Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

  • 1. 
    De Commissie heeft op 19 juli 2006 het bovengenoemde verordeningsvoorstel ingediend.
  • 2. 
    Het Europees Parlement heeft op 23 oktober 2007 in eerste lezing advies uitgebracht over het voorstel (247 amendementen). Het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal

Comité hebben op 13 februari 2007, respectievelijk 31 mei 2007 advies uitgebracht.

  • 3. 
    Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft in zijn vergadering van 18 juni 2008 de verordening in de in het addendum bij deze nota opgenomen versie met gekwalificeerde

meerderheid goedgekeurd. De delegaties van IE en UK verklaarden daarbij zich te zullen

onthouden en de delegaties van RO en HU hielden hun uiteindelijke standpunt tot de

Raadszitting in beraad.

  • 4. 
    Derhalve wordt de Raad verzocht:
  • zijn politieke akkoord te hechten aan de tekst van de verordening zoals deze in 1

document 10835/08 ADD 1 staat,

  • overeen te komen dat deze tekst zal worden bijgewerkt door de juristen/vertalers met het oog op de formele aanneming ervan als gemeenschappelijk standpunt onder de

A-punten van een volgende zitting, en

  • in de Raadsnotulen de volgende verklaring van de Commissie ad artikel 4, lid 7, op te nemen:

"De Commissie erkent dat de procedure waarbij een werkzame stof voor ten hoogste vijf jaar kan worden goedgekeurd, zelfs indien zij niet voldoet aan de opgenomen criteria, een

afwijking van de standaardprocedure voor de goedkeuring van werkzame stoffen vormt. De

Commissie benadrukt dat de afwijking alleen geldt in gevallen waarin door middel van

onderbouwd bewijs wordt aangetoond dat er geen enkele andere manier is waarop een ernstig

fytosanitair gevaar kan worden beheerst. Het besluit tot goedkeuring wordt genomen via de

comitéprocedure, waardoor alle lidstaten betrokken zijn bij de evaluatie, niet alleen van het

dossier over de werkzame stof, maar ook van de documentatie die aantoont dat er geen

alternatief is. Een eventueel voorstel tot goedkeuring zal onderworpen zijn aan strikte voor-

waarden, waaronder risicobeperkende maatregelen, die deel uitmaken van het goedkeurings-

besluit en beogen de blootstelling van de mens en het milieu aan de stof te minimaliseren."

____________________

1

De volgende delegaties hebben gemeld dat zij eventueel bij de tweede lezing op de volgende punten zullen terugkomen: - de rechtsgrondslag (DE en NL);

  • de definitie in artikel 3, punt (28) (UK);
  • de afwijking van artikel 4, lid 7 (IE, DE en NL);
  • de term "veiligheidsmarge" in artikel 4, lid 6, en in bijlage II, punt 3.6.1 (UK);
  • de regels die van toepassing zijn voor werkzame stoffen met een laag risico, weergegeven in artikel 22 (ES); - verduidelijking van een aantal juridische aspecten van wederzijdse erkenning in artikel 39, lid 2 (DE); - verduidelijking van de criteria in artikel 49 bis (PT); - reclame, in artikel 63 (PT);
  • de controlemaatregelen in artikel 65 (DE en UK);
  • Bijlage II, punt 3.7: de verwijzing naar bestaande EG-wetgeving (FR) en punt 3.8.2: definitie van de uitdrukking "te verwaarlozen" (UK); en - de indeling van de Europese Unie in drie zones (bijlage I) (HU).

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie