Vraagstukken in verband met justitiële samenwerking in burgerlijke zaken die in het kader van andere ontwerpen van communautaire regelgeving worden besproken

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Betreft: Vraagstukken in verband met justitiële samenwerking in burgerlijke zaken die in het kader van andere ontwerpen van communautaire regelgeving worden besproken

I. INLEIDING

  • 1. 
    Het Coreper heeft op 10 maart 1999 het Comité burgerlijk recht opdracht gegeven te zorgen

voor samenhang in het optreden van de Europese Gemeenschap in aangelegenheden van

1

burgerlijk recht, meer bepaald die welke onder de artikelen 65 en 293 van het VEG vallen .

1

Doc. 6166/2/99 REV 2 CK4: "Dit comité behandelt specifieke onderwerpen en zorgt ook voor samenhang bij het EU-optreden in aangelegenheden van burgerlijk recht, meer bepaald vallend onder de artikelen 65 en 293 VEG. Het comité kan ook advies geven bij vragen over justitiële samenwerking in burgerlijke zaken op andere gebieden van het EG-Verdrag, zoals bij vragen in verband met het bevoegde gerecht en het toepasselijke recht die voortvloeien uit de communautaire instrumenten."

  • 2. 
    Het Comité kan ook advies geven bij vragen over justitiële samenwerking in burgerlijke

zaken op andere gebieden van het VEG.

  • 3. 
    In het kader van deze opdracht heeft het Comité burgerlijk recht enkele malen advies

1

uitgebracht aan andere groepen en aan het Coreper, en er daarbij op gewezen dat de communautaire regelgeving op andere terreinen moet sporen met de regels die van

toepassing zijn op justitiële samenwerking in burgerlijke zaken.

  • 4. 
    Het onderhavige document is bedoeld om actuele informatie over de ontwikkelingen sedert

6 februari 2009 te verstrekken met betrekking tot regelgeving of ontwerp-regelgeving die

bepalingen bevat in verband met een aantal aangelegenheden die onder de regelgeving op

het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken vallen, met name:

  • a) 
    de richtlijn betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, vakantie-

producten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling (de timesharingrichtlijn);

  • b) 
    de ontwerp-richtlijn betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (het ontwerp van de richtlijn solvabiliteit II);
  • c) 
    de ontwerp-richtlijn betreffende consumentenrechten (het ontwerp van de consumentenrechtenrichtlijn;
  • d) 
    de ontwerp-overeenkomst betreffende het gerecht voor het Europees en het Gemeenschapsoctrooi (de ontwerp-overeenkomst betreffende het octrooigerecht);
  • e) 
    het ontwerp van de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak; f) het Groenboek over collectief verhaal voor consumenten.
  • 5. 
    In de vergadering van 20 februari 2009 zal het Comité burgerlijk recht (algemene

vraagstukken) worden verzocht nota te nemen van de informatie in de punten II tot en met

VII en te bespreken wat er ter zake verder moet gebeuren.

1

Zie bijvoorbeeld doc. 7438/08 JUSTCIV 48 CODEC 343 CONSOM 32 (timesharing), doc. 12874/06 JUSTCIV 191 EF 32 ECOFIN 291 CONSOM 78 CRIMORG 137 CODEC 919 (betalingsdiensten), doc. 8299/06 JUSTCIV 98 CONSOM 21 CODEC 334 (consumentenkrediet), doc. 12655/04 JUSTCIV 127 COMPET 152 SOC 423 CODEC 1032 (diensten), en doc. 5668/04 JUSTCIV 13 CONSOM 5 MI 19 CODEC 106 (oneerlijke handelspraktijken).

II. RICHTLIJN BETREFFENDE BEPAALDE ASPECTEN VAN GEBRUIK IN DEELTIJD, VAKANTIEPRODUCTEN VAN LANGE DUUR, DOORVERKOOP EN

UITWISSELING

  • 6. 
    De Commissie heeft op 8 juni 2007 een voorstel voor een richtlijn van het Europees

Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot

bepaalde aspecten van gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop

1

en uitwsseling ingediend .

  • 7. 
    Het Comité burgerlijk recht (algemene vraagstukken) heeft een advies over het

2

ontwerp opgesteld, dat aan de Groep consumentenbescherming en -voorlichting is voorgelegd. De groep heeft bij de bespreking van artikel 12 (het vroegere artikel 8) rekening

gehouden met het advies.

  • 8. 
    De Raad en het Europees Parlement zijn eind 2008 in eerste lezing tot overeenstemming

3

gekomen; de richtlijn is op 3 februari 2009 in het Publicatieblad verschenen .

  • 9. 
    De overwegingen 17 en 18 en artikel 12 hebben betrekking op justitiële samenwerking in

burgerlijke zaken. De tekst ervan staat in bijlage I.

1

Doc. 10686/07 CONSOM 82 JUSTCIV 168 CODEC 657. 2

Doc. 7438/08 JUSTCIV 48 CODEC 343 CONSOM 32. 3

Richtlijn 2008/122/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling.

III. DE ONTWERP-RICHTLIJN BETREFFENDE DE TOEGANG TOT EN

UITOEFENING VAN HET VERZEKERINGS- EN HET HERVERZEKERINGS-

BEDRIJF

  • 10. 
    De Commissie heeft op 21 april 2008 een gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het

Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het

1

verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf ingediend . Het voorstel strekt ertoe 13 richtlijnen op het gebied van levensverzekering en schadeverzekering, herverzekering,

verzekeringsgroepen en liquidatie tot één tekst te herschikken.

  • 11. 
    Eind november 2008 heeft de Raad, met het oog op een mogelijk akkoord in eerste lezing

met het Europees Parlement, de algemene oriëntatie bevestigd die op basis van een

2

compromistekst van het voorzitterschap tot stand was gekomen.

  • 12. 
    Dit voorstel kan consequenties hebben voor de regelgeving op het gebied van de justitiële

samenwerking in burgerlijke zaken (met name de verordening Rome I), en dus moet het

comité de behandeling ervan volgen. In bijlage II staan enkele bepalingen die de

problematiek van het toepasselijke recht raken.

1

Doc. 6996/1/08 REV 1 SURE 8 ECOFIN 92 CODEC 272.

2 Doc. 16237/08 SURE 33 ECOFIN 560 CODEC 1645 + COR 1.

1

IV. HET ONTWERP VAN DE CONSUMENTENRECHTENRICHTLIJN

  • 13. 
    De Commissie heeft het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

2

betreffende consumentenrechten op 8 oktober 2008 aan de Raad toegezonden .

  • 14. 
    Het voorstel is een van de resultaten van de herziening van het consumentenacquis, die een

aantal richtlijnen op het gebied van consumentenbescherming bestrijkt. Het voorstel is

gericht op herziening van Richtlijn 85/577/EEG betreffende buiten verkoopruimten gesloten

overeenkomsten, Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumenten-

overeenkomsten, Richtlijn 97/7/EG betreffende op afstand gesloten overeenkomsten, en

Richtlijn 1999/44/EG betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties

voor consumptiegoederen. Het voorstel combineert deze vier richtlijnen in één horizontale

tekst, die de gemeenschappelijke aspecten systematisch regelt, de bestaande regels

vereenvoudigt en bijwerkt, inconsistenties wegneemt en hiaten opvult.

  • 15. 
    Doel van het voorstel is ertoe bij te dragen dat de B2C-interne markt beter gaat functioneren,

doordat het vertrouwen van de consument in de interne markt wordt versterkt en de

terughoudendheid van het bedrijfsleven tegenover grensoverschrijdende handel wordt

verminderd. Dit algemene doel moet worden bereikt door versnippering tegen te gaan, het

regelgevingskader te stroomlijnen en de consument een hoog gemeenschappelijk niveau van

bescherming, alsmede adequate informatie over zijn rechten en de uitoefening daarvan te

bieden.

  • 16. 
    Het voorstel volgt niet dezelfde minimumharmonisatiebenadering als de vier bestaande

richtlijnen (de lidstaten kunnen striktere nationale regels handhaven of invoeren); in plaats

daarvan is gekozen voor volledige harmonisatie (de lidstaten mogen geen bepalingen

handhaven of invoeren die afwijken van die van de richtlijn).

1

Luidens doc. 13467/07 JUSTCIV 251 COMPET 271 CONSOM 114 EF 60 ECOFIN 376 SOC 352 MI 231 ETS 18 heeft het Comité burgerlijk recht besloten de overeenkomstenrechtelijke aspecten met civiel- en handelsrechtelijk karakter in de andere ontwerpregelgeving van de Gemeenschap te volgen. 2 Doc. 14183/08 CONSOM 140 JUSTCIV 220 CODEC 1315.

  • 17. 
    Overweging 10 luidt: "De bepalingen van deze richtlijn dienen Verordening (EG)

nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake het recht dat van toepassing is

1

op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) onverlet te laten ".

  • 18. 
    Aan de bespreking van de ontwerp-richtlijn zal aandacht worden besteed bij de behandeling

van het gemeenschappelijk referentiekader (GRK), waarover de Raad heeft besloten dat het

ook de consumentenovereenkomsten moet omvatten en dat in het bijzonder moet worden

2

gelet op de coherentie ervan met de consumentenrechtenrichtlijn , die immers een tot de lidstaten gerichte rechtshandeling is, terwijl het GRK een reeks niet-bindende richtsnoeren

3

voor de communautaire wetgever moet zijn .

4

V. ONTWERP-OVEREENKOMST BETREFFENDE HET OCTROOIGERECHT

  • 19. 
    De Commissie heeft op 4 april 2007 een mededeling over de verbetering van het

5

octrooisysteem in Europa ingediend . De Groep intellectuele eigendom (octrooien) heeft vervolgens besproken hoe er in de Europese Unie één nieuw systeem voor de behandeling

van octrooigeschillen kan worden opgezet, dat zowel het Europese als het toekomstige

Gemeenschapsoctrooi betreft.

  • 20. 
    Eind 2008 heeft de Raad Concurrentievermogen nota genomen van een voortgangsverslag

over het verordeningsvoorstel betreffende het Gemeenschapsoctrooi en de ontwerp-

overeenkomst over het octrooigerecht, en de voorbereidingsinstanties ermee belast het

octrooigeschillenbehandelingssysteem en het Gemeenschapsoctrooi verder te bespreken,

teneinde in beide dossiers zo spoedig mogelijk tot oplossing en overeenstemming te komen.

1

PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6. 2

Doc 15306/08 JUSTCIV 236 CONSOM 167. 3

Doc. 8286/08 JUSTCIV 68 CONSOM 39. 4

Zie ook doc. 13271/06 ADD 1 JUSTCIV 207 COMPET 250 CONSOM 86 CRIMORG 145 EF 37 ECOFIN 308 SOC 429 MI 168 ETS 22 PI 76 COUR 63 JUR 468. 5 Doc. 8302/07 PI 11.

  • 21. 
    Volgens de ontwerp-overeenkomst betreffende het octrooigerecht wordt er een systeem voor

de behandeling van geschillen over onder meer de geldigheid van en inbreuken op Europese

octrooien en toekomstige Gemeenschapsoctrooien opgezet.

  • 22. 
    Dit voorstel kan consequenties hebben voor regelgeving op het gebied van de justitiële

samenwerking in burgerlijke zaken (met name de verordening Rome I), dus moet het comité

dit dossier volgen.

VI. HET ONTWERP VAN DE HANDELSOVEREENKOMST TER BESTRIJDING VAN

NAMAAK

  • 23. 
    Sinds 2007 is in vier rondes onderhandeld over een handelsovereenkomst ter bestrijding van

namaak. De laatste ronde vond plaats in december 2008 te Parijs; de volgende is gepland

voor maart 2009 in Marokko.

  • 24. 
    De overeenkomst moet voornamelijk de volgende aspecten bestrijken:
  • a) 
    algemene bepalingen en definities, b) institutionele kwesties, c) grensmaatregelen,
  • d) 
    internationale samenwerking, e) internet,
  • f) 
    strafrechtelijke handhaving,
  • g) 
    civielrechtelijke handhaving.
  • 25. 
    Wat de civielrechtelijke handhaving betreft, streeft de Raad naar een overeenkomst die een

meerwaarde biedt ten opzichte van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de

intellectuele eigendom, en die logisch aansluit bij Richtlijn 2004/48/EG van het Europees

Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake strafrechtelijke maatregelen om de

handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen.

  • 26. 
    De Gemeenschap wil met name dat:
  • de tekst van toepassing is op alle intellectuele-eigendomsrechten; - schadevergoeding compensatoir en niet punitief is; en
  • de rechthebbenden de rechter kunnen verzoeken een bevel tegen tussenpersonen uit te vaardigen.
  • 27. 
    Het Comité burgerlijk recht moet de onderhandelingen over deze overeenkomst, vooral wat

de civielrechtelijke handhaving betreft, blijven volgen.

VII. HET GROENBOEK OVER COLLECTIEF VERHAAL VOOR CONSUMENTEN

  • 28. 
    De Commissie heeft op 1 december 2008 een Groenboek over collectief verhaal voor

1

consumenten ingediend . Het behandelt de verschillende mogelijkheden met betrekking tot een collectief verhaal voor de consument op EU-niveau, en leidt de discussie over de

verdere gang van zaken in.

  • 29. 
    Het Comité burgerlijk recht moet dit onderwerp blijven volgen.

_____________________

1

COM (2008) 794 def., 16658/08 CONSOM 205 JUSTCIV 258 MI 512.

BIJLAGE I

Richtlijn 2008/122/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009

betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van

overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur,

doorverkoop en uitwisseling

Overwegingen

(17) De consument mag niet verstoken blijven van de door deze richtlijn geboden bescherming wanneer het op de overeenkomst toepasselijke recht het recht van een lidstaat is. Welk recht

op een overeenkomst toepasselijk is, moet worden bepaald volgens de communautaire regels

inzake internationaal privaatrecht, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 593/2008 van het

Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op

1

verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) . Volgens deze verordening kan het recht van een derde land toepasselijk zijn, in het bijzonder wanneer consumenten tijdens hun vakantie in

een ander land dan het land waar zij normaal verblijven, door handelaars worden benaderd.

Zulke handelspraktijken zijn gebruikelijk op het door deze richtlijn bestreken gebied en met

de overeenkomsten zijn aanzienlijke geldbedragen gemoeid, en daarom is er een bijkomende

waarborg nodig die ervoor zorgt dat de consument, in bepaalde specifieke gevallen, in het

bijzonder wanneer rechtbanken in een lidstaat rechterlijke bevoegdheid hebben over de

overeenkomst, niet verstoken blijft van de door deze richtlijn geboden bescherming. Deze

benadering is in overeenstemming met de bijzondere behoeften inzake consumenten-

bescherming die voortvloeien uit de ingewikkelde, langdurige en in financieel opzicht

belangrijke overeenkomsten die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.

(18) Welke rechtbanken bevoegd zijn voor vorderingen die betrekking hebben op zaken die onder deze richtlijn vallen, dient te worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG)

nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de

2

erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken .

1

PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.

2 PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

Artikel 12

Dwingend karakter van de richtlijn en toepassing op internationale gevallen

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer het op de overeenkomst toepasselijke recht het recht van een lidstaat is, de consument geen afstand mag doen van de rechten die deze

richtlijn hem verleent.

  • 2. 
    Wanneer het toepasselijke recht het recht van een derde land is, wordt de consument de bescherming die wordt geboden door deze richtlijn, zoals geïmplementeerd in de lidstaat

van de rechter, niet ontnomen indien:

­ één van de onroerende goederen in kwestie zich op het grondgebied van een lidstaat

bevindt, of

­ in geval van een overeenkomst die niet rechtstreeks betrekking heeft op onroerend goed,

de handelaar zijn handels- of beroepsactiviteit verricht in een lidstaat of deze activiteit

met enigerlei middel richt op een lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteit valt.

BIJLAGE II

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot

en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf

Overwegingen:

(60) De lidstaten waar Verordening nr. 593/2008/EG niet van toepassing is, dienen de bepalingen van deze verordening toe te passen om te bepalen welk recht van toepassing is op

verzekeringsovereenkomsten die binnen de werkingssfeer van artikel 7 van genoemde

verordening vallen.

HOOFDSTUK I - TOEPASSELIJK RECHT EN VOORWAARDEN

VAN DIRECTE VERZEKERINGSOVEREENKOMSTEN

A FDELING 1 ­ T OEPASSELIJK RECHT

Artikel 176

Toepasselijk recht

Lidstaten waar Verordening nr. 593/2008/EG niet van toepassing is, passen de bepalingen van

genoemde verordening toe om te bepalen welk recht van toepassing is op verzekerings-

overeenkomsten die binnen de werkingssfeer van artikel 7 van deze verordening vallen.

Artikel 293

Bescherming van derde verkrijgers

Het volgende recht is van toepassing indien de verzekeringsonderneming door een na de

vaststelling van een saneringsmaatregel of na de opening van een liquidatieprocedure verrichte

handeling onder bezwarende titel beschikt over:

(1) een onroerend goed: het recht van de lidstaat waar het onroerend goed gelegen is;

(2) een schip of een luchtvaartuig dat aan inschrijving in een openbaar register onderworpen is: het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden;

(3) effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening

veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst centraal

bewaarnemingssysteem: het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de

rekening of het systeem wordt gehouden.

_____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie