(Straatsburg, 19 tot en met 22 mei 2008)
I. INLEIDING
Namens de Commissie juridische zaken heeft de rapporteur, de heer Hartmut NASSAUER (PPE/DE - DE), een verslag gepresenteerd met 38 amendementen op het richtlijn voorstel (amd. 1-38).
Overeenkomstig artikel 251, lid 2, van het EG-Verdrag en de Gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de medebeslissingsprocedure
1 hebben er informele contacten plaats-
gevonden tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, teneinde in eerste lezing een akkoord over het in hoofde genoemde voorstel te bereiken en zodoende een tweede lezing en de bemiddelingsprocedure te vermijden.
1 PB C 145 van 30.6.2007, blz. 5
In dat kader hebben de rapporteur, de heer Hartmut NASSAUER (PPE/DE - DE) en de fracties van de PPE-DE, de PSE, de ALDE, de Verts/ALE en de GUE/NGL samen nog 33 compromisamendementen (amd. 39-71) ingediend. Over deze amendementen was tijdens de bovengenoemde informele contacten overeenstemming bereikt.
II. STEMMING
Bij de stemming, die plaatsvond op 21 mei 2008, nam de plenaire vergadering 40 amendementen (amd. 2, 7, 8, 18, 20, 21, 28, 34, 39-65 en 67-71) op het richtlijnvoorstel aan. Het aangenomen amendement stemt overeen met hetgeen de drie instellingen waren overeengekomen en zou derhalve voor de Raad aanvaardbaar moeten zijn
1 . Na bijwerking van de tekst door de juristen-
vertalers 2 zou de Raad het wetgevingsbesluit dan ook moeten kunnen aannemen.
De tekst van de aangenomen amendementen en van de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement staat in bijlage dezes. De amendementen worden gepresenteerd als een geconsolideerde tekst waarin toegevoegde woorden vet gecursiveerd zijn, het symbool " " staat voor geschrapte tekst en het symbool "" voor een taalkundige of typografische wijziging.
_____________
1 Enkele kennelijke fouten zullen worden gecorrigeerd door de juristen-vertalers.
2 De delegaties kunnen eventuele juridisch-taalkundige opmerkingen tot en met 13.6.2008 aan het secretariaat van de dienst Juristen-vertalers van de Raad doen toekomen
(secretariat.jl-codecision@consilium.europa.eu) met het oog op een betere voorbereiding van
BIJLAGE
(21.5.2008)
Bescherming van het milieu door middel van het strafrecht ***I
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 21 mei 2008 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (COM(2007)0051 C6-0063/2007 2007/0022(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad
gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 175, lid 1 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het
voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0063/2007),
gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie
milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie burgerlijke vrijheden,
justitie en binnenlandse zaken (A6-0154/2008),
-
1.hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
-
2.verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende
wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
-
3.verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de
Commissie.
P6_TC1-COD(2007)0022
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 21 mei 2008 met het oog op de aanneming van Richtlijn
2008/.../EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de
bescherming van het milieu door middel van het strafrecht
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 1 , Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag 2 , Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 174, lid 2, van het Verdrag dient de Gemeenschap in haar
milieubeleid te streven naar een hoog niveau van bescherming.
(2) De Gemeenschap is verontrust over het toenemende aantal milieudelicten en de gevolgen
ervan, die steeds vaker de grenzen overschrijden van de staten waar de delicten worden
gepleegd. Zulke delicten vormen een bedreiging voor het milieu en derhalve moet er op
passende wijze tegen worden opgetreden.
(3) De ervaring heeft aangetoond dat de bestaande sanctiesystemen ontoereikend zijn om een
volledige naleving van de milieubeschermingswetgeving te garanderen. Deze naleving kan en
moet worden aangescherpt door de beschikbaarheid van strafrechtelijke sancties die een
sociale afkeuring uitdrukken die kwalitatief verschilt van het effect van administratieve
sancties of van een compensatieregeling naar burgerlijk recht.
1 PB C [...] van [...], blz. [...].
2 Standpunt van het Europees Parlement van 21 mei 2008.
(4) Gemeenschappelijke regels inzake strafrechtelijke delicten maken de toepassing van
doeltreffende onderzoekmethoden en ondersteuning binnen en tussen lidstaten mogelijk .
(5) Om te komen tot een doeltreffende bescherming van het milieu is er met name behoefte aan
meer afschrikkende sancties voor activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu, die veelal
aanzienlijke schade veroorzaken of kunnen veroorzaken aan de lucht, met inbegrip van de
stratosfeer, de grond, het water en dieren of planten, met inbegrip van de instandhouding van
soorten.
(6) De in de bijlagen bij deze richtlijn genoemde wetgeving bevat bepalingen die gekoppeld
moeten zijn aan strafrechtelijke maatregelen om te bewerkstelligen dat de regels inzake
milieubescherming ten volle doeltreffend zijn.
(7) De verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn hebben alleen betrekking op de
wetgevingsbepalingen in de bijlagen bij deze richtlijn die inhouden dat de lidstaten bij de
uitvoering van die wetgeving in verbodsmaatregelen voorzien.
(8) Niet-naleving van een wettelijke verplichting om handelend op te treden kan hetzelfde effect
hebben als een actieve handeling en derhalve dienen daarop ook dezelfde sancties van
toepassing te zijn.
(9) Bedoelde gedragingen dienen bijgevolg in heel de Gemeenschap als strafrechtelijke delicten
te worden aangemerkt als zij opzettelijk dan wel uit grove nalatigheid worden begaan.
(10) Deze richtlijn verplicht de lidstaten in hun nationale wetgeving strafrechtelijke sancties
voor ernstige overtredingen van bepalingen in het Gemeenschapsrecht inzake
milieubescherming op te nemen. Zij schept geen verplichtingen met betrekking tot de
toepassing van deze sancties of andere beschikbare rechtshandhavingsinstrumenten in
individuele gevallen.
(11) Deze richtlijn laat andere aansprakelijkheidssystemen voor milieuschade krachtens het
Gemeenschapsrecht of het nationale recht onverlet.
(12) Aangezien deze richtlijn voorziet in minimumregels, staat het de lidstaten vrij strengere
maatregelen vast te stellen of te handhaven met het oog op de doeltreffende strafrechtelijke
bescherming van het milieu. Deze maatregelen moeten verenigbaar zijn met het EG-
Verdrag.
(13) De lidstaten moeten de Commissie informatie verstrekken over de uitvoering van deze
richtlijn, teneinde haar in staat te stellen het effect van de richtlijn te beoordelen.
(14) Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het garanderen van een doeltreffender
bescherming van het milieu, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en
derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap,
overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maat-
regelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel,
gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(15) Wanneer toekomstige wetgeving inzake milieukwesties wordt aangenomen, moet hierin
worden gespecificeerd dat deze richtlijn van toepassing is. Indien nodig wordt artikel 3
gewijzigd.
(16) Deze richtlijn is opgesteld met inachtneming van de grondrechten en de beginselen die met
name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Deze richtlijn stelt maatregelen vast op strafrechtelijk gebied teneinde het milieu doeltreffender te beschermen.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
(a) "wederrechtelijk":
(i) in strijd met de wetgeving die is aangenomen op grond van het EG-Verdrag, als
weergegeven in Bijlage A, of
(ii) met betrekking tot activiteiten die onder het EURATOM-Verdrag vallen, in strijd met
de wetgeving die is aangenomen op grond van het EURATOM-Verdrag, als
weergegeven in Bijlage B, of
(iii) met een wettelijke bepaling, een bestuursrechtelijk voorschrift van een lidstaat of een
besluit van een ter zake bevoegd orgaan van een lidstaat ter uitvoering van het onder (i)
of (ii) genoemde Gemeenschapsrecht;
(b) "beschermde in het wild bedoelde dier- en plantensoorten":
(i) met betrekking tot artikel 3, letter f, de soorten die vermeld worden in:
bijlage IV bij Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de
instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna 1 ; bijlage I bij Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het
behoud van de vogelstand 2 , waarnaar ook in artikel 4, lid 2 van deze richtlijn wordt verwezen en tevens
1 PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/105/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 368).
2 PB L 103 van 25.4.1979, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/105/EG.
(ii) met betrekking tot artikel 3, letter g), de soorten die vermeld worden in:
de bijlagen A of B bij Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten
door controle op het desbetreffende handelsverkeer;
(c) "beschermde habitat": een habitat van een soort waarvoor een gebied als speciale
beschermingszone is ingedeeld overeenkomstig artikel 4, lid 1 of lid 2, van Richtlijn
79/409/EEG, en elke natuurlijke habitat of habitat van een soort waarvoor een gebied als
speciale beschermingszone is aangemerkt overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn
92/43/EEG;
(d) "rechtspersoon": iedere juridische entiteit die deze hoedanigheid krachtens het toepasselijke
nationale recht bezit, met uitzondering van staten of overheidslichamen in de uitoefening
van het overheidsgezag en van publiekrechtelijke internationale organisaties.
Artikel 3
Delicten
De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende handelingen strafbaar worden gesteld als zij wederrechtelijk en opzettelijk of ten minste uit grove nalatigheid worden begaan:
(a) het lozen, uitstoten of anderszins brengen van een hoeveelheid materie of ioniserende
straling in de lucht, de grond of het water, waardoor de dood van of ernstig letsel aan
personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren
of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;
(b) het inzamelen, vervoeren, hergebruiken en verwijderen van afvalstoffen, waaronder het
bedrijfstoezicht op deze procedures en de nazorg voor verwijderingslocaties, met inbegrip
van de handelingen die door handelaren of makelaars worden verricht (afvalbeheer),
waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de
kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt
te worden veroorzaakt;
(c) het overbrengen van afvalstoffen, wanneer dit valt binnen het toepassingsgebied van
artikel 2, punt 35, van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de
Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen 1 , en wordt uitgevoerd in niet verwaarloosbare hoeveelheden, ongeacht of de overbrenging tot stand komt door één
enkele dan wel door meerdere, kennelijk met elkaar in verband staande transporten;
1 PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1379/2007 van de Commissie (PB L 309 van 27.11.2007, blz. 1).
(d) het exploiteren van een bedrijf waar een gevaarlijke activiteit wordt verricht of waar
gevaarlijke stoffen of preparaten worden opgeslagen of gebruikt, waardoor buiten die
inrichting de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de
kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt
te worden veroorzaakt;
(e) het produceren, bewerken, hanteren, gebruiken, het voorhanden hebben, opslaan,
vervoeren, in- en uitvoeren en verwijderen van kernmateriaal of andere gevaarlijke
radioactieve stoffen, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke
schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt
dan wel dreigt te worden veroorzaakt;
(f) het doden, vernietigen, bezitten en vangen van specimens van beschermde in het wild
levende dier- of plantensoorten, behalve in gevallen waarin de handeling een te
verwaarlozen hoeveelheid specimens betreft, en een te verwaarlozen invloed heeft op de
instandhouding van de desbetreffende soorten;
(g) het verhandelen van specimens van beschermde in het wild levende dier- en plantensoorten
of delen of afgeleide producten daarvan, tenzij de handeling betrekking heeft op een
verwaarloosbare hoeveelheid van deze specimens en een verwaarloosbaar effect heeft op de
staat van instandhouding van de soort;
(h) elke gedraging die aanzienlijke schade toebrengt aan een beschermde habitat;
(i) het produceren, invoeren, uitvoeren, afzetten op de markt of gebruiken van ozonafbrekende
stoffen.
Artikel 4
Uitlokking en medeplichtigheid
De lidstaten zorgen ervoor dat uitlokking van en medeplichtigheid aan de in artikel 3 bedoelde
opzettelijke handelingen strafbaar worden gesteld als een strafrechtelijk delict.
Artikel 5
Sancties
Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de artikelen 3 en 4
bedoelde delicten strafbaar worden gesteld met doeltreffende, evenredige en afschrikkende
strafrechtelijke sancties.
Artikel 6
Aansprakelijkheid van rechtspersonen
-
1.De lidstaten zorgen ervoor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de in artikelen 3 en 4 bedoelde delicten die in hun belang worden gepleegd door individueel of als
lid van een orgaan van de rechtspersoon handelende personen die in de rechtspersoon een
leidende positie bekleden op grond van:
(a) de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of
(b) de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen, of
(c) de bevoegdheid om bij de rechtspersoon toezicht uit te oefenen.
-
2.De lidstaten zorgen er eveneens voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer, als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde
persoon, een in artikel 3 bedoeld delict in het belang van de rechtspersoon kon worden
gepleegd door een persoon die onder diens gezag staat.
-
3.De aansprakelijkheid van een rechtspersoon krachtens de leden 1 en 2 sluit niet de strafrechtelijke vervolging uit van natuurlijke personen die als dader, uitlokker of
medeplichtige bij de in artikelen 3 en 4 bedoelde handelingen betrokken zijn.
Artikel 7
Sancties tegen rechtspersonen
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een rechtspersoon die
aansprakelijk is gesteld voor een delict als bedoeld in artikel 6, kan worden bestraft met
doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties .
Artikel 8
Omzetting
-
1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [...] 1 aan deze richtlijn te voldoen. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële
bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden
vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen, alsmede een tabel waarin
het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn wordt weergegeven.
Artikel 9
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
1 24 maanden na de datum van de inwerkingtreding ervan.
Artikel 10
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te , op
Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter
BIJLAGE A
LIJST VAN COMMUNAUTAIRE WETGEVING GEBASEERD OP HET EG-VERDRAG
WAARVAN SCHENDING WORDT BESCHOUWD ALS WEDERRECHTELIJK
HANDELEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2, LETTER A VAN DEZE RICHTLIJN
Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden
genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische
ontsteking in motorvoertuigen (wordt ingetrokken door een nieuwe verordening).
Richtlijn 72/306/EEG van de Raad van 2 augustus 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden
genomen tegen de verontreiniging door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van
voertuigen.
Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie.
Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van
het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en
preparaten.
Richtlijn 77/537/EEG van de Raad van 28 juni 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de maatregelen die moeten worden genomen tegen
de verontreiniging door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van landbouw- of
bosbouwtrekkers op wielen.
Richtlijn 78/176/EEG van de Raad van 20 februari 1978 betreffende de afvalstoffen afkomstig van de titaandioxyde-industrie.
Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van 21 december 1978 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve
stoffen.
Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand.
Richtlijn 82/176/EEG van de Raad van 22 maart 1982 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van de sector elektrolyse van
alkalichloriden.
Richtlijn 83/513/EEG van de Raad van 26 september 1983 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium.
Richtlijn 84/156/EEG van de Raad van 8 maart 1984 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van andere sectoren dan de
elektrolyse van alkalichloride.
Richtlijn 84/360/EEG van de Raad van 28 juni 1984 betreffende de bestrijding van door industriële inrichtingen veroorzaakte luchtverontreiniging;
Richtlijn 84/491/EEG van de Raad van 9 oktober 1984 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium.
Richtlijn 85/203/EEG van de Raad van 7 maart 1985 inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxyde.
Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw.
Richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn
76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen.
Richtlijn 87/217/EEG van de Raad van 19 maart 1987 inzake voorkoming en vermindering van verontreiniging van het milieu door asbest.
Richtlijn 90/219/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen.
Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater.
Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen.
Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen.
Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.
Richtlijn 92/112/EEG van de Raad van 15 december 1992 tot vaststelling van de procedure voor de harmonisatie van de programma's tot vermindering en uiteindelijke algehele
opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxide-industrie.
Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval.
Richtlijn 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg
van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar
benzinestations.
Richtlijn 96/49/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor.
Richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's).
Richtlijn 96/62/EG van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit.
Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake
maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige
verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele
machines.
Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende
handelsverkeer.
Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden.
Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn
93/12/EEG van de Raad.
Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.
Richtlijn 1999/13/EG van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen
bij bepaalde werkzaamheden en in installaties.
Richtlijn 1999/30/EG van de Raad van 22 april 1999 betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht:
Beschikking 2001/744/EG van de Commissie van 17 oktober 2001 tot wziging van blage
V b deze richtln.
Richtln 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen.
Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn
93/12/EEG.
Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken.
Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid.
Richtlijn 2000/69/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000 betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht.
Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval.
Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen.
Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot
intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad.
Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote
stookinstallaties.
Richtln 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht.
Richtln 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlke stoffen in elektrische en
elektronische apparatuur.
Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
Richtln 2003/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 tot wziging van Richtln 94/25/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wettelke en
bestuursrechtelke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen.
Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen
in de lucht.
Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia.
Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn
79/117/EEG.
Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot
maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuig-
motoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op
aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking.
Richtlijn 2005/78/EG van de Commissie van 14 november 2005 tot uitvoering van Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de onderlinge aanpassing van
de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van
verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de
emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende
voertuigmotoren met elektrische ontsteking, en tot wijziging van de bijlagen I, II, III, IV en
VI daarbij.
Richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn
76/160/EEG.
Richtlijn 2006/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het
aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd.
Richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen.
Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van
Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van
Richtlijn 70/156/EEG van de Raad.
Richtlijn 2006/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft teneinde
geschikt te zijn voor het leven van vissen.
Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn
91/157/EEG.
Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van
de toestand.
Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen.
Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte
personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en
onderhoudsinformatie.
Verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of III A bij Verordening
(EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar
bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grens-
overschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is.
Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging.
BIJLAGE B
LIJST VAN COMMUNAUTAIRE WETGEVING GEBASEERD OP HET EURATOM-
VERDRAG WAARVAN SCHENDING WORDT BESCHOUWD ALS WEDERRECHTELIJK
HANDELEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2, LETTER A, PUNT ii) VAN DEZE RICHTLIJN:
Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan
ioniserende straling verbonden gevaren.
Richtlijn 2003/122/Euratom van de Raad van 22 december 2003 inzake de controle op hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen.
Richtlijn 2006/117/Euratom van de Raad van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof.
- 9 feb '07COM(2007)51 - Bescherming van het milieu door middel van het strafrecht
- 25 sep '06COM(2006)543 - Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging
- 22 sep '06COM(2006)530 - Aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het milieu in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië
- 21 dec '05COM(2005)683 - Typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie
- 21 dec '05COM(2005)673 - Toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en verbruikte splijtstof
- 12 nov '04COM(2004)716 - Toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof
- 19 jan '04COM(2004)19 - Kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen
- 7 jan '04COM(2003)847 - Verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de EG worden geloosd
- 27 nov '03COM(2003)731 - Richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen
- 24 nov '03COM(2003)723 - Batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG

