AANBEVELING VAN DE RAAD
van
om het buitensporige overheidstekort in het Verenigd Koninkrijk te verhelpen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 7,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Artikel 104 van het Verdrag voorziet in een buitensporig tekort-procedure (BTP) om erop toe te zien dat lidstaten buitensporige overheidstekorten vermijden of deze tekorten
corrigeren wanneer deze zich voordoen.
(2) Overeenkomstig punt 5 van het Protocol betreffende enkele bepalingen met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland is de verplichting uit
hoofde van artikel 104, lid 1, van het Verdrag om buitensporige overheidstekorten te
vermijden niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, tenzij het land tot de derde fase
van de Economische en Monetaire Unie overgaat. Het Verenigd Koninkrijk bevindt zich in
de tweede fase van de Economische en Monetaire Unie en is derhalve overeenkomstig
artikel 116, lid 4, van het Verdrag verplicht ernaar te streven buitensporige overheids-
tekorten te voorkomen.
(3) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegen-
heidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.
(4) De Raad heeft overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag op 8 juli 2008 besloten dat er in het Verenigd Koninkrijk een buitensporig tekort bestaat.
(5) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de
1
tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact) dient de Raad ook aanbevelingen te richten tot de betrokken
lidstaat opdat deze binnen een bepaalde termijn een einde maakt aan deze situatie. In de
aanbeveling dient een termijn van ten hoogste zes maanden te worden bepaald waarbinnen
de betrokken lidstaat daaraan effectief gevolg moet geven; tevens dient een termijn te
worden bepaald voor het corrigeren van het buitensporige tekort, dat behoudens bijzondere
omstandigheden binnen het jaar (begrotingsjaar in het geval van het Verenigd Koninkrijk)
nadat het is geconstateerd, verholpen moet zijn. Bij het bepalen of er sprake is van
bijzondere omstandigheden moet naar behoren rekening worden gehouden met "relevante
factoren" zoals deze worden omschreven in artikel 2, lid 3, van Verordening (EG)
nr. 1467/97. In artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt ook bepaald dat in
een aanbeveling tot een lidstaat om een buitensporig tekort te verhelpen de Raad deze
lidstaat dient te verzoeken om een minimale jaarlijkse verbetering van het conjunctuur-
gezuiverde begrotingssaldo van 0,5% van het bbp als benchmark te bewerkstellingen.
1
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5).
(6) In haar voorjaarsprognoses 2008 voorspelde de Commissie dat het overheidstekort bij ongewijzigd beleid zou stijgen van 2,9% van het bbp in begrotingsjaar 2007/2008 naar
3,3% in 2008/2009 en in 2009/2010 3,3% zou blijven. Volgens de prognoses zou de reële
bbp-groei na de 3% van 2007 vertragen tot 1,7% in 2008 en vervolgens tot 1,6% in 2009.
Aangezien de conjunctuur zou omslaan van een positieve output gap in 2007 in een
negatieve output gap in 2008, zou het conjunctuurgezuiverde tekort stijgen van 3,0% van
het bbp in 2007/2008 naar 3,1% van het bbp in 2008/2009. Daarna zou het conjunctuur-
gezuiverde tekort door het gecombineerde effect van discretionaire maatregelen, zoals de
verhoging van de belasting op alcohol en motorvoertuigen in de begroting van 2008, en
een geringe daling van de overheidsuitgavenquote weer teruglopen tot 2,9% van het bbp in
2009/2010. De bruto overheidsschuld zou, deels door forse primaire tekorten, toenemen
van 43,2% van het bbp in begrotingsjaar 2007/2008 tot 47½% van het bbp in 2009/2010.
(7) Uit de begroting 2008 van het Verenigd Koninkrijk blijkt dat de autoriteiten mikken op een overheidstekort van 3,2% van het bbp in 2008/2009, dat daarna zou moeten dalen tot 2,8%
in 2009/2010. Het tekortcijfer voor het laatstgenoemde jaar is lager dan het desbetreffende
cijfer van 3,3% van het bbp in de voorjaarsprognoses 2008 van de diensten van de
Commissie, hetgeen voornamelijk komt door verschillen in de verwachte bbp-groei in
2009/2010. Na de begroting 2008 en de voorjaarsprognoses van de diensten van de
Commissie heeft het Verenigd Koninkrijk op 13 mei 2008 aanvullende begrotings-
maatregelen aangekondigd waarbij de personenbelastingtarieven voor begrotingsjaar
2008/2009 worden gewijzigd. De wijzigingen zullen naar verwachting leiden tot lagere
ontvangsten uit de personenbelasting in 2008/2009 en door de overheid worden gefinan-
cierd middels de opname van extra kredieten. Ervan uitgaande dat de overige omstandig-
heden gelijk blijven, zal de door de diensten van de Commissie voorspelde tekortquote
voor 2008/2009 daardoor 0,2% van het bbp hoger uitvallen en uitkomen op rond de 3,5%
van het bbp en zal het effect daarvan op het structurele tekort in dezelfde ordegrootte zijn.
Voorts brengt de verklaring van de regering van het VK het risico mee dat het tekort ook in
2009/2010 hoger uitvalt dan in de voorjaarsprognoses wordt verwacht.
(8) In het geval van het Verenigd Koninkrijk blijkt uit de analyse van de relevante factoren, zoals deze worden omschreven in artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1467/97 en
zijn onderzocht in het verslag van de Commissie krachtens artikel 104, lid 3, niet dat er
bijzondere omstandigheden gelden op grond waarvan een afwijking van de standaard-
termijn voor het verhelpen van het tekort kan worden gerechtvaardigd. Hoewel de
bbp-groei in 2008 en 2009 vertraagt tot onder het potentiële groeitempo en daardoor een
negatieve output gap ontstaat, blijft deze in de prognoseperiode met percentages van meer
dan 1,5% in 2008 en 2009 op jaarbasis positief. Overeenkomstig genoemde verordening
moet een termijn worden vastgesteld voor de correctie van het buitensporig tekort. In dit
verband schrijft de verordening voor dat het verholpen moet zijn binnen het jaar nadat het
is geconstateerd. In het geval van het Verenigd Koninkrijk is het in 2008 geconstateerd op
basis van een voorzien tekort voor 2008/2009 dat hoger is dan de referentiewaarde van 3%
van het bbp. Daarom moet het nominale tekort uiterlijk in begrotingsjaar 2009/2010 tot
onder de referentiewaarde van 3% van het bbp zijn teruggebracht. Voor een duurzame
correctie is het, rekening houdend met de voorjaarsramingen van de Commissiediensten,
nodig dat de autoriteiten van het VK uitgaande van de voorjaarsprognoses van de diensten
van de Commissie in 2009/2010 een structurele verbetering van ten minste 0,5% van het
bbp tot stand brengen.
(9) In het algemeen moeten de maatregelen ter consolidering van de begroting naar het oordeel van de Raad een duurzame verbetering van het overheidssaldo teweegbrengen en er
tegelijkertijd op gericht zijn de kwaliteit van de openbare financiën te bevorderen en het
groeipotentieel van de economie te versterken. Een begrotingscorrectie in het Verenigd
Koninkrijk moet met deze doelstellingen in overeenstemming zijn,
BEVEELT AAN:
dat de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk conform artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad zo spoedig mogelijk en uiterlijk in begrotingsjaar 2009/2010
een einde maken aan de buitensporigtekortsituatie, door het overheidstekort op een geloof-
waardige en duurzame wijze terug te brengen tot onder de 3% van het bbp;
dat de autoriteiten daartoe, uitgaande van de voorjaarsprognoses 2008 van de diensten van de Commissie, in 2009/2010 zorgen voor een structurele verbetering van ten minste 0,5%
van het bbp.
De Raad stelt 8 januari 2009 vast als uiterste datum voor de autoriteiten van het Verenigd
Koninkrijk om effectief gevolg te geven aan deze aanbevelingen.
Voorts verzoekt de Raad de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk om na de correctie van het
buitensporig tekort de begrotingsconsolidatie voort te zetten in het kader van een begrotings-
doelstelling op middellange termijn waarbij i) een adequate veiligheidsmarge met betrekking tot de
tekortlimiet van 3% van het bbp ontstaat; ii) een prudente schuldquote wordt gehandhaafd en de
economische en budgettaire gevolgen van de vergrijzing in aanmerking worden genomen; en
-
iii)rekening houdend met de punten i) en ii) budgettaire manoeuvreerruimte wordt gelaten, in het
bijzonder gezien de behoefte aan openbare investeringen.
Deze aanbeveling is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

