RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (gecodificeerde versie)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RICHTLIJN 2009/.../EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT

EN DE RAAD

van

betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming

van de consumentenbelangen

(gecodificeerde versie)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

1

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité , 2

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ,

1

PB C 161 van 13.7.2007, blz. 39. 2

Advies van het Europees Parlement van 19 juni 2007 (PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 73) en besluit van de Raad van ....

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 98/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumenten-

1 2

belangen is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd . Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden

overgegaan.

(2) Een aantal richtlijnen die in bijlage I bij deze richtlijn worden opgesomd behelzen voorschriften inzake de bescherming van de belangen van de consument.

(3) Met de thans bestaande mechanismen om de naleving van deze richtlijnen te waarborgen, zowel op nationaal als op communautair niveau, kan niet altijd worden bereikt dat

inbreuken waardoor de collectieve belangen van consumenten worden geschaad, tijdig

worden beëindigd. Onder collectieve belangen wordt verstaan belangen die niet de

cumulatie behelzen van belangen van individuen die door een inbreuk zijn geschaad. Een

en ander vormt geen beletsel voor het instellen van individuele vorderingen door

individuen die schade hebben geleden door een inbreuk.

(4) Wanneer het erom gaat praktijken die in strijd zijn met de toepasselijke nationale bepalingen te doen staken, kan aan de doeltreffendheid van de nationale maatregelen

waarbij de betrokken richtlijnen in nationale wetgeving worden omgezet, waaronder

beschermende maatregelen die verdergaan dan door de richtlijnen wordt voorgeschreven,

mits zij verenigbaar zijn met het Verdrag en met deze richtlijnen, afbreuk worden gedaan

wanneer die praktijken gevolgen hebben in een andere lidstaat dan die waar zij hun

oorsprong vinden.

1

PB L 166 van 11.6.1998, blz. 51. 2

Zie bijlage II, deel A.

(5) Deze moeilijkheden kunnen de goede werking van de interne markt schaden, daar het voldoende is het vertrekpunt van een ongeoorloofde praktijk te verleggen naar een ander

land om deze tegen elke vorm van rechtshandhaving te vrijwaren. Dit houdt een verstoring

van de mededinging in.

(6) Die moeilijkheden kunnen het vertrouwen van de consument in de interne markt onder mijnen en kunnen de mogelijkheden tot het instellen van een actie door organisaties die de

collectieve belangen van consumenten behartigen of door onafhankelijke openbare

lichamen die zijn belast met de bescherming van de collectieve belangen van consumenten

die door inbreuken op het Gemeenschapsrecht worden geschaad, beperken.

(7) Deze inbreuken overschrijden dikwijls de grenzen tussen de lidstaten. Het is dringend noodzakelijk de nationale bepalingen die gericht zijn op het doen staken van die

ongeoorloofde praktijken, ongeacht het land waar de inbreuk gevolgen heeft gehad, in

zekere mate onderling aan te passen. Wat dit betreft, laat de rechtsmacht de regels van het

internationaal privaatrecht en de verdragen die tussen de lidstaten van kracht zijn onverlet,

evenwel met inachtneming van de algemene verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van

het Verdrag, in het bijzonder die met betrekking tot de goede werking van de interne

markt.

(8) De doelstelling van het voorgenomen optreden kan slechts door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Bijgevolg dient deze te handelen.

(9) Gelet op artikel 5, derde alinea, van het Verdrag, mag het optreden van de Gemeenschap niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.

Overeenkomstig deze bepaling dienen de specifieke kenmerken van de nationale rechts-

ordes zoveel mogelijk in aanmerking te worden genomen door de lidstaten de mogelijkheid

te bieden een keuze te maken uit verschillende mogelijkheden met gelijkwaardige

gevolgen. De rechterlijke of administratieve instanties die bevoegd zijn uitspraak te doen

in de in deze richtlijn bedoelde procedures zijn gerechtigd de gevolgen van eerdere

beslissingen te onderzoeken.

(10) Een van deze keuzemogelijkheden dient in te houden dat een of meer onafhankelijke openbare organen, die speciaal met de bescherming van de collectieve belangen van de

consument zijn belast, de in deze richtlijn bedoelde rechtsvorderingen kunnen instellen.

Een andere keuzemogelijkheid dient in te houden dat deze rechtsvorderingen ingesteld

kunnen worden door organisaties die de bescherming van de collectieve belangen van de

consumenten als doelstelling hebben, overeenkomstig de bij de nationale wetgeving

vastgestelde criteria.

(11) De lidstaten moeten kunnen kiezen tussen beide mogelijkheden of deze kunnen combineren wanneer zij op nationaal niveau de voor de toepassing van deze richtlijn

bevoegde lichamen en/of organisaties aanwijzen.

(12) Met het oog op intracommunautaire inbreuken is het beginsel van wederzijdse erkenning op deze lichamen en/of organisaties van toepassing. De lidstaten dienen, op verzoek van

hun nationale instanties, de Commissie de naam en de doelstelling mede te delen van hun

nationale instanties die, overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, bevoegd zijn tot

het instellen van een rechtsvordering in hun eigen land.

(13) Het is de taak van de Commissie om de lijst van deze bevoegde instanties in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken. Tot bekendmaking van het

tegendeel wordt een bevoegde instantie waarvan de naam voorkomt op die lijst geacht

ontvankelijk te zijn.

(14) De lidstaten moeten kunnen bepalen dat de partij die voornemens is een verbodsactie in te stellen, voorafgaand overleg moet voeren met de andere partij, teneinde deze de mogelijk-

heid te geven die inbreuk te staken. De lidstaten dienen eveneens te kunnen bepalen dat dit

voorafgaand overleg samen met een door de lidstaten aangewezen onafhankelijk openbaar

orgaan dient plaats te vinden.

(15) Ingeval de lidstaten bepalen dat voorafgaand overleg dient plaats te vinden dient een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van het verzoek om overleg te worden aange-

houden, waarna de verzoekende partij zich onverwijld tot de bevoegde rechterlijke of

administratieve instantie kan wenden indien de inbreuk nog niet is gestaakt.

(16) Het is wenselijk dat de Commissie verslag uitbrengt over de werking van deze richtlijn, in het bijzonder over het toepassingsgebied ervan en over het functioneren van het vooraf-

gaand overleg.

(17) De toepassing van deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de toepassing van de communautaire mededingingsregels.

(18) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar

genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze richtlijn heeft tot doel de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende verbodsacties als bedoeld in artikel 2 ter

bescherming van de collectieve belangen van consumenten, die zijn opgenomen in de in

bijlage I genoemde richtlijnen, teneinde de goede werking van de interne markt te

waarborgen.

  • 2. 
    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder «inbreuk» verstaan: elke handeling die strijdig is met de bepalingen van de in bijlage I vermelde richtlijnen, als omgezet in de

interne rechtsorde van de lidstaten en waardoor de in lid 1 bedoelde collectieve belangen

worden geschaad.

Artikel 2

Verbodsacties

  • 1. 
    De lidstaten wijzen de rechterlijke of administratieve instanties aan die bevoegd zijn om uitspraak te doen in door de in artikel 3 bedoelde bevoegde instanties ingestelde

procedures, die erop zijn gericht dat:

  • a) 
    zo spoedig mogelijk, zo nodig in het kader van een kort geding, wordt gelast een inbreuk te doen staken, respectievelijk die inbreuk wordt verboden;
  • b) 
    zo nodig maatregelen worden getroffen zoals volledige of gedeeltelijke bekend making van de beslissing in een passend geachte vorm en/of publicatie van een

rechtzetting, die gericht zijn op het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de

inbreuk;

  • c) 
    voor zover de rechtsorde van de betrokken lidstaat dit toestaat, de in het ongelijk gestelde gedaagde ertoe wordt veroordeeld, ingeval deze zich niet binnen de door de

rechterlijke of administratieve instantie vastgestelde termijn naar de uitspraak voegt,

aan de schatkist of aan een bij of krachtens de nationale wetgeving aangewezen

begunstigde een bepaald bedrag per dag vertraging of een ander in de nationale

wetgeving voorzien bedrag ter waarborging van de naleving van de uitspraken te

betalen.

  • 2. 
    Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de regels van het internationaal privaatrecht ten aanzien van het toepasselijke recht, namelijk normaliter hetzij het recht van de lidstaat

waar de inbreuk zijn oorsprong vindt, hetzij het recht van de lidstaat waar de inbreuk

gevolgen heeft.

Artikel 3

Tot het instellen van acties bevoegde instanties

In deze richtlijn wordt onder "bevoegde instantie" verstaan: elk lichaam dat of elke organisatie die

volgens de wetgeving van een lidstaat naar behoren is opgericht en een rechtmatig belang heeft om

de in artikel 1 bedoelde bepalingen te doen naleven, en in het bijzonder:

  • a) 
    een of meer onafhankelijke openbare lichamen die, in de lidstaten waar dergelijke lichamen bestaan, specifiek met de bescherming van de in artikel 1 bedoelde belangen zijn

belast; en/of

  • b) 
    organisaties die als doelstelling hebben om de in artikel 1 bedoelde belangen volgens de criteria van hun nationaal recht te beschermen.

Artikel 4

Intracommunautaire inbreuken

  • 1. 
    Iedere lidstaat treft maatregelen die nodig zijn om te bereiken dat bij een inbreuk die haar oorsprong vindt in deze lidstaat, elke bevoegde instantie uit een andere lidstaat waar de

door die bevoegde instantie beschermde belangen door de inbreuk worden geschaad, zich

onder overlegging van de in lid 3 van dit artikel bedoelde lijst tot de in artikel 2 bedoelde

rechterlijke of administratieve instantie kan wenden. De rechterlijke of administratieve

instanties aanvaarden deze lijst als bewijs van ontvankelijkheid van de bevoegde instantie,

onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het

instellen van een actie in een specifiek geval rechtvaardigt.

  • 2. 
    Met het oog op intracommunautaire inbreuken delen de lidstaten, onverminderd de rechten die door de nationale wetgeving aan andere instanties zijn toegekend, op verzoek van hun

bevoegde instanties, aan de Commissie mee dat deze instanties bevoegd zijn tot het

instellen van een actie overeenkomstig artikel 2. De lidstaten delen de Commissie de naam

en de doelstelling van deze bevoegde instanties mee.

  • 3. 
    De Commissie stelt een lijst op van de in lid 2 bedoelde bevoegde instanties, met ver melding van hun doelstelling. Deze lijst wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie

bekendgemaakt; elke in deze lijst aangebrachte wijziging wordt onverwijld bekend-

gemaakt; om de zes maanden wordt een bijgewerkte versie van de lijst bekendgemaakt.

Artikel 5

Voorafgaand overleg

  • 1. 
    De lidstaten mogen bepalingen invoeren of handhaven waarbij de partij die voornemens is een verbodsactie in te stellen, deze procedure alleen kan beginnen nadat zij heeft getracht,

in overleg hetzij met de gedaagde, hetzij met zowel de gedaagde als een bevoegde instantie

in de zin van artikel 3, onder a), van de lidstaat waar het verbod wordt nagestreefd, de

inbreuk te doen staken. Het is aan de lidstaat om te besluiten of de partij die de verbods-

actie wenst in te stellen, de bevoegde instantie moet raadplegen. Indien niet binnen twee

weken na de ontvangst van het verzoek tot overleg wordt bereikt dat de inbreuk wordt

gestaakt, kan de betrokken partij onverwijld een verbodsactie instellen.

  • 2. 
    De door de lidstaten voor het voorafgaand overleg vastgestelde regeling wordt ter kennis van de Commissie gebracht en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend-

gemaakt.

Artikel 6

Verslagen

  • 1. 
    Uiterlijk op 2 juli 2003 en nadien om de drie jaar legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over de toepassing van deze richtlijn.
  • 2. 
    In haar eerste verslag onderzoekt de Commissie met name:
  • a) 
    de werkingssfeer van deze richtlijn in verband met de bescherming van de collec tieve belangen van personen die een handels-, een industriële of een ambachtelijke

activiteit of een vrij beroep uitoefenen;

  • b) 
    de werkingssfeer van deze richtlijn als bepaald bij de in bijlage I genoemde richtlijnen;
  • c) 
    of het in artikel 5 bedoelde voorafgaand overleg daadwerkelijk tot een doeltreffende bescherming van de consumenten heeft bijgedragen.

Voor zover nodig gaat dit verslag vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze

richtlijn.

Artikel 7

Voorschriften die een ruimere mogelijkheid tot het instellen van acties bieden

Deze richtlijn belet de lidstaten niet voorschriften te handhaven of vast te stellen waarbij op

nationaal niveau aan bevoegde instanties, alsmede aan iedere betrokkene een ruimere mogelijkheid

wordt geboden om een actie in te stellen.

Artikel 8

Tenuitvoerlegging

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het

onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 9

Intrekking

Richtlijn 98/27/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage II, deel A, genoemde richtlijnen, wordt

ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II,

deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar

genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en

worden gelezen volgens de in bijlage III opgenomen concordantietabel

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op 29 december 2009.

Artikel 11

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

LIJST VAN DE IN ARTIKEL 1 BEDOELDE RICHTLIJNEN 1

31.12.1985, blz. 31).

  • 2. 
    Richtlijn 87/102/EEG van de Raad van 22 december 1986 betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake het consumentenkrediet

2

(PB L 42 van 12.2.1987, blz. 48) .

  • 3. 
    Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening

van televisieomroepactiviteiten: de artikelen 10 tot en met 21 (PB L 298 van 17.10.1989,

blz. 23).

1

De in de punten 5, 7, 10 en 12 bedoelde richtlijnen bevatten specifieke bepalingen betreffende het doen staken van inbreuken. 2

Deze richtlijn wordt met ingang van 12 mei 2010 ingetrokken en vervangen door Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66).

  • 6. 
    Richtlijn 94/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 1994 betreffende de bescherming van de verkrijger voor wat bepaalde aspecten betreft van

overeenkomsten inzake de verkrijging van een recht van deeltijds gebruik van onroerende

goederen (PB L 280 van 29.10.1994, blz. 83).

  • 7. 
    Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (PB L 144 van

4.6.1997, blz. 19).

  • 8. 
    Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen

(PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12).

  • 9. 
    Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de

elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn elektronische handel") (PB L 178 van

17.7.2000, blz. 1).

gebruik: de artikelen 86 tot en met 100 (PB L 311van 28.11.2001, blz. 67).

  • 11. 
    Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot

wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad (PB L 271

van 9.10.2002, blz. 16).

  • 12. 
    Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt

(PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).

BIJLAGE II

Deel A

Ingetrokken richtlijn met de achtereenvolgende wijzigingen daarvan

(bedoeld in artikel 9)

Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12) uitsluitend artikel 10

Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1) uitsluitend artikel 18, lid 2 Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16) uitsluitend artikel 19

Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22) uitsluitend artikel 16, lid 1

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36) uitsluitend artikel 42

Deel B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing

(bedoeld in artikel 9)

Richtlijn Omzettingstermijn Toepassingsdatum 98/27/EG 1 januari 2001 -

1999/44/EG 1 januari 2002 -

2000/31/EG 16 januari 2002 - 2002/65/EG 9 oktober 2004 -

2005/29/EG 12 juni 2007 12 december 2007 2006/123/EG 28 december 2009 -

BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 98/27/EG De onderhavige richtlijn Artikelen 1-5 Artikelen 1-5

Artikel 6, lid 1 Artikel 6, lid 1

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, eerste streepje Artikel 6, lid 2, eerste alinea, punt a) Artikel 6, lid 2, eerste alinea, tweede streepje Artikel 6, lid 2, eerste alinea, punt b) Artikel 6, lid 2, eerste alinea, derde streepje Artikel 6 lid 2, eerste alinea, punt c) Artikel 6, lid 2, tweede alinea Artikel 6, lid 2, tweede alinea Artikel 7 Artikel 7 Artikel 8, lid 1 -

Artikel 8, lid 2 Artikel 8 - Artikel 9

Artikel 9 Artikel 10

Artikel 10 Artikel 11 Bijlage Bijlage I - Bijlage II

  • Bijlage III

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie