-
1.De Raad heeft op 15 september een gemeenschappelijk standpunt over bovengenoemd 1
voorstel aangenomen en aan het Europees Parlement toegezonden.
-
2.De Commissie Milieu van het Europees Parlement heeft op 5 november een ontwerp aanbeveling met 177 amendementen aangenomen met het oog op de tweede lezing van het
gemeenschappelijk standpunt van de Raad. veertig van deze amendementen betreffen
compromissen in verband met de volgende kernpunten:
-
-het systeem van wederzijdse erkenning van toelatingen en de verdeling in zones, - de criteria voor het goedkeuren van werkzame stoffen,
-
-de vervanging van gevaarlijke stoffen door veiliger alternatieven, en - het bijhouden van registers over de productie en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de beschikbaarheid van die informatie.
1
Zie 11119/8/08 REV 8.
-
3.De Groep landbouwraden en -attachés heeft op 10 november een aantal ontwerp amendementen en daarop betrekking hebbende suggesties van het voorzitterschap besproken.
De Groep kon geen definitief standpunt over de besproken amendementen bereiken maar wel
aangeven in welke richting de Raad op de volgende gebieden wil gaan:
-
a)Systeem van wederzijdse erkenning van toelatingen (compromisamendementen 1 14)
Vergeleken bij de combinatie van een éénzonesysteem met vrijwillige wederzijdse erkenning
en het in het gemeenschappelijk standpunt vervatte driezonessysteem met verplichte
wederzijdse erkenning met afwijkingen, komt het voorstel van het Europees Parlement neer
op één zone met een groot aantal subsidiariteitselementen.
1
Op basis van een nota van het voorzitterschap heeft de Groep deze kwestie besproken en met name geconcludeerd dat
-
-het van wezenlijk belang is een beter inzicht in de zienswijze van het Europees Parlement te verwerven,
-
-het vergroten van de mate van harmonisatie belangrijker is dan het aantal zones. Toch uitten enkele delegaties bedenkingen bij de instelling van een enkele zone, met name
vanwege het bestaan van uiteenlopende risicobeoordelings- en risicobeheersings
modellen,
-
-het driezonessysteem momenteel het meest geschikt is, maar dat te denken valt aan meer flexibiliteit om voldoende rekening te houden met plaatselijke en nationale
omstandigheden, mits het systeem enkele elementen van verplichte wederzijdse
erkenning kan behouden om een hogere mate van harmonisatie te bieden, en
-
-het definitieve standpunt van de Raad nauw gekoppeld zal zijn aan andere onderdelen van het voorstel, met name de criteria voor de goedkeuring van werkzame stoffen.
1
zie bijlage.
-
b)Criteria voor de goedkeuring van werkzame stoffen (amendement 45 en compromisamendementen 16 - 20)
Het Europees Parlement geeft in overweging,
-
-vast te houden aan de in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen afwijking voor stoffen die niet voldoen aan de criteria in geval van ernstig gevaar voor de gezondheid
van planten, maar de werkingssfeer en de toepassingsduur van deze afwijking te
beperken,
-
-een mogelijke interpretatie voor hormoonontregelende stoffen te geven en later specifieke criteria te bepalen met gebruik van de comitologieprocedure,
-
-neurotoxische en immunotoxische criteria als aanvullende scheidingscriteria op te nemen, en
-
-stoffen die schadelijk kunnen zijn voor bijen, te verbieden.
De Groep stelde zich vooralsnog voorzichtig op; enkele delegaties achtten het moeilijk
afstand te nemen van de bepalingen in het gemeenschappelijk standpunt. De Groep meende
voorts dat het definitieve standpunt van de Raad nauw gekoppeld moet zijn aan de algehele
strategie voor de onderhandelingen over het bestrijdingsmiddelenpakket.
Tijdens de vergadering van de Groep deed het voorzitterschap suggesties met het oog op de
toekomstige besprekingen in de Groep over dit onderwerp.
-
c)Overige amendementen
De Groep kon niet nader ingaan op de overige amendementen en merkte op dat de Raad ten
aanzien van een groot aantal ervan al in eerste lezing een standpunt had ingenomen.
-
4.De Groep landbouwvraagstukken zal de amendementen van het Europees Parlement in haar volgende vergadering op 17 en 18 november verder bespreken zodat voor de komende
besprekingen met het Parlement een duidelijke basis beschikbaar is.
-
5.Het Coreper wordt derhalve verzocht nota te nemen van de gemaakte vorderingen, die het voorzitterschap als uitgangspunt zal gebruiken bij het verdere overleg in tweede lezing met
het Europees Parlement.
__________
BIJLAGE
Toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen
Wederzijdse erkenning van toelatingen en zonale aanpak
Het oorspronkelijke Commissievoorstel voorzag niet in het behoud van het huidige systeem van nationale beoordeling en toelating van gewasbeschermingsmiddelen met optionele wederzijdse erkenning, noch in de optie van een volledig gecentraliseerde aanpak (centraal agentschap voor de beoordeling en toelating van gewasbeschermingsmiddelen dat toelatingen op EU-niveau afgeeft).
De Commissie stelde voor een systeem op te zetten op basis van:
-
-een gecentraliseerde procedure voor de beoordeling van nieuwe werkzame stoffen met bindende
tijdslimieten, die eindigt met de goedkeuring van werkzame stoffen op Gemeenschapsniveau;
-
-de nationale toelating van gewasbeschermingsmiddelen die goedgekeurde werkzame stoffen
bevatten, met een systeem van verplichte wederzijdse erkenning van toelatingen op basis van een zonale aanpak (drie zones) voor verdere harmonisatie. Verplichte wederzijdse erkenning zal naar verwachting de norm worden, en lidstaten binnen een zone zouden de toelatingen alleen kunnen wijzigen overeenkomstig de reeds bestaande wetgeving betreffende de bescherming van de gezondheid van distributeurs, gebruikers of werknemers.
In zijn gemeenschappelijk standpunt houdt de Raad vast aan het systeem van communautaire
goedkeuring voor werkzame stoffen en nationale toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die reeds goedgekeurde werkzame stoffen bevatten. Hij bevestigt tevens het systeem van verplichte wederzijdse erkenning van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen met een verdeling in zones, maar hij voorziet in extra flexibiliteit, zoals:
-
-de mogelijke erkenning van toelatingen tussen lidstaten die tot verschillende zones behoren;
-
-de mogelijkheid dat lidstaten aanvullende risicobeperkende maatregelen voor hun grondgebied
opleggen en, bij wijze van uitzondering, in een andere lidstaat verleende toelatingen kunnen weigeren om de gezondheid van mens of dier of het milieu te beschermen.
De Raad heeft ook een herzieningsclausule opgenomen waarbij de Commissie binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de verordening een verslag dient op te stellen.
Kernbestanddelen van de wederzijdse erkenning van toelatingen met een zonale aanpak zoals voorgesteld in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad:
-
-wederzijdse erkenning binnen dezelfde zone is niet verplicht (vrijwillig) voor
gewasbeschermingsmiddelen die potentieel zorgwekkender zijn: gewasbeschermingsmiddelen die werkzame stoffen bevatten die in aanmerking komen voor vervanging (lijst in bijlage II.4, die PBT, CR 1 en 2, hormoonontregelende stoffen en stoffen met ontwikkelingsneurotoxische of immunotoxische effecten bevat), gewasbeschermingsmiddelen met voorlopige toelatingen en gewasbeschermingsmiddelen die een werkzame stof bevatten die is goedgekeurd uit hoofde van de afwijking van artikel 4, lid 7.
wederzijdse erkenning van toelatingen geldt alleen voor gewasbeschermingsmiddelen die
werkzame stoffen bevatten die op Gemeenschapsniveau zijn goedgekeurd met een EFSAadvies na voltooiing van het gehele beoordelingsproces, en geldt niet voor de meest zorgwekkende gewasbeschermingsmiddelen.
-
-in wederzijdse erkenning op EU-niveau (de éénzoneaanpak) wordt, op vrijwillige basis ook
voorzien voor gewasbeschermingsmiddelen die in een andere zone zijn toegestaan, mits die toelating niet gebruikt wordt voor wederzijdse erkenning in een andere lidstaat binnen dezelfde zone (art 40, lid 1, onder b);
een EU-breed systeem van wederzijdse erkenning met volledige subsidiariteit voor het recht
om de toelating van gewasbeschermingsmiddelen te weigeren te erkennen, teneinde de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren en doublures te vermijden, zonder een verplichting in het leven te roepen voor de lidstaat waarbij de aanvraag wordt ingediend - beginselen die door het EP worden bepleit - wordt reeds geboden in artikel 40 van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad.
-
-de gemeenschappelijke regeling voor de toelating van een gewasbeschermingsmiddel via
wederzijdse erkenning is een verplichte wederzijdse erkenning (art 36, lid 2). Volgens artikel 36, lid 3, biedt in geval van bezorgdheid in verband met de gezondheid van mens of dier of met het milieu een afwijking de lidstaat de mogelijkheid passende gebruiksvoorwaarden en andere aanvullende risicobeperkende maatregelen op te leggen die aan de plaatselijke omstandigheden zijn aangepast (zie art 31, lid 3, onder a) en b)). Tevens is het mogelijk in laatste instantie de erkenning van de toelating te weigeren op grond van specifieke en gerechtvaardigde risico's voor de gezondheid of het milieu die niet anderszins kunnen worden beheerst, ook niet door specifieke gebruiksvoorwaarden voor de gewasbeschermingsmiddelen.
het gemeenschappelijk standpunt van de Raad biedt een lidstaat de mogelijkheid af te wijken
van de gemeenschappelijke regeling voor verplichte wederzijdse erkenning en passende gebruiksvoorwaarden op te leggen of zelfs de toelating te weigeren
-
-volgens het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (art. 37, lid 4) neemt een lidstaat het
besluit uiterlijk binnen 90 dagen na ontvangst van het beoordelingsverslag en het afschrift van de toelating (erkenning, eventueel aanvullende risicobeperkende maatregelen of weigering).
het gemeenschappelijk standpunt van de Raad bevat een termijn van 90 dagen voor de behandeling van de aanvraag, teneinde het proces te bespoedigen en aanslepende procedures te vermijden.
-
-Art. 40, lid 1, onder c), voorziet in wederzijdse erkenning op EU-niveau (éénzoneaanpak) voor
gewasbeschermingsmiddelen die bedoeld zijn voor gebruik in kassen of in lege ruimten/containers of voor behandelingen van zaaizaad, voorzover de gebruiksvoorwaarden voor deze producten niet afhangen van de landbouw- of milieuomstandigheden van de lidstaten.
het gemeenschappelijk standpunt van de Raad voorziet in de "éénzoneaanpak" voor de wederzijdse erkenning van gewasbeschermingsmiddelen die in gesloten systemen worden gebruikt.
Argumenten voor en voordelen van een systeem van wederzijdse erkenning van toelatingen op basis van een zonale aanpak:
-
-veel eenvoudiger en efficiënter;
-
-doublures worden vermeden;
-
-snellere besluitvorming en meer geharmoniseerde beschikbaarheid van
gewasbeschermingsmiddelen in de verschillende lidstaten;
-
-verdergaande harmonisatie in de gehele EU in het vooruitzicht van verdere stappen;
-
-minder grensoverschrijdend verkeer van niet-toegelaten producten;
-
-lidstaten van dezelfde zone kunnen in een vroeg stadium van het toelatingsproces gegevens
uitwisselen en opmerkingen maken, waardoor wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning worden bevorderd;
-
-de lidstaten kunnen specifieke nationale risicobeperkende maatregelen opleggen.
____________________

