2917e zitting van de Raad van de Europese Unie (LANDBOUW en VISSERIJ), gehouden te Brussel op 18 december 2008

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

1 De in dit addendum opgenomen informatie uit de notulen van de Raad valt niet onder de geheimhoudingsplicht en wordt voor het publiek beschikbaar gesteld.

INHOUD

Blz.

A-PUNTEN

Punt 1. Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("Integrale-GMO-verordening"), met het oog op het opzetten van een schoolfruitregeling.............................................................................................................4 Punt 3.

Richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie)........................................................................................4

Punt 4.

Verordening van de Raad betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (gecodificeerde versie) ......................................................................................................5

Punt 5.

Richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (gecodificeerde versie) .........................................................................................5

Punt 9.

Kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures ..................................................................................................................5

Punt 17.

Verordening van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren .........................................................................................................10

Punt 18.

Verordening van de Raad tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 ......................................................................................10

Punt 20.

Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2505/96 betreffende de opening en wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten...............................11

Punt 21.

Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten ..................11

Punt 43.

­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij

­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1339/2001 houdende uitbreiding van de werking van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen .........................................................................12 Punt 44.

­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2182/2004 betreffende op euromunten lijkende medailles en penningen

­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2183/2004 tot uitbreiding van de toepassing van Verordening (EG) nr. 2182/2004 betreffende op euromunten lijkende medailles en penningen tot de niet-deelnemende lidstaten................................................................................13 Punt 50.

Verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen .............................................................................13

Punt 52.

Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat bepaalde inkomstengenererende projecten betreft ......13

Punt 57.

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van timeshare, langetermijnvakantieproducten, wederverkoop en ruil .................................................14

o

o o

Agendapunten betreffende de definitieve aanneming van besluiten van de Raad: voor het

publiek beschikbaar gestelde informatie

A-punten: (lijst: doc. 17341/08 PTS A 68 + ADD 1 + ADD 2 REV 1)

Bij de definitieve goedkeuring van de A-punten betreffende wetgevingsbesluiten is de Raad

overeengekomen de volgende punten in deze notulen op te nemen:

De Raad heeft de bovengenoemde verordening aangenomen. De Britse delegatie onthield zich

(rechtsgrondslag: artikelen 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese

Gemeenschap).

1.

Verklaring van de Commissie

"De Commissie neemt nota van, en stemt in met, het verzoek van verscheidene lidstaten om de mogelijkheid te krijgen te voorzien in een verplichte ouderlijke bijdrage tot de financiering van hun schoolfruitregeling. In haar verslag aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de schoolfruitregeling, dat zij vóór 31 augustus 2012 zal uitbrengen, zal de Commissie aandacht schenken aan het effect van een verplichte ouderlijke bijdrage op de doeltreffendheid van de schoolfruitregeling, naast de sociale gevolgen daarvan."

3.

Richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie)

doc. 8713/1/08 REV 1 CODIF 43 AGRILEG 57

De Raad heeft deze richtlijn aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 37 van het Verdrag tot

oprichting van de Europese Gemeenschap).

4.

Verordening van de Raad betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (gecodificeerde versie)

doc. 8714/1/08 REV 1 CODIF 44 UD 67 CULT 53

De Raad heeft bovengenoemde verordening aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 133 van

het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

  • 5. 
    Richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (gecodificeerde versie) doc. 8719/1/08 REV 1 CODIF 49 AGRILEG 59

De Raad heeft deze richtlijn aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 37 van het Verdrag tot

oprichting van de Europese Gemeenschap).

  • 9. 
    Kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures doc. 13076/07 COPEN 132

+ COR 1

+ REV 1 (it) + REV 3 (fi) + REV 4 (de)

De Raad heeft bovengenoemd kaderbesluit aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 31 en

artikel 34, lid 2, punt b), van het Verdrag betreffende de Europese Unie).

2.

Verklaring van de Raad ad artikel 6

"De Raad verklaart dat de lidstaten, met het oog op de werking van het EBB, zullen overwegen een verklaring overeenkomstig artikel 6, lid 2, af te leggen waarin ten minste de bestaande overeenkomsten betreffende de vertaling van verzoeken om wederzijdse rechtshulp in strafzaken worden vermeld."

  • 3. 
    Verklaring van Denemarken ad artikel 8

"Denemarken verklaart dat het artikel 8 op zodanige wijze uitlegt dat deze bepaling geen afbreuk doet aan de mate waarin een lidstaat, gezien het soevereiniteitsbeginsel, het recht heeft om op het grondgebied van een andere lidstaat opgeslagen elektronische gegevens te verstrekken."

  • 4. 
    Verklaring van de Raad ad artikel 10

"De Raad verklaart dat hij, zodra een kaderbesluit inzake de bescherming van in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken verwerkte persoonsgegevens in werking treedt, zal overwegen of dat kaderbesluit in de plaats moet komen van artikel 10 van dit kaderbesluit tot instelling van het Europees bewijsverkrijgingsbevel. Artikel 10 bevat derhalve alleen de bepalingen uit het oorspronkelijke Commissievoorstel die zijn overgenomen uit artikel 23 van de Overeenkomst betreffende rechtshulp in strafzaken van 2000."

  • 5. 
    Verklaring van de Raad ad artikel 13, lid 3

"De Raad verklaart dat artikel 13, lid 3, van het kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures de bestaande en toekomstige instrumenten van de Europese Unie betreffende de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken onverlet laat en niet kan worden aangewend om deze instrumenten uit te leggen."

  • 6. 
    Verklaring van de Raad

in verband met de schrapping van artikel 21 van het oorspronkelijke Commissievoorstel

"Zich bewust van het groeiende belang van de nieuwe informatietechnologie en van de noodzaak rechtbanken en rechtshandhavingsautoriteiten uit te rusten met onderzoeksinstrumenten die aan deze nieuwe ontwikkelingen beantwoorden, verbindt de Raad zich ertoe om binnenkort na te gaan of er een passend rechtskader kan worden vastgesteld, met inachtneming van het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken van 2001, teneinde de justitiële samenwerking bij onderzoek naar transnationale informatienetwerken te verbeteren."

7.

Verklaring van Duitsland

Als voor de tenuitvoerlegging van een Europees bewijsverkrijgingsbevel krachtens het

"

Kaderbesluit 2008/.../JBZ van de Raad van ... betreffende het Europees bewijs verkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures

1

een huiszoeking of inbeslagneming nodig is, behoudt de

Bondsrepubliek Duitsland zich op grond van artikel 23, lid 4, van dat Kaderbesluit het recht voor om de tenuitvoerlegging afhankelijk te stellen van een toetsing op dubbele strafbaarheid in het geval van de in artikel 14, lid 2, van dat Kaderbesluit vermelde strafbare feiten, namelijk terrorisme, cybercriminaliteit, racisme en vreemdelingenhaat, sabotage, racketeering en afpersing, en oplichting, tenzij de uitvaardigende autoriteit heeft verklaard dat het betrokken strafbare feit volgens het recht van de uitvaardigingsstaat aan de volgende criteria voldoet: Terrorisme:

­ een handeling die strafbaar is in de zin en volgens de definitie van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van nucleair terrorisme van 13 april 2005, van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme van 9 december 1999 of in de zin van de in de bijlage daarvan vermelde overeenkomsten, of ­

een handeling die overeenkomstig Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding

2

strafbaar moet worden gesteld, of

­

een handeling die volgens Resolutie 1624 (2005) van de VN-Veiligheidsraad van 14 september 2005 verboden moet worden.

Cybercriminaliteit:

Strafbare feiten zoals omschreven in Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 over aanvallen op informatiesystemen

3

, of in titel 1 van afdeling I van

het Europees Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken van 23 november 2001.

Nummer en datum van het kaderbesluit invoegen. 1

PB L 350 van 30.12.2008, blz. 72.

2 PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3. 3

PB L 69 van 16.3.2005, blz. 67.

Racisme en vreemdelingenhaat:

Strafbare feiten zoals omschreven in Gemeenschappelijk Optreden 96/443/JBZ van de Raad van 15 juli 1996 ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat.

1

Sabotage:

Onrechtmatige en opzettelijke handelingen die grootschalige schade toebrengen aan overheidsvoorzieningen, andere publieke voorzieningen, het openbaar vervoer of andere infrastructuur, waardoor een aanzienlijk economisch verlies wordt geleden of dreigt te worden geleden.

Racketeering en afpersing

Het eisen door middel van bedreiging, geweld of enige andere vorm van intimidatie van voorwerpen, toezeggingen, inkomsten dan wel ondertekening van documenten houdende of strekkende tot een verbintenis, overdracht of kwijting. Oplichting:

Het gebruik van valse namen of een valse hoedanigheid, of het door frauduleuze handelingen misbruik maken van het vertrouwen en de goede trouw van een persoon om zich zaken die aan anderen toebehoren toe te eigenen."

8.

Verklaring van Nederland ad artikel 23, lid 3

"Op basis van artikel 23, lid 3, van het kaderbesluit verklaart Nederland dat het voornemens is de in artikel 13, lid 1, onder f), vermelde weigeringsgrond in nationaal recht om te zetten."

  • 9. 
    Verklaring van Duitsland ad artikel 23, lid 3

"Overeenkomstig artikel 23, lid 3, van het kaderbesluit verklaart Duitsland dat het voornemens is de in artikel 13, lid 1, onder f), vermelde weigeringsgrond in nationaal recht om te zetten."

1

PB L 185 van 24.7.1996, blz. 5.

  • 10. 
    Verklaring van Zweden

ad artikel 23, lid 3

"Zweden is voornemens de weigeringsgrond die vermeld wordt in artikel 13, lid 1, onder f), van het kaderbesluit betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures, in nationaal recht om te zetten."

  • 11. 
    Verklaring van het UK

ad artikel 23, lid 3

"Overeenkomstig artikel 23, lid 3, van het kaderbesluit verklaart het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland dat het voornemens is de in artikel 13, lid 1, onder f), punt ii), vermelde weigeringsgrond in nationaal recht om te zetten."

  • 12. 
    Verklaring van Oostenrijk

ad artikel 11, lid 5

"Overeenkomstig artikel 11, lid 5, van het kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures verklaart de Republiek Oostenrijk dat een validatie van het Europees bewijsverkrijgingsbevel door een rechter, rechtbank, onderzoeksmagistraat of openbaar aanklager wordt verlangd in ieder geval waarin de uitvaardigende autoriteit niet een rechter, rechtbank, onderzoeksmagistraat of openbaar aanklager is en waarin, indien het een binnenlandse zaak betrof, de maatregelen die voor de uitvoering van het EBB zijn vereist, volgens Oostenrijks recht zouden moeten worden bevolen of gecontroleerd door een rechter of een openbaar aanklager."

  • 13. 
    Verklaring van Frankrijk

ad artikel 11, lid 5

"Artikel 11, lid 5, van het ontwerp-kaderbesluit betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel geeft elke lidstaat de mogelijkheid om te verklaren dat hij, als uitvoerende staat, een validatie van het bewijsverkrijgingsbevel door een rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat verlangt wanneer dit bevel afkomstig is van een autoriteit die niet een rechter, rechtbank of openbaar aanklager is.

De Franse autoriteiten wensen gebruik te maken van de mogelijkheid zo een verklaring af te leggen naar aanleiding van artikel 11, lid 5. Die verklaring luidt als volgt:

"Overeenkomstig artikel 11, lid 5, van het kaderbesluit verklaart Frankrijk dat het validatie van het Europees bewijsverkrijgingsbevel door een rechter, een rechtbank, een onderzoeksmagistraat of een openbaar aanklager verlangt in ieder geval waarin de uitvaardigende autoriteit niet een rechter, rechtbank, onderzoeksmagistraat of openbaar aanklager is en waarin de Franse wet, indien het een vergelijkbare binnenlandse zaak betrof, zou eisen dat de maatregelen voor de uitvoering van het Europees bewijsverkrijgingsbevel worden bevolen of gecontroleerd door een dergelijke autoriteit."."

  • 17. 
    Verordening van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand

in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren

doc. 16542/08 PECHE 33

+ REV 1 (en)

De Raad heeft bovengenoemde verordening aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 37 van het

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

  • 18. 
    Verordening van de Raad tot vaststelling van een langetermijnplan voor

kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004

doc. 16292/1/08 REV 1 PECHE 328

De Raad heeft bovengenoemde verordening aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 37 van het

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

  • 14. 
    Verklaring van de Raad en de Commissie

ad langetermijnplan voor het kabeljauwbestand in de Keltische Zee

"De Raad en de Commissie constateren dat het kabeljauwbestand in de Keltische Zee zich niet binnen veilige biologische grenzen bevindt. In dit verband zeggen de Raad en de Commissie toe er alles aan te zullen doen om een langetermijnplan voor het herstel van dit bestand uit te stippelen, op basis van het oorspronkelijke Commissievoorstel betreffende het herstelplan voor kabeljauw (doc. 7676/08 PECHE 63 - COM (2008) 162 def.)."

  • 15. 
    Verklaring van de Raad en de Commissie

ad artikel 8

"Gelet op het feit dat het bestand van Noordzeekabeljauw gezamenlijk wordt beheerd met Noorwegen, moet over de procedure voor de vaststelling van de TAC's voor dit bestand nog met dat land worden onderhandeld."

  • 16. 
    Verklaring van de Commissie

ad artikel 11 "De Commissie zal in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten volgen hoe het gebruik van de quota en de visserijinspanning zich ontwikkelen, teneinde te beoordelen of de toegekende totale visserijinspanning toereikend is voor het gebruik van de toegekende quota en om zonodig een oplossing te vinden voor de bij die evaluatie aan het licht getreden problemen."

  • 17. 
    Verklaring van de Commissie

ad gesloten gebieden in de Ierse en de Keltische Zee "De Commissie bevestigt haar standpunt dat het gesloten seizoen voor visserij in ICESzones VIIf en g, zoals vastgesteld in bijlage III, punt 6.2, van de voorgestelde TAC's- en quotaverordening voor 2009, onder voorbehoud van de daarin opgenomen afwijkingen, moet worden gehandhaafd, net als de technische instandhoudingsmaatregelen voor de Ierse Zee opgenomen in bijlage III, punt 8.1, van genoemde verordening, onder voorbehoud van de daarin opgenomen afwijkingen."

de opening en wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

doc. 16479/5/08 REV 5 TDC 20

De Raad heeft bovengenoemde verordening aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 26 van het

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten

doc. 16785/08 TDC 22

+ COR 1 (lt)

+ REV 1 (en) + REV 2 (pl)

De Raad heeft de bovengenoemde verordening aangenomen. De Poolse delegatie stemde

tegen (rechtsgrondslag: artikel 26 van het Verdrag tot oprichting van de Europese

Gemeenschap).

  • 18. 
    Verklaring van Polen

betreffende de tariefschorsingsperiode voor LCD-modules

"In het algemeen is de Poolse delegatie voorstander van tariefschorsingen als een nuttige en belangrijke maatregel voor communautaire producenten die grondstoffen en halfbewerkte onderdelen uit derde landen invoeren, indien deze grondstoffen en onderdelen niet in de EU worden vervaardigd. De Poolse delegatie stemt echter tegen de huidige verordening omdat deze voorziet in een tariefschorsing voor LCD-modules gedurende een periode van vijf jaar. Twee in Polen gevestigde ondernemingen worden in het bijzonder door dit voorstel getroffen. De Poolse delegatie deelt hun standpunt dat zo een lange periode van tariefschorsing voor de invoer van LCD-modules zeer schadelijk is voor de Europese producenten van dergelijke modules, vooral voor die welke in Polen gevestigd zijn. De Poolse delegatie behoudt zich het recht voor om in de toekomst op deze kwestie terug te komen."

  • 43. 
    ­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij

­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1339/2001 houdende uitbreiding van de werking van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen doc. 16361/08 GAF 21 FIN 516 UEM 208 EUROPOL 79 DROIPEN 95

+ COR 1 (fi)

16362/08 GAF 22 FIN 517 UEM 209 EUROPOL 80 DROIPEN 96

De Raad heeft deze verordeningen aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 123, lid 4, derde

volzin, en artikel 308, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

­ Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2183/2004 tot uitbreiding van de toepassing van Verordening (EG) nr. 2182/2004 betreffende op euromunten lijkende medailles en penningen tot de niet-deelnemende lidstaten doc. 16365/08 GAF 23 UEM 210 ECOFIN 572

16366/08 GAF 24 UEM 211 ECOFIN 573

De Raad heeft deze verordeningen aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 123, lid 4, derde

volzin, en artikel 308, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

  • 50. 
    Verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de

erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen

doc. 15736/08 JUSTCIV 245

+ COR 1 (el) + COR 2 (en)

+ REV 1 (sv, cs, lt) + REV 2 (nl) + REV 3 (sl) + REV 4 (da) + REV 5 (pt)

De Raad heeft bovengenoemde verordening aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 61, onder

c), en artikel 67, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat bepaalde inkomstengenererende projecten betreft

doc. 13874/08 FSTR 21 FC 6 REGIO 26 SOC 566

+ COR 1 (mt) + COR 2 (pl) + COR 3

+ COR 4 (it) + COR 5 (fi) + COR 6 (fr)

De Raad heeft bovengenoemde verordening aangenomen (rechtsgrondslag: artikel 161, derde

alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap).

  • 57. 
    Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de

consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van timeshare, langetermijnvakantieproducten, wederverkoop en ruil

doc. PE-CONS 3701/1/08 REV 1 CONSOM 154 JUSTCIV 227 CODEC 1412

De Raad heeft het in het advies van het Europees Parlement vervatte amendement

goedgekeurd en de voorgestelde tekst in de aldus geamendeerde versie vastgesteld, waarbij de

Oostenrijkse, de Tsjechische, de Duitse, de Luxemburgse en de Maltese delegatie zich

onthielden (rechtsgrondslag: artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese

Gemeenschap).

  • 19. 
    Verklaring van Hongarije

"Hongarije is het huidige en de vorige voorzitterschappen erkentelijk voor hun inspanningen om de werkzaamheden betreffende de nieuwe richtlijn inzake timeshare zo spoedig mogelijk af te ronden. De herziening van de richtlijn betreffende timeshare wordt door Hongarije in het algemeen gesteund. Hongarije betreurt het evenwel dat er nog een aantal juridische en horizontale vraagstukken overblijven, die onvoldoende grondig zijn besproken en waarop nog geen overtuigende antwoorden zijn geformuleerd.

Hongarije heeft stelselmatig het verband van de huidige sectorale richtlijn en het toekomstige horizontale instrument inzake consumentenovereenkomsten aan de orde gesteld. Inmiddels heeft de Commissie haar voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de consumenten [COM(2008) 614 def.] aangenomen, en zijn in de Raad onlangs de onderhandelingen gestart, nog voordat de huidige sectorale richtlijn betreffende timeshare is aangenomen.

Hongarije is de mening toegedaan dat de inhoud van het horizontaal instrument inzake consumentenovereenkomsten tot stand moet worden gebracht voordat de sectorale regels op dat gebied worden herzien. Daarom, alsmede om dubbel werk en onverenigbaarheid van de twee wetsinstrumenten te voorkomen, stelt Hongarije voor tijdens de onderhandelingen over het voorstel voor de horizontale richtlijn een evaluatie uit te voeren van de bepalingen van de huidige richtlijn waaraan aspecten van het algemeen verbintenissenrecht zijn verbonden (bijvoorbeeld de uitoefening en de gevolgen van het terugtredingsrecht), en die waar nodig naar het horizontaal instrument over te brengen, met dien verstande dat in die gevallen in de huidige richtlijn naar de horizontale richtlijn moet worden verwezen.

De nieuwe aanpak met het oog op een volledige harmonisering van de consumentenbescherming is verdedigbaar als het erom gaat in de gehele Europese Unie een gemeenschappelijk niveau van bescherming te bereiken. Derhalve dient onzes inziens elke bepaling die dat doel in gevaar kan brengen, te worden vermeden."

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie