen door de Raad (Concurrentievermogen) van 1-2 december 2008.

  • 21. 
    STEUNT, wat niet-energiegrondstoffen betreft, het voornemen van de Commissie om met een

geïntegreerde strategie te komen, die moet zorgen voor een betere toegang tot grondstoffen

van derde landen zonder marktverstoring, gunstiger kadervoorwaarden voor de grondstoffen-

winning binnen de Europese Unie en een lager verbruik van primaire grondstoffen door

efficiënter gebruik van hulpbronnen te bevorderen en recycling aan te moedigen.

  • 22. 
    ROEPT de lidstaten, de Commissie en de belanghebbenden op om met name op de volgende

gebieden snel gezamenlijk op te treden:

­ het inventariseren van de voor de Europese industrie kritieke grondstoffen, samen met 24

de Raw Materials Supply Group (groep grondstoffenvoorziening); de Raad beschouwt 25

de door de Commissie opgestelde lijst van kritieke grondstoffen als eerste selectie en VERZOEKT de Raad en de Commissie deze opnieuw te bespreken zodat daar voor

eind 2009 overeenstemming over kan worden bereikt;

­ het verbeteren van de kadervoorwaarden voor de grondstoffenexploratie en -winning in de Europese Unie met handhaving van een hoog niveau van milieubescherming;

VERZOEKT de lidstaten en de Commissie beste praktijken inzake duurzame

ruimtelijke ordening en reguleringskaders voor exploratie en winning uit te wisselen;

­ het bevorderen van efficiënt gebruik van hulpbronnen en het gebruik van gerecyclede, secundaire en afvalgrondstoffen; het stimuleren van innovatie en O&O om efficiënt

gebruik van de hulpbronnen te bevorderen en de afhankelijkheid ten aanzien van

kritieke hulpbronnen te beperken, overeenkomstig het actieplan inzake duurzame

consumptie en productie en een duurzaam industriebeleid.

24 Zie

http://ec.europa.eu/enterprise/non_energy_extractive_industries/docs/fiches_raw_materials_supply_group.pdf.

25 Zie de bijlagen bij het Werkdocument van de Commissiediensten bij de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad "Het grondstoffeninitiatief - voorzien in onze kritieke behoeften aan groei en werkgelegenheid in Europa (doc. 16053/08 ADD 1).

­ verbetering van duurzame toegang tot grondstoffen in derde landen; de Raad BENADRUKT het belang van open en goed functionerende grondstoffenmarkten

aangezien verstoringen op deze markten de belangrijke industriesectoren in Europa in

een qua concurrentie nadelige situatie brengen; de Raad VERZOEKT de Commissie

snel de handelsmaatregelen van de Mededeling uit te voeren door te pleiten voor

internationale regels inzake duurzame toegang tot grondstoffen, de onwettige

maatregelen van derde landen aan te pakken en door ervoor te zorgen dat de

instrumenten voor het handelsbeleid stelselmatig en op samenhangende wijze worden

toegepast;

­ meer de nadruk leggen op "grondstoffendiplomatie"; de Raad VERZOEKT de Commissie de dialoog met alle relevante derde landen te intensiveren en het onderwerp

in alle daarvoor geschikte fora, zoals voor handelszaken, aan de orde te stellen; de Raad

VERZOEKT de Commissie en de lidstaten ook om de nodige aandacht te schenken aan

de mogelijkheden die worden geboden door de projecten die in het kader van de

ontwikkelingssamenwerking worden ondernomen; de specifieke situatie van arme

ontwikkelingslanden moet in ogenschouw worden genomen.

De Raad VERWELKOMT het voornemen van de Commissie om uiterlijk eind 2010 met een

tijdpad te komen voor de maatregelen ter uitvoering van deze aanbevelingen;

De Raad stemt niet alleen in met bovengenoemde horizontale maatregelen die gericht zijn op alle

sectoren van de industrie, maar ook met de conclusies over specifieke industriesectoren, gezien de

onlangs afgesloten werkzaamheden over deze sectoren door diverse groepen op hoog niveau.

Tegelijkertijd erkent de Raad dat de doelgerichte en gecoördineerde steunmaatregelen voor de hier

genoemde sectoren kunnen worden uitgebreid tot andere sectoren van de economie die te lijden

hebben onder de economische crisis en daarom PRIJST hij de Commissie voor de regelmatige

evaluaties van de situatie in de industriesectoren, die een hulpmiddel zijn voor het ontwikkelen van

goed beleid in de context van het Europees economisch herstelplan.

DE RAAD, INZAKE DE CHEMISCHE INDUSTRIE,

  • 23. 
    BENADRUKT dat de chemische industrie een sector is die de gehele Europese industrie

oplossingen, geavanceerde materialen en technologieën biedt, alsmede duurzame oplossingen

voor een aantal mondiale milieuproblemen; ook speelt de chemische industrie een

onontbeerlijke rol in de verwezenlijking van een duurzame productie en het gebruik van

chemicaliën en hulpbronnen op een milieuvriendelijke wijze;

  • 24. 
    BENADRUKT dat het innoverende potentieel van de chemische industrie volledig moet

worden benut en dat innovatie en O&O in de chemische sector moeten worden gestimuleerd;

in dit verband moet de overheid meehelpen met het scheppen van gunstige omstandigheden

voor inspanningen van de particuliere sector; HERINNERT in dit verband aan het initiatief

26

voor leidende markten en het belang van relevante technologieplatforms;

  • 25. 
    ERKENT dat de kracht van de Europese chemische industrie schuilt in de hoge mate van

integratie, connectiviteit en clustering ervan. Er moet voortdurend en meer worden

geïnvesteerd in infrastructuren, zoals pijpleidingen en een betere interoperabiliteit van

infrastructuursystemen, op alle niveaus, zowel Europees, nationaal als regionaal, ter

verbetering van de logistieke en vervoersnetwerken tussen clusters, zodat de sector de

toegenomen concurrentie aan kan en zijn mededingingsvermogen kan handhaven en

versterken;

  • 26. 
    ERKENT dat er moet worden gezorgd voor betrouwbare toegang voor de lange termijn tot

olie, aardgas en hernieuwbare grondstoffen en dat de voorzieningszekerheid moet worden

vergroot, met inachtneming van de energiemix die de lidstaten kiezen. Het is van cruciaal

belang dat de interne markt voor gas en elektriciteit wordt versterkt, met name middels de

uitvoering van het pakket "Interne markt met energie";

26

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Een Europees initiatief voor leidende markten (doc. 5121/08).

  • 27. 
    VERZOEKT de Commissie, de lidstaten en de industrie gevolg te geven aan de conclusies

van de groep op hoog niveau voor het concurrentievermogen van de chemische industrie in de

Europese Unie en deze aanbevelingen te beschouwen als een routekaart voor de vaststelling

van concrete en uitvoerbare activiteiten; VERZOEKT de Commissie een agenda inzake

concurrentievermogen op te stellen, met een routekaart en concrete, uitvoerbare activiteiten,

en het concurrentievermogen van de industrie en de bij de toepassing van de bovengenoemde

conclusies geboekte vorderingen van nabij en geregeld te evalueren. De Raad VERZOEKT de

Commissie tevens in nauw overleg met de belanghebbenden uiterlijk eind 2010 een eerste

evaluatie van de resultaten te presenteren;

27bis. ERKENT dat open wereldmarkten en eerlijke concurrentie voor de Europese chemische

industrie van doorslaggevend belang zijn en STEUNT multilaterale en bilaterale initiatieven

voor een verdere liberalisering van de handel in deze belangrijke sector;

27

  • 28. 
    VERZOEKT de Commissie toe te zien op de uitvoering van de REACH-verordening en de effecten ervan op het bedrijfsleven, vooral MKB-bedrijven, en daarbij rekening te houden met

de huidige economische situatie, en voort te gaan met de vereiste voorbereidende

werkzaamheden die de weg vrij maken voor toekomstige evaluaties van de mate waarin de

doelstellingen van REACH, namelijk verbetering van het concurrentievermogen en innovatie

met een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu, zijn bereikt;

  • 29. 
    VERZOEKT de industrie om de universele dialoog met belanghebbenden verder te

ontwikkelen, evenals communicatie in de gehele waardeketen, zoals het verstrekken van

informatie aan consumenten over de juiste wijze van omgaan met chemische producten, met

als doel de risico's voor de gezondheid en het milieu zo klein mogelijk te houden.

27

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006).

DE RAAD, INZAKE DE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE INDUSTRIE,

  • 30. 
    ERKENT dat de elektrische en de elektronische industrie een hoog groeipotentieel heeft en

een sector is die geavanceerde technologie-oplossingen kan bieden voor beduidende

energiebesparingen voor woningen en bedrijfsleven, op het terrein van industriële

toepassingen, vervoer, gebouwen en energie-opwekking, intelligente overbrengings- en

distributienetwerken. De sector biedt efficiënte en milieuvriendelijke technologieën die de

gehele levenscyclus van het product bestrijken en levert zodoende een belangrijke bijdrage

aan de milieudoelstellingen van de strategie van Lissabon; dit moet tevens worden gezien als

een kans voor de sector om een wereldleider in technologie te worden;

  • 31. 
    ERKENT dat innovatie en investering in O&O van zeer groot belang zijn voor het

concurrentievermogen van de sector op de lange termijn en een effect hebben op het

concurrentievermogen en de energie-efficiëntie in een groot aantal andere sectoren. Dat moet

tot uiting komen in het lopende debat over de toekomst van het industriebeleid en in de

evaluatie van de alomvattende innovatiestrategie, inclusief het initiatief voor leidende

markten;

  • 32. 
    SPOORT alle overheidsinstanties AAN om innovatie in deze belangrijke sector te steunen en

mogelijk te maken door te bepleiten dat bij openbare aanbestedingen wordt gekeken naar

energie- en hulpbronnenefficiënte oplossingen en producten en diensten, en door de

consumenten bewuster te maken;

  • 33. 
    VERZOEKT de Commissie uiterlijk eind 2012 te rapporteren over de bij de uitvoering van de

aanbevelingen van het Electra-team geboekte vorderingen ;

DE RAAD, INZAKE DE AUTOMOBIELINDUSTRIE,

  • 34. 
    WIJST op de recente ontwikkelingen in deze sector die de gehele waardeketen betreffen en

BENADRUKT het belang van de automobielindustrie voor de Europese economie. Deze

sector genereert een groot deel van het BBP in de lidstaten, draagt bij aan de netto-uitvoer

naar wereldmarkten, is belangrijk in termen van werkgelegenheidsvolume, is vervlochten met

andere belangrijke industriesectoren en is de grootste particuliere Europese investeerder in

O&O, en BENADRUKT dat het toekomstige concurrentievermogen van deze sector voor een

groot aantal MKB-ondernemingen in de toeleveringsketen en de aftersalesmarkt van

levensbelang is;

  • 35. 
    MEMOREERT de conclusies van de Raad Concurrentievermogen van maart 2009 over de

28

automobielindustrie en de kernpuntennota van 2009 (die een bijlage is bij de conclusies van de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad van 2009), alsmede de toezeggingen van de

lidstaten, de Commissie en de Europese Investeringsbank om de auto-industrie te hulp te

komen;

  • 36. 
    PRIJST het initiatief van de Commissie om vertegenwoordigers van de lidstaten en de sector

bij elkaar te brengen, waaruit duidelijk de voordelen naar voren komen van een

gecoördineerde Europese reactie, en VERZOEKT de Commissie aan deze bijeenkomsten een

vervolg te geven en informatie te blijven uitwisselen over de maatregelen van de lidstaten;

  • 37. 
    ONDERKENT de ernstige economische situatie in de automobielsector, inclusief lichte en

zware bedrijfsvoertuigen. Naar aanleiding van de Mededeling van de Commissie met als titel

29

"Aanpak van de crisis in de Europese automobielindustrie" en de conclusies van de Raad over de automobielindustrie die de Raad Concurrentievermogen in maart 2009 heeft

aangenomen, IS de Raad VAN MENING dat, gelet op de huidige situatie in de sector, het

opstellen van nieuwe wetgevingsmaatregelen met de grootst mogelijke omzichtigheid moet

gebeuren en moet worden voorafgegaan door een grondige effectbeoordeling met inacht-

neming van de huidige omstandigheden. De Raad ZIET UIT naar de presentatie, eind 2009,

van een routekaart met beoogde wetgevingsmaatregelen en andere maatregelen die een

beduidend effect zullen hebben op deze industrie.

28

Ontwerp-conclusies van de Raad over de automobielindustrie (doc. 6227/09).

29 Mededeling van de Commissie - "Aanpak van de crisis in de Europese automobielindustrie" (doc. 7004/09).

  • 38. 
    ERKENT voorts dat vernieuwing van het wagenpark een middel kan zijn om het

concurrentievermogen en de milieuprestaties van de Europese automobielindustrie te

verbeteren. De Raad BENADRUKT dat de lidstaten die aan de vraagzijde maatregelen

hebben genomen of overwegen te nemen voor nieuwe bedrijfsvoertuigen en andere

voertuigen, terdege rekening dienen te houden met de richtsnoeren die de Commissie voor

dergelijke maatregelen heeft opgesteld voor personenauto's, en ervoor moeten zorgen dat

zulke voorstellen stroken met de regels voor de interne markt en voor staatssteun;

  • 39. 
    IS INGENOMEN met het initiatief van de Commissie om de dialoog in het kader van het

CARS 21-initiatief voort te zetten en te intensiveren en WIJST EROP hoe belangrijk het is dat

in die context concrete resultaten worden bereikt; VERZOEKT de Commissie de Raad

concurrentievermogen op gezette tijden verslag te doen over de vorderingen bij de

implementatie van de CARS 21-agenda.

____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie