"Valsmunterij Euro"

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

  • 1. 
    De delegaties treffen hierbij aan:
  • de tekst van de schriftelijke vraag;
  • een door het secretariaat-generaal opgesteld voorontwerp van antwoord.
  • 2. 
    Indien er uiterlijk op 26 februari 2009 om 17.00 uur geen opmerkingen van de delegaties zijn ontvangen, wordt dit voorontwerp van antwoord ter goedkeuring voorgelegd aan het

Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) en aan de Raad.

Zijn er wel opmerkingen ontvangen, dan worden die behandeld door de Groep algemene

zaken.

________________________

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0560/09

van Jeanine Hennis-Plasschaert (ALDE)

aan de Raad

Betreft: Valsmunterij Euro

Op 13 januari jl. vierde het Parlement de tiende verjaardag van de euro. En terecht. De afgelopen maanden is de relevantie van de euro immers onmiskenbaar aangetoond. Door markt en munt is Europa toonaangevend op het wereldtoneel. Een dag eerder maakte de Europese Centrale Bank echter ook bekend dat in de tweede helft van 2008 in totaal 354.000 valse eurobankbiljetten aan de circulatie zijn onttrokken. Ten opzichte van de eerste helft van 2008 is dit een stijging van 13%. Toch is het juist die aanpak van valsmunterij die tot de nodige kopzorgen leidt. De geluiden uit het politieveld zijn duidelijk: er wordt in deze onvoldoende samengewerkt tussen de lidstaten. 1. Kan de Raad voor de afgelopen 5 jaar (per lidstaat en per jaar) exact aangeven hoeveel valse

bankbiljetten en valse munten er zijn ontdekt?

  • 2. 
    Is het juist dat de aanpak van valsmunterij een nationale opportuniteit en prioriteit is dan wel

moet zijn? Zo ja, graag een gedetailleerde toelichting. Zo nee, waarom niet?

  • 3. 
    Kan de Raad voor de afgelopen 5 jaar exact aangeven hoeveel opsporingscapaciteit er per

lidstaat is geïnvesteerd in de aanpak van valsmunterij?

  • 4. 
    Kan de Raad voor de afgelopen 5 jaar (en per lidstaat) exact aangeven tot hoeveel

aanhoudingen van valsmunters dit heeft geleid, evenals tot hoeveel inbeslagnemingen? Zo nee, waarom niet?

  • 5. 
    Kan de Raad voor de afgelopen 5 jaar (en per lidstaat) vervolgens exact aangeven tot hoeveel

en tot welke veroordelingen dit heeft geleid? Zo nee, waarom niet?

  • 6. 
    Beschouwt de Raad de huidige situatie als bevredigend? Zo ja, kan de Raad dit gedetailleerd

toelichten? Zo nee, waarom niet en wat is de oplossing?

  • 7. 
    Wat zijn, volgens de Raad, de belangrijkste knelpunten bij de aanpak van valsmunterij van de

euro?

  • 8. 
    Kan de Raad vervolgens aangeven hoe die knelpunten moeten worden opgelost? Zo nee,

waarom niet?

________________________

ANTWOORD

op schriftelijke vraag E-0560/09

van Jeanine Hennis-Plasschaert (ALDE)

De Raad hecht het grootste belang aan de bescherming van de euro tegen vervalsing, en werkt actief

mee om een compleet, effectief Europees regelgevingskader tot stand te brengen dat de

authenticiteit van de in omloop zijnde munten en biljetten verzekert.

Om deze bescherming te versterken heeft de Raad in december 2008 vier verordeningen

aangenomen, waarbij de wetgeving aan de realiteit werd aangepast.

1

Twee van die verordeningen houden een aanpassing in van de Verordeningen (EG) nr. 1338/2001 2

en nr. 1339/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij. Banken en andere ondernemingen die deelnemen aan de behandeling

en uitgifte van biljetten en munten worden uitdrukkelijk verplicht deze op hun echtheid te

controleren voordat zij ze opnieuw in omloop brengen. Voorts wordt toegestaan dat valse biljetten

en munten tussen de bevoegde autoriteiten worden vervoerd, omdat zij met het oog op het afstellen

van de controleapparatuur in voldoende mate beschikbaar moeten zijn.

3

In twee andere Raadsverordeningen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2182/2004 en 4

nr. 2183/2001 betreffende op euromunten lijkende medailles en penningen, worden de specifieke criteria die de Commissie hanteert om conformiteit met de desbetreffende verbodsbepalingen vast te

stellen verduidelijkt, om de gebruikers te behoeden voor verwarring.

1

Verordening (EG) nr. 44/2009 van de Raad van 18 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, PB L 17 van 22.1.2009, blz. 1. 2

Verordening (EG) nr. 45/2009 van de Raad van 18 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1339/2001 houdende uitbreiding van de werking van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, PB L 17 van 22.1.2009, blz. 4. 3

Verordening (EG) nr. 46/2009 van de Raad van 18 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2182/2004 betreffende op euromunten lijkende medailles en penningen, PB L 17 van 22.1.2009, blz. 5. 4

Verordening (EG) nr. 47/2009 van de Raad van 18 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2183/2004 tot uitbreiding van de toepassing van Verordening (EG) nr. 2182/2004 betreffende op euromunten lijkende medailles en penningen tot de nietdeelnemende lidstaten, PB L 17 van 22.1.2009, blz. 7.

Wat de handhavingsbewaking betreft, wijst de Raad het geachte Parlementslid erop dat dit de zaak

is van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en Europol, binnen hun respectieve

bevoegdheden.

___________________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie