Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake luchthavengelden

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

MOTIVERING VAN DE RAAD

I. INLEIDING

  • 1. 
    De Commissie heeft het in hoofde genoemde voorstel op 29 januari 2007 bij de Raad ingediend. Het voorstel is gebaseerd op artikel 80, lid 2, van het EG-Verdrag.
  • 2. 
    Tijdens zijn zitting van 29 en 30 november 2007 heeft de Raad TTE een algemene oriëntatie met betrekking tot het voorstel vastgesteld.
  • 3. 
    Op 15 januari 2008 heeft het Europees Parlement (rapporteur de heer Ulrich Stockmann (PSE-DE)) in eerste lezing over het voorstel gestemd. Het advies van het EP bevat

45 amendementen.

  • 4. 
    Op 7 april 2008 heeft de Raad TTE een politiek akkoord over het voorstel bereikt, waar bij een aantal van de 45 amendementen die het EP in eerste lezing had aangenomen,

aanvaard is (doc. 8017/08). Het daaruit voortgekomen gemeenschappelijk standpunt

wordt volgens planning op 23 juni 2008 door de Raad aangenomen.

II. DOEL

Doel van de voorgestelde richtlijn is gemeenschappelijke beginselen vast te stellen voor het

heffen van luchthavengelden op communautaire luchthavens. Zij strekt ertoe de relatie tussen

de luchthavenbeheerders en de luchthavengebruikers te verduidelijken, door het voorschrijven

van transparantie, raadpleging van gebruikers en de toepassing van het non-discriminatie-

beginsel bij de berekening van de aan luchthavengebruikers op te leggen heffingen. Voorts

wordt ermee beoogd sterke, onafhankelijke autoriteiten in de lidstaten op te richten voor de

bemiddeling en de beslechting van geschillen, teneinde tot een snelle oplossing daarvan te

komen.

III. ANALYSE VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT

  • 1. 
    Algemeen

Tijdens de plenaire zitting van 15 januari 2008 heeft het Europees Parlement (EP)

45 amendementen op het Commissievoorstel aangenomen. Het gemeenschappelijk standpunt

van de Raad is ten opzichte van het Commissievoorstel gewijzigd (zie hierna onder punt 2.a.)

doordat een aanzienlijk aantal amendementen is overgenomen,

  • letterlijk (EP-amendementen 8, 10, 11 en 45) of
  • naar de strekking, met een andere formulering (EP-amendementen 1, 2, 3, 15, 23, 28 en 29).

Een groot aantal amendementen is echter niet in het gemeenschappelijk standpunt over-

genomen, omdat ze volgens de Raad

  • 1. 
    overbodig zijn, aangezien ze reeds onder andere instrumenten vallen die vastgesteld zijn nadat het EP zijn advies had aangenomen; of
  • 2. 
    al elders in de tekst een plaats hebben omdat het oorspronkelijke Commissievoorstel in het gemeenschappelijk standpunt omgewerkt is.
  • 2. 
    Specifieke aangelegenheden
  • a. 
    Belangrijkste wijzigingen in het Commissievoorstel

De Raad heeft het Commissievoorstel op de volgende punten gewijzigd:

  • Toepassingsgebied van de voorgestelde richtlijn, artikel 1 De Commissie heeft aanvankelijk voorgesteld alle luchthavens met meer dan

1 miljoen passagiersbewegingen per jaar eronder te laten vallen. De Raad kwam

overeen deze drempel te verhogen tot 5 miljoen en de grootste luchthaven in

iedere lidstaat toe te voegen. Dat toepassingsgebied komt bovendien overeen met

het EP-advies.

  • Differentiatie van heffingen met het oog op het milieu en andere aangelegenheden van openbaar belang, artikel 3

De Raad besloot deze optie onder te brengen in het artikel over non-discriminatie.

Deze toevoeging komt tegemoet aan de wens van lidstaten om de differentiatie

van de heffingen in te kunnen zetten om het gebruik van milieuvriendelijker

vliegtuigen te bevorderen, alsmede voor andere doeleinden.

  • Verhouding tot de kosten, overweging 8 Deze overweging is een evenwichtig compromis tussen de wens van de lidstaten

dat de luchthavengelden strikt gerelateerd zijn aan de hoogte van de kosten van

het verlenen van luchthavendiensten (in overeenstemming met de beleids-

aanbevelingen van de ICAO inzake luchthavengelden) en een voldoende mate van

flexibiliteit voor andere lidstaten, onder andere die lidstaten die van oordeel zijn

dat dit gevolgen kan hebben voor het functioneren van luchthavennetwerken, aan-

gezien sommige lidstaten behoefte hebben aan flexibiliteit om de commerciële in-

komsten binnen het luchthavennetwerk te gebruiken.

  • Luchthavennetwerk en luchthavensysteem, artikel 2, punt 5, en artikel 4 De Raad achtte het nodig in de ontwerp-richtlijn een definitie van luchthaven-

netwerk op te nemen. Bovendien vond hij het passend een tekst in te voegen die

ervoor zorgt dat luchthavens die de luchtverbindingen van dezelfde stad of

agglomeratie verzorgen, een gemeenschappelijk heffingenstelsel kunnen hanteren.

  • Economische toezichtsmaatregelen, artikel 5, lid 5 De Raad achtte het passend een bepaling over economische toezichtsmaatregelen

toe te voegen op grond waarvan de lidstaten die economische toezichtsregelingen

hanteren, niet verplicht zijn de door de richtlijn voorgeschreven procedure voor

het regelen van geschillen toe te passen. De reden is dat economisch toezicht een

bescherming biedt die op zijn minst vergelijkbaar is met die van de richtlijn.

  • Termijn voor de omzetting van de richtlijn, artikel 12 De Raad heeft de periode voor de omzetting van de richtlijn in nationaal recht

verlengd tot 36 maanden, zodat alle lidstaten voldoende tijd hebben voor de

nodige uitvoeringsmaatregelen.

  • b. 
    Amendementen van het Europees Parlement

De Raad besprak bovendien een aantal amendementen, die evenwel niet in het gemeen-

schappelijk standpunt zijn opgenomen. Die kwesties kunnen als volgt worden samen-

gevat:

  • Beveiligingsheffingen Amendementen 4, 13 en 37-41

In het gemeenschappelijk standpunt zijn niet de amendementen opgenomen over

de financiering van de beveiliging, omdat aan de wensen van het EP op dit gebied

reeds is tegemoetgekomen met de inwerkingtreding van de nieuwe verordening

over de beveiliging van de burgerluchtvaart (Verordening (EG) nr. 300/2008).

Met die wensen zal ook rekening gehouden worden in een toekomstig beleids-

initiatief van de Commissie.

  • Voorfinanciering Amendementen 31 en 32

In het gemeenschappelijk standpunt wordt het belang van nieuwe infrastructuur-

projecten erkend en wordt voorzien in de mogelijkheid om die te financieren,

zonder de belangen van de luchthavengebruikers uit het oog te verliezen. Dit

beginsel van voorfinanciering wordt al vermeld in ICAO-documenten, maar de

Raad achtte het, gezien de verschillende benaderingen in de lidstaten en om de

nodige flexibiliteit te behouden, beter dit niet in het gemeenschappelijk standpunt

op te nemen. De Commissie heeft deze amendementen niet overgenomen.

  • "Single till-systeem" of "dual till-systeem" Amendementen 6 en 22

De Raad achtte het noodzakelijk te voorzien in een gemeenschappelijk kader dat

de belangrijkste aspecten van de luchthavengelden regelt en de wijze waarop die

vastgesteld worden; hij was echter ook van mening dat de lidstaten de vrijheid

moeten hebben om een "single till" dan wel een "dual till" toe te staan of een

combinatie van beide systemen, en niet gedwongen moeten worden wetgeving

vast te stellen die één van beide systemen verplicht stelt, of om luchthavens het

recht te geven om een keuze te maken voor een van beide systemen. Om die

redenen bevat het gemeenschappelijk standpunt geen expliciete bepaling over

deze kwestie.

  • Alle luchthavens in een netwerk Amendementen 9 en 14

In het gemeenschappelijk standpunt zijn deze amendementen niet overgenomen

vanwege de samenhang met de totale benadering van netwerken, namelijk non-

discriminatie van netwerken tussen de lidstaten, afschaffing van nodeloze bureau-

cratie op kleine luchthavens en gebrek aan praktisch nut, omdat het risico van

kruissubsidiëring volgens de Raad niet aangetoond is.

  • Overige amendementen

Enkele amendementen zijn om de volgende drie redenen niet in het gemeenschap-

pelijk standpunt overgenomen:

  • De Raad vond ze niet coherent met de filosofie en de aanpak die de ontwerp-richtlijn volgt;
  • De Raad vond dat de formulering ervan niet duidelijk genoeg is en tot rechtsonzekerheid kan leiden, omdat ze op meer dan één manier geïnterpre-

teerd kunnen worden;

  • De Raad vond uitvoering ervan door de lidstaten onpraktisch, met name de amendementen over het vaststellen van termijnen, die de lidstaten te kort of

te lang vinden.

Het betreft de volgende amendementen:

  • beginselen van concurrentie en staatssteun (deel van 7, 16, 24, 25 en 26) - non-discriminatie (34. 35 en 36)
  • voorwaarden voor ingrijpen door het onafhankelijke toezichtsorgaan en overdracht van bevoegdheden (19, 21, 42 en 43)
  • niveau en kwaliteit van de diensten (5, 27 en 33)
  • factoren die het niveau van de gelden bepalen (12) - overleg (17)
  • termijn voor het bekendmaken van de wijzigingen in het systeem van gelden (18)
  • ontvankelijkheid van klachten (20) - transparantie (30)
  • termijn voor de besluiten van het onafhankelijke toezichtsorgaan (44).

IV. CONCLUSIE

De Raad is van mening dat het gemeenschappelijk standpunt evenwichtig is en de doel-

stellingen van het Commissievoorstel respecteert. Het houdt tevens rekening met de resultaten

van de eerste lezing van het Europees Parlement.

De Raad neemt nota van de informele besprekingen die reeds plaatsgevonden hebben tussen

de Raad en het Europees Parlement, en vertrouwt erop dat de overeengekomen compromis-

teksten een snelle aanneming van de richtlijn in een nabije toekomst mogelijk maken.

_________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie