Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders - Resultaat van de eerste lezing van het Europees Parlement (Straatsburg, 2 tot en met 5 februari 2009)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

I.

INLEIDING

De rapporteur, de Friedrich-Wilhelm GRAEFE zu BARINGDORF (Verts/EFA - DE), heeft namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling een verslag gepresenteerd met 76 amendementen op het verordeningsvoorstel (amendementen 1-76).

Overeenkomstig artikel 251, lid 2, van het EG-Verdrag en de Gemeenschappelijke Verklaring over de wijze van uitvoering van de nieuwe medebeslissingsprocedure

1 hebben er vervolgens

informele contacten plaatsgevonden tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, teneinde in eerste lezing een akkoord over het in hoofde genoemde voorstel te bereiken en zodoende een tweede lezing en de bemiddelingsprocedure te vermijden.

Naar aanleiding van die contacten hebben de fracties Verts/EFA, EPP-ED, PES, ALDE en UEN één compromisamendement (amendement 77) op het verordeningsvoorstel ingediend. Tijdens bovengenoemde informele contacten was overeenstemming bereikt over dit amendement.

1 PB C 145 van 30.6.2007, blz. 5.

II. STEMMING

Tijdens de stemming op 5 februari 2009 heeft de plenaire vergadering het enige compromisamendement (amendement 77) op het voorstel voor een verordening aangenomen. Het aangenomen amendement stemt overeen met hetgeen de drie instellingen waren overeengekomen en zou derhalve voor de Raad aanvaardbaar moeten zijn. Na bijwerking van de tekst door de juristen-vertalers

1 zou de Raad het wetgevingsbesluit dan ook moeten kunnen

aannemen. De tekst en de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement staan in bijlage dezes.

_______________

1 De delegaties kunnen eventuele juridisch-taalkundige opmerkingen tot en met 25 februari 2009 toezenden aan het directoraat wetgevingskwaliteit van de Raad

(secretariat.jl-codecision@consilium.europa.eu).

BIJLAGE

(05.02.2009)

In de handel brengen en het gebruik van diervoeders ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 februari 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders (COM(2008)0124 ­ C6-0128/2008 ­ 2008/0050(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

,

Het Europees Parlement

­ gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad

(COM(2008)0124),

­ gelet op artikel 251, lid 2, artikel 37 en artikel 152, lid 4, letter b) van het EG-Verdrag, op grond

waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0128/2008),

­ gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

­ gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0407/2008),

  • 1. 
    hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
  • 2. 
    neemt kennis van de hieraan gehechte verklaringen van de Commissie;
  • 3. 
    verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende

wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

  • 4. 
    verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de

Commissie.

6043/09

P6_TC1-COD(2008)0050

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 5 februari 2009 met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr.

.../2009 van het Europees Parlement en de

Raad betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37 en

artikel 152, lid 4, onder b),

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 1 , Gezien het advies van het Comité van de Regio's 2 ,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag 3 , Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het streven naar een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid van mensen en dieren is

een van de fundamentele doelstellingen van de levensmiddelenwetgeving, zoals vastgelegd in

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002

tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de

levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden 4 . In die verordening werd ook de benadering "van boer tot bord" vastgelegd, waarbij diervoeders

worden aangewezen als de meest gevoelige fase aan het begin van de voedselketen. Een van

de basisdoelstellingen van deze verordening is het waarborgen van een hoog niveau van

bescherming van de volksgezondheid.

(2) De productie van diervoeder vormt een belangrijk afzetgebied voor de Europese

landbouwproducten, aangezien de meeste voor voederproductie gebruikte materialen

bestaan uit landbouwproducten die in bijlage I bij het Verdrag worden vermeld. Bovendien

is diervoeder van cruciaal belang voor de 5 miljoen veehouders in de Gemeenschap omdat

het de belangrijkste kostenfactor is.

Diervoeders kunnen de vorm aannemen van voedermiddelen, mengvoeders,

(3)

toevoegingsmiddelen, voormengsels en gemedicineerde diervoeders. De voorschriften voor

het in de handel brengen van toevoegingsmiddelen in diervoeding zijn uiteengezet in

Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september

1 PB C [...] van [...], blz. [...]. 2 PB C [...] van [...], blz. [...]. 3 Standpunt van het Europees Parlement van 5 februari 2009.

4 PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. 6043/09

2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding 1 en die voor gemedicineerde diervoeders in Richtlijn 90/167/EEG van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden

voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale

werking 2 .

(4) De bestaande wetgeving inzake het verkeer en het gebruik van voedermiddelen en mengvoeders, waartoe ook voeders voor gezelschapsdieren behoren, namelijk Richtlijn

79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het verkeer van mengvoeders 3 , Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met

bijzonder voedingsdoel 4 ("dieetvoer"), Richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen 5 en Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten 6 ("bio eiwitten"), moet worden geactualiseerd. Om redenen van duidelijkheid moeten Richtlijn

83/228/EEG van de Raad tot vaststelling van richtsnoeren voor de beoordeling van

bepaalde producten die worden gebruikt in de diervoeding 7 en Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie van 2 mei 1980 houdende machtiging om, in bepaalde gevallen, mengvoeders in

de handel te brengen in niet-gesloten verpakkingen of recipiënten 8 , worden ingetrokken. Als gevolg van de vervanging van Richtlijn 79/373/EEG dient Richtlijn 93/113/EG van de

(5)

Raad van 14 december 1993 betreffende het gebruik en het in de handel brengen van voor de

diervoeding bestemde enzymen, micro-organismen en hun preparaten 9 eveneens te worden vervangen. Tevens moet, gezien deze vervanging en gegeven het feit dat onderhavige

verordening regels bevat voor de etikettering van diervoeders die toevoegingsmiddelen

bevatten, artikel 16 van Richtlijn 70/524/EEG van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding

10 , dat na de intrekking van Richtlijn 70/524/EEG bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 van kracht is gebleven, worden ingetrokken.

(6) In tegenstelling tot de definitie van levensmiddel in Verordening (EG) nr. 178/2002, omvat de definitie van voeder niet water. Daar water bovendien niet op de markt wordt gebracht

voor gebruik in diervoeding, dient deze verordening geen voorwaarden voor in diervoeding

gebruikt water te bevatten. Wel moet zij van toepassing zijn op in water toegediende

diervoeders. Anderzijds valt het gebruik van water door diervoederbedrijven onder

Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005

tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne 11 , die voorschrijft dat er altijd schoon water moet worden gebruikt wanneer zulks noodzakelijk is om gevaarlijke

verontreiniging te voorkomen en dat het voor de productie van diervoeders gebruikte water

van voldoende kwaliteit moet zijn.

1 PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. 2 PB L 92 van 7.4.1990, blz. 42.

3 PB L 86 van 6.4.1979, blz. 30.

4 PB L 237 van 22.9.1993, blz. 23. 5 PB L 125 van 23.5.1996, blz. 35. 6 PB L 213 van 21.7.1982, blz. 8. 7 PB L 126 van 13.5.1983, blz. 23.

8 PB L 126 van 21.5.1980, blz. 14.

9 PB L 334 van 31.12.1993, blz. 17. 10 PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.

11 PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1. 6043/09

Gezien het gevaar van verontreiniging van de voeder- en voedselketen, moet deze

(7)

verordening gelden voor voeder voor zowel voedselproducerende als niet-

voedselproducerende dieren, inclusief wilde dieren.

De verantwoordelijkheden van de exploitanten van diervoederbedrijven, welke zijn

(8)

vastgelegd in de artikelen 15, 16, 18 en 20 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 4,

lid 1 van Verordening (EG) nr. 183/2005, moeten van overeenkomstige toepassing zijn voor

diervoeders voor niet-voedselproducerende dieren.

Met het oog op de naleving van deze verordening moeten de lidstaten officiële controles

(9)

uitvoeren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de

Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake

diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn 1 . Die controles dienen niet alleen de verplichte maar ook de facultatieve etiketteringsgegevens

te omvatten. Om controles van de gegevens over de samenstelling mogelijk te maken, dienen

er aanvaardbare toleranties voor de in de etikettering vermelde waarden te worden bepaald.

(10) Voor de beheersing van risico's voor de voederveiligheid moet de lijst van materialen waarvan het in de handel brengen als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is, zoals die

momenteel bij Beschikking 2004/217/EG van de Commissie van 1 maart 2004 tot goedkeuring van een lijst van materialen waarvan het verkeer en het gebruik in de diervoeding is verboden

2 is vastgesteld, gehandhaafd blijven in de vorm van een bijlage bij deze verordening. Het bestaan van een dergelijke bijlage moet echter niet worden uitgelegd in de zin dat alle

niet op de lijst voorkomende producten als zodanig als veilig kunnen worden beschouwd. Het onderscheid tussen voedermiddelen, toevoegingsmiddelen en andere producten zoals

(11)

diergeneesmiddelen heeft gevolgen voor de voorwaarden voor het in de handel brengen.

Voedermiddelen worden in de eerste plaats gebruikt om te voorzien in de behoeften van

dieren, bijvoorbeeld aan energie, voedingsstoffen, mineralen of voedingsvezels. In de regel

zijn zij chemisch niet duidelijk omschreven, met uitzondering van de primaire, in de

voedermiddelen aanwezige bestanddelen. Effecten die aan de hand van wetenschappelijke

beoordelingen te verdedigen zijn en die voorbehouden zijn aan toevoegingsmiddelen of

diergeneesmiddelen, dienen te worden uitgesloten van de objectieve toepassingen van

voedermiddelen. Er dienen derhalve niet-bindende richtsnoeren te worden opgesteld aan de

hand waarvan deze soorten producten van elkaar kunnen worden onderscheiden. In naar

behoren gemotiveerde gevallen moet de Commissie de bevoegdheid hebben te

verduidelijken of een product een voedermiddel in de zin van deze verordening is.

De definitie van aanvullende diervoeders in Richtlijn 79/373/EEG heeft in verscheidene

(12)

lidstaten problemen bij de toepassing opgeleverd. Voor een correcte toepassing van

Verordening (EG) nr. 183/2005 moet het onderscheid tussen aanvullende diervoeders en

voormengsels worden verduidelijkt.

(13) Om een uniforme toepassing van de wetgeving mogelijk te maken moeten voedermiddelen

en aanvullende diervoeders geen toevoegingsmiddelen boven een bepaald gehalte bevatten.

Sterk geconcentreerde diervoeders, zoals mineralenemmers, mogen echter voor

rechtstreekse vervoedering worden gebruikt indien de samenstelling ervan in

overeenstemming is met het bijzondere voedingsdoel voor de desbetreffende bestemming.

1 PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1. 2 PB L 67 van 5.3.2004, blz. 31. 6043/09

De gebruiksvoorwaarden voor dergelijke diervoeders moeten vermeld worden in de

etikettering, ten einde te garanderen dat de hand wordt gehouden aan de respectieve

hoeveelheid toevoegingsmiddelen in het dagrantsoen.

Richtlijn 82/471/EEG beoogde het aanbod van als directe en indirecte eiwitbron gebruikte

(14)

diervoeders in de Gemeenschap te verbeteren. Die richtlijn stelt een vergunningsprocedure

voor het in de handel brengen van alle mogelijke bio-eiwitten verplicht. In het verleden zijn

echter slechts een gering aantal vergunningen verleend en er bestaat nog steeds een duidelijk

tekort aan eiwitrijke diervoeders. Het algemene vereiste van vergunningen voorafgaande aan

het in de handel brengen bleek aldus een onoverkomelijke belemmering te vormen en

veiligheidsrisico's kunnen in plaats daarvan worden aangepakt door een verbod op gevaarlijke

producten op basis van markttoezicht. In gevallen waarin het resultaat van de

risicobeoordeling van bio-eiwitten negatief was of is, moet het verkeer en het gebruik ervan

worden verboden. Derhalve moet de speciale verplichting tot een algemene

vergunningsprocedure voor bio-eiwitten worden afgeschaft, zodat het veiligheidssysteem voor

deze producten identiek is aan dat van alle andere voedermiddelen. De bestaande

beperkingen of verbodsbepalingen ten aanzien van bepaalde bio-eiwitten moeten onverlet

blijven.

De bij Richtlijn 2008/38/EG van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van de lijst

(15)

van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel 1 ten uitvoer gelegde bepalingen van Richtlijn 93/74/EEG blijken goed te hebben gefunctioneerd. De lijst van

bestemmingen moet derhalve worden gehandhaafd en er moeten in deze verordening

bepalingen worden opgenomen op basis waarvan zij kan worden bijgewerkt. In het

bijzonder dient de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid ("de Autoriteit") te worden

geraadpleegd in verband met de werkzaamheid en veiligheid van dergelijke voeders, indien er

op grond van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens redenen zijn om te

veronderstellen dat het gebruik van het specifieke voeder wellicht niet aan het bijzondere

voedingsdoel voldoet of een negatieve uitwerking heeft op de gezondheid van dieren en

mensen, het milieu en dierenwelzijn.

(16) Wetenschappelijke onderbouwing dient bij het gebruik van claims ten aanzien van

diervoeders op de eerste plaats te komen, en exploitanten van diervoederbedrijven die

claims gebruiken, moeten deze onderbouwen. Een claim wetenschappelijk onderbouwen

dient te gebeuren door rekening te houden met alle beschikbare wetenschappelijke

gegevens en door de bewijzen te wegen.

Etikettering heeft enerzijds handhaving, traceerbaarheid en controle tot doel en anderzijds

(17)

voorlichting van de gebruiker. De etikettering dient voorts de afnemers de informatie te

verstrekken waardoor zij een keuze kunnen maken die optimaal aansluit bij hun behoeften, en

eveneens samenhangend, duidelijk, transparant en begrijpelijk te zijn. Aangezien de afnemers,

met name de veehouders, hun keuze niet alleen op het verkooppunt maken waar zij de

verpakking van de diervoeders kunnen inspecteren, moeten de vereisten betreffende de etiketteringsgegevens

niet slechts de etiketten op de producten betreffen, maar ook andere

vormen van communicatie tussen verkoper en afnemer. Deze beginselen dienen ook voor de

aanbiedingsvorm van en de reclame voor de diervoeders te gelden.

De etikettering biedt verplichte en facultatieve informatie. Tot de verplichte informatie

(18)

moeten niet alleen algemene etiketteringsvereisten, maar ook specifieke vereisten voor

1 PB L 62 van 6.3.2008, blz. 9. 6043/09

respectievelijk voedermiddelen en mengvoeders en aanvullende vereisten voor dieetvoeder,

verontreinigd diervoeder en voeder voor gezelschapsdieren behoren.

(19) De huidige situatie op het gebied van chemische onzuiverheden die het gevolg zijn van het

productieproces van voedermiddelen en technische hulpstoffen is onbevredigend. Om een

hoog niveau van voederveiligheid en aldus van bescherming van de volksgezondheid te

waarborgen en tevens voor meer transparantie te zorgen, dienen er bepalingen te worden

vastgesteld inzake het aanvaardbare gehalte chemische onzuiverheden overeenkomstig de

in Verordening (EG) nr. 183/2005 bedoelde goede praktijken.

De bestaande regel dat alleen bepaalde toevoegingsmiddelen van een etiket moeten worden

(20)

voorzien zodra zij in voedermiddelen en mengvoeders worden gebruikt, blijkt goed te hebben

gefunctioneerd. Zowel de indeling naar categorie uit hoofde van Verordening (EG) nr.

1831/2003 als het feit dat in het bijzonder eigenaren van gezelschapsdieren in verwarring

kunnen worden gebracht door de etikettering van sommige toevoegingsmiddelen, maken

actualisering en modernisering echter noodzakelijk.

(21) In 2002 werd als gevolg van de BSE- en de dioxinecrisis op initiatief van het Europees Parlement de verplichting ingevoerd om het gewichtspercentage van alle in mengvoeders

verwerkte voedermiddelen te vermelden. De mate van veiligheid van diervoeders en

levensmiddelen is echter ook aanzienlijk verbeterd als gevolg van de Verordeningen (EG) nr.

178/2002 en (EG) nr. 183/2005 alsmede de uitvoeringsmaatregelen daarvan, in het

bijzonder als gevolg van het feit dat de nadruk werd gelegd op de verantwoordelijkheid van

exploitanten van levensmiddelen- en diervoederbedrijven en dankzij het verbeterde

traceerbaarheidssysteem, de invoering van het HACCP-beginsel in diervoederbedrijven en

de opstelling van gidsen voor goede hygiënische praktijken in diervoederbedrijven. In het

licht van deze positieve ontwikkelingen, die hun neerslag vonden in het systeem voor snelle

waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders, is de verplichting om het

gewichtspercentage van alle in mengvoeders verwerkte voedermiddelen in de etikettering te

vermelden niet langer noodzakelijk om een hoog niveau van voederveiligheid en aldus van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen. Omwille van een goede

informatieverstrekking kunnen de exacte percentages echter op vrijwillige basis aan de

afnemers worden verstrekt. Bovendien hebben de bevoegde autoriteiten toegang tot

informatie over de exacte gewichtspercentages van de in mengvoeder verwerkte

voedermiddelen en kunnen zij derhalve om dwingende urgente redenen in verband met de

gezondheid van mens en dier of met het milieu, en met inachtneming van het bepaalde in

Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april betreffende de

handhaving van intellectuele eigendomsrechten 1 , aanvullende informatie aan de afnemers verstrekken.

Met het oog op adequate informatie voor de afnemer en om te voorkomen dat deze misleid

(22)

wordt, zou de vermelding van het exacte gewichtspercentage echter verplicht moeten worden

gesteld in gevallen waar het voedermiddel in kwestie nadrukkelijk wordt vermeld op het

etiket van een mengvoeder.

De vermelding van de in mengvoeders verwerkte voedermiddelen in dalende volgorde van

(23)

hun gewichtspercentage verschaft reeds belangrijke informatie over de samenstelling. Op

bepaalde gebieden waar de producent niet verplicht is om gegevens op het etiket te

vermelden, dient de afnemer de mogelijkheid hebben om aanvullende informatie te

1 PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45. 6043/09

verlangen. In dit geval moet een marge van +/- 15% van de aangegeven waarde

gehandhaafd blijven.

(24) Intellectuele-eigendomsrechten van de producenten moeten worden beschermd. Voor de

handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten moeten de bepalingen van Richtlijn

2004/48/EG gelden. Ook moet worden erkend dat de kwantitatieve samenstelling van

mengvoeders, in tegenstelling tot de namen van de daarin verwerkte voedermiddelen, onder

bepaalde voorwaarden kan worden beschouwd als vertrouwelijke informatie die moet

worden beschermd.

Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake

(25)

ongewenste stoffen in diervoeding 1 is niet van toepassing op de etikettering van voeders met een te hoog gehalte aan ongewenste stoffen. Daarom moeten er voorschriften worden

vastgesteld om te zorgen voor toereikende etikettering en correcte toepassing van het

verdunningsverbod van artikel 5 van die richtlijn, totdat die verontreinigde materialen zijn

ontgift door een ontgiftingsbedrijf dat is goedgekeurd overeenkomstig artikel 10, leden 2 en

3 van Verordening (EG) nr. 183/2005, of gereinigd.

Er moet worden voorzien in afwijkingen van de algemene etiketteringsverplichtingen, voor

(26)

zover de toepassing van deze verplichtingen niet noodzakelijk is voor de bescherming van de

gezondheid van mens en dier of de consumentenbelangen en een te zware belasting vormt

voor de voor de vermelding van de etiketteringsgegevens verantwoordelijke producenten of

exploitanten van diervoederbedrijven. Dergelijke afwijkingen zouden op basis van de

ervaring met name mogelijk moeten zijn voor diervoeders die door een veehouder aan een

andere veehouder worden geleverd voor gebruik op zijn bedrijf, voor kleine hoeveelheden,

voor mengvoeder dat niet uit meer dan drie voedermiddelen bestaat en voor mengsels van

gehele graanplanten, zaden en vruchten.

(27) In de regel dient mengvoeder in hermetisch gesloten recipiënten in de handel te worden gebracht, maar er zouden passende afwijkingen mogelijk moeten zijn, voor zover deze eis niet

nodig is voor de bescherming van de gezondheid van mens en dier of

consumentenbelangen en een te zware belasting zou vormen voor de exploitanten van

diervoederbedrijven.

Deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG en de kolommen 2 tot en met 4 van de bijlage

(28)

bij Richtlijn 82/471/EEG bevatten lijsten met benamingen, beschrijvingen en

etiketteringsbepalingen voor bepaalde voedermiddelen. Door deze lijsten wordt de

uitwisseling van informatie over de producteigenschappen tussen de producent en de afnemer

vergemakkelijkt. De ervaring die is opgedaan met de inschakeling van de belanghebbende

partijen bij de vaststelling van facultatieve normen door middel van communautaire

richtsnoeren op het gebied van de diervoederhygiëne is in alle opzichten positief geweest.

De opstelling van uitgebreidere lijsten door de belanghebbende partijen zou flexibeler

kunnen zijn en meer afgestemd op de informatiebehoeften van de gebruiker dan wanneer

zulks door de wetgever wordt gedaan. De belanghebbende partijen kunnen ­ afhankelijk

van de waarde van een lijst van voedermiddelen ­ beslissen hoeveel tijd en energie zij

hieraan zullen besteden. Daarom lijkt het wenselijk een niet-uitputtende lijst van

voedermiddelen op te stellen die de exploitanten van diervoederbedrijven op vrijwillige basis

kunnen gebruiken, met uitzondering van de vermelding van de naam van het voedermiddel.

1 PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10. 6043/09

De huidige lijsten van voedermiddelen in deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG en de

(29)

kolommen 2 tot en met 4 van de bijlage bij Richtlijn 82/471/EEG moeten de eerste versie van

de communautaire lijst van voedermiddelen worden. Deze eerste versie moet vervolgens op

initiatief van de belanghebbende partijen overeenkomstig hun belangen worden aangevuld,

ook met betrekking tot nieuwe voedermiddelen.

(30) Omwille van de transparantie moet worden bepaald dat de vertegenwoordigers van de

belanghebbenden worden ingelicht zodra een voedermiddel dat niet op die lijst voorkomt

voor het eerst in de handel wordt gebracht.

Moderne etikettering bevordert een concurrerende markt waar dynamische, efficiënte en

(31)

innovatieve marktdeelnemers ten volle gebruik kunnen maken van etikettering om hun

producten te verkopen. Gelet op zowel de business-to-businessrelatie tussen bedrijven bij het

op de markt brengen van veevoer als de relatie tussen de producent en de afnemer van

voeders voor gezelschapsdieren, zouden gedragscodes voor etikettering voor deze beide

gebieden nuttige hulpmiddelen kunnen zijn om de doelstellingen van de moderne etikettering

te verwezenlijken. In de gedragscodes moeten voorschriften worden opgenomen die de

afnemer in staat stellen om weloverwogen keuzes te maken. Zij moeten ook de voor de

etikettering verantwoordelijke persoon belangrijke leidraden bieden met betrekking tot

diverse elementen van de etikettering. In deze codes kan het kader voor facultatieve

etikettering of de presentatie van verplichte etikettering geïnterpreteerd worden De codes

moeten op vrijwillige basis worden gebruikt, behoudens in gevallen waarin in de

etikettering wordt aangegeven dat de gedragscode is gebruikt.

De participatie van alle betrokken partijen is een cruciale voorwaarde voor de kwaliteit en

(32)

betrouwbaarheid van de lijst en de codes voor etikettering. De belangen van de gebruikers

moeten in aanmerking worden genomen, zodat hun recht op juiste informatie verbeterd wordt.

De Commissie kan hiervoor zorg dragen door de lijst en de codes goed te keuren, mits de

inhoud ervan toepasbaar is en zij daadwerkelijk kunnen bijdragen tot de verwezenlijking

van de doelstellingen van deze verordening.

(33) De lidstaten moeten de regels vaststellen voor de sancties die van toepassing zijn op

inbreuken op deze verordening en moeten alle nodige maatregelen nemen om te

waarborgen dat die sancties worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig

en ontmoedigend zijn.

(34) Er is een overgangsperiode nodig om de overgang naar de toepassing van deze verordening

te vergemakkelijken, met name voor wat betreft bijzondere voedingsdoelen van een

voedermiddel en het gehalte chemische onzuiverheden die het gevolg zijn van het

productieproces van voedermiddelen en technische hulpstoffen. Het verhandelen van

bestaande voorraden totdat deze zijn uitgeput, moet ook worden geregeld. Voorts zou het

zinvol kunnen zijn de voorwaarden vast te stellen waarop diervoeder overeenkomstig deze

verordening mag worden geëtiketteerd vóór de datum waarop deze van toepassing wordt .

Aangezien de doelstellingen van voeder- en voedselveiligheid en een soepele werking van de

(35)

interne markt voor diervoeders niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt

en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap

maatregelen vaststellen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zoals omschreven in

artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde

evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is om deze

doelstellingen te verwezenlijken.

6043/09

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld

(36)

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

uitvoeringsbevoegdheden 1 .

(37) In het bijzonder moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van materialen waarvan het gebruik als diervoeders aan beperkingen onderhevig of verboden is,

te wijzigen, om diervoeders met bijzonder voedingsdoel toe te laten, om een lijst van

etiketteringscategorieën van voedermiddelen voor niet-voedselproducerende dieren, met

uitzondering van pelsdieren, vast te stellen, om de lijst tot vaststelling van het

maximumgehalte chemische onzuiverheden als vermeld in bijlage I, punt 1 of de gehalten

aan botanische onzuiverheden als vermeld in bijlage I, punt 2 of een gegeven ter

vervanging van de verplichte vermelding als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder b) of het

vochtgehalte als bedoeld in Bijlage I, punt 6, te wijzigen, om de bijlagen in het licht van de

wetenschappelijke en technische ontwikkelingen aan te passen en om overgangsmaatregelen

te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft, die beogen niet-essentiële

onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, moeten zij

worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing.

(38) Om redenen van doeltreffendheid moeten voor de aanneming van aanpassingen van de lijst

van bestemmingen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke

termijnen worden ingekort. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de

regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd,

moet de Commissie voor wijzigingen van de lijst van materialen waarvan het in de handel

brengen of het gebruik als diervoeders aan beperkingen onderhevig of verboden zijn, de in

artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen

toepassen.

In artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 worden de bepalingen voor de etikettering

(39)

en verpakking van toevoegingsmiddelen en voormengsels vastgesteld. In het bijzonder de

voorschriften inzake voormengsels hebben voor de sector en de bevoegde autoriteiten

praktische problemen opgeleverd. Met het oog op een consequentere etikettering van

voormengsels dient dit artikel te worden gewijzigd.

De Richtlijnen 79/373/EEG, 82/471/EEG, 83/228/EG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG,

(40)

artikel 16 van Richtlijn 70/524/EEG, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie en

Beschikking 2004/217/EG van de Commissie dienen derhalve te worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE BEPALINGEN

1 PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. 6043/09

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening heeft overeenkomstig de algemene beginselen van Verordening (EG)

nr. 178/2002 tot doel de voorwaarden voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders

te harmoniseren, zodat een hoog niveau van voederveiligheid en aldus van bescherming van de

volksgezondheid wordt gewaarborgd, en er tevens adequate informatie voor de gebruikers en

consumenten wordt gegarandeerd en de goede werking van de interne markt wordt versterkt.

Artikel 2

Toepassingsgebied

  • 1. 
    In deze verordening worden de voorschriften vastgesteld voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders voor zowel voedselproducerende als niet-voedselproducerende

dieren binnen de Gemeenschap, waaronder voorschriften inzake etikettering, verpakking en

aanbiedingsvorm.

  • 2. 
    De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing onverminderd andere communautaire bepalingen die op het gebied van de diervoeding gelden, in het bijzonder:
  • a) 
    Richtlijn 90/167/EEG tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de

Gemeenschap;

  • b) 
    Richtlijn 2002/32/EG inzake ongewenste stoffen in diervoeding;
  • c) 
    Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrding en uitroeiing

van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën 1 ; d) Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke

consumptie bestemde dierlijke bijproducten 2 ; e) Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van

22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders 3 ; f) Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch

gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde

organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn

2001/18/EG 4 ;

1 PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

2 PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. 3 PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

4 PB L 268 van 18.10.2003, blz. 24. 6043/09

productie en de etikettering van biologische producten 1 .

  • 3. 
    Deze verordening is niet van toepassing op water, hetzij door de dieren rechtstreeks tot zich genomen, hetzij met opzet in diervoeders verwerkt. Zij is echter wel van toepassing op

diervoeders die bestemd zijn voor toediening in water.

Artikel 3

Definities

definities van "toevoegingsmiddelen", "voormengsels", "technische hulpstoffen" en

"dagrantsoen" van Verordening (EG) nr. 1831/2003.

  • 2. 
    De volgende definities zijn eveneens van toepassing:
  • a) 
    "exploitant van een diervoederbedrijf": natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het diervoederbedrijf onder zijn leiding verantwoordelijk is voor de naleving van de

bij deze verordening vastgestelde voorschriften;

  • b) 
    "orale vervoedering": het langs orale weg inbrengen van diervoeders in het spijsverteringsstelsel van een dier , met als doel in de voedselbehoefte van het dier te

voorzien en/of de productiviteit van gezonde dieren in stand te houden;

"voedselproducerende dieren": alle dieren die worden gevoederd, gefokt of gehouden c)

voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van

dieren die niet geconsumeerd worden, maar die behoren tot soorten die in de regel

kunnen worden geconsumeerd in de Gemeenschap;

"niet-voedselproducerende dieren": alle dieren die worden gevoederd, gefokt of d)

gehouden, maar niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, zoals pelsdieren,

gezelschapsdieren en dieren die in laboratoria, dierentuinen of circussen worden

gehouden;

"pelsdieren": niet-voedselproducerende dieren die worden worden gevoederd, gefokt of e)

gehouden voor de productie van bont en die niet worden gebruikt voor menselijke

consumptie;

"gezelschapsdieren": niet-voedselproducerende dieren die behoren tot soorten die f)

worden gevoederd, gefokt of gehouden, maar in de regel niet door mensen in de

Gemeenschap worden geconsumeerd;

"voedermiddelen": de verschillende producten van plantaardige of dierlijke oorsprong, g)

waarvan het hoofddoel is te voldoen aan de voedingsbehoeften van dieren, in

natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, de afgeleide producten van de industriële

verwerking ervan, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder

toevoegingsmiddelen, bestemd om te worden gebruikt voor orale vervoedering, hetzij

1 PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1. 6043/09

als zodanig, hetzij na bewerking, hetzij bij de bereiding van mengvoeders of als

draagstoffen bij voormengsels;

"mengvoeders": mengsels van ten minste twee voedermiddelen, met of zonder h)

toevoegingsmiddelen, bestemd voor vervoedering in de vorm van volledige diervoeders

of aanvullende diervoeders;

"volledige diervoeders": mengvoeders die door hun samenstelling toereikend zijn als i)

dagrantsoen;

"aanvullende diervoeders": mengvoeders met een hoog gehalte aan bepaalde stoffen, j)

die door hun samenstelling echter slechts toereikend zijn als dagrantsoen indien zij

samen met andere diervoeders worden gebruikt;

"minerale diervoeders": aanvullende diervoeders die ten minste 40% as bevatten; k)

"melkvervangers": mengvoeders die in droge staat of na oplossing in een bepaalde l)

hoeveelheid vloeistof worden toegediend en bestemd zijn voor het voederen van jonge

dieren, zulks als aanvulling of ter vervanging van de moedermelk na de biestperiode dan

wel voor het voederen van jonge dieren zoals slachtkalveren, -lammeren of

geitenlammeren;

"draagstoffen": stoffen die gebruikt worden om een toevoegingsmiddel op te lossen, te

m)

verdunnen, te dispergeren of op een andere wijze fysisch te wijzigen zonder de

technologische functie daarvan te veranderen en zonder zelf enig technologisch effect

uit te oefenen om de verwerking, de toepassing of het gebruik van het

toevoegingsmiddel te vergemakkelijken;

"bijzonder voedingsdoel": het voldoen aan de specifieke voedingsbehoeften van n)

bepaalde categorieën dieren waarvan het spijsverterings- of het absorptiemechanisme,

dan wel het metabolisme, verstoord is of tijdelijk of onherstelbaar verstoord kan zijn, en

die derhalve baat kunnen hebben bij een met hun toestand overeenstemmende inname

van diervoeders;

"diervoeders met bijzonder voedingsdoel": diervoeders die aan een bijzonder o)

voedingsdoel kunnen voldoen en die zich op grond van hun bijzondere samenstelling of

het bijzondere, bij hun vervaardiging toegepaste procedé duidelijk onderscheiden van

gewone diervoeders. Tot de diervoeders met een bijzonder voedingsdoel behoren niet de

diervoeders met een medicinale werking in de zin van Richtlijn 90/167/EEG;

"minimumhoudbaarheid": de periode waarvoor de voor de etikettering q)

verantwoordelijke persoon garandeert dat de diervoeders hun opgegeven

eigenschappen behouden indien zij in passende omstandigheden worden bewaard;

slechts één minimumhoudbaarheid mag voor het voeder als geheel worden

opgegeven; deze minimumhoudbaarheid wordt berekend op basis van de

minimumhoudbaarheid van elk van de bestanddelen ervan;

6043/09

"partij": een identificeerbare hoeveelheid diervoeder waarbij gemeenschappelijke r)

kenmerken zijn vastgesteld, zoals herkomst, soort, type verpakking, verpakker,

verzender of etikettering; in het geval van een productieproces, een eenheid productie

van een bedrijf dat bij de productie gebruik maakt van uniforme parameters of een

aantal van dergelijke eenheden, die direct na elkaar worden geproduceerd en samen

worden opgeslagen ;

"etikettering": alle woorden, gegevens, fabrieks- of handelsmerken, afbeeldingen of s)

tekens die op een diervoeder betrekking hebben en op informatiedragers, zoals

verpakking, recipiënt, kennisgeving, etiket, schriftstuk, band, label of het internet, zijn

aangebracht of vermeld, en die betrekking hebben op dergelijk diervoeder en dit

vergezellen, ook voor reclamedoeleinden;

"etiket": elk(e) label, merknaam, merkteken of afbeelding of ander beschrijvend t)

materiaal, geschreven, gedrukt, gestencild, als merkteken aangebracht, in reliëf

uitgevoerd of ingeperst op of bevestigd aan een verpakking of recipiënt van diervoeder;

  • u) 
    "aanbiedingsvorm": de vorm, het uiterlijk of de verpakking en het voor het diervoeder gebruikte verpakkingsmateriaal, de wijze waarop zij worden gepresenteerd, alsmede de

omgeving waarin zij worden uitgestald.

HOOFDSTUK 2

ALGEMENE EISEN

Artikel 4

Veiligheids- en handelsvoorschriften

Diervoeders mogen alleen in de handel worden gebracht en gebruikt indien: 1.

diervoeders voor niet-voedselproducerende dieren;

  • b) 
    zij niet rechtstreeks een nadelig effect op het milieu of het dierenwelzijn hebben.
  • 2. 
    In aanvulling op de in lid 1 vermelde voorschriften zorgen exploitanten die diervoeders in de handel brengen ervoor dat het diervoeder:
  • a) 
    gezond, deugdelijk, zuiver, geschikt voor het beoogde doel en van goede handelskwaliteit is;
  • b) 
    geëtiketteerd, verpakt en gepresenteerd is overeenkomstig de voorschriften van deze verordening en andere toepasselijke Gemeenschapswetgeving; voor de toepassing van

deze verordening zijn de voorschriften van artikel 16 van Verordening

6043/09

(EG) nr. 178/2002 van overeenkomstige toepassing op diervoeders voor niet-

voedselproducerende dieren.

  • 3. 
    Diervoeders voldoen aan de technische voorschriften inzake verontreinigingen en chemische determinanten als bedoeld in bijlage I.

Artikel 5

Verantwoordelijkheid en verplichtingen van de diervoederbedrijven

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening zijn de verplichtingen van exploitanten van diervoederbedrijven als neergelegd in de artikelen 18 en 20 van

Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 4, lid 1 van Verordening (EG) nr. 183/2005 van

overeenkomstige toepassing voor wat betreft diervoeders voor niet-voedselproducerende

dieren.

  • 2. 
    De voor de etikettering van diervoeders verantwoordelijke persoon stelt de voor de uitvoering van officiële controles verantwoordelijke autoriteiten alle gegevens ter beschikking

betreffende de samenstelling of de geclaimde eigenschappen van de diervoeders die deze

persoon in de handel brengt, waardoor kan worden nagegaan of de in de etikettering

aangebrachte informatie juist is, met inbegrip van de exacte gewichtspercentages van de in

mengvoeder verwerkte voedermiddelen.

  • 3. 
    Om dwingende urgente redenen in verband met de gezondheid van mens en dier of met het milieu, en onverminderd het bepaalde in Richtlijn 2004/48/EG, kan de bevoegde autoriteit

informatie waarover hij krachtens lid 2 beschikt aan de afnemer verstrekken, mits hij, na

afweging van de respectievelijke legitieme belangen van producenten en afnemers, tot de

slotsom komt dat het gerechtvaardigd is deze informatie te verstrekken. Eventueel kan de

bevoegde autoriteit aan het verstrekken van dergelijke informatie de voorwaarde verbinden

dat de afnemer een vertrouwelijkheidsverklaring ondertekent.

Artikel 6

Beperking en verbod

  • 1. 
    Diervoeders bevatten of bestaan niet uit materialen waarvan het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is. De lijst van deze

materialen is opgenomen in bijlage III.

  • 2. 
    De Commissie wijzigt de lijst van materialen waarvan het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is in het licht van met

name wetenschappelijke gegevens, de technologische vooruitgang, meldingen in het kader

van het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders of de

bevindingen van officiële controles overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 .

maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door

De

haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 28, lid 4, bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing.

Voor de vaststelling van die maatregelen kan de Commissie om dwingende urgente redenen

gebruik maken van de in artikel 28, lid 5, bedoelde urgentieprocedure.

6043/09

HOOFDSTUK 3

In de handel brengen van specifieke soorten diervoeders

Artikel 7

Kenmerken van soorten voeders

  • 1. 
    Overeenkomstig de procedure van artikel 28, lid 3, kan de Commissie richtsnoeren vaststellen ter verduidelijking van het onderscheid tussen voedermiddelen, toevoegingsmiddelen en

andere producten zoals diergeneesmiddelen.

  • 2. 
    Indien noodzakelijk kan de Commissie overeenkomstig de in artikel 28, lid 4 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing maatregelen vaststellen om te verduidelijken of een

product een voedermiddel in de zin van deze verordening is.

Artikel 8

Gehalte aan toevoegingsmiddelen

  • 1. 
    Onverminderd de gebruiksvoorwaarden overeenkomstig het wetsbesluit waarbij de respectieve toevoegingsmiddelen worden toegelaten, mogen aanvullende diervoeders geen

toevoegingsmiddelen bevatten die met een gehalte van meer dan honderd maal het

desbetreffende vastgestelde maximumgehalte in volledige diervoeders, of vijf maal in het

geval van coccidiostatica en histomonostatica, zijn verwerkt.

  • 2. 
    De in lid 1 genoemde factor 100 mag slechts worden overschreden indien de samenstelling van dergelijke producten beantwoordt aan het beoogde bijzondere voedingsdoel van de

desbetreffende bestemming in de zin van artikel 10. De voorwaarden voor het gebruik van

dergelijke voedermiddelen worden nader gespecificeerd in de lijst van bestemmingen.

Indien de producent van dergelijke diervoeders aanvullende diervoeders gebruikt als

vermeld in hoofdstuk 2 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 183/2005, dient hij

overeenkomstig artikel 10 van die verordening te zijn erkend.

Artikel 9

In de handel brengen van diervoeders met een bijzonder voedingsdoel

Diervoeders met een bijzonder voedingsdoel mogen slechts als zodanig in de handel worden

gebracht indien de bestemming ervan voorkomt op de overeenkomstig artikel 10 opgestelde lijst

van bestemmingen, en indien zij voldoen aan de essentiële voedingskenmerken voor het

desbetreffende, in die lijst vermelde bijzondere voedingsdoel.

Artikel 10

Lijst van bestemmingen van diervoeders met een bijzonder voedingsdoel

  • 1. 
    De Commissie kan de lijst bestemmingen zoals die momenteel is opgenomen in Richtlijn 2008/38/EG, bijwerken door een bestemming toe te voegen, een bestemming te schrappen

of voorwaarden in verband met een bestemming toe te voegen, te schrappen of te wijzigen.

  • 2. 
    De procedure voor het bijwerken van de lijst van bestemmingen kan worden ingezet op verzoek van een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon of van een

6043/09

lidstaat. Het verzoek wordt ingediend bij de Commissie. Een geldig verzoek omvat een

dossier waaruit blijkt dat de specifieke samenstelling van het diervoeder voldoet aan het

beoogde bijzondere voedingsdoel en dat het geen nadelige uitwerking heeft op de gezondheid

van dieren en mensen, het milieu en het dierenwelzijn.

  • 3. 
    De Commissie stelt dit verzoek met het dossier onverwijld ter beschikking van de lidstaten. 4. Indien er op grond van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens redenen zijn om te veronderstellen dat het gebruik van het specifieke voeder wellicht niet aan het

bijzondere beoogde voedingsdoel voldoet of een negatieve uitwerking heeft op de gezondheid

van dieren en mensen, het milieu en dierenwelzijn, vraagt de Commissie binnen drie maanden

na ontvangst van een geldig verzoek advies aan de Europese Autoriteit voor

voedselveiligheid (hierna "de Autoriteit" genoemd). De Autoriteit brengt binnen zes maanden

na ontvangst van het verzoek advies uit. Deze termijn wordt verlengd wanneer de Autoriteit

aanvullende informatie van de aanvrager verlangt.

  • 5. 
    Binnen zes maanden nadat zij een geldig verzoek heeft ontvangen of ­ in voorkomend geval ­ nadat zij advies van de Autoriteit heeft ontvangen, stelt de Commissie een verordening vast

tot bijwerking van de lijst van bestemmingen, mits voldaan is aan de in lid 2 genoemde

voorwaarden.

Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door

haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 28, lid 6, bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 6. 
    In afwijking van lid 5 en overeenkomstig de in artikel 28, lid 3 bedoelde procedure beëindigt de Commissie, binnen zes maanden nadat zij een geldig verzoek heeft ontvangen

of ­ in voorkomend geval ­ nadat zij advies van de Autoriteit heeft ontvangen, de procedure

en besluit zij niet over te gaan tot bijwerking, indien zij van oordeel is dat die bijwerking

niet gerechtvaardigd is.

In dergelijke gevallen stelt de Commissie, zo nodig, de aanvrager en de lidstaten hiervan

direct in kennis en geeft zij in haar brief de redenen aan waarom zij van oordeel is dat

bijwerking niet gerechtvaardigd is.

  • 7. 
    De Commissie kan volgens de in artikel 28, lid 3 bedoelde regelgevingsprocedure uitvoeringsmaatregelen vaststellen in verband met de opstelling en indiening van het

verzoek.

HOOFDSTUK 4

Etikettering, documentatie en verpakking

Artikel 11

Algemene beginselen

  • 1. 
    De etikettering en de aanbiedingsvorm van het diervoeder zijn niet misleidend voor de consument, met name:

6043/09

  • a) 
    wat betreft de bestemming of de kenmerken van het diervoeder, met name de aard, het bij de vervaardiging of productie toegepaste procedé, eigenschappen, samenstelling,

hoeveelheid, houdbaarheid en het soort of de categorie dieren waarvoor het is bedoeld;

  • b) 
    door aan het diervoeder effecten of kenmerken toe te schrijven die het niet bezit, of door te suggereren dat het bijzondere kenmerken vertoont, hoewel alle soortgelijke

diervoeders dezelfde kenmerken bezitten; of

  • c) 
    wat betreft de conformiteit van de etikettering met de communautaire lijst en de communautaire gedragscodes als bedoeld in de artikelen 24 en 25.
  • 2. 
    Voedermiddelen of mengvoeders die onverpakt of in niet-gesloten verpakkingen of recipiënten overeenkomstig artikel 23, lid 2, in de handel worden gebracht, gaan vergezeld

van een document met alle verplichte etiketteringsgegevens overeenkomstig deze

verordening.

  • 3. 
    Wanneer diervoeders te koop worden aangeboden door middel van een techniek voor communicatie op afstand zoals omschreven in artikel 2 van Richtlijn 97/7/EG van het

Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten

1 , worden de door deze verordening etiketteringgegevens, met uitzondering van de gegevens vermeld

voorgeschreven verplichte

in artikel 15, onder b), d) en e) en artikel 16, lid 2, onder c) of in artikel 17, lid 1, onder d),

vermeld op het materiaal ter ondersteuning van de verkoop op afstand of kenbaar gemaakt

via andere passende middelen alvorens de overeenkomst op afstand wordt gesloten. De

gegevens bedoeld in artikel 15, onder b), d) en e) en artikel 16, lid 2 of artikel 17, lid 1,

onder d) worden uiterlijk op het tijdstip van levering van het diervoeder verstrekt.

  • 4. 
    In bijlage II zijn nadere etiketteringsvoorschriften opgenomen ter aanvulling van die welke in dit hoofdstuk zijn neergelegd.
  • 5. 
    Bijlage IV bevat de toegestane toleranties voor afwijkingen tussen in de etikettering vermelde waarden betreffende de samenstelling van een voedermiddel of mengvoeder en de bij de

officiële controles overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 vastgestelde waarden.

Artikel 12

Verantwoordelijkheid

  • 1. 
    De exploitant van een diervoederbedrijf die het diervoeder als eerste in de handel brengt is de voor de etikettering verantwoordelijke persoon en draagt zorg voor de aanwezigheid en

inhoudelijke nauwkeurigheid van de etiketteringsgegevens.

  • 2. 
    In afwijking van lid 1 is de voor de etikettering verantwoordelijke persoon de exploitant van een diervoederbedrijf onder wiens naam of handelsnaam het voeder in de handel wordt

gebracht.

  • 3. 
    Voor zover de activiteiten van de exploitant van een diervoederbedrijf van invloed zijn op de etikettering binnen het bedrijf onder zijn leiding, ziet hij erop toe dat de ongeacht via welk

medium verstrekte informatie aan de voorschriften van deze verordening voldoet.

1 PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19. 6043/09

  • 4. 
    Een exploitant van een diervoederbedrijf die verantwoordelijk is voor activiteiten met betrekking tot de detailhandel of distributie die niet van invloed zijn op de etikettering, draagt

naar beste vermogen bij tot de naleving van de etiketteringsvoorschriften, met name door

geen diervoeders te leveren waarvan hij weet of op grond van de hem ter beschikking staande

gegevens beroepshalve had moeten concluderen dat deze niet aan die voorschriften voldoen.

  • 5. 
    In het bedrijf onder zijn leiding draagt een exploitant van een diervoederbedrijf er zorg voor dat verplichte etiketteringsgegevens in alle stadia van de voedselketen worden

doorgegeven, zodat de eindgebruiker van het diervoeder in overeenstemming met deze

verordening over de benodigde informatie kan beschikken.

Artikel 13

Claims

  • 1. 
    De etikettering en de aanbiedingsvorm van voedermiddelen en mengvoeders kunnen de aandacht vestigen op de aanwezigheid of het ontbreken van een stof in het diervoeder, op een

specifiek voedingskenmerk of -procedé of op een specifieke daarmee samenhangende functie,

mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a) 
    de claim is objectief, verifieerbaar door de bevoegde autoriteiten en begrijpelijk voor de gebruiker van het diervoeder; en
  • b) 
    de voor de etikettering verantwoordelijke persoon stelt op verzoek van de voor het uitvoeren van officiële controles verantwoordelijke autoriteit een wetenschappelijke

onderbouwing van de betrouwbaarheid van de claim ter beschikking, hetzij door middel

van algemeen beschikbare wetenschappelijke gegevens, hetzij op basis van met

bewijsstukken gestaafd onderzoek van het bedrijf. De wetenschappelijke onderbouwing

is beschikbaar op het tijdstip dat het diervoeder in de handel wordt gebracht. De

afnemers hebben het recht om hun twijfels over de betrouwbaarheid van de claim

onder de aandacht van de bevoegde autoriteit te brengen. Indien de conclusie luidt

dat de claim niet voldoende onderbouwd is, wordt de etikettering met betrekking tot

die claim beschouwd als misleidend in de zin van artikel 11. Indien de voor het

uitvoeren van officiële controles verantwoordelijke autoriteit twijfels heeft over de

wetenschappelijke onderbouwing van de claim, kan hij de kwestie aan de Commissie

voorleggen. De Commissie kan overeenkomstig de procedure van artikel 28, lid 2 een

besluit nemen, zo nodig na het advies van de Autoriteit te hebben ingewonnen.

  • 2. 
    Onverminderd lid 1 zijn claims betreffende de optimalisering van de voeding en de ondersteuning of bescherming van de fysiologische toestanden toegestaan, tenzij zij een claim

als bedoeld in lid 3, onder a), behelzen.

  • 3. 
    De etikettering en de aanbiedingsvorm van voedermiddelen en mengvoeders mogen niet de suggestie wekken dat :
  • a) 
    het diervoeder een ziekte voorkomt, behandelt of geneest, met uitzondering van krachtens Verordening (EG) nr. 1831/2003 toegestane coccidiostatica en

histomonostatica; deze alinea is echter niet van toepassing op claims betreffende

voedingsonevenwichtigheden en -tekorten, mits daarmee geen ziektesymptomen

worden geassocieerd;

6043/09

  • b) 
    het diervoeder een bijzonder voedingsdoel heeft als bepaald in de in artikel 9 bedoelde lijst van bestemmingen, tenzij het aan de daarin vermelde vereisten voldoet
  • 4. 
    In de communautaire gedragscodes als bedoeld in artikel 25 kunnen specificaties van de in de leden 1 en 2 bedoelde voorschriften worden opgenomen.

Artikel 14

Presentatie van etiketteringsgegevens

  • 1. 
    De verplichte etiketteringsgegevens worden volledig op een opvallende plaats op de verpakking, de recipiënt, het begeleidende document bedoeld in artikel 11, lid 2, of een

daaraan bevestigd etiket duidelijk, goed leesbaar en onuitwisbaar vermeld in ten minste de

taal of een van de officiële talen van de lidstaat of het gebied waar het diervoeder in de handel

wordt gebracht.

  • 2. 
    De verplichte etiketteringsgegevens zijn gemakkelijk herkenbaar en worden niet door andere informatie aan het oog onttrokken. Zij worden in een kleur, lettersoort en -grootte aangebracht

waardoor geen enkel gedeelte van de informatie aan het oog onttrokken of benadrukt wordt,

tenzij deze afwijking tot doel heeft om de aandacht op voorzorgsmaatregelen te vestigen.

  • 3. 
    In de communautaire gedragscodes als bedoeld in artikel 25 kunnen specificaties van de in de leden 1 en 2 bedoelde voorschriften en van de presentatie van de facultatieve etikettering als

bedoeld in artikel 22 worden opgenomen.

Artikel 15

Algemene verplichte etiketteringsvoorschriften

Een voedermiddel of een mengvoeder wordt alleen in de handel gebracht indien de volgende

gegevens in de etikettering vermeld worden:

  • a) 
    het soort diervoeder: 'voedermiddel', 'volledig diervoeder' of 'aanvullend diervoeder', naar gelang van het geval;

bij "volledig diervoeder" kan eventueel de benaming "volledige melkvervanger" worden

gebruikt;

bij "aanvullend diervoeder" kunnen eventueel de volgende benamingen worden gebruikt:

"mineraal diervoeder" of 'aanvullende melkvervanger';

voor andere gezelschapsdieren dan katten en honden kan "volledig diervoeder" of "aanvullend

diervoeder" worden vervangen door "mengvoeder";

  • b) 
    de naam of handelsnaam en het adres van de voor de etikettering verantwoordelijke exploitant van het diervoederbedrijf;
  • c) 
    indien beschikbaar, het erkenningnummer van de voor de etikettering verantwoordelijke persoon dat overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 voor bedrijven

die erkend zijn overeenkomstig artikel 23, lid 2, onder a) tot en met c) van Verordening

(EG) nr. 1774/2002 of overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 dan wel overeenkomstig

artikel 10 van Verordening (EG) nr. 183/2005 toegekend is. Indien de

6043/09

voor de etikettering verantwoordelijke persoon over verscheidene erkenningsnummers

beschikt, gebruikt hij het in het kader van Verordening (EG) nr. 183/2005 verkregen nummer;

  • d) 
    het referentienummer van de partij;
  • e) 
    de nettohoeveelheid, uitgedrukt in massa-eenheden voor vaste producten en in massa- of volume-eenheden voor vloeibare producten;
  • f) 
    de lijst van toevoegingsmiddelen, voorafgegaan door het opschrift "toevoegingsmiddelen" overeenkomstig hoofdstuk I van bijlage VI of VII, naar gelang van het geval, en onverminderd

de etiketteringsvoorschriften van het rechtsinstrument waarbij de respectieve

toevoegingsmiddelen worden toegelaten;

  • g) 
    het vochtgehalte overeenkomstig punt 6 van bijlage I. Artikel 16

Specifieke verplichte etiketteringsvoorschriften voor voedermiddelen

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in artikel 15 bevat de etikettering van voedermiddelen ook:
  • a) 
    de naam van het voedermiddel; deze naam wordt gebruikt in overeenstemming met artikel 24, lid 5;
  • b) 
    de verplichte vermelding bij de desbetreffende categorie van de lijst in bijlage V; de verplichte vermelding kan worden vervangen door de gegevens welke voor elk

voerdermiddel van de desbetreffende categorie zijn vermeld in de in artikel 24

bedoelde communautaire lijst.

  • 2. 
    aast de in lid 1 bedoelde voorschriften, bevat de etikettering van voedermiddelen de volgende informatie wanneer er toevoegingsmiddelen in de diervoeders zijn verwerkt:
  • a) 
    de diersoort of categorie dieren waarvoor het voedermiddel bestemd is, indien de desbetreffende toevoegingsmiddelen niet voor alle diersoorten zijn toegelaten of

wanneer voor de toelating ervan bovengrenzen gelden voor bepaalde diersoorten;

  • b) 
    een gebruiksaanwijzing overeenkomstig bijlage II, punt 4, indien er voor de desbetreffende toevoegingsmiddelen een maximumgehalte is vastgesteld;
  • c) 
    de minimumhoudbaarheid voor andere dan technologische toevoegingsmiddelen.

Artikel 17

Specifieke verplichte etiketteringsvoorschriften voor mengvoeders

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in artikel 15 bevat de etikettering van mengvoeders ook het volgende:
  • a) 
    de diersoorten of categorieën dieren waarvoor het mengvoeder is bestemd; 6043/09
  • b) 
    de gebruiksaanwijzing met vermelding van de bestemming van het diervoeder; deze gebruiksaanwijzing is, indien van toepassing, in overeenstemming met bijlage II,

punt 4;

  • c) 
    indien de producent niet de voor de etiketteringsgegevens verantwoordelijke persoon is, worden de volgende gegevens verstrekt:

de naam of handelsnaam en het adres van de producent; of -

het erkenningsnummer van de producent als bedoeld in artikel 15, onder c) of -

een identificatienummer in de zin van de artikelen 9, 23 of 24 van Verordening

(EG) nr. 183/2005; wanneer een dergelijk nummer niet beschikbaar is, wordt op

verzoek van de producent of van de importeur van het diervoeder een

identificatienummer toegekend in het overeenkomstig het in hoofdstuk II van

bijlage V bij Verordening (EG) nr. 183/2005 voorgeschreven formaat;

  • d) 
    de vermelding van de minimumhoudbaarheid overeenkomstig de volgende voorschriften:

"te gebruiken tot ...", gevolgd door de datum van een bepaalde dag voor door -

afbraakprocessen zeer bederfelijke diervoeders;

"ten minste houdbaar tot ...", gevolgd door de vermelding van een bepaalde -

maand voor andere diervoeders.

de datum van vervaardiging op het etiket wordt vermeld, kan de

Indien

minimumhoudbaarheidsdatum eveneens worden vermeld als "... (termijn in dagen of

maanden) na de datum van vervaardiging";

  • e) 
    de lijst van de voedermiddelen waaruit het diervoeder bestaat, onder het opschrift "samenstelling", waarbij de naam van ieder voedermiddel in overeenstemming met

artikel 16, lid 1, onder a) en in dalende volgorde van gewicht, berekend op basis van

het vochtgehalte in het mengvoeder, wordt vermeld; die lijst kan ook het

gewichtspercentage bevatten.

  • f) 
    in voorkomende gevallen de verplichte vermeldingen overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage VI of VII.
  • 2. 
    Voor de in lid 1, onder e), bedoelde lijst gelden de volgende bepalingen:
  • a) 
    de naam en het gewichtspercentage van een voedermiddel worden vermeld indien de aanwezigheid ervan in woord of beeld of als grafische voorstelling in de etikettering

wordt benadrukt;

  • b) 
    indien de gewichtspercentages van de in mengvoeder verwerkte voedermiddelen voor voedselproducerende dieren niet in de etikettering worden vermeld, stelt de voor de

etikettering verantwoordelijke persoon, onverminderd het bepaalde in Richtlijn

2004/48/EG, de afnemer op verzoek informatie ter beschikking betreffende de

kwantitatieve samenstelling binnen een bereik van +/- 15% van de waarde volgens de

voederformulering ;

6043/09

  • c) 
    het geval van voor niet-voedselproducerende dieren, met uitzondering van in

pelsdieren, bestemd mengvoeder kan de vermelding van de specifieke benaming van

het voedermiddel worden vervangen door de benaming van de categorie waartoe de

voedermiddelen behoren.

  • 3. 
    Om dwingende urgente redenen in verband met de gezondheid van mens en dier of met het milieu, en onverminderd het bepaalde in Richtlijn 2004/48/EG, kan de bevoegde autoriteit

informatie waarover hij krachtens artikel 5, lid 2 beschikt aan de afnemer verstrekken, mits

hij, na afweging van de respectievelijke legitieme belangen van producenten en afnemers,

tot de slotsom komt dat het gerechtvaardigd is deze informatie te verstrekken. Eventueel

kan de bevoegde autoriteit aan het verstrekken van dergelijke informatie de voorwaarde

verbinden dat de afnemer een vertrouwelijkheidsverklaring ondertekent.

Voor de toepassing van lid 2, onder c), stelt de Commissie een lijst van categorieën 4.

voedermiddelen op, die in plaats van de afzonderlijke voedermiddelen in de etikettering van

diervoeders voor niet-voedselproducerende dieren, met uitzondering van pelsdieren, kunnen

worden vermeld.

maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door

De

haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 28, lid 4, bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 18

Aanvullende verplichte etiketteringsvoorschriften voor diervoeders met een bijzonder voedingsdoel

Onverminderd de algemene verplichte voorschriften overeenkomstig artikel 15, 16 of 17, wordt op

het etiket ook de volgende informatie vermeld:

  • a) 
    de kwalificatie 'dieet', die uitsluitend is bestemd voor diervoeders met een bijzonder voedingsdoel, in combinatie met de benaming van het diervoeder overeenkomstig artikel 15,

onder a);

  • b) 
    de voor de desbetreffende bestemmingen in kolom 1, 2, 3, 4, 5 en 6 van de lijst van bestemmingen overeenkomstig artikel 9 voorgeschreven gegevens;
  • c) 
    de vermelding dat voor het gebruik van het diervoeder of voor de verlenging van de gebruikstermijn het advies van een voedingsdeskundige of een dierenarts moet worden

ingewonnen.

Artikel 19

Aanvullende verplichte etiketteringsvoorschriften voor voeders voor gezelschapsdieren

Op het etiket van voeders voor gezelschapsdieren wordt een gratis telefoonnummer of een ander

communicatiemiddel vermeld, zodat de afnemer naast de verplichte gegevens aanvullende

informatie kan ontvangen over:

  • a) 
    de in het voeder voor gezelschapsdieren verwerkte toevoegingsmiddelen;
  • b) 
    de verwerkte voedermiddelen waarvan de categorie overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder c), wordt vermeld.

6043/09

Artikel 20

Aanvullende verplichte etiketteringsvoorschriften voor niet-conforme diervoeders

  • 1. 
    het bepaalde in de artikelen 15, 16, 17 en 18 worden diervoeders die niet In aanvulling op

voldoen aan de communautaire wettelijke vereisten als neergelegd in bijlage VIII, zoals

verontreinigde materialen, voorzien van de etiketteringsgegevens die in die bijlage worden

vermeld.

  • 2. 
    De Commissie kan bijlage VIII wijzigen om deze te doen aansluiten bij het wetgevingsproces met het oog op de ontwikkeling van normen.

Artikel 21

Afwijkingen

  • 1. 
    De gegevens overeenkomstig artikel 15, onder c), d), e) en g), en artikel 16, lid 1, onder b) hoeven niet te worden vermeld indien de afnemer vóór elke transactie schriftelijk heeft

afgezien van deze informatie. Een transactie kan uit verscheidene zendingen bestaan.

  • 2. 
    Op verpakte diervoeders mogen de gegevens overeenkomstig artikel 15, onder c), d) en e), en artikel 16, lid 2, onder c) , of artikel 17, lid 1, onder c), d) en e), op de verpakking buiten het

etiket overeenkomstig artikel 14, lid 1, worden aangebracht. In dergelijke gevallen wordt

vermeld waar deze gegevens te vinden zijn.

die geen toevoegingsmiddelen bevatten, met uitzondering van conserveringsmiddelen en

inkuiladditieven, en die door een exploitant van een diervoederbedrijf worden geproduceerd

en overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 183/2005 aan een gebruiker van

diervoeders in het stadium van de primaire productie voor gebruik in zijn eigen bedrijf

worden geleverd.

  • 4. 
    Voor mengsels van gehele graanplanten, zaden en vruchten zijn de verplichte vermeldingen overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder f), niet vereist.
  • 5. 
    In het geval van mengvoeder dat uit niet meer dan drie voedermiddelen bestaat, zijn de gegevens overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder a) en b), niet nodig als uit de beschrijving

duidelijk blijkt welke voedermiddelen gebruikt zijn.

  • 6. 
    Wanneer het gaat om voedermiddelen van niet meer dan 20 kg of om mengvoeder, bestemd voor de eindgebruiker en onverpakt verkocht, mogen de in de artikelen 15, 16 en 17 bedoelde

gegevens onder de aandacht van de koper worden gebracht door middel van een daartoe

bestemde kennisgeving op de plaats van verkoop. In dit geval worden de gegevens

overeenkomstig artikel 15, onder a), artikel 16, lid 1, of artikel 17, lid 1, onder a) en b), naar

gelang van het geval, voor de afnemer op zijn laatst op of bij de factuur verstrekt.

  • 7. 
    Wanneer het gaat om hoeveelheden voeder voor gezelschapsdieren die in verpakkingen met meer recipiënten worden verkocht, hoeven de gegevens overeenkomstig artikel 15, onder b),
  • c) 
    , f) en g), en artikel 17, lid 1, onder b), c), e) en f), alleen op de buitenste verpakking te

worden aangebracht in plaats van op iedere recipiënt, mits de gecombineerde totale

hoeveelheid van de verpakking niet meer dan 10 kg bedraagt..

6043/09

  • 8. 
    In afwijking van de bepalingen van deze verordening kunnen de lidstaten nationale bepalingen toepassen voor diervoeders die bestemd zijn voor dieren die voor

wetenschappelijke of experimentele doeleinden worden gehouden, mits deze bestemming

duidelijk op het etiket vermeld is. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van

die bepalingen.

Artikel 22

Facultatieve etikettering

  • 1. 
    Onverminderd de verplichte etiketteringsvoorschriften mag de etikettering van voedermiddelen en mengvoeders ook facultatieve etiketteringsgegevens omvatten, mits de in

deze verordening vastgelegde algemene beginselen in acht worden genomen.

  • 2. 
    adere voorwaarden voor de facultatieve etikettering kunnen worden opgenomen in de in artikel 25 bedoelde communautaire gedragscodes.

Artikel 23

Verpakking

  • 1. 
    Voedermiddelen en mengvoeders mogen slechts in verzegelde verpakkingen of recipiënten in de handel worden gebracht. De verpakkingen of recipiënten worden zodanig verzegeld dat bij

de opening van de verpakking of de recipiënt het zegel wordt beschadigd en niet opnieuw kan

worden gebruikt.

  • 2. 
    In afwijking van lid 1 mogen de volgende diervoeders onverpakt of in niet-gesloten verpakkingen of recipiënten in de handel worden gebracht:
  • a) 
    voedermiddelen;
  • b) 
    mengvoeders, uitsluitend verkregen door het vermengen van granen of hele vruchten; c) onderlinge leveringen tussen producenten van mengvoeders;
  • d) 
    rechtstreekse leveringen van mengvoeders van de producent aan de gebruiker van het diervoeder;
  • e) 
    leveringen van producenten van mengvoeders aan verpakkingsbedrijven;
  • f) 
    hoeveelheden mengvoeders met een gewicht van ten hoogste 50 kg, die bestemd zijn voor de eindgebruiker en die rechtstreeks afkomstig zijn uit een verzegelde verpakking

of recipiënt;

  • g) 
    likstenen.

HOOFDSTUK 5

6043/09

COMMUNAUTAIRE LIJST VAN VOEDERMIDDELEN EN COMMUNAUTAIRE

GEDRAGSCODES VOOR ETIKETTERING

Artikel 24

Communautaire lijst van voedermiddelen

  • 1. 
    Er wordt een communautaire lijst van voedermiddelen (hierna "de lijst" genoemd) opgesteld als hulpmiddel ter verbetering van de etikettering van voedermiddelen en mengvoeders. De

lijst vergemakkelijkt de uitwisseling van informatie over de producteigenschappen en somt

de voedermiddelen op niet-uitputtende wijze op. De lijst bevat voor ieder opgenomen

voedermiddel ten minste de volgende gegevens:

  • a) 
    de benaming;
  • b) 
    het identificatienummer;
  • c) 
    een beschrijving van het voedermiddel, zo nodig met inbegrip van het productieproces; d) gegevens ter vervanging van de verplichte vermelding in de zin van artikel 16, lid 1, onder b);
  • e) 
    een glossarium met de definities van de diverse vermelde procedés en technische begrippen.
  • 2. 
    De eerste versie van de communautaire lijst wordt uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening vastgesteld overeenkomstig de in artikel 28, lid 2

bedoelde raadplegingsprocedure en omvat de in deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG

en in de kolommen 2 tot en met 4 van de bijlage bij Richtlijn 82/471/EEG vermelde

voedermiddelen. Het glossarium bestaat uit punt IV van deel A van de bijlage bij Richtlijn

96/25/EG.

  • 3. 
    Voor wijzigingen van de lijst is de procedure van artikel 26 van toepassing.
  • 4. 
    De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing onverminderd de veiligheidsvoorschriften van artikel 4 van deze verordening.
  • 5. 
    Het gebruik van de lijst door de exploitanten van diervoederbedrijven is facultatief. Een benaming van een op de lijst voorkomend voedermiddel mag echter slechts worden gebruikt

op voorwaarde dat aan alle relevante voorschriften van de lijst is voldaan.

  • 6. 
    De persoon die voor de eerste maal een voedermiddel in de handel brengt dat niet op de lijst voorkomend, stelt de vertegenwoordigers van de verschillende sectoren van de Europese

diervoederbranche als bedoeld in artikel 26, lid 1 onverwijld in kennis van het gebruik

ervan. De vertegenwoordigers van de verschillende sectoren van de Europese

diervoederbranche publiceren een register van deze kennisgevingen op internet en werken

dat register regelmatig bij.

Artikel 25

Communautaire gedragscodes voor etikettering

6043/09

  • 1. 
    De Commissie moedigt de opstelling van twee communautaire gedragscodes voor etikettering (hierna "gedragscodes" genaamd) aan, waarvan een voor voeders voor gezelschapsdieren en

een voor mengvoeders voor voedselproducerende dieren, eventueel met inbegrip van een

afdeling betreffende mengvoeders voor pelsdieren.

  • 2. 
    De gedragscodes hebben tot doel de betrouwbaarheid van de etikettering te verbeteren. Zij bevatten met name voorschriften inzake de presentatie van de in artikel 14 bedoelde

etiketteringsgegevens, de facultatieve etikettering als bedoeld in artikel 22 en het gebruik

van claims overeenkomstig artikel 13.

Voor de opstelling en voor wijzigingen van de gedragscodes is de procedure van artikel 26 3.

van toepassing.

  • 4. 
    Het gebruik van de gedragscodes door de exploitanten van diervoederbedrijven is facultatief. De voor de etikettering verantwoordelijke persoon mag het gebruik van een van

de gedragscodes echter slechts in de etikettering vermelden indien voldaan is aan alle

relevante voorschriften van de betrokken gedragscode.

Artikel 26

Opstelling van de gedragscodes en wijzigingen van de communautaire lijst en de

communautaire gedragscodes

  • 1. 
    Ontwerpwijzingen van de communautaire lijst en ontwerpgedragscodes alsook ontwerpwijzigingen daarvan worden opgesteld en gewijzigd door alle betrokken

vertegenwoordigers van de verschillende sectoren van de Europese diervoederbranche:

  • a) 
    in overleg met andere belanghebbende partijen, zoals de gebruikers van diervoeders; b) in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en, zo nodig, de Autoriteit;
  • c) 
    met inachtneming van de ervaringen op dit gebied aan de hand van adviezen van de Autoriteit en van de ontwikkeling van de wetenschappelijke of technische kennis.
  • 2. 
    Onverminderd lid 3 stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 28, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure maatregelen vast voor de doeleinden van dit artikel.
  • 3. 
    Er worden wijzigingen vastgesteld ten aanzien van de communautaire lijst tot vaststelling van het maximumgehalte chemische onzuiverheden als vermeld in Bijlage I, punt 1 of de

gehalten aan botanische onzuiverheden als vermeld in Bijlage I, punt 2 of gegevens ter

vervanging van de verplichte vermelding als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder b) of de het

vochtgehalte als bedoeld in Bijlage I, punt 6. Deze maatregelen van algemene aard, die

beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, worden vastgesteld

volgens de in artikel 28, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 4. 
    Maatregelen die krachtens dit artikel worden vastgesteld dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden:
  • a) 
    het ontwerp is conform lid 1 opgesteld; 6043/09
  • b) 
    de inhoud ervan is in de gehele Gemeenschap toepasbaar voor de sectoren waarop zij betrekking hebben; en
  • c) 
    zij sluiten aan bij aan de doelstellingen van deze verordening.

De lijst wordt bekendgemaakt in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie. 5.

De titels en referenties van de gedragscodes worden bekendgemaakt in de C-reeks van het

Publicatieblad van de Europese Unie.

HOOFDSTUK 6

ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 27

Wijzigingen van de bijlagen en uitvoeringsmaatregelen

  • 1. 
    De Commissie kan de bijlagen wijzigen om ze in het licht van de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen aan te passen.

maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen,

De

worden vastgesteld volgens de in artikel 28, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met

toetsing.

  • 2. 
    De voor de toepassing van deze verordening benodigde uitvoeringsmaatregelen kunnen volgens de in artikel 28, lid 3, bedoelde procedure worden vastgesteld, tenzij uitdrukkelijk

anders is bepaald.

Artikel 28

Comitéprocedure

genoemd).

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie

maanden.

  • 4. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, lid 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
  • 5. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

6043/09

  • 6. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van

artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG

bedoelde termijnen worden vastgesteld op respectievelijk twee maanden, een maand en twee

maanden.

Artikel 29

Wijziging van Verordening (EEG) nr. 1831/2003

Artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 wordt als volgt gewijzigd:

(1) Lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • a) 
    Letter d) wordt vervangen door:

"d) indien van toepassing, het erkenningsnummer van het bedrijf dat het

toevoegingsmiddel of het voormengsel overeenkomstig artikel 10 van

Verordening (EG) nr. 1831/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne

*

vervaardigt of in de handel brengt of, in voorkomend geval, overeenkomstig

artikel 5 van Richtlijn 95/69/EG;

__________________

  • PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1.";
  • b) 
    de volgende alinea wordt toegevoegd aan het eind van lid 1: "In het geval van voormengsels is het bepaalde onder b), d) e) en g), niet van toepassing

op de verwerkte toevoegingsmiddelen."

(2) Lid 3 wordt vervangen door:

"3. Naast de in lid 1 genoemde gegevens worden op de verpakking of recipiënt van een

toevoegingsmiddel behorende tot een in bijlage III vermelde functionele groep of van

een voormengsel dat een toevoegingsmiddel bevat behorende tot een in bijlage III

vermelde functionele groep de in die bijlage genoemde gegevens goed zichtbaar,

duidelijk leesbaar en onuitwisbaar aangebracht."

(3) Lid 4 wordt vervangen door:

"4. In geval van voormengsels wordt het woord 'voormengsel' op het etiket vermeld.

Draagstoffen worden aangegeven in het geval van voedermiddelen overeenkomstig

artikel 17, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement

en de Raad [betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders]* en,

wanneer water als draagstof wordt gebruikt, wordt het vochtgehalte van het

voormengsel vermeld. Voor elk voormengsel als geheel mag slechts een

minimumhoudbaarheid worden vermeld. Deze minimumhoudbaarheid wordt

berekend op basis van de minimumhoudbaarheid van elk van de bestanddelen.

6043/09

_______________

  • PB L ... .".

Artikel 30

Intrekking

De Richtlijnen 79/373/EEG, 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG,

artikel 16 van Richtlijn 70/524/EEG, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie en Beschikking

2004/217/EG van de Commissie, worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze

verordening van toepassing wordt.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze verordening en

worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IX.

Artikel 31

Sancties

De lidstaten stellen de voorschriften inzake sancties vast die van toepassing zijn wanneer de

bepalingen van deze verordening worden geschonden en treffen alle maatregelen die nodig zijn om

de daadwerkelijke toepassing van die sancties te verzekeren. De sancties moeten doeltreffend,

evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [datum van toepassing] van deze bepalingen in kennis

en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.

Artikel 32

Overgangsmaatregelen

  • 1. 
    In afwijking van artikel 33, lid 2, mogen producten die vóór de datum van toepassing van deze verordening overeenkomstig de Richtlijnen 79/373/EEG, 82/471/EEG, 93/74/EEG en

96 /25/EG in de handel gebracht of geëtiketteerd zijn, in de handel worden gebracht totdat

de voorraden zijn uitgeput.

  • 2. 
    In afwijking van artikel 8, lid 2, mogen de in dat artikel genoemde voedersoorten die reeds vóór de datum van toepassing van deze verordening rechtmatig in de handel zijn gebracht,

blijven worden verhandeld totdat er een besluit is genomen over het verzoek tot bijwerking

van de lijst van bestemmingen als bedoeld in artikel 10, mits dat verzoek vóór de datum van

toepassing van deze verordening is ingediend.

  • 3. 
    In afwijking van bijlage I, punt 1, mogen voedermiddelen in de handel gebracht en gebruikt worden totdat het specifieke gehalte chemische onzuiverheden die het gevolg zijn

van het productieproces en technische hulpstoffen, is vastgesteld, mits zij ten minste

voldoen aan de in bijlage, deel A, titel II, punt 1 bij Richtlijn 96/25/EG neergelegde

voorwaarden. Deze afwijking geldt echter tot uiterlijk twee jaar na de datum waarop deze

verordening van toepassing wordt.

  • 4. 
    Er kunnen maatregelen worden vastgesteld om de overgang naar de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken. Met name kunnen er voorwaarden worden gespecificeerd

6043/09

waarop diervoeders overeenkomstig deze verordening mogen worden geëtiketteerd voordat

deze van toepassing wordt. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van

deze verordening te wijzigen door haar te wijzigen of aan te vullen, worden vastgesteld

volgens de in artikel 28, lid 4 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 33 Inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .
  • 2. 
    Zij is van toepassing met ingang van [datum = twaalf maanden na de datum van haar bekendmaking].
  • 3. 
    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter

6043/09

BIJLAGE I

TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN INZAKE ONZUIVERHEDEN, MELKVERVANGERS,

VOEDERMIDDELEN OM TE BINDEN EN DENATUREREN, HET AS- EN VOCHTGEHALTE

OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 4

zijn van het productieproces en technische hulpstoffen, tenzij er een specifiek

maximumgehalte in de lijst overeenkomstig artikel 24 is vastgesteld.

  • 2. 
    De botanische zuiverheid van voedermiddelen moet ten minste 95% bedragen, tenzij er een ander gehalte is vastgesteld in de lijst overeenkomstig artikel 24. Botanische onzuiverheden

zijn bijvoorbeeld onzuiverheden van plantaardig materiaal die geen nadelige uitwerking

hebben op de dieren, zoals stro, zaden van andere geteelde diersoorten en onkruidzaden.

Botanische onzuiverheden zoals resten van andere oliehoudende zaden of vruchten, afkomstig

van een eerdere be- of verwerking, mogen voor ieder soort oliehoudend zaad en oliehoudende

vrucht niet meer dan 0,5% bedragen.

  • 3. 
    Het ijzergehalte in melkvervangers voor kalveren met een levend gewicht van minder dan of gelijk aan 70 kg bedraagt ten minste 30 mg per kg van het volledige voeder bij een

vochtgehalte van 12% .

  • 4. 
    Wanneer voedermiddelen worden gebruikt om andere voedermiddelen te binden of te denatureren, kan het product nog steeds als voedermiddel worden beschouwd. De benaming,

aard en hoeveelheid van het voor het binden of denatureren gebruikte voedermiddel worden

op het etiket aangegeven. Als een voedermiddel door een ander voedermiddel wordt

gebonden, mag het percentage van dit laatste voedermiddel niet meer bedragen dan 3% van

het totale gewicht.

  • 5. 
    Het gehalte aan in zoutzuur onoplosbare as mag niet meer dan 2,2% van de droge stof bedragen. Het gehalte van 2,2% mag echter worden overschreden bij
  • voedermiddelen;
  • mengvoeders die toegestane minerale bindmiddelen bevatten; - minerale diervoeders;
  • mengvoeders die voor meer dan 50% uit bijproducten van rijst of suikerbiet bestaan; - mengvoeders voor gekweekte vissen, met een gehalte aan vismeel van meer dan 15%, mits het gehalte op het etiket wordt vermeld.
  • 6. 
    Voor zover er in bijlage IV of de in artikel 24 genoemde lijst geen ander gehalte is vastgelegd, moet het vochtgehalte van het diervoeder worden aangegeven, indien het hoger is dan:
  • 5% in het geval van mineraal diervoeder dat geen organische stoffen bevat; 6043/09

ks/NGS/lm 33

  • 7% in het geval van melkvervangers en andere mengvoeders met een gehalte aan zuivelcomponenten van meer dan 40%;
  • 10% in het geval van mineraal diervoeder dat organische stoffen bevat; - 14% bij overige diervoeders.

6043/09

ks/NGS/lm 34

BIJLAGE II

ALGEMENE ETIKETTERINGSVOORSCHRIFTEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 11, LID 4

  • 1. 
    De aangegeven of de te vermelden gehalten hebben betrekking op het gewicht van het diervoeder, tenzij anders is vermeld.

Bij de numerieke vermelding van data wordt de volgorde dag, maand en jaar aangehouden en 2.

wordt het formaat op het etiket aangegeven met de volgende afkorting: "DD/MM/JJ"

Synonieme begrippen in bepaalde talen: 3.

  • a) 
    In het Duits kan de benaming "Einzelfuttermittel" worden vervangen door "Futtermittel-Ausgangserzeugnis", in het Grieks kan " " worden

vervangen door " ", in het Italiaans kan "materie prime per mangimi"

worden vervangen door "mangime semplice" en in het Tsjechisch kan "produkty ke

krmení" naar gelang van het geval worden vervangen "krmiva";

  • b) 
    bij de benaming van voeders voor gezelschapsdieren zijn de volgende begrippen toegestaan: in het Nederlands "samengesteld voeder"; in het Engels "pet food"; in het

Hongaars "állateledel"; in het Italiaans "alimento"; in het Pools "karma"; in het

Sloveens "hrane za hisne zivali"; in het Spaans "alimento"; in het Fins

"lemmikkieläinten ruoka"; in het Tsjechisch kan de benaming "kompletní krmná

sms" worden vervangen door "kompletní krmivo" en kan "doplková krmná sms"

worden vervangen door "doplkové krmivo"; in het Bulgaars " ".

Bij de gebruiksaanwijzing voor aanvullende diervoeders en voedermiddelen die een hoger 4.

gehalte aan toevoegingsmiddelen bevatten dan de voor volledige diervoeders vastgestelde

maximumgehalten, wordt de maximumhoeveelheid aangegeven:

  • in gram of kilogram of volume-eenheden aanvullende diervoeders en voedermiddelen per dier per dag of
  • percentage van het dagrantsoen, of
  • kilogram volledig voeder of percentage in volledig voeder ten einde te garanderen dat de hand wordt gehouden aan de desbetreffende

maximumhoeveelheid aanvullende diervoeders in het dagrantsoen.

Onverminderd de analysemethoden kan, voor voeder voor gezelschapsdieren, het begrip "ruw 5.

eiwit" worden vervangen door "eiwit", "ruw vet" kan worden vervangen door "vetgehalte" en

"ruwe as" kan worden vervangen door "asrest" of "anorganische stof".

6043/09

ks/NGS/lm 35

BIJLAGE III

LIJST VA MATERIALE WAARVA HET I DE HA DEL BRE GE OF HET

GEBRUIK ALS DIERVOEDI G OVEREE KOMSTIG ARTIKEL 6 AA BEPERKI GE

O DERHEVIG OF VERBODE IS

Hoofdstuk 1: Verboden materialen

  • 1) 
    Faecaliën, urine en de door het leegmaken of verwijderen van het spijsverteringskanaal vrijgekomen inhoud daarvan, ongeacht de behandeling die zij hebben ondergaan of het

mengsel waarin zij zijn verwerkt.

  • 2) 
    Met looistoffen behandelde huiden en afval daarvan.
  • 3) 
    a het oogsten met het oog op de bestemming ervan met fytofarmaceutische producten behandelde zaden, planten of ander plantaardig teeltmateriaal, en de daarvan afgeleide

producten.

  • 4) 
    Hout, met inbegrip van zaagsel of andere van hout afgeleide producten, dat is behandeld met houtconserveringsmiddelen zoals gedefinieerd in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG van

het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt

brengen van biociden 1 .

  • 5) 
    Alle afval dat is verkregen in de diverse stadia van de behandeling van stedelijk, huishoudelijk en industrieel afvalwater zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn

91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater 2 , ongeacht eventuele verdere behandeling van dit afvalwater en ongeacht de oorsprong van

het water.

  • 6) 
    Vast stadsafval, bijvoorbeeld huishoudelijk afval.
  • 7) 
    Verpakkingen en delen van verpakkingen afkomstig van het gebruik van producten van de voedingsmiddelenindustrie.

Hoofdstuk 2: Aan beperkingen onderhevige materialen

1 PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.

2 PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40. 6043/09

ks/NGS/lm 36

IV

BIJLAGE

TOEGESTA E TOLERANTIES VOOR DE ETIKETTERINGSGEGEVENS BETREFFENDE

DE SAMENSTELLING VAN VOEDERMIDDELEN OF MENGVOEDERS VOOR DE

TOEPASSI G VA ARTIKEL 11, LID 5

  • 1. 
    De in deze bijlage vastgestelde toleranties omvatten technische en analyse-afwijkingen. Zodra

op Gemeenschapsniveau analytische toleranties voor meetonzekerheden en procedurevarianten zijn vastgesteld, moeten de in lid 2 vastgelegde waarden

dienovereenkomstig worden aangepast, zodat zij slechts de technische toleranties betreffen.

  • 2. 
    Wanneer geconstateerd wordt dat er een zodanig verschil bestaat tussen de samenstelling van een voedermiddel of een mengvoeder en de op het etiket aangegeven samenstelling dat de

waarde ervan verminderd wordt, zijn de volgende toleranties toegestaan:

  • a) 
    voor ruw eiwit, suikers, zetmeel en inuline;
  • 3 eenheden voor opgegeven gehalten van 30% of meer,
  • 10% van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van minder dan 30% (tot 10%),
  • 1 eenheid voor opgegeven gehalten van minder dan 10%; b) voor ruwe celstof en ruw vet;
  • 2,2 eenheden voor opgegeven gehalten van 15% of meer,
  • 15% van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van minder dan 15% (tot 5%),
  • 0,8 eenheid voor opgegeven gehalten van minder dan 5%.
  • c) 
    voor vocht, ruwe as, in zoutzuur onoplosbare as en als NaCl uitgedrukte chloriden, totaal fosfor, natrium, calciumcarbonaat, calcium, magnesium, zuurgetal en in

petroleumether onoplosbare bestanddelen:

  • 1,5 eenheid voor opgegeven gehalten (waarden) van 15% (15) en meer, naar gelang van het geval,
  • 10% van het (de) opgegeven gehalte (waarde) voor opgegeven gehalten (waarden) van minder dan 15% (15) (tot 2% (2)), naar gelang van het geval,
  • 0,2 eenheid voor opgegeven gehalten (waarden) van minder dan 2% (2), naar gelang van het geval.
  • d) 
    voor de energiewaarde 5% en voor de eiwitwaarde 10%;
  • e) 
    voor toevoegingsmiddelen 1 ;

1 In deze alinea betekent 1 eenheid 1 mg, 1 000 IU, 1x1109 kve of 100 enzymactiviteitseenheden van het desbetreffende toevoegingsmiddel.

6043/09

ks/NGS/lm 37

  • 10% indien het opgegeven gehalte 1 000 eenheden en meer bedraagt;
  • 100 eenheden voor opgegeven gehalten van minder dan 1 000 eenheden (tot 500 eenheden);
  • 20% van de opgegeven gehalten van minder dan 500 eenheden (tot 1 eenheid);
  • 0,2 eenheid voor opgegeven gehalten van minder dan 1 eenheid (tot 0,5 eenheid); - 40% van het opgegeven gehalte van minder dan 0,5 eenheid. Deze toleranties zijn ook van toepassing op de maximumgehalten van

toevoegingsmiddelen in mengvoeders.

  • 3. 
    Zolang het vastgelegde maximumgehalte voor elk toevoegingsmiddel niet wordt overschreden, mag de afwijking van het opgegeven gehalte maximaal het drievoudige van de

desbetreffende in punt 2 vermelde tolerantie bedragen.

  • 4. 
    Voor de tot de groep van de micro-organismen behorende toevoegingsmiddelen komt de aanvaardbare bovengrens overeen met het vastgelegde maximumgehalte.

6043/09

ks/NGS/lm 38

V

BIJLAGE

VERPLICHTE VERMELDI G VOOR VOEDERMIDDELEN VOOR DE TOEPASSI G VA

ARTIKEL 16, LID 1

Voedermiddel bestaande uit Verplichte vermelding van

  • 1. 
    Voedergewassen en ruwvoedergewassen Ruw eiwit, indien > 10% Ruwe celstof
  • 2. 
    Granen
  • 3. 
    Van granen afgeleide producten en bijproducten Zetmeel, indien > 20% Ruw eiwit, indien > 10%

Ruw vet, indien > 5%

Ruwe celstof

  • 4. 
    Oliehoudende zaden, oliehoudende vruchten
  • 5. 
    Van oliehoudende zaden en oliehoudende vruchten afgeleide Ruw eiwit, indien > 10% producten en bijproducten Ruw vet, indien > 5% Ruwe celstof
  • 6. 
    Zaden van peulvruchten
  • 7. 
    Van zaden van peulvruchten afgeleide producten en bijproducten Ruw eiwit, indien > 10% Ruwe celstof
  • 8. 
    Knollen, wortels
  • 9. 
    Van knollen en wortels afgeleide producten en bijproducten Zetmeel Ruwe celstof

In HCl onoplosbare as, indien

> 3,5% droge stof

  • 10. 
    Producten en bijproducten van de suikerbietverwerkende industrie Ruwe celstof, indien > 15% Totaal suikers (sacharose)

In HCl onoplosbare as, indien

> 3,5% droge stof

  • 11. 
    Producten en bijproducten van de suikerrietverwerkende industrie Ruwe celstof, indien > 15% Totaal suikers (sacharose)
  • 12. 
    Overige zaden en vruchten en daarvan afgeleide producten en Ruw eiwit

bijproducten, met uitzondering van die welke in 2 t/m 7 worden Ruwe celstof genoemd Ruw vet, indien > 10%

  • 13. 
    Overige planten en daarvan afgeleide producten en bijproducten, met Ruw eiwit, indien > 10%

uitzondering van die welke in 8 t/m 11 worden genoemd Ruwe celstof

  • 14. 
    Melkproducten en bijproducten Ruw eiwit Vochtgehalte, indien > 5%

Lactose, indien > 10%

  • 15. 
    Van landdieren afgeleide producten en bijproducten Ruw eiwit, indien > 10% Ruw vet, indien > 5 %

Vochtgehalte, indien > 8%

  • 16. 
    Vis, andere zeedieren en daarvan afgeleide producten en Ruw eiwit, indien > 10% bijproducten Ruw vet, indien > 5% Vochtgehalte, indien > 8%
  • 17. 
    Mineralen Calcium

Natrium Fosfor

Overige relevante mineralen

  • 18. 
    Diversen Ruw eiwit, indien > 10 % Ruwe celstof

Ruw vet, indien > 10%

Zetmeel, indien > 30%

Totaal suikers (als sacharose),

indien > 10%

In HCl onoplosbare as, indien

> 3,5% droge stof

6043/09

ks/NGS/lm 39

VI

BIJLAGE

VOOR VOEDERMIDDELE E ME GVOEDER VOOR

ETIKETTERI GSGEGEVE S

VOEDSELPRODUCERENDE DIEREN

Hoofdstuk I: Etikettering van toevoegingsmiddelen voor de toepassing artikel 15, onder f) en

artikel 22, lid 1

  • 1. 
    De volgende toevoegingsmiddelen worden vermeld met hun specifieke benaming als gedefinieerd in het wetsbesluit waarbij het desbetreffende toevoegingsmiddel wordt

toegelaten, toegevoegde hoeveelheid, identificatienummer en de naam van de functionele

groep als vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 of de categorie als bedoeld

in artikel 6, lid 1 van die verordening:

  • a) 
    toevoegingsmiddelen waarvoor een maximumgehalte is vastgesteld voor alle diersoorten waarvoor het product bestemd is,
  • b) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de categorieën 'zoötechnische toevoegingsmiddelen' en 'coccidiostatica en histomonostatica',
  • c) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep 'ureum en zijn derivaten' van de categorie 'nutritionele toevoegingsmiddelen' overeenkomstig bijlage I bij

Verordening (EG) nr. 1831/2003.

  • 2. 
    De benaming als neergelegd in het wetsbesluit waarbij het desbetreffende toevoegingsmiddel wordt toegelaten en de toegevoegde hoeveelheid toevoegingsmiddel

worden aangegeven indien de aanwezigheid ervan in woord of beeld of als grafische

voorstelling in de etikettering wordt benadrukt.

  • 3. 
    De voor de etikettering verantwoordelijke persoon deelt de afnemer op zijn verzoek de namen, het identificatienummer en de functionele groep mee van de toevoegingsmiddelen die niet in lid 1 vermeld zijn.
  • 4. 
    iet in lid 1 vermelde toevoegingsmiddelen kunnen facultatief in de in lid 1 bedoelde vorm of gedeeltelijk worden aangegeven.

Als een sensorisch of nutritioneel toevoegingsmiddel overeenkomstig bijlage I bij 5.

Verordening (EG) nr. 1831/2003 facultatief op het etiket vermeld wordt, wordt de

toegevoegde hoeveelheid aangegeven.

Als een toevoegingsmiddel tot meer dan een functionele groep behoort, wordt de functionele 6.

groep of categorie vermeld die past bij de voornaamste functie ervan in het desbetreffende

diervoeder.

6043/09

ks/NGS/lm 40

Hoofdstuk II: Etikettering van analytische bestanddelen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f), en

artikel 22, lid 1

  • 1. 
    De samenstelling van mengvoeder voor voedselproducerende dieren wordt als volgt geëtiketteerd:

Doelsoorten Diervoeders Analytische bestanddelen en gehalten

Volledige diervoeders - Ruw eiwit Alle soorten - Ruwe celstof Alle soorten - Ruw vet Alle soorten - Ruwe as Alle soorten

  • Lysine Varkens en pluimvee
  • Methianine Varkens en pluimvee
  • Calcium Alle soorten - Natrium Alle soorten
  • Fosfor Alle soorten

Aanvullende diervoeders ­ mineraalmengsels - Lysine Varkens en pluimvee - Methianine Varkens en pluimvee

  • Calcium Alle soorten - Natrium Alle soorten - Fosfor Alle soorten
  • Magnesium Herkauwers

Aanvullende diervoeders - Ruw eiwit Alle soorten ­ andere - Ruwe celstof Alle soorten - Ruw vet Alle soorten - Ruwe as Alle soorten

  • Lysine Varkens en pluimvee
  • Methianine Varkens en pluimvee
  • Calcium 5% Alle soorten - Natrium Alle soorten

Fosfor 2 % Alle soorten

  • Magnesium 0.5% Herkauwers 2. Indien aminozuren, vitaminen en/of sporenelementen worden aangegeven onder het opschrift analytische bestanddelen, worden zij vermeld met hun totale hoeveelheid.
  • 3. 
    Indien de energiewaarde en de eiwitwaarde worden vermeld, moeten deze waarden volgens de EG-methode, voor zover beschikbaar, of volgens de desbetreffende officiële nationale

methode in de lidstaat waar het diervoeder in de handel is gebracht, voor zover beschikbaar,

worden vermeld.

6043/09

ks/NGS/lm 41

VII

BIJLAGE

VOOR VOEDERMIDDELE E ME GVOEDER VOOR NIET-

ETIKETTERI GSGEGEVE S

VOEDSELPRODUCERENDE DIEREN

Hoofdstuk I: Etikettering van toevoegingsmiddelen voor de toepassing van artikel 15, onder f) en

artikel 22, lid 1

  • 1. 
    De volgende toevoegingsmiddelen worden vermeld met hun specifieke benaming als gedefinieerd in het desbetreffende rechtsinstrument waarbij het desbetreffende

toevoegingsmiddel wordt toegelaten, toegevoegde hoeveelheid, identificatienummer en de naam van de

desbetreffende functionele groep als vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr.

1831/2003 of de categorie als bedoeld in artikel 6, lid 1 van die verordening:

  • a) 
    toevoegingsmiddelen waarvoor een maximumgehalte is vastgesteld voor alle diersoorten waarvoor het product bestemd is,
  • b) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de categorieën 'zoötechnische toevoegingsmiddelen' en 'coccidiostatica en histomonostatica',
  • c) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep 'ureum en zijn derivaten' van de categorie 'nutritionele toevoegingsmiddelen' overeenkomstig bijlage I bij Verordening

(EG) nr. 1831/2003.

In afwijking van lid 1 mag voor toevoegingsmiddelen van de functionele groepen

"conserveermiddelen", "antioxidanten" en "kleurstoffen" als neergelegd in bijlage I bij

Verordening (EG) nr. 1831/2003 alleen de desbetreffende functionele groep worden vermeld.

In dit geval wordt de in lid 1 bedoelde informatie door de voor de etikettering

verantwoordelijke persoon desgevraagd aan de koper verstrekt.

  • 2. 
    De benaming als neergelegd in het wetsbesluit waarbij het desbetreffende toevoegingsmiddel wordt toegelaten en de toegevoegde hoeveelheid toevoegingsmiddel worden aangegeven

indien de aanwezigheid ervan in woord of beeld of als grafische voorstelling in de

etikettering wordt benadrukt.

  • 3. 
    De voor de etikettering verantwoordelijke persoon deelt de afnemer op zijn verzoek de namen, het identificatienummer en de functionele groep mee van de toevoegingsmiddelen die

niet in lid 1 vermeld zijn.

. Niet in lid 1 vermelde toevoegingsmiddelen kunnen facultatief in de in lid 1 bedoelde vorm 4

of gedeeltelijk worden aangegeven.

Als een sensorisch of nutritioneel toevoegingsmiddel overeenkomstig bijlage I bij Verordening 5.

(EG) nr. 1831/2003 facultatief op het etiket vermeld wordt, wordt de toegevoegde hoeveelheid

aangegeven.

Als een toevoegingsmiddel tot meer dan een functionele groep behoort, wordt de functionele 6.

groep of categorie vermeld die past bij de voornaamste functie ervan in het desbetreffende

diervoeder.

  • 7. 
    De voor de etikettering verantwoordelijke persoon stelt de voor de uitvoering van officiële controles verantwoordelijke autoriteiten alle gegevens ter beschikking betreffende de

samenstelling of de geclaimde eigenschappen van de diervoeders die deze persoon in de

handel brengt, waardoor kan worden nagegaan of de informatie in de etikettering juist is,

met inbegrip van volledige informatie over alle gebruikte toevoegingsmiddelen.

Hoofdstuk II: Etikettering van analytische bestanddelen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f), en

artikel 22, lid 1

  • 1. 
    De samenstelling van mengvoeder voor niet-voedselproducerende dieren wordt als volgt geëtiketteerd:

Analytische bestanddelen en Doelsoorten

Diervoeders gehalten

Volledige diervoeders - Ruw eiwit Honden, katten en pelsdieren - Ruwe celstof Honden, katten en pelsdieren - Ruw vet Honden, katten en pelsdieren

  • Ruwe as Honden, katten en pelsdieren

Aanvullende diervoeders - - Calcium Alle soorten

mineraalmengsels - Natrium Alle soorten - Fosfor Alle soorten

Aanvullende - Ruw eiwit Honden, katten en pelsdieren diervoeders ­ andere - Ruwe celstof Honden, katten en pelsdieren - Ruw vet Honden, katten en pelsdieren

  • Ruwe as Honden, katten en pelsdieren 2.

Indien aminozuren, vitaminen en/of sporenelementen worden aangegeven onder het

opschrift analytische bestanddelen, worden zij vermeld met hun totale hoeveelheid.

  • 3. 
    Indien de energiewaarde en de eiwitwaarde worden vermeld, moeten deze waarden volgens de EG-methode, voor zover beschikbaar, of volgens de desbetreffende officiële nationale

methode in de lidstaat waar het diervoeder in de handel is gebracht, voor zover beschikbaar,

worden vermeld.

BIJLAGE VIII

SPECIFIEKE BEPALI GE BETREFFE DE DE ETIKETTERI G VA DIERVOEDERS

DIE IET VOLDOE AA DE COMMU AUTAIRE VEREISTE I ZAKE VEILIGHEID E

HA DELSKWALITEIT ALS BEDOELD I ARTIKEL 20, LID 1

  • 1. 
    Verontreinigd diervoeder wordt geëtiketteerd als 'diervoeder met een te hoog gehalte aan ... (benaming van de ongewenste stof(fen) overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG),

uitsluitend na ontgifting in erkende ontgiftingsbedrijven te gebruiken als diervoeder'. De

erkenning van deze bedrijven berust op artikel 10, lid 2 of 3, van Verordening (EG) nr.

183/2005.

  • 2. 
    Indien het de bedoeling is om de verontreiniging te verminderen of geheel te verwijderen

door reinigen, worden de verontreinigde materialen voorzien van de vermelding 'diervoeder

met een te hoog gehalte aan ... (benaming van de ongewenste stof(fen) overeenkomstig

bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG), uitsluitend na grondige reiniging te gebruiken als

diervoeder'.

IX

BIJLAGE

TRANSPONERINGSTABEL

Richtlijn 79/373/EEG Richtlijn 96/25/EG Andere besluiten: Deze verordening Richtlijnen 80/511/EEG

(1), 82/471/EEG (2),

93/74/EEG (3) of 93/113

EG (4)

  • - - Artikel 1

Artikel 1 Artikel 1 (2), (4): Artikel 1 Artikel 2 (3): Artikel 4

Artikel 2 Artikel 2 (2), (3): Artikel 2 Artikel 3

  • - - Artikel 4, lid 1

Artikel 3 Artikel 3 (3): Artikel 1, lid 2 Artikel 4, lid 2

Artikel 4 Artikel 4, lid 3

  • - - Artikel 5, lid 1

Artikel 12 (3): Artikel 10, lid 2 Artikel 5, lid 2

Artikel 84 bis, lid 3 Artikel 11, onder b) (2): Artikel 8 Artikel 6 - - - Artikel 7 - - - Artikel 8

(3): Artikel 3 Artikel 9

(3): Artikel 6 Artikel 10

Artikel 5 sexies Artikel 11, lid 1

Artikel 5, lid 2 Artikel 5, lid 1 (2): Artikel 5, lid 2 Artikel 11, lid 2 Artikel 11, lid 3

  • - - Artikel 11, lid 4

Artikel 5, lid 6 Artikel 4 en artikel 6, lid 4

Artikel 6 Artikel 4 Artikel 11, lid 5 Artikel 5, lid 1 Artikel 5, lid 1 Artikel 12

Artikel 5 sexies Artikel 5, lid 2 (3): Artikel 5, lid 6 Artikel 13 Artikel 5, lid 1, artikel 11 Artikel 5, lid 1, artikel 9 Artikel 14

Artikel 5, lid 1, en artikel Artikel 5, lid 1 (4): Artikel 7, lid 1, onder Artikel 15

5, lid 5, onder c) e), en Richtlijn 70/524/EEG: Artikel 16

Artikel 5, lid 1, onder c) Artikel 16 en d), en artikel 7

Artikel 5, lid 1, artikel 5 Artikel 17, lid 1 quater en artikel 5

quinquies

  • - - Artikel 17, lid 2

Artikel 5 quater, lid 3 Artikel 17, lid 3 (3): (artikel 5, punt 1, 4 en Artikel 18 7, en artikel 6, onder a)

  • - - Artikel 19

Artikel 8 Artikel 20

Artikel 6, lid 1, onder a) Artikel 21, lid 1 Artikel 21, lid 2

Artikel 5, lid 5, onder d) Artikel 21, lid 3

Artikel 6, lid 3, onder a) Artikel 21, lid 4

Artikel 5, lid 5, onder b) Artikel 21, lid 5

Artikel 5, lid 5, onder a) Artikel 21, lid 6

Artikel 5, lid 2 Artikel 5, lid 3, onder b). artikel 6, lid 1, onder b) Artikel 21, lid 7

- - -

Artikel 14, onder c) Artikel 21, lid 8

Artikel 5, lid 3, artikel 5 Artikel 5, lid 2 Artikel 22 quater, lid 3. en artikel 5

quinquies

Artikel 4, lid 1 (1): Artikel 1 Artikel 23 Artikel 24

  • - - Artikel 25
  • - - Artikel 26
  • - - Artikel 27

Artikel 10 Artikel 11 Artikel 28

Artikel 13 Artikel 13 (2): Artikel 13 en 14 (3): Artikel 9

  • - - Artikel 29 - - - Artikel 30 - - - Artikel 31
  • - - Artikel 32 - - - Artikel 33

Bijlage, deel A, punt 2, 3 Bijlage, deel A, II en VI Bijlage I en 4

Bijlage, deel A, punt 1 en Artikel 6, lid 4 Bijlage II artikel 5, lid 6

Bijlage, deel A, punt 5 en Bijlage, deel A, VII Bijlage IV

6

Bijlage, deel C Bijlage V

Bijlage, deel B Bijlage VI

Bijlage, deel B BIJLAGE VII

____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie