BESCHIKKING VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2005/183/EG betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Polen

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van

tot intrekking van Beschikking 2005/183/EG

betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Polen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,

lid 12,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

1

(1) Bij Beschikking 2005/183/EG van 5 juli 2004 van de Raad is op aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag besloten dat er in Polen een

buitensporig tekort bestond. De Raad merkte op dat het overheidstekort in 2003 4,1% van

het bbp bedroeg en daarmee de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van

het bbp had overschreden, terwijl de bruto-overheidsschuld 45,4% van het bbp beliep en

dus onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het bbp lag. Voorts

stelde de Raad vast dat de tekort- en schuldcijfers nog hoger zouden zijn uitgevallen als de

pensioenregelingen met kapitaaldekking overeenkomstig het Eurostat-besluit betreffende

de indeling van op kapitaaldekking gebaseerde pensioenstelsels niet bij de overheid waren

2

ingedeeld .

(2) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van

3

de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten heeft de Raad op 5 juli 2004 op aanbeveling van de Commissie een aanbeveling tot Polen gericht waarin het

land werd verzocht om uiterlijk eind 2007 een einde te maken aan de buitensporigtekort-

situatie. De aanbeveling is openbaar gemaakt.

1

PB L 62 van 9.3.2005, blz. 18. 2

Zie Eurostat News Releases nr. 30/2004 van 2 maart 2004 en nr. 117/2004 van 23 september 2004. 3

PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5).

(3) Op 28 november 2006 heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 8, op aanbeveling van de Commissie besloten dat de tot dan toe genomen maatregelen van de Poolse autoriteiten

1

ontoereikend waren . Op 27 februari 2007 heeft de Raad op aanbeveling van de Commissie een nieuwe aanbeveling overeenkomstig artikel 104, lid 7, tot het land gericht, waarin werd

vastgehouden aan 2007 als uiterste correctietermijn. De aanbeveling is openbaar gemaakt.

(4) Overeenkomstig artikel 104, lid 12, van het Verdrag moet een beschikking van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort worden ingetrokken indien de Raad

van oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd.

(5) Overeenkomstig het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten verstrekt de Commissie de voor de toepassing van de procedure

benodigde gegevens. In het kader van de toepassing van dit protocol dienen de lidstaten

ingevolge artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad van 22 november 1993

betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese

2

Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten tweemaal per jaar, namelijk vóór 1 april en vóór 1 oktober, gegevens te verstrekken over

het overheidstekort en de overheidsschuld, alsook over andere, daarmee samenhangende

variabelen.

1

PB L 414 van 30.12.2006, blz. 81. 2

PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2103/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1).

(6) Uit de gegevens die de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 8 G, lid 1, van Verordening (EG) nr. 3605/93 na de kennisgeving van Polen van vóór 1 april 2008 heeft

verstrekt, en uit de voorjaarsprognoses 2008 van de diensten van de Commissie kunnen de

volgende conclusies worden getrokken:

­ het overheidstekort is teruggedrongen van 3,8% van het bbp in 2006 tot 2,0% van het bbp in 2007 en is daarmee onder de referentiewaarde van 3% van het bbp beland. Ter

vergelijking: in het geactualiseerde convergentieprogramma van november 2006

werd nog een streefcijfer van 3,4% van het bbp genoemd;

­ dat het tekort over 2007 uiteindelijk sterk is meegevallen, was mede te danken aan een veel hogere reële bbp-groei dan in het convergentieprogramma van november

2006 was aangenomen. Voorts heeft de overheid, uitgedrukt als percentage van het

bbp, minder uitgegeven aan sociale overdrachten (door het achterwegeblijven van de

indexatie in 2007), subsidies, investeringen en de beloning van werknemers. Al met

al zijn de totale uitgaven 1,5 procentpunt lager uitgevallen dan gepland in het

convergentieprogramma van november 2006. De verbetering van het structurele

saldo (ofwel het conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en andere

tijdelijke maatregelen) wordt voor 2007 op 1½ procentpunt van het bbp geraamd;

­ voor 2008 wordt in de voorjaarsprognoses 2008 ervan uitgegaan dat de bbp-groei lager uitvalt dan in 2007 en dat het tekort voornamelijk door verlagingen van de

sociale premies, door een verlaging van de inkomstenbelasting, door een stijging van

de sociale overdrachten en door hogere investeringen oploopt tot 2,5% van het bbp,

maar dus wel onder de referentiewaarde blijft. Dit percentage komt overeen met de

officiële tekortdoelstelling in het geactualiseerde convergentieprogramma van maart

2008. Voor 2009 wordt in de voorjaarsprognoses ervan uitgegaan dat het tekort bij

ongewijzigd beleid min of meer stabiel blijft. Het tekort lijkt dus op een geloof-

waardige en duurzame wijze te zijn teruggedrongen tot onder de referentiewaarde

van 3% van het bbp;

­ niettemin verslechtert het structurele saldo volgens de prognoses in 2008 in lichte mate (met ongeveer ¼ procentpunt van het bbp), maar verbetert het bij ongewijzigd

beleid in 2009 met circa procentpunt. Dit moet worden gezien tegen de achter-

grond van de vorderingen die moeten worden gemaakt in de richting van de middel-

langetermijndoelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie, die voor Polen een

structureel tekort van 1% van het bbp is;

­ de overheidsschuld is teruggelopen van 47,6% van het bbp in 2006 tot 45,2% in 2007. Volgens de voorjaarsprognoses 2008 blijft de schuldquote ruim onder de

drempel van 60% van het bbp en zal deze nog verder dalen tot rond de 44%

eind 2009.

(7) Volgens de Raad is het buitensporige tekort in Polen gecorrigeerd en dient Beschikking 2005/183/EG derhalve te worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uit een algehele evaluatie volgt dat het buitensporige tekort in Polen is gecorrigeerd.

Artikel 2

Beschikking 2005/183/EG wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Polen.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie