Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de bescherming van dieren bij het doden

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Interinstitutioneel dossier: 2008/0180 (CNS)

Brussel, 20 februari 2009 (03.03) (OR. en)

6699/09

LIMITE AGRILEG 29

WERKDOCUMENT

van: aan: d.d.:

het voorzitterschap

de Groep veterinaire deskundigen (dierenwelzijn)

9 maart 2009

nr. Comv.: nr. vorig doc.: Betreft:

13312/08 + ADD 1+ADD2 5726/09

Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de bescherming van dieren bij het doden

Met het oog op de volgende vergadering van de Groep veterinaire deskundigen (dierenwelzijn), gaat voor de delegaties hierbij een ontwerp-compromistekst voor de bijlagen van bovengenoemd voorstel die is opgesteld door het voorzitterschap.

De wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel staan vetgedrukt en zijn onderstreept; geschrapte gedeelten zijn aangegeven met […].

6699/09

ons/LEP/fb

DG B I

LIMITE NL

1

BIJLAGE I OVERZICHT VAN METHODEN VOOR HET BEDWELMEN […] VAN DIEREN, PLUS BIJBEHORENDE SPECIFICATIES

(zoals bedoeld in artikel 4) Hoofdstuk I — Methoden

Tabel 1

Mechanische methoden

 

Nr.

Naam

Beschrijving

Categorie dieren

Cruciale parameters

Specifieke voorschriften

voor bepaalde methoden

– hoofdstuk II van deze

bijlage

1

Penetrerend penschiettoestel

Zwaar en onomkeerbaar letsel aan de hersenen veroorzaakt door de slag en de penetratie van een pen

Eenvoudige bedwelming

Alle diersoorten

Plaatsing en richting van het schot

Adequate snelheid, lengte en diameter van de pen gerelateerd aan de grootte van het dier en de diersoort

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden (s)

Niet van toepassing

2

Niet-penetrerend penschiettoestel

Zwaar letsel aan de hersenen veroorzaakt door de slag van een pen zonder penetratie

Eenvoudige bedwelming

Herkwauwers […] pluimvee, konijnen en hazen.

Plaatsing en richting van het schot

Adequate snelheid en diameter van de pen gerelateerd aan de grootte van het dier en de diersoort

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden (s)

Punt 0

3

Vuurwapen met vrij projectiel

Zwaar en onomkeerbaar letsel aan de hersenen veroorzaakt door de slag en de penetratie van een of meer projectielen

Alle diersoorten

Plaatsing van het schot

Kracht en kaliber van de patroon

Niet van toepassing

4

Maceratie

Onmiddellijk pletten van het hele dier

Kuikens tot 72 uur en embryo’s in het ei

Maximale omvang van de te pletten partij dieren

Afstand tussen schouderbladen

Maatregel om overbelasting van de capaciteit te voorkomen

Punt 1

[5

Breken van de nek

Handmatige of mechanische oprekking en torsie van de nek resulterend in cerebrale ischemie

Pluimvee tot 3 kg levend gewicht

Niet van toepassing

Punt 2]

6

Percuterende slag op de kop

Krachtige en nauwkeurige slag op de kop met ernstig hersenletsel tot gevolg

Biggen, lammeren, konijnen, hazen, pelsdieren en pluimvee tot 5 kg levend gewicht

Kracht en plaats van de slag

Punt 2

6699/09 BIJLAGE

DG B I

ons/LEP/fb                              2

LIMITE NL

Tabel 2 — Elektrische methoden

 

Nr.

Naam

Beschrijving

Categorie dieren

Cruciale parameters

Specifieke voorschriften in hoofdstuk II van deze bijlage

1

Elektrische bedwelming (uitsluitend kop)

Blootstellen van de hersenen aan een stroomsterkte die een gegeneraliseerd epileptisch beeld op het elektro-encefalogram (eeg) genereert

Eenvoudige bedwelming

Alle diersoorten

Minimale stroomsterkte (A of mA)

Minimale spanning (V)

Maximale frequentie (Hz)

Minimale tijdsduur van de blootstelling

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden (s)

Kalibratiefrequentie van de uitrusting

Optimalisatie van de stroomafgifte

Voorkomen van elektrische schokken vóór de bedwelming

Plaats waar elektroden worden geplaatst en hun afmeting

Punt 3

2

Elektrisch doden (kop tot lichaam)

Blootstellen van het lichaam aan een stroomsterkte die gelijktijdig zowel een gegeneraliseerd epileptisch beeld op het elektro-encefalogram (eeg) genereert (bedwelmen) als tot fibrillatie of hartstilstand (doden) leidt

Eenvoudige bedwelming bij de slacht

Alle diersoorten, met uitzondering van lammeren en biggen met een levend gewicht van minder dan 5 kg en runderen

Minimale stroomsterkte (A of mA)

Minimale spanning (V)

Maximale frequentie (Hz)

Minimale tijdsduur van de blootstelling

Kalibratiefrequentie van de uitrusting

Optimalisatie van de stroomafgifte

Voorkomen van elektrische schokken vóór de bedwelming

Plaats waar elektroden worden geplaatst en hun afmeting

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden in geval van bedwelming (s)

Punt 3

Punt 4 voor vossen en chinchilla’s

6699/09 BIJLAGE

DG B I

ons/LEP/fb                              3

LIMITE NL

 

3

Elektrisch waterbad

In een waterbad blootstellen van het gehele lichaam aan een stroomsterkte die een gegeneraliseerd epileptisch beeld op het elektro-encefalogram (eeg) genereert (bedwelmen) en mogelijk ook tot fibrillatie of hartstilstand (doden) leidt

Eenvoudige bedwelming behalve wanneer de frequentie 50 Hz of minder is.

Pluimvee

Minimaliseren van de pijn bij het aanhaken

Optimaliseren van stroomafgifte

Maximale aanhaaktijd voorafgaand aan het waterbad

Minimale tijdsduur van de blootstelling voor ieder dier

Onderdompelen van de vogels tot aan de vleugelbasis

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden voor frequenties boven 50 Hz

Punt 5

6699/09 BIJLAGE

DG B I

ons/LEP/fb                              4

LIMITE NL

Tabel 3

Gasmethoden

 

Nr.

Naam

Beschrijving

Categorie dieren

Cruciale parameters

Specifieke voorschriften in hoofdstuk II van deze bijlage

1

Koolstofdioxide in hoge concentratie

Rechtstreekse blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat meer dan 80% koolstofdioxide bevat. De methode kan worden gebruikt in kuilen, tunnels of dichte containers

Eenvoudige bedwelming bij de slacht van varkens

Varkens, pluimvee en pelsdieren

Koolstofdioxideconcentratie

Duur van de blootstelling

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden in geval van eenvoudige bedwelming […]

Kwaliteit van de gasbron

Punt 6 Punt 7 […].

2

Koolstofdioxide in lage concentratie

Rechtstreekse of geleidelijke blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat minder dan 40% koolstofdioxide bevat, gevolgd door een hogere concentratie koolstofdioxide of zuurstoftekort (concentratie van zuurstof minder dan 2%) wanneer de dieren het bewustzijn hebben verloren. De methode kan worden gebruikt in kuilen, zakken, tunnels, dichte containers of in vooraf luchtdicht afgesloten gebouwen.

Eenvoudige bedwelming voor varkens indien de duur van de blootstelling aan minstens 30% koolstofdioxide minder dan [7] minuten bedraagt.

Eenvoudige bedwelming voor pluimvee indien de totale duur van de blootstelling aan minstens 30% koolstofdioxide minder dan [3] minuten bedraagt.

Varkens en pluimvee

Koolstofdioxideconcentratie

Duur van de blootstelling

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden in geval van eenvoudige bedwelming […]

Kwaliteit van de gasbron

Punt 7 […].

3

Inerte gassen

Rechtstreekse of geleidelijke blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een mengsel van inerte gassen zoals argon of stikstof dat minder dan 2% zuurstof bevat (zuurstoftekort) De methode kan worden gebruikt in kuilen, zakken, tunnels, dichte containers of in vooraf luchtdicht afgesloten gebouwen.

Eenvoudige bedwelming bij de slacht van varkens

Eenvoudige bedwelming voor pluimvee indien de duur van de blootstelling aan zuurstoftekort (minder dan 2% zuurstof) minder dan 3 minuten bedraagt.

Varkens en pluimvee

Zuurstofconcentratie.

Duur van de blootstelling

Kwaliteit van de gasbron

Maximaal tijdsinterval tussen bedwelmen en doden in geval van eenvoudige bedwelming […]

Punt 7 […].

6699/09 BIJLAGE

DG B I

ons/LEP/fb                              5

LIMITE NL

 

4

Koolstof-monoxide (zuivere bron)

Blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat meer dan 4% koolstofmonoxide bevat

Pelsdieren, pluimvee en biggen

Kwaliteit van de gasbron Koolstofmonoxideconcentratie Duur van de blootstelling Temperatuur van het gas

Punten 8.1 tot en met 8.3.

5

Koolstof-monoxide vermengd met andere gassen

Blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat meer dan 1% koolstofmonoxide bevat in combinatie met andere giftige gassen

Pelsdieren, pluimvee en biggen

Koolstofmonoxideconcentratie

Duur van de blootstelling

Temperatuur van het gas

Filtering van het gas dat door de motor wordt geproduceerd

Punt 8

[…]

Tabel 4 — Overige methoden

 

Nr.

Naam

Beschrijving

Categorie dieren

Cruciale parameters

Specifieke voorschriften in hoofdstuk II van deze bijlage

1

Dodelijke injectie onder veterinair toezicht

Verlies van bewustzijn en gevoeligheid gevolgd door een onomkeerbaar intreden van de dood veroorzaakt door een injectie met veterinaire geneesmiddelen

Alle diersoorten

Niet van toepassing

Niet van toepassing

6699/09 BIJLAGE

DG B I

ons/LEP/fb                              6

LIMITE NL

Hoofdstuk II — Specifieke voorschriften voor bepaalde methoden

  • 0. 
    Niet-penetrerend penschiettoestel

Voor herkauwers met een levend gewicht van meer dan 10 kg wordt deze methode alleen gebruikt wanneer de herkauwers worden geslacht volgens godsdienstige rituelen.

  • 1. 
    Maceratie

Deze methode leidt tot de onmiddellijke maceratie en onmiddellijke dood van de dieren. Het apparaat werkt met sneldraaiende, mechanisch aangedreven snijplaten, of met uitstulpingen in schuim. De capaciteit van het apparaat moet voldoende zijn om alle dieren direct te doden, zelfs wanneer het om grote aantallen gaat.

  • 2. 
    Breken van de nek en percuterende slag op de kop

Deze methoden worden in slachthuizen alleen gebruikt als back-up methode voor bedwelming

Niemand mag per dag meer dan vijftig dieren doden middels het handmatig breken van de nek of een percuterende slag op de kop.

  • 3. 
    Elektrische bedwelming (uitsluitend kop)

3.1        Bij het gebruik van elektrische bedwelming via uitsluitend de kop van een dier, worden de elektroden aan weerszijden van de hersenen van het dier bevestigd en aan diens grootte aangepast.

3.2        Bij de elektrische bedwelming via uitsluitend de kop van een dier wordt gebruikgemaakt van de minimale stroomsterkte zoals voorgeschreven in tabel 1.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                     7

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

 

Tabel 1 —

Minimale stroomsterkte voor elektrische bedwelming (uitsluitend kop)

Categorie dieren

Runderen van

6 maanden of

ouder

Runderen

jonger dan

zes maanden

Schapen en geiten

Varkens

Kippen

Kalkoenen

Minimale stroomste rkte

1,28 A

1,25 A

1,00 A

1,30 A

240 mA

400 mA

  • 4. 
    Elektrisch doden (kop tot lichaam)

4.1        Schapen, geiten en varkens.

De minimale stroomsterkte voor het elektrisch doden (van kop tot lichaam) is 1 ampère voor schapen en 1,30 ampère voor varkens.

4.2        Vossen

De elektroden worden aan de bek en het rectum bevestigd, waarbij gedurende ten minste drie seconden een minimale stroomsterkte van 0,3 ampère en een minimale spanning van 110 volt toegediend wordt.

4.3        Chinchilla’s

De elektroden worden van oor tot staart bevestigd, waarbij gedurende ten minste zestig seconden een minimale stroomsterkte van 0,57 ampère toegediend wordt.

  • 5. 
    Bedwelmen van pluimvee middels elektrische waterbaden

5.1 Dieren mogen niet aangehaakt worden als zij te klein zijn voor de waterbad-bedwelmer of indien het aanhaken naar alle waarschijnlijkheid tot pijn lijdt dan wel de bestaande pijn vergroot (zoals bij gewonde dieren). In dergelijke gevallen worden deze dieren op een andere manier gedood.

6699/09 BIJLAGE

ons/LEP/fb

DG B I

LIMITE

8

NL

5.2        De haken dienen nat te zijn voordat levende vogels aan de stroom worden blootgesteld. Vogels worden met beide poten aangehaakt.

5.3        Bij waterbadbedwelming wordt gebruikgemaakt van de minimale stroomsterkte zoals voorgeschreven in tabel 2. Dieren worden gedurende minimaal vier seconden aan die stroomsterkte blootgesteld.

Tabel 2 — Elektrische vereisten voor de uitrusting voor waterbadbedwelming (gemiddelde waarden per dier)

 

Frequentie (Hz)

Kippen

Kalkoenen

Eenden en ganzen

< 200 Hz

100 mA

250 mA

130 mA

Van 200 tot 400 Hz

150 mA

400 mA

Niet toegestaan

Van 400 tot 1500 Hz

200 mA

400 mA

Niet toegestaan

6.

Koolstofdioxide in hoge concentratie (meer dan 80%)

Deze methode wordt niet gebruikt voor het slachten van pluimvee.

  • 7. 
    Koolstofdioxide in […] lage concentratie, gebruik van inerte gassen of een

combinatie van deze gasmengsels […].

In geen geval mogen gassen de kamer of de locatie binnendringen waar dieren bedwelmd en gedood dienen te worden indien dit tot brandwonden zou kunnen leiden of onnodig lijden zou kunnen veroorzaken door bevriezing of een te lage vochtigheidsgraad.

6699/09 BIJLAGE

ons/LEP/fb

DG B I

LIMITE

9

NL

  • 8. 
    Koolstofmonoxide (zuivere bron of vermengd met andere gassen)

8.1        Er wordt te allen tijde visueel toezicht op de dieren uitgeoefend.

8.2        De dieren worden afzonderlijk in de bedwelmingsruimte binnengebracht, waarbij ervoor wordt gezorgd dat een dier pas binnengebracht wordt als het vorige dier bewusteloos of dood is.

8.3        De dieren blijven in de bedwelmingsruimte totdat zij dood zijn.

8.4        Uitlaatgassen van een speciaal hiervoor aangepaste motor zijn toegestaan mits tests hebben uitgewezen dat het gebruikte gas:

a)      naar behoren is afgekoeld;

b)     voldoende is gefilterd, en

c)      vrij is van irriterende componenten en gassen.

8.5        De dieren mogen de ruimte pas binnen worden gebracht wanneer de concentratie koolstofmonoxide het vereiste minimale niveau heeft bereikt.

9.          […]

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   10

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

BIJLAGE II

INDELING, BOUW EN UITRUSTING VAN SLACHTHUIZEN

(zoals bedoeld in artikel 11)

  • 1. 
    Alle onderbrengvoorzieningen

1.1        Ventilatiesystemen zijn zodanig ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden dat het welzijn van de dieren continu is gewaarborgd; hierbij wordt rekening gehouden met het verwachte scala aan weersomstandigheden.

1.2        Indien er gebruikgemaakt moet worden van mechanische ventilatiemiddelen, dienen er een waarschuwingssysteem en noodvoorzieningen beschikbaar te zijn met het oog op een storing in of uitval van die mechanische ventilatie.

(1.2 bis) Onderbrengvoorzieningen zijn zodanig ontworpen en geïnstalleerd dat er zo weinig mogelijk plotse geluiden zijn

  • 2. 
    Onderbrengvoorzieningen voor dieren die niet in containers worden afgeleverd

2.1        Hokken, drijfgangen en looppaden zijn zodanig ontworpen en gebouwd dat:

  • a) 
    de dieren zich middels hun normale loopgedrag en zonder afleiding vrij in de gewenste richting kunnen bewegen;
  • b) 
    varkens of schapen naast elkaar kunnen lopen, met uitzondering van looppaden die naar de fixatie-uitrusting leiden.

(2.1 bis) De zijkanten van vlonders en bruggen zijn beschermd zodat de dieren er niet af kunnen vallen.

2.2        Het systeem voor de watertoevoer in hokken is zodanig ontworpen en gebouwd dat alle dieren op elk moment toegang hebben tot schoon drinkwater zonder daarbij letsel op te lopen of beperkt te worden in hun bewegingen.

2.3        Wanneer er een stalruimte wordt gebruikt, is die gebouwd met een effen vloer en stevige zijwanden, tussen de wachthokken en het looppad naar het bedwelmingspunt, en van een zodanig ontwerp dat dieren niet vast kunnen komen te zitten of vertrapt kunnen worden.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   11

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

2.4 De constructie van de vloeren is zodanig dat het risico dat dieren uitglijden, vallen of letsel aan hun poten oplopen, zo veel mogelijk beperkt is.

(2.4 bis) Indien slachthuizen openlucht-onderbrengvoorzieningen hebben zonder natuurlijke beschutting of schaduw, wordt er passende bescherming tegen slecht weer gebouwd. Indien zulke bescherming ontbreekt, worden deze onderbrengvoorzieningen niet gebruikt bij slecht weer. Als er geen natuurlijke waterbron is, worden er drinkinstallaties aangebracht.

  • 3. 
    Fixatie-uitrusting en fixatievoorzieningen

3.1        Fixatie-uitrusting en fixatievoorzieningen zijn zodanig ontworpen en gebouwd dat:

  • a) 
    de methoden voor het bedwelmen of het doden optimaal kunnen worden toegepast;
  • b) 
    letsel of kneuzingen bij de dieren worden voorkomen, en
  • c) 
    eventuele worstelingen om los te komen en het uitbrengen van geluiden tijdens het fixeren van dieren zo veel mogelijk worden beperkt.

c bis) het fixeren zo kort mogelijk duurt.

3.2        Voor runderen zijn fixatieboxen die in combinatie met een penschiettoestel worden gebruikt, voorzien van een systeem dat zowel de laterale als de verticale beweging van de kop van het dier beperkt.

3.3        Er mogen geen systemen gebruikt worden waarmee runderen in een geroteerde of onnatuurlijke houding worden gefixeerd.

  • 4. 
    Uitrusting voor elektrische bedwelming

4.1        De uitrusting voor elektrische bedwelming is voorzien van een systeem dat de gegevens van de cruciale elektrische parameters toont en registreert voor bedwelmde of gedode dieren. Het systeem moet voor het personeel duidelijk zichtbaar zijn en moet een duidelijk zichtbaar en hoorbaar signaal geven indien de duur van de blootstelling zakt tot onder het vereiste niveau.

4.2        De elektrische apparatuur levert een constante stroom.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   12

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

  • 5. 
    Uitrusting voor waterbadbedwelming

5.1        De aanhaaklijnen zijn zodanig ontworpen en geplaatst dat de dieren die eraan worden gehangen, nergens door belemmerd worden en de stress voor de dieren tot een minimum gereduceerd wordt.

(5.1 bis) De aanhaaklijnen zijn zodanig ontworpen dat de dieren die eraan worden gehangen er niet langer dan een minuut bij bewustzijn aan hangen.

5.2        De aanhaaklijn is tot aan het toegangspunt van de broeibak over de volledige lengte gemakkelijk toegankelijk voor het geval dat dieren van de slachtlijn verwijderd moeten worden.

5.3        De omvang en de vorm van de metalen haken zijn afgestemd op de poten van het te slachten pluimvee zodat een elektrisch contact gewaarborgd is zonder dat de dieren daardoor pijn lijden.

5.4        De uitrusting voor waterbadbedwelming is voorzien van een elektrisch geïsoleerde toegangsvlonder en is zodanig ontworpen en gebouwd dat er bij de toegang geen water kan overlopen.

(5.4 bis) Het waterbad is zodanig ontworpen dat het waterniveau makkelijk kan worden verhoogd of verlaagd.

5.5        De elektroden die in de uitrusting voor waterbadbedwelming worden gebruikt, moeten over de volle lengte van het waterbad zijn aangebracht. Het waterbad is zodanig ontworpen en onderhouden dat de haken, wanneer zij over het water passeren, in constant contact staan met de geaarde geleider.

5.6        Vanaf het punt van het aanhaken van de dieren totdat zij de waterbadbedwelmer in gaan, is er een voorziening aangebracht die met de borst van de dieren in aanraking komt om hen te kalmeren.

5.7        [...]

5.8        De toegang tot de uitrusting voor waterbadbedwelming dient te allen tijde mogelijk te zijn om te zorgen dat dieren die bedwelmd zijn en in het waterbad achterblijven als gevolg van een uitval of vertraging van de slachtlijn, kunnen verbloeden.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   13

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

  • 6. 
    Uitrusting voor bedwelming van varkens en pluimvee met gas

6.1        Gasbedwelmingsinstallaties zijn zodanig ontworpen en gebouwd dat

  • a) 
    de methoden voor het bedwelmen met gas optimaal kunnen worden toegepast;
  • b) 
    letsel of kneuzingen bij de dieren worden voorkomen, en
  • c) 
    eventuele worstelingen om los te komen en het uitbrengen van geluiden tijdens het fixeren van dieren zo veel mogelijk worden beperkt.

6.2        De gasbedwelmingsinstallatie is voorzien van faciliteiten om de gasconcentratie en de blootstellingsduur voortdurend te meten, weer te geven en te registreren en dient tevens een duidelijk zichtbaar en hoorbaar waarschuwingssignaal te geven wanneer de gasconcentratie onder het vereiste niveau daalt. Het syteem moet duidelijk zichtbaar zijn voor het personeel.

6.3        […]

6.4        De gasbedwelmingsinstallatie is zodanig ontworpen dat de dieren zelfs bij de maximaal toegestane verwerkingscapaciteit nog kunnen gaan liggen zonder dat zij over elkaar heen komen te liggen.

7.          […]

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   14

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

BIJLAGE III

OPERATIONELE VOORSCHRIFTEN VOOR SLACHTHUIZEN

(zoals bedoeld in artikel 12)

  • 1. 
    De aankomst en verplaatsing van en het omgaan met dieren

1.1        De welzijnsomstandigheden van elke zending dieren worden systematisch beoordeeld door de functionaris voor het dierenwelzijn of door een persoon die rechtstreeks aan die functionaris rapporteert om de prioriteiten in kaart te kunnen brengen, met name door te bepalen welke dieren specifieke welzijnsbehoeften hebben en welke maatregelen genomen dienen te worden om in die behoeften te voorzien.

1.2        De dieren worden zo spoedig mogelijk na aankomst uitgeladen en vervolgens zonder onnodige vertraging geslacht.

[…]

Dieren die niet binnen twaalf uur na aankomst zijn geslacht, moeten worden ondergebracht en gevoederd, waarna zij met gepaste tussenpozen een redelijke hoeveelheid voer dienen te krijgen. In dergelijke gevallen worden de dieren voorzien van een adequate hoeveelheid strooisel of gelijksoortig materiaal dat een mate van comfort waarborgt die afgestemd is op de diersoort en de hoeveelheid dieren. Dit materiaal dient urine en uitwerpselen op adequate wijze te absorberen.

1.3        Containers waarin dieren worden vervoerd, worden zorgvuldig behandeld, in het bijzonder wanneer zij een geperforeerde of flexibele bodem hebben, en

  • a) 
    het is verboden ermee te gooien, ze op de grond te laten vallen of omver te gooien;
  • b) 
    zo mogelijk moeten zij horizontaal en mechanisch worden in- en uitgeladen.

Indien mogelijk worden dieren afzonderlijk uitgeladen.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   15

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

1.4        Indien containers op elkaar worden geplaatst, worden voorzorgsmaatregelen genomen om:

  • a) 
    de hoeveelheid urine en uitwerpselen die op de dieren in de lagere containers valt, te beperken;
  • b) 
    de stabiliteit van de containers te waarborgen;
  • c) 
    te waarborgen dat de ventilatie niet belemmerd wordt.

1.5        Bij het slachten krijgen niet-gespeende dieren, melkvee, vrouwelijke dieren die tijdens het transport hebben geworpen en dieren die in containers zijn afgeleverd, voorrang boven andere soorten dieren. Indien dit niet mogelijk is, worden maatregelen getroffen om hun lijden te verlichten, met name door:

  • a) 
    melkvee te melken met tussenpozen van maximaal 12 uur;
  • b) 
    adequate voorzieningen te treffen voor het zogen en het welzijn van pas geboren dieren als een dier heeft geworpen;
  • c) 
    dieren die in containers zijn afgeleverd van drinkwater te voorzien.

1.6        Met uitzondering van konijnen en hazen moeten zoogdieren die na het uitladen niet onmiddellijk naar de slachtplaats worden gebracht, steeds via adequate voorzieningen over voldoende drinkwater kunnen beschikken.

(1.6 bis) Er wordt gezorgd voor een gestage toevoer van dieren voor de bedwelming en het doden, zodat wordt voorkomen dat dierenbegeleiders dieren op moeten jagen vanuit de wachthokken.

1.7

Het is verboden:

  • a) 
    de dieren te slaan of te schoppen;
  • b) 
    op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen dat het de dieren vermijdbare pijn of vermijdbaar lijden berokkent;

6699/09 BIJLAGE

ons/LEP/fb

DG B I

LIMITE

16

NL

  • c) 
    de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken, of ze zodanig te behandelen dat het hun vermijdbare pijn of vermijdbaar lijden berokkent;
  • d) 
    prikstokken of andere puntige voorwerpen te gebruiken;

d bis)de staarten van dieren om te draaien, te verbrijzelen of te breken of de ogen van dieren te grijpen.

1.8        Het gebruik van apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, moet zo veel mogelijk worden vermeden. Deze instrumenten mogen in elk geval alleen worden gebruikt voor volwassen runderen en volwassen varkens die weigeren zich te verplaatsen, en uitsluitend op voorwaarde dat de dieren vóór zich ruimte hebben om zich voort te bewegen. De schokken mogen niet langer duren dan één seconde, moeten voldoende worden gespreid en mogen uitsluitend op de spieren van de achterpoten worden toegediend. Wanneer de dieren niet reageren, mogen de schokken niet herhaaldelijk worden toegediend.

1.9        Dieren mogen in geen geval aan horens, gewei, neusringen of met samengebonden poten worden aangebonden. Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen:

  • a) 
    zo sterk zijn dat ze niet breken;
  • b) 
    zo lang zijn dat de dieren, indien noodzakelijk, kunnen gaan liggen, eten en drinken;
  • c) 
    zo ontworpen zijn dat ieder risico van wurging of verwonding is uitgesloten en dat de dieren snel kunnen worden losgemaakt.
  • 2. 
    Aanvullende voorschriften voor ondergebrachte zoogdieren (met uitzondering

van konijnen en hazen)

2.1        Elk dier dient over voldoende ruimte te beschikken om op te kunnen staan, te gaan liggen en, met uitzondering van afzonderlijk gehouden vee, rond te draaien.

2.2        Dieren worden op een veilige locatie ondergebracht en er wordt voor gezorgd dat zij niet kunnen ontsnappen of ten prooi vallen aan roofdieren.

(2.2 bis) Op ieder hok wordt zichtbaar vermeld hoeveel dieren het maximaal kan bevatten en worden datum en tijdstip van aankomst aangegeven.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   17

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

2.3        Elke dag dat het slachthuis operationeel is, worden er, voordat er dieren arriveren, isolatiehokken in gereedheid gebracht die onmiddellijk beschikbaar zijn voor dieren die speciale zorg nodig hebben.

2.4        De toestand en gezondheid van de dieren op een onderbrenglocatie worden periodiek geïnspecteerd door de functionaris die verantwoordelijk is voor het welzijn van dieren, dan wel door een persoon die over de benodigde vakbekwaamheid beschikt.

  • 3. 
    Verbloeden van dieren

3.1        Wanneer het bedwelmen, het aanhaken, het ophangen en het laten verbloeden van de dieren door één persoon worden uitgevoerd, moet die persoon al deze handelingen achtereenvolgens bij één dier hebben uitgevoerd voordat hij met de uitvoering daarvan bij een ander dier begint.

3.2        Bij eenvoudige bedwelming, worden systematisch de twee halsslagaders of de toevoerende bloedvaten doorgesneden. Verdere uitslachting of elektrische stimulatie gebeuren pas na verbloeding.

3.3        Vogels mogen niet met behulp van automatische halsafsnijders worden geslacht, tenzij kan worden vastgesteld of die halsafsnijders beide bloedvaten al dan niet daadwerkelijk hebben doorgesneden. Indien blijkt dat de halsafsnijder niet effectief heeft gefunctioneerd, wordt de vogel onmiddellijk gedood.

6699/09                                                                     ons/LEP/fb                                   18

BIJLAGE                                   DG B I                 LIMITE NL

BIJLAGE IV

SAMENHANG TUSSEN ACTIVITEITEN EN VEREISTEN VOOR HET EXAMINEREN

VAN DE VAKBEKWAAMHEID (zoals bedoeld in artikel 18)

 

Overzicht van slachtactiviteiten in artikel 7, lid 2

Onderwerpen die met het oog op de

vakbekwaamheid geëxamineerd dienen te

worden

Alle in artikel 7, lid 2, onder a) tot en met f), beschreven activiteiten.

dierlijke gedragingen; dierlijk lijden; tekenen van bewustzijn en gevoeligheid; stress bij dieren.

  • a) 
    het omgaan met en het verzorgen van dieren voorafgaand aan de fixatie;

praktische aspecten met betrekking tot het omgaan met en het fixeren van dieren;

kennis van de instructies van de fabrikanten van mechanische fixaties

  • b) 
    het fixeren van dieren met het oog op het bedwelmen of doden;

(c) het bedwelmen van dieren;

praktische aspecten van bedwelmings-technieken en kennis van de instructies van de fabrikanten van bedwelmings-apparatuur

back-upmethoden voor het bedwelmen en/of doden van dieren.

basisonderhoud en reiniging van de uitrusting voor het bedwelmen en/of doden van dieren;

  • d) 
    het beoordelen van de effectiviteit van de bedwelming;

controle op de effectiviteit van het bedwelmen;

back-upmethoden voor het bedwelmen en/of doden van dieren.

  • e) 
    het aanhaken of ophangen van levende dieren;

praktische aspecten met betrekking tot het omgaan met en het fixeren van dieren;

  • f) 
    het verbloeden van levende dieren.

controle op de effectiviteit van het bedwelmen;

back-upmethoden voor het bedwelmen en/of doden van dieren.

6699/09 BIJLAGE

DG B I

ons/LEP/fb                      19

LIMITE NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie