Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Brussel, 13 juni 2008 (24.06) (OR. en)

Interinstitutioneel dossier: 2007/0022 (COD)

10477/08

LIMITE

DROIPEN 54 MAR 81

ENV 359 CODEC 768

RESULTAAT BESPREKINGEN

van: aan:

de Groep materieel strafrecht 21/22 mei 2008

Nr. vorig doc.: 9306/08 DROIPEN 46 MAR 75 ENV 284 CODEC 594 Nr. Comv.:         7616/08 DROIPEN 27 MAR 42 ENV 166

Betreft:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken

De Groep materieel strafrecht is op 21 en 22 mei 2008 bijeengekomen om aan de hand van document 9306/08 DROIPEN 46 MAR 75 ENV 284 CODEC 594 en schriftelijke bijdragen van de delegaties de bespreking voort te zetten van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken.

De tekst van het richtlijnvoorstel, zoals die eruitziet na de besprekingen in de groep, is samen met compromisvoorstellen van het voorzitterschap opgenomen in bijlage dezes. Wijzigingen ten opzichte van het Commissievoorstel zijn vetgedrukt. Het commentaar van de delegaties is in voetnoten opgenomen.

10477/08

DG H 2B

gys/GRA/mv                       1

LIMITE NL

BIJLAGE

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van

sancties voor inbreuken

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en de invoering van sancties, met inbegrip van strafrechtelijke sancties, voor verontreinigingsdelicten 1 (Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80,

lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken en ook deze wijziging zijn bedoeld om de definitie van verontreinigingsdelicten vanaf schepen die door natuurlijke of rechtspersonen worden gepleegd, de reikwijdte van hun aansprakelijkheid en de strafrechtelijke aard van de sancties die kunnen worden opgelegd voor dergelijke delicten die door natuurlijke personen worden gepleegd, onderling aan te passen.

1

Nieuwe formulering van de titel, gesteund door de meerderheid van de delegaties.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       2

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

(2)      Op 23 oktober 2007 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Kaderbesluit 2005/667/JBZ van 12 juni 2005 tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van verontreiniging vanaf schepen, waardoor eerder Richtlijn 2005/35/EG met strafrechtelijke maatregelen was aangevuld, nietig verklaard. Deze wijziging van de richtlijn vult het rechtsvacuüm op dat na het arrest was ontstaan.

(3)      Strafrechtelijke sancties, die op een andere manier dan bestuursrechtelijke sancties blijk geven van maatschappelijke afkeuring, zorgen voor een betere inachtneming van de huidige wetgeving ter bestrijding van verontreiniging vanaf schepen.

(4)      Door gemeenschappelijke regels inzake strafrechtelijke sancties kunnen er doeltreffende methoden voor onderzoek en bijstand binnen en tussen de lidstaten worden gebruikt.

(5)      Doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties dienen ook voor rechtspersonen in de hele Gemeenschap te gelden, omdat verontreinigingsdelicten vanaf schepen vaak in het belang van rechtspersonen of te hunnen voordele worden gepleegd.

(5 bis) Deze richtlijn verplicht de lidstaten in hun nationale wetgeving strafrechtelijke sancties op te nemen voor lozingen van verontreinigende stoffen waarop deze richtlijn van toepassing is. Deze richtlijn schept geen verplichtingen wat betreft de vervolging van deze inbreuken of de toepassing van dergelijke straffen of andere beschikbare rechtshand-havingsinstrumenten in individuele gevallen 1.

5 ter) Deze richtlijn laat andere aansprakelijkheidsregelingen inzake schade door

verontreiniging vanaf schepen van het Gemeenschapsrecht of het nationale recht onverlet 2.

1       Voorstel van het voorzitterschap naar aanleiding van een voorstel van UK. NL stelt voor de toepasselijke overwegingen van de milieurichtlijn in te voegen.

2       Zie voetnoot 1.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       3

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

(6)      De rechtsmacht ten aanzien van strafrechtelijke delicten wordt vastgesteld in overeenstemming met de nationale wetgeving van de lidstaten en hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht 1.

(7)      De lidstaten dienen de Commissie informatie te verstrekken over de uitvoering van deze richtlijn, opdat de Commissie de effecten ervan kan evalueren.

(8)      Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn niet in voldoende mate door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en gezien de grensoverschrijdende schade die het betrokken gedrag kan veroorzaken derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(9)      Deze richtlijn is in overeenstemming met de grondrechten en beginselen die bij artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden erkend en zijn weergegeven in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(10)     Richtlijn 2005/35/EG dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

1 Voorstel van het voorzitterschap naar aanleiding van een voorstel van UK. Deze overweging is toegevoegd bij gebrek aan een bepaling betreffende de rechtsmacht, aangezien artikel 7 van het nietig verklaarde kaderbesluit niet in de ontwerp-richtlijn is opgenomen. UK stelt in haar schriftelijk commentaar de volgende formulering voor: "Deze richtlijn verplicht de lidstaten om lozingen van verontreinigende stoffen waarop de richtlijn van toepassing is als strafrechtelijke delicten te beschouwen, maar stelt geen nationale regels van rechterlijke bevoegdheid inzake deze strafrechtelijke delicten. Die regels moeten in overeenstemming met het internationaal recht worden vastgesteld.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       4

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1 Doel

  • 1. 
    Doel van deze richtlijn is de internationale normen inzake verontreiniging vanaf schepen in het Gemeenschapsrecht op te nemen en ervoor te zorgen dat de voor lozingen verantwoordelijke personen passende sancties, zoals bedoeld in artikel 8, opgelegd krijgen, om aldus de veiligheid van de zeevaart te verbeteren en het mariene milieu beter te beschermen tegen verontreiniging door schepen.
  • 2. 
    Deze richtlijn belet niet dat de lidstaten strengere maatregelen tegen verontreiniging vanaf schepen nemen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht.

Artikel 2 Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • 1. 
    "Marpol 73/78": het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973 en het daarbij behorende Protocol van 1978, in de laatst bijgewerkte versie 1;
  • 2. 
    "verontreinigende stoffen": stoffen die vallen onder de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) van Marpol 73/78;
  • 3. 
    "lozen": elk vrijkomen van stoffen van een schip, hoe ook veroorzaakt, als bedoeld in artikel 2 van Marpol 73/78;

1 FR stelt voor deel III, hoofdstuk 6, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee te vermelden, en met name artikel 218 betreffende de handhaving door havenstaten.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       5

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

  • 4. 
    "schip": een zeegaand vaartuig dat wordt gebruikt in het mariene milieu, ongeacht de vlag waaronder het vaart en van enig type, waaronder begrepen draagvleugelboten, luchtkussenvoertuigen, afzinkbare vaartuigen en drijvend materieel.

Artikel 3 Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze richtlijn is in overeenstemming met internationaal recht van toepassing op lozingen van verontreinigende stoffen in:
  • a) 
    de binnenwateren, inclusief de havens, van een lidstaat, voor zover het Marpol-regime van toepassing is;
  • b) 
    de territoriale zee van een lidstaat;
  • c) 
    door de internationale scheepvaart gebruikte zeestraten die vallen onder het doorvaartregime als vervat in deel III, hoofdstuk 2, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, voor zover deze zeestraten onder de jurisdictie van een lidstaat vallen;
  • d) 
    de exclusieve economische of daaraan gelijkwaardige zone van een lidstaat die is vastgesteld in overeenstemming met het internationaal recht; en
  • e) 
    de volle zee.
  • 2. 
    Deze richtlijn is van toepassing op lozingen van verontreinigende stoffen vanaf enig schip ongeacht zijn vlag, met uitzondering van oorlogsschepen, mariene hulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of varen voor een staat en tijdelijk uitsluitend voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       6

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 4 Inbreuken

De lidstaten dragen er zorg voor dat het lozen van verontreinigende stoffen vanaf schepen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden als inbreuk wordt aangemerkt, indien het met opzet, uit roekeloosheid of door ernstige nalatigheid gebeurt 1.

Artikel 5 Uitzonderingen

  • 1. 
    Een lozing van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden wordt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschriften 9 en 10, voorschrift 11, onder a) of onder c), of bijlage II, voorschrift 5, voorschrift 6, onder a) of onder c) van Marpol 73/78.
  • 2. 
    Een lozing van verontreinigende stoffen in de in artikel 3, lid 1, onder c), d) en e), bedoelde gebieden wordt voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning 2 […] niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschrift 11(b), of bijlage II, voorschrift 6(b), van Marpol 73/78.

1       De Commissievertegenwoordiger maakt een studievoorbehoud bij de wijziging van de opbouw van dit artikel. De Commissievertegenwoordiger wijst erop dat het woord "inbreuken" vervangen door "lozingen van verontreinigende stoffen" ook zou resulteren in een eenvoudigere formulering.

2       De Juridische dienst van de Raad stelt "bemanningsleden" voor.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       7

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 5 bis Strafrechtelijke delicten

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat de inbreuken in de zin van artikel 4 1 strafrechtelijke delicten zijn, behoudens de in artikel 5 vermelde uitzonderingen.
  • 2. 
    Lid 1 is niet van toepassing op minder ernstige gevallen, waarin de handeling geen verslechtering van de kwaliteit van het water veroorzaakt 2.

Artikel 5 ter Uitlokking, hulp en 3 medeplichtigheid

De lidstaten zorgen ervoor dat uitlokking van, en hulp en medeplichtigheid aan een met opzet begaan delict als bedoeld in artikel 5 bis volgens het strafrecht strafbaar worden gesteld.

1       FR wijst erop dat de term "roekeloosheid" als onafhankelijke tenlastelegging niet gebruikelijk is in het Franse rechtsstelsel.

2       De Commissievertegenwoordiger maakt een studievoorbehoud bij de invoeging van een uitzondering voor minder ernstige gevallen. SE verwerpt volledig de uitzondering voor minder ernstige gevallen, omdat zij vreest dat die dan ongestraft zullen blijven. SE stelt voor om het volgende toe te voegen: "In de in de artikelen 5 en 5 bis, lid 2, genoemde gevallen kan een lidstaat andere dan de in lid 1 genoemde sancties invoeren." FI geeft aan nog geen definitief standpunt te hebben over de vraag of voor minder ernstige gevallen administratieve straffen moeten gelden; NL kan instemmen met de uitzondering voor minder ernstige gevallen, maar wil in de preambule overwegingen opnemen die sporen met overweging 10 en 11 van de milieurichtlijn. PT stelt voor aan de formulering van artikel 4 van het Commissievoorstel, lid 2 van artikel 4 van Kaderbesluit 2005/667/JBZ toe te voegen.

3       UK wil "en" door "of" vervangen. NL verzet zich hiertegen.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       8

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 6 1 Handhavingsmaatregelen ten aanzien van schepen in een haven van een lidstaat

  • 1. 
    Indien op grond van onregelmatigheden of van informatie het vermoeden bestaat, dat een schip dat vrijwillig in een haven of bij een off-shore-terminal van een lidstaat ligt in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden verontreinigende stoffen heeft geloosd of loost, zorgt de lidstaat ervoor dat er overeenkomstig zijn nationaal recht een passende inspectie wordt uitgevoerd, rekening houdend met de toepasselijke richtlijnen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).
  • 2. 
    Voor zover de in lid 1 bedoelde inspectie feiten aan het licht brengt die kunnen wijzen op een inbreuk in de zin van artikel 4, worden de bevoegde autoriteiten van die lidstaat en van de vlaggen-staat gewaarschuwd.

Artikel 7 Handhavingsmaatregelen door kuststaten ten aanzien van schepen op doorvaart

  • 1. 
    Indien de vermoedelijke lozing van verontreinigende stoffen plaatsvindt in de in artikel 3, lid 1, onder b), c), d) of e), bedoelde gebieden en het van de lozing verdachte schip geen haven in de betreffende lidstaat aandoet die over de gegevens met betrekking tot de vermoedelijke lozing beschikt, zijn onderstaande bepalingen van toepassing:
  • a) 
    indien de volgende aanloophaven van het schip een haven in een andere lidstaat is, werken de betrokken lidstaten nauw samen bij de in artikel 6, lid 1, bedoelde inspectie, en beslissen zij samen over passende maatregelen ten aanzien van die lozing;
  • b) 
    indien de volgende aanloophaven van het schip een haven in een staat buiten de Gemeenschap is, neemt de lidstaat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende aanloophaven van het schip wordt ingelicht over de vermoedelijke lozing, en verzoekt hij de staat van de volgende aan-loophaven om passende maatregelen ten aanzien van die lozing te nemen.

1 NL had in eerdere vergaderingen de vraag gesteld of bepalingen inzake strafrechtelijke hand-havingsmaatregelen gebaseerd kunnen zijn op een instrument uit de eerste pijler. De Juridische dienst van de Raad meent dat deze bepalingen geen probleem vormen aangezien daarin niet wordt verwezen naar een specifieke autoriteit van de lidstaten.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                       9

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

  • 2. 
    Wanneer er duidelijke objectieve bewijzen zijn dat een schip dat vaart in de in artikel 3, lid 1, onder b) of d), bedoelde gebieden een inbreuk heeft begaan in het in artikel 3, lid 1, onder d), bedoelde gebied, die resulteert in een lozing die ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken aan de kustlijn of daaraan gelieerde belangen van de betrokken lidstaat, dan wel aan enige rijkdommen van de in artikel 3, lid 1, onder b) of d), bedoelde gebieden, legt deze staat, op voorwaarde dat het bewijsmateriaal dit rechtvaardigt, de zaak overeenkomstig zijn nationaal recht aan zijn bevoegde autoriteiten voor met het oog op het instellen van rechtsvervolging uit hoofde van deel XII, afdeling 7, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, met inbegrip van het vasthouden van het schip.
  • 3. 
    De autoriteiten van de vlaggenstaat worden van ieder geval op de hoogte gebracht.

Artikel 8 "Sancties tegen natuurlijke personen

  • 1. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat op de in de artikelen 5 bis en 5 ter bedoelde strafbare feiten doeltreffende, evenredige en afschrikkende [...] strafrechtelijke sancties staan.

[...]1

1 Met dien verstande dat de meerderheid van de delegaties voor een nieuwe formulering of schrapping pleit van artikel 5 bis, lid 2, van het Commissievoorstel. De Commissievertegenwoordiger stelde de volgende nieuwe formulering voor: "Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde strafrechtelijke sancties kunnen worden toegepast op elke persoon die door een rechtbank verantwoordelijk wordt bevonden voor een delict in de zin van artikel 4.".

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     10

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 8 bis Aansprakelijkheid van rechtspersonen

  • 1. 
    Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de in artikel 5 bis en 5 ter bedoelde strafrechtelijke delicten, te hunnen voordele gepleegd door een natuurlijke persoon die individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon optreedt en bij de rechtspersoon een leidende positie heeft, die gebaseerd is op:
  • a) 
    de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of
  • b) 
    de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen, of
  • c) 
    de bevoegdheid om binnen de rechtspersoon controle uit te oefenen.
  • 2. 
    De lidstaten zorgen er tevens voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer, als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon, een in de artikelen 5 bis en 5 ter genoemd strafrechtelijk delict ten voordele van de rechtspersoon kon worden gepleegd door een persoon die onder diens gezag staat.
  • 3. 
    De aansprakelijkheid van een rechtspersoon krachtens de leden 1 en 2 laat de strafrechtelijke vervolging van natuurlijke personen die als dader, aanstichter of medeplichtige bij de in artikel 5 bis en 5 ter genoemde strafrechtelijke delicten betrokken zijn, onverlet.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     11

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 8 ter Sancties tegen rechtspersonen

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen een rechtspersoon die krachtens artikel 8 bis, leden 1 en 2, aansprakelijk is gesteld, sancties kunnen worden getroffen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn 1.

Artikel 9 Naleving van het internationaal recht

De lidstaten passen de bepalingen van deze richtlijn toe zonder formele of feitelijke discriminatie van buitenlandse schepen, en overeenkomstig het geldende internationaal recht, inclusief deel XII, hoofdstuk 7, van het Verdrag inzake het recht van de zee van de Verenigde Naties van 1982; zij stellen de vlaggenstaat van het vaartuig en alle andere betrokken staten onverwijld op de hoogte van de maatregelen die overeenkomstig deze richtlijn zijn genomen 2.

1       SE verzoekt om toevoeging van het volgende lid: "2. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde strafrechtelijke sancties van toepassing zijn op elke rechtspersoon die door een rechtbank verantwoordelijk wordt bevonden voor een strafrechtelijk delict in de zin van artikel 5 en 5 bis.".

2       FR wil dat in dit artikel ook hoofdstuk 6, van deel XII van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee wordt vermeld.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     12

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 10 1 Begeleidende maatregelen

  • 1. 
    De lidstaten en de Commissie werken voor de toepassing van deze richtlijn in voorkomend geval nauw samen met het Europees Agentschap voor de veiligheid van de zeevaart, rekening houdend met het bij Beschikking nr. 2850/2000/EG opgezette actieprogramma ter bestrijding van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee en, indien nodig, met de toepassing van Richtlijn 2000/59/EG, teneinde
  • a) 
    de nodige informatiesystemen te ontwikkelen die voor de doeltreffende toepassing van deze richtlijn vereist zijn;
  • b) 
    gemeenschappelijke praktijken en richtlijnen vast te stellen, op basis van de op internationaal niveau reeds bestaande praktijken en richtlijnen, voor met name:
  • het volgen en vroegtijdig identificeren van schepen die in strijd met deze richtlijn verontreinigende stoffen lozen, inclusief, zo nodig, voor bewakingsapparatuur aan boord;
  • betrouwbare methoden voor het traceren van verontreinigende stoffen in zee tot een bepaald schip, en
  • de daadwerkelijke handhaving van deze richtlijn.
  • 2. 
    Overeenkomstig zijn in Verordening (EG) nr. 1406/2002 omschreven taken heeft het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid de volgende opdrachten:
  • a) 
    samenwerken met de lidstaten bij het ontwikkelen van technische oplossingen en het verlenen van technische bijstand in verband met de uitvoering van deze richtlijn, bij acties als het opsporen van lozingen door middel van satellietcontroles en toezicht;
  • b) 
    bijstaan van de Commissie bij de uitvoering van deze richtlijn, waaronder, indien van toepassing, door middel van inspectiebezoeken aan de lidstaten overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1406/2002.

1 FI wil dat de Groep zich verder buigt over de samenwerkingsverplichtingen uit hoofde van dit artikel. Zij wijst er ook op dat de artikelen 7 tot en met 15 van Richtlijn 2005/35/EG nadere bestudering behoeven wat betreft hun toepasbaarheid op in strafrechtelijke delicten omgezette inbreuken.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     13

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 11 Haalbaarheidsstudie

De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad vóór eind […] een haalbaarheidsstudie voor over een Europese kustwacht die zich op de voorkoming van verontreiniging en de reactie daarop richt, waarin de kosten en de baten duidelijk worden gemaakt.

Artikel 12 Rapportage

Om de drie jaar dienen de lidstaten een verslag in bij de Commissie over de toepassing van deze richtlijn door de bevoegde autoriteiten. Op basis van die verslagen dient de Commissie een communautair verslag in bij het Europees Parlement en de Raad. In dit verslag beoordeelt zij onder meer de wenselijkheid van de herziening van de richtlijn of van de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan. Het verslag bevat tevens een beschrijving van de ontwikkeling van de toepasselijke jurisprudentie in de lidstaten, alsmede een bespreking van de mogelijkheid een publiek toegankelijke databank van deze jurisprudentie op te zetten.

Artikel 13 Comitéprocedure

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) dat is opgericht bij artikel 3 van Verordening (EG)

nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     14

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 14 Informatieverstrekking

De Commissie brengt het bij artikel 4 van Beschikking nr. 2850/2000/EG ingestelde comité regelmatig op de hoogte van eventuele voorgestelde maatregelen of andere relevante activiteiten in verband met de respons op mariene verontreiniging.

Artikel 15 Wijzigingsprocedure

Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 en volgens de procedure van artikel 13 van deze richtlijn kan het COSS wijzigingen van Marpol 73/78 van het toepassingsgebied van deze richtlijn uitsluiten.

Artikel 16

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk zes maanden 1 na de datum van inwerkingtreding aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van deze bepalingen en een transponeringstabel tussen deze richtlijn en die bepalingen .

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 17

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

1 De delegaties vinden deze termijn te kort.

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     15

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 18

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                     Voor de Raad

De voorzitter                                             De voorzitter

10477/08                                                                                       gys/GRA/mv                     16

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie